Translate

Posts tonen met het label Vroege Vogels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vroege Vogels. Alle posts tonen

donderdag 15 mei 2025

Koning van de lucht

Het is deze week Nationale Vogelweek in Nederland en een blog van mijn hand mag dan ook niet ontbreken. Het is tevens Nationale Kijkerweek bij de Vogelbescherming; dat staat geheel in het teken van verrekijkers en telescopen. De vogelconcerten barstten hier deze week al vroeg los! Het is een week waarin een beetje vogelliefhebber de natuur in trekt. Je kunt je deze week aansluiten bij vogelexcursies die in talloze plaatsen wordt georganiseerd; soms geleid door bekende Nederlandse vogelaars zoals Arjan Dwarshuis, Camilla Dreef en Nico de Haan.

Mijn liefje kijkt door een verrekijker, ik via mijn cameralens. Sinds een kleine week horen we een nieuw vogelgeluid rondom het huis. Mijn liefje spotte een klein, geel luid zingend dotje op een Spaanse tv-antenne achter het huis. Ik haalde mijn telelens tevoorschijn en schoot een plaatje van de zingende vogel. Het blijkt te gaan om een sijs, een soort uit de vinkenfamilie. Dat kun je goed zien aan de snavel. Die is specifiek en stevig, zodat deze vogel gemakkelijk zaden uit hun zaaddozen kan halen. 

De sijs (serin in het Engels, volgens mijn DK Birds-vogelgids) is een permanente resident van Spanje; net als wij. Ik denk dat het een mannetje was, aan de kleur van de veren te zien. Het geluid dat het diertje maakt, wordt omschreven als kwikzilverig en dat vond ik een herkenbare omschrijving. Hij zingt in deze tijd van het jaar om een vrouwtje te verleiden. Er wordt doorgaans in mei gebroed dus dan moet hij wel opschieten met zijn verovering! In onze bougainvillea wordt thans door een mussenechtpaar hard gewerkt aan de bouw van een nest. We hebben al jarenlang een grote groep residente mussen in de tuin. BoWo is de pater familias. Al is hij de baas, wij noemen hem Bolletje Wol. Ze zitten graag in heggen of hagen. Als team zijn ze uitstekende insectenbestrijders (bladluizen, rupsen). Ze hebben het hier kennelijk naar hun zin; net als wij.

Nog niet zo lang geleden vonden we een kapot ei op de rand van een van de borders waarin zich een grote Stoute Jongens-boom bevindt. De Latijnse naam voor de struik is ‘duranta erecta’... misschien dat de Nederlandse naamgeving hiermee samenhangt?! Het is een struik maar in ons geval werd het een boom van minstens drie meter hoog van tenminste 20 jaar oud die groeit en bloeit als een dolle. We zijn er verguld mee. De bloemblaadjes zijn licht paars-violetblauw, groeien in trossen en zijn vergezeld van oranje bessen; die zijn overigens giftig voor dieren. Deze boom is tamelijk onderhoudsintensief maar is prachtig, een juweel in de tuin. We denken dat het een duivenei was dat uit een nest viel. We zijn niet erg verdrietig, ondanks dat we vogelliefhebbers zijn. Liever een broedende mus in de tuin dan een duif, om eerlijk te zijn. 

In de aanloop naar deze feestweek las ik een interessant artikel van de Wetenschapsredactie in de Volkskrant, over de zogenaamde ‘Egg Drop Challenge. Scholieren uit diverse delen van de wereld moesten van de wetenschappers een manier vinden om een ei te laten vallen zonder het te breken. Ook Nederlandse scholieren waren bij de uitvoering van deze opdracht betrokken. Het werd door Nederlandse deskundigen betiteld als ‘een ontzettend leuk experiment’.

De uitkomst na 180 valexperimenten: een ei kun je -als het heel moet blijven- het best op zijn kant laten neerkomen. Deze uitkomst bleek het tegenovergestelde van wat AI-tools (als ChatGPT) en populair wetenschappelijke media vooraf stelden. Zij verkondigden dat een ei het sterkst is in verticale richting en dat je het dus juist het best op de punt kunt laten vallen. Maar de grote vraag was: is dat wel zo? 

Eieren blijken inderdaad stijver in verticale richting maar op de punt geven ze minder mee. Het is juist de stijfheid die het ei dan tegenwerkt bij het vallen. Dat het ei meer meegeeft op de zijkant, zorgt ervoor dat het meer kan vervormen om de klap op te vangen. Ongeveer zoals een stuiterbal gemakkelijker vervormt dan een koffiekopje. De belangrijkste les van dit experiment is echter dat je altijd vragen moet blijven stellen. 

Onze vrienden Paco & Rolando voeren in de afgelopen weken met hun motorboot naar het Hoge Noorden van Nederland, inclusief Waddeneilanden. Op de terugtocht naar het Westen, in de jachthaven van Makkum, troffen ze een Nederlandse vogelaar en zeearendkenner. De mannen meerden daar af en bleken rechtstreeks zich te hebben op een zeearendenpaar op een nest met twee jongen. De bofkonten! Rolando schatte terecht in dat wij in hun plaats lyrisch zouden zijn over zo’n toeval. De man in kwestie (zij vroegen zijn naam niet) filmt en fotografeert voor het programma Vroege Vogels. Na enig speurwerk van mijn kant blijkt het te gaan om de Fries Albert Draaijer uit Koudum. Deze 70-plusser volgt de zeearenden, de grootste arendsoort van Europa, in zijn woonomgeving al ruim zeven jaar op de voet. Hij noemt zeearenden ‘vliegende deuren’ vanwege hun enorme spanwijdte! Hun andere bijnaam is ‘koning van de lucht’. Afgelopen weekend was half vogelend Nederland aanwezig op de Waddeneilanden, voor het jaarlijkse Waddenvogelsfestival. Daar horen onze vrienden nog niet bij maar wij geven de hoop nog niet op! 

Deze vogelweek kan niet beter worden afgesloten dan met het NK Vogelfluiten, georganiseerd door mijn favoriete radio-programma Vroege Vogels. Dat kampioenschap wordt op 18 mei gehouden tijdens het radioprogramma (tussen 9:00 en 10:00 uur). Alhoewel ik zelf een aardig deuntje fluit (geleerd van mijn vader), doe ik niet mee. Anderen zijn er veel beter in. In een trailer hoorde ik al indrukwekkende imitaties. Vogelimitatoren uit het hele land doen mee. Hoofdprijs is de felbegeerde 'Gouden Luistervink'. De Stichting Luistervink Nederland is van mening dat je vogelkijken doet met je oren. Ik ben benieuwd wie deze prijs opeist. Vroege Vogels biedt al jarenlang een vogelzangcursus aan, geleid door twee kenners van vogelzang: Dick de Vos en Henk Meeuwsen. Die laatste heeft zijn achternaam mee, de eerste bepaald niet (in dit verband). 

Het onderhoudende natuurprogramma Vroege Vogels zoekt momenteel een nieuwe locatie om van daaruit te gaan uitzenden. Jarenlang deed men dat vanuit het Naardermeer (tussen Amsterdam en ‘t Gooi) maar men moest op zoek naar een andere locatie. Het gebied staat onder druk. Door aanhoudende droogte moet er veel inspanning worden verricht het oudste natuurmonument van Nederland voor de toekomst te behouden. De redactie zoekt nu naar de geschiktste plek voor de komende jaren. In de tussentijd wordt uitgezonden vanaf Mediapark Hilversum en dat is even wennen voor de redactie! Binnenkort zal de nieuwe locatie bekend worden gemaakt. 

In de uitzending van vorige weekend werd stilgestaan bij de stiekeme bezuiniging van kabinet-Schoof op het budget van de Nationale Parken van Nederland. Zonder overleg schrapte de regering bijna 24 miljoen euro op het huidige budget, zoals viel te lezen in de Voorjaarsnota. Die bezuining zal vooral natuureducatie treffen en de vrijwilligers die het verzorgen. Die scholing is vooral gericht op de Nederlandse jeugd. Deze geldstop is een misser van jewelste. 

Het is bizar dat het Rijk, samen met provincies en gemeenten onlangs nog een manifest opstelde over de 21 Nationale Parken die het land rijk is. Dit manifest is getiteld ‘Samen werken aan karakteristieke natuurgebieden’. Het doel hiervan was om de kwaliteit van de parken, een favoriete plek om gratis te recreëren voor menig Nederlander, in de komende jaren drastisch te verbeteren. En nu dit?! De inkt van het manifest was nog niet droog of men trok de handen er volledig vanaf... Tja.

De vogel in de header van deze blog is een zeearend in Friesland. De foto is genomen door Albert Draaijer.


donderdag 14 november 2024

Passie voor vogels

Ik kan momenteel geen nieuwsbrief openen of radioprogramma luisteren of het gaat over de vogeltrek, het seizoensgebonden natuurfenomeen (voorjaar/najaar) dat veel mensen interesseert en fascineert en voor sommige wetenschappers hun professie is. De afbeelding hierboven geeft de vogeltrekroutes van de kraanvogels aan. 

Onlangs hoorde ik tijdens mijn favoriete programma ‘Vroege Vogels’ op zondagochtend een vogeltrekdeskundige vertellen over een ontdekking die wetenschappers recent deden. Een gezenderde zilverplevier was op extreme hoogte (ruim 3km boven zeeniveeau) tijdens een non-stop migratievlucht uit de lucht gegrepen door een slechtvalk. Men vond de volgband van de trekvogel op 200m afstand van het nest van de jager. Dr Michiel Boom publiceerde deze bevindingen vorige maand in het tijdschrijft Ecology. Informatie over predatierisico tijdens de trekvlucht ontbreekt grotendeels, met name wat betreft de hoogte waarop migranten risico lopen. Tot dan toe vond men geen bewijs dat er zo hoog wordt gejaagd. Dit nieuws haalde zelfs de New York Times die het artikel de kop gaf ‘A Feathered Murder Mystery at 10,000 Feet’. 

Toen ik vorige week nog niet veel mocht lezen vanwege een oogoperatie, luisterde ik naar de Vogelspotcast van Arjan Dwarshuis en zijn jeugdvriend Gisbert van Baalen. Dwarshuis is de bekendste vogelaar van Nederland, denk ik. Dit is doorgaans een grappig team dat vooral jonge mensen inspireert de natuur in te trekken. Ze zijn dus goed bezig. Dwarshuis is de allesweter en vaak de pestkop, Van Baalen de nitwit en zijn gewillige slachtoffer. Van Baalen kon voor aanvang nog geen mus van een duif onderscheiden maar inmiddels fluit ook hij een aardig vogeldeuntje mee. 

In een van die podcasts vertelde Dwarshuis over de vogeltrek in de herfst. Een relatief kleine waadvogel als de drieteenstrandloper (a), die hier ook jaarlijks aan de plaatselijke kust neerstrijkt op weg naar Afrika, kan wel tot op 8km hoogte vliegen! Dat is maar iets lager dan de gemiddelde cruisehoogte van een vliegtuig. Ze broeden in de Arctische Cirkel en gaan op weg naar hun overwinteringsplek in het diepe Zuiden. Dat is een tocht van circa 10.000km. Het kleine dier moet enorm veel vleugelslagen maken om onderweg niet te bezwijken en die weg van duizenden kilometers succesvol af te leggen. Daarbij komt veel warmte vrij dus het vermoeden is dat deze vogels grote hoogte kiezen om die warmte goed kwijt te raken en niet aan oververhitting te bezwijken. Het vermoeden was ook dat ze zo hoog vliegen omdat ze zo hopen daar niet te worden aangevallen en opgepeuzeld door roofvogels. Dat laatste kan nu worden ontkracht. Een roofvogel als de slechtvalk, een zeer sterke jager, jaagt wel degelijk op grote hoogte.

Op de fotocollage zijn (b), (c) en (d) respectievelijk een zilverplevier, een bontbekplevier en een kleine plevier. Allemaal waad- en trekvogels die werden gespot in het najaar, op het eigen strand. Mijn liefje noemt deze plek onze kleine Goudkust. 

Laatst stond er een informatief artikel in de Volkskrant over de allereerste vogelaars van Nederland. Vogelen doen we er pas 100 jaar. In het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam is tot eind september 2025 de tentoonstelling ‘Passie voor vogels’ te bezichtigen. Dat gaat over de zeven Nederlandse mannen die met deze bezigheid begonnen. Er is plek ingeruimd voor één vrouw: freule Cécile Goekoop-De Jong van Beek en Donk (1866-1944). Ze was geen vogelaar, wel schrijfster en feministe. 

Eind 19de eeuw stoorde haar het gebruik van vogelveren voor hoedjes en andere damesmode. Daarom richtte ze samen met haar zus Elsa de ‘Bond ter bestrijding eener gruwelmode’ op (1892). Zeven jaar later ontstond hieruit de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels, de hedendaagse Vogelbescherming. De eerste leden waren vrouwen die zich inzetten tegen dierenmoord. En met succes! In 1912 kwam de Vogelwet tot stand, waarmee Nederland het eerste Europese land werd waar in principe alle –uitzonderingen daargelaten– in het wild levende vogels een beschermde status kregen. De vrouw met het geweer zou Coco Chanel zijn.

Het idee om aandacht te besteden aan de vogelaars van het eerste uur kwam van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU), een vereniging voor amateurs en professionele vogelonderzoekers -eveneens 100 jaar oud- die zich tot doel stelt ‘de interactie en kennisoverdracht tussen beide groepen te bevorderen’. Een van die vroege vogelaars stelde dat vogels kijken van alle sporten de meest wetenschappelijke, en van alle wetenschappen de meest sportieve sport is. 

Waarschijnlijk hadden die eerste vogelaars geen idee dat ze aan het pionieren waren. Ze moesten het doen met veel beperktere middelen dan tegenwoordig. Bij het artikel stond een foto van een oud zeepbakje dat door Willem Bierman werd gebruikt voor het bijeenhouden van aantekeningen in het veld. De zelfvervaardigde camera van vogelaar Frans Kooijmans woog 16.5kg. Het ding werd ‘het kanon’ genoemd. De Tweede Wereldoorlog leverde hem iets bijzonders op: uit het vizier van een oude Duitse tank wist hij twee lenzen te slopen die een aanzienlijke verbetering voor zijn eigen kanon betekenden.

De verzamelwoede van Bernard van Dooren resulteerde in 102 sigarendoosjes vol met (leeggeblazen) eieren. Nu is deze verzamelpraktijk verboden. 
Uit hun notities over de vogeltrek blijkt het inzicht over dit intrigerende fenomeen te groeien. ‘Het bleek dat vogels de halve wereld over vliegen tijdens hun trek. Voordien dachten mensen nog dat een koekoek 's winters veranderde in een sperwer, of dat zwaluwen overwinterden in de modderbodems van sloten en ander water.’ Op de illustratie hiernaast is de voorzittershamer van de Club van Vogelkundigen te zien, uit 1941.

Elke hedendaagse vogelaar staat op de schouders van deze oude reuzen. Plus een reuzin! 

Mijn liefje en ik reden in september naar de lagune van Gallocanta om daar migrerende kraanvogels te zien. Het is een plek waar duizenden vogels in dit seizoen neerstrijken. We waren destijds helaas te vroeg. Er zijn grofweg drie migratieroutes. De kraanvogels uit Scandinavië (Noorwegen, Zweden, delen van Finland), Centraal-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië) en de Baltische Staten (Letland, Litouwen, West-Estland) gebruiken de West-Europese vliegroute. Die voert hen naar de overwinteringsgebieden in Frankrijk en Spanje. Gallocanta ligt op die route. De route van de terugreis naar de broedgebieden in het voorjaar verschilt nauwelijks van de heenreis. De vogels gebruiken heen en terug dezelfde tussenstops. (Gallocanta is gearceerd op de kaart bovenin.) 

Inmiddels streken daar al ruim 11.000 kraanvogels neer. We hadden ons voorgenomen ze te gaan zien als ze in voldoende aantallen waren gearriveerd en als de wegen ernaartoe sneeuwvrij waren. (De lagune ligt op meer dan 1.100m hoogte dus het kan er sneeuwen.)

Ik kon mij verheugen op de excursie die rondom de lagune wordt aangeboden; er is er eentje in de ochtend en een in de namiddag. Dat betekent dat er verschillende soorten lichtinval zijn. Joehoe! Het recente noodweer door de DANA gooide echter roet in het eten. De route die we zouden volgen, is nu moeilijk begaanbaar door de vernielingen die het kolkende water in dat gebied aanbracht. Als we ongehinderd naar Gallocanta willen rijden, moeten we omrijden en dat trekt ons niet per se. Er is immers ook al sneeuw gevallen. We gaan zien wat er de komende maanden gebeurt.

Het is niet zo dat ik nog nooit van mijn leven kraanvogels zag. Toen we in 2005 na vroegpensionering aan onze wereldreis begonnen, zagen we er twee in het natuurpark Kakadu (Northern Territory) van Australië. De exemplaren op de foto behoren tot de brolkraanvogels; de Ozzies noemen ze daarom ‘brollos’. We hebben tot maart 2025 om ze in groten getale in Spanje te zien.