Translate

vrijdag 9 januari 2026

Poltergeist

Ik had het mij nog zó voorgenomen: 2026 zou mijn jaar van hoop worden, met goede voornemens bij de vleet. Oudejaarsnacht moest toen nog beginnen. En daar ging het al fout... Mijn liefje en ik bleven die avond thuis, we hadden geen zin in feesten en partijen. We waren oppasmoeders voor Lenny. Het is een Shih Tzu, een eeuwenoud hondenras uit Tibet. Deze gezelschapshond was lange tijd populair aan het Chinese hof. Lenny is de hond van de overleden zoon van vriendin en buurvrouw Liselotte. Zij ging na zijn dood voor de hond zorgen en dat was soms uitdagend. 

Lenny is namelijk heel eigengereid en eigenwijs. Hij kent echter ook momenten van aanhankelijkheid. Als je hem aait, gaat hij direct op zijn rug liggen. Als je ermee stopt, tilt hij zijn pootje op en vraagt je ermee door te gaan. Als ik bij hem thuis aankom, klinkt er een opgewekte welkomsblaf uit zijn keel. Toen Liselotte tijdelijk niet in haar eentje voor hem kon zorgen, namen wij enkele zorgtaken voor Lenny over. Zo leerden we hem beter kennen en meer waarderen. Die affectie ging zelfs zover dat mijn liefje (meer een poezen- dan een hondenmens) zei dat ze wel openstond voor het idee Lenny te adopteren als er iets drastisch zou misgaan met Liselotte. Ik keek ervan op. Zelf zou ik best een huishondje willen hebben maar nu zijn we nog blij om te gaan en te staan waar we willen, ongehinderd door de zorg voor een huisdier. De liefde voor Lenny vlamde dermate op dat ik hem vereeuwigde met pastelkrijt en het portret ingelijst aan Liselotte kado deed, afgelopen Kerst. Dat hangt nu in haar slaapkamer. 

Liselotte gaf ons een pluchen hondenmandje kado waarin Lenny kan liggen als hij op bezoek komt. Ze komen regelmatig met hun tweeën bij ons lunchen of dineren en dan hoeft er geen mandje meer te worden meegebracht. We dronken samen nog een eindejaarsborrel en daarna namen we de viervoeter met etenswaren en enkele speeltjes mee naar huis. 

Het zachte mandje stond op Oudejaarsavond voor hem klaar, dicht bij de kachel. De hondensnacks lagen eveneens op grijpafstand. Af en toe kwam hij langs voor een aai en een knuffel. Het was die avond uiterst gemoedelijk. Lenny zat soms bij mijn liefje, soms bij mij. Wisselde zijn nieuwe mandje af met zijn gevoerde ligkleedje elders in huis terwijl wij hapjes aten, bubbels dronken en tv keken op de bank. Ook daarop werd een plekje voor hem gereedgemaakt. 

Hij was die avond de gezeglijkheid zelve. We vormden een liefdevolle drieeenheid. Hij keek niet op of om toen het knallen van vuurwerk begon. Dat ging nog ongeveer een half uur door maar het leek hem niet te deren. Het was pais en vree in Huize Barefoot. 

Na middernacht gingen we naar boven om ons klaar te maken voor de nacht. Zijn mandje ging mee, wij hadden besloten dat hij daarin op onze slaapkamer mocht liggen. Niet in bed, dat was een brug te ver. Zo gezegd, zo gedaan. Wij doken in bed en Lenny dook er aanvankelijk onder. Het licht hielden we voorlopig aan. We moesten alledrie wennen. Daar lag hij een tijdje zonder gedoe. Ik knipte het licht iets later uit en toen begon zijn rusteloze gedrag. Op en neer, heen en weer, rondwandelend, snuffelend aan een blote voet die even buiten het dekbed stak. Dat ging zo door. Totdat mijn liefje meldde dat ze niet kon slapen. De mand met Lenny erin moest maar op de overloop worden geplaatst en de slaapkamerdeur dicht. Oké.  

Direct daarna begon het... Hij krapte zo hard en aanhoudend aan de onderkant van de deur dat die opensprong. Enter Lenny. Ik knipte het nachtlampje weer aan en begeleidde hem naar de uitgang. Hij liep, staart zwiepend, achter mij aan. Deze keer drukte ik de deur beter in het slot. 

Het krabben werd even later zo intens dat ik vreesde dat hij met zijn hondenpootjes dwars door de deur zou gaan. Door de deur heen riep ik ‘Nein, Lenny’ (hij is in Schwizerdütsch opgevoed) en daarna was het enkele seconden stil aan de andere kant. Totdat hij weer begon. Het leek alsof er een trein in de richting van de slaapkamer denderde. Werd die hond gek?! Het krabben werd zo manisch dat ik maar één gedachte had: POLTERGEIST... Ken je die angstaanjagende horrorfilm van Steven Spielberg, uit de jaren '80 van de vorige eeuw? Het is het verhaal van kwaadaardige bovennatuurlijke krachten die een woning van een gezin met een jong meisje binnenvallen en dat in een spookhuis veranderen. Welnu, wij waren dat meisje. 

Ik kende deze Lenny niet en was verbijsterd... Ontgoocheld zelfs. Ik omschreef deze hond wel als koppig en eigengereid. Zo verdomt hij het regelmatig om mijn gekozen richting op te wandelen tijdens onze ommetjes. Soms blijft hij stokstijf op straat zitten, met zijn rug naar mij (ons) toe. Dan trek ik hem de andere kant op en spreek hem streng toe. Maar dit?! De duivel leek in hem gevaren! Dr. Evil was back. 

Zo raakten we verstrikt in een ongekende ‘Battle of the Minds’. Ik zag die nacht eigenwijsheid 3.0 in volle glorie. Mijn liefje drukte ik op haar hart nu niet te willen plassen. Dat zou desastreus zijn voor de afloop van dit gevecht der geesten. Wie opgaf, zou winnen. Hij zou het openen van de deur zeker zo opvatten. Hij is geslepen (zeg ik nu). Hij zou dan ‘winnen’ met zijn nare gedrag en mijn liefje kon dan alsnog haar nachtrust vergeten. Een open deur was dus geen optie.

Wij hielden vol en Lenny ook. Hij krabde vijf uur lang, met af en toe een rustmomentje. Die stilte vulde hij op met piepen en janken. (Gelukkig waren de Spaanse buren niet thuis...) Ik deed die nacht geen oog dicht. 

Om 5:30 uur vond ik het welletjes en stapte uit bed. Op mijn blote voeten en mijn pantoffels in de hand zodat hij mij niet hoorde aankomen. Ik trok de deur resoluut op, knipte het lichtknopje aan op de overloop en keek naar beneden. Daar stond de hond voor de deur, de mand bleef de hele nacht leeg. Ik herkende zijn fysiek wel, enthousiast zwaaiend met zijn staart. Maar die kop?! 

‘Bad boy’ zei ik hem enkele keren vermanend, terwijl ik naar de resten van de uit elkaar gerukte tochtstrip onder de slaapkamerdeur keek. ‘Bad boy’, zei ik wederom toen ik mijn ochtendpak aantrok. Vervolgens liep ik de trap af, met hem -staartzwiepend- op mijn hielen. Hij was zich ogenschijnlijk van geen kwaad bewust.

Ik trok een warme jas aan, deed hem zijn riempje om en samen liepen we de donkerte in. Ik zweeg. Hij liep ver voor mij uit, zijn staart nog steeds zwiepend in de koele lucht. We kwamen terug van onze ronde, ik voedde hem en verschoonde zijn waterbak. Daarna was het tijd voor samen spelen en naast elkaar zitten, wat Lenny betrof. Ik negeerde hem en begon aan mijn eigen ochtendritueel (puzzeltje, taalapp Duolingo en de digitale krant). Langzaam maar zeker leek hij te begrijpen dat hij het had verbruid bij mij... (Lenny is een slimmerik.) Hij ging er even een uurtje of wat over slapen. Licht snurkend.

Mijn liefje had na mijn opstaan nog twee uurtjes lekker liggen slapen en dat was de winst van de dag. Uiteindelijk wist Lenny niet wat hij moest doen om het goed te maken met mij. Hij drentelde continu voor mij, naast mij en achter mij. Zat naast mij op de bank, naast mij in mijn kantoor, naast mij aan de ontbijttafel. Eerst links en als dat niets opleverde, dan rechts. Hij zat met zijn speelgoed in zijn bek en staarde onophoudelijk naar mij. Dat werkte tot voor kort. Ik zou zijn speelgoedje dan afpakken en wegslingeren, zodat hij er achteraan kon. En weer, en nogmaals. Daarop rekende hij nu ook, alsof er niets aan de hand was. Maar niks werkte die ochtend. Hij leek steeds sipper te worden... Nèt goed, dacht ik.

Vóór het kopje koffie bracht ik hem en zijn spullenboel terug naar zijn moeder. Ik had geen zin meer in hem. Aan haar vertelde ik het nachtelijke drama in geuren en kleuren terwijl Lenny in zijn mand kroop, kop naar beneden. Liselotte vatte het voorval bondig samen: ‘dat was dus de eerste en laatste logeerpartij’. Dat klopt als een zwerende vinger! Moe liep ik naar huis terug, een ervaring rijker. Niks adoptiehond.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten