Translate

Posts tonen met het label Atlasvlinder (Attacus atlas). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Atlasvlinder (Attacus atlas). Alle posts tonen

maandag 6 januari 2014

Puur natuur

Denkend aan Bali, zie ik smalle rivieren traag door oneindige sawas’s gaan,
rijen ondenkbaar hoge palmbomen als hoge pluimen aan de horizon staan.

Vrij naar Marsman

Bali, het eiland van de goden, is door diezelfde goden goed voorzien. Op natuurlijk gebied heeft het (bijna) alles: sneeuwwitte stranden en zwarte lavastranden, bergen en  vulkanen, zeeën en rivieren, riffen en tropische wouden. Als er één ding is op Bali waarvan ik intens ben gaan houden, dan is het wel de welig tierende natuur. De sawa’s hier zijn groener dan groen, in de bergen groeien de prachtigste bloemen, struiken en bomen, iedere zichzelf respecterende Balinees heeft eigen fruitbomen en als je geen tuin hebt, pluk je het fruit ‘gewoon’ van de bomen langs de kant van de weg. Het leven kan zo eenvoudig zijn.

Ook in de eigen tuin deed ik met regelmaat bijzondere ontdekkingen. Bontgekleurde en veelvormige hibiscussen, tropisch fruit, lotusbloemen, gevaarlijke en ongevaarlijke slangen en zoveel meer. De komodo was het eerste grote dier dat wij aantroffen; er zouden nog vele genode en ongenode gasten volgen. De ontdekking van een atlasvlinder in de tuin was mijn hoogtepunt in de afgelopen jaren. Bij nadere inspectie bleken het er twee te zijn die zich waarschijnlijk aan het voorplanten waren. Ze zaten 24 uur aan elkaar vast en draaiden met de wind mee. Opeens waren ze weg. De vele kleinere vlindersoorten waren een genot voor het oog.

Het binnenvliegen van twee ijsvogels via het terras was tevens een hoogtepunt, al zal het voor de dieren zelf een angstige ervaring zijn geweest, gevangen in een mensenhuis. We zetten alle ramen en deuren open en ze vlogen uiteindelijk via de voordeur weg. Zoals gevederde vriendjes doen. Nu we sawa’s achter ons huis hebben liggen, hoor ik de plaatselijke ijsvogels nog wel roepen maar ik zie ze niet meer zo vaak. We zijn echter blij met het rijstveld; dat hoort boven alles bij Bali. You gain some, you lose some.

Witkopmunia’s, muskaatvinken, staalborsthoningzuigers, iora’s, Javaanse prinia’s, Maleise buulbuuls, blauwborstkwartels en langstaartklavieren waren het gehele jaar door in de tropische tuin te vinden. Daarnaast meldden zich tijdens het regenseizoen migrerende vogelsoorten, zoals stormvogels. Het vogelnestje dat we thans in onze tuin hebben, heeft veel bekijks. Ik kan nog niet zien welke vogelsort het betreft. De ingehuurde tuinmannen die nog steeds met het schoonmaken van het strand bezig zijn (!), gaan regelmatig op excursie. Mijn liefje opperde (typisch haar) dat kleine vogeltjes misschien wel een lekkernij voor Balinezen zijn... Ik houd mijn ogen op de plek.

We snorkelden elk jaar rond het eiland Menjangan en één keer bezochten we het gebied rondom Amed. De onderwaterwereld van Bali is mooi (al is het niet de mooiste die ik in mijn leven zag; dat was Fiji): de diversiteit in tropische vissoorten is er groot. In het regenseizoen is Menjangan een minder prettig gebied vanwege het ronddrijvende afval. Balinezen wijten dat graag aan de Javanen, wij weten beter: de Balinezen zijn zich onvoldoende bewust van het immense afvalprobleem dat hun eiland heeft sinds plastic zijn intrede deed in het dagelijkse leven.

Als officieel wolkenstaarder kwam ik in Bali ruimschoots aan mijn trekken. Cirrus-, stratus-, cumuluswolken en alles wat daar tussenin zit, ik zag ze allemaal aan mijn oog en camerales voorbij trekken. Tijdens het regenseizoen komen de wolken doorgaans uit het noorden aangerold, over de Balizee aan de tuinzijde van ons domein. Dat gaat weleens gepaard met horizontale regenbuien, zoals vorige week. Soms komen de wolken over de heuvels van Buleleng gekruld. We zien ze aankomen aan de poortkant van het huis. Never a dull moment.

Lovina, de meest bezochte toeristische trekpleister van Noord-Bali, op steenworp afstand van onze villa, is beroemd om haar wilde dolfijnen. We gingen in de loop van de jaren een aantal keren met een lokaal vissersbootje het water op om ze te zien. Toen mijn liefje 60 jaar werd, deden we dat nogmaals in een comfortabele boot, met medepassagiers Elsa, Ketut en Yudha. Grote en kleine dolfijnen zwommen voor onze boot uit, sprongen uit het water en vertoonden alle denkbare capriolen. Moeder en zoon waren voor het eerst op het water en werden zeeziek. 

Het zijn onvergetelijke momenten die ik zal koesteren.


maandag 7 maart 2011

Wat mot dat?!

Ik ben inmiddels ruim twee weken terug op het Balinese honk maar het voelt als veel langer. Er gebeurde zóveel: de nieuwe baby van kokkie Elsa werd geboren, er waren volop Balinese ceremonies, het werd Balinees Nieuwjaar (1933 volgens die kalender), de villabouw ter westerzijde van ons terrein vorderde gestadig.

Het hoogste punt van de bouw werd bereikt al kreeg ik niet de indruk dat het pannebier hiernaast rijkelijk vloeide. Teneinde privacy te waarborgen, laat ik elke dag de matten aan het einde van ons terras neer. Die houden het lawaai echter niet tegen dus Tom Poes verzon een list. Sinds de verhuizing staat er één langwerpige doos onuitgepakt in de opslagruimte van het gastenhuis. Ik ging ervan uit dat daarin de partytent zou zitten. Dat klopte. Met de gebruiksaanwijzing en genummerde stokken bouwde ik het geheel in een mum van tijd op. De tent staat nu naast de ingang van de bijkeuken. Die plek achtte ik geschikt vanwege het feit dat het helemaal aan de andere kant van het terras ligt, schaduwrijk is, uitzicht geeft op de Balizee en bereikbaar is voor de verkoelende zeebries. Twee stoeltjes en een tafeltje eronder en klaar was de aanleunwoning! Het ergste komt nog, volgens velen: het slijpen van de terrastegels... Wanneer het tè bar en boos wordt, boeken we een verblijf elders in de Indonesische archipel.

De tuin is weer een bron van vreugde. Er is veel te zien en te beleven. Na lang treuzelen staken de spider ladies hun kopjes op. Ik constateerde dat er weliswaar evenveel vlinders rondfladderen maar dat ze bijzonderder zijn dan in de maanden hiervoor (zie lopende diashow). Er zijn tevens witkopmunia’s die nu hun nestjes bouwen in kokospalmen op het terrein. Bovendien blijken we naast gekko’s tevens onderdak te bieden aan een kleine komodo varaan die zich bij tijd en wijle in onze alternatieve vijver ophoudt. Ik zag hem een aantal keren verschrikt het water in duiken toen ik uit het niets het terras opliep.

Maar het beste moest nog komen. Mijn liefje maakte mij gisteren attent op 'iets aparts' in de tuin. Ere wie ere toekomt. Volgens haar moest ik mijn camera meebrengen. Nou, daarover zei ze niets teveel! Ik bekeek de kastanjebruine kluwen met oranje antennes in de orchideeboom van alle kanten. Die kluwen leek op het eerste gezicht op twee reuzevlinders of motten die met hun lijven aan elkaar zaten. Ik wist genoeg: ze waren bezig aan het liefdesspel en bewogen met de wind mee. Ik maakte foto’s zonder flitser en keek gebiologeerd toe. Ze bleken echter niet gediend van het gegluur van deze paparazzi en weken uiteen. Mea culpa, ik verstoorde hun paring.

Met hun reuzevleugels zweefden ze tot mijn grote verbazing en vreugde rondom de plaats delict. De ene vlinder zeeg neer op het gras, de andere vloog naar een tak verderop. Bij nader inzien bleken er twee stellen rond te hangen. Nadat ik mij uiteindelijk wist los te maken van deze reuzenvleugels zocht ik hun naam en beschrijving op het web op.
Ik googlede op 'very large butterfly' en had meteen beet. Het blijken Atlasvlinders (Attacus atlas) of Mariposa te zijn. Het is familie van de nachtpauwoog die veel voorkomt in tropische en subtropische bossen van Zuidoost-Azië. Dat is een aardig compliment voor tuinman Putu en mijn liefje. Het opmerkelijke is dat ze kennelijk nauwelijks overdag zijn te zien?!

In India houdt men de pop van de Atlasvlinder voor zijdeproductie. Niet op grote schaal want deze vlinder produceert zijde in (te) korte draden. Ik las ook dat de cocon in Taiwan wordt gebruikt als damestasje. Daar ik het reproductieproces onderbrak, vraag ik mij in alle ernst af of we ooit een cocon in onze tuin zullen aantreffen. Weg tas en mijn liefje kan fluiten naar een zelfgesponnen Hermès-sjaal.

De vlinder dankt zijn naam (Atlas) aan het feit dat er een soort wereldkaart op de vleugels zit. Bovendien zie je er driehoekige, doorzichtige vensters die natuurlijke vijanden moeten afschrikken; iedereen behalve mij welteverstaan. Die vensters zijn op deze foto goed te zien. Wat ik ook leuk vind, is dat de Cantonese naam van deze nachtvlinder snake’s head is. Ik maakte een close-up van de vleugeluiteinden en als je goed kijkt, zie je daadwerkelijk een slangekop!

Deze vlinder wordt als een van de grootste ter wereld beschouwd waar het vleugeloppervlakte betreft: 400 vierkante centimeter. Hun vleugelwijdte ligt tussen 20 à 30 centimeter. Geen A380 maar toch aanzienlijk. Als een heuse Darwin-adept mat ik de vleugels op van een van de mannetjesvlinders in eigen tuin: circa 23 centimer. Een record-Attacus werd eerder gemeten op Java: 26.2 cm. In de boeken kom ik dus niet met deze vondst. Blij ben ik evenwel met de ervaring. Reuzemooi!