Translate

maandag 14 september 2026

Lorca en omgeving

We zijn terug uit Lorca, dat op circa twee uur rijden ligt van onze Spaanse casita. Toch waanden we ons enkele dagen in een andere wereld. 

De hoofdreden van dit uitje was de 75ste verjaardag van mijn liefje. Als ik dat getal langzaam uitspreek, klinkt het nog indrukwekkender. Ik ken haar langer dan haar halve leven. Dat is iets waarbij ik niet iedere dag stilsta (gelukkig) maar het is wel een feit. Als ik het webalbum bekijk dat ik samenstelde en na alle reacties daarop van vrienden die het reeds ontvingen, weet ik dat we samen goed kunnen vieren. Dat leer je wel in al die jaren!

Mijn liefje wilde al enkele jaren gaan logeren in deze ‘parador op de heuvel’. Het gebouw viel haar op toen we eerder door Lorca reden en bleef haar bij. Voor wie het niet weet: paradores zijn door de Spaanse staat geleide luxehotels die zich meestal op een historische locatie of in een historisch pand bevinden. Het moest er dus maar een keer van komen, dachten we. Het bleek een gouden greep. Wat een prachtig hotel is dit! 

Het hotel heeft een moderne, minimalistische uitstraling met veel glas, natuursteen en donker staal. Het heeft 74 kamers maar dat zouden er gemakkelijk 100 kunnen zijn. Er is hier kennelijk voor een minder commerciële aanpak gekozen. Overal in het grote pand vind je zitjes, uitkijkjes en heel veel ruimte. De inrichting is met veel smaak gekozen, met prachtige verlichting, fraaie vloerkleden en modern design, antiek meubilair of juist een spannende mix van die twee. Elke keer dat we weer een nieuw hoekje ontdekten, was onze reactie ‘wow, wat mooi’. Smaakvol.

We verbleven al in vele staatshotels in Spanje; doorgaans tot genoegen maar de ene parador is de andere niet. Er zitten juweeltjes tussen en die van Lorca is er één van. Voor dit bezoek werd mijn liefje ‘socio’ (lid) van de vereniging van paradorcliënten. Bij het inchecken leverde dat een grotere kamer op aan de niet-zonzijde van het gebouw. Schaduwrijk, met uitzicht op bomen. En we kregen een voucher voor een gratis drankje op het terras. Leuk, toch?! 

Het mooie is dat het hedendaagse hotel en de verrassende ontdekking van een 13de eeuwse Joodse wijk binnen de muren van het kasteel van Lorca die men hier deed, volledig zijn geïntegreerd. Als je zit te dineren, zie je door een grote glazen pui een boel eeuwenoude stenen die een minstens zo interessant verhaal vertellen. Uitkijkend over de binnenstad en de vallei van Lorca, kijk je ook uit over de sinagoge. Als je al geen geschiedenisfan bent, word je het daar wel! Wat ook interessant was, was dat er Sefardische (Spaans-joodse) gerechten op de kaart stonden. Tenminste eenmaal per jaar, op de ‘Jornada Europea de la Cultura Judia’ (Europese dagen van de Joodse cultuur, in september) worden er speciale joodse menu’s bereid en een proeverette georganiseerd. Op het web las ik dat in november en december de 10de versie van het festival ‘Joods Lorca’ wordt gevierd.

Op de ochtend van haar verjaardag bezochten we de resten van de opgegraven synagoge die in een beschermend stalen doos recht onder het grote buitenterras van het hotel liggen. We keken eerst naar een informatieve video over de geschiedenis van de gevonden joodse wijk en konden daarna op ons gemak alle bezienswaardigheden gaan bezichtigen. Het was, vanwege de eigen geschiedenis van mijn liefje (ze werkte als jonge vrouw jarenlang in een Israëlische kibboets), een toepasselijk verjaardagskado. Een bezoek aan het kasteel van Lorca, alias het ‘Zonnefort’ (zie mijn vorige blog) en de omliggende vlindertuin bewaarden we voor onze laatste dag in Lorca. 

Na het bezoek aan de opgravingen namen we een taxi om de stad te gaan verkennen. De ‘casco historico’ van Lorca is een bezoek meer dan waard. Vantevoren had ik een lijstje gemaakt met te bezichtigen gebouwen en musea en dat werkten we al wandelend door de stad af. Het ‘museo Paso Blanco’, palacio Guevara (het huis met de zuilen), de kerk van San Patricio, de Plaza de España, de kerk van San Mateo, Claustro del Convento de Merced, Capillo del Rosario (Rozenkranskapel). 

Op enig moment gaf de stadskaart onvoldoende uitsluitsel over de locatie van een kerk die we wilden bezoeken. We spraken een oudere Spaanse dame (78) aan die onze vraag begreep, naar de kaart keek en zei ‘weet je wat, ik breng jullie erheen’. Ze sjouwde met een boodschappentas maar dat weerhield haar niet. Achter haar aan lopend, vertelde ze dat ze al haar hele leven in Lorca woonde. Ze had er meer dan 40 jaar een kledingzaak gehad die ze had verkocht. Een zoon is politicus, een andere politieagent. Dus zelf wilde ze ook graag anderen helpen.

Ze koos een route naar onze bestemming met zoveel mogelijk schaduw, de lieverd. We kwamen door een oude wijk die deels onbewoond was of werd gerenoveerd. Hier en daar zagen we zwarte mannen in kleurrijke Afrikaanse kleding zitten en lopen. Het blijkt dat Lorca relatief veel Senegalese migranten heeft die voornamelijk op de velden werken. We namen afscheid van onze spontane gids met een dikke kus en een selfie op het plein voor de grote kerk.

Een van de boeiendste bezoeken was aan het ‘muBBla’, kortweg het borduurmuseum genoemd. Ik had nooit kunnen denken dat ik, linkshandige en vanaf de lagere school volledig ongeïnteresseerd in haken, breien of enig andere vorm van handwerken, dit ooit zou schrijven. Maar dit is dan ook wel meer dan een pannenlap, hoor. 

Lorca is wereldberoemd om zijn handgeborduurde zijden en gouden gewaden die tijdens de Semana Santa (heilige week, rond Pasen) worden gedragen. Dit museum is gevestigd in het monumentale complex van het Santo Domingo-klooster. In de zogenaamde ‘Wonderkamer’ zijn zes van de eerste borduurwerken te bewonderen die door Spanje reeds tot cultureel erfgoed werden verklaard. Een aantal van die gewaden draagt Hebreeuwse teksten en thema's. De bijzonderste borduurwerken doen thans een gooi naar de status van UNESCO Werelderfgoed. Je kijkt er je ogen uit! 

De belendende rozenkranskapel met bladgouden altaar is het toppunt van Lorca’s barokke periode. Het onderste gedeelte van het hoofdaltaar werd gerestaureerd; dat liep schade op ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog.

Op de terugreis naar huis deden we kustplaats Águilas aan. Het is een geliefd oord aan de Murciaanse Costa Cálida, vanwege het milde klimaat, de combi van oud- & nieuwbouw, de lange kustlijn (34km), de mooie stranden, de eetcultuur. Er wonen zowel Spanjaarden als buitenlanders. Dit stadje stond al jaren op mijn lijstje omdat het ook een fraaie mozaïeken trap heeft aan het strand van El Hornillo. Ooit las ik daarover een geïllustreerd artikel in een online krant. Het deed mij denken aan de trappen in het Park Güell in Barcelona van de wereldberoemde Spaanse architect en kunstenaar Antoni Gaudi.  

Het project in Águilas is van lokale kunstenaars die hun stad (35.000 inwoners) wilden omtoveren tot een openluchtmuseum. Ook zij maakten gebruik van de zogenaamde ‘trencadís’-techniek, mozaïek met keramische stukjes. In een ander deel van de stad beschilderde ditzelfde collectief de trappen met nautische thema’s. Ze zijn goed op weg maar nog niet klaar... 

Het was wederom een flinke zoektocht om er te komen, vanwege tegenstrijdige aanwijzingen van passanten, maar we vonden de plek. 

Alle missies geslaagd.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten