Translate

Posts tonen met het label Tweede Kamerverkiezing Nederland 2021. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tweede Kamerverkiezing Nederland 2021. Alle posts tonen

zaterdag 20 maart 2021

Groen!

Illustratie: Lisa Sheehan
De astronomische lente brak vandaag officieel aan. Tijd voor meer groen om ons heen! De verkiezingen in Nederland verliepen niet helemaal naar wens, wat mij betreft. Bijna alle politieke partijen op links leden zware verliezen of sponnen nul nieuw garen. Ik denk dat het hoog tijd wordt dat links zich verenigt in een brede, progressieve en groene volkspartij. De grootste winnaar was (helaas) Forum voor Democratie. De partij van Bidet ging van 2 naar 8 zetels. De stemmers op deze partij lieten zich, naar verluidt, vooral leiden door hun afkeer van het huidige coronabeleid. Zijn ze dan over vier jaar verdwenen? Voorlopig blijf de partij klein genoeg om geen al te grote stempel op het politieke klimaat te drukken. Met klimaat heeft die club sowieso niets; op dit punt zijn ze namelijk ook ontkenners.

Er is een duidelijke ruk naar rechts te zien in de Nederlandse maatschappij. Rechtse partijen, vanaf het centrum van de politieke macht in gradaties van rechts-populisme naar extreemrechts, harkten deze keer meer zetels bijeen dan ooit: 28. Omgerekend komt dat neer op 3.500.000 stemmen, ruim 20% van het aantal stemgerechte Nederlanders! Op zich niet verrassend -dat zien we immers in veel omringende landen- maar wel zorgwekkend, wat mij betreft. Maar ook dat is democratie. Het beste verkiezingsnieuws vond ik het Kaag-effect: de nieuwe lijsttrekker van D66 (Sigrid Kaag) boekte een flinke zetelwinst en maakte haar partij de tweede van het land. De PVV werd van die positie verdrongen. Een kritische lezer van de Volkskrant legde het verlies van Wilders uit: “verrader…” -1, “verrader…” -2, “verrader…” -3. 

De dag na die verkiezingen stemden we af op de zender NPO Politiek op het moment dat bestaande en nieuwe lijsttrekkers in hun nieuwe opstelling bijeenkwamen. Ik vond dat een interessante kijkje achter de schermen. Kamervoorzitter Arib heette eenieder -de meeste met, een enkeling zonder mondkapje- welkom en begeleidde hen naar hun zitplaats aan de grote ovalen tafel. Sommige nieuwe leden kwamen schoorvoetend binnen, er werd gefeliciteerd, enkelen gingen zitten en bleven zitten, anderen stapten op winnaars en nieuwe collega’s af. Zo kon je zien wie de netwerkers zijn en wie niet. Bidet zat naast Kaag, sprak kort met haar en keek vervolgens op zijn telefoon. De versie die LuckyTV hiervan maakte, is veel en veel grappiger!

Nu maar hopen dat er inderdaad een progressiever en groener Kabinet en een groenere regeringskoers tot stand komt voor de komende vier jaar. (Als ze die termijn overleven. Er komen twee zware parlementaire enquêtes aan…) Het CDA, door de kiezer afgestraft, en diens nieuwe lijsttrekker Wopke, door het ijs gezakt (woordgrap opzettelijk), kan zich beter de Partij van de Dieren gaan noemen. Die partij wenst namelijk helemaal niet in te grijpen in het boerenbestand (hun achterban) terwijl halvering van de veestapel in dit kleine kikkerland toch echt een must is. De echte PvdD-lijsttrekker (Esther Ouwehand) ziet dat belang wèl. De VVD, wederom grootste partij van het land en leidend in de aanstaande kabinetsformatie, staat evenmin te popelen dus het afstemmen van een groenere koers wordt nog een moeilijke opgave. De eerste en tweede partij van het land schoven beiden een vrouwelijke verkenner naar voren; leuke vrouwen met de juiste ervaring.

Gisteren was het hier Vaderdag en werd het feest van Sint Jozef gevierd. In onze autonome regio Valencia was donderdag een vrije dag voor onderwijzend personeel. Onze Spaanse buurvrouw Isa is iemand die voor de klas staat. Onze Spaanse buurman Jésus, die regelmatig timmert, haalde die dag zijn jongste dochter -uit een vorig huwelijk- op om een lang weekend door te brengen en Vaderdag te vieren. Het mag niet maar hij deed het wel. Naar Spaans gebruik is het de dag van de knuffels. De buurman was bepaald niet de enige. Zes tijdelijke buren in onze straat, afkomstig uit Murcia én Madrid, kwamen illegaal de grens over naar hun vakantiehuis aan zee. Alle auto’s werden óf om de hoek vande straat geparkeerd of op de oprit. Weg van nieuwsgierige ogen. Werkelijk álle permanente Spaanse buren (!) hadden dagenlang bezoekers over de vloer. Mijn verwachting is dan ook dat het aantal coronabesmettingen hier binnenkort weer zal oplopen. Soms worden mijn liefje en ik nijdig van dat gebrek aan discipline, al begrijpen we de wens van samenzijn goed. Zo bepalen dit soort lieden ook voor ons, brave borsten, hoeveel en wat we wel en niet mogen. Tja. 

Timmerman Jozef (hier wordt hij San José genoemd), de verloofde van de maagd Maria, werd de pleegvader van Jezus. Vrijzinnige christenen zijn geneigd hem de biologische vader van Jezus te noemen want hoe kun je bevallen als je nog maagd bent?!

In de afgelopen dagen hadden we weer een dip in het lenteweer, met af en toe een hevige regenbui (vannacht regende het urenlang) en grijze, druilerige dagen. Onze tuin knapte ervan op. De nieuwe aanplant tiert er welig: de narcissen en blauwe druifjes zijn uit, de zaadjes van kobaltblauwe korenbloemen en zonnebloemen steken inmiddels hun groene puntjes boven de aarde uit. Een van de aloe veras (een cactusachtige vetplant) heeft een beginnende vuurpijl die wel een meter hoog kan worden. Het is de eerste keer dat die bloeit sinds we de plant pootten. De volwassen Spaanse margrieten en ijsbloemen schieten omhoog en de citroenboom heeft al ontelbare baby’s en pubers. Mooi om te zien. 

We hebben inmiddels ook onze eigen huismus die dagelijks vanaf de bloeiende bougainville op ons neerkijkt en de plaatselijke bar bezoekt. Het bolle, pluizige vogeltje laat zich uitgebreid horen en kijkt ons dan aan alsof het wil zeggen “vind je ook niet?!”. Ik herken diens geluid inmiddels. Het is vandaag trouwen de Internationale Dag van de Mus. De merel zingt dagelijks zijn lied. We prijzen ons gelukkig met het aanbreken van de lente! 


Als ik kon, blies ik die grijze zooi aan flarden
Ik haalde de vogels uit het zuiden voor je terug
Ik pleurde een ei in een nest
En ik zei: kom op, je doet je best maar
we moeten lente hebben en een beetje vlug!

Na elke winter is er altijd weer een lente
't Is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan
De eerste merel die fluit
De eerste knoppen schieten uit
En ook al geloof je me niet
Opeens verdwijnt je verdriet
Het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.*


In een lokale supermarkt troffen wij onlangs de eerste verse, witte asperges uit Navarra (Noord-west Spanje) aan. Onze vriendin Joan deed boodschappen bij haar plaatselijke Aldi en trof daar het laatste pak aan. Ze appte dat direct aan ons door. (Wij bezoeken namelijk een andere Aldi voor dit doel.) Mijn liefje was nog niet klaar met voorlezen of ik zat al in de auto. Deze supermarkt ligt op ongeveer 5 minuten rijden. Ik stapte naar binnen, keek naar het groentenschap en daar schitterden de witte stengels mij als een prachtig boeket tegemoet. Wat waren ze mooi! Ik wist trouwens niet dat de witte en groene asperge dezelfde soort zijn; alleen de fase van plukken is anders: eerst is de stengel wit en als je die, eenmaal boven de grond, niet plukt wordt’ie vanzelf groen. (Er bestaan hier overigens ook nog lila asperges.)

Normaliter verschijnt het witte goud eerst in Nederland om daarna pas de gouden kopjes hier op te steken. Dit jaar ging dat andersom. Daarmee staken we menig vriend in Nederland de ogen uit. Het weer was in de afgelopen maanden dermate lente-achtig dat ze hun tijd vooruit groeiden. Vanavond eten we dit feestmaal voor de tweede keer in een week. We vieren wat we kunnen en genieten van het lokende groen om ons heen. 


* deze tekst komt uit een lied van Brigitte Kaandorp


dinsdag 16 maart 2021

Wat wil het volk?

17 maart is de dag waarop de meeste Nederlanders gaan stemmen voor de Tweede Kamerverkiezing. Vanwege corona werden de stemlokalen deze keer al opengesteld op de 15de en 16de, voor kwetsbare groepen die dan al te grote drukte kunnen vermijden. 
De bijna 93.000 stemmen van Nederlanders in het buitenland werden in goede orde in Den Haag ontvangen. Onze dikke oranje enveloppen gingen vorige maand al op de post. Gisteren hoorde ik dat ruim 8% van de poststemmen ongeldig is; dat komt neer op bijna 2 zetels dus dat doet ertoe! Je moest ook wel het koppie erbij houden. In envelop A hoorde het (anoniem) ingevulde stembiljet. In envelop B moest je de persoonlijke stemkaart en een kopie van je paspoort stoppen. Daarna A in B en hopsakee!

In een recent FD-artikel las ik dat het bij de vorige parlementaire verkiezing nog ging om 81.000 Nederlanders buiten de landsgrenzen. Er was in de afgelopen jaren dus sprake van een flinke uitstroom van landgenoten. Tijdens de vorige stembusgang profiteerde vooral D66 van die stemmen, op de voet gevolgd door de VVD en Groenlinks. Dit jaar zijn het 37 partijen die om onze stem strijden.

Met het grote aantal kiezers dat, als je de politieke verslaglegging mag geloven, morgen zwevend het stemhokje instapt, kan de uitslag nog spannend worden. Dat de VVD de grootste partij blijft, staat vast alhoewel er in diverse polls over een lichte daling in zetels wordt gesproken. Welke partijen dit jaar op plaatsen 2, 3 en 4 eindigen, is geen gesneden koek. Het gaat wel ergens om, de koers van het land staat op het spel. Deze coronacrisis leerde ons nieuwe lessen en bovendien komt 2030 in zicht, het jaar waarin belangrijke klimaatdoelstellingen moeten worden bereikt. Stemmen is deze keer dan ook extra zinvol. 

Zelf bracht ik mijn stem uit op een vrouw van een partij ter linkerzijde van het politiek firmament. Nooit was ik lid van enig politieke partij maar politiek geëngageerd ben ik altijd geweest. Ik stemde dit jaar niet strategisch maar principieel. Voor kansengelijkheid voor iedereen (vrouwen in het bijzonder), eerlijker delen, hogere belastingen voor rijken en grote bedrijven en groen beleggen. Al woon ik jarenlang in het buitenland, Nederland is en blijft mijn vaderland. Het land zit diep in mij en blijft boeien. Weliswaar weg maar nooit losgezongen! De opvallendste zin uit het verkiezingsprogramma van de betreffende partij was ‘samen met velen kunnen we de hele wereld aan’. Te beginnen in Nederland. Zelf voel ik mij overigens wereldburger, Europeaan èn Nederlandse.

Illustratie: Bas van der Schot
Leider en enig lid van de PVV, Geert Wilders (Lijst 2), noemde zijn beweging tijdens de verkiezingscampagne de meest rechtsstatelijke partij van het land. Dat bleef bij mij hangen. De Nederlandse Orde van Advocaten onderzocht onlangs het programma en constateerde dat die club juist de minst rechtsstatelijke partij van Nederland is. De PVV wil namelijk maatregelen nemen die strijdig zijn met de Nederlandse Grondwet. Dat is juist gevaarlijk voor de rechtsstaat... Wel de Partij voor de Vrijheid heten maar die vrijheid niet voor iedereen in Nederland laten gelden. Op een partij met zo’n stelling stem je tot niet met goed fatsoen?! Ik zou willen dat deze partij van de tweede plek kukelt (ten faveure van D66).

Diezelfde NOvA onderzocht ook het programma van FvD, Forum voor Democratie (Lijst 13). Die partij blijkt een bepaalde groep burgers met een reeks voorstellen juridisch dakloos te maken. Statushouders -personen wier asielaanvraag door de Nederlandse staat is ingewilligd- die thans in Nederland verblijven, krijgen volgens dat verkiezingsprogramma hooguit tijdelijke opvang gericht op terugkeer naar het land van herkomst. Klopt evenmin. Dat is niet het enige van die partij dat rammelt. In je partijprogramma stellen dat je vrijheid van meningsuiting wilt bevorderen maar dan als lijsttrekker zelf weglopen als je op tv flink wordt geroosterd door een cabaretier?! Wat een hypocrisie... Ik vrees dat deze onwelriekende partij wel een zeteltje wint. Tja. 

Momenteel lees ik het boek van Lale Gül (1997), de Turks-Nederlandse auteur van de autobiografische roman ‘Ik ga leven’. Güls debuutroman beschrijft een streng islamitisch gezin in Amsterdam-West met ongeletterde Turkse ouders en drie intelligente kinderen die in Nederland zijn geboren. Al op de Koranschool voelt de jonge Büsra (hoofdpersoon van het boek) zich een zonderling en dat gevoel neemt toe met de jaren. Ze stelt vraagtekens bij bijna alle regels van haar ouders, haar gemeenschap en haar religie. Moeder is orthodox, vroom, een draak en een tiran. Dochterlief is minstens zo fel: ze haat deze verwekker. Daarover trof ik een pakkende uitspraak aan in het boek: ‘de sterkste haat is ontgoochelde liefde’ (p. 240).

Büsra wil leven in het hier en nu en niet worden beperkt door de middeleeuwse opvattingen van haar omgeving. Oudste broer Halil mag alles, zij mag zij niets. Ze wenst zich niet te verloven en niet te trouwen, gaat Nederlands studeren, heeft een stiekeme baan waarvoor ze haar hoofddoek aflegt, maakt zich op, krijgt een witte vriend (‘volksverdunner’ voor zijn eigen Haagse gemeenschap) in een andere stad die ze jarenlang stiekem ontmoet. Het gedrag dat haar ouders haar opleggen, wordt stricter en dwingender in de loop van de tijd. Zelfs haar stemgedrag wordt voorgeschreven. Ze conformeert zich tot op zekere hoogte en blijft thuiswonen, uit solidariteit met haar oma en jonge zusje. (Bovendien vreest ze de eenzaamheid). Ze moet zich elke dag tegenover haar moeder blijven verantwoorden, op elk moment van de dag moet ze laten weten waar ze is en met wie. Dat is geen leven, wat mij betreft. Goed gekozen boektitel!

Na publicatie van haar boek keert iedereen in Güls omgeving zich tegen haar. Ze is afvallige en als ‘nestbevuiler’ wordt ze gehaat en fysiek bedreigd. Ze wordt gezien als de nieuwe Ayaan Hirsi Ali. Het is wel bizar dat elke keer dat iets dergelijks gebeurt, het wereldnieuws wordt. Ik heb veel respect voor de keuzen van beide vrouwen, in hun boeken en hun echte leven. Ook Gül legde haar hoofddoek definitief af. Zij is, net als Hirsi Ali, een kritische denker en een getalenteerde schrijfster. Haar teksten zijn doorgaans messcherp en bij tijd en wijle heel grappig.

In het Parool zegt ze tijdens een interview “Ik maak wel duidelijk dat massa-immigratie misschien niet zo handig is. Ik ken geen islamitisch land in de wereld waarvan ik denk: dat is fijn leven daar. Dus ik zal altijd stemmen op een immigratiekritische partij. Ik maak me zorgen over de invloed van de islam en de ­demografische groei.” Desalniettemin stemt zij in Nederland niet op een extreemrechtse partij.

Haar zorgen deel ik. Grote problemen als ongeletterdheid, intolerantie, gearrangeerde huwelijken, gapende ongelijkheid tussen vrouwen en mannen en eerwraak die aan de zuivere islam kleven, werden mij in de loop van de tijd duidelijk; vooral door boeken van dit genre. Gül laat haar hoofdpersoon zeggen (p. 107) dat “de islam de laatste collectivistische ideologie is die nog zwaar zit te spartelen tegen de stroom der moderniteit.” Zelf heb ik niets met religie (welke dan ook). Geloven vind ik een persoonlijke aangelegenheid waarmee je anderen niet moet lastigvallen. Veel van de, door Büsra in het boek verwoorde bezwaren tegen het geloof deel ik. Maar om nu alle welwillende moslims die de Nederlandse taal spreken en hun constructieve bijdrage leveren aan de maatschappij op één hoop te gooien? Geen onderscheid te maken tussen hen die (willen) deugen en de rotte appels die dat weigeren? Nee. Noem mij naïef of politiek correct maar dat  kan ik niet steunen. Dat druist tegen al mijn principes in...

Mijn verbijstering over het toenemend aantal Nederlanders dat dat wel kan en zo van het democratische padje lijkt af te raken, doet mij regelmatig bevragen wie wij zijn als Nederlanders? Wat typeert ons? En vooral: wat verbindt ons? De vraag beantwoorden is lastiger dan 'm stellen. Dat leerde de toenmalige prinses Máxima -van Argentijnse afkomst- in 2007 toen ze verklaarde dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Geert Wilders deed haar uitspraak destijds af als “goedbedoelde politiek correcte prietpraat”.

In februari van dit jaar werd bijzonder hoogleraar Gedragswetenschappen en Beleid Will Tiemeijer in de Volkskrant geïnterviewd over die nationale identiteit. Het is een gevoelig onderwerp dat geen taboe zou moeten zijn. De verscheidenheid in het land neemt toe en de sociale cohesie lijkt daarmee af te nemen in omgevingen waar die verscheidenheid zich het duidelijkst manifesteert. Dat verlies van maatschappelijke samenhang is ongewenst; dat moet worden tegengegaan. Dat proces moet op zijn beurt in goede banen worden geleid.

We moeten onszelf vaker afvragen wat we verwachten van nieuwkomers maar ook van mensen die hier al honderd jaar wonen. In het Nederlandse  inburgeringsexamen staat onder meer dat de inburgeraar in staat moet zijn ‘om te gaan met de Nederlandse omgangsvormen, waarden en normen’. Maar wat die precies zijn, wordt helaas niet toegelicht. Dat examen gaat wel uitgebreid in op het belang van geschreven regels, zoals je houden aan de Nederlands rechtsstatelijke normen, maar wat daar aan meer alledaagse ongeschreven leefregels bovenop komt, moet de inburgeraar zélf maar uitzoeken.

Bi het zoeken naar die identiteit breekt Tiemeijer geen lans voor de school van de etnische herkomst: Nederlanders zouden volgens die opvatting één bepaald volk met één bepaalde huidskleur en afkomst zijn. Een gevaarlijke uitgangspunt. Van de Tweede Wereldoorlog weten we waartoe dat kan leiden... Hij pleit evenmin voor het constitutioneel pattriotisme: wat ons bindt is loyaliteit aan de Grondwet en verder niets. Dus hij wil geen overheid die uitsluitend stelt dat je je aan de wet moet houden. Hij ziet ook geen heil in de derde variant, die uitgaat van een dominante cultuur: alles zou dan draaien om die ene cultuur met alle bijbehorende tradities, feestdagen, specifieke gedragingen en normen. 


'It's only a joke'
Illustratie: Yuri Veerman
Als je beweert dat Nederlanders mensen zijn die een koekje bij de koffie nuttigen, elkaar driemaal kussen bij een ontmoeting, hossend over straat gaan op Koningsdag, van haring en van schaatsen houden, sluit je meer dan de helft van de bewoners van de Lage Landen uit. Mij inbegrepen. (Alleen dat koekje klopt, in mijn geval.) Een strak vastgelegde nationale identiteit werkt niet, dat werkt inclusiviteit juist tegen.

Tiemeijer stelt een vierde variant voor als alternatief: wat ons bijeenhoudt, is het delen van ruimte en toekomst, in de letterlijke zin. We komen elkaar voortdurend en overal tegen en moeten het samen doen. In die gedachte zit een potentieel voor sterkere verbondenheid. Typisch Nederlands is dat hele kleine stukje aarde waarop we wonen. Dat is wat ons onderscheidt van alle andere bewoners van deze planeet. Daarom noemde hij zijn essay ‘Project Nederland’. Daarin stelt hij voorts dat het beter is over gewenste Nederlandse identiteit te praten dan over unieke identiteit.

Het is dus beter je af te vragen wie wij als Nederlanders willen zijn.

‘Als je een ideaal formuleert van een identiteit, in plaats van een werkelijkheid, dan is het grote voordeel dat het gaat om een aspiratieniveau dat niemand bij voorbaat uitsluit.’

Tiemeijer geeft hiertoe een aanzet in vier punten: Nederlanders zijn personen die de Nederlandse taal beheersen, die zorgen voor hun leefomgeving, rekening houden met elkaar en een bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving.

Deze punten zijn niet heel specifiek geformuleerd want het is belangrijk een zekere flexibiliteit en vrijheid te behouden. Bovendien moeten de aspiraties haalbaar zijn. Vanzelfsprekend zijn er ook grenzen aan deze gedachtengang. Het mag geen vrijbrief worden om je oneindig te bemoeien met datgene wat een ander doet. (Dat neemt niet weg dat mensen elkaar op sociale media tot nu toe  voortdurend de maat nemen!) Bovenop de normen die we vastleggen in de wet moeten bepaalde normen door eenieder worden omarmd èn uitgedragen.

Tiemeijers suggesties lijken mij een uitstekende leidraad voor 17 maart en daarna. Er valt heel wat te kiezen!