Toen ik circa 38 jaar geleden vanuit Amsterdam bij mijn liefje in Dordrecht ging wonen, woonden daar al twee katten in huis. Zelf was ik geen katten gewend al vind ik veel dieren leuk. Er was een korte periode in mijn jonge leven waarin ik meende dierenarts te willen worden. (En architecte, mode-ontwerpster, marien biologe en meer.) Het werd in het echt een andere studie die veel algemener was. Juist vanwege mijn brede interesse koos ik voor letterkunde, literatuur en cultuur. Talenlerares wilde ik echter niet worden, dat wist ik al vroeg in de studie. Dat was in mijn ogen een beroep met te weinig afwisseling.
Ik dacht ook dat ik een hondenmens was, alhoewel ik opgroeide in een gezin zonder huisdieren. Mijn moeder was nogal proper (deels Duitse roots) en vond dieren in huis jakkie-bah. Later had ik echter zelf een hond, een boxer met de naam Maximiliaan van de Klappeheide; naar de fokker in Brabant. Een hond van stand. Hij was een goedzak met speels karakter en een underbite. Niet moeders mooiste maar een grote lieverd. Daarna waren het de honden Bram (schapendoes), Benji (labrador), Bico (boxer), Snolliebollie (labrador) en Chilli (Deens merk) van vrienden die mijn hart beroerden.
Er is veel geschreven over het verschil tussen honden- en kattenmensen. De kattenmens zou in het algemeen introvert en gevoelig zijn, terwijl hondenmensen zichzelf eerder als levendig en actief omschrijven. Dat laatste is niet zo vreemd want met een hond moet je naar buiten, doe je de dagelijks ronden, ontmoet je mensen. Een kattenvrouw blijft thuis op de bank zitten met een goed boek en de kat op schoot. (Inderdaad, wie wil dan naar buiten?!) Verder blijkt uit onderzoek dat kattenmensen vaker op zichzelf zijn en hondenmensen juist gedijen in gezelschap. Winston Churchill zei ooit dat honden naar ons opkijken en katten op ons neerkijken.
De katten van mijn nieuwe huisgenote heetten Scarlett O’Hara, een lapje met intens groene ogen, en Porcelaine, een kater van Siamese origine met lichter-dan-lichtblauwe ogen. Scarlett kwam uit het asiel en was een getroubleerde poes. De dierenarts dacht dat ze was mishandeld. Ze was schuw, vertoonde zich niet vaak, bleef in haar hoekje van het huis. Soms sprong ze bovenop een keukenkastje en bezag mijn verrichtingen daar op afstand. Heel soms kwam ze voor een aai en een knuffel. Ze werd incontinent en het halve huis werd in plastic verpakt. Ze bleef altijd ‘onze’ lieve Scarlett.
Porcelaine’s gedrag was volledig tegengesteld aan dat van Scarlett. Als ik muzelluf op vrijdagavond moe op de bank uitstrekte of luierde in het weekend, sprong hij op mijn borst en zat op 10cm afstand met zijn neus voor mijn neus. Hij zocht altijd contact. Hij loensde dan en dat deed ik ook. Van liefde.
Hoe moest ik mij tot die twee gaan verhouden als nieuwkomer in huis? Bovendien was ik geen kattenmens (dacht ik). Dat bleek onjuist. Ik ben zowel een honden- als kattenmens! Die pluizige twee bepaalden dat. Ik ging van deze katten houden alsof ze mijn kleintjes waren. Toen Scarlett op 14-jarige leeftijd overleed, plengden wij dikke tranen. Porcelaine was ten einde raad. Hij miste zijn maatje. Ze waren zó lang samen geweest. Het was hartverscheurend... Hij wilde niet meer eten, viel regelmatig om. Ik voederde hem met de hand totdat hij niets meer wilde. Zijn leven was voltooid. Ze zullen altijd een bijzonder plekje in mijn hart hebben.
Mijn liefje en ik werden eerder dit jaar mantelzorgers in de woonwijk. Dat had te maken met Zwitserse buurvrouw en vriendin Liselotte. Zij lijdt al jaren aan COPD (zijzelf meende lange tijd dat het ‘slechts’ astma was) en kon op een ochtend geen adem meer krijgen. Ze dacht te stikken. Wij snelden naar het ziekenhuis waar zij op Intensive Care werd opgenomen en daar ruim een week verbleef. Ze lapten haar op, zo goed en zo kwaad als dat ging. Het gaat inmiddels naar omstandigheden goed met de buuf. We drinken wekelijks een borrel bij haar, gaan soms uit en koken regelmatig voor elkaar. Ze is dol op koken en bakken en kan dat heel goed.
Haar hond Lenny (10), een Shih Tzu (‘leeuwtje’ in Mandarijn), verdient een eervolle vermelding aan het einde van dit bewogen jaar. Hij is een eigenwijze, kleine macho die vindt dat hij het middelpunt is van elke samenkomst. Zo gedraagt hij zich ook. Waar een kleine hond groot in kan zijn! Als hij op twee poten had gelopen, had hij aan manspreading, mansplaining en manterrupting gedaan. Ik ging hem als hond meer waarderen in de loop van dit jaar. Een van zijn grappigste gedragingen is dat hij zijn kop in zijn nek gooit en langdurig ‘wow-wow-wow’ zingt als hij mij -ons- ziet aankomen. (Hij raakte ook bevriend met mijn liefje.)
Dat weerhoudt mij er niet van om soms pedagogisch onverantwoord gedrag te vertonen tijdens onze veelvuldige gezamenlijke wandelingen. Het was een wereldberoemde andere Lenny die eens zong ‘Are you gonna go my way?’ De Lenny-op-vier-pootjes doet dat in principe niet. Hij ziet zichzelf als leider, niet als volger. Het moet vaak op zijn manier of niet. Dan gaat hij op zijn krent zitten en weigert verder te lopen. In de richting van waar we komen, dus met zijn rug naar mij toe. Die strijd win ik altijd, het is zijn krent die dan over het trottoir raspt. Vooruit, niet terug! Ik spreek hem tweetalig aan: in het (Zwitser-)Duits en Engels. Als hij mij boos maakt, praat ik Nederlands met hem. Ooit volgde ik met mijn eigen hond een puppycursus waarin ik leerde dat je ongewenst gedrag niet moet belonen.
Hij zal denken ‘gelukkig is de hond die in beproeving standhoudt’ maar ik volhard ook...
Dat laatste (foto linksboven) vraagt enige toelichting. Al is Lenny ontmand, wekelijks krijgt die grote pluchen beer -tenminste tweemaal zijn eigen afmeting- het ervan langs. Hij bespringt haar, werpt zijn kleine lichaam op dat grote zachte kussen en gaat ermee aan de haal. Eerst verbijsterde ons dat gedrag. WTF?! Nu niet meer. Ik moedig hem ook niet aan, dat kun je niet vragen van een feministe. Maar ik laat hem zijn (af)gang gaan. Totdat de waanzin in zijn kop voorbij is. Tja.
Noorse achterburen bleken hun huis recent te hebben verkocht. Het werd ontruimd. Mijn liefje zag de eigenaar sjouwen met een schildersezel en een groot onbeschilderd doek. Hij ging die bij de vuilnisbak zetten, toen mijn liefje hem ernaar vroeg. Even later stapte ze onze eigen casita binnen met de woorden: ‘Zo, je Sinterklaaskado heb ik alvast gevonden. Nu het gedicht nog’. Dat was duidelijke taal. Zelf ben ik groot voorstander van recyclen, het hergebruiken van iets dat nog intact is en goed functioneert. Dus ik omarmde het kado, alhoewel ik jaren geleden mijn Rembrandt-set met olieverftubes had weggegeven aan een vriendin met meer talent en schilderlust.
Maar een mens is altijd oud genoeg om de draad van iets weer op te pakken. In een diepe kast vond ik een oude Van Gogh-doos met pastelkrijtjes en in mijn grote voorraad papier een map met pastelpapier. Dat zette ik op de Noorse ezel.
Afgelopen tijd maakte ik tijdens een wandeling een mooie foto van Lenny op het strand (al zeg ik het zelluf). Ik denk dat ik beter fotografeer dan ik teken of schilder... Je ziet de schaduw van de duinbegroeiing, de afdruk van diverse soorten reptielen- en hondenpootjes, plus een teder groen takje op het fijne, witte zand. De hond staat centraal (eindelijk!) en kijkt naar mij op. Aangelijnd. Dat werd het voorbeeld voor een pasteltekening van Lenny, als aanstaand kerstkado voor zijn moeder Liselotte.
Enthousiast
ging ik aan de slag. Het 'kunstwerk' gaat elke dag ietsje vooruit maar ik weet niet of
het uiteindelijk goed genoeg zal zijn... Bij twijfel kan ik de foto altijd nog
vergroten, inlijsten en in kerstpapier wikkelen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten