Vandaag wordt in mijn woonplaats aan de Costa Blanca het 40-jarig bestaan als zelfstandige gemeente gevierd. Een tentoonstelling in de open lucht belicht de 50 jaar van gezamenlijke inspanningen (1936-1986) die hebben geleid tot de oprichting van Pilar de la Horadada als onafhankelijke gemeente. Het huidige gemeentebestuur opende op 17 juli de tentoonstelling ‘Pilar de la Horadada. Een halve eeuw strijd om een gemeente te worden’, een tentoonstelling die het publiek uitnodigt kennis te nemen van een van de significantste episodes in de lokale geschiedenis.
Mijn liefje en ik bezochten de tentoonstelling recent en leerden interessante nieuwe dingen over de geschiedenis van ons stadje. Aan de hand van een selectie afbeeldingen belicht de tentoonstelling de collectieve inspanning die dit historische proces in gang zette en tot een goed einde bracht. Ik zie het als een ode aan de gemeenschap van weleer. De tentoonstelling is te bezichtigen tot en met 17 september van dit jaar. Aanrader!
Maar eerst, om meer te weten over de verre geschiedenis van Pilar de la Horadada en haar bewoners, moeten we teruggaan naar de Romeinse tijd. Uit archeologische vondsten blijkt dat deze hoek van de Middellandse Zee veel eerder werd bewoond door de Iberiërs. Dat was een verzameling volkeren die tijdens de ijzertijd (vanaf ongeveer de 6e eeuw voor onze jaartelling) het oostelijke en zuidelijke deel van het Iberisch Schiereiland bewoonden.
Pilar de la Horadada, door de Romeinen Thiar genoemd, was een enclave aan de ‘Via Augusta’ tussen de steden Ilici (Elche) en Carthago Nova (Cartagena). Reizigers op deze route gebruikten de plek als rustoord om op krachten te komen tijdens hun lange reis langs de Middellandse Zeekust, op weg naar Rome. De overblijfselen van scheepswrakken voor de kust van Pilar getuigen van de maritieme handel in Romeinse tijd.
Door de eeuwen heen, en vanwege de strategische ligging, kreeg Pilar de la Horadada verschillende piratenovervallen te verduren. Dit leidde tot de bouw van uitkijktorens om naderende schepen te spotten. Een prominent voorbeeld hiervan is ‘Torre Horadada’, genoemd naar de poorten die de verdiepingen in de torenstructuur met elkaar verbonden en die dienden als rudimentair communicatiesysteem tussen de wachters. Deze toren werd in 1591 gebouwd, in opdracht van koning Filips II. Ik kijk elke dag naar het gebouw in de verte als ik in zee zwem. Later gaf deze toren zijn naam aan het zomerresort dat nu Torre de la Horadada heet, een deelgemeente van Pilar de la Horadada.
Met de verdrijving van de moslims (1492) onder leiding van katholieke vorsten werd Pilar de la Horadada een grensgebied tussen de koninkrijken Castilië en Aragón. Net als in andere delen van het huidige Spanje begon toen een van de meest glorieuze periodes uit de Spaanse geschiedenis.
Net als in de rest van Spanje liet de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) zijn sporen na in het sociale landschap van Pilar de la Horadada, destijds Republikeins grondgebied. Het was een vergeten hoek die onder jurisdictie van de stadsraad van Orihuela viel als onderdeel van een groter gemeentelijk gebied dat men het gewest ‘Vega Baja’ noemde; daarvan is Orihuela de hoofdstad. Het dorp was gelegen op 36 kilometer afstand van politici die weigerden te luisteren naar de stemmen uit Pilar. De inwoners werden aan hun lot overgelaten, zonder enige sociale of economische steun. Een Spaanse oudere dame die wij ontmoetten bij de tentoonstelling verwoordde het gevoel van toen goed: ‘voor Orihuela waren wij maar een straatje’. Tja. De arrogantie van de macht...
De eerste tekenen van de strijd voor segregatie waren al in 1936 zichtbaar. Een toenmalige ‘alcalde pedaneo’ José Albaladejo Moya ondernam de eerste afscheidingsactie. Hij stond aan het hoofd van een lokale entiteit die niet de hele gemeente van Pilar vertegenwoordigde. Door de Burgeroorlog liep zijn actie op niets uit maar zijn portret figureert wel op foto 1 van deze tentoonstelling.
Wat later werd een verzoekschrift ingediend bij de stadsraad van Orihuela dat was ondertekend door de toenmalige burgemeester van Pilar: Ginés de Gea Sánchez. Hij was wèl de vertegenwoordiger van alle inwoners. Het was het begin van een strijd die pas vijf decennia later door provinciale en regionale autoriteiten zou worden beslecht.
Zo begon dus een lange strijd voor onafhankelijkheid van Pilar de la Horadada. De inwoners, zich bewust van hun economisch potentieel -eerst in de landbouw en later in binnenlands toerisme- waren het beu om exorbitante belastingen te betalen aan Orihuela en daarvoor niets terug te krijgen. De infrastructuur was destijds minimaal, zo niet praktisch onbestaand: er was geen riolering, geen straatverlichting, en waren geen andere basisvoorzieningen. Bovendien was de communicatie met Orihuela vrijwel onmogelijk, wat het contact tussen burgers en het stadhuis stremde en de economische ontwikkeling afremde.
In 1957 werd wederom een verzoekschrift voor gemeentelijke onafhankelijkheid ingediend bij de raad van Orihuela. Op dat verzoekschrift kwam pas in 1963 een reactie toen de stadsraad weigerde de authenticiteit van de handtekeningen van de Pilareense burgers te erkennen. Orihuela eiste dat elke ondertekenaar persoonlijk op het stadhuis zou verschijnen om zijn of haar handtekening te laten verifiëren en certificeren; een vrijwel onmogelijke voorwaarde. Orihuela traineerde de voortgang al jarenlang en op deze manier wederom.
Tijdens bijeenkomsten presenteerden de commissies van Pilar aan Orihuela hun territoriale voorstellen voor de afscheiding. Omdat het onmogelijk bleek om tot een akkoord te komen tussen beide partijen, besloot een ministerie van regio Valencia een voorstel te doen. Dit werd op 25 juli 1985 aan de Raad van State (adviesorgaan van de Valenciaanse regering) voorgelegd maar door de toenmalige regering verworpen.
Het was deze beslissing die leidde tot een grote volksopstand die culmineerde in een algemene staking op 25 maart 1986, het in brand steken van gemeentelijke eigendommen, herhaalde blokkades van nationale snelweg N332 en andere demonstraties. Van al deze eisen van de bevolking was het dichtmetselen van het lokale gemeentehuis wellicht de meest symbolische, de actie die de grootste opschudding veroorzaakte. Het lijkt mij bijna onmogelijk om jezelluf te herkennen op deze foto. De inwoners van Pilar verzochten de politieagenten die de demonstraties in goede banen moesten leiden om geen uniformen te dragen met het wapen van Orihuela erop.
Met als doel de volksopstanden te onderdrukken, beloofde de stadsraad van Orihuela op 3 april 1986 750 miljoen peseta's (omgerekend 4,5 miljoen euro) te investeren in de riolering- en drinkwaterinfrastructuur. Dit besluit viel niet in goede aarde bij de vrouwengroep van Pilar de la Horadada. Die besloot daarop te gaan samenspannen met de marktkooplui van de vrijdagmarkt (die we hedentendage nog steeds hebben). De vrouwen overtuigden hen om de gemeentelijke belasting niet meer te betalen uit protest tegen de maatregelen die door Orihuela waren bedoeld om de wil van de inwoners van Pilar te breken.
De demonstraties werden ongekend fel toen de politie op 5 april 1986 traangas tegen de demonstranten gebruikte. De toenmalige gouverneur van (provincie) Alicante belde de toenmalige President van de Generalitat van Valencia, Joan Lerma, om zich aan te bieden als bemiddelaar in het conflict tussen het Pilareense actiecomité en de regionale minister van Openbaar Bestuur (Vicent Soler), met als doel het geschil te beëindigen.
Op 26 juli 1986 verzekerde de voorzitter van de Provinciale Raad de media nog dat Pilar de la Horadada zich nooit zou mogen afscheiden. Slechts vier dagen later, op 30 juli, ontving de Pilareen Emilio Sánchez Serra, een van de voorvechters van afscheiding en een van de oprichters van het lokale actiecomité, echter een telefoontje dat de onafhankelijkheid van Pilar de la Horadada een feit was. Hij was een van de drie mannen die later het officiële decreet in Valencia ondertekenden.
De Pilareñas van destijds waren eveneens heldinnen. Er hangt een plakaat in het centrum waarin de bijdrage van de ‘Chicas’ uitvoerig wordt beschreven. In 1988 werd het lokale fontein aan deze vrouwen opgedragen.
Mooi verhaal van strijdlust, kameraadschap en doorzettingsvermogen, vind je niet?!
Mijn
liefje vroeg een vrouw op leeftijd die met haar kleinkind in de kinderwagen wandelde op het plein van de tentoonstelling of ze op een van de foto’s staat.
Dat wist ze niet, ze had nog niet in detail gekeken maar natuurlijk kende ze de
geschiedenis van haar (en onze) woonplaats. Zij meldde dat ze zelf geen lid van
het toenmalige 13-koppige actiecomité maar een vrouw in haar straat wel.
Zij zei het mooi “je moet strijden als je iets wilt bereiken”. En zo is het.
Jaren geleden was ik vice-president van de Vereniging van Huiseigenaren van Lomas de Campoamor, mijn vorige woonplaats aan de Costa Blanca en een andere deelgemeente van Orihuela Costa. Destijds werd er door het bestuur van deze sterk groeiende gemeente (nu ruim 25.000 bewoners) geageerd tegen het discriminerende beleid van het stadsbestuur van Orihuela. Er wordt heel veel belasting betaald maar dat geld wordt uitsluitend geïnvesteerd in de stad, niet in de kustgemeenten.
Destijds werd het bestuur van Orihuela Costa gevormd door de Groenen. Wij van Lomas de Campoamor vormden een delegatie om met het OC-bestuur te praten over verbeteringen in de publieke dienstverlening: reparatie van achterstallig onderhoud aan veel wegen, betere vuilophaal en afvalverwerking, betere straatreiniging, beter onderhoud van groenvoorziening en heel veel meer. Tijdens die vergadering werd al over afscheiding van Orihuela gesproken. Op de Facebook website van ‘Plataforma Orihuela Costa’ last ik dat het arrogante bestuur van Orihuela vindt dat ze moesten zwijgen. Ze moeten blij zijn in dit ‘paradijs’ te mogen leven. Kennelijk is het Orihuela-bestuur nog net zo arrogant als in de jaren '40... De belastinginkomsten uit Orihuela Costa maken een fundamenteel deel uit van het BBP van Orihuela. Imiddels weet ik ook hoeveel strijdlust, inzet en volharding een formele afscheidingsprocedure vraagt.
Het verhaal gaat rond dat Dehesa de Campoamor (een buur-kustgemeente met veel villa's) eveneens weg wil onder het juk van Orihuela en zich zou willen aansluiten bij Pilar de la Horadada. Er zijn nog veel meer gemeenten van Orihuela Costa (alle kustgemeenten op één hoop) die dat erg graag zouden willen!
Er viel mij nog iets op aan deze tentoonstelling. Kijkend naar de vele historische foto’s constateerde ik hoe weinig ontwikkeld het er toentertijd (midden jaren '80) uitzag in deze contreien. De infrastructuur, de oude auto’s, de kleding van de mensen. Ronduit armoedig. Wat een verschil met Nederland in diezelfde jaren, bedacht ik mij. Dat doet een 35 jaar durende (rechtse) dictatuur kennelijk met mensen... Dictator Franco regeerde met harde hand tot 1975. Burgerlijke vrijheden waren ver te zoeken. Het huidige Spanje is in relatief korte tijd van ver gekomen!Sinds de afscheiding in 1986 heeft onze gemeente een proces van langzame -inmiddels wat snelle- groei doorgemaakt, met een gemeenschap die nu bestaat uit meer dan 70 nationaliteiten en diensten die de levenskwaliteit van de ruim 24.000 inwoners dagelijks verbeteren. In de zomermaanden groeit Pilar uit tot een woonoord voor 80.000 bewoners.
De nieuwgevormde gemeenteraad van Pilar met de eerste ‘eigen’ burgermeester Francisco Sáez Hernández (PSOE), besloot in 1986 dat 30 juli voortaan een feestdag zal zijn. Hij overleed vorig jaar op 81-jarige leeftijd. Vandaag dus weer een feestje, voor de 40ste keer.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten