Translate

Posts tonen met het label over feminisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label over feminisme. Alle posts tonen

donderdag 20 februari 2020

Sisterhood kills

Het moest Valentijnsdag 2020 worden om alsnog te horen dat ik een goed karakter heb. Daaraan gingen heel wat povere jaren vooraf. Wie het onlangs zei? Mijn liefje (of all people)! Op de betreffende ochtend had ik in alle vroegte zitten broeden op een toepasselijke reactie op een Whatsapp-bericht van een dierbare met een partner met uitzichtloze gezondheidsproblemen. Die partner sleept zich, doodziek met een van de belabberdste vormen van kanker, van de ene naar de andere ellendige behandeling. De behandelend arts had bedenkingen maar was tegelijk van mening dat de patiënt die behandeling, de aller-allerlaatste strohalm, aankon. Ze gaan er voorlopig wekelijks mee door.

Ik koos mijn woorden zorgvuldig. Mijn compassie moest erin doorklinken maar ook mijn zorgen. (Zelf zou ik niet eindeloos doorgaan met bestrijden als de onafwendbare dood mij op de hielen zit, maar dat terzijde.) Toen mijn liefje later die ochtend mijn lange respons las op de telefoon (we delen er een), was ze onder de indruk. Ze keek mij diep in de ogen en sprak de historische woorden “hieruit blijkt dat je een goed mens bent.”

Nu weet ik dat zelf al ruim 50 jaar, met af en toe een flinke deuk in mijn zelfbeeld. Als geen ander weet ik dat een mens nooit alleen maar X of uitsluitend Y is. Mensen zijn complexe wezens, sommige exemplaren zijn zelfs vaten vol tegenstrijdigheid. Je moet mij toestaan even hoog te draven… dus zet je schrap!

Het heeft mij nooit ontbroken aan compassie. Al vroeg kwam ik op voor gepeste klasgenootjes, als puber was ik vegetarisch en stampvoette bij onrecht, als jong-volwassene sprong ik op de barricaden voor sociale rechtvaardigheid, gelijkheid en gerechtigheid en als volwassene doe ik nog steeds iets dergelijks. Toen mijn liefje ziek was, zorgde ik voor haar als een moeder voor haar kind. Dat deed ik ook voor mijn beste vriendin toen zij longkanker kreeg.
Ik heb een kleine maar hechte vriendenkring die ik koester. Ik ben vaak degene die zich realiseert dat er in die kring of in de familie iets aan de hand is. Ik ben vaak de eerste die contact zoekt als er te lang geen teken van leven is. Als er op een lastige kwestie moet worden gereageerd, ben ik de eerste om dat te doet. Ik souffleer als er een heikel gespreksonderwerp is. Ik ben ook degene die alle (!) persoonlijke brieven en kaarten schrijft. Bovendien leg ik gemakkelijk contact met vreemden en onthoudt ook nog eens wie ze zijn voor een volgende ontmoeting. Zo. Dat wilde ik even hebben gezegd.

Maar een goed mens? Tja.

Als goedheid de afwezigheid van slechtheid is, dan ben ik het niet. Ik ben namelijk iemand die kan sarren, tieren en kwetsen. Mijn driften houd ik lang niet altijd in bedwang. Daarmee maak ik meer kapot dan mij lief is. Ik ben degene die geen ruzie uit de weg gaat. Daarin zijn we tegenpolen. Voor mij is zij de perfecte partner: aardig, evenwichtig en bedachtzaam. (Ik kan ook heel aardig doen, hoor maar het zijn is iets anders.) Ik hoopte dat haar karakter op mij zou afstralen… 
Zij is mijn Prinses op het Witte Paard. Toen ik haar leerde kennen, plaatste ik haar op een voetstuk. Ik was mij ervan bewust dat dit vraagt om moeilijkheden. Als mens zijn we immers per definitie feilbaar; niemand is volmaakt. Op de momenten waarop zij van mijn voetstuk dondert, word ik boos. Op haar omdat ze het ideaal verstoort en zichzelf tot mij niveau verlaagt, op mezelf omdat ik dat niet kon voorkomen. Dat klinkt complex en vaak voelt dat ook zo. 

Mijn kwaaie en goede zijde zijn echter kanten van een en dezelfde persoon. Soms is boosheid terecht, vaak niet. De uitknop vind ik regelmatig te laat. Ik doe erg mijn best om goedheid te laten prevaleren maar dat lukt mij eenvoudigweg niet altijd. Vroeger werd ik al een moeilijk mens genoemd, ook mijn liefje vindt tot op de dag van vandaag dat ik gemakkelijker moet worden. Dit oudje heeft nog veel te leren in het leven. Ik moet wel opschieten!

Ik dacht dus aan mezelf als vermeend gutmensch toen ik afgelopen weekend een interessant artikel las in de boekenbijlage van de Britse krant The Guardian. Het artikel had de kop Fighting the tyranny of ‘niceness’: why we need difficult women. Het boek dat daaraan ten grondslag ligt, is getiteld ‘Difficult Women: A History of Feminism in 11 Fights’. Zowel het artikel als het boek is van de hand van de Britse journaliste en schrijfster Helen Lewis. Het artikel las ik aandachtig, het boek nog niet.

Difficult. It’s a word that rests on a knife-edge: when applied to a woman, it can be admiring, fearful, insulting and dismissive, all at once. Zo begint het artikel. Lewis zegt dat de meesten van ons meer dan een kant hebben. Niemand is volmaakt of puur, veel mensen zijn complex.

De schrijfster slaat vervolgens een brug naar feminisme, op zich eveneens een ingewikkeld onderwerp. Het feit dat het bovendien 3.5 miljard vrouwen betreft -meer dan de helft van de bevolking van Moeder Aarde- maakt het extra complex. Lewis onderscheidt drie soorten difficult’: lastige vrouwen (met dito boodschappen), de complexiteit van verandering en vooruitgang, de inherente moeilijkheid van het vrouwzijn.

De eerste feministen hingen opvattingen aan die feministen van latere generaties niet te pruimen vonden. Het was zelfs zo dat hun gedachtengoed destijds niet te pruimen was voor menig tijdgenoot. We schrijven over de feministen-avant-la-lettre, de activistes van het eerste uur: de suffragettes in de 19de en begin 20ste eeuw. So what?! George Bernard Shaw zei in 1903 “The reasonable man adapts himself to the world. Therefore all progress depends on the unreasonable man.” Het is een kleine stap voor Lewis en Barefoot om daar unreasonable woman van te maken. We hebben moeilijke types hard nodig als we progressie willen maken.

Als we de geschiedenis van het feminisme goed willen beschrijven, moeten we de scherpe kantjes van de pioniers niet afschaven maar juist handhaven. Belangrijke personen voor de vrouwengeschiedenis, met soms tegenstrijdige boodschappen, moeten niet uit deze geschiedschrijving worden weggepoetst. Zij hadden gebreken (net als mannen), zij waren net mensen. We moeten evenmin koste wat het kost rolmodellen en heldinnen van hen willen maken. (Dat knoop ik in mijn oren.)

Lewis noemt in dit verband onder andere de Franse mode-ontwerpster Coco Chanel. Zij inspireerde menig jong meisje om een carrière in de mode na te streven maar in de Tweede Wereldoorlog was diezelfde Chanel ook de geliefde van een Nazi-officier en hoogstwaarschijnlijk een spionne voor Hitler’s Duitsland. Die collaboratie is niet bepaald verheffend maar we kunnen de geschiedenis van vrouwen niet vieren als we de politiek -en daarmee conflicten- uit hun verhalen verwijderen. Emily Pankhurst zou te autocratisch zijn geweest, Andrea Dworkin te agressief, Jane Austen teveel middenklasse. Misschien maakten onze feministische pioniers fouten maar zij deden ertoe! ‘Their difficulty is part of the story’. Aldus Lewis. Vrouwen zijn gecompliceerde wezens dus voortgang maken in de feministische beweging is dat ook.

“If there is no struggle, there is no progress.” Het is een uitspraak van Frederick Douglass (1818-1895), zwarte schrijver en sociaal hervormer, die streed voor afschaffing van de slavenhandel in de Verenigde Staten. Zijn gezegde blijkt eveneens van toepassing op het feminisme; ook dat gaat altijd gepaard met strijd. En de strijdsters moeten juist verstoren.

In a world built for men, women will always struggle to fit in’. Vrouwen zijn wat de Franse feministe Simone de Beauvoir in een van haar beroemdste werken noemde: de tweede sekse. Onze lichamen wijken af van de standaard (de man), onze seksuele verlangens zijn onvoorspelbaar, Freud noemde onze geest het duistere continent.

Een van de favoriete uitspraken van Lewis komt van auteur Chimamanda Ngozi Adichie. Deze Nigeriaanse beschrijft een feministe als iemand die gelooft in sociale, economische en politieke gelijkheid tussen man en vrouw. Dat klinkt eenvoudig maar die rechten voor vrouwen opeisen blijkt eindeloos veel lastiger dan gedacht. De #MeToo-beweging heeft (nog) niet geleid tot substantiële verandering in wetgeving, het recht op abortus staat in delen van de wereld (weer) op losse schroeven, groepsverkrachting van vrouwen komt nog steeds voor (Spanje en India), gratis universele kinderopvang maakte geen enkele progressie sinds 1970 en macho-populistische presidenten als Trump, Bolsonari, Poetin en Modi zien vrouwen liever in een ondergeschikte rol dan als feministen.

De huidige feministische beweging mag luider zijn dan de vorige(n) maar is ook verdeelder. Dat maakt het moeilijker om vooruitgang te boeken. Bovendien kregen we last van de Cancel Cultuur: heldinnen zijn nog niet op het schild gehesen of ze worden er alweer vanaf geduwd. “Sisterhood is powerful. It kills. Mostly sisters.” Jonge feministen laten zich soms denigrerend uit over datgene wat hun voorgangsters bereikten. Onder jonge vrouwen ontstond het besef dat hun moeders en grootmoeders seksisme niet hadden kunnen beeïndigen. Dat leidde tot een hernieuwd feminisme dat we sinds 2008 de Vierde Golf noemen.

Feministen van de Tweede Golf (1960-1980; daartoe reken ik mijzelf) stelden destijds al de volgende eisen op. Gelijkheid qua salariëring, gelijke kansen in opleiding en werk, gratis anticonceptie, abortus wanneer de vrouw dat nodig acht, gratis 24-uur kinderopvang, wettelijke en financiële onafhankelijkheid voor alle vrouwen, vrouwen bevrijden van seksuele intimidatie en geweld en vrijheid om de seksuele geaardheid te kiezen die bij je past. Misschien dat we zelfs een Vijfde Golf (als die er komt) nodig hebben om deze doelen te verwezenlijken.

Een van de redenen waarom feministen tot nu toe onvoldoende vooruitgang boekten, noemt Lewis de Tyranny of Niceness. De behoefte om aardig te zijn en te worden gevonden, hindert ons. Feministen moeten geen zelfhulpgroep zijn maar een radicale vrouwenclub die eist dat de status quo wordt doorbroken.

‘Let’s swim against the tide by talking [..] about what we can do together’. We kunnen grote veranderingen tot stand brengen als we onze ego’s en onze verschillen van inzicht terzijde schuiven en focussen op de gezamenlijke doelen. Feminisme zal nooit gemakkelijk of feilloos zijn maar vrouwen kunnen samen veel meer dan wordt gedacht.

Dat Sisterhood -ondanks alles- ook levensvatbaar is, bewijst ons 31-jarig verbond dat we over enkele dagen hopen te vieren. Als we het halen…


maandag 9 december 2019

Het beest bij zijn naam noemen

Ineens dook afgelopen weekend het indrukwekkende feministische protestlied ‘Een aanrander op je pad’ op, dat zich als een lopend vuur over de wereld verspreidde. Heb je het gemist? Kijk dan hier. Inmiddels doen vele versies de ronde maar het werd voor het eerst ten gehore gebracht in de hoofdstad Santiago de Chili. Het is een aanklacht tegen seksueel geweld van macho’s tegen vrouwen en tegen de medeplichtigheid van politie, rechters en de staat aan dat geweld. Zelfs de president moest het ontgelden. 
Het lied en het optreden waaiden snel over naar andere steden in Zuid-Amerika. Daarna dook  eenzelfde optreden op in Madrid, in een oogwenk gevolgd door optredens in andere steden van Europa en Amerika. Zelfs in New Delhi, waar zich vorige week een verkrachtingsdrama afspeelde dat ook de wereldpers haalde.

De meeste vrouwen kwamen in Santiago bijeen voor het Nationale Stadion. Dat was een beruchte plek ten tijde van de dictatuur van Pinochet. Daar werden politieke tegenstanders gevangen gehouden en gemarteld. Een officieel onderzoek ten tijde van dat regime toonde aan dat elke vrouwelijke gevangene destijds met seksueel geweld te maken kreeg. Ik zag Chileense vrouwen van alle leeftijden met een blinddoek voor, zingend en gebarend. Het optreden bezorgde mij kippenvel maar tegelijkertijd was het een krachtig vertoon van Girlpower!

Nu wil ik niet muggenziften maar de Nederlandse vertaling van het lied ‘Un violador en tu camino’ klopt niet. Un violador is geen aanrander maar een verkrachter. Je moet het beest wel bij de naam noemen! Een aanrander wordt in het Spaans ‘un agresor’ genoemd. Om de punt nóg steviger op de i te zetten, doe ik hier ook nog even uit de doeken wat de verschillen zijn. Aanranding (formeel ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid’ genoemd) houdt in dat iemand wordt gedwongen tot het plegen of ondergaan van ongewenste ontuchtige handelingen. Bij verkrachting is sprake van het tegen de wil seksueel binnendringen van een lichaam door een ander.

Beide vergrijpen zijn tegen iemands wil en traumatisch voor wie het overkomt maar er is een duidelijk verschil: wel of geen binnendringing. In de Nederlandse wet worden beide handelingen als zedenmisdrijf bestempeld. Het Spaanse strafrecht maakt hetzelfde onderscheid tussen aanranding (geen binnendringing) en verkrachting (wel) als de Nederlandse wet. De strafmaat voor verkrachting is in beide landen zwaarder dan voor aanranding.

Ik vroeg mij serieus af wie voor die slechte Nederlandse vertaling tekende. Dat doe ik overigens nog steeds. Was dat een staaltje beseffenloosheid van een mannelijke redacteur? Uit onwetendheid fout vertaald? Opzettelijk? If so, met welke opzet dan? De Vlaamse VRT sprak ook over een aanrander. In Engelstalige kranten daarentegen, las ik de correcte vertaling van de liedtekst: ‘A rapist in your path’.

Een van de gebaren die de Chileense vrouwen tijdens het lied maakten, is het op de hurken gaan zitten met de armen boven hun hoofd. Dat moeten vrouwen daar tot op de dag van vandaag doen bij hun arrestatie. Het lied is gebaseerd op denkwerk van de Argentijnse Rita Segato, een antropologe die stelt dat seksueel geweld een politiek probleem is en geen morele kwestie. Segat (1951) werd een van de sterkste en meest uitgesproken feministen van haar tijd.

Het Chileense netwerk Tegen Geweld Tegen Vrouwen becijferde dat in Chili elke dag gemiddeld 42 vrouwen te maken krijgen met seksueel geweld. Vorig jaar leidde dat in slechts 25% van de gevallen tot strafbare vervolging van de dader. Dat komt neer op twee vrouwen per uur ofwel 24 per dag. In een jaar resulteert dat in bijna 15.000 vrouwelijke slachtoffers in dat land alleen. In Nederland zou het gaan om 24 aangiften van vrouwenverkrachting per week. De schatting is dat 80% van de zaken nooit wordt gemeld. Dit en meer werd in 2018 onderzocht door de Fundamental Rights Agency (een instelling van de EU). Verkrachting overkomt één op de drie vrouwen wereldwijd. Dat brengt de schatting op 1 miljard vrouwelijke slachtoffers van deze vorm van seksueel geweld. Stuitende statistieken!

Als jonge student sloot ik mij in de beginjaren '80 van de vorige eeuw aan bij VTSG, niet te verwarren met GTST... Dat was een acroniem voor ‘Vrouwen Tegen Seksueel Geweld’. Als groep feministen streden we tegen seksueel geweld dat vrouwen overkwam in mijn woonplaats Delft en de rest van het land. Zelf deed ik onder andere mee aan het plakken van pamfletten (destijds als illegaal bestempeld in de lokale politieverordening) rondom tunnels en afgelegen fietspaden waar vrouwen regelmatig werden lastiggevallen. De groep bestaat niet meer.

Het probleem helaas nog wel… Denk maar eens aan vermeende vrouwenmisbruikers Harvey Weinstein en Jeffrey Epstein. Weinstein verschijnt binnenkort voor de Amerikaanse rechter, Epstein ontliep zijn mogelijke straf door zelfmoord in een Amerikaanse cel.

Wie zich niet door mij maar door feiten wil laten overtuigen, raad ik aan de boeken ‘She Said’ van de Amerikaanse journalisten Jodi Kantor en Megan Twohey en ‘Know my Name. A Memoir’ van landgenote Chanel Miller te lezen. Beide boeken verschenen dit jaar.

Kantor en Twohey brachten de verhalen over seksueel misbruik van vrouwen in Hollywood door filmproducent Harvey Weinstein als eersten naar buiten. Miller werd als jonge studente op de campus van Stanford verkracht door Brock Turner die daarvoor slechts zes maanden gevangenisstraf ontving; daarvan zat hij er maar drie uit. In de rechtzaal las ze een brief voor waarin ze de impact van zijn seksueel geweld op haar lichaam en leven uitvoerig beschreef. Die brief leidde tot verandering in de Californische wetgeving, tot het ontslag van de betrokken rechter en tot bovengenoemd boek. De kop van mijn blog siert uit solidariteit met straatkunst uit Santiago de Chile. 

Tot vandaag (9 december) kun je op de Van Dale-site jouw woord van het jaar insturen. Talig mens als ik ben, deed ik daaraan mee. Ik zond het woord ‘extrimitijd’ in. Dat werd in Nederlandse media nul keer gebezigd maar dat maakt mij niets uit. Het past goed bij dit tijdsgewricht. We leven immers in een tijd van extremen… of het nu gaat om politiek, seksueel geweld tegen vrouwen of  klimaat. Vanaf morgen kunnen we Het Woord Van Het Jaar kiezen.


donderdag 17 oktober 2019

Jong/oud, zij/hij

Mijn liefje moest onlangs naar het plaatselijke politiebureau om te bewijzen dat ze leeft. Ja, dat lees je goed. Nederlandse pensioeninstanties willen jaarlijks een bewijs van ‘springlevendheid’ ontvangen van haar, als gepensioneerde buiten de landsgrenzen. Met stempels en handtekeningen om fraude te voorkomen. Het is begrijpelijk, zij is inmiddels aan het verzoek gewend. Ze kwam in eerste instantie zonder stempels en handtekening maar wel met stoom uit de oren terug.

De politie-agent die haar verzoek moest inwilligen, was die dag chagrijnig en had geen zin om mee te werken. Mijn naam staat ook op dat formulier, als samenwonend partner. Deze keer was ik er echter niet bij en dat was zijn probleem. Hoezo moest ik erbij zijn? Het gaat toch om haar bestaan? Ik ben in dit geval slechts een administratief aanhangsel. Het voorgaande jaar had ze deze procedure toch ook in haar eentje afgewikkeld? Nou ja! Mijn liefje wees de agent er fijntjes op dat het pensioen alleen op haar van toepassing was. Ze heeft immers een piepjonge partner. Volgens haar sloeg hij daarna de bladzijde op met mijn gegevens en constateerde droogjes dat ik niet bepaald jong was… Ik was eveneens een oude vrouw, net als zij. Daar konden we het mee doen.

Begin van deze week begeleidde ik haar, extra jong gekleed en monter, naar het politiebureau. Er was slechts één wachtende voor ons en de persoon-in-kwestie zat achter zijn bureau. Binnen vijf minuten was het onze beurt. Ik keek hem aan en zei dat hier de vrouw was die hij vorige week nog vieja” (oud) noemde. Met de allerbeminnelijkste lach op mijn gezicht. Mijn liefje had mij geïnstrueerd om niets van dien aard te zeggen. Je wilt toch geen ruzie met een politie-agent?! Dat klopt maar ik kon het niet laten. Hij had die dag een goede bui. Net als ik kon hij erom lachen. In twee minuten stond ze weer buiten met haar attestatie de vita, inclusief stempels en handtekening. Missie volbracht.

Dat voorval zette mij wel aan het denken... Beleefde Spanjaarden duiden energieke oudjes (v) aan met ‘Ancianas’. Dat klinkt een stuk leuker. Op papier ben ik wellicht oud maar zo voel ik mij helemaal niet. Er wordt hedentendage gezegd dat zestig het nieuwe 50 is maar het voelt eerder als 40. Nu beschik ik over net zoveel energie als toen. In een recent interview met de 79-jarige Canadese schrijfster Margaret Atwood las ik iets dergelijks. Zij haalde de maandelijkse hormonale beslommeringen van vrouwen aan als grote energieverslinder van destijds. Daar zijn we inderdaad lekker vanaf!

Onlangs las ik het boek ‘Schilderslief’ van Simone van der Vlugt. Het boek heeft nauwelijks literaire ambities maar is aardig. Het leest gemakkelijk weg. Dit jaar is het 350 jaar geleden dat Rembrandt overleed dus er gebeurt en verschijnt veel om dit te memoreren. Naast een uitmuntend kunstschilder blijkt Van Rijn ook licht ontvlambaar, onbetrouwbaar en een rotzak te zijn. Het boek verhaalt over de periode in Rembrandts leven waarin zijn vrouw Saskia doodziek is. Geertje Dircx komt in huis als kindermeisje voor zoon Titus. Als Saskia aan tering overlijdt, wordt Geertje tevens huishoudster en tenslotte ook minnares. Jarenlang leven Rembrandt en zij als getrouwd paar, Geertje krijgt de sieraden uit Saskia’s erfenis als blijk van liefde. Die situatie verandert als Hendrickje Stoffels in de huishouding opduikt. Uiteindelijk schrikt Rembrandt er niet voor terug zijn voormalig minnares 14 jaar te laten opsluiten voor een misdaad die ze niet beging; hij was te zuinig om haar een fatsoenlijke toelage te geven maar betaalde dik om haar uit zijn leven te weren. De rest is geschiedenis. Vaderlandse geschiedenis. Mannengeschiedenis.

Oktober is niet alleen wereldwijd de maand van de aandacht voor borstkanker en van Stoptober (stoppen met roken), het is in Nederland tevens Maand van de Geschiedenis. Het thema van dit jaar is ‘Zij/Hij’. Onlangs las ik op NEMO Kennislink een interview met Els Kloek (1952), een gepromoveerde historica die last heeft van wat zij zelf aangeboren feminismenoemt. Daarmee doelt ze op haar antenne voor scheve verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Ze trekt deze maand door het land om te debatteren over het belang en de gevaren van feminisme.

Kloek herinnert zich vooral een soort wantrouwen van de moegestreden generatie feministen vóór haar, die hoofdschuddend toekeken hoe de nieuwe generatie een academische tak ‘Vrouwengeschiedenis’ probeerde op te zetten. Nu maakt zij zich op haar beurt zorgen over nieuwe generaties feministen.

Eerst een korte inleiding op Kloek. Naast een flink aantal historische werken over bekende en minder bekende vrouwen in de Nederlandse geschiedenis, stelde zij tweemaal een lexicon samen met portretten van 1001 vrouwen. Het eerste boek verscheen in 2013 en is getiteld ‘1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis’. Het bestrijkt ruim 15 eeuwen geschiedenis. Het vervolgdeel verscheen in 2018 en is getiteld ‘1001 vrouwen in de 20ste eeuw’. Onlangs publiceerde ze in deze reeks een derde boek, getiteld ‘Vrouwen en kinderen eerst’. De ondertitel luidt ‘Over 1001 vrouwen, de canon en de achterkant van de geschiedenis’.

Met dit boek wilde ze de eeuwenoude onzichtbaarheid van vrouwen doorbreken. In geschiedenisboeken gaat het vooral over mannen. Als het al over vrouwen gaat, is dat over een Maria als belichaming van het goede, of over een Eva als belichaming van het kwaad. Dat noemt Kloek het smurfineffect: je hebt heel veel verschillende smurfen maar slechts één smurfin. Dat kan niet kloppen. Er bestaan immers nèt zoveel verschillende vrouwen als er verschillende mannen zijn.

Je krijgt een heel ander beeld van de Nederlandse geschiedenis als je over levens van vrouwen leest. Haar recentste boek bestempelt ze het gevolg van een mislukking. Ze wilde een boek schrijven over geschiedenis en daarin vrouwen een prominente plek geven. Ze wilde ze expliciet niet in een heldinnen- of slachtofferrol weergeven. Bij elk van die 1001 vrouwen stond aanvankelijk een jeugdportret met daarin bijvoorbeeld waarom haar broertje wel naar school mocht en zij niet. Dat werd op een bepaald moment vervelend dus dat idee werd losgelaten. Bovendien bestond de neiging bij veel van de (300) meewerkende deskundigen om vrouwen als rolmodel af te schilderen. Dat werkte evenmin voor de projectleider Kloek. Ze gooide het over een andere boeg.

Werd zij vroeger weggehoond door mannelijke collega’s die niet begrepen waarvoor afzonderlijk historisch onderzoek naar vrouwen nodig was, tegenwoordig kan het voorkomen dat ze in het verkeerde feministische kamp wordt geplaatst. Dat zit zo.

Met haar lexicons schiep Kloek een levenswerk. De interviewster vroeg haar of jonge generaties het stokje van haar zullen overnemen. De historica vindt dat jongere generaties vrouwen het zich tè moeilijk maken. Ze halen er teveel bij, alles wordt zo onderdeel van het v/m-probleem: seksuele voorkeuren (LHBTQI), kinderen krijgen, klimaatverandering, racisme… het is één grote kluwen. Dat maakt het uiteindelijk te zwaar en daardoor niet constructief. Kloek is van mening dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen zo te zeer uit het zicht raakt. Daarmee gooi je het kind met het badwater weg.

Zij vindt bovendien dat er bij vrouwen van nu erg veel nadruk ligt op carrière maken, ingegeven door vooral masculiene normen (haantjesgedrag als nieuw richtsnoer). Zorgelijk. Een vrouw is substantieel anders dan een man: zij kan baren. Kloek verwacht echter dat dit niet meer gaat gebeuren. Dat vrouwen van jongere generaties het te dierlijk vinden en het gaan uitbesteden. Ze maakt zich er ook zorgen over dat nieuwe generaties feministen vrouwen willen bevrijden door het taalgebruik genderneutraal te maken. Zij verwacht dat er zelfs een tijd komt dat het woord “vrouw” niet meer mag. Vrouwen raken zo wederom uit zicht.

Kloek uit ook kritiek op ‘Genderstudies’, de hedendaagse variant van Vrouwenstudies. “Genderstudies stimuleert een manier van denken die ideologisch is. Als je zo’n studie een jaar volgt, zie je alleen nog maar bevestiging van je gelijk. Wetenschap gaat niet om het bewijzen van je gelijk, maar om het zoeken naar waarheid. Die kun je pas vinden als je oog houdt voor de mogelijkheid van je ongelijk. Ik vind dat academici altijd open vragen moeten blijven stellen.”

Dit zijn slechts enkele fragmenten uit een lang en boeiend interview. Er kwam van alles langs. Kloek formuleert zorgvuldig maar haar toon blijft lichtvoetig, zonder te moraliseren. Een vrouw naar mijn hart. Op de site Vrouwenlexicon kun je in een zeer uitgebreide database zoeken naar bekende en minder bekende vrouwen in de Nederlandse geschiedenis. Ik deed dat op, op aanraden van Kloek, naar Judith Leyster en werd verrast. Daar ligt een schat aan informatie. Kloeks initiatief groeide uit tot een zeer waardevol project voor de vrouwenbeweging in Nederland. 

Foto: Graeme Robertson (The Guardian)
Eerder deze week werd in Londen de Man Booker Prize 2019 uitgereikt voor het beste Engelstalige literaire werk van het afgelopen jaar. De prestigieuze prijs werd gewonnen door twee vrouwen: Margaret Atwood (The Testaments) en Bernardine Evaristo (Girl, Woman, Other). De sponsor van de prijs wil al jarenlang slechts één winnaar maar de jury van dit jaar was eigenwijs. Men wilde niet kiezen. De prijs van £50.000 wordt dus door de beide vrouwen gedeeld. 

Evaristo (60) is net zo oud als Atwood was toen ze deze prijs voor de eerste keer won (met het boek The Blind Assassin). Atwood is de tweede vrouw die twee keer won (na Hilary Mantel, schrijfster van historische fictie).

Twee feministen, twee verschillende geluiden. De testamenten van Atwood schetsen een levendig en origineel portret van vrouwen en meisjes in een dystopische wereld die tegen hun lot in opstand komen; het vervolg op The Handmaid’s Tale. Evaristo’s boek geeft een stem aan twaalf zwarte vrouwen, over een periode van 100 jaar, in elke fase van hun leven. Deze Britse ging zelf schrijven omdat ze zich als zwarte vrouw niet vertegenwoordigd voelde in de literaire verhalen uit haar vaderland. De beide boeken liggen klaar op mijn nachtkastje. Het bedkastje van de ouwe taart.