Ik werd opnieuw verliefd en mijn liefje was de eerste aan wie ik dat opbiechtte. Ze was van slag van het bericht en dat kon ik mij voorstellen. Na bijna 37 kreeg ze concurrentie... Na enige bezinning begreep ze mijn gevoel echter wel. Bij doorvragen, bleek zij ook warme gevoelens te hebben voor mijn nieuwe vlam. Het kon dan ook niet uitblijven: we vormen nu een trio.
‘The object of my desire’ gaat op twee spichtige pootjes door het leven. Over haar borstpartij ben ik werkelijk lyrisch! Over haar zang ook. Ze voelt zacht aan maar vergis je niet: er zit een stevige kern in. Soms houdt ze haar koppie schuin, alsof ze voortdurend op haar hoede is. Elke ochtend en elke namiddag zien we elkaar. Dan sta ik met mijn telelens voor het raam, verscholen achter het gordijn, om haar te fotograferen. Ik ontpopte mij tot heuse gluurder. Ik heb inmiddels zoveel portretten dat de vogel een eigen album verdient, getiteld ‘Birdlife with Robin’. Mijn Robijntje... zucht.
Nadat we eind vorig jaar de roodborst in onze tuin ontwaardden, begonnen we te lezen over roodborstjes in de wintertuin. Daarmee kwam een stroom aan artikelen over dit gevederde vriendje op gang (via ‘Trending’). Ook in het Spaans. Roodborst heet in die taal ‘petirrojo’ en er bestaat een uitdrukking als ‘tenir el petirrojo’. Dat betekent dat iemand geluk en bescherming met zich meedraagt. Een aardig bijgeloof.
Nu is het aan de Costa Blanca qua weer lang niet zo bar en boos als in hoger gelegen delen van Europa maar koud vond ik het in de afgelopen periode wel! De temperatuur kwam nooit lager dan 3 graden Celsius in de nacht en vroege ochtend maar toch bibberde ik regelmatig. Overdag hebben we alweer temperaturen van boven 20 graden, dus wij mopperen niet (lang) maar de vogels wel.
Ik weet niet zeker of het er eentje is die telkens terugkeert of dat we te maken hebben met meer dan een roodborst; ik denk dat laatste. Het bijvoederen was bedoeld om deze vogel(s) door de winter te helpen. Dat deden we eerst met muësli, later werd daar vogelzaad aan toegevoegd. Dat mengsel bleek niet alleen de roodborst aan te trekken. Er kwamen jonge en volwassen merels, diverse soorten mussen en zelfs Turkse tortels op af.
Er bleek sprake te zijn van een duidelijke hiërarchie onder de vogelpopulatie. De merels waren aanvankelijk de grootste vogels die een graantje kwamen meepikken. We hebben te maken met een volwassen mannetje (gele snavel) en een jong mannetje (nog niet helemaal geel). Afgelopen voorjaar hadden we twee merelstellen in de tuin die zich voortplantten in onze stoutejongensboom. Een merelkuiken bleek een handicap te hebben, misschien wel doordat het diertje uit het nest viel of werd aangevallen. Er was een wond te zien boven een oog. Misschien is hij nu de jonge vogel die zijn extra voedsel beschermt. Beide merels gedragen zich agressief op de voederplaats als andere vogels verschijnen. Mussen en duiven gaan eveneens goed zijn.
De mussen die zich melden, zijn Spaanse mussen (passer hispaniolensis) en huismussen (passer domesticus). Ik denk dat ik af en toe ook een rotsmus -niet te verwarren met de rotmuts- zie, petronia petronia. Mannetje huismus is te herkennen aan een witte oogvlek en grijze bies bovenop de kop. Vrouwtje huismus heeft een beige wenkbrauwstreep. Beide goed te zien door de telelens.
De Spaanse mus een donkerder borstvlek (‘slabbetje’ genoemd) dan de huismus. Dat is op de foto hiernaast goed te zien.
De vrouwtjes zijn bij beide soorten slanker (smaller) dan de mannetjes. De vogels komen altijd met velen bij de voederplaats aan. Er is altijd een dappere die de eerste stap zet nadat het strooisel is neergelegd. De mus is in gedrag veel toleranter dan de merel. We hebben al jaar en dag een grote groep residente mussen in onze tuin sinds we een vogelbar in de tuin hebben. De aanvoerder van dat mussengezelschap doopten we ooit ‘Bowo’, Bolletje Wol. Hij was destijds de grootste dikkerd van de groep.
Mussen en roodborstjes zijn ongeveer van dezelfde grootte en verdragen elkaar ogenschijnlijk goed, al wordt wel beweerd dat een roodborst territoriaal is. Hier snoepen ze vaak harmonieus samen van ons strooisel. Als je ze, zoals wij nu, goed kunt bekijken, kun je zien dat hun snavels nogal verschillend zijn. Een mus heeft een stevige, kegelvormige snavel die uitermate geschikt is voor het eten van zaden. De roodborst heeft een langere, puntiger snavel die zich beter leent om insecten en wormen uit de bodem te trekken. Hun insectendieet wordt in de winter dus aangevuld met zaden, vruchten en voedselresten. Een mannetje en vrouwtje roodborst zien er hetzelfde uit.
Ik las ergens dat de roodborst in wintertijd kan genieten van een stukje appel. Dus ik snipperde op een ochtend een deel van een granny smith en legde dat rondom het zadenstrooisel. In grote afwachting van wat zou komen... Nou, er gebeurde aanvankelijk niks, nada. Er zaten tientallen vogels in omringende bomen en struiken op onze patio maar geen vogel maakte aanstalte om te gaan foerageren. Het duurde en duurde maar er gebeurde niets. De appel was wellicht te vreemd qua substantie? Er moest dus iets veranderen om terug te keren naar de prettige situatie van daarvoor. Mijn liefje haalde de meeste stukjes appel weg en deed die over in een ander bakje dat ze op de buitenbar zette.
Het was de roodborst die zich als eerste vertoonde bij het voedsel. Hij/zij/hen was de dapperste. Onze favoriete vogel van dit seizoen haalde de overgebleven appelstukjes er vakkundig uit. Ik heb het vogeltje nog nooit zo vaak zien bukken voor een hapje. Pas daarna volgde de rest van de vogelpopulatie, met het gebruikelijke gedrag.
Op een ochtend hoorde we het bekende zanggeluid van de roodborst door de tuin klinken. We waren later dan normaliter met uitstrooien dus we vermoedden dat de vogel ons tot de orde riep. ‘Waar blijven jullie?’ Waar was het welverdiende wintervoer? Mijn liefje (die andere op twee pootjes) snelde naar buiten om het zaad uit te strooien.
Dat niet iedereen liefde voor vogels voelt, bleek toen er een houten plank in mijn vizier verscheen. Het was Spaanse buurvrouw Isabel (ze bleef zelf uit het zicht) die met dat ding ons muurtje schoonveegde. Er bleef bijna niets liggen. Wat voer er in haar? Dat was niet haar muur, het was de onze! Tja.
We zijn al
jarenlang gebrouilleerd. Zij zijn zonderlinge types die niet kunnen communiceren, met
niemand in de straat contact hebben. Het is niet de eerste keer dat ze vreemd gedrag vertonen... We probeerden aanvankelijk om met hen in contact te komen maar gaven het uiteindelijk op. Ze komen
bijna nooit buiten en krijgen zelden bezoek. We kozen een andere muur voor het
strooisel, om escalatie van de kwestie te voorkomen. Die ligt meer uit
ons zicht is en dat is toch wel jammer.
Hoe het ook zij, een roodborst is een hartverwarmend vogeltje. Hier zijn alle gevederende vriendejs welkom. Project Roodborst is nog even ons favoriete winterse project.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten