Translate

Posts tonen met het label wat is Almadraba-tonijn?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wat is Almadraba-tonijn?. Alle posts tonen

dinsdag 20 juni 2023

Eerder blij dan bang

In de afgelopen periode waren er veel nieuwswaardige ontdekkingen die een relatie hadden met onze leefomgeving. Zo blijkt er een haaienkraamkamer te liggen voor de kust van de autonome regio Murcia. Er zijn daar twee gebieden die een toevluchtsoord bieden aan zeldzame en kwetsbare roggen- en haaiensoorten. (De rode stip op de kaart duidt onze woonplaats aan.) Spaanse wetenschappers zouden willen dat deze gebieden worden uitgeroepen tot ISRA, Important Shark & Ray Areas. Het gaat om de hele kuststrook van buurgemeente San Pedro del Pinatar naar Calblanque, inclusief het zeenatuurreservaat Cabo de Palos. Het zijn hotspots van mariene diversiteit. Zowel Calblanque als Cabo de Palos zijn geliefde plekken, waar wij graag en vaak tijd doorbrengen.

De internationale unie voor het behoud van de natuur (IUCN) buigt zich momenteel over dat verzoek. Meer dan 180 specialisten wereldwijd werden bijeengeroepen door de IUCN om voor het eerst de belangrijke habitats voor haaien en roggen in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee in kaart te brengen. De gebieden in Murcia ondergingen een eerste evaluatie en werden zeer goed ontvangen. In augustus wordt de definitieve uitspraak van dit gremium verwacht.

Deze gebieden bestaan uit diepe mariene kraters op de zandbodem waar regelmatig zwarte haaien, lantaarnhaaien, gitaarhaaien en mantelina’s voorkomen; uiterst zeldzame soorten. De gebieden worden beschouwd als een kritieke habitat voor de sterrog, een endemische soort in de Middellandse Zee die in de wateren van de regio veel voorkomt, in vergelijking met andere delen van de Spaanse kust. Sommige van deze soorten waren volledig onbekend voor mij.

Een kwalificatie als ISRA-zone impliceert weliswaar geen wettelijke bescherming of legt geen beheersmaatregelen op maar geeft een kritiek gebied aan voor het overleven van soorten kraakbeenvissen waarmee voortaan rekening moet worden gehouden door lokale instanties. In het krantenartikel (La Verdad) wordt gesteld dat Murciaanse zwemmers eerder bang dan blij zijn met de haaienkraamkamers in hun zee maar zelf word ik juist blij van dit soort nieuws. 

Het ISRA-zonevoorstel is gebaseerd op een grote hoeveelheid wetenschappelijke informatie, verkregen in verschillende onderzoeksprojecten in de wateren van de regio, zoals Medits en Camonmar, beide gefinancierd door het Europese Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij van de Europese Unie. Ook droeg burgerwetenschap een steentje eraan bij. Recreatieve duikers in die gebieden gaven heel precies aan wat en waar ze een haaiensoort spotten. Eind 2021 kwam een rapport uit, getiteld 'Haaien en roggen van de regio Murcia' waarin informatie wordt verstrekt over de 31 meest voorkomende soorten in het gebied: 15 haaien- en 16 roggensoorten. Onder andere de blauwe haai, mako, musola, reuzenhaai, varkenshaai, zwarte haai, kathaai en pijlstaartrog, scrapie, zeearend en zelfs de spectaculaire mantarog. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat ten minste 50% van de mediterrane roggen en 54% van de haaien een hoog risico loopt om uit te sterven als gevolg van jarenlang aanhoudende overbevissing en bijvangst. 

Ik bladerde met veel interesse door het 105 pagina’s tellende document en daarin trof ik veel lezenswaardigs aan. Onder andere over de fysionomie van elke haaiensoort, hun benaming in het Spaans, waar ze precies voorkomen in Murciaanse wateren, over de vondst van specifieke eikapsels (een soort zakjes waarin haaienembryo’s groeien), dat haaien in de Middellandse Zee al meer dan 4.000 jaar onderdeel zijn van het dieet van de mens en veel meer. 

Overigens werd gisteren, na jarenlange onderhandelingen, door de landen die deel uitmaken van de Verenigde Naties, het eerste verdrag voor de bescherming van de internationale wateren aangenomen. Daarmee kunnen gebieden op volle zee, nu nog onbeschermde delen in de oceanen, ook natuurreservaten worden en duurzaam worden beheerd. Deze stap was essentieel om de doelstelling te halen waarin wordt gesteld dat 30% van het mariene oppervlak (dat niet tot individuele landen behoort) van onze blauwe planeet tegen 2030 wordt beschermd. Een historisch besluit. De overeenkomst moet nu worden geratificeerd door tenminste 60 landen. 

Onlangs werd een blauwe haai (tintorera) gespot, twee meter uit de branding aan een strand van Orihuela Costa. Ik zag een filmpje waarin het dier met zijn opmerkelijk lange snuit en lange staart zich door het water worstelde. Zwemmers holden zo goed en zo kwaad als dat ging bij het dier vandaan. Het was niet de eerste keer dat ik dat beeld zag. Deze haai moest in de problemen zijn want die komt normaliter alleen voor in oceanen, op grote diepte, en houdt niet per se van warm water (zoals de Middellandse Zee). Dat bleek te kloppen. Diezelfde dag nog werd de haai ondersteboven op een rots in Cabo Roig aangetroffen. Dat is de baai waaraan onze vrienden Rolando & Paco wonen. We appten het nieuwsfeit aan hen door. 

Een van de wetenswaardigheden over de blauwe haai is dat het een erg vraatzuchtig dier is, in staat tot kannibalisme. Zodra een baby-haaitje wordt geboren -deze haaiensoort bevalt van levende pups die negen maanden lang door de placenta worden gevoed-, maakt het zich uit de vinnen (voeten) omdat het door de ouders zou kunnen worden opgegeten. 

Het was eveneens in Cabo Roig waar een zeeschildpad op een mooie ochtend het strand betrad om daar niet een maar twee gaten te graven voor het leggen van eieren. Ze legde ze echter niet. Een man van de lokale schoonmaakdienst belde het daarvoor beschikbare telefoonnummer en personeel van de juiste instantie was snel ter plaatse. Deze schildpad (caretta-caretta, onechte karetschildpad) werd fysiek onderzocht. Ze droeg inderdaad eieren in haar lichaam en was verder in goede gezondheid. Dus die komt wel terug! Men gaf haar een zendertje mee om haar koers te kunnen volgen. Ze zal haar taak als moeder zeker afmaken, ook al zal ze de geboorte van haar nageslacht niet afwachten. Zo gaat dat in tortugaland, weten wij uit uitvaring. 

En dan hebben we ook de roemruchte orka’s nog in de Straat van Gibraltar. Er zijn al wekenlang berichten over wraaklustige orka’s die vissersboten en zeilschepen aanvallen. Ze vallen het roerblad aan, sommige boten werden tot zinken gebracht. Over het waarom van hun gedrag doen veel verhalen de ronde. Sommigen menen dat het spelen is. De meest plausibele verklaring is dat de matriarch (de moeder van een groep) ooit gebleseeerd raakte door de schroef van een schip en nu wraak lijkt te nemen op alle roerbladen die langskomen. 

Het is daar nu tijd voor de Almadraba-visvangst, een traditionele manier van tonijnen vangen. Die Spaanse traditie is eeuwenoud. De blauwvintonijn, die wel 500 kilo kan wegen, is het favoriete hapje van de orka. Misschien dat ze hun vermeende concurrentie willen wegjagen?

Rosalin Kuiper, de enige Nederlandse deelneemster aan de zeilrace om de wereld -met Team Malizia-, is er beducht voor maar zij en haar team zijn waakzaam. Zo’n prachtig, bijzonder intelligent zeedier wil je geen schade berokkenen maar hun bijzondere IMOCA moet ook blijven drijven. De vloot van The Ocean Race koerst momenteel in de richting van het zuiden van het Iberish schiereiland. (Ze zeilen op dit moment voor de kust van noord-Spanje.) Ik zag prachtige beelden van meezwemmende dolfijnen rond de boeg. Ze hebben tot nu toe te maken met zeer lichte wind maar die gaat aanwakkeren tussen Zuid-Frankrijk en Portugal. Ze zouden nog een dag of negen nodig hebben om in Genua (Noord-Italië) aan te komen maar dat gaat, vanwege windgebrek, hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Aan boord gaan ze zelfs als voedsel ratsoeneren! Never a dull moment. Zelfs niet in de laatste etappe van deze epische zeilrace. 


vrijdag 29 oktober 2021

We zijn het niet (meer) gewend! – deel 3

Dit is het laatste deel van mijn drieluik over de Andalusiëreis die ik onlangs ondernam met mijn liefje en vriendin Bernadette. In de vorige blog stonden we op het punt Tarifa te verruilen voor de zuidelijkste stad van Spanje en de oudste van Europa: Cádiz. Voor de verandering kreeg deze stad zijn naam niet van een Arabische veroveraar die eeuwen geleden naar dit deel overstak maar werd gesticht door de Feniciërs en heette aanvankelijk ‘Gadir’ (ommuurde vesting). De Berbers noemden deze plaats later Agadir, de Romeinen Gadeira en de Moren Quadis. Al die namen verwijzen naar de imposante stadswal. Cádiz was ooit de belangrijkste bestemming waarnaar de afgeladen schepen van kolonisator Spanje uit Zuid-Amerika en elders terugkeerden. Nu wordt de haven alleen nog aangedaan door cruiseschepen.

De eerste keer reden we Cádiz binnen via een omweg, langs een onaantrekkelijk industriegebied. Dat zouden we de daaropvolgende dagen anders doen: via de kortste route over de Brug van de Grondwet van 1812. Deze La Pepa-brug, opgeleverd in 2014 -twee jaar later dan gepland vanwege de economische crisis-, is een fraaie hangbrug van bijna 600 meter over de baai van de stad. Ik vroeg Bernadette als bijrijder een foto van deze constructie te maken; die lukte goed! (Je vindt 'm in het nu volledig bijgewerkte webalbum.) 

In eerste instantie parkeerden we de auto in een openlucht parkeergarage langs de stadswal, op het terrein van het Antiguo Hospicio, een verlaten gebouw uit de 18de eeuw. Dat zullen we vaker zien in deze stad: prachtige gebouwen met een rijke geschiedenis die aan hun lot worden overgelaten… We lieten ons per taxi naar het hotel brengen. Gemak dient de mens. We zouden wederom tegenover de kathedraal gaan logeren. De kamers en badkamers waren deze keer heel groot en er was een klein openluchtzwembad op het dakterras maar we zwommen wederom niet. 

Geen van ons sloot Cádiz direct in het hart. Deze stad moest ons veroveren en deed dat tenslotte ook. Het aardige is wel dat ‘Gaditanos’ (benaming voor de stadsbewoners) nog volop in het stadscentrum wonen. Er is hier nauwelijks sprake van gentrificatie, zoals in Málaga wel het geval is. Deze stad zou ik niet hip noemen al is die aan een opmars in de reiswereld bezig. Wat ook opviel, is dat je moet betalen voor een eenvoudige stadskaart (€1) en voor toegang tot de cetrale kathedraal (€7 per persoon). Het gaat niet om grote bedragen maar het is wel tekenend, denk ik. De aangeprezen visserswijk La Viña had veel tapasbars maar niet per se restaurants naar onze smaak. 's Avonds liepen wij terug naar het hotel door verlaten straten.

Er was zeker het een en ander te beleven maar we deden relatief weinig in de stad zelf (anders dan eten); dat was ook te merken aan het aantal foto´s. Zelfs het -gratis!- museo de Cádiz sloegen we over; niet opzettelijk maar zo pakte het uit. De smalle straatjes noopten mij ´s avonds tot het dragen van een mondkapje. Afstand houden met de vele mensen op de been, was lastig. Dat was ik niet meer gewend. We aten er in drie memorabele restaurants: La Marmita’, ‘Sonambulo’ en La Mafia se sienta a la mesa. Ze waren alledrie suggesties van Bernadette. (Haar nemen we nog eens mee!) 

Bij het eerstgenoemde restaurant werd ik van mijn sokken geblazen door de Almadraba-tonijn. Dit woord komt van het Arabische almadrába, plaats waar de klappen vallen. Deze manier van tonijn vangen wordt daar al sinds mensenheugenis toegepast en is slechts enkele maanden per jaar toegestaan. Vissers jagen de tonijnen in de Straat van Gibraltar op, vangen ze in netten waar ze dier voor dier met de hand worden geselecteerd, bekeken en teruggegooid of niet. De vissen die door de inspectie komen, worden handmatig gedood. In dit restaurant kozen we dus de rauwe rode tonijn op drie wijzen bereid, als gedeeld voorgerecht (tartaar, tataki, sashimi). Je kon de vis opzuigen. Heerlijk! Daarop volgde een even mooi en smakelijk kaasplateau. Mijn liefje stond erop dat ook haar gekozen tussengerecht van bao (gestoomd broodje) met langzaam gegaard draadjesvlees van ossenstaart en een spiegelkwarteleitje hier wordt genoemd. Sic. Vanwege dat enthousiasme gaan we dit gerecht binnenkort zelf proberen te maken. Het restaurant ‘Sonambulo’ wordt in de Michelingids genoemd. Het is een stemmig buurtrestaurant dat door twee Spaanse mannen wordt gerund. Alles liep op rolletjes en de gerechten waren super. De aparte pizza´s van La Mafia die we op de bonte avond in aanwezigheid van enkele mafialeden nuttigden, waren eveneens om te zoenen of op te vreten.

Cádiz was voor ons de perfecte uitvalsbasis voor een bezoek aan de belangrijkste stad in de regio: Sevilla, de hoofdstad van Andalusië. En weer later was het vertrekpunt voor een bezoek aan het bekendste witte dorp: Ronda.

Toen mijn liefje en ik begrepen dat Bernadette Sevilla nog niet had bezocht, konden we niet anders dan de route ernaartoe inplannen. Zij maakte een lijst van stadse bezienswaardigheden. We begonnen met de bezichtiging van Metropol Parasol, bijgenaamd ‘De paddenstoelen’. Een primeur voor ons drieën! 

Dit ontwerp van de Duitser Jürgen Mayer werd in 2011 geopend. Het is het grootste houten object ter wereld: 150 x 70 meter en 26 meter hoog. Je kunt erin, eronder en erop. De bijnaam kreeg het omdat de constructie lijkt op zes paddenstoelen (of parasols). Voor de bouw werden 3.500 delen hout gebruikt die met 3.000 verbindingen en 16.000.000 moeren en bouten aan elkaar zitten; het totale gewicht van de constructie is 1.300.000 kilo. Hoe kon iemand zoiets bedenken? Ik vond het prachtig. Vanaf het hoogstgelegen panoramadak heb je goed zicht over de stad. We konden ver kijken want het was een heldere dag. We zagen enkele bezienswaardigheden van Bernadette´s lijstje al in de verte liggen: de kathedraal van Santa Maria de la Sede, La Giralda en het koninklijk paleis (Real Alcazar). Die bezochten we later.

In een paar honderd meter gingen we van hypermodern naar eeuwenoud. De kathedraal van Sevilla, waarvan de bouw aan het begin van de 15de eeuw startte, is de op drie na grootste kathedraal ter wereld maar wel de grootste gothische kerk op aarde. De bouw duurde ruim 100 jaar. Het is UNESCO-Werelderfgoed. We liepen om het immense gebouw heen. Bernadette beloofde terug te keren voor de bezichtiging van het imposante interieur waar zich onder andere het graf van Christoffel Columbus bevindt. En voor de Torre del Oro aan de Guadalquivir-rivier. Deze stad verdient een meerdaags bezoek en enkele overnachtingen ter plaatse om van het avondleven te proeven. De belendende klokkentoren (La Giralda) deed oorspronkelijk dienst als minaret van de grote moskee van de stad. De Christenen die daar na hun verdrijving kwamen en bleven, zette er iets van hun religieuze voorkeur op. De bronzen weervaan op de top, el giraldillo, geeft de toren zijn huidige naam.

Na de lunch, op het plein tegenover de kathedraal, liepen we naar het koninklijk paleis. Dit grote complex om een imposante binnentuin heen, vind ik vooral interessant vanwege de rijke Mudéjar-stijl. Gouden plafonds, vergulde balken, de typisch hoefijzervormige deuren en ramen en veelkleurige ‘azulejos’ (tegels) die je teletransporteren naar de tijd van Al-Andalus (711-1212). We kwamen ogen te kort. Ook omdat we een botsing met andere bezoekers wilden vermijden... Die mensenmassa was ik niet meer gewend. 

Deze rondreis sloten we af met een bezoek aan het witte dorp Ronda, gelegen op 750 meter hoogte. Bernadette en ik bezochten onder andere de een na oudste rijschool ter wereld (na Wenen) en betraden er de, in ongebruik geraakte, stierenvechtersring. We kwamen er zonder kleerscheuren van af. We zetten onze vriendin af op de luchthaven van Málaga waar zij op het vliegtuig naar Nederland stapte. Dat is inmiddels een week geleden maar dat voelt langer. 

Zelf reden we door naar onze laatste overnachtingsplek voordat ook voor ons de thuisreis begon. Een hotel op een wijngaard aan de voet van de Sierra Nevada, net boven Lanjarón. Ik las dat traditionele wijnlanden in het zuiden van Europa het moeilijk hebben. In delen van Frankrijk, Italië, Griekenland en Spanje wordt het langzaamaan te heet om druiven te verbouwen. In Spanje zijn om die reden in de afgelopen decennia al duizenden hectares wijnbouw verdwenen. In Andalusië is 3/4 van de wijngaarden weg. Door klimaatopwarming.

Bernadette schreef het onlangs gepast in een bericht: wie reist kan veel verhalen. ¡Olé! Andalusië was ons uitermate goedgezind. Het is de mooiste, boeiendste regio van Spanje, wat mij betreft. 

Nogmaals hartelijk dank lieverd, voor jouw vriendschap, gezelligheid, gulheid en hulp bij het voorkomen van ongelukken -zowel in de auto als erbuiten. Aan al die goede kwaliteiten raakten we snel gewend. En veel dank ook aan de andere lieverd van dit gezelschap. Zij vergezelt mij op ál mijn reizen; virtueel en in het echt, dichtbij en naar verre oorden. 

Vanaf nu is bloggen weer business as usual!