Translate

Posts tonen met het label snorkelen op Cabo de Palos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label snorkelen op Cabo de Palos. Alle posts tonen

vrijdag 30 augustus 2024

What’s going on down there?!

Toen we laatst in de Middellandse Zee lagen, was er nogal wat reuring op het strand, langs de branding. Er was kennelijk iemand uit het water gehaald. Van ver zag ik dat er een oudere persoon in een signaalblauwe zwembroek op het zand lag. Met een haag kijkers eromheen en de gehele strandwachtbrigade erbij. Het zag er nogal chaotisch uit. Twee van de socorristas liepen hard naar links, twee renden  naar rechts. Op twee locaties aan ons uitgestrekte strand Las Higuericas bevindt zich een post. Team links kwam terug met een kastje (wellicht een defibrilator?), team rechts arriveerde later. Geen idee wat zij inbrachten. 

De man lag later in de stabiele zijligging, zag ik. Het duurde maar en het duurde maar. Na ruim een kwartier was er nog geen ambulancepersoneel in zicht. Je zult maar een acute hartstilstand hebben! Wel zag ik dat de persoon in kwestie ondertussen rechtop zat. Opeens holden twee personen in ambulancekleding het strand op, richting de man. Daarna holde team links weer naar de post om een reddingsbrancard te halen. Team rechts rende weg en kwam terug met een grote driewieler met dikke banden. Dat voertuig wordt doorgaans gebruikt om minder mobiele personen of mensen met een handicap over het rulle zand naar het water te vervoeren. Goed dat dit soort dingen er is voor de zwemlustigen met een beperking. Toen de man eenmaal op de loopplank op een rolbrancard lag, was de reuring snel uit het zicht. 

Ja, zwemmen in zee heeft zijn gevaren. Vincent van Gogh zei ooit dat het mensenhart is als de zee. Het heeft zijn stormen, zijn getijden en, in de diepten, zijn paarlen. Een waarheid als een zeekoe! Zo stond er gisteren in de NOS-app een interview met iemand van de Nederlandse Reddingsbrigade. Er zijn zowel hier als daar relatief veel personen verdronken deze zomer; jong en oud. De man zei het bondig: zwemmen doe je in het zwembad, pootjebaden doe je in zee. Ik vond dat opmerkelijk... Waar zijn die kinderen van Michiel de Ruyter gebleven? Als puber zwom ik zelfs 's winters in de wilde golven van Kijkduin, mijn thuishaven aan zee. Douchen deden we destijds in het hok van de Reddingsbrigade. Voor mij, als Nederlandse maar ook als als zwemster in oceanen en wereldzeeën, is er nog steeds niets heerlijkers dan spelen in de golven. Waar dan ook. 

Aan de Noordzee heb je wel verraderlijke muien tussen zandbanken die door de jaren heen menige badgast in de problemen brachten. Muien worden gevormd door golven, het getij en de vorm van de bodem. Doorgaans wordt met een driehoekig bord op het strand aangegeven op welke hoogte die muien zich bevinden. Een extra strook erlangs wordt dan met vlaggen als gevarenzone aangegeven. Er wordt geadviseerd daar niet te water te gaan. Aan het strand hier hebben we geen muien zoals die bestaan in Nederland. Wel onderstroom (undertow) die evenzeer verraderlijk kan zijn. Die stroming kan je onder water trekken (muien niet). Als er van zoiets sprake is, wappert er hier een gele of rode vlag. 

Mijn liefje en ik gaan juist bij voorkeur ver de (Middellandse) zee op als we gaan zwemmen. Dan kun je rustig dobberen en goed onderwater kijken. Je kunt zelfs fluisteren met elkaar. Het geluid van de badgasten is ver weg. 

Onlangs gingen we voor de eerste keer dit jaar snorkelen in Cabo de Palos; een in zee uitstekende kaap in de provincie Murcia waar mij altijd iets verrassends opwacht onderwater. Deze keer was niet anders. 

De dag ervoor was daar een duiker te snel naar het wateroppervlakte gekomen waardoor hij grote fysieke problemen kreeg met zijn longen. Je ziet daar veel rubberboten die duikers naar de mooiste locaties brengen. Bij te snel stijgen, kan het stikstof niet snel genoeg uit je bloed verdwijnen. De jongeman werd in kritieke toestand, met een ambulancehelicopter, overgebracht naar het ziekenhuis van Cartagena (provincie Murcia) waar men een speciaal tank heeft om decompressieziekte -ook wel caissonziekte genoemd- te behandelen. Dat wordt hyperbare geneeskunde genoemd. 

Bij ons in de provincie Alicante is de temperatuur van het Middellandse Zeewater dit seizoen ongeveer 4 à 5 graden Celsius hoger dan normaal. In Cabo ligt dat iets lager (maar niet veel). Het was er nog best druk met snorkelaars en duikers, al loopt de vakantietijd ook hier ten einde. Wij  gingen er heen met parasol, stoelen, handdoeken en alle snorkeluitrusting. En een fles kraanwater om mijn gezicht mee af te spoelen. Vroeger had ik veel meer last van zwemmersjeuk en huiduitslag (cercariale dermatitis) dan tegenwoordig. Soms zwollen mijn lippen zó op na een zwem- of snorkelpartij in zout water dat het leek alsof ik teveel fillers had laten inspuiten! Mijn liefje noemde mij dan ‘zoenvis’ maar ik ben door derden die het meemaakten ook weleens uitgemaakt voor zoeloe. 

Het snorkelen was er als vanouds: kleurrijk en verrassend, het water was glashelder en visrijk. Het is er niet per se spectaculair -als je hebt gesnorkeld op het Great Barrier Reef, de Galapagos-eilanden, in de wateren rondom Fiji en de vroege Rode Zee- maar in deze contreien ben ik niet kieskeurig. Een kinderhand is gauw gevuld. 

Dit is overigens wel een magische plek voor jonge en oude onderzoekers. Als ik in mijn eentje, zacht flipperend met mijn zwemvliezen, rustig door het water beweeg en gluur naar al die vissen en andere zeedieren onder mij, ben ik helemaal zen... Het kan niet lang genoeg duren, wat mij betreft. Een uur of twee snorkelen vliegt voorbij! Het was de eerste keer dat ik met mijn nieuwe onderwatercamera ging snorkelen. De TG-7 (OM Systems, het vroegere Olympus) gedroeg zich op diepte naar behoren. Ik ben tevreden met de resultaten. Dichtbij opnames, totaalshots, kleuren: behoorlijk goed. De foto's zijn te zien in mijn webalbum España 2024. 

Bonte pauwlipvissen, drievoudigstaartlipvissen, regenbooglipvissen en andere soorten lipvis, je hoeft je daar met zoeloelippen geen vreemde eend te vinden. Gewone slijmvissen, spitssnuitzeebrasems, witte zeebrasems, zwartkopzeebrasems, geringde zeebrasems en goudgestreepte zeebrasems... ze zwommen allemaal om mij heen. Ik zag grote scholen mullen (mujols staan vaak op de menukaart van Spaanse visrestaurants). Hun paaitijd loopt van juli tot oktober. Wapperende zeeanemonen met roze poliepeinden; die blijken zeebrandnetels te heten. Ook trof ik een aantal grote, rode paardenanemonen (in gesloten toestand) aan. Ik denk dat deze anemoon zich 's nachts opent. Deze zeeanemoon voedt zich met kleine vissen, krabben en weekdieren. Die zwemmen daar genoeg rond! 

Een blauwe zwemkrab werd in zijn eentje belaagd door een school vissen. Hij probeerde zich onder het zand te verstoppen. Datzelfde lot overkwam een paar kwallen, onder andere de thans veel voorkomende spiegeleikwal. 

Die herkende ik aan de geelkleurige koepel en de mondarmen met blauwe stippen. Door het warme water kunnen er enorme bloeiperiodes ontstaan, met tienduizenden kwallen die in de vroege zomer uit het niets verschijnen. Door deze situatie was zwemmen in sommige delen van de Mar Menor onmogelijk deze zomer. Bij ons viel dat erg mee dit jaar. Het is niet ongebruikelijk om beschadigde kwallen te zien aan het einde van de zomer. Hun weefsel begint aan het einde van hun levensduur (na circa zes maanden) af ​​te breken en gevoelig te worden voor schade door wind en golven. Tegen het einde van de herfst sterven de exemplaren van deze soort massaal. Snoep voor andere soorten. 

Vorige week dobberden we in zee toen ik ineens erge jeuk kreeg aan de binnenkant van een enkel. Dat was geen zwemmersjeuk. Waarschijnlijk was ik ongemerkt tegen een spiegeleikwal gezwommen. De volgende dag in zee stak mijn enkel toen ik weer in het zoute water stapte. Kwalijker werd het niet. Het is hún habitat dus we moeten niet mopperen.


woensdag 27 juli 2022

Kiss a fish and make a wish

Wij luidden deze Week van de Koraalriffen goed in! Om 9:05 uur reden we van huis, met 28 graden Celsius op de thermometer. Het was windstil bij aankomst in Cabo de Palos, Murcia. Oh-oh... We waren de hitte thuis (Valencia) juist ontvlucht en naar de doorgaans koelere kaap gereden. We konden parkeren aan de baai dus dat scheelde slepen met strandspullen. We namen ons voor de heetste dag van juli (misschien wel tot nu toe) daar door te brengen. Achterin de auto lagen de strandstoelen, UV-parasol, badhanddoeken, snorkelspullen, een nieuw inklapbaar strandtafeltje en een koelrugzak. Die kreeg mijn liefje vorig jaar voor haar verjaardag en was voor het eerst gevuld met tapas en drank.

Mijn liefje dronk een kopje koffie bij de lokale Chiringuito (el Faro, de vuurtoren) zelf had ik geen zin de vele trappen nogmaals te begaan na al het  gesleep. Ik werd door haar op het strand bediend. We installeerden ons aan de voet van de vuurtoren. Die laat zijn licht schijnen over de Playa de la Cala Fria; het strand van de koude baai. Die baai lag er maagdelijk bij al zag ik in de verte boeien die er voorheen niet waren. Mijn liefje las daarover na thuiskomst een artikel in La Verdad en maakte mij erop attent. De autonome regio Murcia installeerde recent 39 boeien in dit mariene park. Cabo de Palos is een van de Natura2000-gebieden van Spanje. De rode boeien geven de plekken aan waar kan worden gedoken (individueel en in groepsverband), alleen bij de witte boeien mogen pleziervaartuigen voortaan nog afmeren. Spanje gaat dit jaar voor het eerst booteigenaren beboeten als ze hun ankers uitgooien in zeegrasweiden (Posidonia oceanica). Die onderzeese grasvelden moeten te allen tijde worden beschermd. 

Weldra stak er een verkwikkend windje op. Heerlijk! Die wakkerde dermate aan dat menig parasol kapotging en losliggende hoeden en petten in het water belandden. Langzaam vulde de baai zich met snorkelaars, duikers en strandgasten. Er kwamen ontelbare Easybreath-maskers uit strandtassen tevoorschijn, voor groot en klein; zelfs voor de allerkleinsten. Mijn liefje heeft er ook een. Aanvankelijk vond ik het niets maar nu draag ik het masker af en toe als zij niet te water gaat. Tribord, het Franse watersportbedrijf dat onderdeel is van Décathlon, vond dit gezichtsmasker uit in 2014. Het ontwerp legde het bedrijf geen windeieren al wordt het inmiddels door veel anderen nagemaakt. Er is nu ook een GoPro-houder verkrijgbaar die eenvoudig bovenop de snorkel kan worden gemonteerd. Dat ga ik uitproberen. 

Er stond een tent op het strand waarin twee jonge Spanjaarden instructies voor hun privéduikles kregen. Hij was groot en sterk, zij klein en iel. Wel een pittige tante, zo te horen. En ze rookte. Haar vriend hielp bij het aan- en uittrekken van haar strakke neopreen duikpak, de leraar hielp bij het aan de schouders hangen en verwijderen van de duikfles. Wat een gedoe... Wil je autonoom zijn onder water, ben je boven water van anderen afhankelijk. Tja. Geen idee of zij daar als beginnende duikers veel meer zagen dan ik, ervaren snorkelaar. (Op termijn wel.) 

Het zeewater was daar koeler dan in de Middellandse Zee maar kippenvel kreeg ik er niet van. Ik snorkelde op mijn gemak naar het meditatiehoekje, El Rincón de la Meditación. (Aan de kant van de vuurtoren.) Ik ben altijd blij als ik daar het vele zeegras weer naar mij zie wuiven onder water. Het groeit slechts 1cm per jaar (ofwel een meter per eeuw) dus als je zo´n uitgestrekt grasveld ziet, weet je dat het honderden jaren oud is en toon je je respect. Er zijn weiden in en rond de Middellandse Zee die daar al langer staan dan 4.000 jaar. Duizend soorten zeedieren en andere waterplanten zijn afhankelijk van dit gras dus het moet terecht worden gekoesterd. Posidonia bloeit ook maar niet elk jaar. De harige, bruine bolletjes die je vanaf september (tot november) op de stranden vindt, worden ‘aceitunas de mar’ genoemd, zee-olijven. 

Snorkelen was er als vanouds. Klotsend water tegen de rotsen, kleine en grote vissen - individueel en in scholen, slechts één rode zeeananemoon (alias de zeetomaat), rotsen met wuivende witte neteldieren; alleen in poliepstatus, de zogenaamde hydroïdpoliepen. (Ze zien er uit als witte kerstbomen.) Er was geen kwal te bekennen. Waarschijnlijk is het zeewater nu al te warm voor deze diersoort. De Spaanse weerdienst AEMET mat dat de temperatuur van de Middellandse Zee op dit moment al 5 graden hoger ligt dan normaal. Het kan betekenen dat er in augustus boven land al hevige regenbuien gaan ontstaan. (Nu zeg ik: laat maar komen...) Daarna snorkelde ik van de linker- naar de rechterkant van de baai. De diepte van die oversteek is vijf à zes meter. Het water was kraakhelder, er was ver zicht. Daar is een grot waar ik eerder een inktvis zag. Nu niet. 

Na een uurtje of anderhalf werd het tijd om weer aan wal te kruipen. Mijn liefje liep mij bij de branding tegemoet. Ze is gewend om in dit soort situatie een soort onbestorven weduwe te zijn. Ze zei bij die gelegenheid wel dat, als ik ver weg zwem, er een soort identificatiedobber achter mij aan zou moeten drijven zodat derden (en zij) kunnen zien waar ik vertoef. Er waren die dag vier snorkelcollega´s met zo´n opblaashond achter zich aan. Er zijn oranje boeien te koop die aan het wateroppervlakte blijven drijven en zo aangeven dat er een snorkelaar of duiker in de buurt is. Ik vind dat onnodig. Ik draag kanariegele flippers, een roze snorkelset en altijd een veelkleurig zwempak. Boten mogen überhaupt niet voorbij de gele boei varen en langs de rotsen komen ze evenmin.   

We lunchtten samen op het strand, voor het eerst sinds misschien wel tien jaar. We gaan dagelijks naar zee maar nemen nooit stoelen of een parasol mee; laat staan een tafeltje en een koeltas. Mijn liefje bereidde voor vertrek een heerlijke omelet en we namen Engelse worstjes mee voor op de boterham. Flesjes ijskoud bier voor haar (de koeltas doet het uitstekend) en water voor mij voor erbij. En een bakje kersen als toetje. Zo´n uitstapje is voor herhaling vatbaar, vooral  tijdens loeihete dagen. 

Het jochie dat naast ons op het strand zat, Luca (4), ging snorkelen met zijn ouders. Met mini-flippers, snorkel en een emmer met gaatjesdeksel was hij volledig uitgerust voor zijn maritieme onderzoek. Hij kwam terug met een fraaie zee-egel. Dat doet hij altijd, volgens zijn moeder. Ga je het dier opeten? vroeg ik hem. Er zijn namelijk mensen die dit een culinaire lekkernij vinden, net als kaviaar. En dat terwijl deze egel bepaald niet zeldzaam is. Sterker: in Cabo de Palos zag ik er nu meer dan ooit. De soort die daar voorkomt heet Paracentrotus lividus (alias de zeekastanje) en heeft een donkerpaarse, zwarte kleur. Zee-egels zijn planteneters en begrazen de riffen; ze eten algen dus hun verschijning is een goed teken. 

Zelf bestelde ik ooit zee-egel in een Chileens visrestaurant in Viña del Mar (2015). Op de kaart werd het van harte aanbevolen en aangezien ik als foodie open sta voor nieuwe ervaringen, bestelde ik een portie. Er verscheen een heel mooi bordje met oranjerode kwabben in een jus. Te eten met mes en vork. Je moest het gerecht als steak tartare zelf opleuken aan tafel. Het rook erg onaangenaam... Ik proefde een hapje van het vruchtvlees en vond het ronduit smerig. Nee, ook Luca at het dier niet. Hij bestudeerde deze stekelhuidige aandachtig en bracht het daarna terug naar zee. Jong geleerd, is oud gedaan!   

Op de terugweg was het, ter hoogte van de plaats Balsicas, 43 graden op de buitenthermometer van de auto. Nooit eerder vertoond. Inmiddels overleden 1.823 mensen in Spanje in de maand juli aan de hitte. Ook een record. We kwamen in een koel thuis, zonder airco maar wel met de rolluiken gesloten. Dat werkte. Wat ik mijzelf die dag toewenste? Als je je wensen verklapt, komen ze niet uit.


dinsdag 31 augustus 2021

Noisy

Het is niet alleen hommeles in grote delen van de wereld, het rommelt ook nogal in de aardkloot. Dat is niks nieuws. Maar afgelopen zaterdag, net na het middaguur, vond een relatief sterke zeebeving plaats -met een kracht van 5.1- in de Alboránzee, het water dat Marokko van Zuid-Spanje scheidt. Op de magnitudeschaal van bevingen is dat gemiddeld, maar voor deze regionen was dat best heftig. De beving vond plaats in de buurt van het breukvlak tussen de Afrikaanse en de Iberische (Euro-Aziatische) plaat. De zeebeving ontstond op tien kilometer diepte.

Het was op 300 kilometer afstand van onze woonplaats en de app die we gebruiken om op de hoogte te blijven, vroeg of we die voelden. Nee, we merkten niets want we dobberden op dat moment middenin de Middellandse Zee. Nou ja, niet per se middenin maar wel een eind uit de kust. We zwemmen altijd tot waar we al lang niet meer kunnen staan. Ook aan de golven zagen we het niet af; die zijn er doorgaans. We kwamen er pas achter toen we weer thuis waren en een berichtje van de app ontvingen. Zaterdag, zondag en maandag volgden talloze schokken in datzelfde gebied; allemaal rond 2.5 op de magnitudeschaal. Zelfs vanmorgen was het tweemaal raak. En inmiddels spuwt Etna, de enige levende vulkaan in Europa, ook. 

Ook in Indonesië, gelegen aan de Ring van Vuur, was het afgelopen weekend  erg onrustig. Er waren stevige aardbevingen in Sulawesi, ten zuiden van Soembawa,  Soemba en Papoe-Nieuw Guinea. Daar hebben mensen al zoveel te stellen met armoede en de bestrijding van covid-19... Miljoenen inwoners van de archipel Indonesië worden hun hele leven al door de kat èn door de hond gebeten. Kasian. 

Laatst las ik het interessante boek van Philip Dröge, getiteld De schaduw van Tambora. Het verhaalt over de stratovulkaan op het eiland Indonesische eiland Soembawa die in april 1815 uitbarstte. Het werd de grootste uitbarsting sinds mensenheugenis. Het horen en zien verging eenieder. De energie die erbij vrijkwam, staat gelijk aan 34.000 megaton TNT. Dat is de kracht van het tegerlijkertijd ontploffen van duizenden atoombommen van het Hirosjima-type! Deze verbijsterde niet alleen de plaatselijke bevolking. De enorme aswolk die na de eruptie over de wereld dreef, zorgde voor hagel op Sri Lanka en sneeuw in het zuiden van de VS. Twee natuurverschijnselen die daarvoor én daarna nooit meer zijn waargenomen. 

Het boek volgt de wolk die na de uitbarsting over de hele wereld heen trekt. De fijne, zwavelhoudende vulkanische as laat de stralen van de zon niet door en drijft met een snelheid van meer dan 200km per dag richting Europa. De voorgaande tijd heeft mij bedrogen, de tegenwoordige tijd kwelt mij, de toekomende tijd beschouw ik met schrik. Dat waren teksten die in 1816 op blinde muren in Vlaamse steden verschenen. Apocalyptische tijden. Met het mislukken van de oogsten komt in de hele wereld de honger en daarmee de ziektes. Getuigen zien in 1818 op Bali nog uitgemergelde lijken van mensen en dieren langs de weg. Het boek verhaalt over de eerste klimaatvluchtelingen in de geschiedenis van de mens. Goed geschreven en errug interessant! 

Op zee werd mijn aandacht getrokken door een gemotoriseerde surfplank. Mijn eerste gedachte was “weer zo´n rumoerig ding”. Voor vissen en andere zeedieren was coronatijd een zegen maar dit zomerseizoen liep het hier weer de spui(t)gaten uit! Nog nooit zag ik het zó druk op het water maar zeker niet alles was gemotoriseerd. Ik begrijp niets van dombo´s op hun jetskis. Daarin ben ik beslist niet de enige. Soms, als ik in de keuken sta te koken (oostzijde van ons huis), hoor ik hun motoren ronken. Is dat nou lol?!  

Vorig jaar zag ik in het naseizoen ver op zee iemand razendsnel van links naar rechts schieten op een relatief kleine plank, ruim een halve meter boven het water. Het ging om een efoil board, een plank die zichzelf boven het wateroppervlak kan verheffen met behulp van een draagvleugel aan de achterzijde. Je kunt zo door de lucht zweven als Aladina op haar tapijt! Als voormalig wind- en golfsurfer en als bodysurfer kreeg ik zeker fantasieën bij dit beeld. De vrijheid, ver op de Middellandse Zee surfen, met springende dolfijnen om je heen, een eindje meereizend met een migrerende walvis. Dat soort fantasieën… Daarvoor moet je eerst wel evenwichtskunstenaar worden. De surfplanksoort kost ruim €12.000.

Aan het lokale strand zag ik deze zomer voor het eerst een relatief grote surfplank gaan op eigen kracht. De tewaterlating van deze plank verliep echter tergend langzaam. De eerste persoon die erop kroop, bleef het hele ritje op zijn knieën op de plank zitten. De tweede persoon lag er constant op zijn buik op. Het waren duidelijk onervaren sufers. Het is de bedoeling dat de surfer de voeten onder de banden op de plank zet en zichzelf vervolgens laat voortstuwen. De gashendel houd je in de hand. Het waren Spanjaarden (30-plussers) die de plank nog maar net in bezit hadden. Het bleek te gaan om een e-board (electrische surfplank), zonder draagvleugel. Deze jetboard, van het merk Onean, heeft twee uitlaten, kan maximaal 35 km/per uur gaan en als je met maximale snelheid surft, kun je ruim een half uur op het water blijven. Verder rijkt de accu nog niet. Het zou tenminste twee uur duren om die weer op te laden maar er werden op het web ook langere tijden genoemd. Dit speeltje kost tussen €3.500 en €10.000, afhankelijk van het model. Kostbare hobby´s!

Ik houd van bijna alle watersporten. In augustus 2013 probeerde ik een flyboard uit bij een Spaanse watersportschool in Alicante maar het bleef bij die ene keer. Teveel geluid, te weinig natuurlijk, al was de ervaring leuk. Zwemmen en snorkelen zijn nog steeds de favorieten omdat ze zonder mechanische of electrische hulpmiddelen en in alle rust kunnen worden bedreven, zonder overlast aan anderen.

Dat gezegde hebbende, onlangs waren we weer in Cabo de Palos voor een plons en een nieuw onderwateravontuur. We arriveerden vroeg, konden dichtbij de baai parkeren en nestelden ons op het nog bijna lege strand. Zelf kom ik daar niet om aan de kant te blijven zitten dus hup, flippers, masker, action camera aan en gaan! Ik heb zo mijn eigen manier van te water gaan in een branding met stenen van ongelijke grootte. Kun je je mijn blogheader van vorige week herinneren? De dode krab met de scharen hulpeloos in de lucht? Nou zo, dus. Ik zie eruit alsof ik zojuist door een jetski ben overvaren! 

Je zou het niet zeggen maar het is een slimme manier want ik draai direct op mijn rug zodra alles zit en aanstaat, strek mij uit (d.w.z. maak mij zo plat mogelijk) en flipper behoedzaam richting dieper water, zonder dat ik ook maar in botsing kom met iets. Je kunt nu eenmaal niet lopen in dit soort water met flippers aan de voeten. Maar oefening baart kunst. Zo doe ik dat al jarenlang in gebieden met (scherp) koraal; zonder schade aan muzelluf en de omgeving. Een beproefde methode.

Langzaam maar zeker werd het drukker, zowel in het water als op het strand. Meer oranje snorkelpijpjes op het water, meer felgekleurde vinnen onder water. Meer puberende jochies die van de rotsen in het water sprongen, meer dreinende kinderen die hun zin niet kregen of naar huis wilden. Zelfs snorkelaars die, staand op de rotsen in de baai, maar niet konden stoppen met kletsen. Het was als vanouds: zet een handjevol Spanjaarden bij elkaar en het klinkt alsof er een overvolle ferry langsvaart. Weg vissen, weg rust. Tja.

Het mocht de pret niet drukken.Als je je hoofd maar in het water houdt.  Naarmate de waterstand lager en lager werd, waren ontdekkingen gemakkelijker te doen. Soms snorkelde ik net boven de dieren zodat ik ze goed kon bekijken.  Wederom zag ik een grote inktvis (pulpo) die bij het zien van mijn persoontje van kleur verschoot maar deze keer ontdekte ik ook een gewone slijmvis en een grote zeenaald, familie van het zeepaardje. Hoe leuk is dat?! De interessantste onderwaterfoto´s gaan altijd naar de jongens in Bali; zij snorkelen altijd en overal met mij mee.

 

woensdag 18 augustus 2021

Een kwal in Cornwall

In de Britse krant The Guardian tref je wekelijks een natuurfotocollectie aan van opmerkelijkste dingen in de voorgaande dagen. Deze foto viel op en wist mij zelfs tot poëzie, zij het van de eenvoudige soort, aan te zetten. Het werd een limerick.

Er was een kompaskwal in Cornwall

Die lag daar morsdood aan de wal

Maar in zijn tentakel

Ja,´t was een spektakel

                                                        zat een wijting verstild in de val


De foto werd ingezonden door de Cornwall Wildlife Trust, een goededoelenorganisatie uit 1962 die plaatselijke natuur sindsdien beschermt en beheert. De tentakels van een kwal kunnen beschutting bieden aan kleine vissen en andere dieren in zeeën en oceanen maar soms gaat dat dus gruwelijk mis!

Cornwall is een graafschap aan de zuidwestkant van Engeland, Land´s End is de westelijkste punt van de regio. We hebben goede herinneringen aan bezoeken aan dit deel van het Verenigd Koninkrijk. We waren ooit binnenlandse toeristen die het nieuwe vaderland wilden leren kennen. Penzance, St. Ives, Truro, Newquay, Tintagel, Bodmin, Padstow… mooie namen en interessante plaatsen bomvol Cornische cultuur en zand, zee en surfvertier. Het schijnt er thans overvol te zijn vanwege de staycation van hordes Britten van elders. Lokale mensen worden daar nu uit hun huurhuizen gezet omdat eigenaren ze als Airbnb willen verhuren aan beter betalende toeristen of willen verkopen aan de hoogste bieders. 

Elke dag als wij in zee zwemmen, zeilt er een grote parachute, voortgetrokken door een speedboot en met kinderen en volwassenen eraan bungelend, bij ons voorbij. Vauit het water zwaaien we weleens terug naar die luchtreizigers. De laatste truc die men bedacht, is dat de speedboot dusdanig veel vaart mindert waardoor de vliegeniers met hun voeten in de zee zakken. De boot geeft daarna een dot gas en de ballon stijgt naar ongekende hoogte; ik denk zelfs wel tot meer dan 100 meter. Dat moet een mooi gezicht zijn. Ik vraag mij af of men dolfijnen of walvissen kan zien vanaf die hoogte? 
Wij vroegen ons eerder al eens af of het ooit misging… Welnu, afgelopen maandagmiddag vond hier boven de jachthaven van Torre de la Horadada een ongeval plaats met twee Franse toeristen die onder zo´n parachute bungelden, losschoten en in volle vaart op afgemeerde boten in de haven afstevenden. Het voorval zou zijn veroorzaakt door een harde rukwind waardoor de parachute met passagiers losschoot. Ook dit had gruwelijk mis kunnen gaan! Beide passagiers overleefden het en kwamen met de schrik vrij. Ze konden op eigen gelegenheid de plaats des onheils verlaten.

Mijn liefje en ik gingen onlangs weer snorkelen in de wateren rondom Cabo de Palos. Dat is de oostelijkst gelegen punt van de provincie Murcia, met baaien en rotspartijen die ver uitsteken in de Middellandse Zee. Een Spaans soort Land´s End. Elke zomer ga ik daar met veel plezier naartoe om te genieten van de onderwaterwereld. We bezoeken die plek bij voorkeur tijdens weekdagen; de weekenden zijn er te druk en te vol. Het is geen Belize of Fiji qua leur en koraal  maar er is genoeg te zien om een (geoefende) zwemmer een dagdeel lekker bezig te houden. 

Voor haar namen we deze keer een strandstoel, parasol en sudokoboekje mee. Gisteren las ik in de krant dat de bedenker van de sudoku, de Japanner Maki Kaji op 69-jarige leeftijd aan kanker overleed. Nou ja, hij was niet precies de bedenker maar zorgde er wel voor dat deze nummerpuzzle wereldwijd favoriet werd van liefhebbers. Hij werd net zo oud als mijn liefje nu is maar zij gaat gelukkig door. Haar boekje is nog lang niet uit! Voor mij zijn flippers en het Easybreath-masker voldoende voor een perfect dagje uit aan zee. Doorgaans zit ik zelf niet aan de wal maar snorkel ik de gehele tijd in meer dan één baai en op meer dan één plek. Voor haar is één verfrissende duik voldoende. We streken neer aan het eerste strandje vanaf de grote parkeerplaats, aan de voet van de vuurtoren. Op dat moment was er nog volop plek voor onze spullen. Het strand vulde echter in rap tempo op.

Er was weer veel te beleven op en onder water. Een kleine octopus (‘pulpo’) van de soort octopus vulgaris, probeerde zich te verstoppen voor een groepje vissen dat op de loer lag. Ik keek minutenlang met belangstelling toe, af en toe een plaatje schietend met mijn ouwe-trouwe onderwatercamera. Deze inktvissoort met acht tentakels en drie harten verschoot af en toe van kleur en dat maakte het gemakkelijker om in te zoomen. Je ziet overigens steeds meer snorkelaars met camera´s, action cams en Easybreath-maskers in het water.

Meestal begin ik aan de linkerzijde van de baai en zwem dan langs de rotsen tot aan het zogenaamde meditatiehoekje (Rincón de la Meditación). Dat is precies de plek voor mij, zelf ontspan ik vooral in het water! Dan steek ik over naar de rotspartijen aan de rechterkant en snorkel dan terug naar het strand. Dat noem ik mijn natte ommetje. Een vriendelijke Spanjaard met wie ik daarvoor een praatje maakte, maakte mij attent op een inktvis in een spelonk van die baai. Wilde ik daarvan een foto maken? Hij wist immers niet wat ik al had vastgelegd. Ik zwom achter hem aan en keek toe hoe ook dit dier door vissen werd belaagd en zich steeds verder terugtrok. Pulpos zijn heel slimme dieren die over korte- en langetermijngeheugen beschikken.

Toen ik uiteindelijk richting het strand zwom, merkte ik een parelkwal op aan het wateroppervlak. Het dier trok de aandacht vanwege de kleur: felroze maar je moet op afstand blijven. Deze kwallensoort, de bekendste in de Middellandse Zee, is namelijk giftig. Al te innig contact tussen mens en een van de tentakels van deze kwal kan leiden tot veel pijn. Het gif is niet dodelijk; wel kun je een zeer sterk allergische reactie krijgen.

Aan elk tentakel zitten giftige cellen die het dier helpen bij het vangen van prooi en als beschermingsmechanisme. Elke cel bestaat uit een capsule met daarin een piepklein pijltje, voorzien van een giftig proteïnemengsel. Bij aanraking schiet dat in het lichaam van een mogelijke prooi; dus ook bij een zwemmer. Dat gebeurt in minder dan een miljoenste van een seconde en met een kracht die vergelijkbaar is met een afgeschoten kogel, las ik op internet. De plek op het mensenlichaam raakt onmiddelijk ontstoken. (Daar kan het coronavirus nog iets van leren!)

Nu heb ik door mijn snorkelkleding minder blote huid dan de gemiddelde zwemmer maar toch ga ik zo´n dier graag uit de weg. Daarom maakte ik mij direct uit de voeten na de foto. Enkele zwemslagen verder zag ik nummer 2, een kleinere variant van dezelfde kwal. Minder roze maar met een pulserende hoed, een kleiner lichaam en kortere, fijnere tentakels. Ook zo eentje moet je als zwemmer te allen tijde vermijden. Ik klikte nogmaals, voor het fotoarchief. 

Daarna kroop ik uit het water en zeeg neer naast mijn liefje die net een van haar haar lastigste puzzels (niveau 14-15) oploste. We bespraken onze belevenissen, aten samen een plakje ontbijtkoek en daarna ging ik op weg naar de tweede baai, Cala del Muerte, aan de andere kant van de rotspunt. Daarvoor moet je met een lastige stenen trap (ongelijke treden) afdalen naar een uiterst smal en klein strand, alvorens te water te kunnen gaan. De temperatuur van het zeewater voelde er koeler aan. Aan deze kant tref je grotere scholen vis aan en wuift het vele Neptunuszeegras (Posidonia oceanica) je uitnodigend tegemoet. Onder mij ontwaarde ik duikers; een volwassen man en een kind hingen net boven de bodem, met zeer roestige zuurstofflessen op hun rug. Het is te hopen dat die roest niet ook in de flessen zit. Ik bleef snorkelen totdat ik de kou in mijn lichaam voelde kruipen.

Aan het strand van mijn liefje was intussen reuring ontstaan. Niemand was op dat moment in het water. Een aantal zwemmers werd gestoken bij aanvaring met een parelkwal. Het aantal kwallen nam daar flink toe sinds mijn eerste duik. Ze verschijnen dichter bij het strand bij oostenwind en bepaalde zeestroming. Een Spaanse vrouw ging rond met een grote tube pijnverzachtende crème, die ze voorzichtig aanbracht op de schouders en ruggen van gestoken zwemmers. Het overkwam een jonge knul naast ons. Ik vroeg hem hoe pijnlijk het was. “Mucho dolor”, antwoordde hij met een van pijn vertrokken gezicht. De grote plek op zijn rechterbovenarm zag eruit als een brandwond.

Wij besloten daarop niet meer te gaan zwemmen. We keerden vroeger huiswaarts dan gepland. Op de terugweg zagen we dat het parkeerterrein van het regionale park Calblanque, een ander fraai strand- en baaiengebied, overvol was. Ook de overgrote meerderheid van de Spanjaarden gaat dit jaar op zomervakantie in eigen land. Eenmaal thuis, downloadde ik de app ‘Infomedusa’ op de telefoon. Met deze applicatie kun je checken wat zich rond een te bezoeken strand afspeelt qua windsterkte en -richting, golfhoogte en -vorm, kleur van de zwemvlag en de aanwezigheid van kwallen (die heten in het Spaans ‘medusas’). Erg handig in deze tijd van het jaar! 


dinsdag 20 oktober 2020

Waarom wij zwemmen

Gisteren verscheen het rapport over de staat van de biodiversiteit in Europa. Dat wordt opgesteld door het milieuagentschap van de Europese Unie en wordt eenmaal in de zes jaar uitgebracht. Dit is bepaald geen vrolijk rapport. De strekking is dat de verscheidenheid aan dier- en plantensoorten in heel Europa achteruit gaat. De doelen voor 2020 zijn door geen enkel EU-land gehaald. Bovendien voerden lang niet alle lidstaten de natuurrichtlijnen van de EU in. Bijna de helft van de soorten water- en zeevogels op dit continent kreeg inmiddels de status zorgwekkend of slecht.

Daar ik op korte loopafstand van de Middellandse Zee woon, gaat vooral het behoud van dit gebied en haar bewoners mij aan het hart. Deze zee, de grootste semi-afgesloten waterplas ter wereld, heeft een kustlijn van 46.000 kilometers. Spanje is één van de 21 landen in Europa, Afrika en het Midden-Oosten die dit water omringen.

‘Mijn’ zee is een van de 25 hotspots van biodiversiteit ter wereld. De in dit gebied  aanwezige zeedieren maakt 4 à 18% uit van de wereldwijde zee- en oceaanpopulatie. Dat percentage vond ik nogal een slag om de arm maar dat zegt genoeg: we weten nog zoveel niet van de onderwaterwereld. Circa 28% van de Spaanse Middellandse zeekust maakt onderdeel uit van het beschermde Natura 2000-netwerk. Dat komt neer op ongeveer 14 miljoen hectaren, het grootste territorium van alle EU-landen.

De vorige keer dat ik snorkelde in de beschermde wateren rond Cabo de Palos, ontdekte ik iets dat ik niet eerder zag. Dat was niet de eerste keer. Het ‘ding’ dat ik deze keer opmerkte, intrigeerde dus ik wilde het per se goed op de foto krijgen. Het leek op een kwal al wist ik niet wat het precies was. De haarfijne, lange draden die onderaan het lichaam hingen, hintten erop dat ik moest oppassen er niet tegenaan te zwemmen. Het lukte mij deze transparante komkommer met discolampen binnenin, goed vast te legen.

Eenmaal thuis zocht ik naar aanvullende info. Achterhalen welke soort het betrof, bleek echter niet eenvoudig. Ik googelde in het Nederlands, Engels en Spaans maar het leverde geen vergelijkbare beelden op. Dan maar mailen met mijn ouwe-trouwe contact bij museum Naturalis in Leiden. I’m not living next door to Alice maar zij stelde tot dusver niet teleur. Het museum bestaat dit jaar 200 jaar en dat jubileum wordt toepasselijk gevierd: vanaf 29 september is er 200 dagen lang een speciale tentoonstelling met topstukken te zien, getiteld ‘Van onschatbare waarde’.

Ik stuurde haar een mail waarin ik mijn vraag stelde en twee foto’s bijvoegde. Niet lang daarna ontving ik haar antwoord. Het blijkt te gaan om een ribkwal (Ctenophora). Anders dan echte kwallen hebben deze zeedieren acht rijen  ribben of zwemplaatjes; dat zijn samengegroeide en iriserende trilharen die in de lengterichting over het lichaam lopen. Die zorgen voor de voortbeweging van  het dier. Ribkwallen blijken geen netelcellen (nematocyten) te hebben voor het vangen van prooien. In plaats daarvan hebben ze twee lange tentakels met gespecialiseerde kleef- of vangcellen, de zogenaamde ‘colloblasten’. Ze waren goed te zien op een van mijn foto’s. Die blijken niet giftig bij aanraking.

Deze dieren leven solitair, doorgaans aan het wateroppervlak, in relatief warme wateren. Alice kon niet vertellen welke kwalsoort het betrof maar ze dacht dat Leucothea multicornis een kanshebber is. Ze stuurde een foto mee van precies zo’n dier dat door een Spanjaard in de wateren rondom Cabo de Palo bleek te zijn gefotografeerd. Dat kon niet missen, schreef ze mij met een vette knipoog. Het zou gaan om een invasieve soort (een diersoort die hier oorspronkelijk niet thuishoort). Ik dankte haar hartelijk voor de toelichting en feliciteerde het Naturalis-team met hun fraaie jubileum.

Op basis van deze nieuwe informatie zocht ik verder. Om zich te oriënteren hebben ribkwallen een speciaal orgaan dat verbonden is met de acht ribben en gevoelig is voor zwaartekracht. Hierdoor weet het dier precies wat boven en onder is in het water. De kleur van de ribkwal is doorzichtig (klopt) maar men kan het soms ook waarnemen als lichtblauw of zelfs paarsachtig. De ribkwal die ik fotografeerde was roze. Wanneer het dier zwembewegingen maakt, ontstaan iriserende golfjes door het lichaam. Dit wil zeggen dat er door lichtinval in de dunne, bewegende kamplaatjes interferentiekleuren ontstaan. Alle kleuren van de regenboog planten zich dan in golven voort door de rij plaatjes. Dat was precies het kleurenspel dat ik voor mij neus zag ontstaan. Memorabel. Ik weet dat ik hierom zwem!

Het neopreen zwempak dat ik onlangs aanschafte, werkt goed al moet ik wel continu blijven bewegen. Onlangs trof ik twee buren die eveneens in zee dobberden. We maakten een praatje dat langer duurde dan goed voor mij was. Mijn lichaam koelde flink af. De douche thuis kon niet warm genoeg zijn, mijn lichaam kwam haperend weer op temperatuur. De huisbroek ging voor het eerst aan.

Er wordt nog door een enkeling zonder pak gezwommen. Dat zijn de werkelijke  die-hards. Een oudere Spanjaard in zwemshort zie ik ook nog regelmatig te water gaan. Mijn liefje, die meestal op mijn hoogte langs de branding meeloopt, maakte mij op enig moment op hem opmerkzaam. Hij leek een wedstrijdje met mij te doen zonder dat ik het in de gaten had. Mijn lange, ontspannen borstslag -mijn sterkste slag die tijdens lokale en regionale zwemwedstrijden in mijn jeugd medailles opleverde- moet hem daartoe hebben aangezet. Die oogt gemakkelijk en langzaam maar is dat niet. Daarin zitten vele jaren van training. Hij zwom hard achter mij aan maar kwam nooit langszij... Het water klotste om hem heen maar snel was hij niet. Hij zou veel beter zwemmen als hij zijn hoofd, armen en benen anders houdt maar dat vertelde ik hem niet. Ik lachte vriendelijk naar hem toen we uit het water stapten. Het belangrijkste is dat hij beweegt!

Onlangs las ik een aardig boek van de Amerikaanse auteur Bonnie Tsui, getiteld ‘Why We Swim’. Een boekrecensent van De New York Times omschreef het werk dat deze zomer uitkwam als een juweeltje en dat trok mijn aandacht. Het is een combinatie van geschiedenis, memoires en journalistiek onderzoek. Een ode aan zwemmen, een liefdesbrief aan water. Tsui is dochter van ouders die elkaar ontmoetten in een zwembad in Hongkong. Zelf is ze een zeer ervaren en enthousiast zwemmer, in het zwembad maar vooral in open water. Inmiddels met haar oudste zoon Felix. Het plezier dat zij ervaart, spat van de bladzijden af. 

Haar boek kent vijf thema’s: overleven, welzijn, gemeenschap, competitie en ‘flow’. Zo las ik het wonderbaarlijke verhaal van de IJslandse visser Guðlaugur Friðþórsson die kapseisde en in water van 5 graden Celsius terchtkwam, tien kilometer naar de kust zwom en die barre tocht zonder klachten overleefde. Eenmaal in het ziekenhuis, vertoonde hij geen greintje onderkoeling. Hij bleek een isolatielaag van 14 millimeter op zijn lichaam te hebben, twee- à driemaal meer dan de normale huiddikte. Dat hield hem warm en drijvend. Hij blijkt fysiek meer weg te hebben van een zeehond dan een mens. Jaloers!

Ik las ook over de Stone Age Embrace, een archeologische ontdekking door de Amerikaanse paleontoloog Paul Sereno in Niger in 2000. Hij trof in de Groene Sahara (Gobero) drie skeletten aan van een volwassen vrouw en twee kinderen die circa 5.000 jaar geleden hand in hand te rusten waren gelegd. Waarschijnlijk verdronken ze, hun botten waren ongeschonden.

En ik las over Gilbert Mason en The Bloody Wade-In in Biloxi (Mississippi, Amerika) in april 1960. Een zwarte jongeman wilde zwemmen aan een strand waar het hem vanwege zijn huidskleur niet was toegestaan. Hij en anderen wilden de week daarop vreedzaam tegen dat besluit protesteren. Het mondde uit in een bloedbad waaraan een groep witte mannen zich schuldig maakten. Twee zwarte jongeren werden bij die confrontatie doodgeschoten, talloze anderen belandden in het ziekenhuis.

Het gaat over de legendarische openwaterzwemster Lynne Cox, over Johnny Weismuller en Dara Torres (die tot haar 41ste met groot sukses aan de Olympische Spelen meedeed), over Charlotte ‘Eppie Epstein’: de oprichtster van de Amerikaanse Vrouwenzwembond. Over arctisch zwemmen, hoe Hollanders met rijzend zeewater omgaan, ontsnappen uit Alcatraz, zwemmende Grieken en Romeinen, waarom pasgeboren baby’s kunnen drijven, de kreeftenman John Aldridge, het effect van zwemmen in koud water, een internationale zwemklas van soldaten in Saddam Hoessein’s zwempaleis in Bagdad, waarom zwarte kinderen zoveel vaker verdrinken dan witte, etc. 

Er wordt in het boek uit de doeken gedaan hoe de zwembril ontstond: gemaakt van de schaal van een schildpad. Plutarchus, de filosoof uit de Griekse Oudheid  ontwierp een kurken reddingsvest en Leonardo da Vinci bedacht de eerste zwemblaas van dierenhuid. Tsui verhaalt hoe de eerste ijzeren ‘zwemmachine’ werd ontwikkeld, dat de eerste vlindertjes van fijn katoen en het eerste zwempak van houten stroken werden gemaakt.

Tsui verhaalt over volkeren in Zuid-Oost Azië (Maleisië, Thailand, Indonesië en Myanmar) die op en in het water leven, onder andere de Bajau en Moken. Hun genen pasten zich in de loop van de tijd aan waardoor hun lichamen beter geschikt werden voor het traditionele onderwaterwerk. Hun milt, die je zou kunnen vergelijken met een natuurlijke zuurstoftank, werd groter waardoor ze veel dieper en langer kunnen duiken dan gemiddeld. Ze liepen over de oceaanbodem. De blote ogen van de zeezigeuners van Azië, nomadische vissers die op woonboten leven, werken veel beter onder water. Wij zien onscherp, zij niet. De parelduiksters van Japan, de Ama, vrouwen die tot op hoge leeftijd dagelijks veelvuldig en diep duiken, zijn in staat hun hartslag aanzienlijk te verlagen. 

Het boek werpt tevens licht op de de rol die zwemmen speelt in de Schone Kunsten. Zo las ik dat de Engelse dichter Lord Byron met een klompvoet werd geboren. Alleen in water voelde hij zich vrij en gelukkig. Hij schreef zijn beroemdse gedichten nadat hij als 22-jarige de Hellespont overzwom in 1810 (Dardanellen); hij zwom van de Zwarte Zee naar de Egeïsche Zee. Tsui beschrijft kunstwerken die zwemmen als onderwerp hebben, van neolitische grotschilderingen tot hedendaagse kunst.  

Een van de intrigerendste onderwerpen in het boek vond ik de eeuwenoude Japanse sport Nihon Eiho. De samoerais, de militaire elite in het land van de rijzende zon, gingen geharnast en in vol ornaat -tenminste 25 kilo zwaarder- te water en leerden vechten en vaandeldragen, met hun bovenlichaam ruim boven water. Dat vergt een zeer aparte techniek. Die zwemsport wordt in Japan nog steeds beoefend, door jong en oud. Het gaat hierbij zeker niet om snelheid. Het esthetische aspect en de daarvoor benodigde spierbeheersing staan voorop. Ik bekeek talloze filmpjes op YouTube en nam mij voor een aantal tips ter harte te nemen en nieuwe technieken uit te proberen. (Gisteren ermee begonnen.) 

In de laatste sectie van het boek schrijft Tsui dat wij, zwemmers, goed weten dat we geen vissen zijn. But we get glimpses of what it’s like to be the fish. We get splashes of forgetting in the water.” Hoe herkenbaar. Als ik ergens zen ben, dan is het in zee… Marien bioloog Wallace J. Nichols noemt dat de ‘blue mind’. Het is niet vreemd dat Archimedes in bad zat toen hij zijn historische Eureka-moment kreeg!

Dit boek is inderdaad een juweeltje. Een aanrader, met name voor de fervente zwemmer.

 

zaterdag 3 oktober 2020

De octupus en de haai

Afgelopen week zag ons stukje Middellandse Zee er apart uit: er was veel deining door lange golven die niet recht maar schuin op de kustlijn afstevenden en omsloegen. Normaliter ruist de branding en is er nauwelijks omslag maar in de afgelopen dagen hoorde je de zee luid en duidelijk. Dat was wellicht een restje van de stormen die zich voordeden in het noorden en op de Balearen.

Ik had er lol in om te zwemmen en liet mij gewillig op de golven en stroming meevoeren. Dat ging af en toe verbazingwekkend snel! Ik dreef van warme naar minder warme plekken in zee. Het water is hier momenteel 22.5 graden Celsius. Het zicht onderwater was op ontstuimige dagen niet ver vanwege opstuivend zand maar boven water zag het er des te mooier uit. Op een ochtend vloog een bontgekleurde ijsvogel op een meter afstand laag over de golven. Een prachtig gezicht.

Mijn liefje haalde 1 oktober als zwemmer maar stopte inmiddels met de dagelijkse zwempartij. Haar gewrichten begonnen dermate luid te protesteren dat ze wel moet luisteren. Zelf zwem ik nog even door. Ik bestelde onlangs een zwempak met lange mouwen van neopreen dat mijn bovenlichaam warmer houdt. Zo kan ik langer doorzwemmen. Vorig jaar stopte ik op 1 november, dit jaar hoop ik enkele maanden langer door te gaan.

In sportzaak Decathlon stelde men een nieuw systeem in. Wellicht om enige tegenkracht te bieden aan het, in Spanje, suksesvolle Amazon? Vanwege het grote assortiment hebben winkels niet alle beschikbare sportartikelen uitgestald. Nu kan een klant een artikel ter plekke of vanuit huis online bestellen dat dan in het filiaal naar keuze wordt afgegeven. Via mail word je op de hoogte gehouden van de bestelling. Als het product is gearriveerd, word je verzocht het op te halen. In mijn geval is passen belangrijk. Als het zwempak past, gaat het direct mee naar huis, indien niet kan het ter plekke worden teruggegeven en wordt het geld gerestitueerd. Dat alles werd ons uitgelegd door een zeer klantvriendelijke Isa. Zo’n neopreen wetsuit moet precies goed zitten (niet te strak om te bewegen, strak genoeg om water tussen pak en huid snel op lichaamstemperatuur te brengen) om zijn functie van niet afkoelen, te vervullen.

Vorige week spoelde een drie meter lange, 270 kilo zware, zeldzame blauwe haai (Prionace glauca) aan op een strand van buurgemeente Guardamar. Het is een soort uit de familie van de requiemhaaien maar deze staat op de IUCN-lijst van bedreigde diersoorten (status ‘Near Treathened’). Deze haaiensoort leeft doorgaans in diepe wateren van (sub)tropische oceanen. De Guardia Civil en de Policia Local waren snel ter plaatse. Het dier leefde nog toen het in de branding aanspoelde maar overleed spoedig daarna. Ik moest aan de grote vis denken toen ik in mijn bijna-eentje in zee dobberde…

Afgelopen weekend keek ik naar een prachtige nieuwe documentaire op Netflix, getiteld ‘My Octopus Teacher’. Die werd vervaardigd door duiker en onderwaterfilmer Craig Foster. Deze Zuid-Afrikaan kwam in een midlife crisis terecht en zocht rust en nieuwe inspiratie. Daarvoor stapt hij dagelijks zonder neopreenpak, bij water van 6 à 7 graden Celsius, de oceaan in om in zijn eentje door het kelpwoud te zwemmen. In die tijd ontdekt hij een octopus in een grot. Hij raakt verslaafd aan contact met haar (pas laat in de film blijkt ze vrouwelijk) en volgt haar meer dan een jaar lang elke dag. Door dat contact komt zijn inspiratie en werklust terug.  

De man en zijn ongewervelde achtarmige vriendin beleven samen bloedstollende avonturen. De kijker ziet momenten van grote schoonheid, soms beladen met emotie. Overigens een leuke kerel, die Craig. Ik zal verklappen dat hun relatie mooi en de beelden prachtig zijn maar (spoiler alert): ze trouwen niet, het loopt niet goed met haar af! De documentaire is genomineerd voor een Emmy Award en ik acht de kans groot dat die prijs wordt binnengehengeld. Toen ik de volgende ochtend aan mijn liefje het verhaal van Craig en Octopussy vertelde, kreeg ik weer een brok in mijn keel.

Zelf wist ik voor deze film al dat octopussen intelligente dieren zijn. Er zijn wetenschappers die hun intelligentie vergelijken met die van een golden retriever. Maar wat zich in deze Netflix-documentaire afspeelt tussen mens en dier is niet eenvoudig in woorden te vatten. Nou ja, “magisch” zou kunnen... Je blijft kijken en je verwonderen!

We hebben waarschijnlijk allemaal wel eens een experiment gezien waar een octopus een fles met schroefdop opent, zowel van buitenaf als van binnenin. En wie kent de Nieuw-Zeelandse Inky niet? Deze pijlstaartinktvis was het zo zat alsmaar te worden aangestaard in een grote vistank dat het dier eruit ontsnapte! Eén van de vele bijzondere opnames in de documentaire is dat Craig’s octopus op enig moment uit het water springt en zich op de rotsen in veiligheid brengt tijdens de aanval van een agressieve pyjamahaai. Hij filmde het! Wat ook in de film zit, is dat het dier zich verstopt onder een berg stenen en schelpen om onzichtbaar te zijn voor een vijand.

Vorig jaar zag ik al snorkelend een octopus tussen de rotsen op de bodem van een baai op Cabo de Palos. Het groenblauwe dier met acht armen was in gevecht met twee vissen die het regelmatig belaagden. De octopus verschoot voortdurend van kleur. Het zijn de chromatoforen (pigmenthoudende cellen) in hun lichaam die die fysiologische kleurverandering bewerkstelligen. Het kromde zich om een rots om zo ongrijpbaar te worden. Ik keek mijn ogen uit. Ook de onderwaterwereld is prachtig! 

Vanaf morgen is op Netflix de nieuwe documentaire van de 94-jarige Brit Sir David Attenborough te zien ‘A Life On Our Planet’. Ik ga met veel plezier kijken. Attenborough deed deze week namens meer dan 130 natuurorganisaties wereldwijd een oproep om jaarlijks ruim 500 miljard dollar aan subsidie voor onder meer de olie- en gasindustrie te verleggen naar bescherming van de natuur. Zijn oproep kwam in voorbereiding op de aanstaande VN-top over biodiversiteit. “We kunnen een rampzalig verlies aan biodiversiteit nog keren maar de tijd raakt op...” Aldus Attenborough.

Overigens las ik gisteren in De Volkskrant dat Nederland in Brussel geldt als een van de grootste tegenstanders van voorstellen om de biodiversiteit te waarborgen. 44 wetenschappers luidden de noodklok. Nederland heeft historisch atlijd een grote rol gespeeld bij internationale natuurbescherming. Zo was het onder andere geestelijk vader van het Europese natuurnetwerk Natura 2000. Die tijd is niet meer… Nederland neemt al jarenlang een blokkerende houding aan. Binnenkort zal in de Europese Unie een nieuwe Biodiversiteitsstrategie worden aangenomen en de wetenschappers roepen de politiek dringend op deze voorstellen actief te steunen. Als Nederlanders willen dat de Amazone beter wordt beschermd, vergt dat bereidheid zelf ook maatregelen te nemen!

Dit soort evenementen staat nooit volledig op zichzelf. Het is morgen namelijk Werelddierendag. Sindsdien mijn vriendschappelijke ontmoeting met een octopus (vorig jaar) at ik geen inktvis meer en dat blijft voorlopig zo.


donderdag 10 september 2020

Eindelijk weer!

We waren er voor het laatst ruim een jaar geleden: Cabo de Palos. Het stond eerder op ons reislijstje maar krona en besmette bootvluchtelingen uit Algerije zetten er een streep door. Het is enkele tientallen kilometers van huis, over de provinciegrens van Murcia maar het staat garant voor een dagje snorkelplezier, genieten van glashelder water en een beetje onderwaterreuring.

Omdat ik dit jaar langer dan normaal op dit uitje moest wachten, stelde ik in de tussentijd een webalbum samen, getiteld 'Underwater Adventures 2005-2020'. Daarin is een bonte verzameling foto’s van wereldwijde snorkelavonturen opgenomen. Altijd met mijn liefje, soms vergezeld van goede vrienden. West- en oost-kust van Down Under (het Great Barrier Reef was nog tamelijk ongeschonden), Fiji, Belize, Bali (diverse locaties), Mallorca, Sulawesi (Togian en Bunaken), Galapagos-eilanden, opnieuw plekken op het Grote Barriere Rif, Sri Lanka (oostkust) en Cabo de Palos; de plek het dichtst bij huis. 

Vóór de komst van de digitale onderwatercamera snorkelde ik meermalen naar hartenlust in de Rode Zee. Die beelden zitten op mijn netvlies. Daar begon de liefde. Mijn allereerste analoge onderwatercamera was een kanariegele Sony waarmee ik tevens dia's kon maken. Inmiddels ben ik vier digitale onderwatercamera’s verder; de meerderheid van het merk Olympus, type Tough. Dit jaar werd een apparaat uit deze reeks verkozen tot beste onderwatercamera van het jaar (de Tough TG-6). Ik ben en blijf tevreden met de kwaliteit van de foto’s.

In 2015 werd Cabo de Palos onder duikers verkozen tot beste plek van Europa en dat legt ze geen windeieren. Er vinden daar circa 22.000 duiken per jaar plaats. Vrienden van ons, ouders van een enthousiaste duikende dochter en haar vriendin, meldden ons dat de meiden tijdens hun recente vakantie aan de Costa Blanca slechts eenmalig een duikuitje naar deze kaap maakten. Het was zo druk onderwater dat er geen lol aan was. Er ontstond een woud van benen, flippers en flessen. Nu veel Spanjaarden vanwege krona niet naar het buitenland op vakantie gingen, streken ze massaal aan hun eigen kustlijn neer, met de geschetste drukte als resultaat. Spanjaarden zijn bovengemiddeld sportief dus ook duiken behoort tot de favoriete sporten.

Het onderwaternatuurpark Cabo de Palos, ingesteld in 1995, onderging recent een flinke uitbreiding vanwege het 25-jarig jubileum: de provincie Murcia breidde het gebied uit met nog eens 200 hectares beschermde wateren extra. Daarmee komt de huidige omvang van het park rond de 1.890 hectares natuurschoon. De verwachting is dat het nieuwe gebied volgend voorjaar klaar is om van te genieten. Dit doet Murcia goed! Langs een kustlijn van 175 kilometer heeft deze regio twee beschermde natuurparken (slechts eentje minder dan de Canarische Eilanden). Ze lopen van Cabo Cope naar Cabo de Palos.

Wij reden deze week opgetogen richting de kaap. Mijn liefje hield in de afgelopen weken de temperatuur, de wind en de stroming ter plaatse in de gaten. Woensdag was de ideale dag. Ze kreeg gelijk. Een klapstoel voor haar (zij gaat doorgaans iets korter te water dan ik), belegde broodjes van José António voor de lunch, mijn snorkelset en flippers, plus haar waterschoenen en EasyBreath-snorkelmasker lagen in de achterklep. Het grote parkeerterrein aan de voet van de vuurtoren was nagenoeg leeg. Bepakt en bezakt liepen we naar playa Levante maar daar was de zee te woelig en het water zanderig. Zo mooi als het daar de vorige keer snorkelen was, zo ongeschikt leek het nu. Dan maar naar de tegenover gelegen cala! Ook daar is het goed toeven, weet ik uit vorige ervaringen.

Daar lagen en zaten al enkele personen op het smalle kiezelstrand aan de branding maar we pasten er nog tussen, de vereiste afstand in acht nemend. We installeerden onszelf en niet veel later lagen we snorkelend in het water. Het was er als vanouds: kraakhelder, barstensvol grote en kleine vissen, met nieuw en oud zeegras (posidonia). Bootjes met duikers voeren af en aan maar druk werd het geenszins.

Aanvankelijk was het water ook aan die kant onrustig maar een uur of twee later kalmeerde het en werd het snorkelen ook daar gemakkelijk. Mij deert een beetje deining niet. De tweede keer dat ik te water ging, gebruikte ik het masker van mijn liefje. Het grote voordeel is, dat er geen gehannis is met bril of mondsnorkel. Het ging mij goed af en het beeld was glashelder. 

Het was op zich niet spectaculair maar toch zag ik dingen die ik niet eerder aanschouwde. Een kleine zoenvis die rechtop in het water stond met getuite lippen (rood omcirkeld), een rode, technische dobber die naast de vuurtoren in het water stond, posidonia met roze pom-poms aan de uiteinden, een krab die live een zee-egel verorberde (de stekels vlogen in het rond!). Een beginnende duiker met zijn begeleider(s) en mijn lieve metgezel naast mij in het water. De kleine camera, een Olympus Tough van enkele jaren oud, doet het nog goed. Happy days.


vrijdag 6 september 2019

Van kleur verschieten

De maand augustus werd in Spanje afgesloten met 74 verdrinkingsdoden, negen meer dan vorig jaar in dezelfde maand. Daarmee komt het op het hoogste aantal drenkelingen in de afgelopen vijf jaar. Tot nu toe verdronken dit jaar 307 badgasten,  56 meer dan in 2018 (bijna 23%); dat komt neer op zeven personen meer per maand. Schokkend!  Toen ik dit las, vroeg ik mij af of omgekomen piloot Francisco Marín Nuñez ook tot die drenkelingen werd gerekend... Die cijfers werden gepubliceerd door de ‘Real Federación Española de Salvamento y Socorrismo’ (RFESS), de Koninklijke Spaanse Reddingsfederatie. De meeste doden (17) waren te betreuren in onze regio: Valencia. Dat is niet onlogisch als je kijkt naar de relatief lange kustlijn. Het betrof vooral Spaanse mannen van 65 jaar en ouder, op stranden met en zonder toezicht.

Afgelopen week gingen we weer een dagje snorkelen op Cabo de Palos. Toen we uitstapten op het grote parkeerterrein aan de voet van de vuurtoren en aan La Manga-zijde over het water uitkeken, zag ik in de verte een schip van de Spaanse vloot. Het lag afgemeerd op de plek waar de week ervoor een vliegtuig met piloot neerstortte. Het schip werkt samen met een onderwaterrobot en duikers van het duikcentrum van de Spaanse marine. Al 75% van het toestel is opgetakeld en naar de kant gebracht, alleen de cockpit is nog niet geborgen. Ik vond dat oranje scheepje in die grote blauwe plas een triest gezicht…

Foto: Europa Press
De luchtmacht mag dan momenteel geen goede tijden beleven, de marine ook zeker niet. De dag na de dodelijke crash liep een schip van de Armada, de ‘Turia’ die hulp bood bij de zoektocht, aan de grond voor de kust van La Manga. Het schip kwam onbedoeld buiten de waterweg terecht. Daardoor ontstond een flinke scheur in de romp van het schip. Een ruimte naast de machinekamer, waar olie en andere vloeistoffen liggen opgeslagen, raakte daarbij beschadigd. De brandstofopslagruimte bleef echter onbeschadigd. De bemanning werd geëvacueerd. Badgasten op het strand zagen een grote vlek in zee ontstaan en meldden een brandstofgeur. Dat kon er nog wel bij.

In gedachten verzonken liep ik naar ‘onze’ snorkelbaai. Er stond wind die wat golven veroorzaakte dus we besloten deze keer in de rustige ‘Kreek des Dood’ te water te gaan, aan de andere kant van de kaap. Ik was benieuwd wat de onderwaterwereld weer voor mij in petto had. Ik zette mijn masker op en mijn ogen begonnen subiet te tranen. Niet zo’n beetje nee, heel erg. Mijn ogen prikten enorm, ik kon niet stoppen met knipperen. Oh-oh, foute boel. Alvorens te gaan snorkelen, maak ik 's ochtends altijd de glazen schoon met shampoo of afwasmiddel. Dat had ik die ochtend ook gedaan met een nieuw middel in de keuken: Fairy Sensitive met Tea Tree & Mint. De theeboom is een Australische boom; uit de naalden ervan wordt een goudgele olie gehaald die voor allerlei producten wordt gebruikt. Mijn liefje kocht het voor haar keukenprinses. Al ruikt het apart, er was tot nu toe geen vuiltje aan de lucht.

Toen ik mijn masker weer opzette, spoten de tranen wederom uit mijn ogen. De bril kon ik niet op mijn gezicht verdragen. Het schoonmaakmiddel is anti-bacterieel en antischimmel maar kennelijk ook anti-gevoelige types! Ik spoelde mijn masker meermalen in zeewater om, spuugde erin en toen pas kon ik het zonder probleem op mijn gezicht drukken. Ik slaakte een zucht van verlichting. Door mijn snorkelpijp.

Het eerste dat mij onder water opviel, was de hoeveelheid grote en kleine vissen in de directe omgeving. Iemand in onze vriendenkring vindt vissen eng, zelf kan ik mij daarbij niets voorstellen. Net als voor gevederde vriendjes heb ik ook warme gevoelens voor vissen, al ze ze zelf koudbloedig. Zodra ik stillag, kwamen er tientallen om mij heen. Ze weken niet van mijn zijde zolang ik geen onverhoedse bewegingen maakte. Die Fairy Princess lijkt toch ergens goed voor. Misschien vinden vissen mintsmaak lekker?!  

Vaak drijf ik er ontspannen op mijn buik bij, wachtend op wat aan mijn oog voorbijtrekt, de onderwatercamera altijd paraat. Het was op zo’n moment dat mijn blik op een kluitje kleurrijke vissen viel, nabij de bodem. Toen ik beter keek, zag ik iets dat ik niet eerder zag: een levende octopus. Joehoe! Ik vind ze niet eng, wel mysterieus (èn ze zijn lekker). De Cephalopoda zijn een van de oudste klassen van zeeroofdieren. Ze ontwikkelden zich bijna driehonderd miljoen jaar geleden, lang voordat de eerste vissen het licht zagen. Wow.

Het sierlijke dier, zo groot als een flinke hand, werd door vissen achterna gezeten.
Terwijl het door twee à drie vissen werd opgejaagd, verschoot het meermalen van kleur. Ik keek mijn ogen uit naar die alien! De eivormige kop bleef bruin maar de lange armen werden soms lichtblauw, soms donkergroen. De kop leek stekelvormige uitstulpingen te hebben, zelfs de ogen bovenop kon ik goed ontwaren. Af en toe daalde ik af om het schouwspel beter te kunnen zien en een goede foto te maken.

Ik wist al het een en ander over de octopus. Zoals dat het dier drie harten heeft en dat het zogenoemde orgaanhart stopt met kloppen op het moment dat het zich met de armen voortbeweegt. Dat hun tentakels opnieuw kunnen aangroeien en dat die zoveel neuronen hebben dat ze semi-afzonderlijk kunnen bewegen zonder impuls vanuit de hersenen. Dat de mannetjes sterven na het paren, dat het dier kleurenblind is, dat hun beet dodelijk kan zijn, dat ze hun eigen genen kunnen aanpassen aan de omstandigheden. Ze proeven met de chemoreceptoren op hun zuidnappen, en nog veel meer. 
Octopussen zwemmen niet als vissen of kwallen maar lopen als een spin met hun acht voeten (van het Grieks ‘októpus’) om vooruit te komen. Het gaat niet snel en ze zijn kwetsbaar tijdens het bewegen maar het is boeiend om te zien. Die berg zinloze feiten heb ik allemaal te danken aan het interessante boek van Katherine Harmon Courage, getiteld ‘Octopus!’ (Ze is een gelauwerde journalist die onder andere schrijft voor Scientific American.)

Op enig moment zag ik dat het flexibele lichaam zich helemaal om een steen sloot. De kop zat er als een kroon bovenop. Het duurde ongeveer tien minuten voordat de octopus aan mijn blik ontsnapte. Zo moeizaam als ik te water ging, zo opgetogen stapte ik weer op de kant.

In een Engelse krant las ik onlangs een artikel over vissers op de Falkland-eilanden. Deze afgelegen eilandengroep in de Zuid-Atlantische Oceaan deden wij aan op onze cruise van Argentinië naar Chili in december 2018. Een mooi gebied, onder andere vanwege pinguïns. (Sorry, maar ik voel geen cruiseschaamte.) Aanvankelijk leefde men daar van schapen maar de bakens werden verzet. Hun bestaan wordt nu grotendeels bepaald door familie van het dier dat ik recent in de wateren van Cabo de Palos zag. Beter gezegd: zeekat of sepia. Seafood biedt hen nu een prettig bestaan, hun hele economie werd er inmiddels afhankelijk van. De Falklanders mochten overigens als bewoners van een Brits overzees gebiedsdeel niet aan het referendum meedoen.

Als er een ‘no deal Brexit’ zou komen, zou dat ook slecht nieuws voor hen zijn. 84% van hun calamarisvangst wordt namelijk naar Spanje geëxporteerd en daarover zouden ze dan een hoog exporttarief moeten gaan betalen. Ik was verbaasd te lezen dat deze geliefde tapas helemaal daarvandaan komt?! Alle Falkland-visbedrijven hebben joint ventures met Spaanse bedrijven. Alle vis gaat dan ook eerst naar Vigo (Galicië) en worden van daaruit over het hele land verspreid. Na een Brexit zonder overeenkomst overwegen deze vissers niet langer onder Britse maar onder Spaanse vlag te gaan varen. De chaos in het Verenigd Koninkrijk lijkt na een week als deze bijna compleet. In de Falklands kunnen ze voorlopig opgelucht ademhalen. De snode plannen van Johnson en consorten lijken in het water te zijn gevallen.