Translate

Posts tonen met het label vogeltrek kraanvogels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vogeltrek kraanvogels. Alle posts tonen

maandag 5 januari 2026

Old Birds

Mijn aandacht werd getrokken door een lieflijke boekomslag. Het blijkt te gaan om de debuutroman van de Amerikaanse auteur Virginia Evans. Het boek gaat over een 73-jarige wijze en geestige vrouw (Sybil van Antwerp) die 's ochtends gaat zitten om met mensen te corresponderen via ‘ouderwetse’ brieven. Ze stuurt ze aan haar broer, haar beste vriendin, de rector van de universiteit die haar niet toeliet tot een college dat ze dolgraag wilde volgen, haar favoriete auteurs om hen te vertellen wat ze van hun nieuwste boeken vindt, en aan één persoon aan wie ze vaak schrijft maar aan wie ze ze nooit verstuurt. Maar dit is geen boekenblog, deze gaat over vogels. 

Roodborstjes zijn voor velen een herkenbaar gezicht in de winter maar dat geldt niet per se voor ons, aan de Costa Blanca. Hier hebben we wel een kouder seizoen maar ik zou het geen winter noemen. Dat neemt niet weg dat we er momenteel twee (denken we) in de eigen tuin hebben. Ik las ergens dat deze vogels intrigerend gedrag vertonen als het om hun territorium gaat. Uit recent onderzoek blijkt dat deze vogeltjes hun leefgebied in het koude seizoen aanzienlijk verkleinen, tot slechts één tuin. 

Wanneer de winter aanbreekt, verandert het leven van roodborstjes aanzienlijk. Hun territorium, dat normaal gesproken uit meer tuinen bestaat, wordt ineens veel beperkter. Vogelkenners ontdekten dat dit gedrag verband houdt met de zoektocht naar voedsel en de noodzaak om te overleven in een koudere omgeving. Door te focussen op één tuin kunnen ze efficiënt gebruikmaken van de aanwezige middelen en de concurrentie met soortgenoten minimaliseren. (Roodborstjes zijn zeer territoriaal.) 

Het feit dat deze vogels onze tuin kozen, bood ons de mogelijkheid om hen extra te steunen in dit seizoen. Ik had nog een restje muësli in de kast en daarvan strooien we nu dagelijks een beetje op de rand van een muur. Dat moet je dan wel het hele seizoen blijven doen want ze rekenen erop maar dat vinden we prima. Het strooisel trekt ook merels en mussen en die pikken om beurte. Er heerst wel een duidelijke hiërarchie: de grote merel eist de ruimte als eerste op. Als die weg is, komen de mussen in groten getale en het restje dat overblijft, os voor de roodborst. Terwijl het voederprogramma juist voor hen was bedacht... Tja. Ik heb altijd geweten dat de wereld onrechtvaardig is.  

Deze kleine oranje bolletjes hebben onze tuin verkoren boven de andere in de straat. Joehoe! Op een natuurwebsite las ik dat roodborstjes in staat zijn om gezichten te herkennen. Ze herinneren zich wie hen voedert en dat maakt ze extra bijzonder. Eentje leek inderdaad geïnteresseerd terug te kijken (zie eerdere foto).

Vorig jaar bestond mijn favoriete natuurprogramma op de radio, Vroege Vogels, 70 jaar. Zeventig jaar natuurprogramma’s... kom er eens om! In de laatste uitzending van het jaar werd een ode gebracht aan de voorloper van dit programma. Dat was het populaire VARA-programma ‘Weer of geen weer’ dat in 1955 startte en werd gepresenteerd door Bert Garthoff (1913-1997). Voor de toenmalige voorzitter van VARA-radio, Jan Broeksz, was het belangrijk een geduchte tegenhanger te vinden op de zondagochtend voor alle kerkdienstprogramma’s en orgelmuziek in die tijd. Broecksz besloot dat er een programma moest komen waarin luisteraars werd verteld wat ze met hun vrije zondag konden doen. Indertijd was zaterdag nog een werkdag.

Het werd een populair natuurprogramma dat ook -als een van de eerste en weinige radioprogramma's- aandacht besteedde aan natuurbescherming en milieuvervuiling. Garthoff kon daarbij soms fel uithalen naar milieuvervuilende bedrijven. De roep van de haan maakte toen nog onderdeel uit van de begintune (de rode haan van de VARA). Natuurmonumenten had destijds nog maar 250.000 leden (nu bijna 1 miljoen) maar er luisterden wekelijks al 1,5 miljoen Nederlanders naar 'Weer Of Geen Weer'. In 1978 stopte Garthoff ermee vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit programma werd opgevolgd door ‘Vroege Vogels’. 

Gisterochtend luisterden we weer naar mijn favoriete progamma. Wie luistert, weet meer. Daar was de bijdrage van mijn liefje en mij (‘Team Barefoot’) te horen als onderdeel van hun jaarlijkse Buitenland Special. Maanden geleden riepen ze luisteraars in het buitenland op om mee te werken aan een speciale uitzending. Ik stak mijn digitale vinger met plezier op. Wij deden mee met een inzending over migrerende kraanvogels die we vorig jaar bezochten in de autonome Spaanse regio Extremadura. Het is een radioprogramma dus het gaat vooral om geluid. Nou, dat  maken die vogels! 

In de aanloop naar deze eerste uitzending van 2026 appte redacteur Jasmijn het precieze tijdstip van onze bijdrage door: 9:45 uur. Dat werd in de praktijk enkele minuten later (9:51 uur). De geïnteresseerde kan het dus op de minuut nauwkeurig terugluisteren via de website van Vroege vogels. 

Wij luisterden naar het gehele programma (vanaf 7:00 uur, op NPO1). Er waren veel inzendingen, de meerderheid was afkomstig van Nederlandse wetenschappers die in een ver of wat dichterbij buitenland werkzaam zijn als onderzoekers. Zo kwam er een vrouw aan het woord die al 25 jaar veldonderzoek doet in Kenia, een archeologe van dierresten werkzaam in Finland (woonachtig in Zweden) en een jonge vrouw die pathologisch onderzoek doet naar aangespoelde walvissen en dolfijnen in Schotland. Dat ligt deels aan de migratieroute van grote zeedieren en daarom is de variatie in soorten daar zo groot. Ik leerde ook dat in Senegal de grootste populatie kiekendieven ter wereld overwintert (4.000 à 6.000) en meer wetenswaardigheden. De meeste deelnemers werden telefonisch live geïnterviewd. Het werd een bomvolle, interessante uitzending. Joehoe! 

Ook de Fenolijn was deze keer uitsluitend gevuld met fragmenten van luisteraars in het buitenland. Het programma begon met een Nederlandse in India die als eerste amateurradioverslaggever optrad. Zij loopt elke ochtend in het donker vanuit haar huis (300km ten zuiden van Mumbai) naar haar yogaklas en hoort dan veel geluiden uit de natuur. Wij luisterden mee terwijl zij sprak en liep. 

Mijn liefje en ik waren de hekkensluiters. Onze inzending was de uitsmijter van het programma. (De bijdrage die het langst blijft hangen?) Presentator Menno Bentveld introduceerde mij als ‘de vaste luisteraar aan de Costa Blanca’. Ook mijn liefje werd genoemd (met haar Spaanse bijnaam). Ik vind het fijn om onderdeel te zijn van de Vroege vogels-gemeenschap... Een zeer diverse groep met oog en oor voor de natuur. 

Het montageteam maakte er een mooi bijdrage van, van bijna 4 minuten. Ik had het in delen aan hen toegestuurd. Het ene fragment ging naadloos over in het andere. Echt goed gedaan. Met altijd dat geluid van de kranen op de achtergrond. Ik hoorde muzelluf overlopen van enthousiasme en verwondering: ‘ik zag wel 60 kraanvogels, [..] wel 500 exemplaren, [..] ze waren ontelbaar’. 

En zo was het ook. Al stonden we te blauwbekken in de vroege ochtend, waren we door omstandigheden vaak gedwongen om op grote afstand te blijven. Een natuurrapporteur zijn is geen kinne sinne, dat kan ik je vertellen! Kraanvogels zijn nogal schuw, al zou je dat niet zeggen op basis van hun luide keelklanken. Zodra ik mijn camera ophief om tevens een plaatje te schieten, vlogen ze op. Maar dit project was onze inspanningen meer dan waard. 

Our 4 minutes of fame of 2026...

Er waren vrienden in Nederland die live meeluisterden. Die roemden onze bijdrage en vinden dat we (samen) aan een podcast moeten beginnen. Nou, ik niet. Maar een volgend radioproject ga ik niet uit de weg. Voor de goede zaak.   


vrijdag 7 november 2025

Wie vertelt, legt vast

Als je van huis wegrijdt, ben je onwetend over wat je later overkomt. Dat gold zeker voor ons deze keer. We reden met goed weer en een lekkere temperatuur weg uit de Costa Blanca, op weg naar de autonome regio Extremadura. Als chauffeur wist ik dat mij een lange route te wachten stond. Wat ik niet wist, is dat we midden in een tornado terechtkwamen na circa 600km te hebben gereden. We waren ongeveer op een uurtje rijden van onze bestemming toen het steeds donkerder en dreigender werd. De lucht kleurde steeds dieper paars. Op enig moment begon het in die donkere wolk te flitsen van jewelste; eerst horizontaal, daarna ook verticaal.

De hemelpoorten openden zich na enkele minuten en de wind wakkerde enorm aan. De auto begon daardoor hevig te schudden. In drie seconden tijd zag ik geen hand meer voor ogen. Er kwam een muur van water op ons af, de ruitenwissers konden het niet aan. De jonge olijfbomen aan de linkerkant van de rijweg werden hevig door elkaar geschud. Ik minderde direct vaart en reed stapvoets naar de rechterkant van de weg. Min of meer op gevoel, ik zag namelijk niets. Dat moest wel met beleid gebeuren want ter rechterzijde van de rijstrook bevond zich een talud. Zo wachtten we het noodweer af, de motor hield ik voor de zekerheid aan en de alarmknipperlichten ook. 

Opgelucht konden we even later de weg vervolgen. Eenmaal aangekomen in het hotel vertelde de receptioniste ons dat het bij hen onderliep in de hal en een boom knalde omver op het buitenterras. Overal in de receptie en centrale hal stonden nog van die gele uitklapbare waarschuwingsborden voor gladde ondergrond op de marmeren vloer. 

Daarna klaarde het snel op. In de plaats Cáceres bleek zich op dat moment een drama af te spelen. Auto’s dreven daar door de straten. De brandweer moest eraan te pas komen maar niemand raakte gewond. In een half uur tijd daalde er 180 liter regenwater per vierkante meter neer! Dat lazen we de volgende dag in ‘el Periodico de Extremadura’. 

Ons eerste hotel was een voormalig kuuroord, op loopafstand van de oevers van het grote stuwmeer van Alange. Deze locatie was ons door een kraanvogeldeskundige aangeraden. Van hieruit konden we deze machtige vogels voor zonsondergang zien overvliegen naar hun overnachtingsplek in het water. Dat bleek te kloppen. We stonden op het geijkte tijdstip goed uitgerust (telefoon en camera’s) te wachten op hun komst. De zonsondergang was die avond kleurrijker dan ooit. Er vlogen honderden kraanvogels over, zij het op grote afstand en op 100 à 200m hoogte. We waren echter diktevreden met het resultaat. We zagen ze! 

De volgende ochtend hoopten we ze te zien vertrekken naar de voedergronden; vooral reeds geoogste rijstvelden in de (verre) omgeving hebben de voorkeur. Die ochtend was nóg beter voor de kijker: ze kwamen lager over en de opkomende zon bescheen hun onderlichamen fraai. 
Voor de luisteraar was die ochtend echter een drama. Vanwege die tornado moesten veel bomen worden gekapt en flink gesnoeid. Mannen met luide kettingzagen vulden de vroege ochtendlucht. Wij hadden ons voorgenomen die ochtend geluidsopnamen te maken voor mijn nieuwe ‘Vroege Vogels’-project maar dat was onmogelijk vanwege de herrie. Ik kon er wel om lachen. Mijn liefje, de geluidsvrouw, ook... 

Ik blijf mij erover verbazen hoe kraanvogels hun lange nekken recht kunnen houden als ze zo lang vliegen. Dat vergt volgens mij een flinke inspanning. Meestal waren het grote groepen kraanvogels, soms kleine(re) plukjes die overvlogen. Als ze nog niet in V-formatie vliegen, is het een getrompetter en geroep van heb ik jou daar. Alsof ze elkaar nog even moeten vinden. Als ze eenmaal in optimale vliegvorm bewegen, neemt het getetter af. Je lijkt dan alleen de koploper en de achterste vogel te horen communiceren. Ik vind dat fascinerend! 

We zijn sowieso blij met elk rondvliegend gevleugeld vriendje, gezien de dramatische toestand van de vogelgriep. Er stond een alarmerend artikel in Trouw over de veldslag die nu in die gelederen woedt. De journalist noemde het ‘een gevleugelde pandemie’. In de nieuwsbrief 'Vogelkijken' stonden hartverscheurende verslagen van zieke vogels in Noord-Duitsland en delen van Frankrijk die moesten achterblijven terwijl de rest van de groep doortrok. In sommige gevallen bleven ook jonkies achter om bij een zieke ouder(e) te blijven. 

Een besmette vogel vertoont al na enkele uren de eerste symptomen en overlijdt meestal binnen drie dagen. De vogels verzwakken enorm en sterven doorgaans door verdrinking omdat ze niet genoeg kracht hebben om hun kop boven water te houden. Het virus tast de ademhalingswegen, het spijsverterings- en zenuwstelsel aan waardoor zieke vogels vaak ongecontroleerde bewegingen gaan maken. Dat is niet om aan te zien.  

Op dag 2 bezochten we overdag hoofdstad Mérida (vroeger ‘Augusta Emerita’ genoemd), een stad met eeuwenoud UNESCO Werelderfgoed in en om het centrum. Bij strakblauwe lucht liepen we over de Romeinse brug, zagen we het Romeinse theater en amfitheater, de tempel van de Romeinse godin Diana en meer van heel dichtbij. Men noemt het ook wel het archeologische ensemble van de stad. Had ik niet willen missen. Overal op het terrein zaten archeologen hun werk te doen. Op de vraag van mijn liefje wat ze precies zochten, zei een van hen 'todo'. Ofwel van alles. Er werd genoteerd, materiaal in genummerde zakjes gedaan en opgeborgen. Serieus werk. Mérida wordt wel 'het Rome van Spanje' genoemd. Al is het een stad met prachtige geschiedenis, ik weet niet of de vergelijking werkelijk opgaat...  

Op de laatste ochtend van ons verblijf in Alange stonden we extra vroeg op. De lucht boven de embalse kleurde mooi maar er waren wolken. Wij waren vroeg, maar de kranen niet. Die kwamen relatief laat over. We hadden ons voorgenomen die ochtend een laatste poging te doen geluidsopnamen te maken van hun passage. Dat ging best goed. Vanwege de kilte en het lange wachten, zaten de vingers van mijn liefje vastgeklonken aan het telefoonscherm. Kasian. Vroege Vogels-redactrice Jasmijn smacht inmiddels naar enkele fatsoenlijk hoorbare bijdragen, vermoed ik. 

Inmiddels zijn we op bestemming 2. Op weg hier naartoe reden we over de campo (binnenland), zoekend naar die grijze lichamen. Eigenlijk is het gekkenwerk. Het personeel van het toeristenbureau in Alange wist ons niet te vertellen waar de kraanvogels zich precies ophouden overdag. Dat is aan biologen, was hun oordeel. 

Toen we op weg waren naar ons tweede hotel vroegen we een jonge kerel van de Guardia Civil waar we de grootste kans hadden foeragerende kraanvogels te zien. Hij pakte de telefoon direct van mijn liefje over en typte een bestemming in in Google Maps. Het resultaat gaf hij aan haar terug. Op die instructies reden we vervolgens door. 

Onderweg zag ik op een bepaald moment veel grijze stenen in een geoogst veld aan de linkerkant van de weg. Je begrijpt het: die stenen waren levende kraanvogels. Joehoe! We parkeerden de auto aan het begin van een boerenpad en liepen voorzichtig richten de grazende dieren. Kraanvogels zijn nogal schuw, ze vliegen op bij het minste of geringste. Zo fotografeerde ik de eerste ‘grullas’ op de grond zichzelf voederend (inclusief jonkies die met hun ouders meevliegen; die zijn niet witgrijs maar bruinig). Mijn liefje maakte nieuwe opnamen.

Morgen wordt ook weer een dag waarop we cultuur en natuur combineren: we gaan de zwarte madonna van Guadelupe en het koninklijke klooster bezichtigen (eveneens UNESCO Werelderfgoed), een plaatselijk geopark bezoeken, een eeuwenoude boom fotograferen en meer vogels op het veld zien in wat wel het epicentrum van migrerende kraanvogels wordt genoemd (provincie Badajoz). Fingers crossed. 

Al verblijven we nu in een leuk hotel (met restaurant) in de buurt van het stuwmeer van Orellana, we staan niet meer vroeg op om ze te zien overvliegen. Het is goed zo. Onze belevenissen kun je ook in beeld volgen in mijn webalbum, getiteld ‘Extremadura 2025’.


dinsdag 4 november 2025

Wie ziet, kan vertellen

We gaan weer touren in eigen land. Deze keer voert de tocht ons naar de autonome regio Extremadura. We reden er weleens doorheen, speelden en overnachtten 20 jaar geleden op de golfbaan van Cáceres maar verder liggen er geen voetstappen. Extremadura betekent ‘harde rand’ of ‘extreem moeilijk’ in het Spaans. Het is niet per se moeilijk om er te komen. Als wij vanaf de zuidoostkust in een (bijna) rechte lijn naar het westen rijden richting Portugal kom je er, onder Madrid en Toledo door. Regio Extremadura kreeg zijn benaming doordat het zich destijds aan de buitenrand van het katholieke koninkrijk bevond ten tijde van de Reconquista. Dit is de periode in de geschiedenis van het Iberisch Schiereiland (bijna 800 jaar) waarmee de verhitte strijd van de christenen om gebied terug te veroveren op de moslims wordt aangeduid. 

Mérida is de hoofdstad van de regio en staat op de lijst van UNESCO Werelderfgoed. In de Romeinse tijd werd deze plaats Emerita genoemd. Je vindt er een eeuwenoude Romeinse brug, een groot amfitheater van acht eeuwen voor onze jaartelling, de tempel van godin Diane (uit de tijd van de eerste Romeinse keizer Augustus) en het Alcazaba (groot Arabisch fort). Allemaal zeer de moeite waard. Die stad gaan we dan ook bezoeken, net als het verderop gelegen klooster van de zwarte madonna: Onze-Lieve-Vrouwe van Guadelupe; eveneens UNESCO Werelderfgoed. In 1493 vernoemde Columbus (daar heb je 'm weer!) de Franse archipel Guadeloupe naar de heilige van dit 13de eeuwse klooster. Na de ontdekking van de Nieuwe Wereld maakte de ontdekkingsreiziger zijn eerste pelgrimstocht naar deze plek in de oude wereld. De bouw van dit klooster liep door in de 14de en 15de eeuw. Tot ver in de 19de eeuw bleef dit het belangrijkste convent van Spanje. 

De steden Cáceres, Trujillo en Plasencia alsmede het nationaal park Monfragüe, een vogelparadijs in het noorden van Extremadura, bewaren we voor een volgende keer. Na uitgebreide lezing in reisgidsen en op het web weten we dat er genoeg reden is om terug te keren naar deze regio (net als Columbus deed). 

Maar de hoofdreden voor dit uitje is de Europese of Euraziatische kraanvogel (grus grus), 'grullas' genoemd in het Spaans. Om vele redenen een fascinerende vogel. Het is een oeroude diersoort waarvan fossielen zijn gevonden die 2,5 miljoen jaar oud zijn, dus uit de tijd van de mammoet. Kraanvogels blijven hun hele leven bij elkaar zodra ze een partner hebben gevonden. Dat kan wel 20 tot 30 jaar duren. Een kraanvogelpaar versterkt hun band jaarlijks door samen te trompetteren en te dansen. Mijn liefje en ik doen dat ook sinds we dit weten... 

Hun getoeter reikt ver, over kilometers afstand. Dat komt door de lange luchtpijp die ze hebben (1,5m) die gekruld ligt in het borstbeen en zo fungeert als een soort natuurlijke geluidsversterker. Kraanvogels zijn in staat om over de hoogste bergketen ter wereld te vliegen: de Himalayas, op ruim 8.000m hoogte. Baby-kraanvogels zijn bijna direct na geboorte in staat om te lopen, te zwemmen en het nest te verlaten.   

In de aanloop naar dit uitstapje zocht ik uit waar in Extremadura we het best naartoe kunnen gaan om deze vogels goed te zien. Er zijn een stuk of tien zones waar deze gevleugelde vriendjes overwinteren maar we gaan die niet allemaal bezoeken. Er moest een keuze worden gemaakt. Extremadura is dé overwinteringsplaats voor ruim 50% van alle migrerende kraanvogels uit Scandinavië, de Baltische Staten en Oost-Europa. (Slechts een klein percentage vliegt door naar Noord-Afrika.) De piek werd hier geteld in 2022. Toen kwam men op ruim 136.000 kraanvogels. 

November 2024 bezochten we de lagune van Gallocanta in de autonome regio Aragón. Ook daar strijken jaarlijks tienduizend tot meer dan honderdduizend kraanvogels neer. Je weet niet wat je ziet en hoort als ze in grote V-formaties over je hoofd vliegen. Hun karakteristieke getrompetter hoor je al van verre aankomen. Spectaculair!

Wat we daar leerden, is dat deze vogels 's ochtends van hun slaapplaatsen naar de weiden en akkers trekken om te foerageren en 's avonds -voor zonsondergang- van die dehesas naar de meren en lagunes terugvliegen om daar te gaan slapen. Ze slapen in water omdat ze dan veilig(er) zijn voor roofdieren op het land. Kraanvogels zijn alleseters: insecten, granen en zaden maar soms ook eikels. Dat laatste doen ze vooral in Extremadura waar de zwartpootvarkens (Ibérico-varkens met hun patas negras) de scepter zwaaien op de landerijen met steen- en kurkeiken. Die krijgen dus enkele maanden concurrentie van deze grote groepen vogels! Ik hoop wel een paar gemengde groepen in het veld te kunnen fotograferen. 

Voor het samenstellen van een reisprogramma maakte ik gebruik van ChatGPT. Op basis van een lange prompt kreeg ik een lijst van locaties in het noorden, midden en zuiden van de regio waar de vogels overwinteren. Daarna was het edel hand- en denkwerk om een definitieve keuze te maken. Dat kun je (nog) niet aan een AI bot overlaten. Ergens in die veelheid van gegevens las ik dat Moheda Alta ‘het epicentrum van de kraanvogels’ is. Nu hoeft dat niet waar te zijn dus ik zocht verder naar bevestiging van deskundigen. 

Zo legde ik contact met een organisatie die de kraanvogels in Extremadura telt in de herfst. Ze noemen zichzelf een studie- en beheergroep (Grus Extremadura). Daar kreeg ik contact met ene José die mij veel tips gaf, onder andere over akkers en waterpartijen in en om zijn eigen woonplaats; inclusief de vele uitkijkpunten. In zijn eerste mail meldde hij dat er op dat moment 400 kraanvogels waren geteld, de keer daarop ging het al om meer dan duizend exemplaren. Ze waren onmiskenbaar in aantocht. Hij bevestigde de betekenis van Moheda Alta. 

Van het een kwam het ander. José stuurde mij daarna een persbericht die de voorpret enigszins temperde. Daarin wordt uitgelegd dat de vogelgriep, het H5N1-virus, niet alleen al tienduizenden dode kraanvogels veroorzaakte onderweg, vooral in Duitsland maar ook in Frankrijk, maar dat het virus inmiddels ook op Spaans grondgebied toesloeg; onder andere in en om de lagune van Gallocanta waar wij vorig jaar waren. Het is de eerste keer dat kraanvogels in het wild worden geraakt door deze vogelgriep. Het tijdstip van deze uitbraak had niet beroerder kunnen zijn! In een krant werd de ziekte een vliegende pandemie genoemd. De vogels komen tijdens de migratie in groten getale samen -ook op tussenstopplekken- en dan gaat een besmetting snel rond. De vrees bestaat dat deze vogelgriep weleens 10 à 15% van de hele migrerende kraanvogelpopulatie zou kunnen treffen. Dat zou een ongekend drama zijn. De Europese kraanvogel heeft nu de status 'niet bedreigd' maar dat zou zomaar kunnen veranderen. We moeten 112 bellen als we dode kraanvogels zien in het gebied. Niks aanraken, alles melden. 

In mijn laatste mail stelde ik José voor elkaar persoonlijk te ontmoeten in zijn woonplaats. Of in de receptie van het plaatselijke hotel. (Dat heeft trouwens een muurschildering met grote kraanvogels in het restaurant, zag ik op de website.) Een soort Vrouw zoekt Boer maar dan anders. In mijn mails aan hem gebruikte ik bewust de ‘wij’-vorm. Opdat hij zich maar niets in het hoofd haalt! Hij zou ons dan kunnen rondleiden en vertellen wat we zien. Dat lukte niet. Wel was er een uitnodiging voor een praatje in het plaatselijke cultureel centrum, gevolgd door een bezoek aan een uitkijkpunt (mirador) over een waterreservoir.  Dat lukte evenmin. Op die avond zijn we alweer op een andere plaats.

Mijn favoriete radioprogramma ‘Vroege Vogels’ (NPO1 op zondagochtend) deed weer een oproep aan Nederlandse luisteraars in het buitenland. In 2023 deed ik voor de eerste keer mee aan hun eindejaarsprogramma en ook dit jaar meldde ik mij. Toen ging het om vogels in de omgeving van mijn woonplaats: reuring in de salinas en de sneue toestand van de hevig vervuilde Mar Menor, Europa's grootste binnenzee. Nu stelde ik voor een reportage te maken over migrerende kraanvogels in Extremadura. Redactrice Jasmijn en collega’s zijn enthousiast over dat idee. Ik ga de komende dagen dus ook geluidsopnamen maken. Kijken of dat lukt. (Wordt vervolgd.) 

We hebben zin om weer even op pad te gaan. Het zal ongetwijfeld tot boeiende vergezichten en verhalen leiden. Die hoor en zie je binnenkort.

P.S. De foto's van volle velden en in de lucht zijn van eigen makelij. Een nieuw webalbum is in de maak. 


zondag 2 maart 2025

Kraanvogels en andere gevederde vriendjes

In Gallocanta, de autonome regio Aragón, nam men vorige maand afscheid van de kraanvogels die daar afgelopen herfst en winter in groten getale neerstreken. Wij reden in november vorig jaar naar de laguna om deze migranten met eigen ogen te aanschouwen. Je moet deze intrigerende vogels en hun dierenmanieren een keer live hebben aanschouwd in je leven. Dat kan daar en masse: ze komen met hun tienduizenden vanuit het Hoge Noorden aan. 

Vogelaars in het zuiden en westen van Europa waren de afgelopen weken in rep en roer. Er was veel nieuws te melden over migrerende vogels en dwaalgasten. Vanwege het gematigde weer in deze tijd van het jaar werden gewoonten doorbroken en instincten vroeger of juist later aangewakkerd. De ene soort bleef langer hangen in X, de andere soort vertrok eerder uit Y en soorten die zeer ongebruikelijk of nieuw zijn voor locaties A en B toonden er plotseling hun snavels. 

De kraanvogels vertrokken dus uit de lagune van Gallocanta en, zoals elk jaar, worden ze formeel uitgezwaaid. Dat jaarlijkse afscheid ging gepaard met een festival voor ongevleugelden. Er kwamen veel mensen op af, naar verluidt; elk jaar meer. Dat is een van de positieve gevolgen van de coronapandemie (die alweer vijf jaar geleden uitbrak). Tempus fugit! In die lange periode van sociale distantie kregen mensen meer oog voor de natuur en een groot aantal van hen begon te vogelen. Als je eenmaal begint, houdt het nooit meer op. Er is zoveel om je over te verwonderen. 

De kraanvogels keren terug naar Scandinavië (Noorwegen, Zweden, delen van Finland), Centraal-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië) en de Baltische Staten (Letland, Litouwen, West-Estland). Normaliter vliegen ze niet of nauwelijks over Nederland maar dit jaar was een uitzondering. Er stond een krachtige zuidoostenwind die de vogels uit koers bracht en zo kwamen ze boven Nederland terecht. 

Vorig weekend luisterde ik naar Vroege Vogels op de radio toen een man uit een westelijke locatie in de provincie Zeeland zich in de ether meldde via de fenolijn (ook te bereiken via Whatsapp). Via 035-6711338 kun je je bevindingen naar de redactie sturen en die zenden ze dan uit in het programma. De man in kwestie zag een groep van circa 40 kraanvogels overkomen, leek eerst hoogst verbaasd en daarna zeer enthousiast. Dat had hij nog nooit meegemaakt in zijn leven.

De kraanvogelradar was dagenlang niet bereikbaar vanwege teveel gebruikers tegelijkertijd. Er werd met man en macht gewerkt aan het herstel. Afgelopen maandag was de radar weer in de lucht. Er waren die dag plukjes vogels te zien in het noordoosten van Frankrijk, ten oosten van Brussel (België) en enkele honderden in het midden en oosten van Nederland. Ze vlogen allemaal noordoost waarts. Bij een aantal van die groepen stond vermeld dat ze 113-116km per uur vlogen. Met de wind in de rug! Ze ruiken hun aanstaande partners waarschijnlijk. Dinsdagochtend was de radar weer uit de lucht vanwege teveel gebruikers, 's middag was die weer bereikbaar. Afgelopen vrijdag vloog een laatste groep van acht vogels over Venlo en omstreken. Inmiddels hebben deze migranten Nederland allemaal verlaten. Zonder tussenkomst van minister Faber. 

In een ander programma zag ik de eerste paringsdansen van kraanvogels in een Nederlandse weide. Sierlijk om elkaar heen stappend, met wijd gespreide vleugels, hoppend van de ene op de andere poot. Kraanvogels zijn goede dansers! Een klein aantal Europese exemplaren broedt weer in Nederland sinds het begin van deze eeuw. Ze doen dat vanaf april (dus het dansje is vrij vroeg). Een paartje blijft voor het leven bij elkaar, heeft één legsel per jaar van meestal twee eieren. De jonkies vliegen dit najaar met hun ouders mee naar zuidelijker oorden. Zoals ze al eeuwen doen. Mijn liefje en ik gaan in deze herfst/winter zeker weer op zoek naar kraanvogels in eigen land. Wellicht dat we dan naar een voor ons nieuw watergebied in Extremadura rijden om ze daar te zien. Je vindt ze in en om het nationaal park van Monfragüe (langs de grens met Portugal). 

Ook qua dwaalgasten was er dit jaar veel reuring in de gelederen van vogelaars. De definitie van een dwaalgast is een dier dat buiten zijn gebruikelijke verspreidingsgebied wordt waargenomen; meestal betreft het vogels.

Zo werd er een brileidereend gespot in de wateren van Texel. Normaliter verblijft deze eendensoort in Alaska dus je kunt wel nagaan hoeveel opwinding die aanwezigheid veroorzaakte. De vogel zocht naar mosselen en zeesterren in natuurgebied Wagejot, in de Waddenzee ten zuidoosten van Texel. Eidereenden zitten er daar genoeg maar de brileidereend zwemt doorgaans tussen de ijsschotsen van de Beringzee, de zee-engte tussen het oostelijkste puntje van Rusland en Alaska. Het feit dat deze eend op Texel vertoefde, betekende dat die tenminste 6.000km had afgelegd! De vogel was niet geringd. Deze eendensoort staat op de Rode Lijst van IUCN aangemerkt als ‘gevoelig’; hun aantal loopt achteruit. Er waren 1.800 personen die een waarneming instuurden (op waarneming.nl). In het programma Vroege Vogels werd zelfs een ter plekke aanwezige Spanjaard geïnterviewd die deze extreem zeldzame vogel met eigen ogen kwam bekijken. De brileider zwemt er nog steeds rond, las ik in de nieuwsbrief van Vogelskijken Magazine. 

In diezelfde periode werd bij Neeltje Jans voor het eerst een Pacifische parelduiker gespot in Nederland. De vogel leeft normaal in de buurt van de diepe meren op de toendra van Alaska, het noorden van Canada en Rusland. Min of meer dezelfde habitat als van de brileidereend. In die streken toont klimaatverandering (stijgende wintertemperaturen) zich op zijn meest dramatisch. Alaska warmt twee- tot driemaal sneller op dan het wereldwijde gemiddelde. 

Het zou gaan om een (zogenaamde) eerstewintervogel. Het jonge dier werd gedetermineerd aan de hand van de witte keelband, de donkere flank en het opvallende duikgedrag. Als deze vogel voldoende voedsel zou kunnen vinden, zou hij weleens een tijdje in Zeeland kunnen blijven, zo was de verwachting. Medio februari was echter de laatste officiële waarneming in het systeem. Dat wordt door vogelaars gezien als bewijs dat de vogel is gevlogen... Of opgegeten door een zeehond, zoals een persoon het verwoordde op zijn waarnemingsformulier. 

Deze Pacifische parelduiker is nog niet officieel erkend als dwaalgast of nieuwe soort. Dat moet eerst worden beoordeeld door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA). Ik wist niet eens dat zo’n gremium bestond?! Het zijn de leden van deze commissie die beoordelen of er sprake is van een heuse dwaalgast of nieuwe soort. Dat doen ze op basis van ontvangen (uitgebreide) waarnemingsformulieren; bij voorkeur inclusief foto’s. Om te voorkomen dat gevallen worden aanvaard waarbij onvoldoende zeker is of die soort op dat moment op die plek aanwezig was, zijn richtlijnen opgesteld voor de aanlevering van documentatie en voor de beoordeling, waarbij die laatste strenger wordt naarmate de (onder)soort zeldzamer is.

Op de website van deze commissie wordt nog met geen woord gerept over de parelduiker maar ik vermoed dat de vaststelling niet fout kan lopen: er waren ruim 1.980 waarnemingen en 2.300 foto’s van deze bijzondere vogel. 

Volgens CDNA-statistieken zijn er tot nu toe 543 nieuwe vogelsoorten gespot in Nederland (sinds 1800). Vorig jaar waren dat er vier: grote tafeleend, Afrikaans purperhoen, roetvliegenvanger en petsjorapieper.

Er waren afgelopen week drie nieuwkomers in Nederland. Een volwassen mannetje kleine topper (eend) werd naast de Oostvaardersplassen ontdekt. Daar bleek ook een mannetje witoogeend rond te dobberen. In de Pampushaven bij Almere werd een vrouwtje buffelkopeend gespot. Het is goed nieuws voor de twitchers van Nederland, de kolonne vogelsoortenjagers die het land rijk is.

Over deze groep en hun jacht verschenen in de loop der tijd interessante boeken. Van de Australiër Alan Dooley, getiteld ‘The Big Twitch: One man, One Continent, A Race Against Time’ (2005). De Brit Alan Davies schreef ‘The Biggest Twitch: Around the World in 4.000 Birds’ (2012). Dat bleek niet de grootste jacht, zoals Neerlands bekendste vogelaar Arjan Dwarshuis bewees. Zijn boek is getiteld ‘Een bevlogen jaar: Een man, zijn wereldreis en het record van 6.852 vogelsoorten’ (2019). Hij houdt nog steeds het wereldrecord vogels spotten. Remco Daalder analyseerde deze groep mensen in zijn boek ‘De soortenjager’ (2022).

Wat bezielt hen? Er zijn wereldwijd bijna 11.000 vogelsoorten. Het instinct van de jager-verzamelaar zit nog diep in sommigen van ons, denk ik. Soms is het ook een uit de hand gelopen project. Tegenwoordig geldt wellicht ook iets anders... Nu de wereld in brand lijkt te staan, lijken steeds meer mensen onzeker over de toekomst van onze planeet. Juist hierdoor maken we het ontluikende voorjaar bewuster mee want in bange tijden biedt de natuur steun en troost. In Huize Barefoot zijn we echter nuchter genoeg om de overkomende DANA even af te wachten.


donderdag 14 november 2024

Passie voor vogels

Ik kan momenteel geen nieuwsbrief openen of radioprogramma luisteren of het gaat over de vogeltrek, het seizoensgebonden natuurfenomeen (voorjaar/najaar) dat veel mensen interesseert en fascineert en voor sommige wetenschappers hun professie is. De afbeelding hierboven geeft de vogeltrekroutes van de kraanvogels aan. 

Onlangs hoorde ik tijdens mijn favoriete programma ‘Vroege Vogels’ op zondagochtend een vogeltrekdeskundige vertellen over een ontdekking die wetenschappers recent deden. Een gezenderde zilverplevier was op extreme hoogte (ruim 3km boven zeeniveeau) tijdens een non-stop migratievlucht uit de lucht gegrepen door een slechtvalk. Men vond de volgband van de trekvogel op 200m afstand van het nest van de jager. Dr Michiel Boom publiceerde deze bevindingen vorige maand in het tijdschrijft Ecology. Informatie over predatierisico tijdens de trekvlucht ontbreekt grotendeels, met name wat betreft de hoogte waarop migranten risico lopen. Tot dan toe vond men geen bewijs dat er zo hoog wordt gejaagd. Dit nieuws haalde zelfs de New York Times die het artikel de kop gaf ‘A Feathered Murder Mystery at 10,000 Feet’. 

Toen ik vorige week nog niet veel mocht lezen vanwege een oogoperatie, luisterde ik naar de Vogelspotcast van Arjan Dwarshuis en zijn jeugdvriend Gisbert van Baalen. Dwarshuis is de bekendste vogelaar van Nederland, denk ik. Dit is doorgaans een grappig team dat vooral jonge mensen inspireert de natuur in te trekken. Ze zijn dus goed bezig. Dwarshuis is de allesweter en vaak de pestkop, Van Baalen de nitwit en zijn gewillige slachtoffer. Van Baalen kon voor aanvang nog geen mus van een duif onderscheiden maar inmiddels fluit ook hij een aardig vogeldeuntje mee. 

In een van die podcasts vertelde Dwarshuis over de vogeltrek in de herfst. Een relatief kleine waadvogel als de drieteenstrandloper (a), die hier ook jaarlijks aan de plaatselijke kust neerstrijkt op weg naar Afrika, kan wel tot op 8km hoogte vliegen! Dat is maar iets lager dan de gemiddelde cruisehoogte van een vliegtuig. Ze broeden in de Arctische Cirkel en gaan op weg naar hun overwinteringsplek in het diepe Zuiden. Dat is een tocht van circa 10.000km. Het kleine dier moet enorm veel vleugelslagen maken om onderweg niet te bezwijken en die weg van duizenden kilometers succesvol af te leggen. Daarbij komt veel warmte vrij dus het vermoeden is dat deze vogels grote hoogte kiezen om die warmte goed kwijt te raken en niet aan oververhitting te bezwijken. Het vermoeden was ook dat ze zo hoog vliegen omdat ze zo hopen daar niet te worden aangevallen en opgepeuzeld door roofvogels. Dat laatste kan nu worden ontkracht. Een roofvogel als de slechtvalk, een zeer sterke jager, jaagt wel degelijk op grote hoogte.

Op de fotocollage zijn (b), (c) en (d) respectievelijk een zilverplevier, een bontbekplevier en een kleine plevier. Allemaal waad- en trekvogels die werden gespot in het najaar, op het eigen strand. Mijn liefje noemt deze plek onze kleine Goudkust. 

Laatst stond er een informatief artikel in de Volkskrant over de allereerste vogelaars van Nederland. Vogelen doen we er pas 100 jaar. In het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam is tot eind september 2025 de tentoonstelling ‘Passie voor vogels’ te bezichtigen. Dat gaat over de zeven Nederlandse mannen die met deze bezigheid begonnen. Er is plek ingeruimd voor één vrouw: freule Cécile Goekoop-De Jong van Beek en Donk (1866-1944). Ze was geen vogelaar, wel schrijfster en feministe. 

Eind 19de eeuw stoorde haar het gebruik van vogelveren voor hoedjes en andere damesmode. Daarom richtte ze samen met haar zus Elsa de ‘Bond ter bestrijding eener gruwelmode’ op (1892). Zeven jaar later ontstond hieruit de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels, de hedendaagse Vogelbescherming. De eerste leden waren vrouwen die zich inzetten tegen dierenmoord. En met succes! In 1912 kwam de Vogelwet tot stand, waarmee Nederland het eerste Europese land werd waar in principe alle –uitzonderingen daargelaten– in het wild levende vogels een beschermde status kregen. De vrouw met het geweer zou Coco Chanel zijn.

Het idee om aandacht te besteden aan de vogelaars van het eerste uur kwam van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU), een vereniging voor amateurs en professionele vogelonderzoekers -eveneens 100 jaar oud- die zich tot doel stelt ‘de interactie en kennisoverdracht tussen beide groepen te bevorderen’. Een van die vroege vogelaars stelde dat vogels kijken van alle sporten de meest wetenschappelijke, en van alle wetenschappen de meest sportieve sport is. 

Waarschijnlijk hadden die eerste vogelaars geen idee dat ze aan het pionieren waren. Ze moesten het doen met veel beperktere middelen dan tegenwoordig. Bij het artikel stond een foto van een oud zeepbakje dat door Willem Bierman werd gebruikt voor het bijeenhouden van aantekeningen in het veld. De zelfvervaardigde camera van vogelaar Frans Kooijmans woog 16.5kg. Het ding werd ‘het kanon’ genoemd. De Tweede Wereldoorlog leverde hem iets bijzonders op: uit het vizier van een oude Duitse tank wist hij twee lenzen te slopen die een aanzienlijke verbetering voor zijn eigen kanon betekenden.

De verzamelwoede van Bernard van Dooren resulteerde in 102 sigarendoosjes vol met (leeggeblazen) eieren. Nu is deze verzamelpraktijk verboden. 
Uit hun notities over de vogeltrek blijkt het inzicht over dit intrigerende fenomeen te groeien. ‘Het bleek dat vogels de halve wereld over vliegen tijdens hun trek. Voordien dachten mensen nog dat een koekoek 's winters veranderde in een sperwer, of dat zwaluwen overwinterden in de modderbodems van sloten en ander water.’ Op de illustratie hiernaast is de voorzittershamer van de Club van Vogelkundigen te zien, uit 1941.

Elke hedendaagse vogelaar staat op de schouders van deze oude reuzen. Plus een reuzin! 

Mijn liefje en ik reden in september naar de lagune van Gallocanta om daar migrerende kraanvogels te zien. Het is een plek waar duizenden vogels in dit seizoen neerstrijken. We waren destijds helaas te vroeg. Er zijn grofweg drie migratieroutes. De kraanvogels uit Scandinavië (Noorwegen, Zweden, delen van Finland), Centraal-Europa (Duitsland, Polen, Tsjechië) en de Baltische Staten (Letland, Litouwen, West-Estland) gebruiken de West-Europese vliegroute. Die voert hen naar de overwinteringsgebieden in Frankrijk en Spanje. Gallocanta ligt op die route. De route van de terugreis naar de broedgebieden in het voorjaar verschilt nauwelijks van de heenreis. De vogels gebruiken heen en terug dezelfde tussenstops. (Gallocanta is gearceerd op de kaart bovenin.) 

Inmiddels streken daar al ruim 11.000 kraanvogels neer. We hadden ons voorgenomen ze te gaan zien als ze in voldoende aantallen waren gearriveerd en als de wegen ernaartoe sneeuwvrij waren. (De lagune ligt op meer dan 1.100m hoogte dus het kan er sneeuwen.)

Ik kon mij verheugen op de excursie die rondom de lagune wordt aangeboden; er is er eentje in de ochtend en een in de namiddag. Dat betekent dat er verschillende soorten lichtinval zijn. Joehoe! Het recente noodweer door de DANA gooide echter roet in het eten. De route die we zouden volgen, is nu moeilijk begaanbaar door de vernielingen die het kolkende water in dat gebied aanbracht. Als we ongehinderd naar Gallocanta willen rijden, moeten we omrijden en dat trekt ons niet per se. Er is immers ook al sneeuw gevallen. We gaan zien wat er de komende maanden gebeurt.

Het is niet zo dat ik nog nooit van mijn leven kraanvogels zag. Toen we in 2005 na vroegpensionering aan onze wereldreis begonnen, zagen we er twee in het natuurpark Kakadu (Northern Territory) van Australië. De exemplaren op de foto behoren tot de brolkraanvogels; de Ozzies noemen ze daarom ‘brollos’. We hebben tot maart 2025 om ze in groten getale in Spanje te zien.