Translate

Posts tonen met het label wonen aan de Ring van Vuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen aan de Ring van Vuur. Alle posts tonen

dinsdag 31 augustus 2021

Noisy

Het is niet alleen hommeles in grote delen van de wereld, het rommelt ook nogal in de aardkloot. Dat is niks nieuws. Maar afgelopen zaterdag, net na het middaguur, vond een relatief sterke zeebeving plaats -met een kracht van 5.1- in de Alboránzee, het water dat Marokko van Zuid-Spanje scheidt. Op de magnitudeschaal van bevingen is dat gemiddeld, maar voor deze regionen was dat best heftig. De beving vond plaats in de buurt van het breukvlak tussen de Afrikaanse en de Iberische (Euro-Aziatische) plaat. De zeebeving ontstond op tien kilometer diepte.

Het was op 300 kilometer afstand van onze woonplaats en de app die we gebruiken om op de hoogte te blijven, vroeg of we die voelden. Nee, we merkten niets want we dobberden op dat moment middenin de Middellandse Zee. Nou ja, niet per se middenin maar wel een eind uit de kust. We zwemmen altijd tot waar we al lang niet meer kunnen staan. Ook aan de golven zagen we het niet af; die zijn er doorgaans. We kwamen er pas achter toen we weer thuis waren en een berichtje van de app ontvingen. Zaterdag, zondag en maandag volgden talloze schokken in datzelfde gebied; allemaal rond 2.5 op de magnitudeschaal. Zelfs vanmorgen was het tweemaal raak. En inmiddels spuwt Etna, de enige levende vulkaan in Europa, ook. 

Ook in Indonesië, gelegen aan de Ring van Vuur, was het afgelopen weekend  erg onrustig. Er waren stevige aardbevingen in Sulawesi, ten zuiden van Soembawa,  Soemba en Papoe-Nieuw Guinea. Daar hebben mensen al zoveel te stellen met armoede en de bestrijding van covid-19... Miljoenen inwoners van de archipel Indonesië worden hun hele leven al door de kat èn door de hond gebeten. Kasian. 

Laatst las ik het interessante boek van Philip Dröge, getiteld De schaduw van Tambora. Het verhaalt over de stratovulkaan op het eiland Indonesische eiland Soembawa die in april 1815 uitbarstte. Het werd de grootste uitbarsting sinds mensenheugenis. Het horen en zien verging eenieder. De energie die erbij vrijkwam, staat gelijk aan 34.000 megaton TNT. Dat is de kracht van het tegerlijkertijd ontploffen van duizenden atoombommen van het Hirosjima-type! Deze verbijsterde niet alleen de plaatselijke bevolking. De enorme aswolk die na de eruptie over de wereld dreef, zorgde voor hagel op Sri Lanka en sneeuw in het zuiden van de VS. Twee natuurverschijnselen die daarvoor én daarna nooit meer zijn waargenomen. 

Het boek volgt de wolk die na de uitbarsting over de hele wereld heen trekt. De fijne, zwavelhoudende vulkanische as laat de stralen van de zon niet door en drijft met een snelheid van meer dan 200km per dag richting Europa. De voorgaande tijd heeft mij bedrogen, de tegenwoordige tijd kwelt mij, de toekomende tijd beschouw ik met schrik. Dat waren teksten die in 1816 op blinde muren in Vlaamse steden verschenen. Apocalyptische tijden. Met het mislukken van de oogsten komt in de hele wereld de honger en daarmee de ziektes. Getuigen zien in 1818 op Bali nog uitgemergelde lijken van mensen en dieren langs de weg. Het boek verhaalt over de eerste klimaatvluchtelingen in de geschiedenis van de mens. Goed geschreven en errug interessant! 

Op zee werd mijn aandacht getrokken door een gemotoriseerde surfplank. Mijn eerste gedachte was “weer zo´n rumoerig ding”. Voor vissen en andere zeedieren was coronatijd een zegen maar dit zomerseizoen liep het hier weer de spui(t)gaten uit! Nog nooit zag ik het zó druk op het water maar zeker niet alles was gemotoriseerd. Ik begrijp niets van dombo´s op hun jetskis. Daarin ben ik beslist niet de enige. Soms, als ik in de keuken sta te koken (oostzijde van ons huis), hoor ik hun motoren ronken. Is dat nou lol?!  

Vorig jaar zag ik in het naseizoen ver op zee iemand razendsnel van links naar rechts schieten op een relatief kleine plank, ruim een halve meter boven het water. Het ging om een efoil board, een plank die zichzelf boven het wateroppervlak kan verheffen met behulp van een draagvleugel aan de achterzijde. Je kunt zo door de lucht zweven als Aladina op haar tapijt! Als voormalig wind- en golfsurfer en als bodysurfer kreeg ik zeker fantasieën bij dit beeld. De vrijheid, ver op de Middellandse Zee surfen, met springende dolfijnen om je heen, een eindje meereizend met een migrerende walvis. Dat soort fantasieën… Daarvoor moet je eerst wel evenwichtskunstenaar worden. De surfplanksoort kost ruim €12.000.

Aan het lokale strand zag ik deze zomer voor het eerst een relatief grote surfplank gaan op eigen kracht. De tewaterlating van deze plank verliep echter tergend langzaam. De eerste persoon die erop kroop, bleef het hele ritje op zijn knieën op de plank zitten. De tweede persoon lag er constant op zijn buik op. Het waren duidelijk onervaren sufers. Het is de bedoeling dat de surfer de voeten onder de banden op de plank zet en zichzelf vervolgens laat voortstuwen. De gashendel houd je in de hand. Het waren Spanjaarden (30-plussers) die de plank nog maar net in bezit hadden. Het bleek te gaan om een e-board (electrische surfplank), zonder draagvleugel. Deze jetboard, van het merk Onean, heeft twee uitlaten, kan maximaal 35 km/per uur gaan en als je met maximale snelheid surft, kun je ruim een half uur op het water blijven. Verder rijkt de accu nog niet. Het zou tenminste twee uur duren om die weer op te laden maar er werden op het web ook langere tijden genoemd. Dit speeltje kost tussen €3.500 en €10.000, afhankelijk van het model. Kostbare hobby´s!

Ik houd van bijna alle watersporten. In augustus 2013 probeerde ik een flyboard uit bij een Spaanse watersportschool in Alicante maar het bleef bij die ene keer. Teveel geluid, te weinig natuurlijk, al was de ervaring leuk. Zwemmen en snorkelen zijn nog steeds de favorieten omdat ze zonder mechanische of electrische hulpmiddelen en in alle rust kunnen worden bedreven, zonder overlast aan anderen.

Dat gezegde hebbende, onlangs waren we weer in Cabo de Palos voor een plons en een nieuw onderwateravontuur. We arriveerden vroeg, konden dichtbij de baai parkeren en nestelden ons op het nog bijna lege strand. Zelf kom ik daar niet om aan de kant te blijven zitten dus hup, flippers, masker, action camera aan en gaan! Ik heb zo mijn eigen manier van te water gaan in een branding met stenen van ongelijke grootte. Kun je je mijn blogheader van vorige week herinneren? De dode krab met de scharen hulpeloos in de lucht? Nou zo, dus. Ik zie eruit alsof ik zojuist door een jetski ben overvaren! 

Je zou het niet zeggen maar het is een slimme manier want ik draai direct op mijn rug zodra alles zit en aanstaat, strek mij uit (d.w.z. maak mij zo plat mogelijk) en flipper behoedzaam richting dieper water, zonder dat ik ook maar in botsing kom met iets. Je kunt nu eenmaal niet lopen in dit soort water met flippers aan de voeten. Maar oefening baart kunst. Zo doe ik dat al jarenlang in gebieden met (scherp) koraal; zonder schade aan muzelluf en de omgeving. Een beproefde methode.

Langzaam maar zeker werd het drukker, zowel in het water als op het strand. Meer oranje snorkelpijpjes op het water, meer felgekleurde vinnen onder water. Meer puberende jochies die van de rotsen in het water sprongen, meer dreinende kinderen die hun zin niet kregen of naar huis wilden. Zelfs snorkelaars die, staand op de rotsen in de baai, maar niet konden stoppen met kletsen. Het was als vanouds: zet een handjevol Spanjaarden bij elkaar en het klinkt alsof er een overvolle ferry langsvaart. Weg vissen, weg rust. Tja.

Het mocht de pret niet drukken.Als je je hoofd maar in het water houdt.  Naarmate de waterstand lager en lager werd, waren ontdekkingen gemakkelijker te doen. Soms snorkelde ik net boven de dieren zodat ik ze goed kon bekijken.  Wederom zag ik een grote inktvis (pulpo) die bij het zien van mijn persoontje van kleur verschoot maar deze keer ontdekte ik ook een gewone slijmvis en een grote zeenaald, familie van het zeepaardje. Hoe leuk is dat?! De interessantste onderwaterfoto´s gaan altijd naar de jongens in Bali; zij snorkelen altijd en overal met mij mee.

 

zaterdag 22 mei 2021

Orchideefluisteraar

Toen mijn liefje en ik op Bali woonden, probeerden we orchideeën in eigen tuin te kweken. Dat deden we ook met koriander, een geliefd kruid in de Oosterse keuken (maar niet uitsluitend daar). Beide projecten mislukten faliekant. Het was kansloos, wat we ook uithaalden. Koriander komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten en het Middellands Zeegebied, in tegenstelling tot wat je zou verwachten. Een Oosters gerecht zonder dit verse kruid is onvolledig, wat mij betreft. Er zijn mensen die het naar zeep vinden smaken maar wij behoren daartoe niet. Wij houden van de uitgesproken smaak.

Dat geldt in zekere zin ook voor de orchidee. In het verleden las ik menig boek over vrouwen die na een leven in Nederlands-Indië hun dierbare orchideeën meenamen naar het koude Nederland. De planten kwamen doorgaans op de vensterbank terecht. Menig gerepatrieerde Indische Nederlander verdween zelf echter achter de geraniums om er doorgaans niet meer achter vandaan te komen. Men voelde zich in het tweede vaderland vaak ongewenst en ongezien. Daar denk ik aan als ik naar mijn fragiele en tegelijkertijd sterke plant kijk... 

De verwondering en het plezier zijn groot nu het al maandenlang goed gaat met de witte orchidee die ik kocht bij een plaatselijke winkel. Het zal wel een Europese variant zijn die gemakkelijker is te onderhouden maar dat mag de pret niet drukken. Ik weet dat deze tropische plant niet van tocht houdt maar wel van warmte en licht. Dat je de plant geen water moet geven ín de pot maar die moet dompelen en dan uitdruipend terug moet zetten. De plant staat op de eettafel en heeft het daar kennelijk naar de zin. Er komen twee nieuwe scheuten aan, met ettelijke bloemknoppen. Wij van orchideeënthuiskwekerij Follow the Flowerkijken de bloemen uit hun knoppen! 

De recente Nederlandse film De Oost van regisseur Jim Taihuttu (Molukse roots) deed veel stof opwaaien. De huidige expositie over het Nederlandse slavernijverleden (17de tot en met 19de eeuw) in het Rijksmuseum doet dat ook. Er was tot nu toe relatief weinig aandacht voor slavernij in Nederlands-Indië.

In deze expositie wordt onder andere aandacht besteed aan Untung Surapati (1660-1706), tegenwoordig een van de nationale helden van Indonesië. Op jonge leeftijd werd hij door Chinezen of Arabieren op de slavenmarkt van Batavia verkocht. Hierna werkte hij als bediende in het huishouden van de familie Cnoll in Nederlands-Indië. Cnoll was opperkoopman van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Batavia. Surapati verzette zich tegen zijn onderdrukking en wist uiteindelijk te vluchten. Hij sloot zich aan bij een Balinees opstandelingenleger en werd een belangrijk tegenstander van de VOC-troepen. 

In het jaar 1750 waren daar 75.000 slaven in vestigingen van de VOC, op dat moment veel meer dan in Suriname en het Caribisch gebied. Voor de goede orde: mij gaat het niet om vergelijken. Elk tot slaaf gemaakt mens is er een teveel! De meeste slaven kwamen terecht in hoofdstad en VOC-nederzetting Batavia (nu Jakarta) en op omringende eilanden.

Deze onvrijheid in Nederlands-Indië ging door met het cultuurstelsel (1830-1870), waarbij het Hollandse koloniale bestuur de hongerige bevolking dwong om producten te produceren voor export naar Nederland. De winst verdween in Nederlandse zakken, net als in de tijd van de VOC. In Nederlands-Indië kwam op 1 januari 1860 een einde aan de slavernij. Dit las ik op de website van NEMO Kennislink. Net als de Nederlandse wreedheden tijdens de politionele acties in de 20ste eeuw (onderwerp van film De Oost’), blijkt ook slavernij in ´s lands Gouden Eeuw een ondergeschoven kindje in de Nederlandse geschiedschrijving.

Er staat momenteel nogal wat leesvoer op mijn reader over Nederlands-Indië en Indonesië. Ik lees de boeken langzaam maar met veel interesse. ‘De wraak van Diponegoro van Martien Bossenbroek en Pattimura. Opstand van de paradijsvogels van Jan Tomasowa. Het eerste boek is historische non-fictie en gaat over de held van Java, prins Diponegoro. Hij streed tegen het Hollandse koloniale bewind in de aanloop naar en tijdens de Java-oorlog (1820-1830). Deel 2 gaat over de dekolonisatieoorlog (1945-1949) tegen de Nederlanders waarbij deze Javaan inspiratiebron was voor de toenmalige leiders van de onafhankelijkheidsstrijd.

Auteur Tomasowa (1943) werd op Java geboren en groeide op in een Molukse kamp in Nederland. In Indonesië werkte hij onder andere als docent bij Universitas Pattimura op Ambon, als community development worker met arme boeren op Lombok en Irian Yaya en als onderzoeker voor de Nederlandse overheid. Zijn boek is een geromantiseerde biografie over de grote Molukse held Pattimura die eveneens streed tegen de  kolonisator, voor onafhankelijkheid van zijn vaderland.

‘Moederstad’ van Philip Dröge en ‘Bamboe buigt maar breekt niet’ van Anne Groen-Koen. Beide zijn (deels) autobiografische boeken. Dröge (1967) gaat in het huidige Jakarta op zoek naar sporen van het oude Batavia. Meer dan drie eeuwen lang woonden zijn voorouders daar, zo vertelde zijn Indische grootvader. Maar wie waren zij? Koen beschrijft met dit boek een deel van haar levensverhaal. Anne Margaretha wordt in 1932 geboren in Palembang en komt tijdens de Tweede Wereldoorlog als kind met haar ouders in Japanse interneringskampen in voormalig Nederlands-Indië terecht. Zij overleeft de ontberingen en repatrieert in 1946 met haar moeder naar Nederland. Ze gaat studeren aan de Rietveld Academie, trouwt en in 1978 wordt haar echtgenoot gegijzeld bij een Molukse actie in het provinciehuis van Assen. Ook haar boek bestaat uit twee delen: haar  leven in het kamp en dat in Nederland.

Ondanks de duizenden kilometers afstand is Bali nooit ver uit mijn gedachten. Dat komt met name omdat we al jarenlang meeleven met een gezin dat daar woont. We leerden moeder Elsa in 2009 kennen tijdens ons tweede bezoek aan Bali dus je kunt zeggen dat we een 12.5 jarig jubileum hebben. Pa Ketut volgde weldra in de voetsporen van zijn echtgenote. Eerstgeborene Yuda was destijds hun enige kind. Hij heeft inmiddels twee broertjes en een zusje. Later kwamen ze bij ons werken en zo bouwden we vooral een hechte band op met Yuda & zijn broertje Damai. 

Onlangs informeerden de ouders ons over een onprettig voorval dat hen overkwam. Er werd´s nachts bij hen ingebroken. Een kwaaie pier klom over hun hek en stapte via een open raam het huis binnen. (Ze hebben geen airco en elk zuchtje wind is welkom…) Iedereen lag te slapen en dat was een geluk bij een ongeluk. De volgende ochtend ontdekte Elsa dat de mobiele telefoon weg was van de tafel waarop ze het ding de voorgaande avond neergelegde, de sleutel van haar brommer vond ze terug op het terras. De boef had hun enige transportmiddel niet over het hek kunnen tillen. Yuda´s fiets stond in zijn slaapkamer op slot, Elsa´s schoudertas met inhoud nam ze mee naar de slaapkamer, de oude laptop die wij jaren geleden doneerden en waarop een gezamenlijk leven in foto´s staat, was goed opgeborgen.

Ze waren geschrokken door de insluiping maar de schade viel gelukkig mee. Eersteklasser Yuda is wel bedroefd dat hij nu -zonder mobiele telefoon- geen contact kan maken via Zoom met leraren en medeleerlingen van zijn middelbare school. Met de schoolleiding valt wellicht iets te regelen maar dat is nu nog niet gebeurd. Aangifte bij het politiebureau werd gedaan maar het was een nationale feestdag (Suikerfeest in heel Indonesië) dus de autoriteiten hadden het druk met andere dingen. Tja.

Nu wil het geval dat Ketut druk is met voorbereidingen voor terugkeer naar zijn werk. Zoals het er nu naar uitziet, vliegt hij volgende maand naar een Europees land aan de Middellandse Zee om daar weer aan boord te stappen van een cruiseschip van zijn Amerikaanse werkgever. Voordat hij aan boord gaat, zal hij ter plekke worden gevaccineerd en daarna in quarantaine moeten. Hij ontving een brief van de organisatie waarin stond dat hij zich in Bali alleen mocht laten inenten met de vier merken die in het Westen zijn goedgekeurd, geen andere; omwille van de effectiviteit van het vaccin. 

Het allernieuwste en meest luxueuse schip van de reder is een prachtig ding met tien dekken en alleen maar suites; de kleinste suite is 80m2, de grootste 400m2. Mensen gaan later dit jaar kennelijk weer volop cruisen want de eerste rondreizen zijn al volledig uitverkocht. De dichtstbijzijnde Spaanse havenstad die dit schip later in het najaar zal aandoen, is Almeria dus misschien gaan we Ketut en zijn schip daar zien. De kans dat we aan boord mogen (met onze vaccinatiebewijzen) acht ik deze keer klein. De kans dat hij van boord mag om ons aan de wal te treffen, evenzeer. Nou ja, we gaan het zien. Zelf moet ik er, onder de huidige omstandigheden, niet aan denken om weer met honderden anderen aan boord te zijn, al zullen alle medepassagiers en crew zijn gevaccineerd. Als aanstaand werknemer is Ketut opgelucht weer geld voor de familie te kunnen gaan verdienen. Tijdens deze coronacrisis leden ze geen honger maar daarmee is alles gezegd. Elke tegenvaller was direct een terugval. Meer financiële armslag is dan ook een zeer welkom perspectief. 

Wij helpen hem financieel om de benodigde papieren (zeemanspaspoort, twee visa) in orde te brengen en een medische controle te ondergaan in Jakarta. Daar heeft het gezin zelf geen middelen voor. Doorgaans niet maar in dit schamele jaar helemaal niet. Sparen lijkt voor deze Balinese Hindoes sowieso geen optie; zij leven in het hier & nu en offeren het weinige dat ze hebben liever tijdens de veelvuldige  tempelrituelen. (Het hebben van familieleden die azen op jouw geld is evenmin bevorderlijk…) Verstandig omgaan met geld bleek in het verleden regelmatige een moeilijke, zoniet onmogelijke opgave. Wij, Westerlingen, besteedden er vele woorden aan maar die resoneerden niet. Dat neemt niet weg dat zij, ondanks alles, inmiddels een aardig huis op een eigen lapje grond bezitten in een prettig dorp aan de Balizee. 

Gelukkig stond het geld dat wij overmaakte voor Ketuts zeegang op de bank en lag het niet onder de zitting van de sofa (of elders in huis). En alsof dat nog niet genoeg was, voelde men daar gisteravond ook nog een sterke aardbeving. Het was er een van 5.7 op de schaal van Richter. Yuda liet ons in een gesproken bericht op de oude, gerepareerde telefoon van zijn moeder weten dat hij bang was. Dan moeten ze flink hebben geschommeld want hij woont al sinds zijn geboorte aan de Ring van Vuur! Kasian. We stelden hem zo goed mogelijk gerust: het was niet op het land maar net uit de kust, ruim honderd kilometer onder de zeespiegel. Het epicentrum lag de zuidkust van Midden-Java. Dat vertelde onze eigen Quake app ons. Er volgde nog een kleinere beving in de Sumbawa regio. We gaan dit weekend weer videoappen met de oudste twee jongens dus dan horen we hoe het hen vergaat. 



dinsdag 30 oktober 2018

Monday, bloody monday

Van zondag op maandag kwam op het Balearische eiland Menorca een tornado aan land die veel schade veroorzaakte. In het Menorquins, het plaatselijke dialect, wordt dit natuurverschijnsel een ‘cap de fibló’ genoemd. In het Castellaans wordt zo’n waterhoos een ‘manga marina’ genoemd. Er zitten momenteel bijna 20.000 bewoners van het eiland zonder stroom en ik vermoed dat onze vrienden Saskia en Kirk er twee van zijn. Balears Meteo heeft namelijk live webcams op alle eilanden maar de ochtend na deze berichtgeving was die van Ciutadella uit de lucht. Ik bekeek wel een filmpje van opruimactiviteiten nadat veel bomen waren geveld. Ruim een week geleden logeerden we daar nog... Vanmorgen kwam er een teken van leven. Ze zitten nog steeds zonder electriciteit. Hun waterpompsysteem is daarop aangesloten dus ze moeten het ook zonder water stellen. Gelukkig koken ze op gas. De sfeer is echter goed, kaarten kan ook bij kaarslicht! Het plaatselijke energiebedrijf doet er, naar verluidt, alles aan om de electriciteit weer in orde te brengen.

In Indonesië sloeg op datzelfde moment het noodlot toe. Wederom. Een nieuw vliegtuig van merk en type Boeing 737 MAX 8 van prijsvechter Lion Air, stortte kort na vertrek uit Jakarta in de Java-zee met 189 passagiers aan boord. In eerste instantie was er onduidelijkheid over het precieze aantal passagiers. Naar verluidt, zaten er 20 medewerkers van het Ministerie van Financiën aan boord. Het toestel was op weg naar Pangkal Pinang, de Bangka Belitung-eilanden (Noord-Sumatra). Niemand overleefde de crash.

De piloot bleek kort na opstijgen aan de luchtverkeersleiding toestemming te vragen om naar de luchthaven terug te keren. Die werd afgegeven maar het liep toch fout af. Het wrak ligt op een diepte van 30 à 40 meter dus dat maakt een spoedige berging en de vondst van de zwarte doos mogelijk. Ik las dat de overheid hierbij gebruik maakt van onderwaterdrones. Tot op heden is de romp van het vliegtuig niet gevonden. Gisteren kwam naar buiten dat hetzelfde toestel de dag ervoor motorische problemen had tijdens een vlucht van Denpasar (Bali) naar Jakarta. Volgens Lion Air werd het euvel procedureel verholpen.

Onze vriendin Bernadette vloog nog niet zo lang geleden met deze maatschappij tijdens haar rondreis door Indonesië. Lion Air is de grootste low cost airline binnen de landsgrenzen van de archipel. Ook mijn liefje en ik vlogen in het verleden met hen.  Het kan niet worden ontkend dat Indonesië berucht is vanwege slecht onderhoud; aan gebouwen, wegen, bruggen en systemen. Je hoeft helaas niet ver terug in de tijd te gaan om dat te beamen. Vorige maand vond in Noord-Sulawesi, op het Minahasa-schiereiland, namelijk een vernietigende tsunami plaats die niet door het aanwezige waarschuwingssysteem was opgemerkt. Het systeem leed aan langdurig achterstallig onderhoud en werkte niet meer. Dat kostte honderden inwoners het leven. Tja.

Nu lijkt dat ook te gelden voor vliegtuigen, al moet dat worden bewezen. Lion Air had vroeger dermate dubieuze veiligheids- en onderhoudskwesties dat het bedrijf -opgericht in 1999- in 2007 op de zwarte lijst terechtkwam. Hun vliegtuigen werden in 2016 echter weer toegelaten tot het Europese luchtruim. In juni van dit jaar was de carrier één van drie Indonesische vliegmaatschappijen wier veiligheidsclassificatie werd verhoogd naar zes (van de maximaal zeven) sterren, door de wereldwijde organisatie AirlineRatings.com. Dat neemt niet weg dat Australië gisteren een negatief vliegadvies uitvaardigde voor Lion Air, tot grote verbolgenheid van Indonesië. Tussen beide buurlanden ontstaat regelmatig kinnesinne. Ik snap Australië  en ik begrijp de reactie van Indonesië. Het wachten is op het onderzoek naar de oorzaak van de ramp. 

Het hoofd van de Indonesische Disaster Agency, de nationale Rampendienst (in ons deel van de wereld kennen wij rampenbestrijdingsdiensten) Sutopo Purwo Nugroho, werd in de afgelopen twee jaar wereldberoemd. Er ging namelijk extreem veel mis in die periode. Ik leerde voor het eerst van zijn bestaan toen de vulkaan op Bali (Gunung Agung), vorig jaar rond deze tijd letterlijk en figuurlijk roet in het eten dreigde te gooien. Hij hield ons, aanstaande Bali-gangers, op de hoogte van het wel en wee rondom de uitbarsting. De regelmatige lezer weet dat we afreisden en ook weer zonder vertraging huiswaarts keerden. Onlangs las ik een interview met hem in een Indonesische krant (!) waarin hij vertelde in januari 2018 de diagnose longkanker te hebben gekregen. Hij is ongeneeslijk ziek maar nog volop aan het werk. De een zijn dood is de ander zijn brood, al is hij om meer redenen geenszins te benijden. Kasian!

Moet je dan thuisblijven? Het antwoord van mij, reislustige Hollandse, is een luidkeels ‘nee’. Op mij werkt reizen verslavend. Ik kan het niet vaak en ver genoeg doen. Je moet erop uit als je de wonderen van de wereld met eigen ogen wenst te aanschouwen. Vriend Hugo stuurde mij enkele weken geleden een beschrijving toe van een drone die tevens onderwateropnamen kan maken. Zijn begeleidende tekst was dat je hiermee nooit meer zelf hoeft te gaan snorkelen of duiken. Gelukkig ken ik zijn gevoel voor ironie. En snorkelen vind ik toevallig een van de leukste tijdverdrijven die er bestaat. Emmy en hij gaan binnenkort op reis naar Australië. In eigen persoon, in een vliegtuig van een betrouwbare vliegmaatschappij. Zij reizen verder maar wij gaan zuidelijker. 

Nu het weer hier lijkt te zijn omgeslagen, krijgt ook mijn liefje weer last van reiskoorts. Op onze volgende reisbestemming is het overdag nu namelijk al 27 graden Celsius. We maken ons op om te gaan overwinteren op een ander continent. Na tien opeenvolgende jaren is dit het eerste jaar waarin we niet naar Bali gaan. Baby nummer 3 die tijdens ons verblijf op Menorca werd geboren, moet het voorlopig zonder het gekiekeboe van zijn witte suikeroma’s stellen. Dit jaar staat Zuid-Amerika wederom op het programma. Onze reis begint deze keer met een cruise van Buenos Aires naar Santiago de Chile. Op die route zullen we Kaap Hoorn ronden.

Gisterochtend vond in de Drake Passage een aardbeving plaats van 6.3 op de magnitudeschaal. Het epicentrum lag in zee, op slechts tien kilometer diepte. Kaap Hoorn ligt daar circa 280 kilometer vandaan. Gisteravond vond er op die plek nóg een plaats van kracht 5.7. De hele westkust van Chili ligt aan de Ring van Vuur en je vindt er actieve vulkanen. Gezien de lengte van ons verblijf verwacht ik dat we daar wel aardbevingen zullen gaan meemaken. We hopen dat het gaat meevallen. Ieder mens heeft een beetje mazzel nodig!


dinsdag 21 augustus 2018

Woorden, geen woorden voor

Links mijn beeld, rechts hun beeld
Op de dag van de viering van de Indonesische onafhankelijkheid (17 augustus jongstleden), introduceerde talenapp Duolingo een bèta-versie van Engels-Bahasa Indonesia. Deze applicatie was vorig jaar reeds aangekondigd, de geplande publicatiedatum stond in mijn agenda. De datum werd gehaald. Dank aan de negen lokale vrijwilligers die dit mogelijk maakten!

Ik was erg benieuwd wat al dat droogzwemmen met de Balinese kids in de loop van de jaren opleverde. Enthousiast begon ik aan les 1. Het begon goed, al was er een oefening met een foutje. Zonder schroom stuurde ik de foutmelding door; dat maakt het programma alleen maar beter. In de lessen Spaans maak ik regelmatig gebruik van de testfunctie. Je krijgt dan een selectie uit alle oefeningen van een bepaald lesblok voorgeschoteld en mag maximaal drie fouten maken. Als dat lukt, krijg je de maximale punten en een lingot, een virtuele munt waarmee je nieuwe oefeningen kunt kopen. Als de test mislukt, krijg je een sneu geluidje en nul punten. In de Indonesische app durfde ik dat tot nu toe slechts éénmaal - met sukses. Dat geeft de burger moed. Het is zo’n leuk programma! Ik ben niet de enige die dat vindt: Duolingo heeft inmiddels 200 miljoen actieve gebruikers. Als het programma aanslaat in Indonesië, kan dat aantal zomaar verdubbelen. Hulde aan professor Von Ahn en zijn Zwitserse student Severin Hacker, de bedenkers en oprichters van deze (gratis) taalapp.

Een dame die praat als Tante Lien spreekt de Indonesische zinnen uit. Tini is de vrouwennaam die in oefeningen opduikt. De beginnerslessen bleken gemakkelijk al had elk lesblok wel iets leerzaams. De Indonesische taal is niet ingewikkeld om te leren, het heeft weinig grammaticale regels. Zo kent de taal geen lidwoorden ‘de, het, een’ en geen werkwoordvervoegingen. Ook vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden zijn niet aan de orde (zoals dat wel het geval is in het Spaans), evenmin als meervoudsvormen. Voorlopig heb ik nog 80 blokken te gaan, elk met vier à zes oefeningen dus ik kan vooruit. Mijn ochtendprogramma bestaat thans uit lessen Indonesisch voor Engelstaligen, gevolgd door meer lessen Engels voor Spaanstaligen. Nee, dat verwart mij niet. Een Duolingo-student besteedt gemiddeld 10 minuten per dag aan taallessen, aanzienlijk minder dan mijn eigen gemiddelde.

Ik besloot een link van het programma naar Elsa in Bali te sturen, met enige toelichting. Ik had het nog niet verstuurd en nader uitgelegd of er kwam een screen shot terug van Duolingo Engels voor Indonesiërs! Zij doen dus de omgekeerde weg. Kita senang. Haar Engels kan best een zetje in de goede richting gebruiken al begrijpen we elkaar uitstekend als we spreken en schrijven. Ook zij vond de oefeningen erg leuk. Zelfs zó leuk dat ze het aan haar beide zonen (7 en 11 jaar) toonde. Het vervolg laat zich raden: die wilden ook aan de slag met Engels. Moeder maakte inmiddels voor ieder familielid een gebruikersprofiel aan.

Damai, Yuda (met nieuwe keepersuitrusting) 
Waar we ze kunnen stimuleren, doen we het. Een dag niet geleerd, is een dag niet geleefd. En samen leren is nog leuker. We brachten de ouders het belang van vitamines L (Love) en A (Attention) bij, probeerden hen verantwoordelijkheid en spaarzaamheid bij te brengen (!), leerden de mannetjes zwemmen en tekenen, lazen hen voor -ze houden nu allebei erg van lezen-, brachten hen liefde voor de natuur, voor dieren en de zee bij, brachten tweetalig onderwijs naar voren, en zo voort. We kijken met heel veel plezier daarop terug. Gelukkig blijven onze suggesties in vruchtbare aarde vallen. Onze kleine Balinese familie doet het goed. 

Enkele jaren geleden gaf ik hen mijn oude laptop kado die ze nog steeds gebruiken om de tientallen foto-albums van onze gezamenlijke tijd in Bali terug te kijken. Dat doen ze wekelijks, naar verluidt. Yuda komt op de gekste momenten terug op een bepaalde herinnering en dat is mooi om te zien. Konden ze dat apparaat eveneens gebruiken voor Duolingo? Dat bleek niet te lukken, de besturingssoftware is verouderd. Dat wordt dringen op de smartphone!

Op het moment dat wij intensief met elkaar over dit onderwerp appten, meldde Elsa dat ze lokaal weer een flinke beving voelde. De derde van die dag! Onze QuakeFeed-app gaf het nog niet aan maar binnen een minuut was het tingeltje wèl te horen. Het bleek weer te gaan om een beving ten oosten van Lombok, met een kracht van 6.9 op de magnitudeschaal. Ik heb er geen woorden voor zoals dit eiland thans door natuurgeweld wordt getroffen…

Inmiddels blijkt in het noorden en noordoosten van het eiland geen gebouw meer overeind te staan. Ik las dat Lombok op een breuklijn van de Australische tectonische plaat en de Soenda-plaat ligt. De Australische plaat schuift ten noorden van Lombok over de Soenda-plaat; dit verschijnsel wordt ‘back-arc thrusting’ genoemd. Bij dat schuren komt zoveel energie vrij dat er bevingen ontstaan. De Australische plaat beweegt naar het noordoosten met 6 centimeter per jaar. De Soenda-plaat was ooit onderdeel van de Euraziatische plaat maar beweegt nu onafhankelijk oostwaarts, naar verluidt met 10 milimeter per jaar. Dat gaat voor een onrustige tijd in de regio zorgen. Ook gisteren was het de hele dag raak in en rond Lombok: 5.3, 5.2, 4.6, 4.9, 4.7 en 4.5. Zelfs vanmorgen was daar weer een beving van 5.1, inclusief tsunami-waarschuwing. Kasian.

Bezoek aan een Sasak-dorp (Lombok)
Mijn liefje en ik kwamen begin december 2005 voor het eerst in Bali aan. Deze Indonesische provincie was het startpunt van onze eerste wereldreis. We werden er destijds als helden onthaald en dagelijks in de watten gelegd. Ik denk dat daarmee de kiem werd gelegd voor onze latere avonturen op het eiland van de Goden. Hoe vaak we toen van lokale mensen hoorden dat ze blij waren met onze komst, is niet op de vingers van vier handen te tellen. Op 1 oktober van dat jaar werd het boeddhistische eiland opgeschrikt door drie bomaanslagen, gepleegd door leden van een radicaal-islamitische groep. Kuta en Jimbaran -twee toeristische centra- werden getroffen, er vielen veel slachtoffers, lokalen en buitenlanders.

Na onze rondreis door Bali vlogen we naar Lombok, met een luchtvaartmaatschappij die inmiddels niet meer bestaat (Merpati). Daar werden we opgewacht door een lokale gids die alles fout deed wat hij maar fout kon doen. Tja. Hij bracht ons niet naar de plekken die wij wilden bezoeken maar volgde zijn eigen programma. Dat leidde tot spanningen. Hoe anders was dit in vergelijking tot onze voorafgaande ervaringen?! Het allerergst vond ik zijn foute grappen over de bommen op Bali. Alsof dat leed hem deugd deed. Dat stak ons dermate dat we eerder dan gepland naar Bali terugkeerden, tot ergernis van diezelfde gids. De Indonesische president Jokowi mag Lombok dan een van de tien andere Bali’s noemen… Saya tidak setuju (ik ben het er niet mee eens). Met dank aan Duolingo.


maandag 6 augustus 2018

Out with a bang

Gisteren was het vriendin Bernadette’s voorlopig laatste dag in Indonesië en dat heeft zij geweten! Om circa 2 uur 's middags onze tijd kwam op de iPad een melding binnen van een grote aardbeving op Lombok met kracht 7.0 op de magnitudeschaal. We schrokken ons een hoedje. Een week geleden vond daar iets vergelijkbaars plaats en ook die beving had zij op Bali gevoeld. Zelf maakten wij in de tijd dat wij in Bali woonden enkele bevingen mee maar niet van deze kracht.

We vroegen Bernadette terstond of zij in orde was. Zij verbleef in zuid-Bali maar dat ligt niet ver van oosterbuur Lombok. We hadden het bericht nog niet verstuurd of we kregen reacties. Ze dineerde op het moment van de quake in een Italiaans restaurant waar iedereen in paniek naar buiten rende. Ze vond dit een heel nare ervaring, er was veel paniek. We vroegen Elsa en Ketut in het Hoge Noorden vervolgens ook of zij in orde waren. Het duurde tamelijk lang voordat hun reactie kwam: op de brommer hadden ze niets gevoeld. Dat is niet de eerste keer dat wij ons zorgen maken en dat zij onbezorgd verder leven. Het zij zo, ik ben er blij mee.

Op internet zocht ik naar meer informatie. Daar meldde De Telegraaf, zogenaamd de wakkerste krant van Nederland, dat er een aardbeving in het binnenland van Bali had plaatsgevonden, met kracht 7.1. We schrokken ons wederom een hoedje. Dit bericht bleek echter incorrect. Al jarenlang gebruik ik de app Quakefeed op de iPad; die is doorgaans correct en vermeldde Lombok, niet Bali. Deze Nederlandse krant bleek het dus niet bij het juiste einde te hebben. Tien minuten later was het artikel dan ook niet meer op internet te vinden. Onjuiste berichtgeving, foute boel. Dat kun je je als krant niet veroorloven. Het is vakantietijd dus je kunt op je klompen aanvoelen dat er veel Nederlanders in de regio zijn, nog even los van de ex-pats die daar permanent wonen (en waarvan wij er een aantal goed kennen).

We waarschuwden onze reislustige vriendin voor naschokken. Dat bleek geen loze waarschuwing: 4.9, 4.7, 4.3, 5.0 meldde mij app... We spraken af dat we zouden video-appen zodra ze terug was in haar hotel in Canggu. Inmiddels was er ook een tsunami-waarschuwing afgegeven. De Gili-eilanden zouden volgens haar zijn getroffen en er zou schade zijn ontstaan aan het vliegveld van Denpasar, Bali. Wij lazen dat mensen op de luchthaven onder de tafels zaten, een deel van het dak stortte in.

Mijn liefje en ik woonden op Bali toen in maart 2011 de aardbeving (kracht 8.9) in Japan plaatsvond. Er werd destijds een tsunami-waarschuwing afgegeven voor landen aan de Grote Oceaan: Filipijnen, Indonesië, Australië, Nieuw-Zeeland en de westkust van Amerika. Wij waren op weg naar vrienden voor een dineetje. Toen wij aankwamen, stonden zij klaar om de heuvels van Lovina in te vluchten. Wij bleven, zij ook. De volgende dag blogde ik erover (geen blub-blub). 

We overleefden het maar die ervaring maakte ons geen deskundigen.

Bernadette vond vooral de tsunami-waarschuwing eng en dat was begrijpelijk. Toeristen vertrokken uit haar hotel, er was sprake van een paniekerige sfeer. Ze logeerde in een kustplaats, moest ze met haar scooter naar het binnenland rijden? Het is op zo’n moment lastig om op 14.000 kilometer afstand het juiste advies te geven. Vanzelfsprekend hebben we het aller-allerbeste voor met onze beste vriendin maar we zijn heel ver weg en kunnen de lokale situatie onvoldoende inschatten. Rustig en alert blijven is dan het devies. 

Toen wij zelf die ervaring hadden in 2011, luisterden wij naar Australische en lokale tv- en radiokanalen. We vertelden Bernadette dat het beter was de lokale zender Metro, die live uitzendt, te volgen. En ze moest naar de receptie gaan om daar advies te vragen. Daar bleek een procedure klaar te liggen: als een bepaalde sirene klonk, moest iedereen naar het dak. Daarop moest ze vertrouwen. Reizen is verslavend maar het heeft zo zijn keerzijden.

Mijn liefje volgt al meer dan een jaar lang de plaatselijke voorbereidingen voor een heel groot internationeel congres dat in oktober van dit jaar in Bali zal plaatsvinden.  Het Eiland van de Goden laat ons om vele redenen niet los. Het gaat om 12.000 à 15.000 hoog geplaatste personen uit alle windrichtingen die daar bijeen zullen komen voor een meerdaagse vergadering van het Internationale Monetaire Fonds. In de aanloop naar dat evenement test men de noodprocedures, evacuatieroutes, het early warning system en meer van dat alles voortdurend. Op de goden kun je immers niet vertrouwen. De toenmalige gouverneur van Bali (Made Mangu Pastika) beloofde dat hij gasten persoonlijk in veiligheid zou brengen als zich een crisis zou voordoen. Dat zegde hij toe toen de vulkaan Agung uitbarstte. Al heb ik persoonlijk meer vertrouwen in de autoriteiten in het Zuiden dan in het Noorden, ik vroeg mij wel af hoe hij dat zou gaan waarmaken! Die vraag blijft gelden voor de eerder dit jaar nieuw gekozen gouverneur van Bali, I Wayan Koster (PDI-P). We gaan zien hoe dit verloopt. Het is al tijden onrustig in dit deel van de aardkloot...

Inmiddels werd de kracht van de aardbeving in Lombok teruggebracht naar 6.9; dat is nog steeds akelig zwaar. Inmiddels liep het dodental in deze provincie op naar 91. Kasian. Ook de tsunami-waarschuwing werd na anderhalf uur ingetrokken. Er zou een toename in golven zijn geconstateerd van 13 centimeter. Bernadette kon niet slapen, ze appte ons nog om 2 uur 's nachts. Op haar ruim twee maanden durende rondreis door Indonesië kreeg ze persoonlijk te maken met drie aardbevingen. Dat is niet verwonderlijk als je reist langs de Ring van Vuur maar leuk is anders. Die zal ze niet missen. Wij haar onderhoudende en meeslepende wekelijkse nieuwsbrieven wel.



maandag 14 mei 2018

Bevingen, breuklijnen en de Big One

Graag wil ik nog even terugkomen op de aardbeving van afgelopen vrijdag die we hier goed voelden. Die had een magnitude van 3.4 en vond plaats in de Middellandse Zee, op 12 kilometer diepte. Als je op ons lokale strand staat en over het water kijkt, kun je op een heldere dag de locatie zien waar het epicentrum van deze zeebeving lag. In de dagen erna zocht ik naar aanvullende informatie. We kochten een regionale (Murciaanse) krant maar de redactie vond het gegeven kennelijk niet interessant genoeg. We troffen een kleine vermelding van de aardbeving in onze provincie Alicante aan op hun bladzijde 24.

Dat snap ik. Provincie Murcia heeft namelijk Lorca te betreuren. Daar vond op 11 mei 2011 (dezelfde dag!) een aardbeving plaats van magnitude 5.1, op slechts 1 kilometer diepte. Veel krachtiger en veel minder diep… ¡Madre Mia! Er kwamen tien personen om en in de stad ontstond erg veel schade aan huizen en andere gebouwen. Die schade is nog steeds niet volledig hersteld. Geloof het of niet maar precies op het moment dat wij vrijdag ‘onze’ aardbeving beleefden, luidden de klokken in Lorca ter herdenking van de slachtoffers van destijds. Toeval? We gaan het volgend jaar op deze datum zien.

De afgebeelde kaart werd opgesteld door het Nationaal Geografisch Instituut van Spanje (IGN). De stippellijn die je ziet, loopt vanuit het binnenland naar het oosten van Pilar de la Horadada. Sinds een jaar wonen wij daar in een buitenwijk aan zee. Mijn liefje en ik blijken precies op die breuklijn te wonen (de rode stip). Dat idee beangstigt ons niet, bovendien kunnen we er niets aan veranderen. We wonen hier met veel plezier en hopen van ganser harte dat het zo mag blijven.

Moeder Aarde kent zeven grote tektonische platen (aardplaten) en een aantal kleine. De Afrikaanse en de Euraziatische aardplaten hebben grote oppervlakten. Het Iberisch Schiereiland ligt in geofysische zin tussen Afrika en Eurazië ingeklemd. (Het schiereiland heeft een sub-plaat maar daarover wordt heden ten dage in de wetenschappelijke literatuur niet gerept.) Aardplaten bewegen naar elkaar toe of van elkaar af. Die van Afrika zoekt contact met Europa, langzaam schuift die over de tektonische plaats van Eurazië. Kasian.

De aardkorst is constant in beweging en zo ontstaan breuklijnen. Daarbij komt zoveel energie vrij dat op die plekken aardbevingen en vulkaanuitbarstingen ontstaan. De aarde kent grote en kleine breuklijnen. Een breuklijn is een gebied waar tektonische platen tegen elkaar aan liggen. Californië, de stad aan de westkust van de Verenigde Staten, heeft de dikke pech op twee grote, elkaar kruisende breuklijnen (BL) te liggen: die van San Andreas en van San Jacinto. Daar wordt al jarenlang gespeculeerd over ‘The Big One’, een helse aardbeving die de stad compleet zou kunnen vernietigen.

Het zuid-oosten van Spanje is het gebied met de meeste seismische risico’s van het land. De afgebeelde kaart spreekt over de gevaarlijke provincie Granada maar als je goed kijkt, zie je dat er nóg een kuststreek donkerrood kleurt (de zwarte cirkel). Dat betreft de kaap om Cartagena heen; iets ten noorden daarvan ligt onze woonplaats. Hoe  konden we het kiezen?! 

In dit deel van Spanje loopt een flink aantal kleine breuklijnen. De Crevillente BL, Bajo Segura BL, Carrascoy BL, Alhama de Murcia BL, Albox BL, Palomares BL, Carboneras BL en nog wat andere. Mijn liefje en ik leven op een zogenaamde ‘strike-slip fault’; een horizontaalverschuiving ofwel een opzij schuivende breuk. Met 5 millimeter per jaar schuiven we naar het zuidoosten. Algeria here we come!

De zwaarste zeebeving in Europa vond op 1 november 1755 plaats, in de Atlantische Oceaan voor de kust van Lissabon (P). Het was er een van magnitude 8.5 en veroorzaakte golven van 10 à 15 meter hoog. Die golven overspoelden deze Portugese stad en Cádiz en Huelva (ES), waarbij 60.00 mensen het leven lieten. Zeker 1.200 doden vielen op Spaans grondgebied. Niet alleen in de oceaan, ook in de Middellandse Zee doen zich tsunami’s voor. De recentste was in 2003 en was het gevolg van een aardbeving in Boumerdès (Algerije), met een kracht van 6.8. Een groot gedeelte van de Spaanse oostkust en de Balearen kregen destijds te maken met golven van meer dan 1 meter hoog. Ik herinner mij vergane boten in Zuid-Spaanse havens op tv.

Op papier heeft Spanje inmiddels een goed werkend Tsunami Early Warning System. Organisaties als de Joint Research Center (Europese Unie), de oceanografische commissie (UNESCO), het Spaanse leger en de Spaanse Havenautoriteit werken samen met gespecialiseerde Portugese, Balearische en Algerijnse instanties om rampen te voorkomen. Ik vond uitgebreide documentatie over dit onderwerp van het Spaanse Ministerie van Publieke Werken en Transport (2017). Spaanse stations geven hun gegevens door via satellieten, internet en GPS. Een van de 60 realtime-meetstations staat in buurgemeente Los Montesinos. Een zogenaamde mareograaf, een multifunctionele sensor, is opgesteld in de haven van Cartagena. Alle die maatregelen moeten ons veilig houden.

In 2017 kwam een documentaire uit, getiteld ‘La Gran Ola’ (de grote golf) die was te zien op het Spaanse Netflix. Die miste ik maar de trailer zag ik wel. Daarin kondigen Portugese en Spaanse seismologen een zeer krachtige tsunami aan die weer vele levens zal eisen en grote schade zal aanrichten. Daarbij zullen opnieuw de Portugese kust en Cádiz en Huelva op het Spaanse vasteland het hardst worden getroffen. Daarvan is men zeker. De Spaanse Big One. Hun vraag is dus niet of, hun enige vraag is: ¿Cuando?

Aangezien er vorige week vragen binnenkwamen van vrienden en kennissen alhier over wat te doen in geval van een aardbeving of tsunami, hierbij enkele officiële adviezen. Voor wat ze waard zijn. Je kunt het plaatje aan de binnenkant van de voordeur hangen, naast het alarmnummer. Niet dat wij er verstand van hebben maar we zijn wel ervaringsdeskundigen. Toen we in Bali leefden, woonden we namelijk aan de Pacifische Ring van Vuur. Bijna heel Indonesië ligt daaraan. Het is de aanduiding van het hoefijzervormige gebied rondom de Grote Oceaan waarin de meeste aardbevingen en vulkaanuitbarstingen ter wereld plaatsvinden. Daar maakten we meermalen krachtige bevingen mee, die soms tsunami-waarschuwingen tot gevolg hadden. Die overleefden we tot dusver.



zaterdag 12 mei 2018

Het schoolreisje

Het is zeer onrustig in de aardkloot, dat weet iedereen die de krant leest. In Indonesië steken de vulkanen al maandenlang hun kop op. Het recentste bericht is dat Merapi (Midden-Java) weer ging spuwen, niet lang nadat Agung (Bali) zich weer roerde. In Hawaii is het kommer en kwel en kan de huidige uitbarsting zelfs tot het einde van een eiland leiden. Op de Filippijnen, in Alaska en Guatemala gebeurt het terwijl je met de ogen knippert. Vulkaan Teide (Tenerife) staat volgens deskundigen op uitbarsten. Dat bericht houdt al dagenlang de gemoederen op de voorpagina van menig Engelse krant bezig.

Mijn liefje en ik zaten gisteren in de vroege avond in de eetkamer toen de grond onder onze voeten begon te schudden terwijl er gerommel was te horen. Zij en ik herkenden het direct: een aardbeving. Het is niet de eerste die wij hier meemaken en ik verwacht ook niet dat het de laatste zal zijn. Wat anders was dan voorheen, was dat het epicentrum nu heel dichtbij lag: ten oosten van Pilar de la Horadada, daar waar wij sinds een jaar wonen. De beving vond plaats op 10 kilometer diepte en had een kracht van 3.4 op de magnitudeschaal. Dat is fors. In Campoamor, onze vorige woonplaats, maakten we een aantal bevingen mee van mindere magnitudes. Als je in een flatgebouw woont, ervaar je zoiets anders… het zwiept meer. Het gerommel en geschud was nog niet afgelopen of de eerste Whatsapp-berichten van vrienden elders in dit deel van Spanje stroomden binnen. Sommigen van hen schrokken erg en dat begrijpen wij (die vijf jaar aan de Ring van Vuur woonden). Als je als Nederlander niet uit Groningen komt, maakte je zo’n verschijnsel waarschijnlijk nooit in je leven mee. Intussen registreerden 346 personen hun bevindingen op een website voor quakes op het Iberische schiereiland. Zelf was ik de zevende die dat deed. De costas lijken de sterkste trillingen te hebben ervaren maar ik realiseer mij dat iedereen dit anders ondergaat.

Terwijl ik dit zit te typen, is de rust weergekeerd. En dat na en leuk dagje uit!

Wij gingen namelijk gisteren met een groepje vrienden op excursie in de provincie Murcia. Bij enkelen van ons heerste een soort schoolreisjesgevoel compleet met ballorigheid. Er werd nog net geen 'potje met vet' gezongen. Voor vertrek spraken we bij ons af voor een rondje koffie met amandelkoekjes. De ochtenden worden hier al enkele dagen overheerst door zeemist. Daarom besloten we binnen te zitten.

We namen deel aan de ‘Experiencia 43’. Al jarenlang rijden we op weg naar Cartagena langs een opmerkelijk gebouw dat mij qua kleuren telkens doen denken aan de Engelse ontwerper Paul Smith. Het is modern, strak en zeer kleurrijk. Vriendin Emmy reserveerde een plaatsje voor ons in de rondleiding die begon in het museum, ons daarna naar de productieplaats voerde en eindigde in de bar waar cocktails op basis van de Spaanse likeur 43 konden worden geproefd. En dat deden we!

De Spaanse Racquel nam ons bij de hand en vertelde in mooi Engels het verhaal van het familiebedrijf van oprichter Diego Zamora, diens broer Angel en zus Josefina. Dit drietal nam in de jaren ’50 van de vorige eeuw een bedrijf over dat een zoet drankje produceerde dat was gebaseerd op een 2.000 jaar oud geheime recept dat door de Romeinen als ‘Liqvor Mirabilis’ (wonderbaarlijke vloeistof) in Cartagena en omstreken werd genuttigd. Er zijn slechts drie mensen in het bedrijf die het recept kennen. Het enige dat wij als bezoekers te weten kwamen, is dat het uit 43 ingrediënten bestaat en dat zij de alcohol inkopen. Ze destilleren dus zelf niet. Op mijn vraag aan haar welk ingrediënt het meest bepalend is voor de smaak, zei de gids dat ze mij zou moeten doden als ik dat zou weten… Dan maar niet. Wat ze later wel uit zichzelf verklapte, is dat de kleuren van het bedrijfspand -groen, geel, oranje en varianten daarop- iets zeggen over de ingrediënten van het drankje. Citrusvruchten maken zeker deel uit van de lijst.

Het bedrijf ontwikkelde aansprekende marketing-campagnes met Spaanse beroemdheden die ik met bewondering bezag; aanvankelijk alleen voor de Spaanse markt. Op enig moment was het in Spanje niet langer toegestaan reclame te maken voor dranken die meer dan 20% alcohol bevatten (Licor 43 bevat 31%). Duitsland en Nederland zijn thans de belangrijkste buitenlandse afzetgebieden. Men was hun tijd ver vooruit, de meeste innovaties waren te danken aan visionair Diego. Deze Zamora-groep blijkt tegenwoordig tevens eigenaar van onder andere een gewaardeerd merk Spaanse rode en rosé-wijnen van Ramón Bilbao te zijn en nog een aantal, voor mij, minder bekende wijnen.

De productie is van bescheiden omvang en dat is een bewuste keuze; dat geldt ook voor het lage aantal personeelsleden (circa 100). Men produceert gemiddeld 1.500 flessen per dag (tussen 7 uur en 15:00 uur), met een moderne gerobotiseerde en een langzamere, traditionele productielijn (met keuvelende dames). Ik keek met verbazing toe hoe een jongeman fles voor fles ompakte van de ene doos in de andere, bubblewrap op maat afsneed, elke fles daarin wikkelde, een nieuwe doos met de hand vouwde, het lijmpistool erop losliet, een kartonnen tussenschot handmatig vouwde en in de doos zette en tenslotte de flessen daarin plaatste. Ik bedacht mij dat ik het als freubelaar sneller en accurater zou doen. Die gedachte had wel iets zoets... Het zegt waarschijnlijk iets over de bedrijfscultuur. 

En toen moest het hoogtepunt van de rondleiding -de proeverette- nog komen. Het bedrijf gaat graag met de tijd mee dus men is constant bezig nieuwe producten en markten te ontwikkelen. Vooral de orochata kon mij bekoren. Dat is een mengsel van de goudgele Licor 43 (‘Oro’) en een traditionele kruidige melk van aardnoten (‘Horchata’). Je proeft het bittertje van deze amandelsoort goed in de likeur die je ijskoud dient te drinken. De smaak vond ik heel apart. Ik laat onvermeld wie van ons de meeste cocktails uitprobeerde (maar ik was het deze keer niet). Het werd nóg gezelliger...

Het was een informatieve en interessante excursie. Dit uitje is een aanrader (vooraf reserveren noodzakelijk). In onze drankenkoelkast ligt nu een mooie fles te wachten op zijn beurt. Volgens Racquel kun je deze likeur zowel voor als na een maaltijd nuttigen.


zaterdag 9 december 2017

There is no planet B

Afgelopen weekend aanschouwden we hier en elders een supermaan, deel 1 van een bijzondere drieluik. Op 1 januari 2018 zal er wederom een extra grote, zeer lichte maan te zien zijn en op 31 januari zal er sprake zijn van een volledige maansverduistering. Die grootte en felheid komt voort uit het feit dat dit hemellichaam dan het dichtst bij de aarde staat. Op de avond van de eerste dag van het nieuwe jaar zal de maan op zijn grootst zijn voor dat jaar. Die supermaan is ook in Azië zichtbaar dus dat verschijnsel ga ik in Bali zeker op de gevoelige plaat vastleggen (net als ik hier onlangs deed). Deel 3 zal een zogenaamde ‘Blood Moon’ betreffen en is ook te zien in Bali. Wij zullen tegen die tijd echter op het Spaanse honk zijn teruggekeerd en van daaruit is deze maansverduistering niet zichtbaar. Tja, you can’t have them all.  

Afgelopen week zag ik een zwart-wit foto van de supermaan in Bali, hangend naast een ogenschijnlijk rustige vulkaan Agung. De foto werd gepubliceerd door Dr Sutopo Purwo Nugroho, hoofd van het Indonesische Centrum voor Data, Informatie en Public Relations van de nationale Disaster Management Agency (BNPB). Hij begeleidde de foto met de volgende tekst: Nature is telling a story: the mountain, full moon and human beings. There is harmony between humans and nature.Volgens hem is Bali veilig. Zijn tweet was nogal poëtisch voor de omstandigheden...
Over de veiligheid van het huidige Bali bestaan tegenstrijdige berichten. Een andere Indonesische deskundige, een vulkanoloog wiens naam ik vergat, meldde met stelligheid dat gunung Agung vóór 12 december tot fikse uitbarsting zal komen. Hij vermoedt dat de lagere kraterrand aan de noordkant het binnenkort zal begeven.

Vorig weekend leek het inderdaad relatief rustig rondom de vulkaan. Dat werd toegeschreven aan gestold magma in de krater dat functioneerde als een deksel op de hete brei. Als het daaronder honderden graden is en sist, stoomt en borrelt, kan ik mij echter voorstellen dat die rust niet lang houdbaar is. Welnu, gisterochtend om 7:59 uur plaatselijke tijd barstte de vulkaan weer uit. In de evacuatiezone, een straal van 8 à 10 kilometer rondom de krater, blijft de noodtoestand tot tenminste 10 december gehandhaafd.

Mijn liefje en ik bedachten inmiddels plannetje B. Als we volgende week niet rechtstreeks naar Denpasar kunnen vliegen, laten we ons naar Java transporteren. Daarna gaan we met een interne vlucht naar provinciehoofdstad Surabaya om van daaruit met openbaar vervoer naar de oostelijke havenplaats Ketapang te rijden. Er is geen vaste dienstregeling maar overdag rijdt er elk uur wel een bus die kant op; de rit duurt 7 à 8 uur. We kunnen ook voor de trein kiezen; vanuit Surabaya doet die er ruim 6 uur over. Treintickets voor de meest luxe eksekutif-klasse kost € 6,50 à 9,50 per persoon.
Aan de oostkant van Java moeten we vervolgens met een ferry van de ene naar de andere provincie oversteken. De veerboten van staatsbedrijf ASDP Indonesia Ferry steken 24 uur per dag over (elke 20 à 30 minuten). De oversteek duurt 45 à 60 minuten en kost nog geen €0,50 per volwassene. In de haven van Gilimanuk zal Ketut ons dan met auto opwachten en ons naar onze eindbestemming brengen. Of deze omweg nodig zal zijn, hangt af van de plaatselijke goden. Reizen is niet alleen verslavend, het kan ook uitdagend zijn.

Morgen gaat de derde etappe van de Volvo Ocean Race van start. Deze route loopt van Kaapstad naar Melbourne. De zeilers gaan aan een spannende race beginnen, er kunnen dan ook dubbele punten worden verdiend. In de 2017-2018 jaargang van de zeilrace zullen de teams driemaal meer nautische zeemijlen op de zuidelijke oceaan doorbrengen dan in vorige edities. Ze krijgen daar te maken met kou, mysterieuze en huizenhoge golven, Bijbelse stormen en ijsbergen. Het gebied kent vele bijnamen: ‘Liquid Himalayas’, ‘Roaring Forties’, ‘Furious Fifties’ en ‘Shrieking Sixties’. Veilig op het droge vind ik ze al eng klinken, laat staan dat je in een notendop op die woelige baren gaat ronddobberen. De echte liefhebber treft hier echter het summum van zeezeilen maar het wordt zwaar afzien. Slapend met de ogen open en van top tot teen ingepakt zijn in thermische kleding zijn dan kleine ongemakken.

Momenteel staat het Spaanse team MAPFRE bovenaan in het klassement, de Nederlandse teams Brunel en AkzoNobel liggen respectievelijk op de vierde en vijfde plaats. Het jonge team van Turn the Tide on Plastic, het enige team met een vrouwelijke schipper, is hekkensluiter.

Ik las afgelopen week een interview met het Portugese bemanningslid Martine Grael (1991) van team AkzoNobel. Zij is winnares van Olympisch goud (zeilen), dochter van een Olympische medaille winnende vader (ook zeilen) en een ecologe als moeder. Het interview begon met goed nieuws: ze zag heel veel walvissen, dolfijnen en zeeduivels langs de kust van Spanje en Portugal, op weg naar Kaapstad. Daarna kwam het nare nieuws: er ging geen wacht aan boord voorbij zonder dat zij grote hoeveelheden plastic zag drijven, ook op weg naar het zuiden. Deze contreien zijn niet per se berucht om hun plastic soep. De grootste hoeveelheden vind je in het westen en oosten van de Stille Oceaan, gebieden die de zeilers van de Volvo Ocean Race grotendeels rechts laten liggen. De grootste slachtoffers wereldwijd van deze vervuiling zijn schildpadden. In Kaapstad bezocht Martine een opvangcentrum voor deze dieren (ze mocht met hen zwemmen in een reuzen aquarium).

Er is tijdens deze editie van de Volvo Ocean Race veel aandacht voor het plastic-probleem in de oceanen. Zeer terecht, wat mij betreft. Op zeilschip Turn the Tide on Plastic, met Dee Caffari aan het roer, werd tussen Alicante en Lissabon wetenschappelijk onderzoek gedaan met hypermoderne apparatuur. De verzamelde gegevens werden gepresenteerd tijdens de Ocean Summit in Kaapstad. Boyan Slat (oprichter van de Ocean Cleanup) was onder andere spreker op dat congres. Wetenschappers vonden 3 miljoen microplastic-deeltjes per vierkante kilometer oceaan; een nieuw dieptepunt. De resultaten van de proeven die het schip deed op traject 2 worden thans bestudeerd en op een later moment tijdens de race gepresenteerd.

De zeilers beginnen aan een zeer uitdagende reis van 6.500 nautische mijlen lengte, die hen in circa 16 dagen naar Melbourne moet voeren. Op mijn beurt wens ik alle teams een behouden vaart toe. Ik ga hun verrichtingen weer op de voet volgen, via de app.



woensdag 29 november 2017

De mondkapjes liggen klaar

Foto: Emilio Kuzma-Floyd (via Reuters)
Staan wij in de startblokken om naar Bali af te reizen, gaat een van de vulkanen daar spuwen! Eerlijk gezegd, hebben we mazzel dat het niet eerder gebeurde. Heel Indonesië ligt immers aan de Ring van Vuur. Van de krachtigste vulkaanuitbarstingen vond de meerderheid langs de Pacifische ring plaats. Mijn liefje vroeg onlangs waar ik de eerste vulkaan met eigen ogen zag. Dat was de Teide op Tenerife in 1988, een jaar voordat ik haar leerde kennen. Ik huurde een auto en maakte een uitstapje naar de vulkaan. De Fiat had echter onvoldoende motorkracht om tegen de steile helling op te kunnen. De auto en ik slipten achteruit op de smalle bergweg. Ik moest toeren uithalen met de handrem om het tot een goed einde te brengen... Voor haar waren de vulkanen van Bali de eersten (2005).

Vulkaan Agung barstte in 1963 uit en doet het nu weer. Op 25 september jongstleden blogde ik erover. We leken toen af te stevenen op een hevige uitbarsting maar dat pakte anders uit. Er was zelfs sprake van een dalend lavaniveau in de krater. Afgelopen zaterdag was het echter weer goed mis op het eiland van de Goden. Het was de tweede keer in minder dan een week dat Agung zich liet gelden. Een vulkaan is een gat in de aardkorst waardoor magma vrijkomt. De krater stootte een brede kolom zwart-witte rook uit (magma en stoom) en de Balinese autoriteiten riep daarop ‘Code Rood’ uit. Het was, naar verluidt, wachten op een nóg heviger eruptie. Als het serieus gaat knallen, kunnen vast of halfvloeibaar lava, vulkanisch gas, stenen en as met snelheden tot 150 kilometer per uur de lucht in worden geslingerd; die projectielen kunnen temperaturen hebben tussen 100° en 800° Celsius.

Vulkanisch as bestaat uit gepulveriseerde stenen, mineralen en glas. Zo’n aswolk kan dus gevaarlijk zijn voor vliegtuigen en hun passagiers. Een zes kilometer hoge aswolk zorgde ervoor dat vliegtuigen van Australische luchtvaarmaatschappijen en van KLM in de lucht rechtomkeert maakten en naar hun plaats van vertrek terugkeerden. Andere vliegmaatschappijen landden die dag wel op luchthaven Denpasar. Op zondag dreef de aswolk in de richting van het naburige Lombok; daar sloot het vliegveld (inmiddels weer open). Afgelopen maandag sloot ook de luchthaven van Bali zijn deuren. Dat  vliegveld is nog steeds dicht.

Na dat alarmerende nieuws appten we met Elsa om te vragen hoe het haar en het gezin in Noord-Bali verging. Ze antwoordde dat ze het voorlopig goed maken. We maken ons nu vooral zorgen over hun luchtkwaliteit. Vulkanisch as is niet alleen gevaarlijk in de lucht, het is ook schadelijk op de grond. As bestaat uit giftige gassen die zeer ongezond zijn als ze longen of ogen binnendringen. Een bekend lange-termijn effect van het inademen van vulkanisch as is silicosis, een nare longziekte. In dorpen aan de voet van de berg daalde in het weekend een halve centimeter as neer. Gede Suantika, een vulkanoloog van de Indonesische overheid verwacht dat de vulkaan nog minstens een maand as zal spuwen. Vanwege het regenseizoen zijn modderstromen van as, steen en lava (lahar) niet uit te sluiten.

Elsa houdt de vinger goed aan de pols, er is geen paniek. Op onze regelmatige vraag naar hun welzijn stuurde ze ons info van een PDC-alert (Pacific Disaster Center). Kennelijk heeft ze een app die een Ash Movement Forecast afgeeft en waarop is te zien waar de rode zone op enig moment ligt op Bali. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Daarop kon ik inderdaad zien dat Singaraja en omgeving thans niet in de gevarenzone ligt. Wel werd hen inmiddels aangeraden mondkapjes aan te schaffen. Ze ging naar de apotheek om ze voor de hele familie te kopen. De kinderen kunnen niet thuisblijven van school want ze hebben deze hele week schriftelijke overhoringen voor het eindejaarsrapport. Kasian.

Het klinkt misschien cynisch -zo is het zéker niet bedoeld- maar het lied ‘Dansen op een vulkaan’ van Annie M.G. Schmidt schoot mij te binnen en liet mij in de daarop volgende dagen niet meer los. Een associatieve geest is doorgaans een zegen maar soms is het een straf.

Allemaal om de krater
We horen een dof geluid
Het staat als een paal boven water
Morgen barst-ie uit

Allemaal om de krater
Het rommelt overal
De uitbarsting komt later
Met een boem en een flits en een knal

Maar we trekken ons er niets van aan
We beginnen weer van voren af aan
Het is altijd zo gegaan
Nooit iets anders gedaan
Dansen op een vulkaan

Het lied komt uit de musical Foxtrot, het verhaal speelt zich af rond de jaren '30 van de vorige eeuw. De vulkaan in deze musical verwees naar de dreigende politieke situatie van toen. Ik was wèg van de liedjes en de auteurs: Willem Nijholt en Gerrie van der Klei. Na een avondje uit in het theater kocht ik de plaat die ik vervolgens grijs draaide. Als 17-jarige vond ik de liedteksten van Annie M.G. heel  intrigerend. Ze gingen over homoseksualiteit (‘Sorry dat ik besta’ en ‘Wat ik nou toch heb gelezen’), abortus (‘Over tijd’) en zelfmoord (‘To be or not to be’). Ons kikkerlandje kreeg ervan langs met een lied over de naïeve politici van destijds (‘Niks aan de hand’) en onze kolderieke klompendans (‘The Dutch don’t dance’). Als ik de eerste regel of klank van een van die liedjes nu hoor, zing ik alles weer mee.

We zijn nog niet echt bezig met onze eigen reis naar Bali en het verblijf aldaar. Voor onszelf schaften we nog geen mondkapjes aan. Onze aandacht en zorg richt zich nu vooral op Elsa, Ketut en de kids. Wel zijn we bezig met alternatieve routes om naar Bali te gaan, als de luchthaven van Denpasar gesloten blijft. Maar zelf dansen op een vulkaan? Liever niet.