Translate

Posts tonen met het label restaurant 'The Fishbowl'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label restaurant 'The Fishbowl'. Alle posts tonen

dinsdag 28 juli 2020

Zij wel, wij niet

Wij zaten eind vorige week op een terrasje aan de kust van een tapa en een glaasje te genieten, toen er twee zwarte bussen voor onze neus stopten. De mannen in zwarte uniformen die uitstapten oogden stoer, ondanks hun zwarte mondkapjes. Ze groetten ons uiterst vriendelijk en liepen vervolgens een kantoor in de kleine jachthaven binnen. Ze bleken van de ‘Unidad Central de Fronteras’ te zijn. Dat is een onderdeel van de nationale politie dat verantwoordelijk is voor het toezicht op de binnenkomst van Spanjaarden en buitenlanders in het land.

Afgelopen weekend en gisteren vloog er regelmatig een helicopter van de Guardia Civil boven onze woonwijk en over zee. Dat kon twee dingen betekenen: men bestudeerde vanuit de lucht hoeveel badgasten op het lokale strand vertoefden of ze speurden naar bootjes met illegalen op zee. In landelijke kranten was te lezen dat het om optie 2 ging. Het zou gaan om een golf (‘ola’) van kleine boten (‘pateras’) die zouden zijn aangekomen op Cabo de Palos, een ver in de Middellandse Zee uitstekende rotspartij in de provincie Murcia.

Zo zetten afgelopen dagen tenminste 480 illegale migranten voet op Spaanse bodem, niet ver van ons huis. Sommige bootjes lieten zich lijdzaam naar de kust brengen, passagiers van andere bootjes zetten het op een rennen, eenmaal aan land. Bij aankomst werden alle personen gecontroleerd op het coronavirus en een handvol personen bleek positief te testen. Vorige maand kwamen boten met migranten aan op de Andalusische kust waarbij vier van de tien passagiers een coronabesmetting onder de leden bleken te hebben. Tja.

Bij het aantal besmettingen van de recentste bootvluchtelingen zal het hoogstwaarschijnlijk niet blijven... De zieken werden naar een ziekenhuis gebracht, de overige passagiers van dezelfde boot (of boten) werden naar een opvangcentrum in de stad Cartagena gebracht waar ze in quarantaine moesten. Voor de goede orde: deze mensen worden door de Murciaanse autoriteiten niet in een detentiecentrum opgesloten want ze begingen volgens de wet geen misdrijf, al kwamen ze illegaal aan wal.

Illustratie: El Espanol

In de Spaanse media sprak men over ‘argelinos’ en dat woord moest ik opzoeken. Het blijkt te gaan om Algerijnen, veel volwassen mannen (‘varones’), een enkele  vrouw en één baby. Spanje kan momenteel wel wat extra arbeidskrachten gebruiken om groente en fruit van het land te halen. Mijn liefje, bepaald niet van de complottheorie, opperde dat de grote stroom Algerijnen wellicht op gang kwam doordat lokale Spaanse bedrijven hen hadden uitgenodigd? Ik vond het geen gekke gedachte... 
Als dat zo zou zijn, moeten die werkgevers flink door de overheid worden beboet. Inmiddels heeft het regionale bestuur van de buurprovincie om hulp van de nationale regering van Pedro Sánchez gevraagd voor het managen van deze situatie. Die dreigt namelijk rap uit de hand te lopen.

Volgens ons oorspronkelijke plan zouden we gisteren met het vliegtuig naar Nederland zijn afgereisd voor een maandje op vaderlandse bodem. We besloten onlangs niet te gaan. We vliegen op dit moment liever niet als het niet per se nodig is. Toen wij maanden geleden onze vliegreis boekten, verheugde ik mij zeer op logeren in Den Haag, vrienden en familie weerzien, Sail Amsterdam 2020, verse haring van Robbie’s Haringkar, een broodje runderbil bij Dokter Vogel, Ketut ophalen bij zijn afgemeerde Amerikaanse cruiseschip in IJmuiden-haven, een reünie met klasgenoten van de lagere school en meer van dit soort sociale happenings. Die gemiste uitjes zijn jammer maar de beslissing die eraan voorafging, voelt nog steeds als de juiste. Onze tijd komt wel weer (hoop ik).

Volgens een recent plan zouden we vandaag voor de eerste keer van dit seizoen  gaan snorkelen in de wateren rondom Cabo de Palos, dezelfde kaap waar bovengenoemde bootjes in de afgelopen dagen aankwamen. Het zou een warme dag worden met een matige wind dus uitstekend weer voor een uitje op en onder water. Toen we gisteren in zee dobberden, zei mijn liefje dat ze, als ze heel eerlijk was, liever niet ging. Ik kon die eerlijkheid waarderen. Het moet leuk zijn voor twee. Alhoewel ik heel erg van snorkelen houdt op die plek, verklaarde ik mijzelf terstond solidair. We gaan vandaag dus niet, blijven in onze eigen biotoop. Misschien trek ik hier voor de gelegenheid mijn masker en flippers aan.

Wel hebben we met onze vrienden Frans & Roland afgesproken om vanavond weer samen naar een restaurant te gaan. Deze keer staat The Fishbowl op het programma, een oude-vertrouwde favoriet. 

Met hen gingen we afgelopen zaterdag naar een nieuwe horeca-hotspot in onze buurt: Chiringuito Pirata, op het terrein van de zeilclub van Torre de la Horadada. Het restaurant opende ruim twee weken geleden de deuren. Men legde een klein loungegedeelte met muziekhoek en een groot overdekt buitenterras aan, met zicht op de jachthaven.

De culinaire ervaring was goed: we bestelden wilde ‘dorada’ (goudbrasem) als hoofdgerecht voor iedereen die op spectaculaire wijze op open vuur werd bereid. Je kunt deze vis herkennen aan de gouden rand net boven de ogen. Naast dorade stond ook wilde zeewolf (‘lubina’) op de kaart. Waar vind je dat nog?! Je kunt er ook Spaanse zeespecialiteiten als percebes, quisquillas en veel meer bestellen; ze staan niet op de kaart maar het is wel voorradig. De prijzen zijn aan de hoge kant voor Spaanse begrippen maar als je een hele vis deelt met vier, komt de prijs in de buurt van een Nederlandse visgerecht. De vis werd vakkundig aan tafel gefileerd, zelfs de wangetjes werden ons voorgezet. Ook de bereide aardappelen en groenten bij dit gerecht bevielen goed. Het restaurant heeft ook mooie wijnen op de kaart staan, onder andere rode Muga van een goed jaar en witte Mar de Frades.

De organisatie eromheen moet wel wat verbeteren. Zo werd ik op de dag van de reservering, ongeveer twee uur voor de afgesproken tijd, gebeld met de boodschap dat het restaurant de deuren een uur later dan gemeld zou openzwaaien. Goed dat men belde maar was dat niet eerder bekend? Op een aantal restaurantlocaties biedt men geen menukaarten meer aan, vanwege corona. Met een QR-code op je telefoon kun je dan op zo’n plek een digitale menukaart lezen. Deze Piraat heeft dat (nog?) niet. Ons werd gevraagd een foto van de opgehangen kaart en het neergezette bord te maken. Erg professioneel klonk dat niet. De kaart is dermate uitgebreid dat het lastig is te kiezen (dat zou je het tweede luxeprobleem kunnen noemen).

Het terras is ruim opgezet en van modern meubilair voorzien. Het viel ons op dat er relatief veel personeel loopt (de Spaanse eigenaar was eveneens aanwezig); allen met mondkapje op. Onze man in de bediening was aardig maar ietwat opdringerig. We wisten dat het restaurant nog maar kort open is dus wellicht zijn nog niet alle klantenservicelessen afgerond. Het kan ook zijn dat in korte tijd een maandenlange periode van gederfde inkomsten moet worden goedgemaakt. Gisteren bleek dat het bedrag van de gehele maaltijd tweemaal van de bankrekening werd afgeschreven. Ik ga zien hoe dit uitpakt.

Vanwege het feit dat we niet gaan snorkelen, eet ik deze dagen expres vis, schaal- en schelpdieren. 

De lekkerste gamba’s van mijn leven at ik onlangs in de Vissenkom. Het leek een eenvoudig pannetje boterzachte olijfolie met veel knoflook en verse kruiden maar het bleek een complex gerecht. Zes goudgele garnalen keken mij verleidelijk aan. Schijven oud brood worden erbij geserveerd om te dopen. Ik deed er minstens één uur over om het geheel te verorberen; een goed teken. 
Toen ik Peter Fisher, eigenaar en hoofdchef zei hoe überlekker het was, lachte hij voldaan. Andere gasten bleken de voorgaande avond naar het recept te hebben gevraagd. Nou, zover ging ik niet! Ik kom graag terug voor deze kleine-maar-fijne schotel. Als je bedenkt dat ik in de tientallen landen die ik in de afgelopen jaren op bijna alle continenten ter wereld bezocht, altijd wel ergens wekelijks garnalen bestelde, is het extra bijzonder dat het lekkerste garnalenhapje zich op een kwartiertje rijden van hier bevindt. 

Voor de grap zocht ik op ‘gambas’ in mijn collectie digitale foto-albums die ik al jarenlang op Google Photos vastleg. Dat leverde spectaculaire beelden op, met teveel kleurrijke borden om op te nemen. Grote en kleine, witte, rose en rode garnalen, bereid op de grill, de bbq en in de pan, in olijfolie en boter. Ze werden gevangen in bijna alle wereldzeeën en oceanen maar dát kon ik niet proeven. Hoe het ook was: yummm! Ik ben er dol op. Het is overigens jammer dat in deze eetbare selectie ook een zeepaardje uit Tasmanië opdook. Adu.

Mijn lekkerste gambas staan linksonder in de collage (omcirkeld). Als mijn liefje naar deze foto’s kijkt, krijgt ze accute uitslag, gevolgd door ademnood. Zij is namelijk zeer allergisch voor deze schaaldieren. Ik kus haar daarom niet nadat ik ze heb gegeten. (Het lijkt corona wel!) Zij dus niet, ik wel. De culinaire tempel die zich in deze eer mag verheugen, gaan we vanavond wederom bezoeken. Ik weet in ieder geval welk hoofdgerecht ik ga kiezen.


dinsdag 19 mei 2020

Wat te vieren

Het was afgelopen weekend voor het eerst in acht weken dat het dagelijks aantal coronadoden in Spanje onder het magische getal 100 zakte; zondag waren het er 87. Mijn liefje en ik vonden dat een reden om te vieren! Ik blogde eerder dat een mens in deze tijd de bizarste dingen, die je onder normale omstandigheden steil achterover doen slaan, thans positief vindt… Het gaat ook hier dus de goede kant op, al moet worden afgewacht welk effect de eerste stappen van de verlichting van het huisarrest, van de exit-strategie hebben. Twee weken geleden snakten wij hier naar een beetje vrijheid, nu mogen we minstens een uur per dag in ons tijdslot in onze woonwijk naar buiten om te bewegen en te sporten, mogen we met de auto binnen de provincie op pad voor niet-essentiële dingen. Als het zo doorgaat, staan ons in no time meer vrijheden te wachten!

Ondertussen zijn we drukdoende om het huis verder ‘huisarrestproef’ en zomerklaar te maken. Vorig jaar schaften we een groot rechthoekig zeildoek aan (vela de sombra, 3x4 meter) voor schaduw boven een deel van de patio achter ons huis. Ik herinner mij de eerste keer dat ik zo’n vorm van bescherming tegen zon zag goed: in 2005 in het rode hart van Australië in een resort dat Sails in the Desert heet. Een goed gekozen naam want de vele zeilen waren als bootjes op het droge van grote afstand te herkennen. Het vakantieoord ligt op steenworp afstand van Uluru (Ayers Rock), de magische rots in het land van de Pitjantjatjara, een Aboriginele bevolkingsgroep. We gingen destijds met enkelen van hen op excursie. Sweet Memories.

Het idee vergat ik nooit. Inmiddels is deze schaduwbrenger in Spanje en andere delen van de wereld volledig ingeburgerd. We kochten een grijze lap van goede kwaliteit, ecovriendelijk, lichtgewicht, waterafstotend, ademend, met 95% UV-bescherming en roestvrijstalen bevestigingspunten. Nu moesten we nog iemand vinden die het kon ophangen. Dat klonk gemakkelijker dan het was. Eerder vroegen we twee lokale ondernemers om dat te doen maar er gebeurde bar weinig sinds die verzoeken.

In onze straat woont een jong Spaans stel waarvan hij werkzaam is bij een firma die verhuurvilla’s beheert en onderhoudt. Hij was tot dusver altijd weg en kwam laat thuis maar sinds corona veranderde zijn patroon radicaal. Hij zat nogal sip thuis te zitten. Met haar, verpleegster, spreken we af en toe als we elkaar buiten tegenkomen. Hij blijkt Dani te heten en wilde wel iets bijverdienen. Hij zou zijn broer meebrengen met wie hij doorgaans samenwerkt. Op zaterdagochtend zouden ze de klus komen klaren. Het werd zaterdagmiddag en zijn auto stond nog steeds niet in de straat. Als je niet kunt komen, laat je dat toch even weten?! Niet hier.

Toen ik zijn bestelbusje bij toeval zag langsrijden vond ik dat een goed moment om polshoogte te nemen. Hij verblikte of verbloosde niet toen ik voor hem stond. Alsof we geen afspraak hadden waaraan hij zich niet had gehouden. Wanneer kon hij dan wel komen? Om vijf uur/half zes. We schoven de afspraak gewoon door, we zijn toch thuis. Het werd 18:00 uur en er was nog geen Spaanse klusser te bekennen.

Dat was niet de eerste keer die week. We wachten namelijk ook op een offerte voor het isoleren van de tussenwand met de buren. De aannemer zou vorige week dinsdag langskomen om een en ander toe te lichten. Het werd woensdag en we hadden nog niemand gezien. Ik nam maar weer eens contact op met Angèl, de aardige Spanjaard die ook goed Duits spreekt. Hij zou donderdagmiddag langskomen. Esta bien. Donderdagavond keken we elkaar aan: wederom niet. Er kon geen ‘lo siento’ (het spijt mij) vanaf… Wij kunnen niet omgaan met deze vormen van complete radiostilte. Vrijdagmiddag vroeg hij of we de offerte electronisch wilden ontvangen? Ik hapte direct toe. Síiiiiiii! We gaan met elkaar in zee, nemen ook de wand van mijn werkkamer mee. De kosten van het onderhanden werk liggen lager dan die van vijf jaar geleden toen we een vergelijkbaar project deden in onze vorige woning. We kregen deze keer nog extra korting. Het wachten is nu op de datum waarop de klus kan beginnen. Ik ben benieuwd of ik zelf weer achter hem aan moet voor dat antwoord.

Niemand zal mij voor gek verklaren als ik zeg dat de Spaanse economie te wensen overlaat. Foute voorbeelden in de overheden, een fragiele bancaire situatie, corruptie, schokkend hoge werkloosheid, enorme vergrijzing… het helpt allemaal niet. Dit gedrag zal nooit wennen, niet voor mij en niet voor mijn liefje. Wij zijn beiden goede organisatoren; een van ons noemt zich zelfs een control freak. Zij is de ervaringsdeskundigste van ons tweeën. In de laatste fase van haar werkzame leven beheerde zij een intensief outsourcing-project in Madrid, in opdracht van een Britse telecomprovider. Ze kwam wekelijks met interessante verhalen thuis. Een arbeidsgerelateerde beschouwing van de koude grond van haar zijde was afgelopen week dan ook geen verrassing.

Het niet zo nauw nemen met zakelijke afspraken en lage salarissen zijn volgens haar verklaringen voor de haperende arbeidsproductiviteit in dit land. Dat kun je afdoen als een vooroordeel maar dat is onterecht. In de krant El País las ik recent dat de productiviteit in Spanje in de afgelopen vier jaar, jaar op jaar, met 0% steeg. Een van de topeconomen van het land noemt het zelfs 'De ziekte van Spanje'. Wijzelf, vrienden en kennissen die hier in het verleden een huis of appartement verbouwden, kregen stuk voor stuk te maken met de mañana-cultuur: als het vandaag niet lukt, komt het morgen wel. (Vaak is dat ook zo, moet ik bekennen...)

Even later ging de bel. Het was Dani met een boormachine, in zijn eentje. Zijn broer was niet beschikbaar, wellicht konden wij hem een handje helpen. Tuurlijk, no pasa nada. We rolden het doek uit, bekeken het materiaal en de bevestigingsmechanieken. Ik stelde het ene voor, hij het andere. Samen kwamen we tot een goede aanpak. De boor bleek echter niet krachtig genoeg om gaten te boren en schroeven te draaien. Daar wist hij wel wat op, spiermassa genoeg. Een van de bevestigingspunt moest bij nader inzien worden verzet. Ik stelde voor dat hij stopte en het werk de volgende week zou afmaken; het was immers zaterdagavond. Moest hij niet met zijn novia op de bank zitten, hand in hand? Hij gniffelde en zei te willen doorgaan. Dat doorzetten moet ik hem nageven. Na bijna drie uur hing het doek naar ieders zin zin.

Ik houd van het schaduwspel dat de zon speelt in en om ons huis! Het scherm hangt zodanig dat er hier en daar nog strepen zonlicht op het terras vallen maar in essentie doet het waarvoor we het aanschaften: schaduw brengen en de temperatuur beheersen. Het is bovendien niet strak gespannen waardoor de wind er gemakkelijk onderdoor kan. Het is inmiddels zoveel koeler op de achterplaats (en in de achterkamer) dat je er voor je plezier gaat zitten! De nieuwe constructie biedt meer voordelen: t-shirts op het kledingrek kunnen drogen in de schaduw, de voorraadkast blijft koeler, het houdt vogelpoep tegen dus mijn liefje hoeft daar niet zo vaak te dweilen. Het gevaarte is bovendien gemakkelijk los te maken (o.a. banjonetsluitingen) zodra de grootste zomerhitte voorbij is. Schoonmaken is dan ook een fluitje van een cent.

Afgelopen weekend vierden we al die positieve ontwikkelingen met een afhaalmaaltijd bij een van onze favoriete lokale restaurants: ‘The Fishbowl’. Dat mag en kan hier nu ook. Sinds een week biedt het restaurant van Peter & Jenna Fisher een bescheiden menu aan afhaalgerechten. Toen mijn liefje las dat er op zondagmiddag Sunday Roast kon worden besteld, kon ze nergens anders meer aan denken. Zij vond het heerlijk toen we in Engeland woonden: gebraden rosbief uit de oven, aardappelpuree, groenten en Yorkshire pudding. Dat laatste is een soort bakje van pannenkoekbeslag dat in de oven wordt bereid. Daarin stop je  vlees, groenten en aardappel in en zo nuttig je deze dis. Not per se my cup of tea maar dat plezier doe ik haar graag.

Ik haalde de maaltijd op. Dat was de eerste keer in vele weken dat ik mij in de auto buiten mijn woonplaats begaf. Tick in the box. Parkeren deed ik bij de zeilclub. Even keek ik uit over de kleine haven die vol lag met boten en over de baai met fraaie kleuren. Daar zouden de stranden weer opengaan maar ik zag nog geen sterveling.

Het restaurant staat middenop een rotonde en heeft geen buitenterras. Meer dan afhaalkoken mag men dan ook niet. Bovendien vertoeft het grootste deel van de clientèle tijdelijk in het thuisland. Ik kon de zaak slechts twee meter betreden, de rest was afgeschermd. Eigenaar en kok Peter, met mondkap voor en handschoenen aan, stond mij op te wachten. Hij is momenteel de enige die kookt in de piepkleine keuken. Zijn echtgenote (tevens gastvrouw) was thuis. Ik vroeg naar haar welzijn en dat van de baby, die ik voorlopig ‘Little Nemo’ noem. De zwangerschap verloopt naar wens. De aanstaande vader glom door zijn mondkapje heen! Mijn liefje genoot van de roast. Een fles MiP-rosé van vriend Ger maakte de feestelijke lunch compleet. Zondag Zondaarsdag. We laten geen gelegenheid voorbij gaan om iets te vieren.

In Nederland gaat het later deze week uit de hand lopen in de horeca, vrees ik. Daar mogen de strandtenten niet vóór 1 juni open maar met een recordmooi Hemelvaart voor de deur (en nog enig herstel van economische schade), hebben de chiringuito’s van Scheveningen aangekondigd desalniettemin de deuren open te gooien. Die kans laten ze zich niet ontnemen, al is het tegen het besluit van de overheid in.


vrijdag 2 november 2018

Loki-de-loco en andere kookgekken

Het is weer tijd voor een kookblog. Afgelopen tijd waren we relatief druk in Huize Barefoot. Sinds we wonen waar we wonen, nemen we deel aan een maandelijkse buurtlunch. Voor oktober wierpen wij ons op om het te organiseren. Het is niet veel werk maar je bent er mee bezig. Wij kozen ervoor naar een van onze favoriete lokale restaurants te gaan. Het betreft The Fishbowl van chef Peter Fisher en zijn vrouw Jenna. En nee dit is geen visrestaurant, het restaurant heeft de vorm van een vissenkom.

We ontdekten het restaurant bij toeval, bladerend in een tijdschrift over de kustplaats Dehesa de Campoamor. Sindsdien komen we er graag. We bouwden een relatie op met de chef en zijn team. Peter is een Brit wiens lichaam vol zit met tatoeages, tot in zijn hals en nek toe. Ik denk dat het hem van top tot teen bedekt maar dat kan ik niet bevestigen; zo intiem zijn we nu ook weer niet. Hij zal er voor sommigen wellicht angstaanjagend uitzien maar hij is tamelijk verlegen en praat met zachte stem.

We maakten een afspraak om het idee en, indien hij interesse had in koken voor een groep van 20 of meer, een lunchmenu te bespreken. Hij wilde ons graag tegemoet komen omdat we goede klanten zijn. We deden hem voorstellen die hij niet kon weigeren. Een soep naar keuze als amuse-bouche, een voorgerecht (kippenleverpaté of peer- en blauwe kaassalade), een hoofdgerecht (langzaam gegaarde kalfswangen met truffelpuree of heek op smashed potatoes met een gepocheerd ei), een nagerecht (cheese cake of sticky toffee pudding) en koffie of thee als afsluiter. Hij wilde hieraan graag meewerken en gaf ons een mooie prijs. Als tegemoetkoming stelden wij voor de alcoholische dranken voor eigen rekening te nemen. Deal!

De menuprijs lag weliswaar boven de prijs van de gemiddelde maandelijkse buurtlunch maar voor veel buren was The Fishbowl een culinaire ontdekking. We waren welgeteld met 19 personen, gezeten aan twee ronde tafels. Peter’s soepen zijn voortreffelijk, zijn saladedressings zijn likkebaardend lekker, de toetjes zijn meestal vurrukkulluk en over de porties hebben we niet te klagen.

Het werd erg gezellig aan tafel. Mijn liefje ontfermde zich over de ene, ik over de andere. Eten en koken was vaak onderwerp van gesprek aan mijn tafel. Robert, een van de tafelgenoten, vertelde dat hij de volgende dag zou meedoen aan een golftoernooi waar interessante prijzen waren te winnen. De persoon die de golfbal het dichtst bij de hole zou weten te slaan (‘neary’), zou het kookboek van René Redzepi winnen. Getiteld ‘NOMA’ en geschreven in het Deens. Beheerste ik die taal soms? Sorry, (nog) niet!

Afgelopen week kookte ik op de bonte avond voor onze vrienden Emmy & Hugo. Deze keer haalde ik een groot deel van het menu uit het kookboek van Yotam Ottolenghi, getiteld ‘Exuberancia’. Het werd bietensalade met avocado vooraf en citroenpasta met walnoot en salieboter als hoofdgerecht. Als proteïne bakte ik er kipstukjes bij; dat staat niet in Yotam’s recept maar ik deed het toch. Die pasta moet je absoluut proberen: fris, mooi gelaagd en heel eenvoudig. 
Ik bereidde verse tagliatelle, rapste de schil van een citroen en perste een halve citroen uit. De verse salieblaadjes (10 gram, best veel) bak je in een minuutje of 2 in de roomboter. Daarna voeg je kookroom en peper toe en meng je het tot een papje dat later door de pasta gaat. Citroensap en noten erbij, geschaafde parmezaan erop en klaar was Kees. Een salade van vers fruit completeerde de maaltijd. Er is weinig leuker dan eten met en koken voor vrienden. Mijn liefje voedde mij onlangs met een interessant feitje: Nederlanders besteden meer tijd voor de buis naar kookprogramma’s kijkend dan in de keuken. Dat is bij ons niet het geval.

De kandidaten van Masterchef Australië 2018 waren deze week in South Australia. Dat is onder andere de thuishaven van chefs Poh Ling Yeow en Maggie Beer, twee überleuke dames en kooklegendes die deze week te gast waren in het programma. Poh werd tweede in het allereerste seizoen van het programma. We ontmoetten haar in 2014 persoonlijk tijdens een culinair festival in West-Australië. Ze is funny en heel creatief. Gisteren zagen we haar het dessert ‘Milly Filly’ maken, een woordgrap op millefeuille (een klassiek Frans taartje van duizend laagjes bladerdeeg). Ze maakte het met rabarber.

In de afgelopen weken gebeurden er dingen die we in vooorafgaande negen seizoenen niet meemaakten. Zo viel Loki Madireddi af alhoewel hij een immuniteitsspeld droeg. Die had hij kunnen inleveren om de afvalrace te vermijden. Hij besloot dat niet te doen omdat hij wilde dat zijn zoontje trots op hem zou zijn. Tja. Ik heb zo mijn gedachten bij dit glibberige begrip, ben altijd op mijn hoede als het wordt aangehaald.

Inmiddels zijn we beland bij de Top12. Twee van mijn favorieten, Genene en Brendan, vielen eveneens af. Aduh! Van mijn oorspronkelijke voorkeurslijst zijn alleen jongste kandidaat Jess Liemantara (19, met Indonesische roots) en oudste kandidaat Gina Ottaway (54, met Italiaanse roots) over. Serveerster Jess blijft opvallen, Gina-de-gehandicaptenverzorgster zie je nauwelijks. Die fietst fluitend tussen alle uitdagingen door. Ik weet nog steeds niet of dat een slecht of juist een goed teken is… In vorige seizoenen kwam de uiteindelijke winnaar relatief laat prominent in beeld.

Nieuwe favorieten gloren aan de horizon, wat mij betreft. Ik ben weg van de mens Samira Damirova (36, huisvrouw met Azerbaijaanse roots). Telkens als ik naar haar kijk, slaat mijn hart over. Met haar zou ik elke dag wel Badımcan Dolması in de Dushbara willen nuttigen. Kandidaten Reece Hignell (28, recruiter) en Sashi Cheliah (39, cipier met Indiase roots) scoorden een immuniteitsspeld en staan er dus goed voor. De lichtroze foto-achtergrond bij slissende teddybeer Reece is goed gekozen. Sashi toont zich vaak met brede Bollywood smile.

Khanh Ong (25, slagerszoon met Vietnamese roots) behaalde eerder deze week ook zo’n speld. Hij won van een professionele kok met een gerecht waarin Vegemite de hoofdrol moest spelen. Dat product is de Australische variant van de Britse Marmite. Dit zit erin: gistextract, plantenextract, kruidenextract, zout, foliumzuur, thiamine (vitamine B1), riboflavine (B2), niacine (B3) en vitamine B12. Het zal wel gezond zijn maar ik vind het afschuwelijk. Winnen met zo’n ingrediënt is voor mij dus een topprestatie! Khanh leverde zijn gelukspin een dag later alweer in om de volgende afvalrace te vermijden. Dat is een van de typerende dingen van deze jaargang: de grote kans om een speld te verdienen en die dan weer snel te verliezen. Die van Reece zit op dit moment het langst. Misschien lukt het in dit seizoen nog iemand een tweede speld te veroveren?! Dat zou tevens de eerste keer zijn. We gaan het zien.