Translate

Posts tonen met het label natuurlijke antioxidanten en kanker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuurlijke antioxidanten en kanker. Alle posts tonen

maandag 10 oktober 2011

Oktober borstkankermaand

Oktober is wereldwijd borstkankermaand en daar wil ik ook dit jaar bij stilstaan. Op 22 october aanstaande wordt in het zuiden van Bali een Pink Ribbon Walk gehouden. Het is niet de eerste keer dat het evenement hier plaatsvindt maar het is wel de eerste keer dat het in october gebeurt.

Toen wij onlangs de verjaardag van mijn liefje vierden met personeel en aanhang, kwam ons ter ore dat de vrouw van tuinman Ketut aan borstkanker lijdt. “Sama-sama anda.” “Net als jij.” Mijn liefje en ik hadden even oogcontact na die uitspraak. Net als zij maar dan anders. Inderdaad, ook mijn liefje kreeg die diagnose twee jaar geleden gesteld. De tumor werd vroegtijdig ontdekt, vakkundig verwijderd en de patiënte werd preventief nabehandeld. Vanmorgen dacht ik weer intensief aan die zware periode van chemotherapie. Ik kreeg er natte ogen van. Chemo is een mensonterende behandeling… Mijn liefje heeft echter een grote kans op volledig herstel.
Ik probeerde uit te vinden hoe het was gesteld met de vrouw van Ketut en welke behandeling zij ondergaat of onderging. Ik kwam niet veel verder dan te vernemen dat zij medicijnen krijgt of kreeg. Gebaseerd op eigen ervaring, heb ik geen hoge pet op van die locale medicijnuitgifte. Het vooruitzicht voor een borstkankerpatiënte op Bali is uiterst zorgelijk, want:

  • de meerderheid van de vrouwen gaat te laat naar het ziekenhuis. Bij 70% à 80% van hen wordt stadium III of stadium IV vastgesteld (uitzaaiingen naar andere delen in het lichaam);
  • veel vrouwen denken dat borstkanker niet is te genezen en vertrouwen op traditionele genezers en medicijnen;
  • er bestaan (nog) geen grootschalige, preventieve borstonderzoeksprogramma's;
  • er is een groot tekort aan diagnose- en behandelingsapparatuur. Machines die voorhanden zijn, zijn vaak sterk verouderd of kapot;
  • er zijn onvoldoende chirurgen met een oncologische opleiding, te weinig gespecialiseerde artsen en verpleegsters;
  • chemotherapie is mogelijk maar is voor de meeste zieke Balinezen tè kostbaar.
Ik voel dan ook veel compassie voor de aardige vrouw van tuinman Ketut.

Onlangs maakte ik een excursie naar de Kecap-fabriek ‘Meliwis’ in Temukus, een van de buurdorpen. Ketjap is een belangrijk ingrediënt in de Aziatische keuken en de isoflavonen in soja hebben gunstige eigenschappen voor de gezondheid van de mens: ze zouden bescherming bieden tegen kanker. Opmerkelijk is in dit verband het lage aantal Oost-Aziatische vrouwen (vooral Japanse) dat aan borstkanker (over)lijdt. Dat wordt deels toegeschreven aan hun grote sojaconsumptie. Westerse vrouwen consumeren gemiddeld minder dan 3 milligram isoflavonen per dag. Voor Japanse en Chinese vrouwen geldt een dagelijkse inname van 25–50 mg.

Als puber en jong volwassene at ik vegetarisch. In die periode verorberde ik ettelijke kilo’s sojabonen en andere sojaproducten. Uit recent Amerikaans onderzoek blijkt dat vrouwen die als kind regelmatig soja aten, 60% minder kans hebben op borstkanker. Ook gebruik van soja in de puberteit en op volwassen leeftijd zou de ontwikkeling van borstkanker tegengaan. Tot op de dag van vandaag ben ik liefhebber van tempeh. Bovendien wilde ik wel eens een gefermenteerde sojaboon met eigen ogen zien.

Al jaren rijd ik langs de fabriek. Deze keer informeerden wij of we er een rondleiding konden krijgen. De volgende dag waren we welkom. We werden bijzonder hartelijk ontvangen en deskundig rondgeleid door de Chinese directeur. De arbeidsinspectie moet maar niet langsgaan in die relatief kleine, rokerige ruimte... al leken de medewerkers het naar hun zin te hebben. Er werd hard gewerkt maar ook veel gepraat en gelachen. De fabriek is klein van opzet, heeft circa 40 mensen in dienst die allen rouleren. Het productieproces voor zoete ketjap (kecap manis) is tamelijk overzichtelijk, volgens de directeur:

de sojabonen worden eerst grondig gewassen, dan worden ze één week in een gescheiden ruimte opgeslagen om te fermenteren. De gefermenteerde bonen worden daarna grondig gespoeld. Vervolgens worden ze in een zeezoutbad geweekt. Dan worden de bonen gekookt. Het kooksel wordt gescheiden: het vocht wordt gebruikt als basis voor de sojasaus, de bonenpulp doet dienst als diervoeding. Voor deze Meliwis-ketjap wordt overigens geen tarwe gebruikt. Het bonenvocht wordt met goudbruine palmsuiker steeds verder ingekookt. De daaruit ontstane sojasaus wordt vele malen gezeefd. Het resultaat is een zoete, dikke, donkerbruine sojasaus.

Elke processtap mocht ik fotograferen en de mannen en vrouwen gingen er goed voor staan of zitten. Vooral de bottelarij en het handmatig afvullen van de flessen vond ik interessant. De Balinese vrouw die aan het kraantje werkte, Sulijani, stond mij te woord maar hield haar ogen strak op de dikke sojasaus die uit het vat stroomde. Ik kreeg de indruk dat zij de kraan niet helemaal kon dichtdraaien al kon ze de toevoer wel temperen. Ik moest direct denken aan Charlie Chaplin in de film ‘Modern Times’…

Een gladde, dikke saus vulde de lege flessen die aan haar voeten stonden. Ik had zin om een vinger onder de stroom te houden. Haar buurman deed de dop op de fles en zíjn buurvrouw plakte het etiket erop. Meliwis wordt beschouwd als een goede kwaliteit sojasaus. Een lokaal product om trots op te zijn. Dagelijks verlaten 1.000 flessen sojasaus die fabriek. Bij het afscheid vroeg ik de directeur wat we hem verschuldigd waren voor zijn tijd. De vraag werd weggewuifd. Een unicum. De man krijgt van mij een (roze) lintje!



vrijdag 31 december 2010

Over olie en bollen

De Britse TV-kok Nigella Lawson proefde deze maand in een uitzending van De Wereld Draait Door een oliebol, op verzoek van een vrouwelijke Jakhals. Poedersuiker dwarrelde op haar fraaie japon. 'Net gemorste heroïne', aldus de (oer)Hollandse interviewster. Nigella antwoordde met: 'no worries, it's worth it'. Dat is de vraag... Ik keek onlangs op Nigella’s website en vond daadwerkelijk een foto met recept voor het Hollandse kleinood. Ze meende het dus. Zelf ben ik geen groot fan van de oliebol, noch van haar recepten. Die vind ik doorgaans nogal gewoontjes. Maar als zij ergens van proeft, doet ze dat op uiterst bevallige manier. Bij een door Nederlanders beheerd hotel-restaurant in Lovina bestelden wij een portie oliebollen voor eigen consumptie. Vorig jaar trakteerden wij het ganse personeel op een bol maar geen van hen kon het hapje waarderen. Er werd langdurig en luid gekauwd maar er bleef veel bol op ieders bord achter. Alhoewel wij geen grote liefhebber zijn van dit culturele erfgoed, krijgen dit soort vaderlandse tradities extra betekenis als je in den vreemde verblijft. 

Ik vroeg aan de warme bakker waarin de bollen waren gebakken. In kookolie. Jawel, maar van welke soort? Dat had mijn speciale aandacht. Al een jaar hebben wij namelijk palmbomen in de tuin die rode vruchten dragen. Bij toeval kwam ik erachter dat uit die vruchten rode palmolie wordt verkregen. Ze liggen in grote hoeveelheden aan de voet van elke palmboom. Sinds dat nieuwe inzicht keek ik met andere ogen naar die bolletjes waarvan de pit spontaan tot nieuwe palmstek groeit. In de kraamkamer staan er inmiddels teveel om in eigen tuin te worden uitgezet. Eerder zei ik grapsgewijs tegen tuinman Putu dat wij de nieuwe buur volgend jaar van jonge zelfgekweekte palmbomen kunnen voorzien voor zijn hele tuin. Al woekert het in eigen tuin, het is niet zonder waarde. 

Palmolie wordt gemaakt van de vruchten van de palmboom die in trossen halverwege de boom groeien. De vrucht bestaat uit een rood velletje dat om een pit zit. Palmolie bevat een hoog percentage verzadigde vetten en natuurlijke antioxidanten. Palmpitolie wordt gewonnen uit de pit van de vrucht; dat is niet hetzelfde als palmolie dat van het vruchtvlees wordt vervaardigd. Ongeraffineerde palmpitolie is weliswaar gezonde kookolie maar bevat nauwelijks caroteen en vitaminen E. Geheel of gedeeltelijk geharde palmpitolie is uiterst ongezond. Rode palmolie daarentegen bulkt van de natuurlijke vitamine E en caroteen en is daarmee gezond. Onze lege wijnflessen worden tegenwoordig door de echtgenote van de tuinman gebruikt als houder voor zelfgeperste palmolie die ze op de markt verkoopt. Het hoeft weinig betoog dat de constante aanvoer van flessen haar productie en omzet flink verhoogde. De een haar fles is de ander haar succes! De rijke portie natuurlijke antioxidanten in rode palmolie wapent ons tegen vrije radicalen die ernstige schade kunnen aanbrengen aan een mensenlichaam. Weet dus wat je eet. Een goede gezondheid is een groot goed. Aan de vooravond van 2010 wens ik mijn liefje en muzelluf vooral dat toe. 

2009 werd voor ons een annus horibilis door het overlijden van mijn beste vriendin Nelly en de kankerbehandeling die mijn liefje moest ondergaan. Al had 2010 wederom verrassingen voor ons in petto, het werd een in vele opzichten beter jaar; met het voorspoedige herstel van mijn liefje als apotheose. We tellen onze zegeningen dan ook. Een mens moet het optimisme van vandaag niet kwijtraken door de pech van gisteren. 

Over olie verder gesproken: wat mij deze maand tevens opviel, was dat de Internationale Voetbalbond FIFA -een corrupte bende?- het oliestaatje Qatar koos als nieuwe gastheer voor het Wereldkampioenschap Voetbal. Qatar?! Daar is geen voetbalcultuur, er bestaat niet eens een stadium en het is er bloedheet - veel te heet om te voetballen. Bovendien is dit het land van de onvrijheid, van de systematische onderdrukking van vrouwen, van martelingen van politieke tegenstanders en andere ongein. Er zullen wel dikke enveloppen over tafel zijn gegaan. Een gotspe. Het toernooi zal pas in 2022 plaatsvinden dus er moet veel, heel veel gebeuren voordat mannen in die grote zandbak kunnen gaan  voetballen. Als ze überhaupt komen...

Het nieuwe jaar staat voor de deur. Ik wens familie, vrienden, kennissen, vaste en regelmatige bloglezers een in alle opzichten goed 2011 toe. Een aantal van mijn dierbaren kan wel een extra portie 'good vibes' gebruiken in het nieuwe jaar: Diederik, mijn zussen, Richard en Leon. Vooral hen wens ik beterschap toe in de ruimste zin van het woord: meer gezondheid, minder kopzorgen, meer energie, minder hartzeer en zielepijn. Zij weten waarom ik dat schrijf. Als blogger ga ik in 2011 eerst oefenen en dan solliciteren naar de functie van tekstschrijver van Hare Majesteit... Mijn hemel, die kersttoespraak was niet al te best. De rede van de Belgische koning was zo mogelijk bedroevender. Eenzelfde teneur maar zijn tempo lag nóg lager. So much for reflection?! Hun redes zijn niet meer van deze tijd maar twitterende vorsten hoeven van mij evenmin. Ook mijn tweede Nieuwjaarsresolutie 2011 is een feit: een container met persoonlijke spullen zal dit jaar van Bali naar Spanje terugkeren. Het avontuur in Noord-Bali is niet ten einde maar we gaan ons er niet permanent vestigen. Voor vandaag een goede jaarwisseling gewenst en vanaf morgen: selamat tahun baru!

maandag 27 oktober 2008

Over de smurf van Bob Pinedo en een paarse tomaat

Professor doctor Bob Pinedo vertelde tijdens een afscheidsinterview in het programma 'Buitenhof' van de VPRO aan Peter van Ingen dat hij weliswaar ophoudt met werken maar dat het geenszins betekent dat hij zal ophouden met denken. Hij is inmiddels 65 jaar en was tot voor kort hoogleraar Geneeskundige Oncologie aan de Vrije Universiteit en oprichter van het VUmc Cancer Center, beide gevestigd in Amsterdam. Ik kan mij ook niet voorstellen dat een man met zijn staat van dienst ooit ophoudt met nadenken over de verbetering van kankeronderzoek en patiëntenzorg.

Ik heb al eerder in een blog geschreven over deze gelauwerde, bijzonder inspirerende man. (Voor de geïnteresseerde lezer: het was op dinsdag 24 juni 2008 in een blog met de titel 'Honderd Miljoen'.) Professor Pinedo is niet alleen een begenadigd wetenschapper, hij is ook een getalenteerd fondsenwerver. Al zegt hij zelf hierover dat die kwaliteit uit nood is geboren. Er is veel geld nodig voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe middelen.

Persoonlijk weet ik al van zijn bestaan sinds de vroege jaren '80 van de vorige eeuw want hij was de buurman van mijn eerste baas. Hij, mijn baas was (ook) een erudiet mens, landbouwingenieur, eigenaar en oprichter van het Beemster Arboretum en voormalig manager bij IBM. Hij en Pinedo woonden beiden in Amsterdam Buitenveldert en spraken elkaar regelmatig.

In de Buitenhof-uitzending vertelde de hooggeleerde Pinedo dat hij met deskundigen op het gebied van de nanotechnologie van de Universiteit van Twente aan een project werkt om nieuwe vormen van medisch onderzoek op het gebied van oncologie te bedenken. Hij schetste tijdens het interview de ontwikkeling van een pil die bij -in dit geval- darmkankeronderzoek kan worden gebruikt. Het ene deel van zo'n pil zou dan een stofje in werking moeten zetten dat het betreffende onderzoek in de darm uitvoert terwijl het andere deel van de pil 'een soort smurf' in de pil activeert. Die smurf zou de patiënt dan terstond advies moeten geven over de te nemen actie. Professor Pinedo veranderde op dit moment iets in zijn stem en zei: "ga naar een gastro-enteroloog". Hij vervolgde zijn uitleg over de werking van de pil: de behandelend arts zou dan tegelijkertijd via wi-fi over de uitkomst van het medische onderzoek worden geïnformeerd.
Ik luisterde gefascineerd naar hem en voelde tegelijkertijd ontroering vanwege de passie en de overtuiging die uit de woorden van de professor spraken.

Nanotechnologie is het produceren, toepassen en gebruiken van nieuwe materialen en systemen die kleiner zijn dan 100 nanometer. Een nanometer is gelijk aan 10-9 meter dus 0,000000001 meter of een miljardste meter. Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe klein dat is maar als professor Pinedo het uitlegt, wordt het onbegrijpelijke begrijpelijk.
Ik googelde na de uitzending op 'nanotechnologie in de medische wereld' en er ging werkelijk een wereld voor mij open. Toen ik van mijn beeldscherm opkeek, was er zomaar een uur verstreken. Eerder verscheen een informatieve reeks artikelen in het Financiële Dagblad die op het web is terug te te vinden en een goed leesbare introductie is op het onderwerp.
De smurfen van Bob Pinedo kunnen dus door een waterstraal. Èn zeker door een sleutelgat! Deze gepensioneerde heeft de mensheid nog veel te bieden.

Nanotechnologen zitten dus niet stil maar ook biotechnologen niet...
Vanmorgen stond er een artikel in de belangrijkste kranten over paarse tomaten die mogelijk bescherming bieden tegen kanker. Britse gentechnologen hebben de concentratie anthocyanen in tomaten verhoogd. Deze paarskleurige stoffen werken als antioxidant. Antioxidanten maken gevaarlijke deeltjes (de zogenaamde 'radicalen') in het lichaam onschadelijk. Zo zouden ze het DNA beschermen en kanker tegengaan. Tomatenplanten maken de kleurstof normaal alleen in hun stengels en bladeren aan. Dankzij twee genen uit het leeuwenbekje, kunstmatig ingebracht in tomatenplanten, produceren ze de stof nu ook in hun vruchten. Het middel is tot op heden alleen succesvol gebleken in onderzoek met muizen dus het valt te bezien of het ook de mens tegen kanker kan beschermen. Ik denk dat wij sowieso nog een flinke stap moet zetten om genetisch gemodificeerd voedsel ruimhartig te accepteren.
Maar met een pleitbezorger en voorvechter als Pinedo in ons midden moet dat zeker gaan lukken.