We wandelden langs het strand (Middellandse Zee) toen mijn oog viel op iets kleins in de branding. Dat overkomt mij vaker want sinds mijn kindertijd raap ik (dode) schelpen. Dan ontwikkel je een zogenaamd ‘zoekbeeld’. Als er dan iets ligt dat opmerkelijk van kleur of vorm is, zie je het sneller dan iemand die er geen gewoonte van maakt naar de grond te kijken.
Het was een klein, krabachtig iets met een dik schild, piepkleine scharen en een lange spriet aan één kant. Ik stond stil op die plek langs het water omdat onze Engelse vrienden Pat & Sue net uit het water stapten. Zij zijn winterzwemmers of, beter gezegd, zij zwemmen het hele jaar door in zee. Beiden hebben een extra beschermlaag om niet direct te verkillen zodra de teen met koud water in aanraking komt (als je begrijpt wat ik bedoel...) Wij koukleumen, bibberen al bij de gedachte maar wij hebben dan ook geen extra vetlaag. Voor de goede orde: het zeewater heeft nu de temperatuur van de Noordzee in de zomer. Noem ons watjes.
Pat hield zijn hand op zodat ik een close up-foto kon maken. Daarna zette ik het diertje van ongeveer 2cm terug op het zand. Thuisgekomen, zocht ik met Google-lens wat ik had gefotografeerd maar dat leverde weinig zinvols op. Dus Tom Poes verzon een list. Al jaren klop ik met enige regelmaat aan bij de deskundigen van onderzoeksinstituut en natuurhistorisch museum Naturalis. De persoon die doorgaans het contact met de buitenwereld onderhoudt, heet Alice.
Er zit al sinds de kindertijd heel veel verwondering in mij. Een voortdurende nieuwsgier en verbazing over wat zich om ons heen bevindt. Zo ontstond ook de natuurvorser in mij. Ooit vond ik twee witte meeverende pingpongballen met een zwart staartje langs een afgelegen strand in Noord-Bali. Ik nam de ballen niet mee maar fotografeerde ze en stuurde die foto naar Naturalis. Het bleek te gaan om doodgewone kogelvislarven, al is deze vis, de fugu, berucht om zijn sterke gif.
Of die keer dat ik dacht bij de Zandmotor ter hoogte van Ter Heijde (Zuid-Hollandse kust) een fossiel bot te hebben gevonden. Die zandmotor was net aan de kust aangebracht als maatregel tegen zeespiegelstijging. Daar deden mensen in de loop van de tijd heel bijzondere vondsten. In mijn geval was het echter geen miljoenen jaren oud bot maar een van een hedendaags rund dat waarschijnlijk in de Noordzee verdronk. Met dank aan Naturalis. Dus nee, tot dusver nooit bijzondere vondsten of ontdekkingen, niets dat mijn naam verbindt met de eeuwigheid.
Eerder deze week las ik het boek uit, getiteld ‘Waanzin aan het einde van de wereld’ van de Amerikaan Julian Sancton. De ondertitel luidt ‘De noodlottige reis van de Belgica door de donkere Antarctische nacht’. Dat zegt genoeg. De jonge Belgische commandant en expeditieleider Adrien de Gerlache vaart in 1897 met zijn bemanning -onder andere met een jonge Roald Amundsen- naar ijscontinent Antarctica. Hij wil de eerste zijn die de geomagnetische zuidpool bereikt. Het wordt een verhaal van grote tegenspoed (op alle terreinen) dat niet iedereen overleeft.
Ik stuurde deze keer weer een bericht naar het contactadres van Naturalis en voegde de foto toe. Ook vroeg ik of Alice er nog werkzaam was. De laatste keer dat ik contact opnam, ligt alweer enkele jaren achter mij. Doorgaans reageert men vrij snel, deze keer niet. Tijdens de wachtdagen las ik in de krant rouwadvertenties die uit naam van het instituut waren opgesteld. Het ging om directeur Marjolein Breemer. Zij overleed onverwachts, op 49-jarige leeftijd. Bioloog Freek Vonk sprak in de openbaarheid over de verbijstering die in de organisatie heerste. Ineens begreep ik waarom ik langer dan gewoonlijk moest wachten op antwoord.
Na ruim een week stuurde ik een herinneringsmail, inclusief betoond medeleven. Niet lang daarna kreeg ik alsnog antwoord... van Alice. Ze dankte mij voor de betoonde compassie en ging daarna over tot de orde van de dag. Ze had mijn foto voorgelegd aan haar collega Charles, expert op het gebied van kreeftachtigen. Die stelde vast dat het gaat om een primitief soort krab, Albunea carabus. In het Engels wordt het dier ook wel ‘mole crab’ (molkrab) genoemd. Het zeediertje gebruikt zijn afgeplatte poten om zich in te graven in de zandbodem. Ik was hem of haar dus net voor geweest op het strand. Het blijk een vrij zeldzaam dier. Joehoe! Het is nog steeds geen wereldfaam, het zal niet de boeken ingaan als ‘cancer nudis pedibus Barefoot’ maar het is evenmin een onbeduidende vondst. Alice stuurde een Wikipedia-artikel mee waarin de fysieke kenmerken en habitat van het minikrabje nader worden toegelicht.
Wij wandelden recent langs de boulevard van Los Alcázares toen mij een folder in de hand werd gedrukt. Het bleek te gaan om een korte geschiedenis van de Mar Menor, in cartoonvorm en met volle tekstballonnen. Een onderwerp dat mij na aan het hart ligt. Ik blogde al heel vaak over de penibele situatie van deze gemaltraiteerde zee. In de folder wordt de binnenzee echter afgebeeld als verleidelijke blauwe blob met lang haar. In de realiteit is Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee, al decennialang slachtoffer van ernstige vervuiling door illegaal lokaal en regionaal landbouwafvoer, door mijnbouw en toeristische bebouwing. Deze zee kreeg vorig jaar, als eerste Europese ecosysteem, een eigen juridische status. Daarmee kreeg het officieel bestaansrecht en recht om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen, te worden hersteld en beschermd.
In 2008 nam de Ecuadoriaanse regering als eerste ter wereld een wet aan die de ‘Nature of Pacha Mama’ moest gaan beschermen. Als tweede land in de wereld nam Bolivia in 2015 een wet aan die de Rechten van Moeder Aarde moest gaan beschermen. De Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland, stromend op Maori-land, verkreeg juridische status in 2017. In 2018 werd door het Hooggerechtshof van Colombia een wet bekrachtigd die de rivier Amazone als ecosysteem juridische rechten verschaft. Dat was nadat een groep jongeren een rechtzaak aanspande tegen de toenmalig president van het land. En nus dus ook Mar Menor.
Teresa Vicente (1962) is een Spaanse hoogleraar rechtsfilosofie op het gebied van mensenrechten en natuurrechten aan de Universiteit van Murcia. Zij is een van de initiatiefnemers van het volksinitiatief om de Mar Menor rechtspersoonlijkheid te verlenen. Ze zette zich er vele jaren voor in en in 2022 werd die wet aangenomen. Die waarborgt voortaan de rechten van dit bijzondere ecosysteem als rechtspersoon. Allereerst richtte ze de organisatie SOS Mar Menor op. Een slimme vrouw met visie en passie.
In 2023 ontving Vicente de eremedaille van de Raad van Europa voor het belangrijke vrijwilligerswerk dat ze deed. In 2024 ontving zij de prestigieuze Goldman Environmental Prize voor haar inzet. Deze internationale prijs wordt ook wel de ‘Groene Nobelprijs’ genoemd. Zij groeide op aan de Mar Menor, zwom als kind in het kristalheldere water van de zoutwaterlagune, snorkelend en genietend van de aanwezige populatie zeepaardjes. Die tijden zijn niet meer... Chronische vervuiling veranderde de zee in een kerkhof. Een massale vissterfte in 2019 zette Vicente ertoe aan actie te ondernemen.
In december 2025 trad ze af. Deze gedreven activiste legde haar functie als voorzitster van het ‘Comité van Vertegenwoordigers’ neer, na die slechts zes maanden te hebben vervuld. Dit is een van de drie toezichthoudende organisaties die een oog houdt op naleving van de wet. Dit comité bestaat uit drie leden van de Spaanse overheidsadministratie (die het algemeen belang moet dienen), drie ambtenaren van de autonome regio Murcia en zeven gekozen burgers en heeft als taak maatregelen voor te stellen die de binnenzee ten goede komen.
Als reden van ontslag gaf ze op dat haar commissie wordt ‘verlamd’ door de regionale en nationale overheid. In haar ontslagbrief lichtte ze haar besluit nader toe. De overheidsinstanties –de autonome regio Murcia en de Spaanse staat- hebben ten onrechte een soort vetorecht gecreëerd over veel van de ingediende initiatieven. De door deze overheden benoemde vertegenwoordigers gedragen zich meer als verdedigers van de overheid dan als verdedigers van de rechten van Mar Menor, waarvoor ze juist zijn benoemd.
Een dergelijk vetorecht was nooit de bedoeling en als de leden van het comité hadden geweten dat het zo zou uitpakken, zouden ze het anders hebben gedaan. Vicente en haar collega’s hadden niet verwacht dat de socialistische regering van Pedro Sánchez de handen ineen zou slaan met de PP-regering in de regio Murcia. ‘Ze vertegenwoordigen de beide regeringen en denken als één geheel.’ Aldus een uiterst kritische Vicente.
Het Spaanse ministerie van Milieu verklaarde dat het de beslissing van Teresa Vicente om af te treden respecteert maar de opgegeven redenen niet deelt. Tja. Haar vertrek is slecht nieuws voor Mar Menor.


























