Translate

Posts tonen met het label dinosauriërs zijn niet uitgestorven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dinosauriërs zijn niet uitgestorven. Alle posts tonen

maandag 26 december 2016

Myanmore (part 1)

Wat zijn Birmezen aardig! 
Ik denk het op vele momenten van de dag. Het land is nog niet heel lang vrij toegankelijk voor toeristen en dat betekent waarschijnlijk dat mensen nog nieuwsgierig en open zijn. Er wordt flink gestaard. Sommige personen dwingen je bijna oogcontact te maken en dan te praten, anderen gluren stiekem maar kijken snel weg als je hen recht in de ogen kijkt. Bang om te praten met witten? Angst om niets te begrijpen of terug te kunnen praten? In een lokaal krantje las ik dat men dit jaar 6 miljoen toeristen verwacht; vorig jaar lag dat op 4.6 miljoen. Een groot deel van hen bestaat uit dagtoeristen die de grens met Thailand en China oversteken. Vandaag liet ik een groepje starende pubers schrikken door ‘boe’ te roepen. Enkele meiden sprongen een paar centimeter in de lucht, anderen deinsden geschrokken terug waarna een brede glimlach op hun gezichten verschenen. Zo eng zijn wij witten nou ook weer niet. Het is boeiend om te aanschouwen.

Gisteren deden we als heuse toeristen een rondje langs enkele bezienswaardigheden van Mandalay. We bezochten het eiland Mingun dat in de Irrawaddy-rivier ligt. We voeren er op een traditioneel schip naar toe. Het leven langs een rivier vind ik altijd fascinerend: of het nu de Mekong-delta, de watervlakten van Centraal Sulawesi of de Amsterdamse grachten zijn. Als liefhebber van zeezoogdieren hoopte ik nog op het spotten van een roze Irrawaddy-dolfijn maar het diertje is zó zeldzaam dat de kansen überklein zijn. Bovendien vertelde een lokale gids aan boord dat we meer kans zouden hebben in regenseizoen als de waterstand meters hoger is. Ik leg mij erbij neer. Er moet iets te wensen overblijven.

We bezochten daar de oudste stenen leeuw en de oudste niet-afgemaakte stupa ter wereld die in de loop van de tijd veel schade van aardbevingen opliep, de grootste gietijzeren bel (90.000 kilo), de immens witte pagode-met-zeven-lagen en een bejaardentehuis voor boeddhisten, man en vrouw. Rondom de heiligdommen werd gevoetbald door de lokale jeugd. 

Op het eiland wandelden we op ons gemak van dorp tot dorp. Mijn liefje werd vergezeld door een lokale vrouw die kettingen van natuursteen verkocht. Gemoedelijk wandelde zij mee, keuvelend over… eh, ik weet niet. Ik zag het van een afstand aan. Sinds de sneue heup loop ik nog steeds aardig mee maar nauwelijks meer voorop. Op enig moment vertelde de lokale vrouw dat ze niet verder kon gaan want we hadden de dorpsgrens bereikt en zij mocht daar niet overheen. Een andere sales force nam het stokje daar van haar over. In dat nieuwe gebied werd ik ontdekt door de lokale Mimi, een leuke, zachtaardige jonge vrouw die ansichtkaarten verkocht. Ze zocht contact, vroeg naar mijn herkomst en naam en liep daarna voortdurend naast mij. Ze wapperde mij koelte toe, wachtte mij bij tempels op met mijn schoenen en sokken in haar hand, vroeg naar mijn welzijn. Het roerde mij. Bij het afscheid gaf ik haar een flinke fooi maar kocht niets van haar waar. We lieten ons met een ossentaxi naar de boot terug brengen.

's Middags bezochten we onder andere Mandalay Hill, met fraaie boeddhistische pagodes aan de voet van en op de heuvel (236 meter hoog). De pagode op het hoogste platform bereikten we met een roltrap, believe it or not! Met blote voeten op een roltrap in Myanmar staan, is een aparte ervaring. In Myanmarese tempels moet je zowel je schoenen als je sokken uitdoen. Monniken mogen worden gefotografeerd als je vraagt of het oké is. Ze gaan er dan zelfs even goed voor zitten. Dat levert niet altijd het gewenste  resultaat op (spontaan gedrag is vaak leuker) maar vriendelijk is het. Vrouwelijke boeddhistische monniken, nonnen, zijn hier net zo kaal als hun mannelijke collega’s maar gaan in zoetroze gekleed. We zien ze hier overal in de stad; ze worden toegestaan vanaf de leeftijd van drie jaar.

Lokale bezoekers van tempels zijn bescheiden maar zouden het liefst vragen of ze met jou op de foto mogen. We staan reeds op enkele shots, openlijk en stiekem. Een gids vertelde mij tijdens zo’n omloop, nadat ik over de rondfladderende vlinders begon, dat er niet veel dieren over zijn in dit land. Huh?! ‘Waar zijn die dan?’ Opgegeten. ‘Op enkele mussen na’, naar verluidt. Ik moet dat tegenspreken. Ik zag en fotografeerde reeds luid orerende neushoornvogels, imposante roofvogels en kleurrijke kingfishers. Dat niet al mijn nieuwe gevederde vriendjes even scherp zijn gekiekt, is te wijten aan het enthousiasme van de amateurfotograaf!

Enkele weken geleden vond een Chinese wetenschapper een stuk amber op een markt in het noorden van Myanmar. De vondst bleek zeer opmerkelijk: in het amber trof men een deel van een dinosaurusstaart met veertjes aan. Het was voor het eerst dat wetenschappers een dinosaurusstaart vonden. Bovendien zou het kleinood kunnen aantonen dat meer dino’s dan gedacht waren bedekt met veren.

We raakten in de afgelopen periode in de ban van dino’s vanwege Freek Vonk’s AH-verzamelboeken, de 3D-brillen en de app voor de Balinese mannetjes dus dit nieuws bleef hangen. Amber en jade zijn enkele van de edelsteensoorten die in Myanmar veelvuldig worden gedolven. Het is een prachtding dat ik zelf graag zou hebben gevonden!

Vandaag namen we afscheid van chauffeur Aung Ko. Morgen vertrekken we met de bus naar Bagan, het epicentrum van Myanmar’s boeddhisme. We gaan daar met eigen ogen zien hoeveel schade de recentste aardbeving aanbracht aan de tempels. Naar verluidt, staat een aantal er in de steigers. Bloggen gaat niet vanuit het huidige hotel; we keerden met plezier terug naar onze vorige pleisterplaats. Terug naar al fresco-lunch en razendsnel wifi. Mijn liefje ligt nu in het zwembad terwijl ik zit te typen. Ons hotel in Bagan heeft ook een bad; het zou oase tussen de stoepa's zijn. En hopelijk goed werkende wifi. Ik ga het zien, ook jij zult het merken. Het Mandalay-webalbum heb ik geheel bijgewerkt. 



maandag 4 juli 2016

Blog van een aardappeleter

Voor aanvang van onze reis naar het Vaderland stelde ik een lijstje op van dingen die ik er wilde ondernemen. Nu gaat het met dat soort lijstjes zoals verwacht: het ene doe je wel, het andere niet. Eén van de dingen waarop ik mijn zinnen zette, was frites eten bij Sergio Herman. Herman is een Nederlandse topkok die voor zijn culinaire prestaties in restaurant Oud Sluis (in Sluis, Zeeuws-Vlaanderen) drie Michelinsterren ontving; dat doen niet veel chefs ter wereld hem na. Mijn liefje en ik bezochten het restaurant in de jaren '90 van de vorige eeuw. Wij waren op vakantie in België. Met mijn schoonmoeder genoot ik er toentertijd van een plateau fruits de mer, een schotel boordevol schaal- en schelpdieren. Ik denk niet dat het restaurant destijds een Michelinster bezat.

Herman begon onlangs aan een nieuw culinair avontuur: Frites Atelier. Het is de bedoeling dat er op vier locaties in Nederland ateliers worden geopend: in Amsterdam (de vlaggeschipzaak), Arnhem, Utrecht en Den Haag. Op termijn heeft men ook internationale ambities. Uit de tekst van de website maak ik op dat het initiatief van derden kwam en dat Herman erbij werd gevraagd. Momenteel is alleen Atelier Den Haag open dus we gingen op pad. Het ligt aan Venestraat 7, schuin tegenover het pand van Maison de Bonneterie, pal in het stadscentrum. Het is dagelijks geopend van 11:00 uur tot 20:00 uur.
Er stonden enkele wachtenden toen we bij het pand aankwamen. Het is klein maar fijn, de sfeer en entourage doen Belgisch of Frans aan. De meisjes van de bediening zijn fris en mooi aangekleed: witte blouses met zwart schort. In Den Haag bestaan vacatures voor Frites Spécialiste. Ben jij gastvrij, gedreven en heb je oog voor detail? Heb je tenminste één jaar horeca-ervaring en ben jij op zoek naar een part-time job? Wellicht ben jij dan de Frites Spécialiste die wij zoeken!

De aardappel is vanzelfsprekend de held van dit nieuwe initiatief. Het hoofdbestanddeel van Frites Atelier is afkomstig uit de Zeeuwse klei. Van de honderden aardappelen die het team proefde, vonden ze die uit Zeeland veruit de lekkerste. Om de continuïteit te bewaken, werken ze met verschillende rassen. Een frietje is voor mij a guilty pleasure. Mijn liefje is de ware aardappeleter van de familie: zij droomt van Opperdoezen, krijgt blosjes op haar wangen bij de gedachte aan Roseval-aardappeltjes uit de oven... Tja. 

Je kunt kiezen uit vijf sauzen, waarvan de receptuur is ontwikkeld door Sergio: béarnaise, classic, basilicum, truffel en peper. Alle sauzen zijn vrij van conserveringsmiddelen, geur, kleur- en smaakstoffen. Wij kozen allebei voor de klassieke mayonaise. De frites zijn gemiddeld dik met hier en daar een schilletje. Ze waren goudkleurig, krokant van buiten en romig van binnen. De saus kun je -in afgemeten porties- zelf uit een pomp halen; je krijgt een flinke klodder. De servetten van de hand van Kamagurka zijn verschillend en erg leuk. Het geheel was heel lekker, al was de portie voor ons te groot. Wij hadden gemakkelijk samen uit één bakje kunnen eten. Terwijl wij aan een hoge statafel naast de voordeur stonden te snoepen, zag ik vooral jonge buitenlanders binnenlopen. Ik denk dat Frites Atelier een succes zal worden.

Onze dagen in Den Haag zitten erop; we vertrekken vandaag in noordelijke richting. Bernadette keert terug van een actieve vakantie in Thailand en wij maken vanzelfsprekend plaats voor haar. Het was goed toeven in haar huis. De komende dagen zullen we in een hotel doorbrengen, in de omgeving van onze vrienden Joan & Ben. Ook daar zullen dinosauriërs ons vergezellen. Die zijn helemaal niet uitgestorven, Naar verluidt, ligt er een dikke stapel plaatjes op ons te wachten. Joehoe! 
Het vinden van een hotelkamer viel overigens niet mee want op dit moment worden voorbereidingen getroffen voor het EK Atletiek in Amsterdam. 1.300 atleten uit 51 landen doen deze regio deze dagen aan. Misschien kom ik Dafne Schippers wel tegen?! Of Yuliya Stepanova die als enige schone Russin aan dit kampioenschap mag meedoen maar niet voor haar land mag uitkomen. Ze komt onder neutrale vlag aan de start.

De regelmatige lezer weet dat Joan, Ben en wij goede vrienden werden in Spanje. Ben werd eind vorig jaar serieus ziek waardoor ze onverhoopt naar Nederland terugkeerden. Hij onderging een serie ingrijpende operaties. Alsof dat nog niet genoeg was, liep hij in het ziekenhuis ook nog een levensbedreigende bacterie op die hem  langer aan het ziekbed kluisterde. Joan was in die periode zijn toegewijde Florence Nightingale. We zijn inmiddels maanden verder. Het is dus de hoogste tijd elkaar weer in de armen te sluiten.


woensdag 29 juni 2016

Van Freek of van God?

Circa twee weken geleden zag ik de dino-campagne van Freek Vonk voor Albert Heijn voor het eerst op tv. Ik was meteen enthousiast; niet voor muzelluf -al vind ik deze honderden miljoenen jaren oude dieren fascinerend- maar voor de mannetjes in Bali. Deze spaaractie hangt samen met de komst van een van de compleetste Tyrannosaurus rex-skeletten naar Naturalis. Het werd opgegraven in Montana (VS) en is vanaf 10 september in het Leidse museum te zien. Op die manier raakte bioloog Vonk betrokken bij de AH-reclamecampagne. Het is voor het eerst dat een dergelijk skelet is te zien buiten de Verenigde Staten. Deze T.rex werd na stemming in Nederland Trix gedoopt.

Toen mijn liefje en ik begin 2015 door Argentinië reisden, bezochten we de natuurparken Talampaya en Ischigualasto waar pootafdrukken en dinosaurusresten werden en worden gevonden. Begin dit jaar werden daar de resten van de grootste dinosaurus ooit gevonden: de notocolussus; een dier met een lengte van bijna 30 meter en een gewicht van 13 olifanten. We kochten toentertijd t-shirts met dino-opdruk voor Yuda en Damai en stuurden die met expresspost naar Bali. Op de valreep liepen wij het postkantoor van de stad Mendoza binnen; de manager was de deuren al aan het sluiten. Toen we het kantoor verlieten, hadden we omgerekend minder dan vijf euro in de portemonnee - zo duur was de verzending. Een week later bevestigde Elsa de ontvangst van de kadootjes. Qué rápido! De mannetjes vonden het, naar verluidt, fan-tas-tisch! Ik zag ze in de daaropvolgende maanden regelmatig in hun nieuwe shirts op de foto staan.

Zo kwam het dat we een week voor onze aankomst in Nederland, aan een aantal van onze vrienden vroegen of zij dino-plaatjes voor ons wilden sparen bij AH. In de tussentijd downloadde ik de bijbehorende 3D-app op de eigen smartphone. Bepaalde plaatjes hebben een speciaal effect waardoor je dinosaurussen over de tafel of op je hand ziet lopen. Daarvoor heb je een Virtual Reality-bril nodig. De marketeer van deze actie verdient een prijs, de plaatjes zijn een ware rage.

Bernadette was de eerste die ons een foto van haar plaatjes appte, Frans overhandigde ons een stapel kaartjes bij aankomst in Nederland, Emmy berichtte dat ze haar voorraadkast weer zou gaan vullen na de grote keukenverbouwing, Joan verklaarde zich solidair en meldde bovendien dat ook haar ouders (die wij kennen) voor ons gingen sparen. Hoe leuk is dat?! Zelf deden we inmiddels meer keren boodscchappen bij onze favoriete Nederlandse grutter.

We beschikken nu al over een fikse stapel, één verzamelboek en een kartonnen VR-bril. Ik begrijp ondertussen dat er crisis is in sparend NL. De boeken zijn uitverkocht, de brillen zijn op vele plekken (tijdelijk) niet te krijgen. In diverse supermarkten houden ze ruiluren voor plaatjes en bij menig winkelingang stonden jochies die aasden op de plaatjes van bejaarde klanten. Dino-maffia noemen wij ze met een knipoog. Zelf kunnen we er ook wat van: een jongeman voor ons in de rij bij de kassa betaalde met een te groot biljet, volgens de kassière. Ze kon met moeite wisselen. Mijn liefje stapte naar voren en kon het probleem oplossen. Op één voorwaarde: dat we zijn dino-plaatjes mochten hebben. Hij ging ermee akkoord. De plaatjes blijven dicht tot we in november naar Bali afreizen. In augustus is Yuda jarig en zoals gewoonlijk gaat er in juli een grote verjaardagsdoos met verrassingen op de post maar het lijkt ons beter als we erbij zijn wanneer de dino-spaaractie in Bali losbarst.

Zoals bij elke grote marketingcampagne is er altijd wel een organisatie of een groep die bezwaar maakt. De dino-actie is daarop geen uitzondering. Een groep fundamentalistische christenen fulmineerde tegen de AH-actie. Ze maakten een eigen website (dinodino) die ik op de dag van publicatie niet kon benaderen omdat die plat lag. Men bracht een alternatief dino-plaatje uit dat je via de website kunt aanvragen en dan met je sparende vriendjes kunt ruilen. Ik vind dat flauw. 

De protesterende groep heeft een probleem met de acceptatie van Darwin’s evolutieleer die biologen als Freek Vonk en andere wetenschappers aanhangen. Dino's die miljoenen jaren oud zijn? Zij geloven de versie van de Bijbel waarin wordt gesteld dat God ruim 2100 jaar geleden de wereld schiep en dat al het slechte op aarde de schuld is van de eerste mensen, Adam en Eva, die tegen de wil van God ingingen. Ook hun kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, achter-achterkleinkinderen en eenieder die daarna werd en wordt geboren, zijn de veroorzakers van oorlogen, honger, natuurrampen en dood. (Dat je het maar weet.) Dat wordt in religieuze kringen de zondeval genoemd en de daarmee samenhangende zondvloed is er debet aan dat ook dinosaurussen uitstierven. Dat vertelt Freek jou niet, he?” Aldus de website. Ik kies voor Freek. Alleen zijn verhaal gaan we vertellen aan de mannetjes in Bali.


woensdag 28 januari 2015

¡Qué liiiiiindaaaa!

De overgang van stadsleven naar puur natuur kon niet groter zijn. We logeren thans nabij twee bijzondere natuurparken. Dat wil zeggen: we verblijven op 55 kilometer afstand van natuurpark Talampaya en op 130 kilometer van Ischigualasto. Beide parken zijn paleontologische plekken, beide staan ze op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het is dinosaurusland, de fossielen die hier in de afgelopen jaren werden gevonden, blijken van grote betekenis te zijn. Hier werd een van de eerste dinosaurusskeletten ter wereld gevonden, daterend van 250 miljoen jaar geleden en skeletten van tot dusver onbekende dieren. 

We bezochten eerst het Parque Nacional Talampaya; in inheemse taal betekent dit ‘boom aan de droge rivier’. We boekten een excursie van drie uur in de speciale MoviTrack-bus, zonder airco, met een dak dat gedeeltelijk openschuift waardoor de stoel een staanplaats wordt. We torenden boven de bus uit. Het geheel was uitstekend geregeld: de bus vertrok op tijd, de gids verstrekte veel info en de kleine groep met Argentijnen was gezellig. De immense rotsformaties zijn magisch. We deden vier stations aan met: inheemse rotsschilderingen, een botanische tuin, de gotische kathedraal en de monnik (met totempaal en toren). Het zijn aanduidingen voor bijzondere geologische vormen. 



Vroeg op de route zag ik sporen in de droge en natte aarde: afdrukken van kleine en grote hoeven en prints van drie tenen. Dat laatste kon alleen een emusoort zijn. Niet veel later doken de eerste hoefdieren op: een Argentijnse hertensoort en groot uitgevallen konijnen met hoeven. Daarna zagen we jonge en volwassen emu’s onder de bomen of in de stroompjes. Rond lunchtijd stonden we onder een boom in een verbluffend landschap met een glaasje witte (lokale) wijn in de hand, proevend van de lekkerste groene olijven in mijn leven en enkele andere lokale versnaperingen, keuvelend met groepsleden. Dan is het leven extra mooi!

De dag erna stonden we vroeg op om naar Parque Nacional Ischigualasto te gaan. Op de route er naartoe zagen we veel wilde dieren; geen slecht begin van de dag. Ischigualasto was de eerste bezienswaardigheid op mijn netvlies, voordat we aan deze rondreis begonnen. Ik zag foto’s van de mysterieuze Maanvallei en meldde mijn liefje dat ik daarheen wilde. De reisleidster organiseerde het reisschema dusdanig dat we dat plan konden uitvoeren. De huur van een autootje was een voorwaarde om er te komen.


We waren niet de eerste bezoekers aan het park; een kleine groep stond voor het kantoor. In dit park mag je met eigen auto langs de bezienswaardigheden rijden; ook dit rondje duurt circa drie uur. Ik liep naar de balie en vroeg om twee toegangskaarten. Antwoord: ‘het spijt mij, het park is gesloten…’ Het was geen grap. Er was in de voorgaande dagen dermate veel regen gevallen, dat een deel van het gebied onbegaanbaar en soms zelfs gevaarlijk was geworden. Er zouden rotsblokken op auto’s kunnen vallen. Mijn teleurstelling moet zichtbaar zijn geweest.Geen buitenaardse ervaring in de maanvallei, geen onderzeëer, sfinx of champignon in rotsformaat. Ahhhhhh! De daarop volgende dag zou het park ook niet opengaan. Ook het interessante museum bleef die dag gesloten. Waarom? Ik heb geen idee. We dropen af.

Eenmaal buiten het park bestudeerde mijn liefje de landkaart. We zouden een alternatieve route kunnen volgen door een mooi gebied. Iets is beter dan niets dus we gingen op pad. Na een kwartier rijden zag ik een dode koe aan de kant van de weg liggen. Hij was slachtoffer van een recente aanrijding, nog helemaal intact. Ik keek om mij heen: roofvogels gallore. Mijn gevederde vrienden zaten in bomen rondom. Ik trapte op de rem, reed de berm in, bepaalde onze positie, zette de motor uit en haalde mijn camera tevoorschijn. Dat leverde de bijgevoegde fotocollage op.

Na ongeveer 45 minuten was het welletjes en vervolgden we onze route over Ruta Nacional 40. Het is de langste weg van Argentinië (meer dan 5.000 kilometers) maar wij deden slechts het deel in provincie La Rioja. We maakten een ronde van 300 kilometer, onder andere langs hooggebergte Las Colorados, terug naar het honk in Villa Unión. Dankzij mijn kleine camera werd het toch nog magisch...

Op ongeveer een half uur rijden van het hotel ontstond een probleem: de weg was afgesloten. Een man in oranje overall met walkie-talkie informeerde ons dat we niet verder mochten. Smeken hielp niet, even overwoog ik met Argentijnse pesos te zwaaien (maar we deden het niet). We moesten rechtomkeert, 300 kilometer terug, in plaats van een half uurtje door te tuffen. Ook hij verontschuldigde zich in alle toonaarden. De weg was niet verantwoord, hij deed slechts zijn werk. Dat was geen gemakkelijke boodschap voor iemand die niet van herhaling houdt. Daarom vroeg ik hem een gunst, ter compensatie van de pech: een foto als bewijs voor ‘het thuisfront’. 
Dat alles maakte het een zeer memorabele dag (en dat is de understatement van de week). Uiteindelijk konden we erom lachen. Reizen blijft verslavend. 

Morgen gaan we de 40 wederom deels af, nu in tegenovergelegen richting. De route heeft nog veel moois voor ons in petto. We gaan terug naar ons hotel in Mendoza, naar resto Bute en naar de wasvrouw. Van daaruit rijden we aanstaand weekend met de toeristenbus naar Chili. Zo passeren we de Argentijnse grens en reizen we over de Andes, naar verluidt door 19 tunnels. We verheugen ons erop en ook op beachlife aan de Chileense westkust.




zaterdag 26 september 2009

Wij zijn gemaakt van sterrenstof

Je kunnen verwonderen en laten verrassen vind ik een eigenschap waarvoor een mens wat mij betreft nooit te oud is. Zo keek ik vorige week met verwondering naar een uitzending van de BBC over het uitsterven van dinosauriërs. Aan het einde van het Krijt-tijdperk (65 miljoen jaar geleden) stierf deze diersoort uit, wellicht door de inslag van een meteoriet. Die theorie kende ik al wel.
In de documentaire kwam een groot aantal paleontologen aan het woord. Ze werkten allen naar eenzelfde conclusie toe aan het einde van het programa: deze groep dieren is niet uitgestorven. Het verraste mij te horen dat dinosauriërs voortleven in vogels: de pootafdruk van de uitgestorven dinosauriër -drie tenen- komt overeen met de pootafdruk van een kalkoen of emoe nu. Ik vond het een openbaring. Ik heb mij nooit verdiept in dinosauriërs maar des te meer in vogels. Deze gevleugelde vriendjes kregen sinds de rondreis door Australië mijn speciale aandacht. Mijn favoriete dinosauriër van dit moment is dan ook geen T-rex maar... een steenuil. Ik vind het verrassend te bedenken dat deze kleinste (sociale) uilensoort zo'n gevaarlijk en log dier als stamvader heeft.

Iets anders dat mij blijft verwonderen is de bijdrage van vergane sterren aan het menselijke bestaan. Ik ben een aanhanger van de evolutietheorie, niet van het scheppingsverhaal. Volgens die theorie ontstonden de zon en de aarde uit resten van vroegere generaties sterren. Ook de mens is opgebouwd uit resten van massieve sterren. Het explosieve einde van zo'n ster wordt een 'supernova' genoemd. Men heeft becijferd dat uit één ster in de supernova-klasse wel 30 miljoen 'aardes' kunnen ontstaan. Dat geeft maar weer eens overduidelijk aan hoe nietig wij, aardbewoners, zijn. Lang nadat de mens is opgehouden te bestaan, zullen de stoffen waaruit wij voortkwamen nog steeds voortbestaan. Die zullen nog miljoenen, zoniet miljarden keren een bijdrage leveren aan het leven op aarde, voordat de zon uit elkaar spat en daarmee alle elementen van de aarde door het heelal verspreidt. Die stoffen zullen vervolgens weer samenkomen in een nieuw zonnestelsel en een nieuwe planeet met nieuw leven mogelijk maken. Wij zijn dus gemaakt van sterrenstof... Die gedachte geeft een zekere eeuwigheidswaarde aan ons beperkte aardse bestaan.

Mijn beste vriendin Nelly zou vandaag, 26 september 2009, 49 jaar zijn geworden. Het mocht niet zo zijn: op 2 januari jongstleden overleed zij aan de gevolgen van ongeneeslijke longkanker. Een mens is dan weliswaar nooit te oud om te leren, zij was veel te jong om te sterven. In de afgelopen weken was zij nóg vaker in mijn gedachten. Niet vaker, anders. Ik overdacht regelmatig hoezeer zij een voorbeeld was in hoe zij met haar ziekte omging. Zoals zij er niet ziek wilde uitzien. Hoe zij actief bezig bleef met de mensen en de wereld om haar heen. Zoals ze vertrouwen bleef hebben in het proces, zelfs in de wetenschap dat genezing voor haar niet in het verschiet mocht liggen. En hoe ze ondanks alles positief bleef. De voetafdruk die zij in mijn hart achterliet, bestaat wel uit meer dan drie tenen...

Als ik nu aan haar denk, stel ik mij haar voor als ster. Flonkerend aan het firmament, heel ver weg maar toch zo dichtbij. Net als in voorgaande jaren, heb ik haar vandaag toegezongen en zal ik met mijn liefje op haar proosten.

Voor haar persoonlijke afscheidskaart koos Nelly een uitspraak van Antoine de Saint-Exupéry, de Franse schrijver van het boek 'Le Petit Prince' (de kleine prins). De volwassen hoofdpersoon in het boek ontmoet in de Sahara een prinsje dat van een buitenaardse planeet afkomstig is. Tussen hen ontstaan boeiende gesprekken over de mensheid en het leven. Ik las het boek als verplichte literatuur tijdens mijn middelbare schooltijd en las het uit vrije wil wederom als volwassene. En ik ben niet de enige: er verschenen wereldwijd 80 miljoen exemplaren van het boek. Het is dan ook bijzonder: het staat bol van de diepzinnige gedachten en fraaie tekeningen. Nelly's gekozen tekst gaat als volgt:

“Dit is mijn geheim: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.”

Weken geleden zag ik in een krant de volgende zin boven de rouwadvertentie voor een jonge vrouw: 'als tranen een trap konden bouwen en herinneringen een brug, dan klommen wij hoog de hemel in en haalden wij je terug'. Die tekst ontroerde mij. Zo voelt het wat mij betreft ook met Nelly. Al heb ik hoogtevrees, ik zou de hoogste ladder fier beklimmen als ik haar daarmee terug zou kunnen brengen naar het aardse, naar het hier en nu. Terug bij ons die haar zo missen. Al zijn wij samengesteld uit wonderlijke stof, we kunnen geen wonderen verrichten. Helaas.