Translate

Posts tonen met het label bezoek Albarracín (Aragón). Alle posts tonen
Posts tonen met het label bezoek Albarracín (Aragón). Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2026

Natte ogen

Mijn liefje en ik zijn terug op het Spaanse honk aan de Costa Blanca, met een vochtigheidsgraad van 98% en een klamme deken om ons heen. Er viel hier regen tijdens onze afwezigheid maar die was niet van enige importantie. Die bracht dus geen verkoeling. 

Wij waren tijdelijk in de autonome regio Aragón om daar de totale zonsverduistering met eigen ogen te aanschouwen. We reisden af naar het bejubelde dorp Albarracín. Het staat op de lijst van UNESCO Werelderfgoed en het wordt een van de mooiste plaatsen in de wereld genoemd. Op de Sierra de Albarracín, beter gezegd de Masía de Monteagudo, zouden we het evenement op woensdagavond in persoon gaan beleven.

Op alle snelwegen naar onze eindbestemming kregen we adviezen over het beste gedrag op de wegen op het moment van de eclips. Ik heb zoveel mogelijk versies op de gevoelige plaat gelegd en die vind je in mijn Eclips-webalbum dat bij dit uitje hoort.

We reden eerder weg omdat we er rekening mee hielden dat we ter plekke nog het een en ander moesten organiseren voor het schouwspel. Dat viel erg mee. Aan de receptie van ons hotel ontvingen we een kaart met daarop een kruisje waar de gemeentebus geïnteresseerden zou ophalen (op tien minuten lopen van ons hotel). De rest was georganiseerd. We konden niet met eigen auto gaan omdat er nergens op de route mocht worden geparkeerd. De hulpdiensten moesten eventueel gemakkelijk ter plaatse kunnen komen. Die bus naar de door de gemeente verkozen locatie werden onze keuze.

Daarom hadden we ook nog tijd voor een rondleiding met gids langs alle bezienswaardigheden, een wandeling met ons tweeën rondom het kasteel van het middeleeuwse Albarracín en voor een wandeling door het dennenbomenbos van Rodeno (dat fikt gemakkelijk...), met eeuwenoude grotschilderingen die in 1892 bij toeval werden ontdekt. In de Sierra de Albarracín zijn de twee representatiefste prehistorische schilderstijlen van de gehele Middellandse Zeeboog vertegenwoordigd: de Levantijnse en de schematische stijl. 

De zon scheen overdadig gedurende de dag maar vanwege de droge lucht was het geen probleem om lekker actief te zijn. Dat is het probleem met de zomerse weeromstandigheden aan de kust van de Middellandse Zee: vanwege de hoge vochtigheidsgraad kom je niet uit vrije wil aan activiteiten in de openlucht toe. De Middellandse Zee is momenteel 33 graden, hoger dan gebruikelijk voor deze tijd van het jaar. Dat punt wordt elk jaar eerder bereikt en dat zie ik niet veranderen in de toekomst. In Albarracín lag de nachttemperatuur rond 16 à 17 graden Celsius dus we konden slapen met open ramen. Dat kan thuis niet, daar ligt de nachtelijke temperatuur op 24 à 25 graden (soms hoger). Dus nog steeds tropisch. 

Op maandagavond barstte een flink onweer los. We keken ernaar vanaf ons balkon, met zicht op een groot deel van de citadel van Albarracín (bouw vanaf de 10de eeuw); onder andere de typische Doña Blanca-toren. Ons hotel is het enige driesterrenhotel van het stadje. Goed maar niets bijzonders, eenvoudig maar heel goed gelegen, inclusief eigen parkeerplaats. Vooral de plek is goud waard! Voordat de donderwolken openbraken, hadden we zicht op een grote groep zwaluwen die zich vermaakten in de lucht, plus een kleine groep gieren die hoog boven de vesting cirkelden. De verrekijker maakte overuren. We zouden nog meer wolken gaan zien maar daarvan waren we ons op dat moment niet bewust. Gelukkig maar... 

Ondanks de wereldfaam is Albarracín een bescheiden plaatsje... Het leeft zijn eigen leven, laat zich niet gek maken door toerisme - in welke vorm dan ook (zoals astrotoerisme). In het dorp (ruim 1.000 inwoners) vond ik deze dagen geen enkele winkel met eclips-souvenirs. Geen t-shirts met de maanbedekte zon erop, geen magneten, kaarten of anderszin. Dat typeert het, denk ik. Doe maar gewoon, dan is het al gek genoeg. 

We houden ook van Aragón, met bijna 1,5 miljoen bewoners. Van de uitgestrektheid, de natuur, de vele tradities (onder andere de culinaire), de down-to-earth mensen en de bijzonderheden van wereldklasse in deze streek, zoals de Levantijnse kunst die daar eeuwen geleden in grotten werd ontdekt. Dit is een picturale expressievorm die zich in de openlucht ontwikkelde, in rotsschuilplaatsen in de belangrijkste bergketens van het Middellandse Zeegebied van het Iberisch schiereiland. Van de uitlopers van de Sierra de Guara tot de Pyreneeën bij Huesca. 

In Aragón is deze vorm van rotskunst verspreid over de belangrijkste bergketens, alhoewel de belangrijkste vondsten zijn geconcentreerd langs de rivier de Vero, nabij de Sierra de Guara in Huesca, in de regio Neder-Aragón in Zaragoza en Teruel, in het midden van de rivier de Martín, in de bovenloop van de Guadalope en in de Sierra de Albarracín, onze omgeving. 

De kunstuitingen waren soms moeilijk te onderscheiden. We vonden de wandeling door het beschermde natuurgebied en de rondgang door dit culturele park zeer de moeite waard. Prachtige oude bomen met eikels met de afmeting van een flinke schoenmaat. Rotsblokken, ooit vóór de Bronstijd door rivieren naar dit gebied getransporteerd, die zich voor eeuwig tegen bomen hebben genesteld. En dier- en primitieve mensfiguren. Tot nu toe zijn 63 vindplaatsen met Levantijnse kunst in deze gebieden gedetecteerd.

Maar we waren daar -zoals gezegd- vooral om de totale zonsverduistering tijdens zonsondergang te zien in de Sierra, inclusief de ring van diamanten en de corona (de zonnekroon). Daarvoor reden we bijna 1.000km in totaal. Op de avond van het verschijnsel werden we op het aangekondigde tijdstip met openbaar vervoer naar de uitgestrekte vlakte vervoerd van waaruit we de eclips zouden gaan aanschouwen.

We namen in Bus 1 plaats op de achterste rij, de laatste twee plekken waren voor ons. Er ging wel een typisch Spaans gedoetje aan vooraf. Alhoewel wij wachtenden al min of meer een rij vormden, moest er toch een soort toegang met dranghekken en een Eclips-lint worden neergezet die ons naar de busdeur voerden. Alles begeleid door iemand van de Policía Local. Ik zag het gelaten aan. Ik denk dat er uiteindelijk ongeveer circa 500 passagiers werden vervoerd naar het observatiepunt, dus massaal was het niet.

Op Monteagudo was genoeg ruimte voor iedereen om een geschikte kijkplek te vinden. Mijn liefje zat op een picknick-klapstoel, zelf had ik bedacht dat ik op de grond zou gaan zitten. Dat bleek geen goed plan, de ondergrond was stekelig, met kleine stenen. We keken pal richting het westen, net als alle anderen om ons heen. Slechts één wolk hing in de lucht. Wij waren er klaar voor!

Met opzet had ik mijn camera met telelens in het hotel gelaten. Om de sensor van het apparaat niet te ruïneren, moest er een solarfilter op die ik niet had aangeschaft noch vervaardigd (met karton en speciale folie). Het ging mij die avond om kijken door een eclipsbril, niet door de cameralens. Dat zou teveel afleiden. Achteraf bleek dat 500 mensen in Spanje oogschade opliepen omdat ze zonder bescherming naar de zonsverduistering keken. Deze zon functioneert als een laser dus dan weet je het wel. De sufferds! 

Een Fransman schuin achter ons besloot anders dan ik. Hij was twee uur bezig om zijn grote Canon met zonnefilter op de juiste manier op een driepoot te plaatsen. Hij had daarnaast ook nog kartonnen uitknipsels bij zich die in een bepaalde hoek moesten worden geplaatst. Het zag er indrukwekkend (maar niet professioneel) uit. Ook had hij een verrekijker en een telefoon met zelfgemaakte filters. Het kon niet op! Zijn echtgenote vermaakte zichzelf twee uur lang onder een parasol met haar mobieltje. Af en toe vroeg ze hem hoe het ging met de voorbereidingen. Dan klonk gemompel. Op enig moment leek hij er klaar voor te zijn. Toch niet. Uiteindelijk keek hij op het ‘Uur U’ door een gewone zonnebril -zonder filter- naar het evenement. Zijn wegwerpgebaar landde op mijn netvlies. Ja, iedereen raakte die avond in meer of mindere mate teleurgesteld.  

Toen de zonsverduistering begon, klapten en joelden mensen om ons heen. Met de eclipsbrillen op was het proces van verduisteren goed te zien. De maan hapte als een pacman stukjes uit de oranjekleurige zon. Totdat er niets meer was te zien. We checkten even bij elkaar of het gemeenschappelijk was. Ja. O,o, problema... dat leek mij te vroeg in het proces?!  Jawel, de lage wolk die daar al hing sinds onze aankomst, had zich in het spel gemengd. Foute boel. 

Begrijp mij niet verkeerd: als professioneel wolkenstaarder en officieel lid van de Cloud Appreciation Society ben ik dolgelukkig als er iets wolkerigs is te zien aan het firmament. Maar niet nu, please?!

Toch wel. Een deel van het spektakel speelde zich af achter die ene, weerbarstige wolk. Mijn liefje en ik keken elkaar aan. Nee, toch?! We boekten het hotel ruim een jaar van te voren, we kochten de brillen ruim een jaar van te voren, we schreven het hotelmanagement aan ruim een jaar van te voren. Was dat alles voor niets? Totdat de maan zich kort daarna weer zichtbaar voor de zon bewoog en het daglicht dimde. 

En daar verscheen ineens de diamanten ring voor onze neuzen. De beide hemellichamen waren groot, zó groot! En zo 'dichtbij' had ik ze nog nooit waargenomen. Ik heb de zon nog nooit in mijn leven zo laag zien staan. De beide hemellichamen leken bijna op de aarde te rusten... (Later bleek dat die rond de 3 à 4° stond.) Fantastisch! Bij ons was er sprake van 100% zonsverduistering, daarom waren we daar.... 

Ik kreeg natte ogen toen ik langzaam de corona voor driekwart tevoorschijn zag komen. In de rechterbovenhoek hing een restje wolk. In mijn enthousiaste riep ik naar mijn liefje, die naast mij stond “bril af, bril. Nu!”. (Zij had haar eclipsbril nog op, ikzelf niet meer.) 

Nog nooit heb ik zo’n mooi beeld gezien aan de hemel. Het was werkelijk prachtig. Dat kan ik niet goed omschrijven. Het resterende zonlicht rondom was in werkelijkheid veel feller dan op deze foto, de diamanten ring fonkelde veel meer. Ook de corona was onvergetelijk verlicht en fraai. De natuur valt niet te verslaan, zeker niet in journalistieke zin van het woord. Er werd wederom geklapt en gejoeld door mijn collega's en deze keer deed ik mee, vol overtuiging.

Op de terugreis waren wij de laatste passagiers in Bus 2. (Er zouden nog minstens vier volle bussen volgen.) Degenen die niet op een bus wilden wachten, liepen langs de weg terug naar het centrum. In duisternis zonder al te veel licht en zonder wegverlichting was dat niet aan te bevelen. Mijn liefje kreeg de zitplaats aangeboden van een aardige jonge Spanjaard, ik ging -na toestemming van de chauffeur- in het trapgat zitten. Op mijn eigen (gevoelige) gat. 

Samen uit, samen thuis. We kijken positief terug op deze ervaring. 


zondag 9 augustus 2026

Op weg naar de Lobetanos

De datum nadert met rasse schreden, de spanning stijgt in Huize Barefoot. Ik blogde er eerder over: mijn liefje en ik gaan de totale zonsverduistering in de autonome regio Aragón meemaken. Net als, naar verluidt, vier miljoen andere astrotoeristen. Op 12 augustus aanstaande bedekt de maan gedurende enkele minuten de zonneschijf volledig, waardoor het landschap verandert: het licht dimt, de temperatuur daalt, de vogels stoppen met fluiten. Terwijl sterren en planeten zichtbaar worden, wordt de normaal onzichtbare zonnecorona in al zijn pracht onthuld. Ik verheug mij erop! 

Vorige week werden nog onweersbuien in het gebied gemeld, specifiek voor die dag. Die voorspelling lijkt te zijn verdwenen. Afgelopen week was het noodweer in het binnenland van Aragón: wind van 80 à 90km per uur, regen tot wel 40 liter per vierkante meter en hier en daar zelfs hagelstenen. Tot op heden werden er in dat gebied geen bosbranden gemeld. Ook die zouden -letterlijk- roet in het eten kunnen gooien. Na de regenval is dat risico afgenomen. Op de dag zelf wordt het zonnig en heet (rond 35 graden Celsius), volgens de recentste voorspelling. 

Wij vertrekken binnenkort naar Albarracín, een klein roze middeleeuws stadje op bijna 1.200m hoogte, dat op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. Het behoort tot de mooiste plekken van Spanje en daarom bezochten we het eerder. Er wordt zelfs gemeend dat het een van de mooiste middeleeuwse plekken op aarde is. Nu hebben we maar één doel: de zeldzame zonsverduistering bij ondergaande zon zien. Op dit verschijnsel moesten bewoners van Spanje meer dan 100 jaar wachten. De volgende eclips gaan we niet meemaken; dat is ook goed om te beseffen. Dit stadje zelf ligt op een unieke locatie, verscholen tussen de bergen aan de voet van de kloof van de rivier de Guadalaviar, hetgeen het tot de perfecte achtergrond voor deze ervaring maakt.

Het stadje Albarracín zelf is geen goede plek om de eclips met eigen ogen te zien. Het wordt omringd door heuvels met oude vestingen. Daar wij alles van deze eclips willen zien, inclusief corona, moeten we naar elders. Dus het oog viel op de omliggende hoogvlakte, de Sierra de Albarracín (1.600m hoogte). Deze Sierra beschikt over een zogenaamde 'Starlight Reserve'-certificering dankzij de hoogte, het gebrek aan lichtvervuiling en de overzichtelijke hemel. Dit biedt een goede kans op een geslaagde ervaring onder een van de meest spectaculaire sterrenhemels van het land. Op 12 augustus is ook de jaarlijkse meteorenregen van de Perseïden te zien. Dat kan weleens de perfecte afsluiting van de avond worden. 

Voor deze bijzondere gelegenheid ontwierp de Spaanse overheid een speciale postzegel (4 per velletje van één zegel). Er is slechts een oplage van 65.000 gedrukt, niet groot genoeg. Ik whatsappte met postbode Carlos om te vragen of ze verkrijgbaar waren. Hij meldde dat er op het lokale Correos-kantoor niets meer te krijgen is.

De manager van ons hotel hield zich aan zijn woord. Hij antwoordde op een eerdere mail van onze kant dat ze kort voor het evenement hun gasten zouden informeren over de activiteiten die plaatselijk worden georganiseerd.

De hoteldirectie kwam inderdaad met een uitgebreid en mooi verzorgd document (zwarte achtergrond met hier een daar een gouden randje, net als het moment van de kroon) waarin enkele aanbevelingen staan voor locaties in de Sierra de Albarracín en daarbuiten waar we optimaal van de zonsverduistering kunnen gaan genieten. Wij, hun klanten, moesten alleen nog een optie kiezen. Ik zette het een en ander schematisch op papier voor onszelluf, ouwe sokken. We bekeken de kaart, lazen de beschrijvingen, bespraken de opties. Uiteindelijk werd de keuze voor ons gemaakt.

Albaraccín heeft een eigen website waarop afgelopen woensdag een uiterst informatief artikel stond dat mijn liefje ontdekte. Daarin was te lezen dat de lokale wegen naar de hoogvlakte (Sierra) zijn afgesloten en dat men vanaf 17:30 uur met grote en kleine bussen naar een goed gelegen observatiepunt gaat rijden. In de strook land waar dit fenomeen in Spanje is te zien, liggen 360 van die ‘veilige’ observatiepunten. Bussen rijden af en aan tot een half uur voordat de eclips begint. Boeken is niet nodig, gewoon op tijd bij het busstation staan, voldoet. (Dat station ligt op korte afstand van ons hotel.)

Onze hotelreceptie zal op 12 augustus vanaf 19:00 uur onbemand zijn. Dan is het hotelpersoneel onderweg naar hun eigen piekervaring. Het restaurant is ’s avonds eveneens gesloten. Je zult begrijpen dat we niet in een internationaal hotel verblijven. Het is een klein hotel (40 kamers) dat al vier generaties wordt gerund door een Spaanse familie.

Het hotel stelt gasten voor een ​​rugzak mee te nemen: met zaklamp, water, eten, volledig opgeladen telefoons, picknickstoel of -kleed voor extra comfort en een plastic zak voor het afval. Men is zuinig op de eigen natuurgebieden! We volgen dit advies braaf op. Er gaat sowieso ook een truitje mee voor als het wereldlicht tijdelijk dimt. Tevens nemen we twee piccolos (cava) mee om samen te toosten op wat we -hopelijk- gaan zien. Gecertificeerde eclipsbrillen worden door het hotel verstrekt. Al een jaar geleden kocht ik twee geschikte exemplaren. Op dit moment is er geen bril meer te krijgen in Europa. Jawel, er is sprake van een zekere vorm van gekte in dit deel van de wereld. 

Arcos de las Salinas, een dorp van 80 inwoners in buurprovincie Teruel (ook Aragón), wordt op 12 augustus het middelpunt van de wereldwijde belangstelling. Daar is een hotel, geen restaurant maar wel veel parkeerplekken. Vanuit het naburige observatorium zendt men de totale zonsverduistering live uit naar de rest van de wereld. Ik zal naar je zwaaien! 

De cartoon van Jip van den Toorn maakte mij aan het lachen. Ik realiseerde mij wat een ophef er over deze zonsverduistering ontstond! Wij doen er tot op zekere hoogte aan mee. Het klopt echter niet wat ze schetst. Het zal op het ‘moment suprême’ niet pikzwart zijn. Zelf kijk ik juist uit naar het beeld van de corona, de gouden kroon van de zon rondom de maan. Voor echte eclipsjagers is deze verduistering zeker niet zomaar een natuurverschijnsel maar een belevenis waarvoor ze met alle plezier een complete vakantie plannen. In het Spaans heet het dat 'la luna tapa el sol', de maan zet een dekseltje op de zon. Zo poëtisch, die Spanjaarden... De Spaanse krant El País had een toepasselijke foto met de zon en een tapasschoteltje op de voorpagina staan. De hele zondagkrant staat vandaag vol met verhalen over de eclips! 

De speciale eclipsvluchten uit België waren bijvoorbeeld al snel volgeboekt. Er zullen ook cruiseschepen rondvaren bij Coruña en op de Middellandse Zee om dit astro-evenement vanaf het water te zien. Ik denk dat onze Deense vrienden Jan & Bente de eclips aan boord van zo'n schip gaan meemaken. De volgende totale zonsverduistering zal plaatsvinden in 2081. 

Wij gaan getuigen zijn van de ontmoeting tussen de maan en de zon boven de geliefden van Teruel, ‘Los Amantes’ -een 13de eeuws liefdesverhaal in marmer gegoten- en de rijke geschiedenis en cultuur van Albarracín en omgeving, een streek vol heksenlegendes. Misschien zien we ze zelfs vliegen op hun bezemsteel?! Lokalo’s noemen zichzelf ‘Lobetanos’ (‘lobo’ is wolf in het Spaans) een verwijzing naar de oude Iberiërs, een pre-Romeinse bevolkingsgroep, die ooit vanuit deze bergen naar de maan keken, te midden van huilende wolven.


maandag 2 december 2024

Die dag kreeg een 10

Onlangs gingen we enkele dagen naar de Laguna de Gallocanta om de daar residerende kraanvogels uit het Noorden van Europa te aanschouwen. Op de weg er naartoe hadden we te maken met omleidingen die verband hielden met de ernstige gevolgen van de overstromingen door Dana. Dat betekende dat we er anderhalf uur langer over deden om op onze bestemming aan te komen.

Eerder dit jaar ontdekten we de autonome regio Aragón in ons nieuwe Vaderland en we werden fan van het gebied. De afwisseling in landschappen, de weidsheid, de geschiedenis, cultuur en natuur. Dit zijn redenen genoeg om er terug te keren. We boekten deze keer een aardig hotel in een middeleeuwse stadje, op ruim 20km afstand van de lagune van Gallocanta.

De reisroute liep wederom door een zeer afwisselend gebied, al zijn het voornamelijk kleine lappen landbouwgrond. Je kunt kilometers ver kijken; dit is zo’n uitgestrekt en vooral leeg gebied. De boeren hadden al veel geoogst en het land winterklaar gemaakt. De kleuren van de in de grond aanwezige mineralen maakten het kleurenpalet compleet. 

Er dook iets nieuws op in het landschap dat om mijn aandacht schreeuwde. We bleken een deel van de ‘Ruta del Mimbre’ te volgen. Dat is een struik uit de wilgenfamilie waarvan de takken worden gebruikt om traditionele manden en andere voorwerpen te maken. Overal stonden kleurrijke takkenbossen te drogen in de velden. Rood en roze als ze nog niet waren gekapt, oranje, roestbruin en donkerbruin als ze dat wel waren, afhankelijk van hun drogingsproces. Een schitterend gezicht.

We reden door een natuurpark in Castillo-La Mancha waar honderden vale gieren boven onze hoofden zweefden. We passeerden een plaats waar hard werd gewerkt aan het weer moddervrij maken van een toegangsweg aan de voet van een bewoonde heuvel. 

Niet veel later passeerden we het indrukwekkende Castillo de Molino de Aragón. Dit fort werd door de Moren gebouwd in de 10de en 11de eeuw en is al ruim 90 jaar nationaal cultureel erfgoed. We legden een deel van de route af die Don Quichot en Sancho Panza bereisden, de fictieve figuren die de Spaanse auteur Miguel de Cervantes in zijn wereldberoemde boek opvoerde. Later die dag zouden we ook over een stukje van de ‘Camino del Cid’ rijden, de route die de vermaarde Spaanse ridder met dezelfde naam tien eeuwen eerder aflegde. We zagen een pikzwarte schaapsherder met een grote kudde langskomen. Is er ook al sprake van arbeidsmigratie in deze sector?!

We reden aan het einde van de middag Daroca binnen via de lage poort (puerta baja), een indrukwekkende monumentale ingang van het oude stadsdeel. Men denkt dat de ingang uit de 13de eeuw stamt. In de 15de eeuw werden de torens met getrapte kantelen aan beide zijden toegevoegd. Na te hebben ingecheckt in het hotel, liepen we het stadje in, op zoek naar de eeuwenoude moslim- en joodse wijk. Er is relatief veel van over -zij het in slechte staat- maar weinig te zien, op enkele sprekende muurschilderingen na; die verwijzen naar de bewoners van toen. Bij het toeristenbureau ontvingen we goede brochures voor lokale bezienswaardigheden en die in de omgeving. 

De volgende ochtend stonden we vroeg op om rond zonsopgang bij de lagune te kunnen zijn. De temperatuur lag op het nulpunt, dus de wollen mutsen, (pinguïn)handschoenen en winterjassen gingen aan. Op het dashboard van de auto zag ik een symbool dat ik daar niet eerder zag: een ijssterretje. Dat bleek geen nutteloze info! ‘El Triángulo de Hielo’ ofwel de ijsdriehoek ligt tussen Molina de Aragón, Teruel en Daroca. Laat dat nou net het gebied zijn waarin wij gingen rondrijden?! Dit is het koudste bevolkte gebied van Spanje, daar werden sinds het begin van de nieuwe eeuw de laagste temperaturen in het hele land gemeten. (Hoog in de Pyreneeën kan het kouder worden maar dat is onbewoond gebied.) 

Ondanks de kou was ik licht opgewonden... Hoeveel kraanvogels zouden we die dag gaan zien? Deze lagune is een van de best bewaarde (zoute) wetlands aan de westkant van Europa. De kraanvogels vinden het hier prettig omdat er volop kan worden gegeten en er geen bomen zijn. Zo kunnen ze roofdieren (vossen, wilde zwijnen, steenarenden) tijdig zien aankomen. Volwassen kraanvogels hebben een spanwijdt van circa 2m. De jonge kraanvogels, van nog geen jaar oud, vliegen met hun ouders mee op deze lange tocht. Je kunt hen herkennen aan het feit dat ze nog geen rode kop hebben. Die is lichtbruin en dat geldt ook voor de veren aan hun achterkant. Op een aantal foto's kun je dat verschil goed zien. Deze vogels zijn alleseters tijdens de vogeltrek. 

Voordat we het dorp Gallocanta binnenreden, landde de eerste groep kraanvogels voor onze auto. Voor de kiene fotografe vlogen er even verderop een paar door het beeld van de zon. Een goed begin! 

We werden die dag veel wijzer over het gedrag van deze vogelsoort, vooral door met lokalo’s te praten. Zij vertelden ons dat deze gevederde vriendjes zich in de ochtenduren voederen met de zaden en insecten op omringende velden (weidegebieden), tegen het middaguur een ander voedergebied zoeken en aan het einde van de middag c.q. het begin van de avond van die velden naar de laagste rustplaatsen in de lagune vliegen om daar te gaan slapen. Als ze slapen, staan ze op één poot in ondiep water.

Wij reden rondjes om de lagune (Gallocanta-Tornos-Bello-Las Cuerlas) heen, bezochten enkele observatiepunten en spraken met andere vogelspotters. Na zonsondergang mag er geen uitkijkpost meer worden betreden. Iedereen die daar wil fotograferen, moet ruim op tijd aankomen en de nacht blijven om de nachtrust van deze vogels niet te verstoren. Als migranten hebben zij hun rust hard nodig! De ene vogelliefhebber had een nóg grotere cameralens dan de andere. 

Vooral bij het bezoekerscentrum van Tornos keken we rond het middaguur onze ogen uit. Groepen van soms wel 100 vogels kwamen onze kant op of vlogen over onze hoofden. Je hoorde ze eerder dan je ze zag. Dat trompetteren schijnen ze te doen om bij elkaar te blijven. Ge-wel-dig! De vogels staan op relatief grote afstand van de kijker en zo is het ook bedoeld. (Er worden hoge boetes uitgereikt aan personen die zich daar niet aan de regels houden.) De meeste vogels vliegen door naar zuidelijker oorden maar gemiddeld overwinteren hier jaarlijks circa 12.000 exemplaren. Mijn telelens is toereikend om op grote afstand te fotograferen maar het vergt veel van de armspieren. De volgende keer ga ik met mijn tripod op pad zodat ik stabieler foto’s kan maken.

Het werd een fantastische vogeldag, qua weer en andere omstandigheden. Een tien met een griffel! Toen we vertrokken naar het hotel spotte mijn liefje heel hoog in de lucht een nieuwe groep kraanvogels die arriveerde. Dat beeld ontroerde mij, gek genoeg... 

Als afsluiter bezochten we gisteren (zondag) een roze stad met hangende huizen in de regio Aragón. Het gaat om Albarracín dat al op ons vorige reislijstje stond. We waren niet de enigen maar niemand liep elkaar daar voor de voeten. 

Dit stadje kent een zeer rijke geschiedenis: Celt-Iberisch, Romaans, Moors, Christen. Je kunt gemakkelijk parkeren buiten het centrum (€1 per uur of een vergelijkbaar vast bedrag per dagdeel) en dan naar het hoger gelegen stadscentrum lopen. Het heeft een fraaie kathedraal (16de eeuw) die is gebouwd op de ruïnes van een Romaanse tempel, het mooiste huis is Casa Julianeta (het plaatje van de dag), en veel leuke restaurantjes. Vanuit het uitkijkplateau  voor de kathedraal heb je mooi zicht op de oude stadsmuur en het fort. 

En wat zagen we op deze trip mooie herfstkleuren! Ik was in mijn nopjes. We reden via Valencia terug naar huis, met een kleine omleiding. We zagen de verwoestende werking van de kolkende watermassa die daar vorige maand huishield. Meegesleurde auto's lagen plompverloren in een sinasappelveldje. Het werd even stil in de auto... Op dat deel van de route doken regelmatig vrachtwagens voor herstelwerkzaamheden op. Men is drukdoende maar er is nog zóveel te doen.

Je vindt de weerslag van al onze bevindingen in mijn webalbum (rechterkolom van mijn blog) of via deze link. Enjoy.