Translate

Posts tonen met het label vlinders kijken op Bali. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlinders kijken op Bali. Alle posts tonen

maandag 11 november 2019

Hierheen, daarheen

Alhoewel hier afgelopen weekend de poolwind (‘chorro polar’), een straalstroom uit het Poolgebied, door de straten blies, bleef het zonnetje schijnen. De wind gierde om het huis maar toch werd die door het nationaal meteorologisch instituut afgedaan als matig. Het was goed weer voor Spaanse vlag. Op 10N, gisteren, vonden hier wederom nationale verkiezingen plaats. 

Onze overburen in Madrid meldden dat ze hun burgerplicht bij de stembus gingen doen maar er weinig zin in hadden. Dat begrijp ik: het is voor Spanjaarden dit jaar de tweede keer en de vierde keer in vier jaar. Het lukt maar niet een stabiele, politieke coalitie te sluiten. Dat is men hier niet gewend. Tot voor kort regeerde hier de PP of de PSOE alleen. Het tweepartijenstelsel veranderde in de afgelopen jaren rap en radicaal. Het politieke spectrum versnipperde ook hier. De Socialisten willen echter onder geen beding regeren met de Volkspartij of andere rechtse partijen en vice versa. Dit jaar wapperen in onze woonwijk meer nationale vlaggen. Het zou zo maar kunnen duiden op een VOX-aanhanger. Een oudere Spanjaard die aan de boulevard woont en ons altijd vriendelijk groet, ga ik een dezer dagen eens vragen naar het waarom van zijn vlag.

Mijn liefje kwam onlangs thuis met een oud, vuil stembiljet van VOX dat ze voor mij opraapte. Ze dacht dat ik er wel interesse in zou hebben. De leus van deze partij was en is ‘España Siempre’ (het platform dat deze leus bedacht, distancieerde zich recent van de partij). De ontvanger van het biljet wordt verzocht te stemmen voor: behoud van de eenheid van de natie, opheffing van het kostbare autonome model, verlaging van belastingen en reductie van overheidskosten, stoppen van illegale immigratie, verdediging van traditionele normen en waarden, milieubehoud en bescherming van het plattelandsleven. Als je dit lijstje leest, valt er weinig op aan te merken - ware het niet dat deze partij verder rechtsextreem gedachtengoed aanhangt. Het viel mij op dat er relatief veel vrouwen op deze lokale kieslijst stonden (zij het niet bovenaan). Daar begrijp ik niets van…

De uitslagen zijn bekend: de PSOE verloor drie zetels maar blijft de grootste partij, de PP won zetels maar niet zoveel als voorspeld, het aantal VOX-zetels verdubbelde ruimschoots. Daarmee werd het de derde partij van het land. Wellicht is de flinke winst op rechts een extra duwtje in de rug voor de vorming van een coalitie op links? We gaan het in de komende weken zien.

Vorige week stopte ik met zwemmen in zee; het water was toen nog ongeveer 21  graden Celsius. Het kwam er een paar achtereenvolgende dagen niet van vanwege andere verplichtingen en daarmee stierf mijn dagelijkse zwempartij een zachte dood. Ik vind het prima zo. Dit jaar zwom ik langer door dan in enig voorafgaand jaar; wat je noemt een persoonlijk record. Ik pak de natte draad weer graag op in Bali. Mijn kleine zwemvrienden aldaar kijken er ook naar uit. Het aftellen is begonnen.

Hier loop of fiets ik nog bijna dagelijks over de wandelboulevard langs het strand. Er viel in de afgelopen dagen van alles te zien. De Spaanse marine was met twee grote fregratten actief op de Middelandse Zee. Vanwege het relatief rustige weer steken momenteel veel bootjes met illegale vluchtelingen vanuit Noord-Afrika naar dit deel van Europa over. In Spanje stapten tot nu toe aanzienlijk minder migranten vanuit Marokko aan wal dan in 2018; het waren er destijds 65.000. De voormalige PSOE-regering wilde dat aantal halveren en sloot daarvoor een akkoord met Marokko; met een geldelijke vergoeding als tegenprestatie. Tot en met augustus 2019 daalde het aantal mensen dat via deze route naar Spanje kwam met 39% ten opzicht van vorig jaar. (Men noemt deze migratie in officiële Spaanse documenten niet illegaal maar irregulier.)

Ik verwacht dat werkwillende ‘irreguliere’ migranten hier momenteel welkom zijn. Spanje komt handen tekort om aardbeien, bosbessen en kruisbessen te plukken. In een recente lokale krant las ik dat de provincie Huelva, de grootste groenten- en fruitschuur van het land, voor dit seizoen slechts 600 van de 10.000 extra vacatures in de landbouw kan vullen, ondanks de hoge werkeloosheid in deze sector van Andalusië (ruim 9.000 personen). Dat is bovenop de 19.000 seizoensarbeiders uit Marokko die jaarlijks voor dit seizoen van de Spaanse regering een speciaal contract ontvangen om te komen plukken.

Er zijn weliswaar voldoende potentiële werknemers (ofwel: werklozen) in eigen land voorhanden maar die willen dit werk niet doen. Het is beneden hun opleidingsniveau, eventueel geïnteresseerden krijgen slechts een kortlopend contract en de collectieve arbeidsovereenkomst schiet op enkele punten tekort (te lange werkdagen, er wordt te weinig salaris betaald of niet alle gewerkte uren worden uitbetaald). Het officieel overeengekomen dagloon voor plukkers ligt rond €42. Agrariërs vrezen dat deze oogst zal blijven liggen en daardoor verloren gaat.

Wat ik die dag ook op zee zag, was een groot zeilschip met een extreem lange mast. Veel langer dan gebruikelijk. Met mijn telelens nam ik een foto die ik later thuis nader bekeek. Het bleek te gaan om het schip ‘Elida’ dat vaart voor Jezus. Het megajacht is 40 meter lang, de mast 45 meter; het heeft een zeiloppervlakte van 800m2. Het is een missieschip van een Zweedse christelijke organisatie die sinds enkele jaren in het voor- en najaar met gelovige jongeren van Stockholm naar Jeruzalem vaart. Uit solidariteit met het Joodse volk. Een groter contrast met de situatie van (vooral) jonge Afrikaanse mannen in rubberbootjes kun je niet bedenken.

Alhoewel de temperatuur hier nog rond 20 graden Celsius ligt, zag ik al vogels in V-formatie verder naar het zuiden trekken. Boten komen hierheen, zij vliegen daarheen. Het is de tijd waarin ik hoop op mooie plaatjes van trekvogels in onze duinrand maar tot dusver is het bepaald geen vogelaarsfestijn; in tegenstelling tot twee jaar geleden in dezelfde maand. Toen was het hier ‘bird galore’! Destijds trok ik er dagelijks met de camera op uit om een grote variëteit aan gevederde vriendjes te fotograferen.

Momenteel wordt mijn aandacht getroffen door dagvlinders. Tijdens de afgelopen zomer schitterden ze door afwezigheid en daarvoor had ik geen verklaring. Normaliter bezoeken ze in dat seizoen ook de planten en struiken in onze tuin. Vorig jaar kregen we bezoek van een bijzondere kolibrievlinder. Deze zomer vloog er bijna niets rond. De vlinders die ik nu vooral spot, zijn: het grote en kleine koolwitje, de heivlinder, oranje luzernevlinder, distelvlinder en koninginnenpage. De ‘mariposa tigre’ (rechtsboven afgebeeld; niet te verwarren met de tijgervlinder) is overigens een typisch Iberische vlinder. Ze vormen met elkaar een bonte stoet.

De distelvlinder en de luzernevlinder zijn trekvlinders. Die vliegen in het najaar  duizenden kilometers van het noorden naar warmere zuidelijke oorden. Als omgekeerde bootvluchtingen. Sommige van deze vlinders bewogen hun vleugels zo snel dat ik nauwelijks goede foto’s kon maken. Anderen gingen er echt voor zitten. Soms als dubbeldekkers op elkaar. Necrofilie of juist nieuw leven? Individuele trekvlinders planten zich op hun route naar het zuiden voort en sterven ter plekke.

Het is niet voor het eerst dat ik interesse heb in deze gevleugelde insecten. Toen we over een huis met tropische tuin in Bali beschikten, legde ik hun gefladder en geflirt met onze planten en struiken wekelijks met de camera vast. De mooiste die ik daar met eigen ogen zag, was de atlasvlinder. Het is de grootste vlinder ter wereld. In maart 2011 ontwaarde ik een rondtollende kluwe oranje in een boom. Het bleek te gaan om twee grote, oranjekleurige exemplaren. Ze zaten met hun achterlijven aan elkaar vast; anticiperend op nageslacht. Ongeveer 24 uur bleven ze innig verstrengeld om elkaar heen hangen. Daarna verdwenen ze als sneeuw voor de zon.

De poolwind ging voorlopig liggen. Dat is goed nieuws voor ons, de vogels en de vlinders.


vrijdag 22 april 2011

De roep van de gekko

Het is Earth Day vandaag. Het wordt in meer dan 175 landen gevierd en ook in Bali. Het is een dag waarop naar schatting 1 miljard mensen wereldwijd extra aandacht aan de natuur besteden. Dat is in mijn geval niet nodig omdat ik daarvoor altijd al veel aandacht heb.

Vanmorgen zag ik een vlucht grote ibissen overgaan. Het waren er 14 en ze vlogen in V-formatie. De zon scheen door hun brede, spierwitte vleugels. Een mooi gezicht. Vooral omdat die vlucht mij vertelt dat het droge seizoen definitief is aangebroken! De lucht is prachtig; van een bepaald blauw dat moeilijk is te beschrijven maar typerend is voor dit seizoen. Ook de zee schittert helder blauw. De terrasmatten kunnen nu permanent naar beneden blijven; het gevaar voor rukwinden en storm is voorbij. In plaats daarvan voel ik een warm windje onder de matten doorblazen al blijft het de koelste plek van het huis. Sproeien van de tuin is weer dagelijks nodig evenals het bijvullen van het zwembad; dat water verdampt. Elke ochtend zie ik weer vele, met toeristen afgeladen vissersboten aan de einder, speurend naar dolfijnen die zich kennelijk voor onze villa ophouden. Onlangs zag ik een dolfijn uit het water opspringen, zonder verrekijker en niet ver van het terras verwijderd. Gisteren zag ik twee Balinese snorkelaars. Nieuwe tijden breken aan, nieuwe ervaringen staan mij ongetwijfeld te wachten.

Onlangs las ik het autobiografische boek 'De Opstand' van Jacob Vredenbregt. In 1946 wordt hij als 18-jarige soldaat naar Indië gezonden om er te vechten. Nederland noemt het Indonesische verzet tegen kolonisatie eufemistisch een opstand. Soldaat Vredenbregt ervaart het steeds meer als een oneigenlijke oorlog tegen Indonesiërs die alle recht hebben vrij te zijn. Vredenbregt wordt door Indische nationalistische strijders neegeschoten en verblijft ruim anderhalf jaar in krijgsgevangenschap op Java. In het boek beschrijft hij openhartig zijn seksuele relaties met mannen en vrouwen, zijn steeds duidelijker wordende politieke standpunt en zijn toenemende aversie tegen Nederlandse bevelhebbers ter plaatse.

En hij schrijft over tropische vlinders. Vredenbregt, verwoed lepidopterist, begint zijn boek met de beschrijving van een bijzondere vlinder die hij voor het eerst in levende lijve ziet: de weerschijnvlinder. Ik had nog nooit van deze vlinder gehoord en zocht naar een foto op internet. Een prachtig diertje, inderdaad. Zwart-grijs met een witte baan en stippelrand als je er recht op kijkt maar onder een bepaalde hoek worden de vleugeluiteinden indigoblauw.

Geloof het of niet maar slechts enkele dagen later vloog er in huis eentje min of meer tegen mij aan. In eerste instantie had ik niet door van welke soort de vlinder was maar toen ik het diertje onder een aantal hoeken bekeek, doemde het prachtige blauw van de vleugeleinden op. Ook ik zag een weerschijnvlinder met eigen ogen... Ik was er stil van. Het diertje bleek ook een oogje op mij te hebben want het hechtte zich aan mijn shirt en kroop langzaam over mijn arm naar mijn hand. Zó langzaam dat ik ook Elsa en mijn liefje er deelgenoot van kon maken. Toeval bestaat!

Het betreffende boek bleek meer verrassingen voor mij in petto te hebben: ik las tevens dat je een wens mag doen als de gekko precies 7 keer roept. Nu hebben wij op Onze Domeinen een aantal huisgekko’s dus sinds ik dit weet, tel ik mij suf. Alsof je luistert naar een koekoeksklok in de tropen. Het herinnerde mij aan de tijd dat ik op de Oude Delft woonde en de klokketoren van De Lange Jan dagelijks zijn slagen ten gehore bracht. Tot nu toe hoorde ik de gekko slechts éénmaal 7 keer roepen. Mijn liefje en ik zaten aan het avondmaal, keken elkaar glimlachend aan en deden ieder onze wens. Alhoewel we niet over onze eigen wensen praten, weet ik zeker dat we allebei op dat moment hetzelfde wenste...

Ik zei een paar weken geleden tevreden tegen mijn liefje: “we zien elke week wel iets bijzonders in de tuin. Ik hoop dat we dit ambitieuze schema kunnen volhouden!” Jacob Vredenbregt is vanaf 1970 hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Jakarta. Hij verloor zijn hart aan Indonesië. Ik aan Bali, op dagen als deze...

maandag 7 maart 2011

Wat mot dat?!

Ik ben inmiddels ruim twee weken terug op het Balinese honk maar het voelt als veel langer. Er gebeurde zóveel: de nieuwe baby van kokkie Elsa werd geboren, er waren volop Balinese ceremonies, het werd Balinees Nieuwjaar (1933 volgens die kalender), de villabouw ter westerzijde van ons terrein vorderde gestadig.

Het hoogste punt van de bouw werd bereikt al kreeg ik niet de indruk dat het pannebier hiernaast rijkelijk vloeide. Teneinde privacy te waarborgen, laat ik elke dag de matten aan het einde van ons terras neer. Die houden het lawaai echter niet tegen dus Tom Poes verzon een list. Sinds de verhuizing staat er één langwerpige doos onuitgepakt in de opslagruimte van het gastenhuis. Ik ging ervan uit dat daarin de partytent zou zitten. Dat klopte. Met de gebruiksaanwijzing en genummerde stokken bouwde ik het geheel in een mum van tijd op. De tent staat nu naast de ingang van de bijkeuken. Die plek achtte ik geschikt vanwege het feit dat het helemaal aan de andere kant van het terras ligt, schaduwrijk is, uitzicht geeft op de Balizee en bereikbaar is voor de verkoelende zeebries. Twee stoeltjes en een tafeltje eronder en klaar was de aanleunwoning! Het ergste komt nog, volgens velen: het slijpen van de terrastegels... Wanneer het tè bar en boos wordt, boeken we een verblijf elders in de Indonesische archipel.

De tuin is weer een bron van vreugde. Er is veel te zien en te beleven. Na lang treuzelen staken de spider ladies hun kopjes op. Ik constateerde dat er weliswaar evenveel vlinders rondfladderen maar dat ze bijzonderder zijn dan in de maanden hiervoor (zie lopende diashow). Er zijn tevens witkopmunia’s die nu hun nestjes bouwen in kokospalmen op het terrein. Bovendien blijken we naast gekko’s tevens onderdak te bieden aan een kleine komodo varaan die zich bij tijd en wijle in onze alternatieve vijver ophoudt. Ik zag hem een aantal keren verschrikt het water in duiken toen ik uit het niets het terras opliep.

Maar het beste moest nog komen. Mijn liefje maakte mij gisteren attent op 'iets aparts' in de tuin. Ere wie ere toekomt. Volgens haar moest ik mijn camera meebrengen. Nou, daarover zei ze niets teveel! Ik bekeek de kastanjebruine kluwen met oranje antennes in de orchideeboom van alle kanten. Die kluwen leek op het eerste gezicht op twee reuzevlinders of motten die met hun lijven aan elkaar zaten. Ik wist genoeg: ze waren bezig aan het liefdesspel en bewogen met de wind mee. Ik maakte foto’s zonder flitser en keek gebiologeerd toe. Ze bleken echter niet gediend van het gegluur van deze paparazzi en weken uiteen. Mea culpa, ik verstoorde hun paring.

Met hun reuzevleugels zweefden ze tot mijn grote verbazing en vreugde rondom de plaats delict. De ene vlinder zeeg neer op het gras, de andere vloog naar een tak verderop. Bij nader inzien bleken er twee stellen rond te hangen. Nadat ik mij uiteindelijk wist los te maken van deze reuzenvleugels zocht ik hun naam en beschrijving op het web op.
Ik googlede op 'very large butterfly' en had meteen beet. Het blijken Atlasvlinders (Attacus atlas) of Mariposa te zijn. Het is familie van de nachtpauwoog die veel voorkomt in tropische en subtropische bossen van Zuidoost-Azië. Dat is een aardig compliment voor tuinman Putu en mijn liefje. Het opmerkelijke is dat ze kennelijk nauwelijks overdag zijn te zien?!

In India houdt men de pop van de Atlasvlinder voor zijdeproductie. Niet op grote schaal want deze vlinder produceert zijde in (te) korte draden. Ik las ook dat de cocon in Taiwan wordt gebruikt als damestasje. Daar ik het reproductieproces onderbrak, vraag ik mij in alle ernst af of we ooit een cocon in onze tuin zullen aantreffen. Weg tas en mijn liefje kan fluiten naar een zelfgesponnen Hermès-sjaal.

De vlinder dankt zijn naam (Atlas) aan het feit dat er een soort wereldkaart op de vleugels zit. Bovendien zie je er driehoekige, doorzichtige vensters die natuurlijke vijanden moeten afschrikken; iedereen behalve mij welteverstaan. Die vensters zijn op deze foto goed te zien. Wat ik ook leuk vind, is dat de Cantonese naam van deze nachtvlinder snake’s head is. Ik maakte een close-up van de vleugeluiteinden en als je goed kijkt, zie je daadwerkelijk een slangekop!

Deze vlinder wordt als een van de grootste ter wereld beschouwd waar het vleugeloppervlakte betreft: 400 vierkante centimeter. Hun vleugelwijdte ligt tussen 20 à 30 centimeter. Geen A380 maar toch aanzienlijk. Als een heuse Darwin-adept mat ik de vleugels op van een van de mannetjesvlinders in eigen tuin: circa 23 centimer. Een record-Attacus werd eerder gemeten op Java: 26.2 cm. In de boeken kom ik dus niet met deze vondst. Blij ben ik evenwel met de ervaring. Reuzemooi!



maandag 15 december 2008

18:40 uur stipt!

Elke avond om precies tien over half zeven barst het los: het geluid dat de krekels produceren bij het vallen van de tropenavond. Je hoort het geluid aanzwellen tot het oorverdovend is. We moeten dan zelfs onze stem verheffen om te worden gehoord. Terwijl ik dit typ, geeft mijn computerklok 18:40 aan. Ook vandaag zijn ze geen minuut later!
In de badkamer in Spanje heb ik al jaren een zwartglimmend doosje staan en als je het opent, beginnen twee zichtbare (nep)krekels geluid te maken. Ik kocht het ooit in Thailand en ik open het af en toe. Hier hoef ik echter niets te openen: het gaat helemaal vanzelf en het grappige is dat het ook vanzelf weer uitgaat. Na een minuut of tien is het voorbij en daalt er een vredig rust over de omgeving. Afgezien van het geluid van het kabbelende zeewater aan het einde van de tuin.

Maar dat is lang niet alles wat zich in onze tuin afspeelt. We hebben een rijk geïllustreerde vogelgids geleend van de buren, getiteld 'Birds of Bali' (van auteur Victor Mason) omdat er zoveel kleurig gefladder en gekwetter om ons heen was. En dan wil de natuurvorser in mij toch weten wat het is! Volgens de gids hebben de volgende vogels tot nu toe onze tuin bezocht:
  • olive-backed sunbird - een kleine vogel met een groengele borst, een donkerblauwe kop en een gekromde snavel waarmee de nectar uit de bloem wordt gezogen;

  • pied fantail - een zwart-witte, kleine vogel die veel met de staart op en neer gaat;

  • scaly-breasted munia - donkerbruin lijf met blauwgroene snavel, heeft de bouw van een mees;

  • brown honeyeater - een kleine, bruine vogel, met een gebogen snavel voor de bloemennectar en een geelachtige staart als een zebrapad;

  • rufous-backed kingfisher - de mooiste (oranje met gele) van de ijsvogels;

  • cattle egret - de witte reiger met de lichtoranje kop;

  • short-billed egret - een tamelijk grote, geheel witte reiger;

  • white-bellied swiftlet - lijkt op een zwaluw, vliegensvlug;

  • orange-breasted canary - (zelf verzonnen maar klinkt aannemelijk...) de nieuwe oranje kanarie van Ton, Fely en de kids; in een kooitje, dat wel.

Zelf ben ik stellig van mening dat ik tevens de white bellied sea eagle (grote zeearend) met grote vleugelhalen boven de zee heb gespot. Ik vertelde dat aan mensen die hier om de hoek wonen en zij bevestigden mij dat ook zij op die dag een arend zagen. Ik zie ze dus echt vliegen! Niet gek voor een amateur, nietwaar?! Wat ik noem Happy Birddays.

Maar ook deze fraaie opsomming is niet alles. Wij hebben vlinders, heeeel veeeel vlinders in de tuin! Het woord voor vlinder is 'kupu-kupu' in Bahasa Indonesia. Ze vliegen hier rond in allerlei soorten, maten, kleuren en patronen maar daarover weet ik momenteel niet te veel meer te zeggen want de buren hadden geen vlindergids...
Ik jaag niet op vlinders met een netje maar met mijn telelens. En dat is verslavend!
De meeste vlinders heb ik gefotografeerd bij de lantanas; vlinders zijn dol op die bloem. Anderen kwamen eenvoudigweg binnengevlogen. We leven immers in een open huis. We hoeven het niet eens te houden (open-huis). Ik kan jullie verzekeren dat alle vlinders de photoshoots binnen hebben overleefd.
Ik ken er slechts één bij naam: de 'painted Jezebel'. Die vlinder lijkt ook net een schilderspallet met zwarte, gele en oranje vleugels.
Op Bali, nabij Tabanan, ligt overigens het enige vlinderpark van de Indonesische archipel dus dat betekent wel iets. Het is tevens het grootste vlinderpark van Zuid-Oost Azië. Ik heb een fotocollage gemaakt van alle kleurrijke fladderaars die ik tot nu toe op de foto heb weten te zetten. Ik ben nog lang niet klaar met hen, al zullen sommige soorten mij hoogstwaarschijnlijk altijd te vlug af zijn. Zij zijn wellicht wel klaar met mij. Jezebel is de schoonheid op de foto rechts in het midden.



Animations - butterfly-02