Translate

Posts tonen met het label knooppunten van aanhoudende complexiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label knooppunten van aanhoudende complexiteit. Alle posts tonen

vrijdag 13 augustus 2021

Naar de reddingsboot! (deel 2)

Dit is het vervolg op de vorige blog naar aanleiding van een interessant artikel dat ik niet lang geleden las. Het is wederom een longread. Dit gaat over de levensvatbaarheid van de menselijke beschaving, in het bijzonder over de weerbaarheid van landen in tijden van crisis. Populair gezegd: waar kun je het best heen als de hel losbreekt op aarde? Dit past in de grote stroom van apocalyptische verhalen die in de afgelopen periode verschenen in kranten en tijdschriften.

Kort samengevat komt het hierop neer: Nieuw-Zeeland zou het best zijn voorbereid op het instorten van de wereldwijde samenleving. Mocht het tot zo´n instorting komen door een financiële crisis, de verwoesting van natuur door klimaatverandering of een pandemie die ernstiger is dan corona (of alles tegelijk), dan zitten de Kiwi´s aan de andere kant van de aardbol er het best bij van ons allemaal!

De 'knooppunten van aanhoudende complexiteit' waarover dit rapport gaat, zijn geografische locaties die minder effecten ondervinden van een mogelijke instorting van de menselijke beschaving. Dat zou zijn vanwege hun gunstige startomstandigheden die het mogelijk maken een zekere mate van maatschappelijke complexiteit te behouden. Het concept van de 'reddingsboot' werd in eerdere onderzoeken gepresenteerd als fenomeen bij ineenstorting. Daarmee beschrijft men geografische locaties die de capaciteit hebben, op grond van natuurlijke kenmerken en/of het potentieel van menselijk handelen, zich onder druk van de ernstigste gevolgen van klimaatverandering en andere desastreuze mondiale gebeurtenissen staande te houden.

De methodologie om te beoordelen welke landen dat potentieel hebben, gebruikte de resultaten van de 'Notre Dame-Global Adaptation Index' (ND-GAIN) als startpunt. Deze index geeft de kwetsbaarheid van een land weer in verband met klimaatverandering en andere wereldwijde uitdagingen; dit in combinatie met de bereidheid om de eigen veerkracht te verbeteren. Het gaat om kwetsbaarheid met betrekking tot ecosystem services (kwetsbaarheid van het natuurlijk kapitaal van een land), leefomgeving, gezondheidszorg, infrastructuur en watervoorziening. Voor wat betreft die readiness onderscheidt men een economische, bestuurlijke (B) en sociale (S) component. Politieke stabiliteit, corruptie en regelgeving zijn voorbeelden van B, maatschappelijke gelijkheid, ICT-infrastructuur en innovatie van S.

Deze index is bedoeld om overheden, maar ook bedrijven en gemeenschappen, te helpen bepalen welke investeringen het belangrijkst zijn voor een efficiënte reactie op wereldwijde bedreigingen. Volgens bijgewerkte cijfers van juli 2021 staat Noorwegen in de landenindex op 1, Nieuw-Zeeland op 2, Finland op 3, Zwitserland op 4 en Zweden op 5. Nederland staat op de 18de, Spanje op de 26ste en Indonesië op de 100ste plaats. 

N.B. Noorwegen blijkt tevens koploper als alleen naar kwetsbaarheid wordt gekeken; dat land is dus het minst kwetsbaar, gevolgd door Zwitserland. Puur en alleen kijkend naar de bovengenoemde bereidheid van een land staat Singapore op 1 en Nieuw-Zeeland op 2. 

De landen die in de afgelopen vijf jaar de grootste sprongen vooruit maakten op beide punten, zijn: Ivoorkust, Laos, Georgië en Filipijnen. Rusland klom omhoog in de landenindex maar helaas ook op de Fragile States Index (FSI), door binnenlandse politieke strubbelingen. IJsland en Cuba tonen eveneens een gemengd beeld: ze daalden in de landenindex maar verbeterden hun FSI-score. De landen die op beide punten achteruit gingen, zijn: Yemen, Syrië en Libië.

Op basis van de landenindex werd voor het Britse onderzoek aanvullend gescreend op semi-kwantitatieve criteria die specifiek verband hielden met het concept 'knooppunten van aanhoudende complexiteit'. Alle landen werden kwalitatief beoordeeld op hun individuele kenmerken op lokale schaal. Men hanteerde drie categorieën. Kan een land voldoende voedsel voor de eigen bevolking verbouwen (uitgedrukt in bouwland per hoofd van de bevolking)? Is er verbinding met en nabijheid van grote externe populaties? De onderzoekers gaan ervan uit dat massale populatieverplaatsingen een negatief effect hebben op de draagkracht van een ontvangend land. En wat is de flexibiliteit van de eigen energievoorziening en de productiecapaciteit van een land? Zo kwam de volgende shortlist tot stand:

1) Nieuw-Zeeland (plaats 2 op de Landenindex)

2) Tasmanië, Australië (12)

3) Ierland (21)

4) IJsland (8)

5) Verenigd Koninkrijk (11)

Canada en de Verenigde Staten eindigden ex aequo op plaats 6.

Hoe zit dat?

Nieuw-Zeeland scoorde de meeste punten vanwege de lage huidige bevolking (5 miljoen) en hoge fractie landbouwgrond (43,2%). Dit betekent dat de landbouwgrond per hoofd van de bevolking met 0,023 km2 hoog is. Er is directe toegang tot de Stille en Zuidelijke Oceaan. Het is een eilandarchipel op de middelste zuidelijke breedtegraden zonder nabijgelegen grote of dichtbevolkte landmassa's. Er is sprake van overvloedige inheemse hernieuwbare energiebronnen. Het land kent een moderne economie maar heeft een voornamelijk op primaire hulpbronnen gebaseerde, beperkte productiecapaciteit.

Australië heeft een gematigde huidige bevolking (25,8 miljoen), een hoge fractie landbouwgrond (52,9%) en zeer grote landoppervlakken. Dit betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking zeer hoog is met 0,158 km2. Het land heeft directe toegang tot de Stille en Indische Oceaan. Dit eilandcontinent is gelegen tussen de Stille, Zuidelijke en Indische Oceaan op lage tot middelhoge zuidelijke breedtegraden. Het is gescheiden van de afgelegen eilanden van de Euraziatische landmassa door een zeestraat van gemiddelde grootte, perifeer ten opzichte van grote Aziatische bevolkingscentra. Er is sprake van overvloedige inheemse hernieuwbare en niet-hernieuwbare energiebronnen. Het land heeft een moderne hightech economie met een matige productiecapaciteit.

Dit behoeft verdere toelichting. Klimaatopwarming zal waarschijnlijk leiden tot een verergering van bestaande trends op het Australische vasteland. Dat wil zeggen meer neerslag in natte, tropische zones en afnemende neerslag in gematigde en droge zones. De heersende klimatologische omstandigheden zullen waarschijnlijk extremer worden. Dat zal waarschijnlijk leiden tot veralgemeende negatieve effecten op de biodiversiteit, landbouw en infrastructuur. Landgebruikpatronen die sinds de Europese kolonisatie van het continent zijn geïntroduceerd, hebben het (reeds lage vruchtbaarheids)land zodanig aangetast dat de gevolgen van klimaatverandering (bosbranden en watertekorten) waarschijnlijk zullen verergeren.

Australië biedt een unieke situatie tussen de andere naties op deze lijst door enclave Tasmanië, 150 zeemijlen ten zuiden van het vasteland. Die eilandstaat wijkt door een aantal maatregelen aanzienlijk af van de continentale landmassa. 
De temperaturen in Tasmanië zijn sinds het midden van de 20e eeuw gestegen maar in mindere mate dan op het vasteland van Australië. De totale regenval is daar afgenomen in lijn met de ervaringen in Zuid-Australië. Over het algemeen zal Tasmanië waarschijnlijk minder gevolgen van klimaatverandering ondervinden dan continentaal Australië. Als zodanig kan het optreden als lokale regio met gunstiger startomstandigheden en zou het kunnen worden erkend als het 'lokale toevluchtsoord' (de reddingsboot) van Australië. Nu weet ik uit ervaring dat Tassies niet zitten te wachten op bootvluchtelingen uit de rest van Australië… Men ziet zichzelf niet per se als gewaardeerd onderdeel van dat grote continent. De meeste inwoners van dit eiland zouden liever als zelfstandig land verdergaan.

Ierland heeft een lage huidige bevolking (5,2 miljoen) en zeer hoge fractie landbouwgrond (66,1%). Dit betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking met 0,009 km2 matig is. Het heeft directe toegang tot de Noord-Atlantische Oceaan. Het is een eiland in de noordoostelijke Atlantische Oceaan op middelhoge noordelijke breedtegraden, gescheiden van de Euraziatische landmassa door Groot-Brittannië, een zee en een zeestraat van gemiddelde grootte, perifeer ten opzichte van grote Europese bevolkingscentra. Er is sprake van matige inheemse hernieuwbare energiebronnen. Dit eiland kent een moderne economie, maar is voornamelijk gebaseerd op primaire hulpbronnen en heeft beperkte productiecapaciteit.

IJsland heeft een zeer lage huidige bevolking heeft (54.000 inwoners) en een matige fractie landbouwgrond (18,7%). Dat betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking met 0,053 km2 ook matig is. Het land heeft directe toegang tot de Noord-Atlantische Oceaan, ligt op hoge noordelijke breedtegraden zonder nabijgelegen grote of dichtbevolkte landmassa's. IJsland beschikt over overvloedige inheemse hernieuwbare energiebronnen en heeft een moderne hightech economie, wel met beperkte productiecapaciteit.

Het Verenigd Koninkrijk laat een complexer beeld zien en heeft over het algemeen minder gunstige kenmerken dan de overige eilanden van deze lijst. Dit eiland heeft een hoge huidige bevolking (66,1 miljoen inwoners) en zeer hoge fractie landbouwgrond (71%) maar een gematigd totaal landoppervlak hetgeen betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking laag is met 0,003 km2. Het heeft directe toegang tot de Noord-Atlantische Oceaan en de Noordzee. Het is een eiland in de noordoostelijke Atlantische Oceaan op middelhoge noordelijke breedtegraden, gescheiden van de Euraziatische landmassa door een zeestraat van gemiddelde grootte, perifeer tot grote Europese bevolkingscentra. Het land kent overvloedige inheemse hernieuwbare en niet-hernieuwbare energiebronnen, een moderne hightech economie, met grote productiecapaciteit.

Ik noem mijzelf geen doemdenker maar als ik de wereld van nu aanschouw, word ik niet vrolijk van het beeld. De effecten van klimaatverandering gaan aan geen enkel land voorbij, het einde van de coronapandemie is nog echt niet in zicht, de energietransitie komt bijna overal ter wereld laat en moeizaam op gang. En over menselijke beschaving lijkt het mij beter maar helemaal te zwijgen…

Er kwam vanuit wetenschappelijke hoek ook kritiek op dit onderzoek; zoals viel te verwachten bij zo´n onderwerp. Er is onder andere kritiek op het gebruik van de ND-GAIN Landenindex omdat die een te sterke correlatie heeft met inkomen per capita. Suggeren dat alleen rijke landen veerkrachtig zouden zijn, is onjuist. Bovendien wordt geen rekenschap gegeven van het feit dat fossiele brandstoffen nog altijd nodig zullen zijn om een complete natie in zijn huidige vorm en complexiteit te voeden. Het inzetten van ossen en menselijke spierkracht is immers al eeuwen niet meer aan de orde. Ook zijn critici van mening dat het behouden van het hier & nu geen wenselijk scenario is. Een land dat wil overleven moet juist terugschalen naar een simpeler maatschappelijke, economische en technologische staat.

Nu Nieuw-Zeeland geen optie voor ons blijkt, liep ik de rest van de Lijst van Vijf nog eens af. Ook IJsland is geen uitwijkplaats naar onze goesting: het is er te koud. Ierland evenmin: ook te koud en bovendien te nat. Tasmanië, het aanhangsel aan de zuidpunt van Australië dan? Dat kennen we van een camperrondreis in 2016. Prachtig landschap en heel vriendelijke bewoners maar het lijkt alsof je Engeland van de jaren '50 van de vorige eeuw binnenstapt (met alles dat dat met zich meebrengt). Wellicht is dat de redding van die plek? Mijn liefje zou zich er direct naartoe laten teletransporteren maar zelf ben ik niet overtuigd van die plek als redding. Bovendien: hoe kom je daar als vasteland Australië niet meer als springplank kan fungeren door 's lands problematiek? Het Verenigd Koninkrijk dan, tenslotte? Nee, evenmin een optie. We woonden en werkten er vijf jaar lang met veel plezier maar na Brexit vinden we dit geen optie meer. Bovendien is het daar ook te vol, te koud èn te nat.

We laten deze reddingsboten dan ook aan onze neuzen voorbijgaan. Wel gaan we een sloepje kopen dat we op het terras leggen. Voor als het hoge water uit de Middellandse Zee komt opzetten. Dan laten we ons meevoeren op de stroming en zien we wel waar dat ons brengt. Als twee van de ettelijke miljoenen klimaatvluchtelingen van de toekomst...


woensdag 11 augustus 2021

Naar de reddingsboot! (deel 1)


Illustratie: Jip van den Toorn
Dit wordt weer een longread. Aan mijn schrijftafel is er geen sprake van komkommertijd! Recent verscheen een Engelstalig rapport dat mijn liefje onder mijn aandacht bracht. Het bleek te gaan om een uiterst interessant document. Nee, niet over het recente IPCC-rapport over klimaatverandering maar dat heeft zeker een relatie met dit onderzoek. Ik knip deze blog in twee delen op, uit compassie voor de lezer.  

In het kort: Nieuw-Zeeland zou het best zijn voorbereid op het instorten van de wereldwijde samenleving. Mocht het tot zo´n instorting komen door een financiële crisis, de verwoesting van natuur door klimaatverandering of een pandemie die ernstiger is dan corona (of alles tegelijk), dan zitten de Kiwi´s aan de andere kant van de aardbol er het best bij van ons allemaal!

Landen werden in het onderzoek gerangschikt op basis van een aantal criteria; onder andere de mogelijkheid om in eigen voedsel te voorzien, de eigen grenzen te bewaken en het electriciteitsnetwerk in stand te houden. Een shortlist van vijf landen kwam zo tot stand. Die blijkt te bestaan uit dunbevolke eilanden, eilandarchipels of eilandcontinenten op gematigde breedtegraden met sterke oceanische klimatologische invloed. Nieuw-Zeeland kwam uit de bus als land met het grootste potentieel. De andere landen op die lijst zijn: Australië -te weten Tasmanië, Ierland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk. (Canada en de Verenigde Staten eindigden samen op de zesde plaats.)

N.B. IJsland ligt weliswaar op subpolaire breedtegraden maar heeft een klimaat dat wordt afgeschermd door de Noord-Atlantische (Golf)stroom en heeft dus kenmerken van een landmassa die verder naar het zuiden ligt. Eilandcontinent Australië omvat meer klimatologische regimes vanwege zijn enorme omvang maar omvat een gebied met een gematigd zeeklimaat, te weten de zuidelijkst gelegen staat Tasmanië.

In het Britse onderzoek worden deze landen 'knooppunten van aanhoudende complexiteit' genoemd. Dit zijn geografische locaties die minder effecten kunnen ondervinden van een mogelijke instorting vanwege gunstige startomstandigheden. Die maken het mogelijk een zekere mate van maatschappelijke complexiteit te behouden in tijden van crisis. Dit onderzoek werd gedaan door Britse wetenschappers van het Global Sustainability Institute.

Professor Aled Jones leidde dit onderzoek en werd in de Engelse krant The Guardian geïnterviewd. Hij noemt het zorgelijk dat men op de meeste plekken op aarde niet goed is voorbereid op dit soort crises. Volgens Jones toonde de coronacrisis aan dat overheden snel kunnen reageren op een wereldwijde crisis al werden veel landen erdoor overdonderd. Hij meent dat landen meer speling moeten inbouwen in hun systeem. Overigens gelooft hij niet dat onze beschaving tenonder zal gaan aan de gevolgen van klimaatverandering maar het zal wel zorgen voor een wereldwijde schok die we wellicht niet te bovenkomen.

Ik ging op zoek naar het wetenschappelijke rapport zelf maar zocht eerst uit of en hoe mijn liefje en ik zouden kunnen emigreren naar Nieuw-Zeeland. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het land geeft verblijfsvisa uit aan studenten, personen in de werkzame leeftijd wier skills set men daar tekortkomt en aan toekomstige inwoners die miljoenen dollars of euros in het land willen investeren. 

Het zal niemand zijn ontgaan dat Nieuw-Zeeland miljardairs in de afgelopen jaren residentie verschafte omdat ze er land kochten en daar hun ondergrondse bunkers konden bouwen. Ze worden ‘doomsday bunkers’ genoemd, als schuilplek voor wanneer de wereld dreigt te vergaan. Nieuw-Zeeland bood voor de uitbraak van de coronapandemie zogenaamde ‘investor visa’ aan voor USD$6.000.000 voor een verblijf van drie jaar. Vorig jaar ging een recordaantal Silicon Valley-superrijken die kant op, voor een verblijf in de eigen bunkers. Sommigen waren te laat. Het land sloot zijn grenzen namelijk voor elke buitenlander.

Onder de knop ‘permanente residentie’ op de website van de migratiedienst van Nieuw-Zeeland zit echter het grote niets… Geen enkele functie, geen informatie, je kunt niet doorklikken. Met andere woorden: als je niet in bovenstaande categorieën valt, zwaait men in Wellington de deuren echt niet voor je open!

In 2006 maakten wij een wekenlange rondreis over het noorder- en zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Ik moet bekennen dat mijn eerste ervaringen ter plaaste nogal tegenvielen. Aan deze reis ging drie maanden rondtoeren in een camper in buurland Australië vooraf. Op dat grote continent voelden we ons zo vrij als vogels en bovendien zeer welkom. Alles liep daar van een leien dakje. De ongedwongenheid en gemoedelijkheid van de Ozzies stond in sterk contrast met de afstandelijkheid en stuursheid die we aantroffen in Nieuw-Zeeland. We maakten daar gemakkelijker contact met de (miljoenen) schapen die er rondlopen! Die ervaring schokte mij destijds. De natuur van het land is echter overweldigend en onovertroffen maar zou ik daar echt willen wonen? Nee. Zelfs niet nu het land 's werelds belangrijkste reddingsboot blijkt te zijn.

De inleiding van dit rapport begint met de geschiedenis van de menselijke beschaving. Die maakte sinds het begin een voortdurend traject van toenemende sociaal-politieke complexiteit door; een trend die de laatste jaren in een dramatische stroomversnelling terechtkwam. Dit fenomeen leidde tot een steeds ernstigere verstoring van het aardsysteem (naar het Griekse woord 'Gaia', voor aarde). Een recente manifestatie van zo´n verstoring op wereldschaal is klimaatverandering.

De eerste grote verandering die de mens bereikte na een lange periode van leven in kleine, verspreide groepen jager-verzamelaars, was de overgang naar een op landbouw gebaseerde beschaving. Die vond onafhankelijk en op meer locaties tegelijkertijd plaats. Dit werd grotendeels mogelijk gemaakt door de verschuiving naar een warmer, stabieler interglaciaal klimaat op wereldschaal dat we het Holoceen gingen noemen.

De grote verschuiving als gevolg van de verspreiding van de landbouw leidde tot consistente energetische en materiële overschotten die op hun beurt de vestiging van vaste stedelijke nederzettingen, hiërarchische samenlevingen en organisatorische complexiteit zoals arbeidsspecialisatie mogelijk maakten.

De opkomst van deze verschijnselen zette mechanismen in gang (onder andere voedseloverschotten) die leidden tot een verder toenemende bevolkingsgroei en de ruimtelijke uitbreiding van landbouw en menselijke activiteit over het grootste deel van de aarde. De groei van de omvang en de complexiteit van de menselijke beschaving ging eeuwenlang door, maar werd uiteindelijk beperkt door de afhankelijkheid van natuurlijke energiestromen en de toepassing van spierkracht van mens en dier om energie en materiële hulpbronnen te gebruiken.

Het overwinnen van deze begrenzingen begon rond 1800 -het begin van de Industriële Revolutie- met grootschalige exploitatie van de zeer grote energievoorraad in fossiele koolstofafzettingen, met behulp van nieuw ontwikkelde technologieën. De wereldbevolking en de industriële capaciteit groeiden snel door maar bereikten pas rond het midden van de 20e eeuw een bijna exponentiële groei. Deze periode, die de ‘Grote Versnelling’ (de afgelopen 70 jaar) wordt genoemd, leidde tot de snelste en ingrijpendste van alle eerdere veranderingen. 

Deze grote versnelling wordt gekenmerkt door een substantiële en voortdurende toename van de maatschappelijke complexiteit en de omvang en intensiteit van menselijke activiteiten over een breed spectrum: bevolkingsgroei, energie- en zoetwatergebruik, stikstofbinding en cementproductie. Het effect van deze dramatische groei in de collectieve menselijke beschaving leidde tot de karakterisering van de recente geschiedenis van de aarde: het ‘Antropoceen’ (naar het Griekse woord 'anthropos' voor mens). Een tijdperk waarin menselijke activiteit van invloed is op de aarde en het klimaat.

Het aardsysteem is echter eindig in ruimtelijke omvang, energetische capaciteit en algehele complexiteit, en de voortdurende uitbreiding van menselijke inspanningen resulteerde (en zal blijven resulteren) in het overschrijden van de grenzen van dat systeem en het uit balans raken ervan. Dat aardsysteem is op zich zelfregulerend maar lijdt onder een sterke en groeiende verstoring door menselijke activiteiten. Deze kunnen het potentieel hebben om de op landbouw gebaseerde beschaving die tot bloei kwam in goedaardige Holoceen-omstandigheden, fundamenteel te ondermijnen.

Deze verstoringen resulteerden in een scala aan effecten op de wereldwijde menselijke beschaving. Die bevindt zich thans in een hachelijke situatie door klimaatverandering, een verhoogd risico op pandemieën, ecologische vernietiging (die zich manifesteert als de zesde uitstervingscyclus) en groeiende risico's van systemische instabiliteit. Met name de combinatie ervan brengt onze complexe beschaving mogelijk in een precaire positie. Er hangen donkere wolken boven onze toekomst!

Je zou dit scenario code rood voor de mensheid kunnen noemen, zoals António Guterres, secretaris-generaal van de VN onlangs deed na publicatie van het IPCC-rapport. Deel 2 verschijnt binnenkort.