Translate

Posts tonen met het label kraanvogels Laguna de Gallocanta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kraanvogels Laguna de Gallocanta. Alle posts tonen

dinsdag 4 november 2025

Wie ziet, kan vertellen

We gaan weer touren in eigen land. Deze keer voert de tocht ons naar de autonome regio Extremadura. We reden er weleens doorheen, speelden en overnachtten 20 jaar geleden op de golfbaan van Cáceres maar verder liggen er geen voetstappen. Extremadura betekent ‘harde rand’ of ‘extreem moeilijk’ in het Spaans. Het is niet per se moeilijk om er te komen. Als wij vanaf de zuidoostkust in een (bijna) rechte lijn naar het westen rijden richting Portugal kom je er, onder Madrid en Toledo door. Regio Extremadura kreeg zijn benaming doordat het zich destijds aan de buitenrand van het katholieke koninkrijk bevond ten tijde van de Reconquista. Dit is de periode in de geschiedenis van het Iberisch Schiereiland (bijna 800 jaar) waarmee de verhitte strijd van de christenen om gebied terug te veroveren op de moslims wordt aangeduid. 

Mérida is de hoofdstad van de regio en staat op de lijst van UNESCO Werelderfgoed. In de Romeinse tijd werd deze plaats Emerita genoemd. Je vindt er een eeuwenoude Romeinse brug, een groot amfitheater van acht eeuwen voor onze jaartelling, de tempel van godin Diane (uit de tijd van de eerste Romeinse keizer Augustus) en het Alcazaba (groot Arabisch fort). Allemaal zeer de moeite waard. Die stad gaan we dan ook bezoeken, net als het verderop gelegen klooster van de zwarte madonna: Onze-Lieve-Vrouwe van Guadelupe; eveneens UNESCO Werelderfgoed. In 1493 vernoemde Columbus (daar heb je 'm weer!) de Franse archipel Guadeloupe naar de heilige van dit 13de eeuwse klooster. Na de ontdekking van de Nieuwe Wereld maakte de ontdekkingsreiziger zijn eerste pelgrimstocht naar deze plek in de oude wereld. De bouw van dit klooster liep door in de 14de en 15de eeuw. Tot ver in de 19de eeuw bleef dit het belangrijkste convent van Spanje. 

De steden Cáceres, Trujillo en Plasencia alsmede het nationaal park Monfragüe, een vogelparadijs in het noorden van Extremadura, bewaren we voor een volgende keer. Na uitgebreide lezing in reisgidsen en op het web weten we dat er genoeg reden is om terug te keren naar deze regio (net als Columbus deed). 

Maar de hoofdreden voor dit uitje is de Europese of Euraziatische kraanvogel (grus grus), 'grullas' genoemd in het Spaans. Om vele redenen een fascinerende vogel. Het is een oeroude diersoort waarvan fossielen zijn gevonden die 2,5 miljoen jaar oud zijn, dus uit de tijd van de mammoet. Kraanvogels blijven hun hele leven bij elkaar zodra ze een partner hebben gevonden. Dat kan wel 20 tot 30 jaar duren. Een kraanvogelpaar versterkt hun band jaarlijks door samen te trompetteren en te dansen. Mijn liefje en ik doen dat ook sinds we dit weten... 

Hun getoeter reikt ver, over kilometers afstand. Dat komt door de lange luchtpijp die ze hebben (1,5m) die gekruld ligt in het borstbeen en zo fungeert als een soort natuurlijke geluidsversterker. Kraanvogels zijn in staat om over de hoogste bergketen ter wereld te vliegen: de Himalayas, op ruim 8.000m hoogte. Baby-kraanvogels zijn bijna direct na geboorte in staat om te lopen, te zwemmen en het nest te verlaten.   

In de aanloop naar dit uitstapje zocht ik uit waar in Extremadura we het best naartoe kunnen gaan om deze vogels goed te zien. Er zijn een stuk of tien zones waar deze gevleugelde vriendjes overwinteren maar we gaan die niet allemaal bezoeken. Er moest een keuze worden gemaakt. Extremadura is dé overwinteringsplaats voor ruim 50% van alle migrerende kraanvogels uit Scandinavië, de Baltische Staten en Oost-Europa. (Slechts een klein percentage vliegt door naar Noord-Afrika.) De piek werd hier geteld in 2022. Toen kwam men op ruim 136.000 kraanvogels. 

November 2024 bezochten we de lagune van Gallocanta in de autonome regio Aragón. Ook daar strijken jaarlijks tienduizend tot meer dan honderdduizend kraanvogels neer. Je weet niet wat je ziet en hoort als ze in grote V-formaties over je hoofd vliegen. Hun karakteristieke getrompetter hoor je al van verre aankomen. Spectaculair!

Wat we daar leerden, is dat deze vogels 's ochtends van hun slaapplaatsen naar de weiden en akkers trekken om te foerageren en 's avonds -voor zonsondergang- van die dehesas naar de meren en lagunes terugvliegen om daar te gaan slapen. Ze slapen in water omdat ze dan veilig(er) zijn voor roofdieren op het land. Kraanvogels zijn alleseters: insecten, granen en zaden maar soms ook eikels. Dat laatste doen ze vooral in Extremadura waar de zwartpootvarkens (Ibérico-varkens met hun patas negras) de scepter zwaaien op de landerijen met steen- en kurkeiken. Die krijgen dus enkele maanden concurrentie van deze grote groepen vogels! Ik hoop wel een paar gemengde groepen in het veld te kunnen fotograferen. 

Voor het samenstellen van een reisprogramma maakte ik gebruik van ChatGPT. Op basis van een lange prompt kreeg ik een lijst van locaties in het noorden, midden en zuiden van de regio waar de vogels overwinteren. Daarna was het edel hand- en denkwerk om een definitieve keuze te maken. Dat kun je (nog) niet aan een AI bot overlaten. Ergens in die veelheid van gegevens las ik dat Moheda Alta ‘het epicentrum van de kraanvogels’ is. Nu hoeft dat niet waar te zijn dus ik zocht verder naar bevestiging van deskundigen. 

Zo legde ik contact met een organisatie die de kraanvogels in Extremadura telt in de herfst. Ze noemen zichzelf een studie- en beheergroep (Grus Extremadura). Daar kreeg ik contact met ene José die mij veel tips gaf, onder andere over akkers en waterpartijen in en om zijn eigen woonplaats; inclusief de vele uitkijkpunten. In zijn eerste mail meldde hij dat er op dat moment 400 kraanvogels waren geteld, de keer daarop ging het al om meer dan duizend exemplaren. Ze waren onmiskenbaar in aantocht. Hij bevestigde de betekenis van Moheda Alta. 

Van het een kwam het ander. José stuurde mij daarna een persbericht die de voorpret enigszins temperde. Daarin wordt uitgelegd dat de vogelgriep, het H5N1-virus, niet alleen al tienduizenden dode kraanvogels veroorzaakte onderweg, vooral in Duitsland maar ook in Frankrijk, maar dat het virus inmiddels ook op Spaans grondgebied toesloeg; onder andere in en om de lagune van Gallocanta waar wij vorig jaar waren. Het is de eerste keer dat kraanvogels in het wild worden geraakt door deze vogelgriep. Het tijdstip van deze uitbraak had niet beroerder kunnen zijn! In een krant werd de ziekte een vliegende pandemie genoemd. De vogels komen tijdens de migratie in groten getale samen -ook op tussenstopplekken- en dan gaat een besmetting snel rond. De vrees bestaat dat deze vogelgriep weleens 10 à 15% van de hele migrerende kraanvogelpopulatie zou kunnen treffen. Dat zou een ongekend drama zijn. De Europese kraanvogel heeft nu de status 'niet bedreigd' maar dat zou zomaar kunnen veranderen. We moeten 112 bellen als we dode kraanvogels zien in het gebied. Niks aanraken, alles melden. 

In mijn laatste mail stelde ik José voor elkaar persoonlijk te ontmoeten in zijn woonplaats. Of in de receptie van het plaatselijke hotel. (Dat heeft trouwens een muurschildering met grote kraanvogels in het restaurant, zag ik op de website.) Een soort Vrouw zoekt Boer maar dan anders. In mijn mails aan hem gebruikte ik bewust de ‘wij’-vorm. Opdat hij zich maar niets in het hoofd haalt! Hij zou ons dan kunnen rondleiden en vertellen wat we zien. Dat lukte niet. Wel was er een uitnodiging voor een praatje in het plaatselijke cultureel centrum, gevolgd door een bezoek aan een uitkijkpunt (mirador) over een waterreservoir.  Dat lukte evenmin. Op die avond zijn we alweer op een andere plaats.

Mijn favoriete radioprogramma ‘Vroege Vogels’ (NPO1 op zondagochtend) deed weer een oproep aan Nederlandse luisteraars in het buitenland. In 2023 deed ik voor de eerste keer mee aan hun eindejaarsprogramma en ook dit jaar meldde ik mij. Toen ging het om vogels in de omgeving van mijn woonplaats: reuring in de salinas en de sneue toestand van de hevig vervuilde Mar Menor, Europa's grootste binnenzee. Nu stelde ik voor een reportage te maken over migrerende kraanvogels in Extremadura. Redactrice Jasmijn en collega’s zijn enthousiast over dat idee. Ik ga de komende dagen dus ook geluidsopnamen maken. Kijken of dat lukt. (Wordt vervolgd.) 

We hebben zin om weer even op pad te gaan. Het zal ongetwijfeld tot boeiende vergezichten en verhalen leiden. Die hoor en zie je binnenkort.

P.S. De foto's van volle velden en in de lucht zijn van eigen makelij. Een nieuw webalbum is in de maak. 


zondag 2 maart 2025

Kraanvogels en andere gevederde vriendjes

In Gallocanta, de autonome regio Aragón, nam men vorige maand afscheid van de kraanvogels die daar afgelopen herfst en winter in groten getale neerstreken. Wij reden in november vorig jaar naar de laguna om deze migranten met eigen ogen te aanschouwen. Je moet deze intrigerende vogels en hun dierenmanieren een keer live hebben aanschouwd in je leven. Dat kan daar en masse: ze komen met hun tienduizenden vanuit het Hoge Noorden aan. 

Vogelaars in het zuiden en westen van Europa waren de afgelopen weken in rep en roer. Er was veel nieuws te melden over migrerende vogels en dwaalgasten. Vanwege het gematigde weer in deze tijd van het jaar werden gewoonten doorbroken en instincten vroeger of juist later aangewakkerd. De ene soort bleef langer hangen in X, de andere soort vertrok eerder uit Y en soorten die zeer ongebruikelijk of nieuw zijn voor locaties A en B toonden er plotseling hun snavels. 

De kraanvogels vertrokken dus uit de lagune van Gallocanta en, zoals elk jaar, worden ze formeel uitgezwaaid. Dat jaarlijkse afscheid ging gepaard met een festival voor ongevleugelden. Er kwamen veel mensen op af, naar verluidt; elk jaar meer. Dat is een van de positieve gevolgen van de coronapandemie (die alweer vijf jaar geleden uitbrak). Tempus fugit! In die lange periode van sociale distantie kregen mensen meer oog voor de natuur en een groot aantal van hen begon te vogelen. Als je eenmaal begint, houdt het nooit meer op. Er is zoveel om je over te verwonderen. 

De kraanvogels keren terug naar Scandinavië (Noorwegen, Zweden, delen van Finland), Centraal-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië) en de Baltische Staten (Letland, Litouwen, West-Estland). Normaliter vliegen ze niet of nauwelijks over Nederland maar dit jaar was een uitzondering. Er stond een krachtige zuidoostenwind die de vogels uit koers bracht en zo kwamen ze boven Nederland terecht. 

Vorig weekend luisterde ik naar Vroege Vogels op de radio toen een man uit een westelijke locatie in de provincie Zeeland zich in de ether meldde via de fenolijn (ook te bereiken via Whatsapp). Via 035-6711338 kun je je bevindingen naar de redactie sturen en die zenden ze dan uit in het programma. De man in kwestie zag een groep van circa 40 kraanvogels overkomen, leek eerst hoogst verbaasd en daarna zeer enthousiast. Dat had hij nog nooit meegemaakt in zijn leven.

De kraanvogelradar was dagenlang niet bereikbaar vanwege teveel gebruikers tegelijkertijd. Er werd met man en macht gewerkt aan het herstel. Afgelopen maandag was de radar weer in de lucht. Er waren die dag plukjes vogels te zien in het noordoosten van Frankrijk, ten oosten van Brussel (België) en enkele honderden in het midden en oosten van Nederland. Ze vlogen allemaal noordoost waarts. Bij een aantal van die groepen stond vermeld dat ze 113-116km per uur vlogen. Met de wind in de rug! Ze ruiken hun aanstaande partners waarschijnlijk. Dinsdagochtend was de radar weer uit de lucht vanwege teveel gebruikers, 's middag was die weer bereikbaar. Afgelopen vrijdag vloog een laatste groep van acht vogels over Venlo en omstreken. Inmiddels hebben deze migranten Nederland allemaal verlaten. Zonder tussenkomst van minister Faber. 

In een ander programma zag ik de eerste paringsdansen van kraanvogels in een Nederlandse weide. Sierlijk om elkaar heen stappend, met wijd gespreide vleugels, hoppend van de ene op de andere poot. Kraanvogels zijn goede dansers! Een klein aantal Europese exemplaren broedt weer in Nederland sinds het begin van deze eeuw. Ze doen dat vanaf april (dus het dansje is vrij vroeg). Een paartje blijft voor het leven bij elkaar, heeft één legsel per jaar van meestal twee eieren. De jonkies vliegen dit najaar met hun ouders mee naar zuidelijker oorden. Zoals ze al eeuwen doen. Mijn liefje en ik gaan in deze herfst/winter zeker weer op zoek naar kraanvogels in eigen land. Wellicht dat we dan naar een voor ons nieuw watergebied in Extremadura rijden om ze daar te zien. Je vindt ze in en om het nationaal park van Monfragüe (langs de grens met Portugal). 

Ook qua dwaalgasten was er dit jaar veel reuring in de gelederen van vogelaars. De definitie van een dwaalgast is een dier dat buiten zijn gebruikelijke verspreidingsgebied wordt waargenomen; meestal betreft het vogels.

Zo werd er een brileidereend gespot in de wateren van Texel. Normaliter verblijft deze eendensoort in Alaska dus je kunt wel nagaan hoeveel opwinding die aanwezigheid veroorzaakte. De vogel zocht naar mosselen en zeesterren in natuurgebied Wagejot, in de Waddenzee ten zuidoosten van Texel. Eidereenden zitten er daar genoeg maar de brileidereend zwemt doorgaans tussen de ijsschotsen van de Beringzee, de zee-engte tussen het oostelijkste puntje van Rusland en Alaska. Het feit dat deze eend op Texel vertoefde, betekende dat die tenminste 6.000km had afgelegd! De vogel was niet geringd. Deze eendensoort staat op de Rode Lijst van IUCN aangemerkt als ‘gevoelig’; hun aantal loopt achteruit. Er waren 1.800 personen die een waarneming instuurden (op waarneming.nl). In het programma Vroege Vogels werd zelfs een ter plekke aanwezige Spanjaard geïnterviewd die deze extreem zeldzame vogel met eigen ogen kwam bekijken. De brileider zwemt er nog steeds rond, las ik in de nieuwsbrief van Vogelskijken Magazine. 

In diezelfde periode werd bij Neeltje Jans voor het eerst een Pacifische parelduiker gespot in Nederland. De vogel leeft normaal in de buurt van de diepe meren op de toendra van Alaska, het noorden van Canada en Rusland. Min of meer dezelfde habitat als van de brileidereend. In die streken toont klimaatverandering (stijgende wintertemperaturen) zich op zijn meest dramatisch. Alaska warmt twee- tot driemaal sneller op dan het wereldwijde gemiddelde. 

Het zou gaan om een (zogenaamde) eerstewintervogel. Het jonge dier werd gedetermineerd aan de hand van de witte keelband, de donkere flank en het opvallende duikgedrag. Als deze vogel voldoende voedsel zou kunnen vinden, zou hij weleens een tijdje in Zeeland kunnen blijven, zo was de verwachting. Medio februari was echter de laatste officiële waarneming in het systeem. Dat wordt door vogelaars gezien als bewijs dat de vogel is gevlogen... Of opgegeten door een zeehond, zoals een persoon het verwoordde op zijn waarnemingsformulier. 

Deze Pacifische parelduiker is nog niet officieel erkend als dwaalgast of nieuwe soort. Dat moet eerst worden beoordeeld door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA). Ik wist niet eens dat zo’n gremium bestond?! Het zijn de leden van deze commissie die beoordelen of er sprake is van een heuse dwaalgast of nieuwe soort. Dat doen ze op basis van ontvangen (uitgebreide) waarnemingsformulieren; bij voorkeur inclusief foto’s. Om te voorkomen dat gevallen worden aanvaard waarbij onvoldoende zeker is of die soort op dat moment op die plek aanwezig was, zijn richtlijnen opgesteld voor de aanlevering van documentatie en voor de beoordeling, waarbij die laatste strenger wordt naarmate de (onder)soort zeldzamer is.

Op de website van deze commissie wordt nog met geen woord gerept over de parelduiker maar ik vermoed dat de vaststelling niet fout kan lopen: er waren ruim 1.980 waarnemingen en 2.300 foto’s van deze bijzondere vogel. 

Volgens CDNA-statistieken zijn er tot nu toe 543 nieuwe vogelsoorten gespot in Nederland (sinds 1800). Vorig jaar waren dat er vier: grote tafeleend, Afrikaans purperhoen, roetvliegenvanger en petsjorapieper.

Er waren afgelopen week drie nieuwkomers in Nederland. Een volwassen mannetje kleine topper (eend) werd naast de Oostvaardersplassen ontdekt. Daar bleek ook een mannetje witoogeend rond te dobberen. In de Pampushaven bij Almere werd een vrouwtje buffelkopeend gespot. Het is goed nieuws voor de twitchers van Nederland, de kolonne vogelsoortenjagers die het land rijk is.

Over deze groep en hun jacht verschenen in de loop der tijd interessante boeken. Van de Australiër Alan Dooley, getiteld ‘The Big Twitch: One man, One Continent, A Race Against Time’ (2005). De Brit Alan Davies schreef ‘The Biggest Twitch: Around the World in 4.000 Birds’ (2012). Dat bleek niet de grootste jacht, zoals Neerlands bekendste vogelaar Arjan Dwarshuis bewees. Zijn boek is getiteld ‘Een bevlogen jaar: Een man, zijn wereldreis en het record van 6.852 vogelsoorten’ (2019). Hij houdt nog steeds het wereldrecord vogels spotten. Remco Daalder analyseerde deze groep mensen in zijn boek ‘De soortenjager’ (2022).

Wat bezielt hen? Er zijn wereldwijd bijna 11.000 vogelsoorten. Het instinct van de jager-verzamelaar zit nog diep in sommigen van ons, denk ik. Soms is het ook een uit de hand gelopen project. Tegenwoordig geldt wellicht ook iets anders... Nu de wereld in brand lijkt te staan, lijken steeds meer mensen onzeker over de toekomst van onze planeet. Juist hierdoor maken we het ontluikende voorjaar bewuster mee want in bange tijden biedt de natuur steun en troost. In Huize Barefoot zijn we echter nuchter genoeg om de overkomende DANA even af te wachten.


maandag 2 december 2024

Die dag kreeg een 10

Onlangs gingen we enkele dagen naar de Laguna de Gallocanta om de daar residerende kraanvogels uit het Noorden van Europa te aanschouwen. Op de weg er naartoe hadden we te maken met omleidingen die verband hielden met de ernstige gevolgen van de overstromingen door Dana. Dat betekende dat we er anderhalf uur langer over deden om op onze bestemming aan te komen.

Eerder dit jaar ontdekten we de autonome regio Aragón in ons nieuwe Vaderland en we werden fan van het gebied. De afwisseling in landschappen, de weidsheid, de geschiedenis, cultuur en natuur. Dit zijn redenen genoeg om er terug te keren. We boekten deze keer een aardig hotel in een middeleeuwse stadje, op ruim 20km afstand van de lagune van Gallocanta.

De reisroute liep wederom door een zeer afwisselend gebied, al zijn het voornamelijk kleine lappen landbouwgrond. Je kunt kilometers ver kijken; dit is zo’n uitgestrekt en vooral leeg gebied. De boeren hadden al veel geoogst en het land winterklaar gemaakt. De kleuren van de in de grond aanwezige mineralen maakten het kleurenpalet compleet. 

Er dook iets nieuws op in het landschap dat om mijn aandacht schreeuwde. We bleken een deel van de ‘Ruta del Mimbre’ te volgen. Dat is een struik uit de wilgenfamilie waarvan de takken worden gebruikt om traditionele manden en andere voorwerpen te maken. Overal stonden kleurrijke takkenbossen te drogen in de velden. Rood en roze als ze nog niet waren gekapt, oranje, roestbruin en donkerbruin als ze dat wel waren, afhankelijk van hun drogingsproces. Een schitterend gezicht.

We reden door een natuurpark in Castillo-La Mancha waar honderden vale gieren boven onze hoofden zweefden. We passeerden een plaats waar hard werd gewerkt aan het weer moddervrij maken van een toegangsweg aan de voet van een bewoonde heuvel. 

Niet veel later passeerden we het indrukwekkende Castillo de Molino de Aragón. Dit fort werd door de Moren gebouwd in de 10de en 11de eeuw en is al ruim 90 jaar nationaal cultureel erfgoed. We legden een deel van de route af die Don Quichot en Sancho Panza bereisden, de fictieve figuren die de Spaanse auteur Miguel de Cervantes in zijn wereldberoemde boek opvoerde. Later die dag zouden we ook over een stukje van de ‘Camino del Cid’ rijden, de route die de vermaarde Spaanse ridder met dezelfde naam tien eeuwen eerder aflegde. We zagen een pikzwarte schaapsherder met een grote kudde langskomen. Is er ook al sprake van arbeidsmigratie in deze sector?!

We reden aan het einde van de middag Daroca binnen via de lage poort (puerta baja), een indrukwekkende monumentale ingang van het oude stadsdeel. Men denkt dat de ingang uit de 13de eeuw stamt. In de 15de eeuw werden de torens met getrapte kantelen aan beide zijden toegevoegd. Na te hebben ingecheckt in het hotel, liepen we het stadje in, op zoek naar de eeuwenoude moslim- en joodse wijk. Er is relatief veel van over -zij het in slechte staat- maar weinig te zien, op enkele sprekende muurschilderingen na; die verwijzen naar de bewoners van toen. Bij het toeristenbureau ontvingen we goede brochures voor lokale bezienswaardigheden en die in de omgeving. 

De volgende ochtend stonden we vroeg op om rond zonsopgang bij de lagune te kunnen zijn. De temperatuur lag op het nulpunt, dus de wollen mutsen, (pinguïn)handschoenen en winterjassen gingen aan. Op het dashboard van de auto zag ik een symbool dat ik daar niet eerder zag: een ijssterretje. Dat bleek geen nutteloze info! ‘El Triángulo de Hielo’ ofwel de ijsdriehoek ligt tussen Molina de Aragón, Teruel en Daroca. Laat dat nou net het gebied zijn waarin wij gingen rondrijden?! Dit is het koudste bevolkte gebied van Spanje, daar werden sinds het begin van de nieuwe eeuw de laagste temperaturen in het hele land gemeten. (Hoog in de Pyreneeën kan het kouder worden maar dat is onbewoond gebied.) 

Ondanks de kou was ik licht opgewonden... Hoeveel kraanvogels zouden we die dag gaan zien? Deze lagune is een van de best bewaarde (zoute) wetlands aan de westkant van Europa. De kraanvogels vinden het hier prettig omdat er volop kan worden gegeten en er geen bomen zijn. Zo kunnen ze roofdieren (vossen, wilde zwijnen, steenarenden) tijdig zien aankomen. Volwassen kraanvogels hebben een spanwijdt van circa 2m. De jonge kraanvogels, van nog geen jaar oud, vliegen met hun ouders mee op deze lange tocht. Je kunt hen herkennen aan het feit dat ze nog geen rode kop hebben. Die is lichtbruin en dat geldt ook voor de veren aan hun achterkant. Op een aantal foto's kun je dat verschil goed zien. Deze vogels zijn alleseters tijdens de vogeltrek. 

Voordat we het dorp Gallocanta binnenreden, landde de eerste groep kraanvogels voor onze auto. Voor de kiene fotografe vlogen er even verderop een paar door het beeld van de zon. Een goed begin! 

We werden die dag veel wijzer over het gedrag van deze vogelsoort, vooral door met lokalo’s te praten. Zij vertelden ons dat deze gevederde vriendjes zich in de ochtenduren voederen met de zaden en insecten op omringende velden (weidegebieden), tegen het middaguur een ander voedergebied zoeken en aan het einde van de middag c.q. het begin van de avond van die velden naar de laagste rustplaatsen in de lagune vliegen om daar te gaan slapen. Als ze slapen, staan ze op één poot in ondiep water.

Wij reden rondjes om de lagune (Gallocanta-Tornos-Bello-Las Cuerlas) heen, bezochten enkele observatiepunten en spraken met andere vogelspotters. Na zonsondergang mag er geen uitkijkpost meer worden betreden. Iedereen die daar wil fotograferen, moet ruim op tijd aankomen en de nacht blijven om de nachtrust van deze vogels niet te verstoren. Als migranten hebben zij hun rust hard nodig! De ene vogelliefhebber had een nóg grotere cameralens dan de andere. 

Vooral bij het bezoekerscentrum van Tornos keken we rond het middaguur onze ogen uit. Groepen van soms wel 100 vogels kwamen onze kant op of vlogen over onze hoofden. Je hoorde ze eerder dan je ze zag. Dat trompetteren schijnen ze te doen om bij elkaar te blijven. Ge-wel-dig! De vogels staan op relatief grote afstand van de kijker en zo is het ook bedoeld. (Er worden hoge boetes uitgereikt aan personen die zich daar niet aan de regels houden.) De meeste vogels vliegen door naar zuidelijker oorden maar gemiddeld overwinteren hier jaarlijks circa 12.000 exemplaren. Mijn telelens is toereikend om op grote afstand te fotograferen maar het vergt veel van de armspieren. De volgende keer ga ik met mijn tripod op pad zodat ik stabieler foto’s kan maken.

Het werd een fantastische vogeldag, qua weer en andere omstandigheden. Een tien met een griffel! Toen we vertrokken naar het hotel spotte mijn liefje heel hoog in de lucht een nieuwe groep kraanvogels die arriveerde. Dat beeld ontroerde mij, gek genoeg... 

Als afsluiter bezochten we gisteren (zondag) een roze stad met hangende huizen in de regio Aragón. Het gaat om Albarracín dat al op ons vorige reislijstje stond. We waren niet de enigen maar niemand liep elkaar daar voor de voeten. 

Dit stadje kent een zeer rijke geschiedenis: Celt-Iberisch, Romaans, Moors, Christen. Je kunt gemakkelijk parkeren buiten het centrum (€1 per uur of een vergelijkbaar vast bedrag per dagdeel) en dan naar het hoger gelegen stadscentrum lopen. Het heeft een fraaie kathedraal (16de eeuw) die is gebouwd op de ruïnes van een Romaanse tempel, het mooiste huis is Casa Julianeta (het plaatje van de dag), en veel leuke restaurantjes. Vanuit het uitkijkplateau  voor de kathedraal heb je mooi zicht op de oude stadsmuur en het fort. 

En wat zagen we op deze trip mooie herfstkleuren! Ik was in mijn nopjes. We reden via Valencia terug naar huis, met een kleine omleiding. We zagen de verwoestende werking van de kolkende watermassa die daar vorige maand huishield. Meegesleurde auto's lagen plompverloren in een sinasappelveldje. Het werd even stil in de auto... Op dat deel van de route doken regelmatig vrachtwagens voor herstelwerkzaamheden op. Men is drukdoende maar er is nog zóveel te doen.

Je vindt de weerslag van al onze bevindingen in mijn webalbum (rechterkolom van mijn blog) of via deze link. Enjoy. 


donderdag 28 november 2024

Vier-en-der-tig-dui-zend ♫

Ra-ra, wie zong dit lied?

15 mooie meiden in een boerenschuur
46 zieltjes voor het vagevuur
2 fanfares en een hoempapa
1 begrafenis met koffie na
4 papieren vliegers aan een heel lang touw
En 34 duizend, 34 duizend, 34 duizend voor jou

Het juiste antwoord is: de Nederlandse cabaretier, zanger en dichter Toon Hermans (1916-2000). Hij schreef ‘24 rozen voor jou’ zelf en zong het voor het eerst in 1967. Hij was een heuse troubadour van het volk. Toen hij overleed, legden fans boeketten met 24 rozen op zijn kist. Ik maakte er mijn eigen variant van en neurie het sindsdien dagelijks. Geen vierentwintig maar vierendertigduizend kraanvogels voor mij! 

Mijn liefje en ik keren binnenkort terug naar de lagune van Gallocanta, een enclave met een uniek ecosysteem in Europa. Daar zijn momenteel tenminste 34.112 kraanvogels te bewonderen. (En meer onderweg.) Joehoe! Het aantal wordt wekelijks vermeld op de website van het Centro de Interpretacion. Kenners noemen dit niet voor niets een ornithologisch paradijs. 

Het is niet zo dat ik, als oudere jongere, nog een bucket list hanteer. Zo’n lijst die je coûte que coûte wilt afvinken. Wel heb ik nog een wensenlijst. Het verschil tussen de ene en de andere lijst is dat het heilige moeten. Die is verdwenen. Maar als iets kan, is het mooi en als het niet gebeurt is dat oké. Ik heb overigens nog best een lange wensenlijst: het noorderlicht zien met eigen ogen, rondreizen in Turkije (rijke Euraziatische geschiedenis en cultuur), een cruise langs de eilanden in de Pacific, varen over de Amazone in Brazilië, snorkelen in Raja Ampat (Papua Nieuw-Guinea).

Mijn allerlaatste reis heb ik ook al bedacht. Ik zou graag willen dat mijn resten worden uitgestrooid in de wateren van Palau, een onafhankelijke eilandenstaat in Micronesië (Stille Oceaan). Ik ontdekte die plek in een interview met de Nederlandse wetenschapper Geerat Vermeij (1946) in 2002 in de Volkskrant Het was ten tijde van de publicatie van zijn boek ‘Schelpen en beschaving’. Als paleobioloog bestudeerde hij de complexiteit van schelpfossielen van honderden miljoenen jaren geleden. Als schelpenliefhebber las ik zijn boek in een ruk uit. Vermeij noemde snorkelen in Palau destijds de mooiste onderwaterervaring van zijn leven. 

De blinde Vermeij is een van de belangrijkste natuuronderzoekers ter wereld. Hij werd geboren in Nederland maar emigreerde als jonge wetenschapper naar de VS. Aan de hand van zijn ziende vrouw snorkelde hij voor onderzoek over koraalriffen in de hele wereld en voelde wat zij zag. Vorig jaar publiceerde deze emeritus-hoogleraar nog een boek, getiteld ‘The Evolution of Power: A New Understanding of the History of Life’. Hij wist niet dat hij nog een boek ‘in zich had’. Het werd een erudiet werk dat tot nadenken stemt. Homo Sapiens is het eerste ‘organisme’ dat de krachten van de natuur wist te modificeren. Het menselijk monopolie over de biosfeer is inmiddels een voldongen feit. De mens is echter gevaarlijk dicht bij het vernietigen van de hele aerobe biosfeer gekomen.

Palau dus. Mijn overlijdensverzekering, door mijn vader afgesloten in een ver verleden, dekt de kosten van deze uitvaart. In mijn geval geen begrafenis met koffie na en geen 34.000 rozen op mijn kist. Als mijn liefje mij overleeft, moet ze wel een verre reis ondernemen om op die plek te komen; hemelsbreed ruim 13.000km. Via Seoul of een andere Aziatische stad naar Kotor, de hoofdstad van die eilandstaat. Of via Australië en dan pal naar het noorden doorvliegen. Ze kan ook besluiten te gaan cruisen in die wateren en mij dan 1,2,3 in Godsnaam overboord gooien. Ze kan dat ook doen in de Middellandse Zee. Te voet, zonder een meter te vliegen. Goed voor het milieu, mijn uitstrooiing waarschijnlijk niet. Daar ga ik tegen die tijd niet meer over. 

Maar zover is het nog niet. In december krijg ik mijn eerste privé-pensioenuitkering, zes maanden voordat ik 65 jaar wordt. In 2005 stopten mijn liefje en ik met werken. De CFO van de familie had berekend dat het kon. We gingen rentenieren (niet met pensioen). In het Spaans maakt men dit onderscheid ook. Je bent ‘jubilada’ als je als vrouw voor de pensioengerechtigde leeftijd stopt met werken en ‘pensionista’ als je stop na je 65ste. Sinds 2005 ontving ik geen persoonlijk inkomen. We leefden van onze spaarpot en daar kwam later het privé- en staatspensioen van mijn (oudere) liefje bij. 

Inmddels zijn we 20 jaar verder. Vroeg stoppen met werken verveelde ons geen moment. Voor ons, workaholics, wachtte geen zwart gat. We trokken immers samen de wijde wereld in. De weg ergens naartoe was minstens zo belangrijk als de bestemming. Sindsdien vinkten we veel van onze wensenlijst af. Een groot kado, in menig opzicht. Je hoort regelmatig dat mensen met pensioen gaan en dan binnen een jaar dood neervallen of van alles gaan mankeren. Dat bleef ons grotendeels bespaard. We hebben onze mankementen maar tijdens onze roerige reisjaren waren we in staat er met volle teugen van te genieten. Kom er eens om! 

Daaraan voegen we nu een bescheiden binnenlands reisje toe. Het is ook leuk om toerist in eigen land te zijn. Zeker in zo'n groot en boeiend land als Spanje. We keren terug naar de autonome regio Aragón (zie septemberblogs) om de grote groep gevederde vrienden te zien die migreerden uit het Hoge Noorden van Europa en daar in duizendtallen neerstreken. Deze keer trakteer ik! De kraanvogels kunnen we van alle kanten en van dichterbij gaan bewonderen via een aantal observatiepunten die om de lagune heen liggen. 

Als we mazzel hebben, slaan we zelfs drie vliegen in één klap. We rijden ook door een gebied met herfstkleuren èn maken kennis met El Cid. De eerste keer dat ik op deze Castiliaanse veldheer stuitte, was tijdens de lessen Frans op de middelbare school. De Franse schrijver Pierre Corneille schreef een tragikomisch toneelstuk over ‘Le Cid’, een ridder uit de 11de eeuw die streed tegen de overheersing door de Moren op Spaans grondgebied. Verplichte kost op een katholiek college.

Het verhaal speelt zich af tijdens de Middeleeuwen, ten tijde van de (Re)conquista, die ongeveer 800 jaar duurde. Enkele christelijke koninkrijken op het Iberisch Schiereiland probeerden met militair geweld de islamitische moren uit het land te verdrijven. Vanaf de 8ste eeuw behoorden het huidige Spanje en Portugal tot Al-Andalus, onderdeel van het kalifaat van de Omajjaden die Damascus als hoofstad hadden. Later werd Córdoba -als emiraat- de nieuwe hoofdstad. 

El Cids echte naam was Rodrigo Díaz de Vivar. Hij vocht dan weer mee met de christenen, dan weer met de moslims. Alles draaide om macht, die van zijn opdrachtgever en die van hemzelf. Geen jongen om ruzie mee te krijgen. De moren vestigden zich in hoofdstad Zaragoza van het huidige Aragón, waar nog veel gebouwen in Mudejar-stijl zijn te bezichtigen. 

Ons hotel bevindt zich in de historische stad Daroca dat in de 8ste eeuw werd gesticht door Arabieren uit Jemen; zij noemden het Calat-Darawca. Een eeuw later was het een van de belangrijkste medina’s van Al-Andalus. El Cid onderwierp de vestingsstad in de 11de eeuw namens koning Alfonso I van Aragón. De ridder schijnt ooit in het ziekenhuis van dit stadje te hebben gelegen. Het heeft vandaag de dag nog steeds een te bezoeken moslim- en joodse wijk. Genoeg om te bezichtigen!

In de omgeving van het hotel en de lagune loopt een route die ‘El Anillo del Cid’ wordt genoemd, de Ring van El Cid. Die loopt door een ruig, bergachtig gebied met veel geschiedenis en van grote culinaire waarde vanwege de vele truffels en de eeuwenoude olijfbomen.

Hopelijk is er weer veel te bloggen bij terugkeer. ¡Hasta luego!


donderdag 14 november 2024

Passie voor vogels

Ik kan momenteel geen nieuwsbrief openen of radioprogramma luisteren of het gaat over de vogeltrek, het seizoensgebonden natuurfenomeen (voorjaar/najaar) dat veel mensen interesseert en fascineert en voor sommige wetenschappers hun professie is. De afbeelding hierboven geeft de vogeltrekroutes van de kraanvogels aan. 

Onlangs hoorde ik tijdens mijn favoriete programma ‘Vroege Vogels’ op zondagochtend een vogeltrekdeskundige vertellen over een ontdekking die wetenschappers recent deden. Een gezenderde zilverplevier was op extreme hoogte (ruim 3km boven zeeniveeau) tijdens een non-stop migratievlucht uit de lucht gegrepen door een slechtvalk. Men vond de volgband van de trekvogel op 200m afstand van het nest van de jager. Dr Michiel Boom publiceerde deze bevindingen vorige maand in het tijdschrijft Ecology. Informatie over predatierisico tijdens de trekvlucht ontbreekt grotendeels, met name wat betreft de hoogte waarop migranten risico lopen. Tot dan toe vond men geen bewijs dat er zo hoog wordt gejaagd. Dit nieuws haalde zelfs de New York Times die het artikel de kop gaf ‘A Feathered Murder Mystery at 10,000 Feet’. 

Toen ik vorige week nog niet veel mocht lezen vanwege een oogoperatie, luisterde ik naar de Vogelspotcast van Arjan Dwarshuis en zijn jeugdvriend Gisbert van Baalen. Dwarshuis is de bekendste vogelaar van Nederland, denk ik. Dit is doorgaans een grappig team dat vooral jonge mensen inspireert de natuur in te trekken. Ze zijn dus goed bezig. Dwarshuis is de allesweter en vaak de pestkop, Van Baalen de nitwit en zijn gewillige slachtoffer. Van Baalen kon voor aanvang nog geen mus van een duif onderscheiden maar inmiddels fluit ook hij een aardig vogeldeuntje mee. 

In een van die podcasts vertelde Dwarshuis over de vogeltrek in de herfst. Een relatief kleine waadvogel als de drieteenstrandloper (a), die hier ook jaarlijks aan de plaatselijke kust neerstrijkt op weg naar Afrika, kan wel tot op 8km hoogte vliegen! Dat is maar iets lager dan de gemiddelde cruisehoogte van een vliegtuig. Ze broeden in de Arctische Cirkel en gaan op weg naar hun overwinteringsplek in het diepe Zuiden. Dat is een tocht van circa 10.000km. Het kleine dier moet enorm veel vleugelslagen maken om onderweg niet te bezwijken en die weg van duizenden kilometers succesvol af te leggen. Daarbij komt veel warmte vrij dus het vermoeden is dat deze vogels grote hoogte kiezen om die warmte goed kwijt te raken en niet aan oververhitting te bezwijken. Het vermoeden was ook dat ze zo hoog vliegen omdat ze zo hopen daar niet te worden aangevallen en opgepeuzeld door roofvogels. Dat laatste kan nu worden ontkracht. Een roofvogel als de slechtvalk, een zeer sterke jager, jaagt wel degelijk op grote hoogte.

Op de fotocollage zijn (b), (c) en (d) respectievelijk een zilverplevier, een bontbekplevier en een kleine plevier. Allemaal waad- en trekvogels die werden gespot in het najaar, op het eigen strand. Mijn liefje noemt deze plek onze kleine Goudkust. 

Laatst stond er een informatief artikel in de Volkskrant over de allereerste vogelaars van Nederland. Vogelen doen we er pas 100 jaar. In het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam is tot eind september 2025 de tentoonstelling ‘Passie voor vogels’ te bezichtigen. Dat gaat over de zeven Nederlandse mannen die met deze bezigheid begonnen. Er is plek ingeruimd voor één vrouw: freule Cécile Goekoop-De Jong van Beek en Donk (1866-1944). Ze was geen vogelaar, wel schrijfster en feministe. 

Eind 19de eeuw stoorde haar het gebruik van vogelveren voor hoedjes en andere damesmode. Daarom richtte ze samen met haar zus Elsa de ‘Bond ter bestrijding eener gruwelmode’ op (1892). Zeven jaar later ontstond hieruit de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels, de hedendaagse Vogelbescherming. De eerste leden waren vrouwen die zich inzetten tegen dierenmoord. En met succes! In 1912 kwam de Vogelwet tot stand, waarmee Nederland het eerste Europese land werd waar in principe alle –uitzonderingen daargelaten– in het wild levende vogels een beschermde status kregen. De vrouw met het geweer zou Coco Chanel zijn.

Het idee om aandacht te besteden aan de vogelaars van het eerste uur kwam van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU), een vereniging voor amateurs en professionele vogelonderzoekers -eveneens 100 jaar oud- die zich tot doel stelt ‘de interactie en kennisoverdracht tussen beide groepen te bevorderen’. Een van die vroege vogelaars stelde dat vogels kijken van alle sporten de meest wetenschappelijke, en van alle wetenschappen de meest sportieve sport is. 

Waarschijnlijk hadden die eerste vogelaars geen idee dat ze aan het pionieren waren. Ze moesten het doen met veel beperktere middelen dan tegenwoordig. Bij het artikel stond een foto van een oud zeepbakje dat door Willem Bierman werd gebruikt voor het bijeenhouden van aantekeningen in het veld. De zelfvervaardigde camera van vogelaar Frans Kooijmans woog 16.5kg. Het ding werd ‘het kanon’ genoemd. De Tweede Wereldoorlog leverde hem iets bijzonders op: uit het vizier van een oude Duitse tank wist hij twee lenzen te slopen die een aanzienlijke verbetering voor zijn eigen kanon betekenden.

De verzamelwoede van Bernard van Dooren resulteerde in 102 sigarendoosjes vol met (leeggeblazen) eieren. Nu is deze verzamelpraktijk verboden. 
Uit hun notities over de vogeltrek blijkt het inzicht over dit intrigerende fenomeen te groeien. ‘Het bleek dat vogels de halve wereld over vliegen tijdens hun trek. Voordien dachten mensen nog dat een koekoek 's winters veranderde in een sperwer, of dat zwaluwen overwinterden in de modderbodems van sloten en ander water.’ Op de illustratie hiernaast is de voorzittershamer van de Club van Vogelkundigen te zien, uit 1941.

Elke hedendaagse vogelaar staat op de schouders van deze oude reuzen. Plus een reuzin! 

Mijn liefje en ik reden in september naar de lagune van Gallocanta om daar migrerende kraanvogels te zien. Het is een plek waar duizenden vogels in dit seizoen neerstrijken. We waren destijds helaas te vroeg. Er zijn grofweg drie migratieroutes. De kraanvogels uit Scandinavië (Noorwegen, Zweden, delen van Finland), Centraal-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië) en de Baltische Staten (Letland, Litouwen, West-Estland) gebruiken de West-Europese vliegroute. Die voert hen naar de overwinteringsgebieden in Frankrijk en Spanje. Gallocanta ligt op die route. De route van de terugreis naar de broedgebieden in het voorjaar verschilt nauwelijks van de heenreis. De vogels gebruiken heen en terug dezelfde tussenstops. (Gallocanta is gearceerd op de kaart bovenin.) 

Inmiddels streken daar al ruim 11.000 kraanvogels neer. We hadden ons voorgenomen ze te gaan zien als ze in voldoende aantallen waren gearriveerd en als de wegen ernaartoe sneeuwvrij waren. (De lagune ligt op meer dan 1.100m hoogte dus het kan er sneeuwen.)

Ik kon mij verheugen op de excursie die rondom de lagune wordt aangeboden; er is er eentje in de ochtend en een in de namiddag. Dat betekent dat er verschillende soorten lichtinval zijn. Joehoe! Het recente noodweer door de DANA gooide echter roet in het eten. De route die we zouden volgen, is nu moeilijk begaanbaar door de vernielingen die het kolkende water in dat gebied aanbracht. Als we ongehinderd naar Gallocanta willen rijden, moeten we omrijden en dat trekt ons niet per se. Er is immers ook al sneeuw gevallen. We gaan zien wat er de komende maanden gebeurt.

Het is niet zo dat ik nog nooit van mijn leven kraanvogels zag. Toen we in 2005 na vroegpensionering aan onze wereldreis begonnen, zagen we er twee in het natuurpark Kakadu (Northern Territory) van Australië. De exemplaren op de foto behoren tot de brolkraanvogels; de Ozzies noemen ze daarom ‘brollos’. We hebben tot maart 2025 om ze in groten getale in Spanje te zien.


zondag 6 oktober 2024

Aethon

Dit is een blog met uitsluitend goed nieuws. Mijn favoriete radioprogramma ‘Vroege Vogels’ won onlangs de Irispenning. Deze prestigieuze prijs wordt uitgereikt aan organisaties, projecten of personen in Nederland die gedurende langere tijd –minimaal vijf jaar– op innovatieve en eigenzinnige wijze een breed publiek weten te bereiken en te informeren over onderwerpen op het terrein van wetenschap en techniek. Joehoe! Vroege Vogels, dat al 35 jaar bestaat, wordt wekelijks beluisterd door 500.000 luisteraars. Ik ben een trotse volgelinge. Terwijl ik zit te bloggen, hier en nu, staat het programma aan. Er is ook altijd prachtige klassieke muziek te horen tussen de boeiende reportages door. 

Mijn liefje en ik reden laatst naar natuurpark El Hondo toen we een kilometer voor de ingang van het park een stuk of zes Europese bijeneters op een electriciteitskabel zagen zitten. Ik reed langzamer om deze kleurrijke vogels goed te kunnen bekijken. Ze vlogen op en keerden terug. Ik was enthousiast. Wellicht zouden we ze ook kunnen zien in het park. Het was jaren geleden dat ik deze migranten in vogelland voor het laatst had gezien. Toen woonden we nog op de golfbaan van Lomas de Campoamor. We reden door naar de ingang van het park en zagen overal watervogels op- en overvliegen. Dat beloofde wat! 

We waren nog niet uitgestapt of het snerpende geluid van een maaimachine vulde de lucht. Het leek aanvankelijk één snoeier te zijn maar het bleken er drie. We ontwaardden ze in hoge rietkragen. Was dat nu nodig op de dag dat wij daar waren om rustig naar foeragerende vogels van heinde en verre te kunnen kijken?! Tja. Het mocht de pret maar een beetje drukken. Tussen de flamingo’s, grote en kleine reigers, juveniele en volwassen steltkluten, waterhoenen, eenden en een enkele plevier vertoefde er die dag een grote groep zwarte ibissen (eveneens trekvogels). En veel grote en kleine libellen; sommigen copulerend. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. Het mannetje grijpt het vrouwtje achter haar kop beet met zijn achterlijfaanhangsels en sleept haar mee over het water. Foto's hiervan zijn te vinden in mijn España 2024-webalbum. 

Vandaag is het wereldwijd ‘Dag van de vogels’. Ik wilde ons inschrijven voor een begeleide excursie in een van de twee natuurparken in de omgeving maar ze waren allebei reeds volgeboekt. Niks om over te treuren, ik vind het vooral goed nieuws. Goed dat er zoveel anderen aandacht besteden aan deze dag en aan het lot van vogels. Wij gaan later vandaag een ronde doen in de eigen woonomgeving. Afgelopen week spotte ik al enkele migrerende vogelsoorten op het eigen strand en in de belendende duinen. Zo zag ik een grote groep drieteenstrandlopers en een klein aantal sternen die probeerden een visje mee te pikken. Altijd een feestje om ze hier te zien, wetend dat ze op een lange doorreis zijn. 

De regelmatige lezer herinnert zich waarschijnlijk dat we onlangs een rondreis door Aragón maakten en dat we de Laguna de Gallocanta bezochten om migrerende kraanvogels uit het hoge Noorden te zien. Op het hoogtepunt van de migratie kunnen het tienduizenden vogels zijn. Op dat moment stond er welgeteld nul kraanvogel in die lagune. We waren te vroeg. Vanmorgen las ik dat de eerste grullas’ daar zijn gearriveerd. Het zijn er 30 en ze komen uit Noord-Frankrijk. (Dat weet men door de ringen.) Ik zag nogal slechte foto's maar ze waren het echt.

Laatst las ik het wonderlijke boek ‘Wolkenstad’ van Anthony Doerr waarin onder andere wordt verwezen naar de Griekse herder Aethon. Hij verlangde ernaar in een vogel te veranderen om zo naar een utopisch eiland in de wolken te kunnen vliegen. De auteur noemt dat oord met een knipoog ‘Cloud Cukoo Land’ (dat is de oorspronkelijke Amerikaanse titel van dit boek). Doerr maakte van een 24 eeuwen oud verhaal van Antonius Diogenes een moderne variant met vijf verhaallijnen. Kunnen vliegen naar een magisch oord zou ik ook wel willen... Al droom ik er nooit over. Wie wil nu niet naar de perfecte plek in de clouds? Een professioneel wolkenstaarder toch zeker wel! 

Dit jaar wordt ook het 70-jarig bestaan van SEO Birdlife gevierd, de Spaanse Vereniging voor Ornithologie. Dit is een NGO met meer dan 25.000 leden en 180.000 anderssoortige enthousiastelingen; daar ben ik er eentje van. De organisatie begon in dit land maar inmiddels bestaat er ook een SEO International, met 13 miljoen supporters wereldwijd. In de afgelopen decennia verzamelde men 16 miljoen vogelgegevens via burgerwetenschappelijke programma’s. Ter ere van dit jubileum koos de organisatie de vogel van het jaar. Dat werd de roerdomp, een waadvogel die in het Rode Vogelboek van Spanje staat. Deze reigersoort heeft de status ‘ernstig bedreigd’ want de meeste wetlands in Spanje zijn in erg slechte staat. 

Een recent project van SEO Birdlife is onderdeel van de database MIGRA, die meer dan tien jaar geleden werd opgezet. Deze gegevensbank over migrerende vogels groeide enorm in de afgelopen jaren. Met het nieuwe project kun je nu van enkele soorten een interactieve kaart zien met hun bewegingen. Ik bekeek onder andere de kaart van zwarte gieren die momenteel van Spanje naar Senegal (West-Afrika) vliegen. 

National Geographic verkoos deze maand de makers van de beste vogelfoto’s van 2024. Er waren dit jaar 23.000 inzendingen van over de gehele wereld. De algemene winnaar -Photographer of the Year- is de Canadese fotografe Patricia Homonylo. Haar gouden foto in de categorie ‘Conservatie’ is getiteld ‘When worlds collide’. Je moet even goed kijken om te zien wat ze hiermee vertelt. Ze stak veel tijd en energie in de compositie van de winnende foto. Ze verzamelde 4.000 grote en kleine vogellijkjes die in de stad Toronto tegen een raam waren gevlogen en die crash niet overleefden. Elk jaar overkomt dit 1.3 miljard vogels in Noord-Amerika. De dode vogels worden nooit als oud vuil achtergelaten. Honderden vrijwilligers rapen ze op en geven ze een plek in de jaarlijkse ‘Bird Layout’. Het geeft aan wat de invloed is van de mens op het vogelleven. 

De prijs voor de grappigste vogelfoto ging naar de Amerikaanse fotografe Nadia Haq. Ze noemde haar foto ‘Een moderne danseres’. Ze nam de foto van deze Adélie-pinguïn op Antarctica. Ze zat met haar man en kind in een zodiac op weg naar een ijskap toen de vogels zich daar uit de voeten probeerden te maken. Deze uitglijer van jewelste zorgde ervoor dat ze in de prijzen viel.

De mooiste foto vond ik zelf de inzending van de Amerikaanse computeringenieur Jack Zhi die natuurfotografie als hobby heeft. Zhi won dit jaar in de categorie ‘Vogelgedrag’. De titel van zijn foto is ‘Jong & speels’. Hij legde een jonge valk vast die in de lucht stil lijkt te staan om een vliegende Monarch-vlinder eens goed te bekijken. Prachtig! Vorig jaar behoorde Zhi ook al tot de prijswinnaars met een spectaculaire foto van een valk die vliegend zijn nest verdedigt tegen een bruine pelikaan. Nog even en hij kan van zijn hobby zijn nieuwe beroep maken, vermoed ik. 

De foto in de kop van dit blog, getiteld ‘Gefluister van de dagenraad’ is van Hermis Haridad. Hij is geboren in India maar woont momenteel in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten). Hij is dit jaar de winnaar in de categorie ‘Vogels in vlucht’ maar ook hij viel eerder in de prijzen bij een National Geographic-verkiezing. De foto is van een Euraziatische hop (ook een migrant) die we hier hopelijk binnenkort weer zullen horen. Mijn excuses voor de tekst die door het vogelkoppie loopt.