Translate

Posts tonen met het label whalewatch New South Wales (Aus). Alle posts tonen
Posts tonen met het label whalewatch New South Wales (Aus). Alle posts tonen

zaterdag 5 november 2011

From little things big things grow

Een mens in New South Wales kan er héél druk mee zijn: walvissen kijken! Elke dag lopen we naar een aantal stranden in de directe omgeving van ons huis. Op vrijdag jongstleden ging de route naar Pebbly Beach. De plek kreeg die naam omdat er grote stenen en keien op het strand liggen. Ik maakte een korte film van het zicht en het geluid, die hieronder is te zien. Het is een experiment; de kwaliteit van de opname is op mijn eigen computer wel veel beter maar het kan ermee door:


Mijn liefje ging op een van de banken zitten die hier overal langs de kust staan. Ze zijn vaak opgedragen aan jonge en oude mensen die niet meer leven. Meestal ga ik onbekommerd zitten, soms voel ik mij nogal bezwaard. Zoals op de bank die door de ouders en vrienden van een 17-jarig meisje werd gedoneerd: 'ga voor altijd zwemmen met dolfijnen, lieverd'... Australiërs leven op en in het water. Ik denk dat ik mij mede daarom thuisvoel op dit continent. Toen ik verder liep, zag ik mensen in kayaks, zeilboten, motorboten, Hobies met zeiltjes (de Revolution 11!) en water scooters (helaas) op het water.

Ik liep naar een van de vele uitkijkpunten die hier langs de kust zijn aangebracht. Vanuit de hoogte tuurde ik over het weidse water. Op enig moment zag ik een verticale kolom water in de lucht hangen. Een walvis blies uit zijn of haar blow hole! Het bleek wederom een moeder met haar bultrugkalf; ze waren goed te zien vanaf de wal.
Ze dartelden rond, net voorbij het havenhoofd van Forster. Ook zag ik voor het eerst van mijn leven enkele volwassen walvissen met hun flippers op het water slaan. Dat doen ze om zich koelte toe te wuiven. Als toeschouwer zag ik een lange, witte vin en een hoop gespetter. Ik maakte enkele foto's met mijn kleine camera; ik had mijn telelens niet bij mij maar het beeld staat op mijn eigen harde schijf.

Gedurende twee uur genoten wij met volle teugen van hun gefrolick voor onze neus. We bleken niet de enigen. We werden namelijk omringd door lokalen die hun echtgenotes, kinderen en kleinkinderen belden over hetgeen ze aanschouwden. Opmerkelijk. Ik zou denken dat Australische bewoners van de oostkust zich bewust zijn van het feit dat er momenteel sprake is van een grote walvismigratie langs hun stranden. Misschien is het toch niet zo gebruikelijk? Ik voel mij hier in ieder geval een grote bofkont. Het idee dat ze iedere dag zijn te zien, maakt mij een blij mens.

In de weekendeditie van de 'Australian', een van de nationale kranten, las ik dat er een albino-walvisbaby was gespot aan het strand van Bondi. Ik vond een prachtige luchtfoto van moeder en kalf op het web. Al is het een baby, er is niets klein aan! Een bultrug boreling komt in stuitbevalling ter wereld, dat wil zeggen: met de staart eerst. (Dat schept ook een band.) De natuur heeft dat zo geregeld omdat de baby dan niet kan verdrinken. Het kalf is bij geboorte gemiddeld 3 à 4.5 meter lang en weegt maximaal 1.000 kilo.

Ten noorden van Sydney kunnen ze er ook wat van: een kayakker had een close encounter met twee volwassen bultrugwalvissen, net voor de kust. Amazing! De walvissen doen hier aan 'spyhopping', ze steken hun kop recht omhoog uit het water. Het is maar goed dat het geen 'breaching' was. In dat geval komt het dier met het gehele lichaam uit het water en laat zich vervolgens zijdelings op het water vallen. Je kunt je voorstellen dat een kayak, zelfs een Hobie, daar niet tegen bestand is. Mijn liefje en ik zagen opspringende walvissen verder op zee, door de verrekijker.

De titel van dit blog mag toepasselijk lijken voor dit onderwerp, het heeft echter een heel andere connotatie. Het is namelijk de titel van een lied dat mijn aandacht vroeg in de afgelopen dagen. Ik hoorde het met enige regelmaat op de televisie, als tune bij een bankreclame. Het bleef doorzingen in mijn hoofd en ik ging op zoek naar het origineel. Het blijkt geschreven door de Australische (protest)zanger Paul Kelly.

Toen ik de songtekst las, begreep ik de betekenis van het lied en mijn eigen emotie bij het horen. Mijn liefje vindt het een uiterst irritant lied. Tja. Het kan verkeren. Het gaat niet over kleine walvissen die groot groeien maar over het verzet van een enkeling van Aboriginal afkomst die strijdt voor zijn (land)rechten en opstaat tegen een witte man die het grootkapitaal van Australië incorporeert. Ook dat is indrukwekkend. De relatie tussen de witte Australiërs en de oorspronkelijke bewoners van dit machtige continent staat vaak op gespannen voet.
Wij waren in dit land toen Kevin Rudd, de voormalige premier, als eerste namens de Australische regering publiekelijk sorry zei tegen de oorspronkelijke bewoners. We zagen een vliegtuig boven Sydney het woord in de lucht schrijven. Ook dat staat in mijn geheugen gegrift. Het moment zal mij altijd bijblijven. De geïnteresseerde lezer kan Kelly's optreden en de tekst hier horen en zien.



maandag 31 oktober 2011

Spirit of Australia

Wij bleken mazzel te hebben: momenteel vliegt Qantas niet. Bij de luchtvaartmaatschappij vinden met regelmaat industriële acties plaats. Het vliegend personeel wil salarisverhoging en het grondpersoneel wil baangarantie. Qantas en de vakbonden kunnen niet tot een overeenkomst komen. De luchtvaartmaatschappij deed recent iets dat hier niet eerder was vertoond: het hield alle vliegtuigen aan de grond. Wereldwijd. Vanwege die actie vervielen in de afgelopen dagen 447 vluchten, zowel internationaal als nationaal. Het land stond op zijn kop, kranten en tv-programma’s konden nergens anders over praten. Met de Melbourne Cup voor de deur (1 november), is the Pride of the Nation de talk of the town!

De CEO van Qantas meldde dat, als de vakbonden vasthouden aan hun standpunt, de luchtvaartmaatschappij nog maar half levensvatbaar is. Dat zou een ramp zijn want Qantas -oorspronkelijk de Queensland and Northern Territory Air Services- is een maatschappij met een geweldige staat van dienst. Het is dan ook te hopen dat het meningsverschil tussen de vakbonden en de luchtvaartmaatschappij snel tot een einde komt. In ieder geval vóór januari 2012 als wij naar Europa willen terugvliegen.

We zijn thans ruim een week in Australië maar het voelt alsof we al veel langer weg zijn van Bali. Op zaterdag jongstleden SMS’ten wij met Elsa om te weten hoe het haar en Yudha vergaat. Zaterdag was tot nu toe de vaste dag waarop het manneke met zijn moeder meekwam om te spelen. Hij mist ons, vraagt zijn moeder voortdurend waar we zijn. Adu. De uitslag van mijn liefje’s bloedtest was goed; de envelop viel reeds na twee dagen op de mat. Het wachten duurde hier reuzekort, we kunnen ons weer helemaal aan ‘vakantie’ overgeven.

In de afgelopen week vierden wij de verjaardag van de Furry Princess in het clubhuis van de bekendste roeivereniging van Sydney. Hond Lucy is een groot uitgevallen Jack Russell; ze is slim, leuk en heel aanhankelijk voor een terrier. Julie’s vader werd als nummer twee lid van de roeivereniging. We leerden hem en Pat, de moeder van Julie, in 2008 kennen. Julie vader overleed vorig jaar. Samen met Pat en de biologische ouders van Lucy vierden we daar haar verjaardag. Ons kadootje voor haar, een speeltje, viel in goede aarde.

Mijn liefje en ik deden boodschappen bij Woolworth’s (Woolie’s voor intimi), kookten Europees en Aziatisch voor de gastvrouwen, lazen kranten, keken naar Australische ontbijt-TV, lieten de hond uit, en bereidden ons voor op het vertrek naar Forster.

Daar zijn wij inmiddels. Forster ligt op circa 3 uur rijden ten Noorden van Sydney. Deze kustplaats doet mij sterk denken aan mijn voormalige Haagse woonplaats aan de Nederlandse kust: Kijkduin. Forster is een kleinschalige familiebadplaats die een groot deel van het jaar 10.000 vaste inwoners heeft maar tijdens de zomermaanden verveelvoudigt. Het stadje ligt zowel aan de Tasman Zee als aan de Grote Meren: Wallis Lake, Smiths Lake en Myall Lake.

Aan de oceaankant van Forster liggen stranden van een ongelofelijke schoonheid en diversiteit: Forster Beach, Pebbly Beach, One Mile Beach, Burgess Beach, Diamant Beach, Booti Booti Beach, Black Head Beach – allen ademen ze een andere atmosfeer. Ik raapte diverse schelpen en trof bijzondere zeevondsten. Ik zag er tevens de eerste Stand-Up Paddler (SUP’er); de betreffende jongeman blijkt ‘s morgens over zee naar zijn werk te gaan. Imagine that?! Op beide locaties vind je cafés en restaurants aan het strand. Wi-Fi-hotspots zijn hier echter zeer beperkt voorhanden; dat vind ik opmerkelijk.

Het huis waarin wij thans verblijven, is een heus strandhuis al staat het op 500 meter afstand van de branding èn op circa 1.000 meter van de werf. Het is gezellig ingericht en alle ruimten in het huis zijn van alle gemakken voorzien, inclusief een schuur met fietsen (en verplichte helm) en surfplanken in diverse afmetingen!

Afgelopen zondag maakten wij een boottour om walvissen te kijken. Bultrugmoeders met kalveren keren thans naar Antarctica terug en rusten in de baaien van en rondom Forster uit van de lange tocht die zij reeds maakten en nog voor de boeg hebben. De tocht was al voor zaterdag gepland maar toen waren de golven op zee te hoog. Zondagochtend begon heel mooi; de boot zou om 10:00 uur stipt uitvaren. Het werd een memorabele excursie, vooral door het zien van enkele bultrugbaby’s. De foto van de staarten is deze keer van eigen hand. Meer foto’s zijn te vinden in de lopende diashow. Zodagavond eindigde met een fikse hagelbui… Een lokalo zei het op zijn Aussie's: 'first we had 25 years of drought, now we gotta seal our letterbox'. Er staat ons ongetwijfeld nog van alles te wachten. Ik heb het erg naar mijn zin.



maandag 24 oktober 2011

G'day, mate!

De reis naar Australië verliep goed en zonder vertraging. Er waren enkele meevallers onderweg. Zo konden wij in Bali de koffers en mijn body board reeds inchecken voor Sydney hetgeen betekende dat we geen extra handelingen hoefden te verrichten in Singapore. Wij hoefden bij de transferbali slechts de instapkaarten op te halen. Eenmaal op Changi Airport aangekomen, zat het wederom mee: de Singaporese dame van Transfers bood ons een (gratis) upgrade op weg naar Sydney! We legden de afstand dus af in ruimere stoelen en meer beenruimte. Joehoe! Wèl had het Singaporese boekingssysteem problemen met de manier waarop mijn achternaam was gespeld op het visum voor Australië; die moest zij daarom veranderen…

Ik verwachtte het: de Australische douane meldde mij dat er een probleem was met de spelling van mijn achternaam op het visum. Die was “anders dan op de online-aanvraag”. Dat klopte als een zwerende vinger! Ik legde uit dat een medewerkster van de transferbalie in Singapore mijn achternaam in het systeem had gewijzigd. Of ik even wilde meegaan met een collega die het zou rechtzetten. “No worries, mate.” Gelukkig was dat snel gepiept.

Toen kwam de volgende horde. Medewerkers van de Immigratiedienst treden streng op tegen binnenvliegende reizigers. Men wil te allen tijde besmettingsgevaar voorkomen, zo wist ik van een vorige keer. Toen werd ik toegesnauwd en geïntimideerd nadat een dichte zak winegums in mijn koffer werd ontdekt na inspectie. Die had ik niet vooraf gemeld op de landingskaart omdat ik mij niet kon voorstellen dat daarover een probleem kon ontstaan.
Deze keer pakte ik het daarom anders aan. We brachten namelijk een typisch Indonesisch kado mee voor onze vriendinnen en een Spaans kadootje voor Lucy, de hond. Het geschenk uit Bali was samengesteld uit hout en schelpen, het kado voor de hond was een gedroogde snack in een gesloten pakje. Allebei bevatten producten op de lijst van ‘verdachte’ materialen. Eindresultaat: de snack ging ter plekke in de afvalbak, het decoratieve kado mocht mee het land in.

We werden warm onthaald, zowel door de dames als door het weer. We ontbeten aan het strand dat op het vroege tijdstip al vol met mensen was en togen daarna naar huis waar de logeerkamer voor ons in gereedheid was gebracht; inclusief fotolijst van vier surfgirls op Wanda Beach. Mijn liefje en ik namen vervolgens een douche en deden een power nap. Na opstaan kwamen de shorts en flip-flops uit de koffer. Volgens Julie was dit de eerste zomerse dag; vorige week droeg ze nog elke dag een jas.

We reden naar Cape Solander en -geloof het of niet- daar zag ik de eerste bultruggen voorbijtrekken. In de verte zag ik wolken water omhoog spuiten (blow holes), dichterbij spotte ik volwassen walvissen die bovenkwamen en onderdoken en up close staarde ik vanaf de rand van de kaap gebiologeerd naar tenminste één moeder met kind. Prachtig en roerend, een uitstapje met een hoge ‘wauw-factor’. Claire maakte de fraaie bijgevoegde foto van De Staart.

We kletsten bij, de eerste grappen (g)rolden over tafel, we speelden met de hond, bladerden door kranten, reisfolders en -tijdschriften die voor ons klaarlagen, dronken een heerlijk glas Wolf Blass Grey Label Cabernet Sauvignon en sliepen daarna tevreden in. Als baby’s.

Maandagochtend wandelden mijn liefje en ik naar de dichtstbijzijnde medische kliniek om de bloedtest voor haar te regelen. Zij ging op consult bij dokter Anell, een Zweed die 40 jaar geleden met zijn ouders naar Australië emigreerde en een artsenopleiding deed aan de universiteit van West-Australië. We spraken met hem over reizen (reisfoto’s van zijn hand hingen aan de wand), de financiële crisis in Europa, zijn pensioen en zijn jonge echtgenote. Doctor Wilhelm zette zijn handtekening op de aanvraag voor de bloedafname die vervolgens in het kamertje ernaast werd uitgevoerd. Er moest in twee armen worden geprobeerd. Ik denk dat de aderen aan jetlag lijden. De uitslag wordt in 2 à 3 dagen thuisgestuurd.

Daarna deden we boodschappen bij de poelier, de gespecialiseerde groenten- en fruitwinkel en de wijnhandel. Vanavond kook ik: gevulde kiprolletjes (knoflook, groene kruiden en bacon), warme wortel-sinasappelsalade met verse salie en zelfgemaakte aardappelkoekjes. Bali lijkt thans ver weg… Aan sommige dingen wen je in een dag!