Translate

maandag 4 mei 2026

Westerbork-serenade

In Nederland vindt vandaag de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking plaats. Een dag waarop alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. De steun voor 4 en 5 mei onder Nederlanders is groot en stabiel. Ruwweg driekwart van hen vindt het belangrijke dagen. Dat stond te lezen in het Jaarlijkse Vrijheidsonderzoek dat vorige week uitkwam. Dit wordt een longread. 

Op 29 maart luisterde ik naar een radioprogramma op NPO1 waarin de muziek van Johnny & Jones uitvoerig werd besproken. Dit zangduo kende ik niet, al herkende ik het genre vooroorlogse muziek. Hierachter bleek een bijzonder verhaal te schuilen. Van het een kwam het ander.

In het vooroorlogse bruisende Amsterdam klonk in de jaren '30 van de vorige eeuw een nieuw geluid: swingende jazz, speels en licht. Midden in die muzikale vernieuwing stond het Nederlandse jonge duo Johnny & Jones, bestaande uit de Joodse Amsterdammers Arnold Meijer Kannewasser (1918) en Salomon (Max) van Wesel (1916). 

Ze waren neven, geboren en getogen Mokummers. Johnny was de gitarist. Hij gaf ook gitaarles en adverteerde daarmee in het Joodsch Weekblad. Salomon, ook wel Max genoemd, was de zanger die al wat ervaring en jazz-connecties had als trouwe bezoeker van de Nederlandsche Hot Club in de hoofdstad. Hun muziek was luchtig, vaak met een humoristisch randje, sterk beïnvloed door de Amerikaanse jazz. Met gitaar, meerstemmige zang en opvallende teksten wisten ze een groot publiek te bereiken. Hun eerste single (1938) was getiteld ‘Mijnheer Dinges Weet Niet Wat Swing Is’. 

Het duo werd razendpopulair. Ze adverteerden ook samen in het Joodsch Weekblad: ‘onze liedjes zijn zonnestralen die U uit Uw zorgen halen’. Ze traden op in theaters (onder andere Theater Carré) en op de radio. Hun liedjes, vaak vertaald of bewerkt uit het Engels, brachten internationale flair naar de polder. 

Terwijl hun ster steeds meer ging stralen, werd het boven Europa steeds donkerder. Door de bezetting veranderde het leven van Joodse Nederlanders drastisch. Als artiesten met Joodse roots werden Johnny & Jones langzaam maar zeker uitgesloten van het openbare leven. Hun optredens werden verboden, hun bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt. 

Bij de allerlaatste razzia in Amsterdam op 29 september 1943 (de stad werd na 4 oktober ‘Judenrein’ verklaard) werden de beide mannen met hun echtgenotes opgepakt. 


Nol en Max in de vliegtuigsloperij - illustratie Leo Kok
Ze werden naar Kamp Westerbork gedeporteerd, het kamp van waaruit bijna alle Joden naar vernietigingskampen in Oost-Europa werden afgevoerd. Daar werden de beide mannen te werk gesteld in de vliegtuigsloperij. Dit was een dwangarbeidproject van de nazi’s waar Joodse gevangenen gecrashte geallieerde vliegtuigen demonteerden. Onderdelen werden hergebruikt of verwerkt in andere voorwerpen. Het werk was loodzwaar en stond symbool voor de cynische uitbuiting in dit doorgangskamp. Dat is nogal eufemistisch uitgedrukt. Ik geef er de voorkeur aan Westerbork ‘het Nederlandse concentratiekamp op de desolate Drentse hei’ te noemen. Dat zegt preciezer waarom het gaat. 

Dit kamp was een bizarre plek: enerzijds een voorportaal van de dood, anderzijds een plaats waar een zekere schijn van normaliteit werd opgehouden. Dat werd met name uitgedragen door de Duitse kampcommandant Albert Konrad Gemmeker die met harde hand regeerde maar zichzelf liever zag als ‘Man van Cultuur’. 

In Westerbork werden theatervoorstellingen, cabaretavonden en muziekoptredens georganiseerd; deels bedoeld om gevangenen rustig te houden en de met name Joodse staf af te leiden. Johnny & Jones maakten deel uit van deze culturele activiteiten. Ze traden enkele keren op, zongen doorgaans in het Duits omdat liedjes in de Nederlandse en Engelse taal niet in de smaak vielen bij de kampleiding. Het podium voor de cabaretvoorstellingen was gemaakt van hout dat afkomstig was uit een plaatselijke synagoge. Gemmekers zitplaats in de grote barak was een pluche stoel in het midden van de eerste rij. Doorgaans werden de avonden op dinsdag georganiseerd, de dag waarop de afgeladen trein naar het Oosten reed. Als hij de ruimte betrad, moest iedereen opstaan. Hij was een ijdele man.

De optredens van Johnny & Jones (en collega’s) waren voor medegevangenen een moment van enige verlichting van het leed, een herinnering aan het vrije leven aan de andere kant van het prikkeldraad. Maar vanwege die plek kreeg hun muziek ook een extra wrange lading. Het bekendste voorbeeld daarvan is hun lied ‘de Westerbork-serenade’. Op het eerste gehoor klinkt het opgewekt, met een melodie die doet denken aan eerder werk. Met een vleugje humor en ironie bezongen ze het leven in het kamp: de onzekerheid, de transporten, de constante angst. Stijlfiguren als humor en ironie functioneerden als schild tegen de barre werkelijkheid. 

Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide... 

Ze zongen over de dinsdagen, de vaste dag waarop de treinen naar Oost-Europa vertrokken en over het wachten, het tergend lange wachten. De combinatie van luchtigheid en zwaarte maakt dit lied extra aangrijpend, wat mij betreft. Het was geen openlijk protest. In een omgeving waar directe kritiek levensgevaarlijk was, gebruikten Johnny & Jones hun talent om zich, tussen de regels door, over hun lot en dat van hun lotgenoten uit te spreken.

Nol en Max waren twee van de circa 102.000 Nederlandse Joden -met Sinti, Roma en tientallen verzetstrijders- die vanuit kamp Westerbork naar vernietigingskampen in Oost-Europa werden getransporteerd tussen midden 1942 en september 1944. Gemmeker kondigde op 2 september 1944 het einde aan van het cabaretgezelschap. Op 4 september 1944, een van de laatste transporten (een dag later dan de deportatietrein van Anne Frank en haar familie), werd bijna het gehele cabaretgezelschap gedeporteerd naar Theresienstadt, een kamp in Tsjechoslowakije. Daarna kwamen ze terecht in Auschwitz, Sachsenhausen en Buchenwald. Uiteindelijk belandden ze na een tiendaagse treinreis in kamp Bergen-Belsen, waar ze kort voor het eind van de oorlog door uitputting overleden. (De vrouw van Max overleefde de oorlog wel. Zij emigreerde naar de VS.) 

Gemmeker werd na de oorlog (1948) in Nederland tot slechts tien jaar gevangenschap veroordeeld voor de deportatie van 80.000 Joodse Nederlanders naar vernietigingskampen. Hij was bij alle transporten aanwezig, tekende elke transportlijst. Op het perron wenkte hij dan nonchalant met zijn hand ten teken dat de trein -soms met vuile veewagons- kon vertrekken.

Hij heeft altijd gezegd niets te hebben geweten van het lot dat Joodse gedeporteerden in de vernietigingskampen in Oost-Europa wachtte. De openbare aanklager van Assen slaagde er niet in het tegendeel te bewijzen tijdens de procesgang van 1948. Gemmekers baas Zöpf erkende later tegenover de Duitse justitie wèl schuld. Maar ook de Duitse rechter lukte het meermalen niet de ware schuld van Gemmeker te bewijzen. 

De kampadministratie werd onder Gemmekers leiding tweemaal opzettelijk vernietigd: vóór Dolle Dinsdag (1944) en net voor de Canadese bevrijding van het kamp in 1945. Alle sporen werden gewist. 

Journalist en auteur Ad van Liempt ontmaskerde Gemmeker echter wel. Dat deed hij in zijn uitstekende biografie (2019) getiteld ‘Gemmeker. Commandant van kamp Westerbork’. Hem omschreef hij als ‘fanatiek, bezeten van orde en tucht’ en als ‘kille moordenaar’. Hij was een ijskoude antisemiet, hard als cement. 

Van Liempt gebruikte voor zijn onderzoek ook de dagboekaantekeningen van schrijfster Etty Hillesum (daarover morgen meer) en het dagboek van een andere Joodse geïnterneerde, journalist Philip Mechanicus. Mechanicus wordt door Van Liempt de chroniqueur van kamp Westerbork genoemd. Zó omschreef hij Gemmeker (let op de ironie). ‘Men is geneigd de commandant voor niet recht snik te verklaren. Maar dat is verboden. Maar iets is er toch mis met hem.’ De journalist noemde de culturele optredens in Westerbork ‘operettemuziek bij een geopend graf’. Hillesum beschreef de commandant als ‘heer en meester over leven en dood van Hollandse en Duitse Joden [..]

Ik las het boek recent en zat mij vaak te verbijten. Wat een leugenaar was die Gemmeker! En wat een lafaard – zich eindeloos verschuilend achter zijn meerdere in Den Haag (Willi Zöpf, plaatsvervanger van Eichmann in Nederland). De haren rezen mij soms te berge. 

Van Liempt toonde in zijn boek (tevens proefschrift) onder andere overtuigend aan dat Gemmeker in november 1943 aanwezig was geweest bij een bijeenkomst in Duitsland, waarbij ook Adolf Eichmann, organisator van de ‘Endlösung der Judenfrage’ (vernietiging van het Joodse ras in Europa), present was. Hij moet dus hebben geweten van de systematische genocide van de nazi’s. Gemmeker ontkende zijn toenmalige aanwezigheid. Een grove leugen. 

De auteur sprak ook met Gemmekers kinderen. Toen diens jongste dochter Erika haar pasgeboren baby aan hem kwam tonen, was hij geschokt en wilde hij niet meer met haar praten omdat het meisje Ruth heette, een Joodse naam. 

De veroordeelde kwam in 1951 vervroegd vrij. Eenmaal terug in Duitsland lukte het de Duitse justitie evenmin om hem voor zijn betrokkenheid bij de Holocaust zwaarder te veroordelen. Het is vreemd dat de Duitse onderzoeksrechter hem destijds niet met al zijn leugens heeft geconfronteerd. Een gemiste kans. Van Liempt denkt dat ze ermee klaar waren, het was te ongemakkelijk. Tja. Gemmeker leefde nog ruim 30 jaar in vrijheid. Dat is moeilijk te verkroppen... 

De Westerbork-serenade is meer dan een lied. Het is een nummer met historische lading en grote betekenis, een zeldzaam inkijkje in het dagelijks leven in dit concentratiekamp op Hollandse bodem. 

Johnny & Jones, beter gezegd Nol en Max, bewezen dat kunst een functie heeft, zelfs onder de wreedste omstandigheden. Hun stemmen verstomden maar hun namen en liederen klinken voort. In 1970/1971 werd in Amsterdam een brug naar het duo vernoemd, gelegen in het Beatrixpark (foto header). Op 8 juni 2001 ging de opera Johnny & Jones in première in de Amsterdamse Stadsschouwburg. 

De Holocaust begon niet met de bouw van Auschwitz, het begon met het bordje ‘Verboden voor Joden’. Al ben ik van een naoorlogse generatie, dit verschrikkelijke verhaal, deze inktzwarte bladzijde van de Vaderlandse geschiedenis, emotioneert mij nog steeds. Niet alleen op een dag als vandaag.

Westerbork-serenade 

Ik geloof, ik ben niet helemaal in orde
Ik ben met mijn gedachten er niet bij
Opeens ben ik een ander mens geworden
Mijn hart klopt als de vliegtuigsloperij

Ik zing mijn Westerbork-serenade
Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje
Op de heide
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Mit einer schönen Dame, wandelend tezamen - zij aan zijde

En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo had ik het nooit te pakken bij mijn moeder thuis
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Diese Westerbork Liebelei

Daarna ging ik naar de sanitäter
Die vent zei d'r is heus niets aan te doen
Maar je voelt je heel wat stukken beter
Na 't geven van de allereerste zoen (en dat moet je niet doen)

Ik zing mijn Westerbork-serenade
Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide

Ik zing mijn Westerbork-serenade
Mit einer schönen Dame
Wandelend tezamen zij aan zijde
En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo had ik het nooit te pakken bij mijn mammie thuis
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Diese Westerbork Liebelei
 

In de twee minuten stilte die vanavond op de Dam en elders in het (buiten)land wordt aangehouden, kan eenieder zelf bepalen naar wie of wat de gedachten uitgaan. Het belangrijkst is dat we herdenken, opdat we niet vergeten. Dat is de vrijheid die wij nu hebben. Een groot goed dat we met elkaar moeten beschermen.


donderdag 30 april 2026

Zonne-tweelingdag

Vandaag is het in Spanje de grote simulatiedag! In Spaanse krant El País werd het ‘de zonne-tweeling van de eclipsdag’ genoemd. (Ik hou de spanning er nog even in...) 

Het National Geografisch Instituut (IGN) van Spanje stelde voor dit doel een speciale eclipsmap samen. Met die kaart kun je proefdraaien als geïnteresseerde. Vanavond staat de zon op precies dezelfde plek als die op 12 augustus aan het firmament zal staan. Zo kun je om ongeveer half negen 's avonds zien of je op de goede plek bent om iets van dit bijzondere natuurverschijnsel te zien. 

In de ‘Motor’-editie van diezelfde krant stond laatst een uitgebreid artikel over de zonsverduistering die op 12 augustus van dit jaar te zien zal zijn in bepaalde delen van Spanje. Het was meer dan 100 jaar geleden dat deze gelegenheid zich voor het laatst voordeed. Het zindert nu al in de Spaanse media. 

Breaking news: mijn liefje en ik gaan dat ter plekke meebeleven. Ergens las ik dat een totale zonsverduistering een onvergetelijke ervaring kan worden die een generatie definieert... of een onvergetelijke frustratie. Het verschil zit hem niet in geluk maar in de planning.

Nou, dan wij! Ongeveer een jaar geleden boekten we een hotel in het hart van de regio waarin dit bijzondere natuurverschijnsel het best kan worden aanschouwd. Alle accommodatie is daar inmiddels volgeboekt en uitverkocht. Onze hotelkamer zou nu per nacht het tienvoudige kosten van de oorspronkelijke overnachtingsprijs. Individuele huizenbezitters in het gebied boden hun accommodatie voor duizenden euro’s per dag aan. Ze gaan dan zelf in de tuin liggen. Dat alles voor minder dan twee minuten sterrenkijken.

Op 12 augustus zal een totale zonsverduistering plaatsvinden die vanuit Spanje met het blote oog zichtbaar zal zijn. Anticiperend op de komst van miljoenen toeristen die dit astronomische verschijnsel willen meemaken, plant de Spaanse verkeersdienst specifieke verkeersmaatregelen. Deze zonsverduistering maakt deel uit van het zogenaamde ‘Iberische Trio’ (2026-2027-2028). Het is geen op zichzelf staande gebeurtenis maar het begin van een uitzonderlijke cyclus van zonsverduisteringen die in de komende drie jaar vanaf Spaans grondgebied zichtbaar zal zijn. 

De zonsverduistering zal Spanje dit jaar van west naar oost doorkruisen en over verschillende regio- en provinciehoofdsteden trekken. Van A Coruña naar Palma, langs Oviedo, León, Bilbao, Palencia, Zaragoza en Valencia. In de regio’s Galicië, Asturië, Cantabrië, Castilië en León, Baskenland, Navarra, Rioja en Aragón zal de dag gedurende iets meer dan een minuut overgaan in schemering. De temperatuur zal iets dalen en het landschap zal van kleur veranderen.  

Omdat dit land zich in de laatste fase van de eclips bevindt, zal het fenomeen zichtbaar zijn wanneer de zon al laag aan de hemel staat en op het punt staat onder te gaan. Dat maakt het verschijnsel extra bijzonder. Dit wordt nu al hét natuurverschijnsel van de 21ste eeuw genoemd. Er zijn verschillende soorten: een gedeeltelijke, ringvormige, hybride en totale zonsverduistering. Vanaf planeet aarde bezien, blokkeert de maan de zon. In de gebieden binnen de zone zal de corona van de zon, oftewel de buitenste atmosfeer, dan kunnen worden waargenomen, als het weer het toelaat. Wanneer de maan het felle licht van de zon afschermt, verschijnt de kroon van de zon als een parelachtige lichtkrans rond de zwarte schijf van de maan. Die corona is slechts heel kort te zien. 

Aangezien het fenomeen midden in de zomer plaatsvindt, is de kans groot dat het overal helder weer zal zijn. Deze zonsverduistering zal in grote delen van Spanje voor grote opwinding gaan zorgen. De ‘Protecíon Civil’ (civiele beschermingsdienst) verwacht bijvoorbeeld alleen al in Tarragona 85.000 bezoekers, veel meer dan gebruikelijk. Men is daar al bezig met het inrichten van veilige kijkzones, in samenwerking met lokale gemeenten. Alle toeristische reserveringen zijn er uitverkocht. 

De verwachting is dat miljoenen toeristen uit binnen en buitenland voor dit verschijnsel naar de betreffende Spaanse regio’s zullen komen, aldus de staatssecretaris voor Wetenschap, Innovatie en Universiteiten. Onlangs trof ik een lezersreis aan in de Volkskrant die deze zonsverduistering als onderwerp heeft. Kun je nagaan?! De regering-Sánchez stelde deze staatssecretaris aan als hoofd van de Nationale Eclipscommissie, bestaande uit afgevaardigden van 13 ministeries, om de organisatie van de zonsverduistering in het land te coördineren en in goede banen te leiden.

In het genoemde artikel werd aangekondigd dat de Spaanse DGT, de Directie-Generaal van het Verkeer, in de aanloop naar en op de dag zelf, speciale maatregelen gaat nemen die miljoenen automobilisten zullen treffen. ‘De verkeersautoriteiten boeken vooruitgang bij het ontwerpen van een specifiek plan voor de gebieden waar dit astronomische fenomeen het best zichtbaar is’, aldus de krant. Gelukkig maar?! Hoewel de verkeersdienst de details nog niet heeft vrijgegeven, is er een werkgroep opgericht die een ​​speciaal plan moet ontwikkelen. Naast andere maatregelen die nog worden afgerond, zullen er beperkingen gaan gelden voor zware vrachtwagens, zullen alternatieve routes worden ingesteld en lokale controles worden uitgevoerd op snelheid, alcohol en drugs. 

Het Ministerie van Transport roept het publiek op de zon alleen veilig te bekijken met behulp van eclipsbrillen. Deze brillen moeten door de Europese Unie zijn goedgekeurd voor zonneobservatie en gebruikers moeten de instructies zorgvuldig opvolgen om oogletsel te voorkomen. ‘Loop niet terwijl u ze draagt, blijf bij voorkeur zitten’, is een van de adviezen. ‘Autorijden met dit accessoire brengt risico's met zich mee’. Tja. 

Zelf kocht ik vorig jaar meteen na de hotelreservering twee goedgekeurde eclipsbrillen. Die liggen voorlopig stof te vergaren in de kast. Elke bril bestaat uit twee delen: een onverduisterd deel als een stofbril en een verduisterende klep die je ervoor kunt doen op het ‘moment suprême’. Wij kunnen onze bril ook veilig dragen achter het stuur maar autorijden gaan we die dag zelf in ieder geval niet doen met alle beperkingen in de route en de gekkies op de weg. Alleen tijdens de korte minuten van totaliteit, wanneer de zonneschijf volledig door de maan wordt bedekt, is het veilig om met het blote oog te kijken. Voor ons betekent dit ergens tussen 20:27 en 20:33 uur. 

De omvang van wat er gaat gebeuren, werd treffend samengevat door de directeur van het Nationaal Astronomisch Observatorium en de Nationale Eclipscommissie, toen hij stelde dat de Spanjaarden de volgende dag ‘verdeeld zullen zijn’: zij die het gezien hebben en zij die het hebben gemist. 

Twee weken geleden stuurde ik een mail naar ons hotel. We hebben een kamer geboekt in een van de mooiste plaatsen van Spanje: Albarracín. Het ligt in het hart van het kijkgebied: provincie Teruel in de autonome regio Aragón. 

Mijn liefje, Chef Boeking, verwachtte een pluim van mij voor de locatiekeuze. Mijn wijsneuzerige antwoord was dat als je op de Sierra de Albarracín bent op het juiste moment wel maar als je in het stadje (UNESCO Werelderfgoed) blijft, niet. Recent kwam er een advertentie voorbij van een huis in de Sierra de Albarracín; rond 12 augustus kost het daar 12.000, voor drie nachten. Een huis met alleen maar stapelbedden, wel voor veel mensen. 

Het zicht naar het westen moet helemaal vrij zijn om maximaal van dit bijzondere natuurverschijnsel te kunnen genieten. Het zal niet voldoende zijn om binnen het pad van de totaliteit te vallen. Als we op die dag thuisblijven, zullen we wel de verduistering zien maar niet de corona. Dus we gaan naar Albarracín (dat we kennen van een eerder bezoek). De eclips vindt daar plaats wanneer de zon zeer laag aan de westelijke horizon staat. Een kleine bergketen, een hoog gebouw of een rij bomen kan het piekmoment volledig bederven.

Ik vroeg het hotel of men speciale maatregelen neemt om gasten extra te verblijden tijdens de aanstaande eclips. Binnen vijf minuten kreeg ik antwoord van de hotelmanager. (Die had op dat moment dus nog weinig te doen.) Jazeker, ook zij waren druk bezig met maatregelen maar niet alleen voor ons. Ook het hotelpersoneel wil dit verschijnsel graag zien! Dat vind ik nou typisch Spaans... Gedeelde pret is dubbele pret. Een weekje voor E(clips) Day zal hij zeer weer bij ons melden. Ook stuurde ik twee lokale reisbureaus een mail met de vraag of ze excursies naar het beste gebied gaan organiseren. Allen meldden dat ze druk bezig zijn.

We kijken uit naar het evenement. Wordt zeker vervolgd!


zondag 26 april 2026

Een levenslange liefde

In mijn woonplaats wordt vandaag ‘El Día Internacional del Libro’ gevierd, de internationale ‘Dag van het Boek’. Anders gezegd: Wereldboekendag. Gezien mijn status van boekenwurm mag een blog over de betekenis van deze dag en het belang van boeken niet ontbreken. De festiviteiten vinden plaats op het kerkplein in het centrum. Er zijn onder andere boekenstalletjes en schrijvers aanwezig, er is een spellingswedstrijd voor kinderen en er wordt voorgelezen door mensen van verschillende leeftijden. Ik denk dat ze daarvoor het werk van Cervantes gebruiken. Niks spectaculairs maar wel goed dat het gebeurt. 

Deze dag wordt vaak op een dag in de laatste week van april gevierd maar feitelijk valt de officiële Wereldboekendag op 23 april. Deze datum werd in 1995 uitgeroepen door UNESCO en dat is niet toevallig. Op 23 april 1616 overleden namelijk twee giganten van de wereldliteratuur: de Brit William Shakespeare en de Spanjaard Miguel de Cervantes. Hoewel de mannen niet exact op dezelfde dag overleden volgens de huidige kalender (verschillen tussen de Juliaanse en Gregoriaanse kalender), wordt deze datum wel herdacht als samensmelting van twee grote literaire erfenissen. Het is alsof wereldliteratuur zelf een verjaardag kreeg... Overigens was 23 april voor Shakespeare zowel zijn geboorte- als zijn sterfdag.

Shakespeare (1564-1616) was een veelschrijver. Tientallen toneelstukken, sonnetten en verhalende gedichten vloeiden uit zijn ganzenveer. Over het precieze aantal werken dat hij schreef, lopen de meningen uiteen. Hij wordt beschouwd als de grootste schrijver in de Engelse taal ter wereld. 

Die veelschrijverij geldt niet voor Cervantes (1547-1616). Hij schreef één boek, in twee delen, waarmee hij wereldberoemd werd. Hij wordt wel de belangrijkste schrijver in de Spaanse taal ter wereld genoemd. Met de kennis van nu zou ik dat durven betwisten... Dat zijn Don Quichote een apart en bijzonder verhaal is, is echter onbetwistbaar. Dit werk wordt door veel literatuurwetenschappers -gewaardeerde collega’s- beschouwd als de eerste moderne roman die verscheen op Europees grondgebied. 

Don Quichot (Quijote), de roemruchte edelman op zijn strijdros Rocinant, in werkelijkheid een uitgemergeld boerenpaard, met zijn ondermaatse schildknaap Sancho Panza, zag daar tenminste dertig kolossale reuzen opdoemen die hij van plan was te bestrijden en te doden. Met de oorlogsbuit zouden hij en zijn makker een begin kunnen maken met hun rijkdom. ‘Dit is een eerlijke oorlog en het is een grote dienst aan God zulk kwalijk gebroed van het aardoppervlak te vagen.’ Later in het boek maakt de hoofdpersonage nog een aantal vergelijkbare avonturen mee. (De enige hedendaagse gek die windmolens ziet als ‘kwalijk gebroed’, heet Donald Trump.) Twee weken geleden waren mijn liefje en ik in nog het land van de ‘Man van La Mancha’. Niet om te vechten tegen de vele windmolens die daar staan. Ik draag mijn hersenschimmen, mijn eigen kwalijk gebroed gewoon bij mij. Altijd. Ik legde die molens vreedzaam op de gevoelige plaat vast.

In sommige landen worden marathonsessies georganiseerd tijdens Wereldboekendag, waarbij dit boek hardop wordt voorgelezen; soms uren achtereen, door tientallen verschillende stemmen. Het is een ode aan de kracht van verhalen en aan de manier waarop literatuur mensen samenbrengt, ongeacht taal, cultuur of achtergrond. 

Over het boek dat door deskundigen wordt beschouwd als het oudste literaire werk ter wereld wordt geredetwist. Het ‘Gilgamesj-epos’ (2100 jaar voor onze jaartelling) wordt genoemd, net als ‘The Tale of Genji’, geschreven door een Japanse vrouw in de 11de eeuw. Maar nu las ik afgelopen week dat archeologen papyrus ontdekten in een Romeins graf in Egypte, met een fragment uit de ‘Ilias’ van de Griekse dichter Homerus. Het is de eerste vondst van een literaire tekst die opzettelijk is verwerkt in een mummie. Deze tekst, geschreven in het jaar 762 voor onze jaartelling, beschrijft een deel van de scheepscatalogus uit boek II van de Ilias. Volgens de onderzoekers is het een van de meest iconische teksten in de wereldliteratuur. Wie het meent te weten, laat het mij weten!

Het enthousiasme voor internationale boekendag wordt wereldwijd gevoeld en elk land geeft er zijn eigen draai aan. In Spanje is de viering bijzonder levendig, vooral in Catalonië tijdens het feest van Sant Jordi, de patroonheilige van deze autonome regio. (De festiviteiten vinden daar plaats vanaf 23 april.) Mensen geven elkaar boeken én rozen cadeau. Zo wordt de liefde, cultuur en literatuur gevierd. Deze traditie gaat terug tot de Middeleeuwen maar kreeg pas in de 20ste eeuw een literaire component. De straten staan vol kraampjes, schrijvers signeren boeken, overal heerst een sfeer van intellectuele nieuwsgierigheid. Een aardige anekdote uit de Catalaanse traditie is dat boekverkopen op deze ene dag vaak goed zijn voor een aanzienlijk deel van de jaarlijkse omzet van regionale uitgevers. Het is een zeldzaam moment waarop literatuur letterlijk de straat op gaat en het grote publiek bereikt. 

In 2001 werd Madrid door UNESCO uitgeroepen tot allereerste ‘Wereldboekenhoofdstad’ ter wereld. Sindsdien krijgt elk jaar een andere stad deze titel, met als doel lezen, publiceren en auteurschap te promoten. Steden als Buenos Aires, New Dehli, Bogotá, Bangkok en Rio de Janeiro volgden, elk met hun eigen programma’s om boeken toegankelijker te maken voor een breed publiek. Dit jaar valt die eer te beurt aan Rabat (Marokko), gekozen vanwege haar inzet voor het bevorderen van geletterdheid, het versterken van de lokale boekindustrie en het vieren van haar rijke culturele erfgoed. Deze stad heeft tenminste 54 uitgeverijen en de op twee na grootste internationale boeken- en uitgeversbeurs van Afrika. 

De eretitel van grootste boekenbeurs ter wereld geldt voor die van Caïro (Egypte). De 57ste Internationale Boekenbeurs van de stad, gehouden van 21 januari tot en met 3 februari 2026, sloot af met een recordaantal van 6.200.849 bezoekers! Op dag 1 waren dat er al meer dan 800.000. 
Ter vergelijking: de Frankfurter Buchmesse, algemeen beschouwd als het belangrijkste evenement in de internationale uitgeverswereld, trekt gemiddeld circa 300.000 bezoekers. De London Book Fair verwelkomt zo'n 25.000 vakbroeders en -zusters. De naaste concurrent, ‘La Feria del Libro’, de boekenbeurs van Madrid, trok vorig jaar ongeveer de helft van het aantal bezoekers van Caïro. 

Wat veel minder positief nieuws is, is dat in 2025 5.668 boeken uit Amerikaanse bibliotheken werden verwijderd na een klacht. Dat stond in het rapport van de American Library Association dat uitkwam ten tijde van de recente jaarlijkse nationale Bibliotheekweek. Daar is al jarenlang censuur aan de orde van de dag. Bijna alle censuurpogingen die in 2025 werden geregistreerd, te weten 92%, werden geïnitieerd door pressiegroepen, overheidsfunctionarissen en beleidsmakers. Ze maakten vooral deel uit van gefinancierde, politiek gemotiveerde campagnes om de verhalen en ervaringen van LGBTI+-gemeenschap te weren en onderdrukken. ¡Madre mia! Laat boeken toch met rust, kom op voor de vrijheid van lezen! 

Wereldboekendag is dus meer dan een symbolische dag. Het is een uitnodiging aan eenieder om een nieuw boek ter hand te nemen, een oude klassieker te herontdekken, of simpelweg stil te staan bij de rol die ze spelen in ons leven. Boeken informeren, troosten, dagen uit, confronteren en inspireren. Ze vormen de brug tussen culturen en generaties, tussen droom en werkelijkheid.

Alhoewel wij deze dag hier vandaag vieren, ligt de officieel uitgeroepen dag dus enkele dagen eerder. Dat maakt mij niets uit. Elke dag is een goede dag om een boek ter hand te nemen en het lezen te vieren!


woensdag 22 april 2026

Golden memories, bright future

Kleintjes worden groot! Van moeder Elsa ontvingen we vorige week een foto van haar oudste zoon Yuda die zijn middelbare school afsloot met een familieportret waarop de geslaagde wordt omringd door bossen bloemen, broers en zijn zusje. He did it. Joehoe!

We leerden deze nu bijna 19-jarige kennen toen hij 1 jaar oud was. De eerste digitale foto die ik maakte van het ventje was waar hij op de rug van zijn moeder zit. Een lieflijk jochie dat niet erg spraakzaam was maar wel gemakkelijk in de omgang. Met zijn bijna haarloze bolletje. We kwamen in 2008 voor de tweede keer naar Bali om in het noorden te gaan overwinteren. Elsa was daar destijds werkzaam in de huishouding. Ze kookte ook voor ons en dat deed ze goed. Tijdens dat verblijf besloten we in die omgeving een huis aan de Bali-zee te laten bouwen. Dat huis werd een jaar later opgeleverd. 

Toen we na enkele maanden vertraging (om gezondheidsredenen) eindelijk bij de eigen poort aankwamen, wachtten Yuda en zijn ouders ons daar op. Hij zat als ukkie in traditionele hindoekleding op de grond, tussen de grote voordeuren van ons gloednieuwe huis. Dat beeld zal ik nooit vergeten. Zijn moeder en vader zouden tot ons personeel gaan behoren. Elsa als huishoudster en kokkie, Ketut als chauffeur, zwembadman en projectmanager. Er was immers nog zóveel te doen om de strandvilla ons thuis te maken. We gingen emigreren, voor ons was dit geen vakantiehuis. 

Met twee werkende ouders werd de peuter overdag naar zijn overgrootmoeder gebracht waar hij dagelijks naast haar lag te slapen. Zij deed niet veel anders dus hij ook niet. Kasian. Zijn dagelijkse hapje was witte rijst met suiker. Toen we een keer met eigen ogen zagen hoe hij daar summier gekleed op de grond lag, in de buurt van het varken dat daar door de familie werd vetgemest, besloten we zijn leventje drastisch te veranderen. 

In het begin haalden we Yuda daar op. Daarna kwam hij mee op de brommer, het nog altijd belangrijkste vervoermiddel van de gemiddelde Balinees. Terwijl zijn papa en mama bij ons aan de slag gingen, kwam hij spelen, eten en zijn overdagslaapje doen. Aan het einde van de dag stapte hij weer bij zijn moeder of vader op de brommer. Als hij te weinig kleding aanhad voor dat tochtje naar huis, sloegen we hem een t-shirt van onszelf om. Hij liet het zich allemaal welgevallen. 

Hij vond het fijn bij ons en dat is niet verwonderlijk. Wij verwenden hem en daagden hem uit: er stond altijd speelgoed voor hem klaar, hij at wat de pot schafte, kreeg alle aandacht die we konden geven. Aandacht voor hem veranderde langzaam maar zeker in liefde voor hem. Hij was zo’n aandoenlijk ventje! Ook wij gingen al snel uitkijken naar zijn komst. Hij was een verrijking van ons leven. Zelf besloten we ooit bewust kinderloos te blijven; moederschap wilden wij niet combineren met onze internationale carrières. Met Yuda kregen we een dierbaar kleinkind in onze schoot geworpen. 

Hij bleek een kleine autogek. Hoe vaak ik hem niet om onze Kia heen zag lopen, met zijn vingertje voelend aan de banden en de koplampen van dit transportmiddel, was niet bij te houden. Een van zijn eerste Balinese vragen aan ons was dan ook ‘Bebin Yuda?’ (Is de auto van Yuda?) Wij bevestigden dat. Bijna alles was voor Yuda!

Dus ik knutselde vaak een garage en autootjes voor hem met nep-Legostenen waarvan ik lokaal een grote zak kocht, we maakten tekeningen, knipten en plakten. We speelden memory en andere kaartspelletjes, kochten een minidrumstel dat met hem meegroeide (😉). We keken samen naar ‘Jalan Sesam (Sesamstraat)’ op de laptop, zongen liedjes, lazen hem voor in Engels en Bahasa Indonesia, kochten boeken en kekke kleding voor hem. Als hij zich eens niet lekker voelde, maakte mijn liefje Olvarit-hapjes voor hem; met veel smaak en kleurtjes, zonder chili (hij hield er niet van als kleintje). Ze maakte genoeg om hem meer dagen te voederen maar het bakje kwam elke morgen leeg terug. Wij denken dat er meer familieleden meeaten... Tidak apa-apa! 

We kochten drijfspeelgoed -onder andere een opblaasbare auto met stuur en claxon- en een zwemvest waarmee hij gemakkelijk en veilig kon drijven in ons zwembad van semi-Olympische proporties. Hij had twee ervaren zwemjufs die hem leerden zwemmen. Soms hadden we er een dagtaak aan. Zo werd hij een waterrat en eersteklaszwemmer. Golden Memories. 

Toen hij drie jaar oud was (zindelijk was hij al veel eerder), brachten we hem naar een door ons gekozen drietalige kleuterschool. Het uniform bestond niet in zijn maat, de nieuwe rugzak was net zo groot als  hijzelf. Hiernaast zie je de lieflijke Humpty Dumpty van toen... 

Dat leertraject werd gevolgd door een internationale lagere en middelbare school. Gedurende bijna 16 jaar van zijn leven genoot hij zeer goed onderwijs. Wat in hem zat kwam eruit, denk ik. Mijn liefje en ik zijn grote voorstanders van goed onderwijs, voor jongens èn meisjes. Doorleren is het allerbelangrijkst als basis voor een goed leven, wat ons betreft. (Geld verdienen kan altijd nog.) 

Lang hoopten mijn liefje en ik stiekem dat hij na het behalen van zijn middelbareschooldiploma aan de universiteit zou gaan studeren. Hij heeft immers genoeg grijze cellen om dat te kunnen. De cijferlijst van het bètapakket waarmee hij de middelbare school afrondde, staat bol van de 8en. De jongeman besloot anders. 

En nu?

In de afgelopen tijd werd duidelijk dat hij niet wil gaan studeren. Zijn moeder appte ons enige tijd geleden. Er was een kleine crisis ontstaan in haar gezin. Vader Ketut en haar oudste zoon waren het met elkaar oneens over het vervolg van de opleiding. Pa wilde dat hij zou gaan studeren om arts, advocaat of iets anders met aanzien en kansen te worden. Yuda wil iets totaal anders. Of wij wilden bemiddelen tussen die twee? 

Nee, bemiddelen wilden we niet. We kiezen niet tussen pa en zoon. Waartoe we wel bereid waren, is praten met de jongeman om te horen wat zijn motivatie is. Hij belde ons de volgende dag volgens afspraak, we luisterden naar hem en stelden vragen. In dat gesprek legde hij uit dat een universitaire studie niet zijn ‘passion’ is. Hij wil wat van de wereld zien, de reisverhalen van jonge mensen op Tiktok trekken hem. 

Wij zouden geen boomer en nixer zijn als we niet ons best deden om hem een alternatief voor te leggen. Waarom zou hij niet als 19-jarige ter overbrugging naar zijn 21ste verjaardag -pas op die leeftijd mag je bijvoorbeeld werken op een cruiseschip- een kandidaatsdiploma proberen te halen, in een vak waarvoor hij wel passie voelt? Dan zou hij iets later naar het buitenland kunnen met nóg een diploma op zak en wellicht de functie van manager of iets vergelijkbaars kunnen bekleden? 

Hij luisterde aandachtig maar was ook eerlijk tegen ons. Als zijn oma’s-met-de-witte-huid hebben we altijd de nadruk gelegd op eerlijkheid, als een van de waarden in het leven. Hij wilde vasthouden aan zijn eigen plan: een jaar lang een Hospitality-cursus volgen, vervolgens relevante werkervaring opdoen en daarna naar het buitenland. Als meegaande tiener zette hij nu de hakken in het zand. 

Wie zijn wij, veelreizigers, om hem zijn buitenlandervaring te ontzeggen? We stuurden hem in de loop van de jaren talloze digitale fotoalbums en brachten exotische kadootjes mee van verre reizen. Wij zijn dus zeker medeplichtig aan zijn zucht naar avontuur. 

Daar komt bij dat zijn pa, al jarenlang werkzaam op een Amerikaans cruiseschip, ook thuiskomt met de leukste verhalen en mooiste beelden. Positieve verhalen over de verhouding tussen personeelsleden onderling en plaatjes van de fraaiste plekken op aarde. Reizen is verslavend, dat weet ik als geen ander. Nu weten we dat het kennelijk ook besmettelijk is...  

Wie zijn wij dan om hem dat niet te gunnen? Je kunt redetwisten over de leeftijd waarop hij dat gaat doen maar waarom zouden we dat doen als hij een eigen plan heeft waarover hij enthousiast is? Ik prijs hem daarom. Al is zijn tienerbrein nog niet volgroeid, hij heeft hierover nagedacht en is vastberaden zijn plan tot uitvoering te brengen. Ik vroeg hem tijdens ons driegesprek nog wel of hij ook de sneue verhalen kent op Tiktok; niet alleen de verhalen van succesvolle, gelukkige personen in het buitenland maar ook die van spijtoptanten en mensen wie het niet zo goed vergaat. Ja, ook die kende hij. 

Enkele weken geleden had Yuda een toelatingsgesprek op de Hospitality Campus. Dat verliep goed. Ze prezen hem om zijn Engelse taalvaardigheid (😉) en zijn goede eindexamenresultaten van Senior High School. Op basis hiervan stelde men een ietwat ander studieprogramma aan hem voor. 

Hij gaat later dit jaar beginnen aan een tweejarige opleiding ‘International Hospitality’. Je zou deze opleiding kunnen vergelijken met de Hogere Hotelschool. Studenten worden klaargestoomd voor de toeristenindustrie, voor werk in een (internationaal) hotel of op een cruiseschip. Deze campus -gelieerd aan de universiteit van Singaraja- werd in 2012 opgericht en heeft een goede reputatie. Door het Indonesische Ministerie van Arbeid en Transmigratie is dit opleidingsinstituut uitgeroepen tot beste beroepsopleidingsinstelling van Indonesië. Op de website las ik dat hun motto is ‘Dromen, ontdekken en vieren’. Welke Gen Z-er spreekt dat niet aan?! Zijn vader is inmiddels om: hij steunt zijn oudste zoon in zijn vervolgkeuze. Net als wij. 

Dus ons meneertje Koekepeertje gaat, met een handjevol klasgenoten, aan een soort (verkorte HBO-)opleiding beginnen. Zijn vriend de DJ -samen vormen ze het beroemde duo ‘DJ The Boys’, met Yuda als MC- gaat Computerwetenschap studeren aan de universiteit van Denpasar. De afgestudeerde meldde ons dat hij een nieuw vriendinnetje heeft, eentje die al drie jaar in zijn klas zit en met hem afstudeerde. De vonk sloeg pas een maand geleden over. Zij, een elegante jongedame, gaat Medicijnen studeren aan de universiteit van Malang (Java). 

Eerder deze week werd in heel Indonesië Kartinidag gevierd. Raden Ajeng Kartini (1879-1904) was een vrijzinnige dochter van een progressieve regent op Java. Zij mocht na de basisschool echter niet doorleren en moest thuisblijven tot haar uithuwelijking. Ze verzette zich hevig tegen de heersende moraal en schreef kritisch over (onder andere) polygamie, uithuwelijking, sociale ongelijkheid en koloniaal machtsmisbruik. Volgens haar was onderwijs de sleutel om de positie van de Indonesische vrouw te verbeteren. Ibu Kartini inspireert vrouwen nog altijd in hun strijd om gelijke rechten. 

Voorlopig hebben de drie afgestudeerde klasgenoten maanden vrij en dat is hen van harte gegund. Ik wens ze ‘a bright future’.


zondag 19 april 2026

Stem uit het verleden

Kort voor Pasen ontving ik een mailbericht van de redactie van ‘Vroege Vogels’. Terwijl ik dit bericht publiceer, staat het programma op de achtergrond aan. Dat was niet om te vragen of ik weer aan een Buitenland Special zou willen meedoen. Dat wil ik best als ze die weer gaan organiseren aan het einde van dit jaar. Nee, ik werd door iemand gezocht! De redactie stuurde een Nederlandstalige mail door van een Engelse collega van vroeger. Ze schreef dat ze al jaren naar mij op zoek was om mij te bedanken... 

Nu wil het toeval dat ik mij niet zo lang geleden, tijdens weer een onvrijwillige nachtelijke brainstormsessie met muzelluf, bedacht dat Vroege Vogels de enige plek is waar mijn ware en volledige voor- en achternaam bekend zijn. Op het wereldwijde web, bij Blogger, ben ik immers actief als Barefoot on the Beach. Tweemaal werd ik door de presentator van mijn favoriete radioprogramma met volledige naam aangekondigd. Ook mijn liefje, meewerkend voorwerp, werd de laatste keer bij haar voornaam genoemd. 

Ashrina, die zichzelf een speurneus op het web noemt, bleek al jarenlang op mijn volledige naam en de voornaam van mijn liefje te zoeken. Ze vond mij dus via Vroege Vogels. In haar mail schreef ze dat ze zelfs naar Bali was gegaan om mij daar te zoeken. Dat we daar zouden wonen, had ze via-via begrepen. Ik moest er hartelijk om lachen. Op het eiland van de Goden wonen ongeveer 4,5 miljoen mensen; de meesten van hen in het zuiden en niet in het noorden zoals wij jarenlang deden. De kans om mij daar te vinden zonder adres was nihil. Ik dankte de doorzender van Vroege Vogels hartelijk en zette mij aan een rechtstreekse mail aan Ashrina.

Ik schreef wat een verrassing haar mail was. Dat ik mij haar herinner als de jongedame die zichzelf ’s avonds laat opsloot in de toilet van ons huis na een bachanaal feest in onze toenmalige achtertuin in Caversham Heights. Ze schaamde zich dermate voor haar aangeschotenheid dat ze het kleinste kamertje niet wilde verlaten om mij onder ogen te komen. Ze heeft Indiase roots, wellicht is de alcoholintolerantie genetisch bepaald? De schaamte was zó groot dat ze ter plekke haar ontslag indiende aan mij, haar manager. Door de wc-deur. Ik weigerde en vroeg haar mij de volgende ochtend te bellen, als ze weer nuchter was. Die zaterdagochtend belde ze en we spraken ruim een uur met elkaar. Mijn liefje en ik waren op weg naar een weekend in Wales. Zij vond nog steeds dat ze niet in het team kon blijven, ik wel. De maandag erop trof ik haar gelukkig weer op kantoor aan. 

Mijn liefje en ik hadden die avond als gastvrouwen de wijnflessen expres zo ver mogelijk weggezet zodat drankinname niet al te aanlokkelijk zou zijn tijdens de vrijmibo en het daaropvolgende tuinfeest. Ik kende mijn pappenheimers! Voorafgaand aan het gezellige avondje bereidden we een uitgebreid internationaal (Europees en Indonesisch) buffet voor eenieder dus er kon een goede bodem worden gelegd.

Mijn team bestond uit een fantastisch stel superslimme jonge en iets oudere vrouwen en een enkele man. Als teamlid wist ik van eerdere uitjes dat ieder van hen wel een glaasje of twee lustte (op Ashrina na, maar dát wist ik nog niet). Ondanks onze voorzorgsmaatregelen bleek één vrouw in het team een volleerde horecavrouw te zijn in een vorig leven. Juist zij vroeg mijn liefje onschuldig en goedbedoeld of ze kon helpen bij het bedienen. Tuurlijk, goed plan. Zij kon echter in elke hand drie flessen tussen haar sterke vingers vasthouden. Dát wist ik ook niet. Ze voer die avond rond als een tanker over the Theems... Onze ruime voorraad wijn raakte zo goed als leeg. (Haar verwijt ik niets.)   

In Londen werd ik manager van het OD&D-team van de organisatie die het werken in de nieuwe Heathrow terminal, door ons liefkozend ‘T5’ genoemd, ging vormgeven en inrichten. OD&D stond voor ‘Organisational Design and Development’. Als Change Management Team gingen we de nieuwe organisatiestructuur, -cultuur en werkprocessen bedenken en beschrijven. Zelf was ik niet op zoek naar een managementrol maar mijn toenmalige Ierse baas Sharon vond het een goed idee. Dat overkwam mij eerder. In een vorige baan in Nederland wilde het personeel mij als manager van het Amsterdamse kantoor en niet de, door de leiding voorgestelde, persoon. Zo gaan die dingen soms. 

Nooit heb ik muzelluf gezien als ‘baas’ van iemand, die functie ambieer ik niet. Laat mij maar lekker mijn eigen gang gaan. Na uitgebreid overleg thuis (met mijn eigen HR Director) zei ik schoorvoetend ‘ja’. Ik wilde het avontuur wel aangaan als ‘primus inter pares’, als eerste onder gelijken. Een mens is immers nooit te oud om te leren en van inzicht te veranderen. Bovendien kunnen nieuwe ervaringen medevormend zijn. 

Zo werd ik manager van een groep interne consultants die met elkaar nieuwe dingen gingen ontwerpen en uitwerken voor het nieuwe personeel van de nieuw te openen terminal. Het imposante gebouw verrees langzaam maar zeker uit de bouwput. Af en toe hadden we op het bouwterrein een vergadering of teamsessie. Weer eens iets anders dan op de hei! 

Heathrow Terminal 5 werd ontworpen door de wereldberoemde architect Sir Norman Foster en werd gebouwd door personeel van het bedrijf Richard Rogers. Het duurde bijna 20 jaar om het idee te ontwikkelen, alle seinen op groen te krijgen en het gebouw van de grond, beter gezegd: op de grond, te krijgen. Heathrow ligt immers middenin een woongebied. De bouw kostte bijna 4 miljard Engelse pond. Ook tijdens de bouw werden de allerlaatste inzichten en nieuwe principes gehanteerd. Mijn manager Sharon schreef er een boek over nadat het project was afgerond, getiteld ‘Heathrow’s Terminal 5: History in the Making’.

Ik herinner mij de eerste vergadering met het team nog goed. Voor iedereen kocht ik een grappig c.q. ironisch Engelstalig boek over de cultuur van Nederland en de Nederlanders, getiteld ‘The Undutchables’. Zodat ze wisten welk vlees ze in de kuip hadden. Ik stelde voor dat ze het lazen voor een beter begrip van hun nieuwe manager, that Crazy Dutch Girl.   

In die vergadering legde ik ook uit wat voor mij als mens belangrijk was, waaraan ik waarde hechtte als collega en manager. Vervolgens stelde iedereen zich aan mij voor, we maakten een gezamenlijk actieplan en gingen ieder ons weegs. We werkten in verschillende hoeken van de (grote) organisatie maar elke week kwamen we bijeen. Ieder van hen was ‘toegewezen’ aan een directeur in de bouworganisatie. Zelf was ik als enige de persoonlijk adviseur van een senior directeur van BAA, de Londense equivalent van Amsterdam Schiphol. Zo legden we de verbinding tussen de staande en de projectorganisatie.

Ashrina was een van de teamleden. Een jonge, intelligente vrouw die was afgestudeerd aan de London School of Economics (LSE) en zich bij T5 bezighield met de financiële administratie van het project. Ik schreef haar een lieve, uitgebreide mail terug met foto’s van een vroegere teamsessie (ofcourse).

Aan haar veranderde achternaam constateerde ik dat ze was gehuwd. Had ze kinderen? Werkte ze nog steeds? Zo ja, wat en hoe? Had ze 20 jaar later nog contact met ex-collega’s van T5? Ook schreef ik beknopt hoe het mijn liefje en mij was vergaan in de tussenliggende jaren. Met een recente foto van ons tweeën.

De daaropvolgende dag ontving ik een mail van haar, rechtstreeks in mijn mailbox. Ook zij was verheugd. Tijdens haar zoektocht had ze ook de directeur van BAA gemaild met wie ik samenwerkte om te vragen of hij een adres van mij had. Nee, dat stond op een laptop die hij niet meer aan de praat kreeg. (Hij was geen computernerd...) Dat ze in Bali willekeurige mensen in Ubud, Sanur en Seminyak had gevraagd of ze bekend waren met twee vrouwen met die namen die daar zouden wonen, deed mij wederom schaterlachen. 

Ze wilde mij bedanken omdat ik de beste manager van haar leven was en veel voor haar carrière heb betekend. Daarop volgden enkele zinnen met superlatieven die ik je zal besparen. De ervaring met mij had haar gevormd. Ze heeft tot dusver zelf een mooie (internationale) carrière met af en toe een stop, onder andere om kinderen te krijgen. Ze voegde een fraaie familiefoto toe.

Na de dramatisch verlopen opening van Terminal 5 in maart 2008 (zelf was ik toen al weg uit het Verenigd Koninkrijk, woonde permanent in Spanje en reisde met mijn liefje de wereld rond), verliet Ashrina de organisatie. Teleurgesteld. Ik begrijp dat. 

Zelf keek ik ook op afstand met toegeknepen billen naar de desastreuze openingsdag. In de terminal liep het die dag volledig in het honderd vanwege het haperende bagageafhandelingssysteem (inclusief transportband) van British Airways, de enige vliegmaatschappij in T5 en grootste klant van BAA. Ik had bijna wekelijks met hen vergaderd in de aanloop naar de opening. De latere conclusie was dat de luchtvaarmaatschappij hun personeel onvoldoende had opgeleid voor de opening. Tja. Wij hadden zó hard gewerkt...  

Ze vroeg of ik nog steeds voor mijn liefje zing of een gedicht aan haar opdraag op onze jubileumdag. Dat vond ze toen zo romantisch! (Ik wist niet eens meer dat ik zoiets met haar had gedeeld?!) Ze was onder de indruk van onze 37 jaren samen. (Net als ik...) Ik heb haar niet geschreven dat ik in de recentste jubileumblog het gedicht zelf schreef, onder pseudoniem van Mary St.-Cloud. (Die alias past mij als professioneel wolkenstaarder!)

Ashrina zou het leuk vinden ons een keer te komen bezoeken aan de Costa Blanca. Ik schreef terug dat ze van harte welkom is. ‘To dredge up old cows’.


woensdag 15 april 2026

Stad van drie culturen

We reden over de Spaanse hoogvlakte richting Toledo, gelegen in autonome regio Castilla-La Mancha. Het land van Don Quichote. Mooie lappendekens links en rechts: diep en licht oranje, gif- en donkergroen. Olijfboomgaarden en  amandelboomgaarden zover het oog reikte, uitgestrekte wijngebieden met jonge en oude aanplant. Hier en daar intens gele velden met koolzaad. Het was er prachtig. We zoefden over vaak lege wegen. La España vacía’, het lege Spanje, was overal om ons heen. Onze auto passeerde tijdens dit uitje de 100.000 kilometergrens. Onze comfortabele bolide doet het nog goed! 

Toledo is een van de mooiste steden in Spanje die we ooit bezochten. Deze nog grotendeels intact gebleven middeleeuwse stad is een bezoek meer dan waard. Maar eerst over de stap die aan dit bezoek voorafging: een bezoek aan de Nederlandse ambassade in Madrid. We hadden vantevoren een dag en tijdslot gereserveerd, hadden alle benodigde documenten op zak. We namen de hogesnelheidstrein (‘Linea de Alta Velocidad’) vanuit Toledo naar de hoofdstad. Een enerverende ervaring want we zaten nog nooit samen -wel alleen- in een sneltrein op Spaans grondgebied. Mijn liefje is treintjesgek en zelf vind ik het ook leuk om mij zo te verplaatsen. 

Het was vroeg in de ochtend, het fraaie station van Toledo lag er vredig bij. Het gebouw stamt uit 1919 en is opgetrokken in neo-mudéjarstijl (hoefijzervorm). In 1991 werd het uitgeroepen tot cultureel erfgoed. 

De trein zat niet vol. We hadden gereserveerde plaatsen (11 euro per persoon) en vertrokken op tijd. We bereikten een snelheid van 237 kilometer per uur, geklokt door mijn liefje. In een half uur waren we dan ook op station Atocha – Almudena Grandes in Madrid-centrum. 

Dat station kreeg op 11 maart 2004, hier bekendstaand als ‘11-M’, te maken met een terroristische aanslag door al-Qaeda. De terroristen plaatsten tien bommen in vier treinen in en om dit station, met 191 doden en meer dan 1.800 gewonden als gevolg. Onze bagage moest daar door een scanner, net als op een vliegveld. Die wrede aanslag zou weleens de oorsprong van deze procedure kunnen zijn. Het wordt elk jaar herdacht. 

Almudena Grandes was een van mijn favoriete Spaanse schrijvers. Deze geboren en getogen Madrileense werd na haar dood (november 2021) benoemd tot ‘dochter van de stad’. Het stadsbestuur vernoemde dit treinstation naar haar. Een mooi gebaar. Ik stond daar op het perron met allerlei gedachten... aan de vele boeken van een politiek geëngageerde schrijfster en een mooi mens.

We waren niet de enigen in de ambassade. Mensen handelden aan de balie hun aanvraag af en er waren wachtenden voor ons. Een Nederlandse vrouw van 18 jaar was uit Barcelona gekomen nadat ze was beroofd van al haar identiteitspapieren. Ze was recent begonnen aan een stage van zes maanden. De man van de ambassade noemde Barcelona ‘the capital of pickpocketing’ (hoofdstad van het zakkenrollen). Dat beleefden wij, wachtenden, allemaal met haar mee want de gehele conversatie werd de openbare ruimte in geslingerd. Hoezo privacy?!

De Nederlandse mannen vóór ons bleken ook een setje te vormen. (De een noemde de ander ‘schat’.) Partner 1 stapte naar de balie en gaf zijn papieren af. Zijn pasfoto was niet in orde, zijn hoofd was te groot afgebeeld. Zucht, diepe zucht. Er moesten nieuwe foto's komen, de aanvraag kon zo niet doorgaan. Partner 2 trok zijn grote mond open: ‘ik ga hier niet weg zonder nieuw paspoort’. Typisch dom Nederlands. Zo werkt het immers niet en dat zei partner 1 hem dan ook. Mijn liefje, ervaringsdeskundige, gaf ongevraagd advies: ‘spring in de taxi, laat de chauffeur wachten en keer gezwind terug. Zo geregeld’. Zij liepen mopperend weg en wij zagen hen daarna niet meer terug. Tja.

Even vreesden we voor onze eigen pasfoto’s. Ik keek naar mijn eigen grote hoofd op die kleine postzegel... Maar deze keer waren ze in orde. Joehoe! We gaven onze papieren af, de pasfoto’s werden aan het aanvraagformulier bevestigd, we zetten de nodige handtekeningen, er werden vingerafdrukken afgenomen. Heel veel van bijna alle vingers van mijn liefje, tweemaal twee wijsvingers bij mij. Waren haar afdrukken onduidelijker geworden, ietwat vervaagd ten opzichte van tien jaar geleden? Ik heb het niet gevraagd. Er moest dik worden betaald voor de dienstverlening tussen Madrid en Den Haag. Hoe het ook zij, het kon ons weinig schelen. De aanvraag was gedaan, de missie geslaagd. Het wachten is nu op de nieuwe identiteitspapieren, aangetekend afgeleverd op huisadres. 

Daarna was het tijd voor plezier! In de middag bezochten we het Museo Banksy. Er zijn er een paar van in de wereld: in Barcelona, Amsterdam, Parijs, Brussel, Krakau en New York. Ze doen het allemaal net ietsje anders. 

In het museum in Madrid kregen lokale Spaanse straatkunstenaars (die beregoed zijn!) toestemming van de Britse kunstenaar om zijn werken zo precies mogelijk na te schilderen op de muren van een voormalige parkeergarage die nu als museum dienstdoet. Het resultaat was verbluffend! Ook waren er schilderwerken op doek van Banksy zelf. Een van de leukste schilderijen vond ik een werk dat is getiteld ‘Sunflowers from a petrolstation’, met een knipoog naar Vincent van Gogh. Daarop zie je een fraaie bloemenvaas met een verlept bosje zonnebloemen. Zijn schilderij van Guantanamo Bay is ook een doordenker. 

Ik vind zijn werk een cultureel fenomeen. Ik houd van zijn humor, ironie, satire, sarcasme en subversieve beelden. Hij levert stevig commentaar op onze consumptiemaatschappij, daagt de gevestigde orde uit, komt op voor minderheden. Hij zet ons, kijkers, aan tot anders denken over politieke en sociale kwesties. Wij genoten van alles dat we er zagen en de sfeer die er hing. Aanrader! Via deze link vind je het Banksy-webalbum met bijna alles dat daar hangt (zie ook hiernaast in de rechterkolom). 

Aan het einde van de middag keerden we met de trein terug naar basiskamp Toledo, de stad die in 1986 werd uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Wij vierden het stadsjubileum op gepaste wijze: door er dagelijkse urenlang doorheen te wandelen. Toledo moet je een keer hebben bezocht, al is dat geen sinecure voor mensen met mobiliteitsproblemen. De straten stijgen en dalen voortdurend. (Terwijl ik dit typ, heb ik nog een restje pijn in de kuitspieren.) Wij liepen tot dusver gemiddeld tien kilometer per dag, over eeuwenoude kasseien. Het historische centrum (‘el casco histórico’) is compact maar uitdagend. Wel goed te doen, wat ons betreft. Je vindt er overblijfselen van de Romeinen, Visigoten, Moren (Berbers/Arabieren), Joden en Christenen. 

Waarmee zal ik beginnen? De Joodse, christelijke en moorse invloeden in deze stad zijn overduidelijk en overal te vinden. Synagogen met hoefijzervormige bogen (Mudejár, moors), kerken met mudejár-bogen, moskeën met christelijke elementen. Je vindt het daar allemaal kriskras door elkaar. De goedgekozen naam van stad van drie culturen doet zichzelf alle eer aan. 

Wij kochten een 7-daagse culturele pas waarmee je gratis toegang krijgt tot een aantal belangrijke bezienswaardigheden. Daarnaast kregen we vaak gratis toegang zonder onze armband met QR-code te tonen. Die armband moest wel worden gedragen en dat werd in mijn geval een probleem. De mevrouw van het eerste museum, waar we deze ‘pulsera’ kochten,  deed het ding te strak om mijn pols en dat bleek ik zelf niet te kunnen veranderen. Dus ’s avonds in ons hotel vroeg ik de jongedame van de receptie om het bandje door te knippen. Dat heb ik geweten! In een volgend museum liet ik mijn losse bandje zien met het aankoopbewijs. Dat werd geweigerd, ik mocht niet naar binnen. Daarop verzon Tom Poes een list. De volgende morgen niette dezelfde jongedame van de hotelreceptie het bandje aan de achterkant weer aan elkaar, in een ruimere stand. Dat werkte. 

We bezochten de beide synagoges van de stad en slenterden door de Joodse wijk, op zoek naar specifieke tegeltjes die ernaar verwijzen. Op zaterdagochtend liepen we met gids Eduardo door de stad. Hij wees ons op specifieke gebouwen en vertelde ons veel over de geschiedenis van Toledo. Volgens hem waren er twee verplichte adressen om te bezoeken; je kon deze stad niet verlaten zonder ze van binnen te hebben gezien. 

Het ging om ‘La Catedral Primada’ die dit jaar haar 800-jarig bestaan viert en het schilderij van ‘De begrafenis van de graaf van Orgaz’ door El Gréco. Dit wordt wel hét meesterwerk van de Kretenzische kunstenaar (geboren als Doménikos Theotokópoulos) genoemd en een van de mooiste symbolen van spiritualiteit en mystiek, ooit vervaardigd. Het is een typisch El Greco-werk: langwerpige figuren en donkere kleuren. Mijn liefje en ik volgden Eduardo’s advies braaf op en constateerden dat hij geen woord teveel had gezegd! 

Nu hebben we al heel wat bijzondere kathedralen gezien in ons leven (Sagrada Familia, Córdoba, Santiago de Compostela, Notre Dame in verschillende plaatsen, Hagia Sofia, Oude Kerk, Winchester Cathedral, Sint Vitus, San Cristóbal de las Casas, Catedral Primada de Colombia). De kathedraal van Toledo past prima in dit rijtje. Het is een juweel van Europese gotiek. We liepen er voor ons doen lang rond en keken onze ogen uit. Eigenlijk is het als rondwandelen in een kunstgallerij. 

Ik keek vooral naar boven waar zich een wonderlijk verschijnsel openbaarde: een oculus (gat) in het gewelf dat is ontworpen om natuurlijk licht van boven toe te laten. Het lijkt zo alsof de hemel openbreekt... Langs de randen van dat ‘gat in het plafond’ worden profeten en andere heiligen afgebeeld. Maar het altaarstuk daaronder, grotendeels in goudblad uitgevoerd, trok ook de nodige aandacht. Toen we de kathedraal verlieten, speelde een groot orkest typisch Spaanse klassieke muziek in de openlucht op het plein. Stemmig! 

We aten er doorgaans kleine regionale gerechten en dronken fantastische lokale wijnen; in het hotel en daarbuiten. Heerlijk! Toledo staat ook bekend om zijn goede kwaliteit marsepein. 

En ja, mijn verjaardag was ook stemmig.