De Verenigde Staten vieren vandaag hun 250-jarig jubileum. Het land kijkt terug op tweeënhalve eeuw grootsheid. Dit wordt overal groots gevierd, of het nu door America250 (een bipartijdig orgaan dat door Obama werd opgericht en ingesteld door de Senaat) of door de alternatieve organisatie Freedom250 (door Trump geïniteerd) wordt georganiseerd; twee elkaar beconcurrerende instanties.
Tweeënhalve eeuw geleden begon men de belofte van 'leven, vrijheid en het nastreven van geluk' uit te dragen. Anno 2026 is dat geluk voor vele Amerikanen ver te zoeken. De ‘Amerikaanse Droom’ is geëvolueerd van een ambitieuze onafhankelijkheidsverklaring naar een bijna inhoudsloze marketingcampagne. Het idee dat iedereen, ongeacht afkomst, sociale klasse of achtergrond, succes en welvaart kan bereiken, blijkt een wassen neus. Het oorspronkelijke idee was gebaseerd op hard werken en de overtuiging dat je met de juiste inzet je eigen lot kon bepalen.
Dat is al lang niet meer zo. Toen de Founding Fathers de grondwettekst schreven, hadden ze een gematigde president voor ogen die boven de partijen wilde staan. Niet de vandaal die nu in het Witte Huis vertoeft. Sinds zijn eerste regeringstermijn noem ik hem in mijn blogs ‘The Great Deranger’, de grote ontregelaar. Men viert de triomf van de democratie terwijl de democratie afbrokkelt. De huidige president beschikt niet over enig democratisch ethos, wel in ruime mate over autocratische trekken. Hij trekt steeds meer macht naar zich toe en het Hooggerechtshof weigert zijn groeiende macht aan banden te leggen. (Dat bleek afgelopen week opnieuw.)
Het land is trots op zijn militaire, technologische en culturele wereldhegemonie. Zo kijkt de VS terug op een geschiedenis waarin het de wereld redde, het internet bedacht en de consumptiemaatschappij vormgaf. Ironisch genoeg is het ook het land dat nu oorlogen start zonder duidelijk doel of weloverwogen exit-strategie, een land met tech-bedrijven die met hun producten de wereld lelijker en gevaarlijker maken, en het land waar men dagenlang in de rij staat voor een nieuwe gadget, voor de supermarkt, voor gezondheidszorg en voor vluchten. Daardoor ontstond er een zogenaamde ‘Skip the Line’-economie: mensen met meer besteedbaar inkomen kunnen daar gebruikmaken van voorrangswegen nieuwe stijl.
Het is het land waar Big Tech de wereld ontegenzeggelijk heeft verbonden maar dat bracht tegelijkertijd grote maatschappelijke en psychologische uitdagingen met zich mee. Of socialmedia de wereld per saldo slechter hebben gemaakt, blijft onderwerp van fel debat onder experts.
Deze natie is de ultieme paradox. Enerzijds is er het geloof in eigen exceptionalisme, anderzijds is er de realiteit van verdeeldheid, extreme polarisatie en culturele strijd. De viering in Washington D.C., georganiseerd door DC250, illustreert dit perfect: groots vuurwerk en ‘over de top’-festiviteiten, bijgewoond door bewoners die hevig debatteren over de eigen identiteit en hun gedeelde geschiedenis. Desondanks blijft de kracht van Amerikanen de onverwoestbare hoop dat alles morgen beter wordt.
Een kwart millennium vrijheid, vooruitgang, democratie en zelfvertrouwen. Althans, dat is het officiële verhaal. Volgens president Trump moet het een feest worden dat alle voorgaande feesten overtreft: groter, mooier, glimmender en patriottischer dan ooit tevoren. In een land waar de ontbijtpannenkoeken al het formaat van een fietswiel hebben, klinkt dat logisch.
Amerika -zeker onder de huidige president- houdt immers van superlatieven. Het grootste leger. De hoogste vlaggenmasten. De beste economie. De luidste verkiezingscampagnes. De beste parades. De grootste hamburgers. De dikste wereldburgers. En nu dus ook het grootste verjaardagsfeest uit de geschiedenis van de republiek.Je zou bijna vergeten dat de Verenigde Staten ooit begonnen als een verzameling opstandige kolonisten die het gezag van de Britse kroon zat waren en hun ongenoegen uitten door een lading thee in een haven te kieperen (Boston Tea Party, 1773). Een daad die in andere tijden en andere landen wellicht als vandalisme zou worden bestempeld maar die in de Amerikaanse geschiedschrijving de status van heldhaftige vrijheidsdaad kreeg en behield. Dat is overigens een terugkerend thema in de Amerikaanse geschiedenis: wanneer Amerikanen iets vernielen, heet dat vaak patriottisme. Wanneer anderen hetzelfde doen, heet het vandalisme.
De toenmalige opstandelingen waren de Britse koning zat, vandaag de dag zit het Amerikaanse volk opgescheept met iemand aan het roer die zichzelf koning waant en zijn gezin ziet als de 'Royal Family' van het land. Tijdens de tweede regeringstermijn van Trump begonnen de 'No Kings'-demonstraties. In maart van dit jaar gingen 8 miljoen Amerikanen de straat op in 50 staten om te protesteren.
De Verenigde Staten presenteren zich graag als de ‘Home of the Brave’, het thuis van de moedigen. Dat klinkt indrukwekkend totdat men zich realiseert dat een aanzienlijk deel van die moed bestaat uit het voortdurend verzamelen van vuurwapens. Geen enkel ontwikkeld land ter wereld heeft zo'n innige liefdesrelatie met geweren, pistolen, revolvers en automatische wapens. Geen enkel ontwikkeld land kent jaarlijks zoveel doden door binnenlands wapengeweld. Wij, Nederlanders, zijn enthousiast over ons nieuwste koffiezetapparaat, Amerikanen zijn superblij met hun nieuwste AR-15 die ze ‘for fun’ aanschaffen en koesteren als een huisdier.
Het is een fascinerende paradox. Het land dat zichzelf beschouwt als baken van beschaving en democratie telt tegelijkertijd honderden miljoenen vuurwapens die in particuliere handen zijn. Soms van de gevaarlijkste gekken. De boodschap lijkt te zijn: wij vertrouwen onze vrijheid volledig totdat we onze voordeur openen. Dan is het tijd voor bewapening. De geschiedenis van de Verenigde Staten is rijk aan heldenverhalen waarin wapens de hoofdrol spelen. Van de Amerikaanse frontier tot het Wilde Westen, van de Burgeroorlog tot hedendaagse conflicten. Een wapen is er bijna even heilig als de ‘Stars and Stripes’ (nationale vlag). Soms lijkt het zelfs alsof de Amerikaanse adelaar zijn vleugels alleen kan uitslaan dankzij een mega-munitievoorraad.
In de aanloop naar dit 250-jarig jubileum wil Washington een toonbeeld zijn van nationale grandeur. Monumenten moeten schitteren. Pleinen moeten blinken. Toeristen moeten onder de indruk raken van het bewijs dat Amerika nog altijd het machtigste land op aarde is, zoals Amerikanen zelf menen.
Dat is een goede overgang naar de inmiddels roemruchte ‘Reflecting Pool’ in Washington D.C., die lange spiegel van water tussen het Lincoln Memorial en het George Washington Monument. Dit nationale pronkstuk moest er natuurlijk piekfijn uitzien voor de feestelijkheden. Het water is echter al lange tijd groen door algengroei. Dus Trump verzon een list. De bodem moest Amerikaans donkerblauw worden geverfd. Enkele dagen na de behandeling (en 14 miljoen dollar armer) ontplofte de alggroei. De restauratie bleek geen toonbeeld van Amerikaanse efficiëntie.
Zoals wel vaker bij prestigieuze projecten ontstonden technische problemen, vertragingen en ongemakkelijke vragen. En toen verscheen de presidentiële verklaring dat ‘vandalen’ verantwoordelijk zouden zijn voor de ellende. Het is een prachtige politieke reflex: als iets niet werkt, moet er een schurk zijn. Het liefst een anonieme schurk, want die kan zichzelf niet verdedigen.
Het beeld is bijna komisch als het niet zo dramatisch zou zijn... Een land dat mensen naar de maan stuurt, miljardenbedrijven voortbrengt op technologisch vlak en geavanceerd militair materieel bouwt, zou worden gedwarsboomd door een paar onverlaten die een meertje saboteren. Alsof de grootste economische macht ter wereld plotseling machteloos staat tegenover iemand met een plakkaat verf in de hand. Trump verklaarde publiekelijk dat de vandalen jarenlang de gevangenis in zullen gaan. (Daarna was het stil...)Amerika houdt van duidelijke rollen: helden aan de ene kant, schurken aan de andere. Patriotten tegenover landverraders. Good cops versus bad cops. De werkelijkheid is doorgaans ingewikkelder maar ingewikkeld verkoopt slecht tijdens Trumps jubileumfeest.
En dus zal vandaag het vertrouwde decor verschijnen: vlaggen, vuurwerk, militaire parades, patriottische toespraken, politieke uitspraken en eindeloze verwijzingen naar vrijheid en economische vooruitgang. Men zal spreken over moed, uitzonderlijkheid en nationale grootsheid. Politici zullen verklaren dat nergens ter wereld een volk bestaat dat zo vrij, machtig en creatief is.
Ondertussen houdt de ironie hardnekkig aan. De president van het land dat ooit begon met het vernielen van Britse eigendommen klaagt nu over vandalen. Het land dat zichzelf ziet als kampioen van orde en beschaving kent een haast religieuze verering van wapens. Het land dat de geschiedenis viert als een triomf van vrijheid worstelt voortdurend met de vraag hoe die vrijheid voor tegenstanders moet worden begrensd.
Dat lijkt met Trump de kern van het hedendaagse Amerikaanse verhaal. De Verenigde Staten zijn niet perfect. Het is een verzameling tegenstrijdigheden die zichzelf met indrukwekkend enthousiasme blijft presenteren als het grootste succes ter wereld. En het moet worden gezegd: daarin schuilt een zekere kwaliteit. Geen volk ter wereld weet zijn eigen legendes zo overtuigend te verkopen.
In Huize Barefoot proosten we op de Verenigde Staten, het land dat de Tweede Wereldoorlog beeïndigde en Europa bevrijdde van een megalomane gek. We proosten zeker niet op het land van nu, met een president die overeenkomstige trekken heeft met de gek van weleer.
Wanneer
later vandaag de laatste vuurpijl boven Washington
uiteenspat en de Reflecting Pool opnieuw probeert te weerspiegelen wat er
tegenover staat, zal Amerika zichzelf zien zoals het dat het liefst doet: groots,
glorieus en onoverwinnelijk. En als er dan toch iets misgaat, zijn er altijd nog de vandalen.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten