Translate

donderdag 29 januari 2026

Grote of kleine k?


Fabian Gomes Trinidade
Tot eind van deze maand kan er weer worden gestemd op de beste street art ter wereld. Op 31 januari aanstaande wordt de winnaar bekendgemaakt op de website van Street Art Cities. Zelf bracht ik, zoals elk jaar, reeds een stem uit op mijn favoriete kunstwerk van 2025. 

Er werd lange tijd neergekeken op deze vorm van kunst. Het was kunst met kleine k, velen vonden het niet eens kunst. Tot de hoge kunst behoren klassieke, intellectuele kunstvormen die je vindt in musea en concertzalen. Lage kunst is massacultuur. Hier gaat het om populaire vormen van kunst. Daartoe schaarde men straatkunst ook. Daarmee was ik het al snel oneens nadat ik kunstig beschilderde muren zag. (Maar voor graffiti haal ik mijn neus op...) Er zit ook vaak een mooi verhaal achter het werk. Vaak kan ik een glimlach niet onderdrukken. 

Ik weet niet precies wanneer deze liefde begon. De eerste digitale foto van een muurschildering zit in mijn 2005-2006 webalbum en is geschoten in Australië. Tot nu toe spant Zuid-Amerika de kroon qua aantallen en kwaliteit, wat mij betreft. Deze vorm van cultuur is ook prominent in Spanje. Málaga is een stad vol urban art maar dat is buurgemeente Los Alcázares ook. De meeste personen die naam maken als muurkunstenaar, zijn professioneel geschoold en zeer getalenteerd.

In een uitgebreid artikel in El País werden de dit jaar genomineerde muurschildering en andere kunstwerken op de muren van Cartagena uitgelicht. Ook die stad zit er vol mee! Je vindt er meer dan 50, in en om het centrum. In dit artikel werd een mailadres vermeld dus dat gebruikte ik om te vragen of ze een digitale wandelkaart van het gebied hebben. Ik moest er lang op wachten maar het kwam. Nee, er bestond geen digitale kaart van alle muurschilderingen. Wel werd mij dringend verzocht op het werk van Spaanse kunstenaar KATO te stemmen die in een buitenwijk een complete muur verfraaide.

Hij maakte een kunstwerk, getiteld ‘K-ArtHago Nova: Ars, Populus et Imperium’. Cartagena is een mooie Spaanse stad met een rijke Romeinse geschiedenis. Het werk is aangebracht op de wand van een sportcomplex in de wijk Carteras en  vult de hele muur (50x6 meter). Alleen de schildering van de vrouwelijke krijger werd ingestuurd voor de verkiezing. ‘K-Arthago’ is een verwijzing naar de Romeinse naam voor Cartagena, Carthago Nova, en de identiteit van de kunstenaar (KATO). Zijn echte naam is Fabián Bravo Guerrero (1986). 

Deze muurschildering is een eerbetoon aan de grandeur van Carthago Nova, het huidige Cartagena en het Romeinse erfgoed. Het kunstwerk, gemaakt met spuitverftechniek, combineert straatkunst met geschiedenis om de pracht van het Romeinse Rijk tot leven te brengen. Links staat een stoere Romein in gouden harnas en rode cape die macht en strategie vertegenwoordigt. Rechts staat een jonge vrouwelijke krijger die voor gelijkheid zou staan (al is ze lieflijk afgebeeld en houdt ze haar hoofd schuin...) en voor de kracht van het volk. Aldus Fabián Krijger. Hij werd overigens niet in Cartagena geboren maar in Sevilla.   

In het midden van het paneel vind je een scène van straten en burgers dat aangeeft dat het bij de Romeinen niet alleen draaide om militaire glorie, maar ook om het dagelijks leven, de cultuur en de gemeenschap. Ook op dit werk stemde ik niet maar we gaan binnenkort wel met een zelfgemaakte kaart naar Cartagena om daar zoveel mogelijk kunstwerken te zien. 

Het grootste aantal inzendingen (13) komt dit jaar uit Spanje. Zuid-Amerika is tevens goed vertegenwoordigd. De Nederlandse muraliste Nina Valkhoff doet mee met kunstwerk ‘The Chase’ dat ze op een muur in Engeland aanbracht. Een fraaie schildering van vogels (een aalscholver en twee Jan-van-Genten) die onder water zijn om er te vissen. Nu zal de regelmatige lezer denken dat deze schildering mijn stem kreeg vanwege mijn grote liefde voor gevederde vriendjes maar dat is niet zo! Het werk is technisch zeer knap en er zit vaart in de schildering maar toch kreeg het mijn stem niet. 

De Nederlandse kunstenaar Paul Watty doet eveneens mee met ‘The Frog’, op een muur in Tilburg. Ook dit werk is technisch perfect, met mooie spiegeling in de levensechte ogen en mooie regendruppels op de bladeren waarop het dier zit. Wederom voelde ik mij echter niet geroepen om op hem te stemmen. Wellicht ben ik niet pattriotisch genoeg?! Maar zo gaat dat: de waardering voor kunst, in welke vorm dan ook, is zeer persoonlijk en vaak niet rationeel. 

Zelf verkoos ik een Spaanse inzending, getiteld ‘Juan el afilador’ ofwel Jan de messenslijper. Een hyperrealistisch werk in blauwtinten van een oude man met mondharmonica. Traditioneel maar toch ook weer niet. De Ourense-kunstenaar Mon Devane (1985) vereeuwigde een van zijn buren, Juan Pérez, messenslijper, emigrant en uitvinder in Castiñeiro, een dorp in San Xoán de Río (provincie Ourense, autonome regio Galicië). 

Juan is messenslijper van beroep en belichaamt het typische verhaal van een Spaanse arbeidsmigrant die uiteindelijk naar Zwitserland ging voor een beter leven. Juan werd geboren in 1935. De omstandigheden van die tijd dwongen hem al op jonge leeftijd te gaan werken. Als kind was hij schaapherder, maar dankzij oom Antonio ontdekte hij welk beroep hij wilde kiezen: messenslijper. Oom en hij trokken samen naar de autonome regio La Mancha om daar geld te verdienen; een afstand van ongeveer 500km. Dat deden ze aanvankelijk fietsend. 

In de krant El Español las ik een interview met de geportretteerde en diens zoon Juan Carlos. Juan monteerde een slijpsteen op zijn fiets omdat hij -zoals hij zelf zegt- het lopen zat was. Dat was zijn eerste (en enige) uitvinding. Later in zijn leven vertrok deze pionier naar Zwitserland waar hij twaalf jaar verbleef en verschillende banen had; onder andere die van tuinman, afwasser en grafdelver. Hij keerde terug naar Spanje waar hij inmiddels een Vespa had met het slijpapparaat erop gemonteerd. Daarmee reed hij naar Andorra en de Costa Brava voor werk. In 1974 kwam hij in Barcelona terecht, ​​waar hij ruim 20 jaar in een bestekwinkel werkte als messenslijper. 

Juan’s zoon verliet zijn gamebedrijf in Noorwegen tijdens de coronapandemie om terug te keren naar het dorp van zijn grootouders. Zijn grootmoeder zei hem dat hij moest stoppen ‘met de wereld rondreizen’. Hij moest naar zijn geboortegrond komen om het dorp (en omgeving) te helpen. JC deed wat zij wenste, hij keerde definitief terug. Grootmoeder overleefde covid niet. 

Juan Carlos keerde terug naar zijn geboortegrond maar zijn vroegere leven bleef kriebelen. Dus hij deed waarin hij goed was: met zijn Noorse compagnon ontwikkelde hij een game, genaamd ‘Aldealista’. Een app die dorpen en mensen met elkaar verbindt (een soort Tinder) en tot doel heeft plattelandsgebieden zichtbaar te maken en nieuw leven in te blazen. Met het geld dat wordt verdiend, worden restauratieprojecten in het dorp en de omgeving uitgevoerd. Uit een van die projecten, getiteld ‘Rural Haus’, kwam de muurschildering van Jan de messenslijper voort. 

Er is in Spanje al geruime tijd een soort ‘plattelandsrenaissance’ gaande. Je hebt de term ‘España Vacia’ waarschijnlijk weleens gehoord, het lege Spanje. Het binnenland van Spanje raakt steeds verder ontvolkt. Jongeren trekken naar de grote(re) steden voor werk en een leuker leven, de oudjes blijven achter en sterven op geboortegrond. Het dorp van zijn grootouders trof dat lot ook en staat symbool voor de ontvolking van duizenden dorpen in Galicië en andere autonome regio’s van het land. 

Aldealista is inmiddels een breed gewaardeerd sociaal platform dat toont waar je kunt eten, winkelen, slapen en wat er is te bezoeken in dorp X, Y of Z. Het omvat 125 gemeenten, heeft meer dan een half miljoen geregistreerde interacties (swipes), meer dan 5.000 matches, bijna acht miljoen weergaven op sociale media en is al actief in 51 landen (o.a. Duitsland, Zwitserland en Argentinië). 

Juan is trots op zijn portret en Juan Carlos op zijn app. Jongeren uit omliggende dorpen maken regelmatig een excursie om de muurschildering te zien en met de oude VIP te praten. Dat soort acties is ook bedoeld om hen te verbinden met hun geboortegrond. Om hen bewust te maken van hun wortels en hen te overtuigen dat blijven, in plaats van vertrekken, een goed optie is. 

De nu 89-jarige Juan wordt ook wel ‘de patriarch van Billarda’ genoemd. ‘Billarda’ (biljart) is een van de bekendste spellen in Galicië. Je moet een stok omhoog gooien en die dan proberen te raken met een andere stok om het zo hoog mogelijk in de lucht te meppen. Een soort biljart dat wij kennen op een horizontaal groen laken, maar dan verticaal, in de blauwe lucht. Het spel wordt daar vooral gespeeld op lokale festivals. 

Een mooie kroniek, een geslaagd kunstwerk. Met hoofdletter K, wat mij betreft!

zondag 25 januari 2026

Verliefd

Ik werd opnieuw verliefd en mijn liefje was de eerste aan wie ik dat opbiechtte. Ze was van slag van het bericht en dat kon ik mij voorstellen. Na bijna 37 kreeg ze concurrentie... Na enige bezinning begreep ze mijn gevoel echter wel. Bij doorvragen, bleek zij ook warme gevoelens te hebben voor mijn nieuwe vlam. Het kon dan ook niet uitblijven: we vormen nu een trio. 

‘The object of my desire’ gaat op twee spichtige pootjes door het leven. Over haar borstpartij ben ik werkelijk lyrisch! Over haar zang ook. Ze voelt zacht aan maar vergis je niet: er zit een stevige kern in. Soms houdt ze haar koppie schuin, alsof ze voortdurend op haar hoede is. Elke ochtend en elke namiddag zien we elkaar. Dan sta ik met mijn telelens voor het raam, verscholen achter het gordijn, om haar te fotograferen. Ik ontpopte mij tot heuse gluurder. Ik heb inmiddels zoveel portretten dat de vogel een eigen album verdient, getiteld ‘Birdlife with Robin’. Mijn Robijntje... zucht. 

Nadat we eind vorig jaar de roodborst in onze tuin ontwaardden, begonnen we te lezen over roodborstjes in de wintertuin. Daarmee kwam een stroom aan artikelen over dit gevederde vriendje op gang (via ‘Trending’). Ook in het Spaans. Roodborst heet in die taal ‘petirrojo’ en er bestaat een uitdrukking als ‘tenir el petirrojo’. Dat betekent dat iemand geluk en bescherming met zich meedraagt. Een aardig bijgeloof. 

Nu is het aan de Costa Blanca qua weer lang niet zo bar en boos als in hoger gelegen delen van Europa maar koud vond ik het in de afgelopen periode wel! De temperatuur kwam nooit lager dan 3 graden Celsius in de nacht en vroege ochtend maar toch bibberde ik regelmatig. Overdag hebben we alweer temperaturen van boven 20 graden, dus wij mopperen niet (lang) maar de vogels wel. 

Ik weet niet zeker of het er eentje is die telkens terugkeert of dat we te maken hebben met meer dan een roodborst; ik denk dat laatste. Het bijvoederen was bedoeld om deze vogel(s) door de winter te helpen. Dat deden we eerst met muësli, later werd daar vogelzaad aan toegevoegd. Dat mengsel bleek niet alleen de roodborst aan te trekken. Er kwamen jonge en volwassen merels, diverse soorten mussen en zelfs Turkse tortels op af.

Er bleek sprake te zijn van een duidelijke hiërarchie onder de vogelpopulatie. De merels waren aanvankelijk de grootste vogels die een graantje kwamen meepikken. We hebben te maken met een volwassen mannetje (gele snavel) en een jong mannetje (nog niet helemaal geel). Afgelopen voorjaar hadden we twee merelstellen in de tuin die zich voortplantten in onze stoutejongensboom. Een merelkuiken bleek een handicap te hebben, misschien wel doordat het diertje uit het nest viel of werd aangevallen. Er was een wond te zien boven een oog. Misschien is hij nu de jonge vogel die zijn extra voedsel beschermt. Beide merels gedragen zich agressief op de voederplaats als andere vogels verschijnen. Mussen en duiven gaan eveneens goed zijn. 

De mussen die zich melden, zijn Spaanse mussen (passer hispaniolensis) en huismussen (passer domesticus). Ik denk dat ik af en toe ook een rotsmus -niet te verwarren met de rotmuts- zie, petronia petronia. Mannetje huismus is te herkennen aan een witte oogvlek en grijze bies bovenop de kop. Vrouwtje huismus heeft een beige wenkbrauwstreep. Beide goed te zien door de telelens.

De Spaanse mus een donkerder borstvlek (‘slabbetje’ genoemd) dan de huismus. Dat is op de foto hiernaast goed te zien. 

De vrouwtjes zijn bij beide soorten slanker (smaller) dan de mannetjes. De vogels komen altijd met velen bij de voederplaats aan. Er is altijd een dappere die de eerste stap zet nadat het strooisel is neergelegd. De mus is in gedrag veel toleranter dan de merel. We hebben al jaar en dag een grote groep residente mussen in onze tuin sinds we een vogelbar in de tuin hebben. De aanvoerder van dat mussengezelschap doopten we ooit ‘Bowo’, Bolletje Wol. Hij was destijds de grootste dikkerd van de groep.   

Mussen en roodborstjes zijn ongeveer van dezelfde grootte en verdragen elkaar ogenschijnlijk goed, al wordt wel beweerd dat een roodborst territoriaal is. Hier snoepen ze vaak harmonieus samen van ons strooisel. Als je ze, zoals wij nu, goed kunt bekijken, kun je zien dat hun snavels nogal verschillend zijn. Een mus heeft een stevige, kegelvormige snavel die uitermate geschikt is voor het eten van zaden. De roodborst heeft een langere, puntiger snavel die zich beter leent om insecten en wormen uit de bodem te trekken. Hun insectendieet wordt in de winter dus aangevuld met zaden, vruchten en voedselresten. Een mannetje en vrouwtje roodborst zien er hetzelfde uit. 

Ik las ergens dat de roodborst in wintertijd kan genieten van een stukje appel. Dus ik snipperde op een ochtend een deel van een granny smith en legde dat rondom het zadenstrooisel. In grote afwachting van wat zou komen... Nou, er gebeurde aanvankelijk niks, nada. Er zaten tientallen vogels in omringende bomen en struiken op onze patio maar geen vogel maakte aanstalte om te gaan foerageren. Het duurde en duurde maar er gebeurde niets. De appel was wellicht te vreemd qua substantie? Er moest dus iets veranderen om terug te keren naar de prettige situatie van daarvoor. Mijn liefje haalde de meeste stukjes appel weg en deed die over in een ander bakje dat ze op de buitenbar zette. 

Het was de roodborst die zich als eerste vertoonde bij het voedsel. Hij/zij/hen was de dapperste. Onze favoriete vogel van dit seizoen haalde de overgebleven appelstukjes er vakkundig uit. Ik heb het vogeltje nog nooit zo vaak zien bukken voor een hapje. Pas daarna volgde de rest van de vogelpopulatie, met het gebruikelijke gedrag. 

Op een ochtend hoorde we het bekende zanggeluid van de roodborst door de tuin klinken. We waren later dan normaliter met uitstrooien dus we vermoedden dat de vogel ons tot de orde riep. Waar blijven jullie? Waar was het welverdiende wintervoer? Mijn liefje (die andere op twee pootjes) snelde naar buiten om het zaad uit te strooien. 

Dat niet iedereen liefde voor vogels voelt, bleek toen er een houten plank in mijn vizier verscheen. Het was Spaanse buurvrouw Isabel (ze bleef zelf uit het zicht) die met dat ding ons muurtje schoonveegde. Er bleef bijna niets liggen. Wat voer er in haar? Dat was niet haar muur, het was de onze! Tja. 

We zijn al jarenlang gebrouilleerd. Zij zijn zonderlinge types die niet kunnen communiceren, met niemand in de straat contact hebben. Het is niet de eerste keer dat ze vreemd gedrag vertonen... We probeerden aanvankelijk om met hen in contact te komen maar gaven het uiteindelijk op. Ze komen bijna nooit buiten en krijgen zelden bezoek. We kozen een andere muur voor het strooisel, om escalatie van de kwestie te voorkomen. Die ligt meer uit ons zicht is en dat is toch wel jammer.

Hoe het ook zij, een roodborst is een hartverwarmend vogeltje. Hier zijn alle gevederende vriendejs welkom. Project Roodborst is nog even ons favoriete winterse project.


woensdag 21 januari 2026

Was Leif maar doortastender geweest

Dit is de eerste longread van 2026, met een leestijd van ruim 9 minuten. Het is vroeg in het nieuwe jaar, dat realiseer ik mij. Maar er gebeurt ook zóveel in de wijde wereld! Deze keer verblijven we in Scandinavische en Arctische sferen... 

De hele Groenland-rel die Trump recent veroorzaakte, is de schuld van de Noren. Omdat zij hem, vredesduif bij uitstek, de Nobelprijs voor de Vrede niet toekenden vorig jaar. Extra interessant in deze context! 

Er is inderdaad veel te doen om Groenland, dat een volgend slachtoffer lijkt te worden van pestkop Trump. De vrouw van de Amerikaanse Homeland Security Advisor Stephen Miller, een van de engste mannen van MAGA en bedenker van veel naars, postte enige tijd geleden een  bericht op X dat de hele wereld over ging en vooral in Europa veel aandacht kreeg. Ik weet niet wat die twee hadden gedronken op Oudejaarsavond of tijdens de Nieuwjaarsreceptie maar het moet giftig zijn geweest. SOON... Groenland zal binnenkort deel uitmaken van de Verenigde Staten. Stephen Miller zelf zei eerder deze maand in een interview met CNN dat Groenland bij de VS hoort, als 51ste staat van het land. Zodra ze het bezitten, wordt Groenland omgedoopt tot ‘Red, White, and Blueland’. De dreigementen van Trump & Co sloegen in Denemarken en Groenland in als een bom.

Groenlands landmassa is groter dan Nederland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Oostenrijk en Zwitserland samen. Het grootste eiland ter wereld. Groenland (‘Grønland’ in het Deens en ‘Kalaallit Nunaat’ in Kalaallisut, de taal van de Inuit) betekent ‘het land van de mensen’ en is een van de onbekendste en minst begrepen plekken op aarde. Vandaag de dag staat het echter centraal in de geopolitieke strijd om het Noordpoolgebied. 

Het is geen onafhankelijke staat, het behoort tot het Deense Koninkrijk. Het is dus geen autonome natie maar heeft wel zelfbestuur en een concept-grondwet is in de maak. Het is een democratisch land met een gekozen regering. Het heeft een eigen premier, eigen parlement en twee afgevaardigden in het Deense parlement. De eigen economie is beperkt van omvang: het geld wordt verdiend met visserij en een groeiend toerisme. Groenlanders zijn duidelijk: ze willen geen onderdeel zijn van de VS. (Wat ze wel willen, is minder duidelijk...) 

Groenland ligt precies tussen de VS en het land van hun aloude rivaal (Rusland). Het is dus niet verwonderlijk dat de regering-Trump openlijk speculeert over het opnemen van het eiland als 51ste staat van Amerika. Dat Trump dat dreigt te doen via een vijandelijke overname van een land van een bondgenoot verwondert wel. Hij vindt dat Denemarken onvoldoende doet aan beveiliging en surveillance van het arctisch gebied. Het liefst doet hij dat zelf, als nieuwe eigenaar. Eind vorig jaar benoemde Trump een speciale Groenland-gezant. Die zei vervolgens dat hij het een eer vind ‘om Groenland onderdeel te maken van de VS’. Er zijn nog steeds mensen die denken dat Trump niet echt van plan is dit land in te nemen. Het is echter duidelijk dat er sprake is van een toenemende pressiepolitiek van Amerikaanse zijde. Trump wil vooral lucratieve mijnbouwdeals sluiten! 

In de wekelijkse Boekenbijlage van NRC trof ik een heel positieve recensie aan van het boek ‘So you want to own Greenland? Lessons from the Vikings to Trump’ van de Australische auteur en een expert op het gebied van poolgeopolitiek dr Elizabeth Buchanan (1972). Dat nodigde uit tot lezen. Ze geeft een chronologisch overzicht van de rijke geschiedenis van het grootste eiland ter wereld en gaat vooral dieper in op de complexe relatie VS – Denemarken (Groenland) door de jaren heen. Dat doet ze met goed gevoel voor humor en understatements. 

Trump schreef onlangs op zijn eigen sociale media dat hij niet begrijpt dat Denemarken ‘eigenaar’ is van Groenland. Daarbij stelde hij dat er geen documenten zijn. ‘Het is alleen dat daar honderden jaren geleden een boot is aangemeerd, maar wij hebben daar ook boten laten aanmeren.’ Eén ding is duidelijk: hij heeft Buchanans boek niet gelezen. 

Daarin is namelijk te lezen dat het Groenlandse verhaal begint 982 jaar voor onze jaartelling met Erik de Rode, een Noorse viking, een soort Roodbaard. (Het is inderdaad de schuld van de Noren!) Zijn vader werd met zijn gezin naar IJsland verbannen omdat hij een buurman doodde. De appel viel niet ver van de boom. Erik pleegde als volwassene een moord en werd voor drie jaar uit IJsland verbannen. Hij vertrok westwaarts en ontdekte zo het buureiland. Alhoewel het eiland wit was -het zat verstopt onder een ijskap- noemde hij het Groenland om mede-vikingen naar die locatie te lokken. Er kwamen circa 500 personen op af die in drie koloniën in het zuiden leefden. 

Erik de Rode droeg Groenland op aan zijn vaderland Noorwegen. Het verhaal gaat dat Erik’s zoon Leif Erikson in het jaar 1000 naar Noord-Amerika zeilde, lang voordat Christoffel Columbus dat deed. Als hij dat land aan zijn vaderland had opgedragen, had de wereldgeschiedenis heel anders uitgepakt... 
 
Erik en zijn nazaten leefden van het land, woonden in vaste kolonies op één plek, hielden koeien, schapen en geiten en aten die ook. Eeuwenlang verhandelden de vikingen walrusivoor en bont met buurlanden. De oorspronkelijke bewoners van Groenland, de Inuit (eskimo-volkeren), leefden een nomadisch bestaan en volgden de plekken waar de beste visoogst zich bevond. Zij voelden een diepe verbondenheid met de wateren rondom.

In de 14de eeuw sloten Noorwegen en Denemarken een verbond. Het Noorse Groenland kwam daarmee onder hetzelfde Noors-Deense koningshuis. Op enig moment leefden op Groenland 2.000 vikingen. In de 15de eeuw verdwenen ze echter als sneeuw voor de zon. Een mysterieuze verdwijning. Niemand heeft hiervoor tot dusver een sluitende verklaring. De zwarte dood (pest) brak destijds uit maar er zijn geen bewijzen dat dit de oorzaak van hun verdwijning was, er werd nergens een massagraf gevonden. Ontstond er strijd tussen Vikingen en Inuit? Door de latere ontdekking van Afrikaans ivoor konden de vikingen op Groenland zich economisch niet meer staande houden. Stierven ze ‘gewoon’ uit? Het is waarschijnlijker dat klimaatverandering (aanhoudende droogte) de oorzaak van hun verdwijning was. Men vertrok waarschijnlijk naar aanleiding van een kleine ijstijd die het eiland onbewoonbaarder maakte.  

Pas in 1721 kwam er weer een buitenlandse missie naar Groenland. De Noorse missionaris Hans Egede vroeg de Noors-Deense koning (van Denemarken) om toestemming om het Lutheraanse geloof onder de Inuit te gaan verspreiden. Egede leerde de lokale taal, vertaalde christelijke teksten in die taal en bleef 15 jaar lang op het eiland. Het beste hotel van Groenland is naar hem vernoemd. Zijn komst was het begin van het (uiteindelijk) Deense kolonialisme op Groenland. Meer dan 90% van de bevolking is nu nog lid van de Lutherse Kerk. 

Na afloop van de Napoleontische oorlogen -waarin Denemarken bondgenoot werd van Frankrijk- werd het Verdrag van Kiel gesloten (1814) tussen overwinnaar Zweden en Denemarken. Daarin werd bepaald dat Denemarken Noorwegen moest overdragen aan de Zweedse koning. Alleen de voormalige Noorse koloniën IJsland, Groenland en de Faroër bleven Deens. Noorwegen legde zich nooit bij dit verdrag neer en bleef tot begin 20ste eeuw protest aantekenen. Toen ontstond een dispuut tussen Noorwegen en Denemarken over Groenland. Van wie was het eiland precies? Daarover moesten derden uiteindelijk beslissen. In 1933 werd officieel bepaald (internationale rechtspraak) dat het tot het Deense Koninkrijk behoort. 

Net als vele kolonisators gingen de Denen niet goed om met de oorspronkelijke Inuit-bevolking van hun kolonie. Denemarken, betalend voor gezondheidszorg en onderwijs van de Groenlanders, was van mening dat de Inuit te veel kinderen kregen, hun onderhoud werd te duur. De Deense overheid startte in het geniep een project om Inuit-vrouwen onvruchtbaar te maken; dat duurde tientallen jaren voort. Denemarken haalde tevens Inuit-kinderen weg bij hun ouders, bracht ze naar het vasteland om ze tot kleine Denen’ om te vormen. Dat heette daarom het ‘Little Danes’-project. Een deel keerde naar Groenland terug, een ander deel werd door Denen geadopteerd. Veel kinderen die dit lot ondergingen, werden niet oud of kampten met grote psychische problemen. In 2020 bood de Deense overheid zijn excuses aan voor deze schandelijke praktijken. 

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werd Denemarken bezet door de Nazi’s. De toenmalige Deense ambassadeur in de VS (Henrik Kauffmann van Duitse origine) sloot op eigen houtje een verdrag met de Amerikanen, de ‘Greenland Treaty’ (1941), om ervoor te zorgen dat Groenland niet door de Duitsers zou worden bezet. Dat kwam de Geallieerden later goed van pas, alhoewel dit verdrag na de oorlog werd betwist door de Deense Kroon. Kauffmann zou niet het wettelijke recht hebben gehad om namens hen over het lot van Groenland te beslissen. De achilleshiel van dit verdrag was jarenlang het beruchte artikel 10, dat de Verenigde Staten het recht gaf om alle toekomstige wijzigingen in het verdrag te vetoën. 

De Amerikanen gebruikten Groenland tijdens de Tweede Wereldoorlog ook om cryoliet te delven (voor het maken van aluminium). De mijn en de 100 à 200 mijnwerkers werden destijds door 500 Amerikanen beschermd tegen de Duitsers. Dat product werd met scheepsladingen tegelijk naar Philadelphia (Pennsylvania) verscheept. 

Het Defensieverdrag over Groenland van 1951 (tussen de VS en het Koninkrijk van Denemarken) stond het de Amerikanen toe hun belangrijkste militaire bases na de Tweede Wereldoorlog te behouden en eventuele nieuwe bases op te richten, mocht de NAVO dat nodig achten. Deze overeenkomst werd in 2004 geupdate en ondertekend door buitenlandminister Colin Powell, een vertegenwoordiger van de Deense regering en iemand van de Groenlandse regering.

Tijdens de Koude Oorlog met Rusland diende Groenland voornamelijk militaire doeleinden. De Amerikanen bouwden er destijds zelfs -illegaal- een stelsel van 21 ondergrondse tunnels, een lanceerinstallatie voor kernraketten en een ondergrondse opslagplaats voor nucleaire wapens. Er verbleven ooit 200 Amerikanen. Dat actieplan heette ‘Project IJsworm’ en werd in 1965 opgegeven toen het door Deense wetenschappers bij toeval werd ontdekt. Het kamp werd in 1967 ontmanteld. Denemarken/Groenland gaf er nooit toestemming voor en wist niets van deze Amerikaanse activiteiten op hun grondgebied. Sinds 1951 hebben de Denen en Amerikanen wel een verdrag dat de VS het recht geeft Amerikaanse bases op Groenland te vestigen.

In 1953 veranderde de status van Groenland van kolonie in district van Denemarken en werd het eiland officieel geïntegreerd in het Deense Koninkrijk. Dat was het startsein voor een lang streven naar meer autonomie onder de Groenlanders. Denemarken deed de belofte dat het eiland op termijn onafhankelijk kon worden. (Over de manier waarop die onafhankelijkheid wordt verkregen, zijn de Groenlandse meningen nu verdeeld.) Het eiland heeft verregaand zelfbestuur sinds 2009 maar beslissingen over defensie en buitenlands beleid, veiligheid en monetaire kwesties worden door Denemarken genomen. Groenland ontvangt jaarlijks ruim €700 miljoen aan financiële steun van Denemarken.

Het recentere verhaal van Greenland is eveens bijzonder. Het eiland evolueerde in slechts 25 jaar van een Deense kolonie naar een land met een eigen parlement. De meeste andere landen doen er decennia, zo niet eeuwen, over om dat te bereiken. De toekomst van Groenland behoort toe aan de 57.000 Groenlanders en aan niemand anders. In een poll van 2025 gaf 85% van de Groenlanders aan geen deel van de VS te willen worden. Dat standpunt werd recent bevestigd voor de wereld. Groenlanders willen zich zeker losmaken van Denemarken maar de manier waarop en het tijdstip willen zij zelf bepalen. 

Om zelfstandig te worden (los van de Deense tiet’), moet het land zich economisch zelf kunnen bedruipen maar dat is zo eenvoudig nog niet. Er zijn veel bodemrijkdommen (goud, zink, uranium, grafiet, cryoliet en andere zeldzame aardmetalen) maar er wordt nauwelijks gemijnd vanwege de fysieke omstandigheden. Groenland is immers een enorme rots, bedekt met een twee à drie kilometer dikke ijslaag. Dat maakt het onaantrekkelijk voor investeerders. Bovendien hebben ze geen industrie, onvoldoende personeel en geen eigen monetair systeem. De Groenlandse ijskap is echter wel rap aan het slinken. Het eiland verliest jaarlijks het equivalent van 100 miljoen Olympische zwembaden aan water. 

Door klimaatverandering is er buitengewoon veel interesse ontstaan in arctische vaarroutes. Door het smeltende poolijs wordt het poolgebied beter toegankelijk en zullen nieuwe noordelijke scheepsroutes ontstaan. Groenland kan die strategische zeedoorgang goed controleren vanwege de ligging. Rusland en China (dat zich een sub-Arctische macht noemt), azen erop. Rusland heropende zijn arctische bases uit de Koude Oorlog en in oktober 2024 was er voor het eerst een Chinees kustwachtschip aanwezig in Arctische wateren. Die twee landen hebben momenteel echter geen noemenswaardigeheid invloed in Groenland, in tegenstelling tot wat Trump beweert (nepnieuws). 

Trump was niet de eerste Amerikaan die zei Groenland te willen kopen (en volgens Buchanan zal hij ook niet de laatste zijn). President George Washington was de eerste die bij de Denen aanbelde met het aanbod om Groenland te kopen (1867). Daarna deed president Truman een poging in 1946. Maar de VS hoeven het helemaal niet te kopen. De Verenigde Staten hebben nu al nagenoeg ongelimiteerde militaire toegang tot Groenland. Daarvoor hoeven ze het eiland niet te annexeren of ‘bezitten’. Maar Trump is uiterst hebzuchtig. ‘We’ve got to have it!’ De Belgische premier noemde hem recent ‘rupsje-nooit-genoeg.

In een later hoofdstuk van haar boek duidt Buchanan de modus operandi van Trump, ex-vastgoedontwikkelaar. Dat doet zij aan de hand van diens boek ‘The Art of the Deal’ (1987). En wat blijkt? Hij hanteert nog precies dezelfde aanpak! Geen fout toegeven, de zwakte van de tegenstander maximaal gebruiken, een leugentje om bestwil hier en daar, weglopen als er niks te halen valt, mensen afdanken, geen tegenspraak dulden, een gebrek aan diplomatieke vaardigheden, slechte omgangsvormen. We kennen dat inmiddels al te goed van hem, helaas. Je kunt het boek nu beter ‘The Art of the Steal’ noemen... Tja. 

In het laatste hoofdstuk (9) beschrijft de auteur vier scenarios voor de inname van Groenland. Het hoofdstuk begint met een puur fictief scenario, ‘Operation Frostbite’ (scenario 0). Een Amerikaanse militaire eenheid neemt het eiland in, in het laatste jaar van Trumps tweede regeringstermijn. Maar nu de serieuze opties, volgens Buchanan. 

Scenario I: een versnelde Groenlandse onafhankelijkheid van Denemarken. Er komt een bilateraal plan tussen Groenland en Denemarken waarna een economisiche transitie ontstaat. Daarna gaat het land verschillende partnerships aan (voor mineralen, scheepsbouw, havens, supply chain services tussen Azië en Europa, etc.).

Scenario II: minder afhankelijkheid. Met een verlies van Groenland wordt Denemarkens voetafdruk teveel gereduceerd en dat is een no-no voor de Denen. Groenland mag een stuk losser van maar niet uit het Deense Koninkrijk. Buchanan noemt dit ‘hyperautonomie’.

Scenario III: Groenland integreren als 51ste staat van Amerika, zonder het gebruik van geweld. Misschien komt er over een paar jaar een voorstel dat de mensen van Groenland accepteren. Amerika kan daarna vooral vijand China eindelijk gaan verslaan in de race om zeldzame aardmetalen.

Scenario IV: alles gaat voort zoals nu (op weg naar onafhankelijkheid, met instemming van Denemarken) maar de invloed van de VS op Groenland neemt langzaamaan toe. ‘Cooperation, collaboration and partnership might rule’. Een soort Associatieverdrag. 

Nuuk, de hoofdstad van Groenland, ligt overigens dichter bij New York dan bij Kopenhagen. Dat is een feit... Toen John Lennon ooit werd gevraagd na een bezoek ‘How did you find America?’, zei hij ‘linksaf bij Groenland’. Vandaag spreekt Trump het World Economic Forum in Davos toe. Bijna alle Europese regeringsleiders zijn daarbij aanwezig, klaar om hem tegen te spreken. Paaien en stroop smeren werkt niet meer. Het is tijd voor ferme taal. Ik ben benieuwd hoe dit afloopt.

Ik vond Buchanans boek inzichtelijk (leerzaam), gemakkelijk leesbaar (vlotte schrijfstijl) en af en toe zelfs vermakelijk. Aanrader! Mijn Deense buurman en ik hebben voorlopig voldoende gespreksstof.

  

zaterdag 17 januari 2026

Naar Paraguay

Vriendin Bernadette vertrekt binnenkort naar Zuid-Amerika voor de eerste lange reis na haar pensionering. Ze gaat in de komende maanden tenminste twee landen van dat continent onveilig maken met haar reismaatje. Te beginnen in het diepe zuiden: Patagonië. Wij doorkruisten het Argentijnse en Chileense gedeelte van dit imposante gletsjergebied in 2018 drie dagen lang op een boot. IJSreuzen in wit, blauw en zwart. Prachtig! Het was een goede reden om mijn eigen webalbum van die reis weer eens te bekijken. Ik ga haar op de voet volgen via Polarsteps. We wensten haar een goede reis en veel plezier toe tijdens een recente videocall. 

Vandaag tekenen bestuurders van de Europese Unie in Asunción, de hoofdstad van Paraguay, het handelsverdrag met enkele Zuid-Amerikaanse landen, genaamd ‘Mercosur’; ‘Mercado Común del Sur’, de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt. Het gaat om Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. (Venezuela is ook een Mercosur-land maar maakt geen deel uit van dit verdrag.) Paraguay is momenteel voorzitter van Mercosur daarom wordt er daar getekend. Samen zijn deze landen goed voor 270 miljoen consumenten (versus 450 miljoen in de EU). Samen vormen ze een markt van 720 miljoen, ofwel tweemaal die van de VS. Dat is potentieel een politiek en economisch machtig blok. Ik ben voorstander van een sterk Europa! Dit oude continent is mijn plek. Spanje was en is groot voorstander van dit verdrag en zou als brug tussen Europa en Zuid-Amerika willen optreden. Dit economisch samenwerkingsverband biedt Spaanse (en Nederlandse) bedrijven mogelijkheden om de Zuid-Amerikaanse markt te betreden.

Mercosur werd in 1991 opgericht om handel en economische groei tussen betrokken landen te stimuleren. Met dit verdrag komt een einde aan 25 jaar onderhandelen en ontstaat een van de grootste vrijhandelszones ter wereld.

Export vanuit de Europese Unie naar de vier Latijns-Amerikaanse landen zal met dit verdrag volgens de Europese Commissie met bijna 40% toenemen, de export van landbouwproducten zelf met ruim 50%. De handel zal naar verwachting tot 440.000 extra banen in de EU leiden en tot ruim 4 miljard minder kosten voor het Europese bedrijfsleven. Alle landbouwproducten uit de Mercosur-landen moeten voldoen aan de Europese eisen voor voedselveiligheid en de gezondheid van dieren en planten.  

Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije stemden tegen, België onthield zich van stemmen. Italië was uiteindelijk het meestemmende land dat de doorslag gaf. De landen die tegen zijn, vrezen nadelige gevolgen voor hun eigen landbouwsector. Ter bescherming van Europese boeren, vooral rundvlees- en pluimveevleesproducenten, zijn er talloze waarborgen in het verdrag ingebouwd. Zo is de hoeveelheid rundvlees die tegen het nieuwe, verlaagde tarief de EU mag binnenkomen, beperkt tot 1,5% van de Europese rundvleesproductie. Voor kippenvlees is dit op 1,3% gesteld. Mocht de prijs van rundvlees in Europa met meer dan 5% dalen of de export uit Mercosur-landen met meer dan 5% stijgen, dan kunnen de handelsvoordelen worden opgeschort. Verder willen de EU-landen tientallen miljarden euro’s extra vrijmaken voor de boeren in het volgende EU-meerjarenbudget.

Dit handelsverdrag bevat afspraken over duurzaamheid (het klimaatakkoord Parijs moet worden nagekomen), over bescherming van arbeidsrechten en mensenrechten. Er zijn geschillenprocedures als een van de partijen het verdrag schendt, met als uiterste sanctie het opschorten van de handelsvoordelen.

Hiermee laten de EU en de vier landen ‘in Trumps achtertuin’ zien dat het anders kan dan op de Trumpiaanse manier. Tariefmuren worden juist verlaagd of zelfs helemaal afgebroken, met elkaar onderhandelen op basis van respect en internationaal recht is mogelijk. 

Het verdrag past in het streven van de EU naar minder afhankelijkheid van de Verenigde Staten en China en naar diversificatie van de handelsstromen. Wellicht dat het economisch niet heel veel zoden aan de dijk zet maar geopolitiek is het verstandig. De EU heeft al concept-verdragen met Mexico en Indonesië klaarliggen en onderhandelt momenteel met India. 

Milieuorganisaties (zoals Greenpeace) en de Groenen-fractie in het Europees Parlement vinden dit echter geen duurzaam akkoord. Ze vinden dat er betere duurzaamheidsvoorwaarden zouden moeten worden gesteld, bijvoorbeeld over de ontbossing van het Amazonegebied. Bovendien vrezen ze dat er hiermee verboden giftige pesticiden (op fruit en groenten) op de bordjes van Europese consumenten verschijnen. Greenpeace in het bijonder vreest dat de handel in vlees en veevoer de klimaatcrisis zal verergeren en dat vooral grote multinationals beter worden van deze overeenkomst. Dat zal gelden voor de grootste vleesproducenten ter wereld JBS (Braziliaans bedrijf) en voor megabedrijf Bayer (landbouwgif). 

Ook inheemse groepen, kleine boeren en mensenrechtenorganisaties in de Mercosur-landen riepen op om deze handelsdeal niet te sluiten. De verwachting is dat deze groepen in het gedrang komen door de oprukkende vlees- en agro-giganten in hun landen, die de lokale bevolking vaak met geweld van hun land verjagen. 

Europese bedrijven krijgen met dit akkoord weliswaar toegang tot belangrijke, zeldzame grondstoffen als niobium (gebruikt in staal en elektronica) en lithium (voor accu’s) maar mijnbouw vormt een grote bedreiging voor het Amazonegebied en andere Zuid-Amerikaanse natuurgebieden. Enkele dringende vragen werpen zich dan ook op: hoe kan Europa haar boeren beschermen, duurzame praktijken wereldwijd stimuleren en de ecologische voetafdruk op de rest van de wereld beperken? 

Wie ook naar Paraguay vertrok, is een groep Nederlanders die zich ‘de wakkeren’ noemt. Er is momenteel een vijfdelige VPRO-documentaire te zien op NPO2, getiteld ‘Wakker in Paraguay – Nederlanders op de vlucht naar een land hier ver vandaan’. Ik ben fan van en regelmatige reiziger in Zuid-Amerika dus ik begrijp dat je naar dat continent zou willen emigreren. Zelf ben ik ook een landverhuizer. Maar één ding is mij heel duidelijk: het nieuwe leven wordt gemakkelijker als je de Spaanse taal spreekt. Er wordt daar echt heel anders geleefd dan in Nederland, met al zijn welvaart en comfort. 

De makers van de documentaire wilden begrijpen wat deze wakkeren drijft en onbevooroordeeld naar hun verhalen luisteren. Ze deden naar eigen zeggen niet aan waarheidsvinding. Dat deden ze uitermate goed en dat maakt het een bijzondere serie (vijf afleveringen). 

We volgen een aantal personen een jaar lang op de voet: tobber Mart die lijdt onder de effecten van 5G-straling en zendmasten haat, Jeroen (voormalig advocaat van Viruswaarheid en ex-drugscrimineel) en zijn zoon die daar als projectontwikkelaars werken en andere wakkeren via vlogs probeert te verleiden tot emigratie, zijn maat en zakenpartner Jan (Engel, broer van Willem) die een eigen schietbaan wenst (illegaal in Paraguay), Carla die met haar broer zou afreizen maar paranoïde thuiszit vanwege diens verandering van plan, gladde Lester die met zijn vrouw Anne -met hun in Paraguay geboren zoon- vanuit hoofdstad Asunción een makelaarsbedrijf wil opzetten (maar voorlopig nog werknemer is), het Belgische echtpaar Yves & Ina dat droomt van een geheel zelfvoorzienend leven maar vooral praat over geld en hoe ze investeerders kunnen aantrekken. 

Wat zij met elkaar gemeen hebben, is dat ze Nederland en België ontvluchtten. Ze voelen allen een diep wantrouwen tegen de overheid. Ze zijn ervan overtuigd dat het in hun vaderland foutloopt en daarom zoeken ze hun heil in een land ver weg. Voor velen lijkt Paraguay het beloofde land. Daar zijn veel minder regels, de belastingen laag en de DeepState afwezig. Daar kunnen mannen nog mannen zijn en vrouwen vrouwen. Daar kun je nog 15 kilo vlees in je winkelwagentje stoppen zonder gekke blikken. Kortom: daar kan een wakker mens zich vrij voelen. 

De wakkeren uit Nederland hebben waarschijnlijk niet in de gaten dat Paraguay al ongeveer anderhalve eeuw aantrekkingskracht uitoefent op utopisten, meestal van racistische en fascistische snit. Migranten die voorheen naar Paraguay vertrokken, vormden doorgaans hun eigen koloniën. Paraguay had sterke banden met de Duitse nazi-partij en was het eerste land buiten de landsgrenzen dat in 1929 een eigen nazi-partij oprichtte. De Duitse populatie is er daardoor groot. 

Ze zijn zich waarschijnlijk ook niet bewust van het feit dat Paraguay een dictatoriaal verleden heeft met de gewelddadige generaal Stroessner die er  decennialang aan het bewind stond, na een staatsgreep (1954-1989). Hij liet zich vanwege zijn -deels- Beierse afkomst sterk inspireren door de nazi's. Het land werd lange tijd hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Er vonden daar twee bloedige oorlogen plaats in de 19de en begin 20ste eeuw. Daarbij kwam ongeveer 80% van de mannelijke bevolking om. Veel bleef onbekend over Paraguay, als een soort blinde vlek. Stroessners bloederige erfenis en die van zijn oerconservatieve christelijke voorgangers leeft onder de bevolking echter voort tot op de dag van vandaag. 

Acht miljoen hectares (20 miljoen acres) ongerept bosgebied werd in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw illegaal verdeeld onder familie en vrienden van het Stroessner-regime, onder het cynische mom van landhervorming. Je krijgt tegenwoordig nog steeds vrijwel meteen toestemming om op je eigen stuk grond te bouwen. Zo kan je met gelijkgestemden een gemeenschap vormen binnen het land. Hohenau, Moeder der Koloniën, was een van de eerste plaatsen in Paraguay die door Duitse migranten werd gesticht. Hierdoor werd het ook voor deze Nederlanders interessant om erheen te migreren.

Nederlanders die tot deze groep wakkeren behoren, voelen zich vluchtelingen. Jeroen en Jan vergelijking zichzelf met droge ogen tijdens een namiddaggesprek -biertje in de hand, uitkijkend over de velden- met de Joden in de Tweede Wereldoorlog. De motivatie van de geportretteerden om uit hun vaderland te vluchten, kan ik niet volgen, al doe ik nog zo mijn best. Ik erger mij aan hun hypocrisie maar heb tegelijkertijd met ze te doen. Ze noemen zichzelf ‘de wakkeren’. Daaruit spreekt een soort verhevenheid. Alsof zij het licht zien en wij, simpelen van geest, niet. Mart, haartatoeëerder in Nederland, zegt op enig moment over zichzelf ‘eerst was ik wappie, nu ben ik snappie’. (Maar er is zoveel dat hij niet snapt...)

In mijn ogen zijn het geen snappies maar vooral angsthazen. Ze zijn bang voor alles. 5G-straling, zendmasten, chemtrails (strepen in de lucht), vaccins, wokeness, digitale watermeters, de Belastingdienst, politie, politici, reguliere medicijnen, diversiteit, LGBTIQ+, de wereldwijde elite, linkse types, Joden, cameradeurbellen, CCTVs in de openbare ruimte, het internationale  pedofielennetwerk. En ja... zelfs Paraguayanen. Tja. 

Ik heb respect voor achtergebleven familieleden die maar blijven luisteren naar de dwalingen van hun dierbaren. De buurvrouw van Carla, de vader van Anne, de moeder van Mart. Hun empathie lijkt grenzenloos. Ook met hen heb ik te doen. 

De wakkeren komen in aflevering 3 tot de ontdekking dat Paraguay tijdens de coronapandemie niet slechts twee weken in lockdown ging maar een jaar lang. Bovendien werd er massaal gevaccineerd. Die info viel rauw op hun dak van deze antivaxers. Hadden ze dan toch het verkeerde land gekozen voor hun vrijheid? In aflevering 4 wordt vastgelegd hoe ze een deel van de duistere geschiedenis van het land ontdekken. (Men had geen idee waarheen ze vluchtten en waar hun eigen project startte.) 

De Nederlandse leden van Project Paraguay bouwen in Hohenau een Nederlandse gemeenschap; op een grondstuk dat geschikt is voor 13 vrijstaande huizen in een cirkel, met een gemeenschappelijk zwembad in het midden. En daaromheen een hoge muur. Goed geïntegreerd!  

Hohenau is een door 's lands geschiedenis overschaduwde locatie. Het plaatsje werd in 1900 opgericht door Duitse pioniers en bood na de Tweede Wereldoorlog ook een veilige verblijfplaats aan gevluchte nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. De beruchte arts Josef Mengele, de ‘Engel des Doods’ (een andere Engel) verbleef er. De nieuwe community ligt ook in de buurt van Nueva Germania, een andere ‘Arische’ (Duitse) kolonie die aan het einde van de 19de eeuw door Duitse migranten werd opgezet en voortkwam uit racisme. Deze kolonie werd gesticht door Bernhard Förstner, de zwager van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Het was zijn idee om hier met een concreet voorbeeld de superioriteit van het Duitse ras te belichten. In het isolement van het platteland kon tegelijkertijd een superras worden gekweekt. Dat project werd een fiasco vanwege een gebrek aan landbouwkennis maar de kolonie bestaat nog steeds en trekt na de coronapandemie weer Duitse migranten aan, vaak tegenstanders van vaccinatie.  

Het is boeiend dat de makers van deze documentaire ook nog twee portretten schetsen van buitenstaanders. Het eerste portret is van de Nederlander Bart die al tenminste 13 jaar in Paraguay woont en er zijn bedrijf heeft. Hij weet hoe uitdagend de Paraguayaanse overheid kan zijn. Hij leeft inmiddels gescheiden van zijn Paraguayaanse vrouw en hun twee kinderen. De overheid biedt hem geen enkele mogelijkheid om zijn kinderen te zien. Hij volgt enkele leden van de groep online en verbaast zich over hun naïviteit.

Het andere portret is van een lokale man met gezin. Taxichauffeur Enrique verbaast zich over de motivatie van de Nederlanders om naar zijn vaderland te emigreren. Hij en zijn gezin met twee jonge kinderen zouden juist naar Europa willen omdat het leven hen daar meer mogelijkheden en minder armoede biedt. (Je ziet ze eten in een piepkleine ruimte waar ook een bed staat...) Dan komen deze personen naar zijn land om vervolgens in een Nederlandse kolonie achter hekken of muren te gaan leven. En dan kopen ze ook nog de mooiste stukken van zijn geboortegrond op... Huh?! Door deze projecten van buitenlanders wordt het voor Paraguayanen steeds moeilijker een stukje grond te kopen. De prijzen rijzen er de pan uit. 

In de laatste aflevering (5) wordt de voorlopige balans opgemaakt. Wat is er na het eerste jaar uitgekomen van hun droom en wat staat hen nog in de weg? Op de VPRO-website trof ik deze zin aan over de documentaire. ‘Terwijl ze in Paraguay een nieuw thuis voor zichzelf opbouwen, proberen zij met vallen en opstaan het gat te dichten tussen droom en daad.’ Komt er een seizoen 2?    

Het is een boeiende documentaire die dit jaar de Gouden Televizierring en/of de Zilveren Nipkowschijf verdient, wat mij betreft. Aanrader!


dinsdag 13 januari 2026

Paniek!

In november 2025 raakte mijn liefje bevangen door het Sinterklaasjournaal. Dat was geen probleem, wat mij betrof. Ik keek (bijna) dagelijks met haar mee naar de uitzending. Gisteren werd bekend dat het programma de Machiavelliprijs van 2025 won. Die wordt jaarlijks uitgereikt aan een organisatie die een opmerkelijke prestatie leverde op het gebied van publieke communicatie. 

Haar grote favoriet was Pietje Paniek, vertolkt door de 48-jarige, uiterst grappige komiek Jochem Myjer. Hij maakte na vele jaren een glorieuze comeback. Ook daarin ging ik mee. Ze nam zijn uitroep ‘Paniek-paniek!’ over en bezigde die te pas en te onpas. In het begin vond ik dat nog grappig... 

Toen we hier afgelopen Kerst te maken kregen met een Schotse logée (Ellie) van onze Engelse vrienden Pat & Sue haalde mijn liefje haar uitdrukking weer uit de kast. Ze had immers een nieuw publiek en kreeg zo nieuwe lachers op de hand. Als toelichting op haar tijdelijke verslaving werden opnamen van Pietje Paniek gedeeld via YouTube. Zelf was ik er dan als de kippen bij om te verkondigen dat ze haar gimmick niet meer kon bezigen na 31 december van dat jaar. Ik vond het welletjes. We begonnen het nieuwe jaar toch met hoop?! Ellie vond het dermate grappig dat ze zich voornam de uitroep over te nemen vanaf 1 januari van het nieuwe jaar. (Op 6 januari zou zij terugkeren naar Schotland dus dat was te overzien.) 

Vorige week keken mijn liefje en ik naar een uitzending van praatprogramma Pauw en De Wit. Die ging bijna geheel over de inval en ontvoering van de president van Venezuela, Nicolás Maduro. Een expert op het gebied van militaire strategie en tactiek zat aan tafel en praatte mee. Hij legde uit dat er zeer intensief moet worden geoefend voordat een dergelijke geheime actie kan plaatsvinden. Het is dan gebruikelijk dat de woning waarin een gezochte dictator onderduikt, precies wordt geanalyseerd en nagebouwd.

Ik zat geconcentreerd te luisteren naar de spreker want ik vond het best interessant. Mijn liefje, naast mij op de bank, vroeg op enig moment terloops ‘hoe noemde hij die ruimte nog maar eens?’ In mijn naïviteit herhaalde ik het woord ‘panick room’ en keek haar aan. Toen pas zag ik de grijns en de glinstering in haar ogen. Zij had mij zojuist het verboden woord van 2026 zelf doen uitspreken. Ik (zei de gek) moest hard lachen om de slimme val waarin ik was gelopen. Even toonde zij zich een volleerd discipel van Machiavelli: het doel heiligde alle middelen! Tot zover de pret.

Een paniekkamer is een verstevigde, beveiligde ruimte waarin een gezochte persoon zich veilig waant; ook wel safe room genoemd. Maduro werd gezocht door de Amerikaanse overheid maar bleek niet veilig in zijn eigen huis. De Delta Force, een elitecorps van Amerikaanse mariniers, wist hem te arresteren en mee te nemen. Met een oude fleecetrui aan en op badslippers met witte sokken werd hij uren later geblindeerd en geboeid gefilmd, lopend over de blauwe loper van de DEA (Drug Enforcement Administration), geflankeerd door zijn gevangennemers. Medio 2025 had deze man Trump nog met een staaltje bluf uitgedaagd om hem te komen halen in Miraflores, het presidentiële paleis in Caracas. Hij noemde Trump bij die gelegenheid ‘lafaard’. Dat bleek een grote inschattingsfout. 

Dat dictator Maduro moest worden afgezet, was voor mij en velen met mij een uitgemaakte zaak. Hij onderdrukte het volk jarenlang, revolutionaire knokploegen die bekendstaan als ‘colectivos’ -onder leiding van de levensgevaarlijke minister van Binnenlandse Zaken Diosdado Cabello- pakten burgers op die zich kritisch uitlieten over het regime. Ze werden gemarteld en soms zelfs gedood. In Venezuela bestaat geen enkele vorm van vrijheid en burgerrechten worden met voeten getreden. Meer dan 70% van de bevolking leeft in grote armoede en de angst regeert. In het verleden waren er demonstraties en burgerprotesten, georganiseerd door de politieke oppositie onder María Corina Machado, maar die werden bloedig neergeslagen. Dus ja, Maduro moest gaan. In de afgelopen twee decennia ontvluchtten acht miljoen Venezolaanse burgers, bijna een kwart van de inwoners, de armoede en staatsterreur. 

Desondanks vind ik de wijze waarop Maduro werd afgezet, verwerpelijk. Bij die actie zouden 100 mensen zijn omgekozen, waarvan tenminste 32 Cubaanse lijfwachten (!). De gekozen aanpak van de regering-Trump II is illegaal, tegen de regels van het internationaal recht in. Je kunt niet zomaar een president van een soevereine staat ontvoeren en zeggen dat je diens land vervolgens zelf gaat besturen. 

Trump & Co. verschuilen zich nu achter het argument dat het een drugsoperatie was tegen een criminele narcobaas en geen aanzet tot regimewisseling. Trump sprak die motivatie direct tegen in zijn eerste toespraak na de inval. Hij sprak over ‘our oil’, meldde dat de VS het land gaan besturen en dat Amerikaanse bedrijven Venezolaanse olie gaan oppompen. Geen woord werd besteed aan het herstellen van de democratie in Venezuela en vrijheid voor burgers. Tja. 

Wat recent als een konijn uit de hoge hoed kwam en mij verbijsterde, is dat wordt aangenomen dat Venezuela’s partner Iran het land onder Maduro onder druk zette om door de ayatollah’s gesteunde groeperingen als Hezbollah en Hamas een veilige haven op Venezolaans grondgebied te bieden. Schokkend. Als de Amerikanen dat wilden stoppen, hadden ze dat onomwonden moeten verklaren. Dan is het onvoldoende om alleen Maduro uit zijn functie zetten. Dan is regimewisseling een daadwerkelijk belangrijk doel (dat jaren zal vergen). 

Amerika heeft naar mijn weten geen cocaïnecrisis, wel een fentanylcrisis. Die drug wordt echter in China geproduceerd, niet in Venezuela. Buurland Colombia produceert circa 90% van de cocaïne. Venezuela is wel een doorvoerknooppunt van cocaïne maar de meerderheid van de cocaïne die vanuit Venezuela wordt verscheept, is bestemd voor de Europese markt. Venezuela speelt dus een zeer beperkte rol in de doorvoer van cocaïne naar de VS. 

Maduro zou geen drugsbaas zijn zoals Manuel Noriega (voormalig militair leider van Panama) en El Chapo (Mexicaanse drugsbaron) dat wel waren. Hij staat niet aan het hoofd van het ‘Cartel de los Soles’, volgens kenners. Zijn familie, het leger, ministers en andere politieke functionarissen van zijn regime profiteerden wel jarenlang van de samenwerking met drugssmokkelaars. Hij stond eigen functionarissen toe geld te verdienen aan narco-activiteiten en hield die corruptie bewust in stand. Hij kocht hun loyaliteit en promoveerde ze naar de hoogste functies zodat ze veel hadden te verliezen bij de val van het regime-Maduro. Hij hoopte daarmee dat ze het hardst zouden vechten om de status quo in het land te laten voortbestaan. 

De Venezolaanse oppositieleider Machado, die in 2025 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, stond klaar om de nieuwe president van Venezuela te worden. Tot mijn en veler verbazing werd zij door Trump gepasseerd. Zij won in 2023 de Venezolaanse verkiezingen met ruime voorsprong en is daarmee de rechtmatige president van het land. Naar verluidt, ontbeert zij de steun van het (corrupte) Venezolaanse leger, de chavistische parlementsleden en burgemeesters in het land. Maduro mag dan weg zijn, die kliek zit nog stevig in het zadel. Trump gaf de voorkeur aan vicepresident Delcy Rodríguez. Wat daarbij zeker een rol speelde, is dat Rodríguez Minister van Olie was onder Maduro. Het kromme is dat Trump dit tot dusvoor de ‘illegitieme regering van Venezuela’ noemde... 

In een analyse in de Volkskrant las ik dat de olie van Venezuela zware olie is, dikke zwavelrijke olie die lijkt op stroop en daarmee moeilijk bewerkbaar is. De winning van deze olie zou commercieel niet interessant zijn. (Het land zit op een voorraad van 300 miljard ton olie.) Om die olie grootschalig te kunnen winnen, zijn enorme investeringen nodig. De infrastructuur van Venezuela is verouderd nadat eerdere regeringen Westerse olieconcerns hadden genationaliseerd. Om de productie weer op peil te krijgen, worden investeringen verwacht van USD50 à 60 miljard dollar. Om deze olie daarna via pijpleidingen te kunnen transporteren, moet het eerst worden verwarmd of worden aangelengd met lichte olie (die van elders moet worden aangevoerd). Verder moet de olie worden ontzwaveld voordat het tot bruikbare producten (diesel en kerosine) kan worden geraffineerd. Ook dat proces vreet energie en leidt tot een relatief hoge CO2-uitstoot. Venezolaanse olie is dus letterlijk ‘taaie materie’. Amerikaanse olieconcerns hebben aantrekkelijker alternatieven, zowel in eigen land als daarbuiten. Overigens ging de Venezolaanse olie onder Maduro naar Rusland, China en Iran dus ik vind het goed dat ook daaraan een einde komt.

Tijdens zijn verkiezingscampagne verklaarde Trump nog dat hij vrede wilde brengen in de wereld en dat zijn tweede ambtstermijn het einde zou inluiden van ‘een tijdperk van eindeloze, zinloze oorlogen’. In plaats daarvan voert hij nu oorlog tegen politieke tegenstanders, in binnen- en buitenland. 

De vredesduif in het Witte Huis, eerste ontvanger van de nikserige FIFA Peace Prize, toont zijn ware gezicht. Als het niet gaat zoals hij wil, grijpt hij militair in, zelfs over de landsgrenzen heen. Rechtmatig of niet. En wie niet meegaat in zijn denkwijze, is een verrader. Internationaal recht zit op de achterbank van Trumps presidentiële limousine, machtspolitiek zit aan het stuur. Het ministerie van Defensie werd vorig jaar omgedoopt tot Ministerie van Oorlog en ook dat is nu duidelijk. Bij Trump staat buitenlandbeleid gelijk aan het verkrijgen van de beste deals; op welke wijze dan ook.

De geest lijkt uit de fles. Colombia, Cuba, Mexico, Honduras, El Salvador, Nicaragua… who is next? Trump zei dat het de taak is van de Verenigde Staten om levensvatbare en succesvolle landen om zich heen te hebben, ‘waar de olie vrijelijk kan worden gewonnen’. [..] ‘De Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond zal nooit meer ter discussie staan’. Trumps boodschap is duidelijk: het is hún achtertuin en de rest moet opdonderen of zijn mond houden. (Dat refereert aan de Monroe-doctrine.)

En dan te bedenken dat we nog drie jaar hebben te gaan. Aï-aï-aï... paniek!

 

vrijdag 9 januari 2026

Poltergeist

Ik had het mij nog zó voorgenomen: 2026 zou mijn jaar van hoop worden, met goede voornemens bij de vleet. Oudejaarsnacht moest toen nog beginnen. En daar ging het al fout... Mijn liefje en ik bleven die avond thuis, we hadden geen zin in feesten en partijen. We waren oppasmoeders voor Lenny. Het is een Shih Tzu, een eeuwenoud hondenras uit Tibet. Deze gezelschapshond was lange tijd populair aan het Chinese hof. Lenny is de hond van de overleden zoon van vriendin en buurvrouw Liselotte. Zij ging na zijn dood voor de hond zorgen en dat was soms uitdagend. 

Lenny is namelijk heel eigengereid en eigenwijs. Hij kent echter ook momenten van aanhankelijkheid. Als je hem aait, gaat hij direct op zijn rug liggen. Als je ermee stopt, tilt hij zijn pootje op en vraagt je ermee door te gaan. Als ik bij hem thuis aankom, klinkt er een opgewekte welkomsblaf uit zijn keel. Toen Liselotte tijdelijk niet in haar eentje voor hem kon zorgen, namen wij enkele zorgtaken voor Lenny over. Zo leerden we hem beter kennen en meer waarderen. Die affectie ging zelfs zover dat mijn liefje (meer een poezen- dan een hondenmens) zei dat ze wel openstond voor het idee Lenny te adopteren als er iets drastisch zou misgaan met Liselotte. Ik keek ervan op. Zelf zou ik best een huishondje willen hebben maar nu zijn we nog blij om te gaan en te staan waar we willen, ongehinderd door de zorg voor een huisdier. De liefde voor Lenny vlamde dermate op dat ik hem vereeuwigde met pastelkrijt en het portret ingelijst aan Liselotte kado deed, afgelopen Kerst. Dat hangt nu in haar slaapkamer. 

Liselotte gaf ons een pluchen hondenmandje kado waarin Lenny kan liggen als hij op bezoek komt. Ze komen regelmatig met hun tweeën bij ons lunchen of dineren en dan hoeft er geen mandje meer te worden meegebracht. We dronken samen nog een eindejaarsborrel en daarna namen we de viervoeter met etenswaren en enkele speeltjes mee naar huis. 

Het zachte mandje stond op Oudejaarsavond voor hem klaar, dicht bij de kachel. De hondensnacks lagen eveneens op grijpafstand. Af en toe kwam hij langs voor een aai en een knuffel. Het was die avond uiterst gemoedelijk. Lenny zat soms bij mijn liefje, soms bij mij. Wisselde zijn nieuwe mandje af met zijn gevoerde ligkleedje elders in huis terwijl wij hapjes aten, bubbels dronken en tv keken op de bank. Ook daarop werd een plekje voor hem gereedgemaakt. 

Hij was die avond de gezeglijkheid zelve. We vormden een liefdevolle drieeenheid. Hij keek niet op of om toen het knallen van vuurwerk begon. Dat ging nog ongeveer een half uur door maar het leek hem niet te deren. Het was pais en vree in Huize Barefoot. 

Na middernacht gingen we naar boven om ons klaar te maken voor de nacht. Zijn mandje ging mee, wij hadden besloten dat hij daarin op onze slaapkamer mocht liggen. Niet in bed, dat was een brug te ver. Zo gezegd, zo gedaan. Wij doken in bed en Lenny dook er aanvankelijk onder. Het licht hielden we voorlopig aan. We moesten alledrie wennen. Daar lag hij een tijdje zonder gedoe. Ik knipte het licht iets later uit en toen begon zijn rusteloze gedrag. Op en neer, heen en weer, rondwandelend, snuffelend aan een blote voet die even buiten het dekbed stak. Dat ging zo door. Totdat mijn liefje meldde dat ze niet kon slapen. De mand met Lenny erin moest maar op de overloop worden geplaatst en de slaapkamerdeur dicht. Oké.  

Direct daarna begon het... Hij krapte zo hard en aanhoudend aan de onderkant van de deur dat die opensprong. Enter Lenny. Ik knipte het nachtlampje weer aan en begeleidde hem naar de uitgang. Hij liep, staart zwiepend, achter mij aan. Deze keer drukte ik de deur beter in het slot. 

Het krabben werd even later zo intens dat ik vreesde dat hij met zijn hondenpootjes dwars door de deur zou gaan. Door de deur heen riep ik ‘Nein, Lenny’ (hij is in Schwizerdütsch opgevoed) en daarna was het enkele seconden stil aan de andere kant. Totdat hij weer begon. Het leek alsof er een trein in de richting van de slaapkamer denderde. Werd die hond gek?! Het krabben werd zo manisch dat ik maar één gedachte had: POLTERGEIST... Ken je die angstaanjagende horrorfilm van Steven Spielberg, uit de jaren '80 van de vorige eeuw? Het is het verhaal van kwaadaardige bovennatuurlijke krachten die een woning van een gezin met een jong meisje binnenvallen en dat in een spookhuis veranderen. Welnu, wij waren dat meisje. 

Ik kende deze Lenny niet en was verbijsterd... Ontgoocheld zelfs. Ik omschreef deze hond wel als koppig en eigengereid. Zo verdomt hij het regelmatig om mijn gekozen richting op te wandelen tijdens onze ommetjes. Soms blijft hij stokstijf op straat zitten, met zijn rug naar mij (ons) toe. Dan trek ik hem de andere kant op en spreek hem streng toe. Maar dit?! De duivel leek in hem gevaren! Dr. Evil was back. 

Zo raakten we verstrikt in een ongekende ‘Battle of the Minds’. Ik zag die nacht eigenwijsheid 3.0 in volle glorie. Mijn liefje drukte ik op haar hart nu niet te willen plassen. Dat zou desastreus zijn voor de afloop van dit gevecht der geesten. Wie opgaf, zou winnen. Hij zou het openen van de deur zeker zo opvatten. Hij is geslepen (zeg ik nu). Hij zou dan ‘winnen’ met zijn nare gedrag en mijn liefje kon dan alsnog haar nachtrust vergeten. Een open deur was dus geen optie.

Wij hielden vol en Lenny ook. Hij krabde vijf uur lang, met af en toe een rustmomentje. Die stilte vulde hij op met piepen en janken. (Gelukkig waren de Spaanse buren niet thuis...) Ik deed die nacht geen oog dicht. 

Om 5:30 uur vond ik het welletjes en stapte uit bed. Op mijn blote voeten en mijn pantoffels in de hand zodat hij mij niet hoorde aankomen. Ik trok de deur resoluut op, knipte het lichtknopje aan op de overloop en keek naar beneden. Daar stond de hond voor de deur, de mand bleef de hele nacht leeg. Ik herkende zijn fysiek wel, enthousiast zwaaiend met zijn staart. Maar die kop?! 

‘Bad boy’ zei ik hem enkele keren vermanend, terwijl ik naar de resten van de uit elkaar gerukte tochtstrip onder de slaapkamerdeur keek. ‘Bad boy’, zei ik wederom toen ik mijn ochtendpak aantrok. Vervolgens liep ik de trap af, met hem -staartzwiepend- op mijn hielen. Hij was zich ogenschijnlijk van geen kwaad bewust.

Ik trok een warme jas aan, deed hem zijn riempje om en samen liepen we de donkerte in. Ik zweeg. Hij liep ver voor mij uit, zijn staart nog steeds zwiepend in de koele lucht. We kwamen terug van onze ronde, ik voedde hem en verschoonde zijn waterbak. Daarna was het tijd voor samen spelen en naast elkaar zitten, wat Lenny betrof. Ik negeerde hem en begon aan mijn eigen ochtendritueel (puzzeltje, taalapp Duolingo en de digitale krant). Langzaam maar zeker leek hij te begrijpen dat hij het had verbruid bij mij... (Lenny is een slimmerik.) Hij ging er even een uurtje of wat over slapen. Licht snurkend.

Mijn liefje had na mijn opstaan nog twee uurtjes lekker liggen slapen en dat was de winst van de dag. Uiteindelijk wist Lenny niet wat hij moest doen om het goed te maken met mij. Hij drentelde continu voor mij, naast mij en achter mij. Zat naast mij op de bank, naast mij in mijn kantoor, naast mij aan de ontbijttafel. Eerst links en als dat niets opleverde, dan rechts. Hij zat met zijn speelgoed in zijn bek en staarde onophoudelijk naar mij. Dat werkte tot voor kort. Ik zou zijn speelgoedje dan afpakken en wegslingeren, zodat hij er achteraan kon. En weer, en nogmaals. Daarop rekende hij nu ook, alsof er niets aan de hand was. Maar niks werkte die ochtend. Hij leek steeds sipper te worden... Nèt goed, dacht ik.

Vóór het kopje koffie bracht ik hem en zijn spullenboel terug naar zijn moeder. Ik had geen zin meer in hem. Aan haar vertelde ik het nachtelijke drama in geuren en kleuren terwijl Lenny in zijn mand kroop, kop naar beneden. Liselotte vatte het voorval bondig samen: ‘dat was dus de eerste en laatste logeerpartij’. Dat klopt als een zwerende vinger! Moe liep ik naar huis terug, een ervaring rijker. Niks adoptiehond.