Translate

Posts tonen met het label Etty Hillesum Schrijfwedstrijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Etty Hillesum Schrijfwedstrijd. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2026

Brief aan Etty (deel 2)

Vandaag wordt de Bevrijding gevierd in Nederland. Vier maanden geleden werd door Volkskrant-columniste Gerda Blees een schrijfwedstrijd uitgeroepen die het werk van de Joodse Etty Hillesum (1914-1943) dat ze schreef ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, moest ‘afstoffen’. Ze hield een dagboek bij en schreef brieven in kamp Westerbork. Ze werd op 7 september 1943 vanuit Westerbork met haar familie en bijna 1.000 anderen gedeporteerd naar Auschwitz. Hillesums exacte overlijdensdatum is niet bekend. Tot op heden wordt aangenomen dat zij, net als bijna alle andere vrouwen van het transport, na 30 november 1943 niet meer in leven was. 

Ik associeer Etty vooral met innerlijke vrijheid (en een heleboel meer). Haar fysieke vrijheid werd haar immers stelselmatig afgenomen. Daarom vind ik het ook niet zo gek dat vandaag de hele dag een Vrijheidssymposium wordt gehouden in Hillesums geboorteplaats Middelburg. Onderdeel van deze dag is de prijsuitreiking aan de twee winnaars van de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd; één prijs voor de beste brievenschrijver jonger dan 18 jaar en een voor de beste volwassen opsteller. Er werden eisen gesteld aan stijl, authenticiteit, kennis van Hillesums teksten en gedachtegoed, persoonlijke reflectie, relevantie voor nu. De brief mocht niet uit meer dan 750 woorden bestaan. 

Op 9 maart jongstleden was de deadline voor deze wedstrijd, de laatste brieven verschenen in de vroege ochtend van 10 maart in de wedstrijdinbox. Er kwamen uiteindelijk 273 inzendingen binnen, 237 van volwassenen en 36 van jongeren. Als fan van Etty’s oeuvre ben ik blij met dat hoge aantal. Bij de brievenschrijvers zaten kinderen en kleinkinderen van Joodse onderduikers in Nederland. Die wilden vooral weten waarom Etty zelf niet had willen onderduiken, sommige jonge schrijvers uitten hun boosheid daarover. Er zijn zoveel thema's en inspirerende gedachten die kunnen worden aangegrepen. Hillesums werk is een zeer rijk oeuvre, een diepe bron van inspiratie. Voor velen.   

Op 22 april ontving ik een mail waarin werd aangekondigd dat de jury een keuze had gemaakt maar de winnaars werden nog niet bekendgemaakt. Zelf was ik het dus niet. Aan deze schrijfwedstrijd meedoen, was om uiteenlopende redenen belangrijk voor mij. Ook vanwege de hedendaagse relevantie. Hillesums werk was toen een boodschap van veerkracht, moraliteit, humaniteit en spiritualiteit in duistere tijden. Haar boodschap is weer verrassend actueel in de onzekere wereld van nu. 

Alle briefschrijvers werden uitgenodigd om vandaag naar Middelburg te komen voor het symposium en de prijsuitreiking. Als ik in Nederland was geweest, zou ik dat zeker hebben gedaan. Interessante sprekers, boeiende onderwerpen. En daarna praten met de prijswinnaars. In de Volkskrant worden vandaag de twee winnende brieven afgedrukt. Ik ben heel benieuwd naar hun inhoud. (Misschien komt er dan nog een deel 3 in deze brievenserie...) Hieronder vind je mijn ‘Brief aan Etty’.


Lieve Etty,

Jouw ‘Dagboeken uit Westerbork’ leerde ik kennen als student aan de VU. Daar schreef ik een scriptie met als thema ‘Ironie in Holocaustliteratuur’. Was er in jouw werk ruimte voor ironie? (Mijn antwoord daarop was ‘ja’.) Die dagboeken liggen nu weer voor mij. Met een andere opdracht. 

Het kwaad in jouw tijd ging gekleed in zwarte uniformen. Hakenkruisvlaggen wapperden boven dreigende Hollandse wolkenluchten, legerlaarzen stampten door de straten. Terwijl de nazi’s jou als Joodse ontmenselijkten en jouw fysieke vrijheid stelselmatig beperkten, bleef jij verkondigen dat het leven ‘schoon en zinrijk’ was. Zelfs achter prikkeldraad vond je het nog ‘iets prachtigs en iets groots’. 

Wel vroeg jij je af wat dat toch is in mensen om anderen kapot te willen maken? Jij weigerde zelf slachtoffer te zijn, jouw geest werd juist verlicht door de ervaringen. Je wilde het lijden verdragen, het een plaats geven in jouw leven. Als een stukje van jouw ziel maar ongeschonden bleef. Waardevolle inzichten. 


Illustratie: Katie Kosma
Te midden van al het leed en onrecht in Westerbork behield je oog voor schoonheid. ‘De lucht is vol vogels, de paarse lupinen staan daar zo vorstelijk en vredig, op die kist zijn twee oude, keuvelende vrouwtjes gaan zitten, de zon schijnt op m’n gezicht en vlak voor onze ogen geschiedt een massamoord [..].’

In kamp Westerbork, dat brandpunt van menselijk lijden, voelde je de dreiging van deportatie toenemen. Maar je was vastberaden het lot van jouw volk te delen, tot het bittere einde. Je zag het kwaad om je heen maar weigerde zelf te verharden. Je wilde niet onderduiken, zelfs niet toen de treinen al naar het Oosten reden. 

Je wilde de pleister zijn op vele wonden (al was je geen heilige).

Wat mij ook treft in de dagboeken is jouw weigering om haat te beantwoorden met haat. Want haat vergiftigt het eigen gemoed. Je schreef dat je het lijden niet groter wilde maken door er bitterheid aan toe te voegen. Dat is geen passiviteit of onverschilligheid, dat is een radicale keuze vóór menselijkheid. De keuze om mens te blijven te midden van kwaadwillenden. 

Jouw woorden en daden werken door als een zachte tegenkracht. Je bleef geloven in het goede van de mens. ‘Wij moeten God helpen’ schreef jij ooit. Jij was diep gelovig maar wars van godsdienst. Je hief het gezicht niet op, jij zocht in jezelf. Je toonde aan dat verzet ook betekent dat we moeten blijven zien, blijven voelen, blijven liefhebben. Door te schrijven en te reflecteren nam je regie over jouw eigen leven.  

Jij ging van doorgronden naar ondergaan. Van stormachtig voelen naar tot rust komen. Van hoofd naar hart. Het zijn onvergetelijke levenslessen. 

Jouw leven werd ruw verstoord. Ik vraag me af wat jij ons nu zou zeggen. Dat waakzaamheid begint bij de taal die we bezigen, bij de woorden die we kiezen? Jij meende dat alleen taal greep biedt op de chaos die ons omringt. 

Jouw wijsheid en dat onverwoestbare in jou vonden hun weerklank in mij. 

Wij leven nu in een tijd die gevaarlijk ouderwets aandoet. Waarin woorden en mensen weer verharden. Waarin medemenselijkheid wederom geen vanzelfsprekendheid is. Barbaren bonken weer op de poorten van het Vrije Westen. Het kwaad draagt nu geen legerlaarzen. Het verschijnt in een net pak, doet uitspraken die simpel klinken en daarom des te gevaarlijker zijn.

Een van de gedachten die jouw tijd met de onze verbindt, is dat beschaving niet vanzelf ontstaat. Dat is een bewuste keuze, vooral nodig wanneer het ongemakkelijk wordt. Hoop is ook een bewuste keus. Dat is geen ontkenning van het kwaad of de realiteit, het zorgt ervoor dat het kwaad niet het laatste woord krijgt. Vrijheid is -naast een politiek begrip- vooral een innerlijke overtuiging. Voor jouzelf was die innerlijke vrijheid essentieel. Het is nu aan ons, welwillenden. 

In jouw laatst overgebleven dagboekcahier schreef je: ‘Ik wil zo graag blijven leven om al die menselijkheid die ik in mij bewaar, ondanks alles wat ik dagelijks meemaak, over te dragen in het nieuwe tijdperk.’ Het lot beschikte anders. 

Met jou stierf een kroniekschrijfster van grote intellectuele en maatschappelijke betekenis. Een, wier stem tot op de dag van vandaag glashelder doorklinkt.  


Bijna 700 woorden, uit het hart. Maar wel een beschouwend hart... Inmiddels begrijp ik waarom mijn brief niet heeft gewonnen na lezing van de beschouwing van de jury en van de winnende brief. Die was veel persoonlijker dan de mij. De grootste zwakte in mijn brief aan Etty is dat ik niet schreef aan haar als mens maar aan haar als literator, aan de intellectueel die zich staande wist te houden in duistere tijden. Ik ging niet zozeer in dialoog met haar, ik ging in dialoog met haar werk dat hedentendage weer relevant is. 

Om het persoonlijker te maken had ik kunnen reflecteren op het feit dat Etty ‘gelukkig’ was in Westerbork. Ze zei nee tegen het onrecht om haar heen maar op die schuldige plek vond ze wel zingeving. Ze kon de lijdende Joodse medemens immers helpen. Of door te reflecteren op het belang van innerlijke vrijheid. Of reflectie op Hillesums opmerking dat ze een pleister wilde zijn op ieders wond. Kies je voor openlijk verzet of juist voor onderduiken? Hoe ga je verder als je leven ruw wordt verstoord? Hoe ver zou ik gaan om de innerlijke vrijheid, die zij zo koesterde, te verdedigen? Wat betekenen de humaniteit en spiritualiteit van Etty voor mij als persoon? Et cetera, et cetera. Aan ideeën geen gebrek! Dat deed ik allemaal niet in mijn brief aan Etty. Tja. 

Hoe het ook zij, het was een mooi project.    

De  belangstelling voor Etty Hillesum is onverminderd groot. Recent verschenen er drie nieuwe boeken over haar, haar werk en innerlijke leven. Van de hand van dr Alexandra Nagel, historica gepecialiseerd in Westerse Esoterie. Zij herschreef haar proefschrift tot een boek over Julius Spier, de Duitse psychoanaliticus en handlezer die van grote betekenis was voor Etty.

Dr Lotte Bergen bewerkte een versie van haar proefschrift en publiceerde dat onder de titel ‘Het verweer van Etty Hillesum tegen het nazisme’. Een sleutel om Hillesums opmerkelijke keuzes beter te begrijpen. Bergen is directeur van de Stichting Etty Hillesum Huis. Zij spreekt vandaag ook op het symposium.  

Van literatuurwetenschapper Jan Oegema verscheen ‘Een apart soort moed’, uitgeroepen tot het Boek van de Week van de Betekenis. Dit is een essayistisch boek dat een meer literaire, filosofische verdieping geeft van Hillesums werk. Hij stelt in zijn boek dat Etty zich tijdens de Tweede Wereldoorlog wel degelijk verzette. Door te denken. De auteur noemt dat ‘zelfmoed’: de moed om innerlijk werk te verrichten en verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen houding.


maandag 9 maart 2026

Brief aan Etty (deel 1)

Bijna twee maanden geleden schreef Volkskrant-columniste Gerda Blees over de Nederlands-Joodse schrijfster Etty Hillesum (1914-1943) die door de nazi’s werd vermoord in Auschwitz. Het was de geboortedag van Hillesum en Blees vond dat een goed moment om Hillesums werk af te stoffen. Ze ging zelfs een stap verder: ze riep een schrijfwedstrijd uit ter herinnering en nagedachtenis aan haar. 

Etty Hillesum kent tot op de dag van vandaag een trouwe schare fans. Liefhebbers van haar proza prijzen haar omdat ze -onder andere- prachtig reflecteerde op het kwaad in de mens. In de jaren voor haar dood formuleerde ze in haar dagboeken en brieven haar hoogstpersoonlijke, universeel aansprekende antwoorden op het kwaad. Antwoorden die nu wederom relevant zijn. Blees vond dat Etty Hillesum een naar haar vernoemde prijs verdiende. Ze vroeg zich in haar column af hoe we ons moeten verhouden tot alle rottigheid van vandaag de dag. Zouden Hillesums geschriften daarbij nu een richtsnoer kunnen zijn?

Met de Volkskrant-redactie en mensen van het Etty Hillesum Huis (in Middelburg, de geboorteplaats van de schrijfster) bedacht ze de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd. 

Nu moet je weten dat ik voor mijn afstuderen aan de faculteit Algemene Literatuurwetenschap (Vrij Universiteit, Amsterdam) een doctoraalscriptie schreef met als titel ‘Ironie in kampliteratuur. Sauve qui peut..?’. (Sauve qui peut is het best vertaald met ‘redden wat er te redden valt’.) Mijn literaire onderzoek had betrekking op de vraag of er in de bizarre en barre wereld van concentratie- en vernietigingskampen een rol was weggelegd voor stijlfiguur ironie. Zo ja, welke functie vervulde dat dan? Er waren al wetenschappers die ironie hadden onderzocht maar ironie in combinatie met de Holocaust was nog nauwelijks tot geen onderzoeksobject. N.B. Pas later ontstond de voorkeur voor het begrip Holocaust-literatuur.

Zo stapte Etty Hillesum mijn leven binnen. Vandaag, 9 maart, sluit de inzendingstermijn van de schrijfwedstrijd. Dit is de datum waarop Etty Hillesum haar dagboek begon in 1941. Zittend voor het raam van haar kamer aan het Museumplein begon ze aan een indrukwekkend werk dat de tijd ruimschoots zou doorstaan en niets aan relevantie heeft ingeboet.

Ze wordt bekend met haar brieven en dagboeken en wordt de Nederlandse chroniquer van de Holocaust genoemd. Als ze in kamp Westerbork terechtkomt, wordt zij geconfronteerd met de verschrikking van de wekelijkse transporten naar ‘het Oosten’. Op haar laatste briefkaart, die ze uit de trein gooit die haar naar Polen vervoert, schrijft ze: ‘We hebben zingende dit kamp verlaten’.  

Haar ‘Brieven uit Westerbork’ werden in de Tweede Wereldoorlog illegaal gedrukt en verspreid, in oplages van slechts 100 exemplaren. In 1962 werd haar werk opnieuw uitgegeven bij uitgeverij Bert Bakker maar zonder al te veel echo. Pas vanaf de jaren '80 werd haar werk gretig gelezen. 

Het organiserend comité van de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd riep lezers op om een literaire brief te schrijven, die: 

  • getuigt van persoonlijke reflectie en visie op Hillesums teksten en gedachtegoed;
  • een duidelijke verbinding maakt tussen haar tijd en onze tijd;
  • een persoonlijke, maar ook universele boodschap uitdraagt;
  • stilistisch krachtig en authentiek is.

Op de avond na de oproep in de krant kwam de eerste inzending al binnen, naar verluidt. Dat meldde Blees in haar column van een week later. Op dat moment had ze negen inzendingen ontvangen. 

Vanaf morgen gaat de jury, bestaande uit professionele schrijvers en Etty Hillesum-kenners Judith Koelemeijer (die in 2022 de biografie ‘Het verhaal van haar leven’ publiceerde), Marloes Matthijssen, Sheila Sitalsing en Klaas A.D. Smelik, aan de slag. 

Schoorvoetend begon ik aan mijn brief aan Etty. Schrijven kan ik maar hoe doe je dat ‘stilistisch krachtig’? Naast ironie ken ik andere stijlfiguren als herhaling, anafoor, metafoor, personificatie en tegenstelling. Daar weet ik wel raad mee. Maar wat houdt ‘authentiek’ precies in? In de 18 jaar dat ik blog, meen ik mijn stijl wel te hebben gevonden; die ging bij mij horen. Maar een literaire brief aan visionair Hillesum vraagt om meer en anders (sorry, bloglezers...). Als politiek geïnteresseerde vind ik het niet moeilijk verband te leggen tussen haar tijd en die van nu. Maar om je dan te moeten beperken tot 750 woorden? En nog zo wat bedenkingen. 

Ter opfrissing herlas ik mijn eigen vergeelde scriptie, Hillesums boeken ‘Dat onverwoestbare in mij’ en ‘Het verstoorde leven’, de biografie van Judith Koelemeijer ‘Etty Hillesum. Het verhaal van haar leven’ en delen van het boek ‘Reading Etty Hillesum in Context: Writings, Life, and Influences of a Visionary Author’, onder redactie van Klaas A.D. Smelik.

Klaas Smelik Sr, vader van jurylid Klaas (die directeur is van het Etty Hillesum Huis), was een goede vriend van Etty Hillesum. Hij kreeg haar dagboeken en brieven na de oorlog in bewaring. Haar brieven van augustus 1941 tot september 1942 zijn bewaard gebleven. De dagboeken uit Westerbork die Etty meenam toen ze in september 1943 in de trein naar Auschwitz stapte, gingen in vlammen op.

Het schrijven van mijn brief aan Etty vorderde goed. Het ging over lijden, haar Joodse lotsverbondenheid, de weigering te haten en bitter te zijn. Dat er nu wéér barbaren aan de poort staan, dat onze beschaving wederom onder druk staat. Zij wilde een pleister zijn op vele wonden. En ik? Niet volgzaamheid zijn, je persoonlijk verzetten. Niet zwijgen of wegkijken maar juist blijven zien en voelen. Het kwaad niet ontkennen maar wel hoop blijven koesteren. Het draait om durf en medemenselijkheid, wat mij betreft.

Mijn liefje, kritisch toehoorder, moedigde mij aan door te gaan. Het werd een intensief proces van nadenken, schrijven, bijlezen, veranderen, wegstrepen, toevoegen, overpeinzen, schrappen, teruglezen, schaven en bijschaven. Net als bloggen maar dan serieuzer. De twijfel over wel of niet inzenden hield nog wel even aan. Totdat die verdween en de tekst wegvloog... (niet vanwege luchtigheid).

Op 5 mei worden de winnende brieven (in de categorieën tot 18 jaar en vanaf 18 jaar) gepubliceerd in de Volkskrant. De beide prijzen worden die dag uitgereikt tijdens een Vrijheidssymposium in Etty Hillesums geboorteplaats Middelburg.