Laatst bereidden we een lunch voor onze Spaanse overbuur-vrienden Guillermo en María Victoria voor. Dat werd weer eens tijd. Elk jaar komen zij uit Madrid de zomermaanden doorbrengen in hun vakantiehuis aan zee. Zij behoorden tot de eerste Spanjaarden in de straat die contact met ons zochten. Guillermo sprak toen behoorlijk goed Engels want hij had lang in de toeristenindustrie gewerkt. Ze waren niet bang voor buitenlanders! Zelf sprak ik hem altijd in het Spaans aan, al ging dat niet foutloos. Zij wisten dat ze mijn taalgebruik moesten corrigeren maar dat deden ze sporadisch. Van hen leerde ik paëlla maken, met de ingrediënten en merken waaraan zij de voorkeur geven.
We sleepten elkaar tijdens de coronapandemie door de strenge lockdown. Van achter onze poorten zwaaiden we dagelijks naar elkaar, vertelden hoeveel kilometers we al hadden afgelegd op onze patio’s. We stuurden elkaar foto’s van gerechten die we bereidden, zonden memes en grapjes door die we zelf hadden ontvangen (inclusief vertaling). Af en toe stak ik de straat even over voor een praatje op minder afstand. Dat is ook iets dat ik nooit zal vergeten.
Guillermo
kreeg in corontijd een hersenbloeding. Een van de buurmeisjes, Cristina, was
destijds nog thuis. Ze was net afgestudeerd als arts en deed wat ze moest doen.
De ambulance liet destijds ellenlang op zich wachten. Er kwam zelfs lokale politie
of guardia civil aan te pas. Moest de ambulance uit buurprovincie Murcia komen
of uit eigen provincie Alicante? Lag het adres in Torre de la Horadada of in El
Mojón? Die verwarring was er toe en is er nog steeds regelmatig. (Alleen niet toen ik de
ambulance belde voor mijn liefje die met een gat in haar hoofd onder aan de
trap lag. Toen stond de ziekenauto in 5 minuten met zwaailichten en sirene voor onze
poort...)
Uitendelijk kwam Guillermo er goed vanaf. Toen hij terugkeerde uit het ziekenhuis kon hij nauwelijks praten. Zijn Engelse taalbeheersing bleek hij later geheel te hebben verloren. Terug in Madrid nam hij deel aan allerlei therapieën. Hij praat weer en maakt grapjes, al zegt hij zelf dat zijn hoofd niet meer is wat het was. Wel rijdt hij nog steeds auto.
Ja, het is hier momenteel warm (hittegolf) maar op ons terras voor het huis is het gedurende het grootste deel van de dag goed toeven. Dat komt omdat we een ruime overstek hebben (een overkapping door het bovenbalkon) die voor schaduw zorgt. Daarnaast hebben we veel groen in de tuin dat eveneens voor schaduw en afkoeling zorgt. Een goede kwaliteit ventilator en een zonnescherm van degelijk materiaal doen de rest. Daar kunnen we ontbijten, lunchen en dineren als we willen. Zo komen we deze zomer wel door, zolang er een beetje wind blaast uit een andere richting dan de Afrikaanse Sahara. Of dat ook lukt in augustus, gaan we zien. Vorig jaar aten we vaak binnen.
Onze Madrileense vrienden kwamen voor de lunch. Als kadootje kregen wij (onder andere) een grote bak kersen; groot, dieprood en vlezig. Uit Extremadura, de geboortegrond van María Victoria. Dat was een van de eerste dingen die ze jaren geleden met ons deelde: haar herkomst. Spanjaarden voelen een diepe band met hun geboortegrond, waar ze later in het leven dan ook terechtkomen.
De regelmatige lezer weet dat Spanjaarden in deze contreien hun belangrijkste maaltijd van de dag eten rond 15:00 uur. Voor-hoofd-nagerecht. Ik kookte geen typisch Spaanse lunch, dat kunnen ze zelf. Na een rondje tapas werd het een driegangenmenu met een klein voorgerecht (met van alles gevulde Murcia-tomaat), ravioli met Pedro Ximenez-saus en een dessert met Aziatisch tintje: gepureerde papaya/mango met kokosroom. Ik had aandacht besteed aan de aankleding en legde uit dat wij een uitdrukking kennen die zegt dat mensen niet alleen met hun smaakpapillen eten maar ook ‘met de ogen’. De complimenten vlogen over het terras!
Voordat we aan tafel gingen, gaf mijn liefje-de-tuinkabouter een rondleiding. Daarover lieten onze gasten zich waarderend uit en dat is terecht. Onze tuin is klein maar fijn! Mijn liefje besteedt er veel tijd en energie aan, je kunt het haar grootste hobby noemen. Voor onze komst naar deze woonplek plantten de vorige eigenaren een subtropische struik in de tuin (die we kennen uit Bali). Het groeide uit tot een metershoge boom die een groot deel van het jaar in bloei staat met fijne paars-blauwe bloemtrossen en oranje-rode bessen die net als aalbessen aan een tros hangen. De bessen van de stoutejongensstruik zijn echter giftig. In 2018 werd de boom bezocht door een kolibrievlinder, een soort uit de familie van de pijlstaarten. Dit insect is niet heel zeldzaam maar voor ons was het de eerste keer dat we het zagen op eigen terrein.
Tijdens die excursie viel Guillermo’s oog op een staander met glas in het midden van de tuin. Hij vroeg aan mijn liefje waartoe dat diende. Dat was onze vogelbar, zei ze enthousiast. Wij een borrel, zij een borrel!
Hoe maak je iets ongewoon wat voor zoveel mensen gewoon is? Reclames spelen volgens verslavingsdeskundigen een belangrijke rol in dit gebruik. Een algeheel reclameverbod zou volgens deskundigen de enige oplossing zijn. De prijs van alcoholvrije drankjes moet dalen, de prijsverschillen tussen alcoholisch en niet-alcoholisch moet omlaag. Alcoholverkoop zou moeten worden beperkt tot gespecialiseerde staatswinkels, naar Zweeds model. Organiseer feestjes zonder alcohol, op het werk en in privé. Zien drinken, doet immers drinken.
Ondanks alles vroeg ik mij af welk signaal werd gegeven toen Jezus volgens de overlevering water in wijn veranderde? Was dat dan bedoeld als kado aan de mensheid of juist als beker gif?
Mijn liefje en ik maken ons schuldig aan alcohol drinken. In de zomer drinken we af en toe een cocktail als er iets speciaal is te vieren, bij de maaltijd drinken we wijn. Elke dag. In de zomer een jonge, frisse & fruitige rosé (huiswijn uit Rioja genaamd Marqués de Cáceres), in de winter is rode wijn favoriet. Mijn liefje en ik zijn voorlopig niet van plan te stoppen met deze slechte maar smakelijke gewoonte. Ik herinner mij dat de Spaanse oncoloog van mijn liefje jaren geleden zei dat twee glazen wijn per persoon per dag geen probleem mag zijn. Tja.
Onze vogelbar wordt momenteel meermalen per dag intensief gebruikt; het water wordt regelmatig verschoond en de glazen gaan in de vaatwasser. We zorgen goed voor onze gevederde vriendjes! Het gaat met name om leden van de residente groep vogels (Spaanse mussen) in onze tuin, onze stamgasten. Die komen al jaren dagelijks drinken. Recent kregen we echter nieuwe barbezoekers: insecten. Zoemende vriendjes, zal ik maar zeggen. Die zijn van essentieel belang voor een gezonde (bloeiende) tuin. Dat bezoek was nieuw voor ons.
Voor hen is het belangrijk dat het waterbakje tot de rand toe is gevuld. Dan kunnen ze op die rand landen en met hun monddelen druppels oplikken. Insecten verdrinken snel dus het is een hachelijk karweitje... Sommige insecten, zoals de kolibrievlinder, hebben een roltong maar daarover beschikt niet ieder insect. Het verschijnsel van drinkende insecten legde ik afgelopen week een aantal keren vast met mijn zoomlens.
Het
werd een genoeglijke middag voor alle aanwezigen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten