Translate

dinsdag 24 maart 2026

50 jaar op zoek naar waarheid

Vorige week donderdag, altijd op donderdag, maakten de Moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires (Argentinië) hun 2.500ste ronde over het beroemdste plein van de stad. De vrouwen met de witte hoofddoeken gingen opnieuw de straat op, tegenover het presidentiële paleis, Casa Rosada. Ze lijken nooit op te geven. Hun stappen werden in de loop van de tijd weliswaar langzamer en hun aantal kleiner maar hun boodschap resoneert nog als vanouds: ‘¿Dónde están?’ Waar zijn hun echtgenoten, zussen, broers, kinderen en kleinkinderen? 

Vandaag wordt daar de 50ste verjaardag van de militaire staatsgreep herdacht. Op 24 maart 1976 pleegde het Argentijnse leger een staatsgreep tegen de linkse president Isabel Perón. De macht kwam in handen van een militaire junta onder leiding van generaal Jorge Videla. Wat volgde werd later bekend als ‘la guerra sucia’ (1976-1983), de vuile oorlog. In naam van de strijd tegen ‘subversieve elementen’ begon de staat een geheime campagne van ontvoeringen, martelingen en moorden. Studenten, politieke activisten, advocaten, journalisten, kunstenaars, vakbondslieden, priesters en nonnen die de armen hielpen: iedereen die maar enigszins verdacht was van oppositie, kon verdwijnen. Mensen van alle leeftijden en sociale klassen. 

De slachtoffers van dit schrikbewind kregen een naam die inmiddels ook wereldwijd bekend is: ‘los desaparecidos’ (de verdwenenen). Volgens mensenrechtenorganisaties en nationale historici ging het om ongeveer 30.000 mensen. Zij werden vaak 's nachts van bed gelicht, naar clandestiene detentie- en martelcentra gebracht, gemarteld en vermoord. Sommigen werden levend uit een vliegtuig boven zee gegooid tijdens de beruchte dodenvluchten. ‘Visvoer’ was de term die de daders voor de slachtoffers gebruikten.

In 1977 begonnen moeders van verdwenen jongeren elkaar te ontmoeten op de Plaza de Mayo, het politieke hart van Argentinië. Die vrouwen hadden allen politiebureaus, kazernes en ministeries bezocht om te achterhalen waar hun dierbaren waren gebleven. Nergens kregen ze antwoord. Daarop besloten ze zelf zichtbaar te worden. Op zaterdag 30 april 1977 kwamen 13 vrouwen openlijk bijeen op het plein. Demonstreren was verboden, stilstaan op het plein ook. Samenkomen als groep idem dito. Tijdens die eerste samenkomst realiseerden ze zich het probleem: zaterdags waren de gebouwen in het centrum gesloten. Zo zouden ze te weinig aandacht trekken.  

De volgende keer spraken ze op vrijdag af op het plein. Ook dat bleek geen goede keuze: vrijdagen waren ‘witches days’, een soort bijgeloof dat vrijdag ongeluk zou brengen. De derde keer spraken ze af op donderdagmiddag. (Driemaal is  scheepsrecht!) Daar zaten ze aanvankelijk met elkaar op de harde bankjes aan het plein. Daar werd hun geuzennaam bedacht. Daarna begonnen ze er rondjes te lopen, twee aan twee. Daartegen kon de junta niets inbrengen. Het werd het begin van een wekelijks ritueel dat niet meer zou stoppen. 

De militaire regering probeerde hen eerst te negeren en daarna te bespotten. Staatsmedia noemden hen ‘las locas’, de gekke vrouwen. Dat werd door internationale media vertaald als ‘de dwaze moeders van Plaza de Mayo’. Maar dwaas waren ze niet, deze vrouwen. Ze bleven komen, elke donderdagmiddag. Stipt om 15:30 uur. Volgend jaar bestaan hun organisatie 50 jaar.

Ze bleven rondjes lopen, ook nadat de repressie zeer dichtbij kwam. Begin december 1977 werd de oprichtster, Azucena Villaflor, ontvoerd door een doodseskader. Haar zoon Néstor, architectuurstudent en lid van de Peronistische Jeugdbeweging, verdween in 1976, samen met zijn vriendin. Later die maand spoelde een lichaam aan de Atlantische kust van de provincie Buenos Aires aan. De doodsoorzaak was ‘inslag op hard voorwerp na val van grote hoogte’. Conclusie: uit een vliegtuig gegooid. Ze werd plaatselijk begraven als N.N., ‘Ningún Nombre’ (naamloos). Villaflors lichaam werd pas formeel geïdentificeerd in 2005. Haar as ligt nu aan de voet van de Pirámide de Mayo, het monument middenop Plaza de Mayo. Een andere vrouw van het eerste uur was Hebe de Bonafini (overleden in 2022) over wie ik eerdere blogs schreef. De meeste vrouwen van het eerste uur zijn overleden.

Toen de militaire dictatuur in 1983 instortte en Argentinië weer een democratie werd onder de democratisch gekozen president Raúl Alfonsín, waren de moeders al een internationaal symbool van verzet. Hun eisen, erkenning van de slachtoffers, de waarheid achter de verdwijningen en de berechting van de misdadigers, waren hun bron van volharding. Het duurde decennia voordat daders daadwerkelijk werden veroordeeld. Hun bijdrage aan de historische ‘Juicio de las Juntas’ (1985), het proces tegen de militaire junta waarin leiders van de dictatuur terechtstonden, was groot. Ondertussen bleven de moeders lopen. 

Door de hele stad (en het land) werden in de loop van de tijd witte hoofddoeken geschilderd, op muren en in straten. Ter herinnering. Opdat hun strijd om gerechtigheid zichtbaar zou blijven. Nog steeds lopen er elke donderdag vrouwen over het plein met hun geborduurde hoofddoeken om. Ze dragen nog steeds zwart-witfoto’s met de gezichten van hun dierbaren. Gezichten van mensen die nooit ouder werden dan twintigers. 

Ongeveer rond dezelfde tijd ontstond er ook een groep die zich ‘Las Abuelas de van Plaza de Mayo’ noemen, de grootmoeders van het plein. Een organisatie die onder leiding kwam te staan van mensenrechtenactiviste Estela de Carlotto, lerares tijdens haar werkzame leven. De grootmoeders waren niet op zoek naar één generatie maar naar twee. De witte hoofddoek die hun symbool werd, was oorspronkelijk niets meer dan een babyluier.

Deze organisatie schat dat het gaat om circa 500 kinderen van ontvoerde personen tussen 1975 en 1980. Vaak werden ze geboren in gevangenschap. Sommige kinderen werden weggegeven aan families die dicht bij het personeel van de nationale strijdkrachten en veiligheidsdiensten stonden. Anderen werden als onbekende baby’s achtergelaten in instellingen. Haar groep heeft tot op de dag van vandaag 140 kleinkinderen teruggevonden. 

Inmiddels lopen nieuwe generaties mee: kinderen, kleinkinderen, jonge activisten en onderzoekers. En soms een enkele buitenlandse, zoals mijn liefje en ik. Dat deden we in 2014 en 2018, om onze solidariteit te betuigen aan deze illustere vrouwen. Zo ontmoetten wij ‘dwaze grootmoeder’ Estela persoonlijk. Wij liepen rond op het plein voordat de mars begon. Op een bankje zat een intelligent ogende vrouw met grijs haar die bezig was een foto op te spelden. Ik sprak haar aan en ging naar haar zitten. Ze vroeg waar ik vandaan kwam en zo ontstond een gesprek. 

Haar dochter Laura was politiek activiste, werd ontvoerd en later in detentie vermoord, met haar partner. Señora Estela wist op dat moment niet dat haar dochter drie maanden zwanger was. De baby -de moeder noemde hem Guido- werd geboren in gevangenschap, van de moeder gescheiden en weggegeven. De jonge moeder werd in 1978 doodgeschoten (van dichtbij in gezicht en buik geschoten). Via-via kreeg oma pas na onze ontmoeting in 2014 bericht over het bestaan van haar kleinzoon - die Ignacio werd genoemd door zijn adoptieouders. Inmiddels zijn oma en kleinkind herenigd. 

Eerder dit jaar ontvingen vertegenwoordigers van de (groot)moeders van de Plaza de Mayo in Madrid de ‘Abogados de Atocha’-prijs, een erkenning voor hun status als wereldwijd symbool van de strijd voor herinnering, gerechtigheid en herstel. 

Onlangs las ik een mooi interview in een Nederlandse krant met een Chileense vrouw die als kind met haar moeder naar Nederland vluchtte. Haar overkwam iets vergelijkbaars als wat er destijds gaande was in Argentinië. Haar vader, arts in een sloppenwijk van hoofdstad Santiago, werd in de jaren '70 opgepakt door de militaire junta (onder Pinochet). Zijn lichaam werd nooit gevonden. Indertijd werd een groep Chilenen door koningin Juliana uitgenodigd om naar Nederland te komen. De vrouw zou nu wel een aanvraag tot onderzoek naar het lot van haar vader willen doen bij de Chileense regering maar de huidige officier van justitie is zoon van een man die destijds in verband werd gebracht met een martelcentrum in de stad.  

Na al die jaren is de prangende vraag van toen (‘¿Donde están?’) dus nog altijd niet volledig beantwoord. Niet alle lichamen van de slachtoffers zijn immers gevonden en niet alle daders berecht. De uiterst rechtse Argentijnse regering-Milei bagatelliseert niet alleen de verantwoordelijkheid van het Videla-regime maar zette ook de financiering van instellingen stop die verband houden met de historische herinnering. 

De volhoudende (groot)moeders van Plaza de Mayo bereikten iets wat in 1977 onmogelijk leek: ze dwongen de leiders van hun land om te blijven herinneren. Hun mars over het plein is een van de langst aanhoudende protesten ter wereld. Vandaag wordt er een mars georganiseerd in Madrid ter herdenking van deze dag 50 jaar geleden. 

Momenteel lees ik het meeslepende boek ‘A Flower Travelled Through My Blood’ dat vorig jaar verscheen, van de Amerikaanse journaliste (The Economist) en ex-Argentinië-correspondente Haley Cohen Gilliland. Zij beschrijft in detail de internationale zoektocht van de grootmoeders van de Plaza de Mayo. Aanrader!


vrijdag 20 maart 2026

Botsende generaties

Het Boekenweekessay van schrijfster en filosofe Doortje Smithuijsen (34), zelf een randstedelijke millenial, is getiteld ‘Ik zou uw dochter kunnen zijn’. Het ontving een lauwe ontvangst in onder andere Trouw, de Volkskrant en de Groene Amsterdammer. Zij stelt dat er sprake is van intergenerationele wrok, rancune en jaloezie tussen boomers en millenials. Recensenten vonden haar essay niet overtuigend. Ze vonden het nogal mager qua bewijsvoering en tamelijk karikaturaal. 

De botsing tussen generaties die ze beschrijft, is van alle tijden. Nieuwe generaties zijn vaak vernieuwers van cultuur, sociale regels en politieke opvattingen. Dan ligt onderling gedoe met de voorgangers op de loer. 

We zijn beland in de laatste dagen van de 91ste Boekenweek in Nederland. Het thema van dit jaar is ‘Mijn generatie’. De Nederlandse voormalig hoogleraar Sociologie Henk Becker (1933-2018) publiceerde zijn generatietheorie in 1985. Hij deelde groepen mensen in en gaf iedere generatie een reeks geboortejaren (15), een aanduiding en enkele hoofdkenmerken. 

  • Vooroorlogse generatie (< 1925); zuinig, spaarzaam en risicovermijdend
  • Stille generatie (1925-1940): gezagstrouw, je gedragen ‘zoals het hoort’
  • Babyboom generatie (1940-1955): vitale idealisten die zinvol actief willen blijven
  • Generatie X (generatie Nix) (1955-1970): verbinders; benutten diversiteit constructief
  • Pragmatische generatie (1970-1985): pragmatische doeners, realisten en bouwers
  • Generatie Y (Millennials) (1985-2000): authentieke multi-taskers
  • Generatie Z (2000-2015): omgevingsbewust en zelfverzekerd
  • Generatie Alfa (vanaf 2015)

Het idee om mensen in generaties in te delen, is niet zo gek. Het maakt begrippen behapbaar. Wie in dezelfde tijd opgroeit, deelt de tijdgeest en de ervaringen van dat tijdsgewricht. De invloeden uit de formatieve jaren van een generatie (tussen de 15de en 25ste leeftijd) vormen hen en die draag je je leven lang mee. Er zijn echter ook psychologen die meer waarde hechten aan de verschillen op andere vlakken, zoals economisch, opleidingstechnisch of cultureel vlak. Er zijn boeken vol geschreven over dit onderwerp. Hieronder een beknopt overzicht. 

Bedenk wel dat wie over generaties schrijft, generaliseert... 

De vooroorlogse generatie maakte de economische crisis in de jaren '30, de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw van het land aan den lijve mee. Omdat velen van hen opgroeiden in deze tijden van crises leidde dat tot een levenslange focus op zuinigheid, sparen en risicomijding.

De stille generatie groeide op ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw. Er heerste een sterk collectief denken en dat maakt deze generatie plichtsgetrouw en sterk bereid de mouwen op te stropen. Generatiegenoten zijn spaarzaam, loyaal en saamhorig. 

Babyboomers schudden Nederland wakker uit zijn verzuilde slaap. Ze zaten middenin de wederopbouw, maakten een groeiende welvaart mee en beleefden de culturele revolutie van de jaren '60. Ze betraden de arbeidsmarkt in een periode van groei: hogere lonen, betere werkomstandigheden en meer werkgelegenheid. Dat vormde hen. Zij zagen hoe Nederland veranderde van een zuinig, verzuild land in een modernere, vrijere samenleving. Zij ontdekten protest, inspraak en popmuziek. Ze zijn van The Stones en The Beatles. 

Dit is een grote generatie. De aanduiding (Engelse ‘boom’) zegt het al: na de Tweede Wereldoorlog was er een tsunami van geboorten. Dat had gevolgen voor van alles, van scholen tot woningbouw. Hun welvaart is ze -volgens sommigen- deels komen aanwaaien omdat de overheid toentertijd eigenwoningbezit stimuleerde. Als generatie transformeerden zij van protesterende jongeren in de jaren '60 naar de bestuurders van tegenwoordig die een belangrijke stempel hebben gedrukt op de maatschappij. 

Generatie X (ook wel generatie Nix of ‘de verloren generatie’ genoemd) was de volgende; een veel kleinere generatie dan de voorgaande. Nix'ers groeiden op tussen bevrijde babyboomers en de digitale generatie. Ze werden de verbinders van die twee werelden die Nederland door turbulente tijden loodsten; van oliecrisis tot verregaande digitalisering. 

Zij groeiden op in een minder uitbundige tijd dan hun voorgangers. In hun jeugd heerste er een economische crisis, met massale jeugdwerkloosheid als gevolg, zodat men ook wel sprak van een ‘verloren generatie’. De economische crises van de jaren '70 en '80 temperden hun optimisme. Het begrip ‘verloren’ hangt ook samen met de, door AIDS drastisch ingeperkte seksuele vrijheid. Sex bleek ineens dodelijk te kunnen zijn! Deze generatie leerde al vroeg dat de wereld niet vanzelf beter wordt en dat een vaste baan niet het summum is. Wie tot generatie X behoort, weet nog hoe een encyclopedie ruikt maar ook hoe een wifi-router moet worden ingesteld. Dat maakt hen tot een soort tolken tussen generaties. Deze generatie zag de eerste PC en de eerste mobiele telefoon komen. Qua muziek is het de tijd van New Wave en Punk. 

De pragmatische generatie staat bekend als een tussengeneratie die opgroeide in een tijd van welvaart en vrijheid. Men wordt ook wel de ‘patatgeneratie’ of ‘Xennial’ genoemd. De teugels werden tijdens hun opvoeding gevierd, ze mochten doen wat ze wilden (friet eten!). Het is een generatie van doeners en realisten. Ook zij zijn bruggenbouwers, in dit geval tussen de oude en nieuwe economie. 

Daarna stapten de millennials (generatie Y) het toneel op. Ook zij groeiden op in welvaart (opgevoed door welvarende boomers) en vrijheid. Ze zouden -volgens pa & ma- alles kunnen bereiken maar blijken in een wereld te leven die hen confronteert met een klimaatcrisis en onbetaalbare huizen. Veranderingen volgden elkaar steeds sneller op. Internet kwam hun leven op volle kracht binnen. Globalisering was voor hen geen abstract begrip meer maar een dagelijkse realiteit. Muziek, films en nieuws kwamen uit alle windrichtingen van de wereld. Indie, rock en hip-hop zijn de favoriete muziekstijlen maar ook Britney Spears en Taylor Swift. 

Op de cover van het Amerikaanse opinieblad Time van 2013 werden millennials gekarakteriseerd als de ‘me me me generation’. Volgens dat kritische artikel waren ze lui, zelfgenoegzaam en narcistisch maar tegelijkertijd beschikten ze ook over aanpassingsvermogen en technische vaardigheden. Volgens het National Institute of Health komt een narcistische persoonlijkheidsstoornis bijna drie keer zo vaak voor bij de twintigers van deze generatie dan bij 65-plussers. 

Dat neemt niet weg dat millennials vaak een optimistische boodschap meekregen van hun boomer-ouders. Studeren loonde, de wereld lag voor hen open, talent zou worden beloond. Veel van hen geloofden dat. Totdat de financiële crisis van 2008 ontstond; een gebeurtenis die menig millennial het gevoel gaf dat de belofte van een betere toekomst ingewikkelder of zelfs onmogelijk werd (geacht). Dat heeft deze generatie gevormd. Ze staan bekend als flexibel, mobiel en digitaal vaardig maar ook met gevoel voor zelfspot en ironie. Wie volwassen werd tijdens economische onzekerheid, ontwikkelt nu eenmaal een zekere afstand ten opzichte van langetermijnplannen. 

Dan is er ook nog generatie Z, gen Z in de volksmond. Zij leerden lopen met een tablet in de hand. Zij zijn de eerste generatie die volledig digitaal opgroeit en daarom worden ze ook wel ‘digital natives’ genoemd. Ook zij leerden dat de wereld onvoorspelbaar is. Er is onzekerheid over alles en dat vormt hen. 

Smartphones, sociale media en permanent online zijn, zijn vanzelfsprekendheden. Zoiets als elektriciteit dat ooit werd voor een vooroorlogse generatie. Dat betekent niet dat hun wereld eenvoudiger is. Ze groeien op met een constante informatiestroom en grote vraagstukken: klimaatverandering, geopolitieke spanningen, economische onzekerheid. Vaak zijn ze echter opvallend pragmatisch en ondernemend. Misschien omdat ze al vroeg leerden dat stabiliteit geen garantie is. Zij hebben een flexibele werkstijl en hun arbeidsethos is van heel andere orde dan die van boomers. Waarom zou je direct gaan studeren of werken als je ook rond de wereld kunt reizen? Vanwege hun korte aandachtsspanne bestaat hun favoriete muziek vooruit uit snelle dansbeats (TikTok en InstaReels). 

Tot slot generatie Alfa, de eerste generatie die in zijn geheel deel uitmaakt van de 21ste eeuw. Grotendeels zijn het kinderen van millennials. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat ze al op jonge leeftijd gezondheidsproblemen hebben die zijn gelieerd aan (teveel) schermtijd en dat allergieën en obesitas vaak voorkomen. Ze worden weleens aangeduid met ‘screenagers’. 

In Huize Barefoot hebben we te maken met een boomer en een Nix'er. We spraken deze weken veelvuldig over het thema en ‘onze’ generaties. Wat verbindt ons, waarin verschillen we? Je kunt zeggen dat de relatie tussen een babyboomer en iemand van generatie X is als een platenspeler versus een Spotify-account. Het werkt allebei goed maar de gebruiksaanwijzing is wel anders. Gek genoeg, botsen wij op dit punt niet zo?! We vullen elkaar eerder aan. 

Mijn liefje was geen prototype hippie al is ze een harmoniemodel pur sang en was (harmonie met) de natuur van (over)levensbelang. Ze had al een eigen herbarium in de box. Ze ondernam van alles om onder de bedompte, drukkende sfeer van de jaren '50 uit te komen. Vrijheid om zichzelf te zijn en de zoektocht naar avontuur en niet-saaie mensen speelden een grote rol in haar jonge(re) jaren. Haar kijk op werk verschilt merkbaar van die van mij. Een babyboomer gelooft heilig in het idee dat je carrière een rechte lijn is: onderaan beginnen, hard werken en uiteindelijk een bureau in een hoekkamer verdienen. Zij had een sterke arbeidsethos, een sterke wil en toewijding om hard te werken. Ze had op enig moment twee banen om een huis te kunnen kopen en aflossen. 

Eigenlijk was ik meer hippie dan zij. Liefde, geen oorlog! Ik liep vaak op blote voeten, in bonte kleding en met bloemen in mijn haar. Een Nix'er als ik kijkt met lichte ironie naar haar generatiekenmerken. Collegegelden stegen begin jaren '80 enorm, waardoor we met een veel hogere studieschuld kwamen te zitten dan voorgaande generaties. Het duurde in de meeste gevallen jaren voordat die was afgelost. Niks sparen, afbetalen! Mijn generatie overleefde later een serie recessies, reorganisaties en managers op mindfulness-cursus. Tja. Een carrière is voor ons eerder een slingerpad. Mijn werkethiek is inderdaad anders dan die van mijn liefje: een mens is niet geboren om alleen maar te werken. Work-life balance was voor mij belangrijker dan de race naar de absolute top. Geld is goed, tijd is beter! Wel had ik de wil en toewijding om ergens heel goed in te worden. Na mijn studie was er geen baan te vinden, daarom liet ik mij omscholen in de Informatie- en Communicatietechnologie. Daarin was ik uiterst pragmatisch. Nadat ik mijn liefje ontmoette, leerde ik haar computeren. Zij was net via haar werk aan een PC Privé-project begonnen. 

Soms wordt er onderling met lichte weerzin over andere generaties gesproken. Dat is inderdaad van alle tijden. Een jongere generatie ziet de oudere als star en hypocriet, de oudere zet jongeren weg als lui en narcistisch. 

Oudere generaties vinden jongeren ongeduldig, niet weerbaar en naïef. Jongere generaties vinden ouderen zelfvoldaan en traag. Boomers bezitten te veel huizen en campers, millennials drinken teveel koffie met havermoutmelk en Gen Z kijkt teveel op de telefoon. Als we ons maar realiseren dat dit karikaturen en stereotyperingen zijn; eerder de uitkomst van een minder serieuze exercisie dan dat ze de werkelijkheid weerspiegelen. Generaties lopen in elkaar over, al zijn de verschillen niet te ontkennen. Over enkele decennia zal de jongste generatie (Alfa) waarschijnlijk hetzelfde meemaken. Dan kijken zij hoofdschuddend naar hun voorgangers en nakomers die het leven anders leven en organiseren. 

Zo schuift elke generatie langzaam op in het Grote Verhaal van de Tijd. Niet als losse hoofdstukken maar als een gebonden boek dat telkens door nieuwe lezers wordt opengeslagen.


maandag 16 maart 2026

Over rouw en touw

Precies vier weken geleden overleed onze vriendin Agnes plotseling en onverwacht. Er hangt nog steeds een zweem van ongeloof in de lucht als ik aan haar dood denk. Vandaag zou zij 75 jaar zijn geworden en dat zou ze met partner Piet in Spanje hebben gevierd. 

In de onlangs verschenen documentaire ‘Just Our Heart’ van Maartje Nevejan die in Nederland werd gefilmd (in een coproductie met Spanje, België, Portugal en Bolivia), wordt rouw omschreven als ‘liefde die nergens heen kan’. Inmiddels probeert Piet de draad van het-leven-zonder-haar op te pakken. Dat valt niet mee. Agnes ging te abrupt en te vroeg heen. Afscheid nemen was niet mogelijk. Dat maakt de rouw extra rauw... 

Wij videoappen nu af en toe met elkaar en dat doet eenieder goed. We luisteren en praten, drukken hem op het hart dat hij weliswaar zonder Agnes is maar zeker niet alleen. Ook niet in Spanje. Onze deur zal altijd wagenwijd open staan voor hem. Hij heeft zijn komst voor later dit seizoen al aangekondigd (en brengt dan boerenkaas met stallucht van ome Sjaak voor ons, kaaskoppen, mee. Zoals Agnes altijd deed). 

Alle ‘eerste keren zonder’ zijn hartverscheurend. Dat weet ik uit ervaring. De lente zonder haar, over de drempel stappen van het appartement in Spanje zonder haar, die plek onder de zon vol gelukkige herinneringen. En nu dus de eerste keer op haar geboortedag. Vandaag vieren we niet, vandaag herdenken we.

Tijdens de afscheidsdienst las Piet, ondersteund door zijn dochter Karen, een gedicht voor waaruit troost kon worden geput. Dit troostgedicht wordt toegeschreven aan Augustinus van Hippo (354-430), christelijke theoloog, filosoof en bisschop in de late Oudheid. Het gaat zo: 

De dood is niets.
Ik ben alleen maar naar de overkant.
Ik ben ik, jij bent jij.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog steeds.
Noem me zoals je me altijd genoemd hebt.
Spreek tegen mij zoals vroeger, op dezelfde toon,
niet plechtig, niet droevig.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.

[..]

Het leven is wat het altijd is geweest.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit je gedachten zijn?
Omdat je me niet meer ziet?
Nee, ik ben niet ver.
Ik ben daar, aan de andere kant van de weg.

[..]

De dood vind ik niet niks maar ik wil wel geloven dat Agnes niet ver weg is. De draad is niet gebroken, zij zal altijd in onze gedachten blijven. We brengen vandaag een toost uit op Agnes, op haar leven. En een heildronk op Piet en onze vriendschap. 

Enkele weken geleden kreeg ik een verhaal onder ogen (La Verdad de Murcia) van een oude Spanjaard die recent in het Guinness Book of World Records terechtkwam. Op 92-jarige leeftijd deed Juan Sánchez Martínez uit Moratalla (Murcia), bekend als ‘Juan del Cobo’, iets dat hem en zijn vakmanschap tot in de eeuwigheid verheft. 

Deze Juan maakte een touw van 1.300 meter lang, volledig met de hand. Daarmee overtrof hij het bestaande wereldrecord van 251 meter, dat sinds 2005 op naam stond van een Zuid-Koreaan, ruimschoots. (Ik wist überhaupt niet dat er zo’n record bestaat?!) De aanvraag voor erkenning werd officieel geaccepteerd door Guinness World Records en de viering werd op 28 februari jongstleden vastgelegd in een speciale reportage op Moratalla-tv, tijdens een symbolisch evenement dat familie, vrienden en buurtbewoners bijeenbracht. 

De Spaanse Burgeroorlog maakte Sánchez Martínez op zeer jonge leeftijd vaderloos. Als jochie ging hij werken op landgoed Cobo (waaraan hij zijn bijnaam heeft te danken). Na de dood van zijn vrouw trok hij in bij zijn oudste zoon en diens gezin. Het verlies was zwaar voor hem. Hij raakte dermate depressief dat hij er fysiek wel was ‘maar geestelijk niet’. Teneinde hem te helpen met zijn verdriet moedigde zijn zoon hem aan terug te keren naar zijn roots, naar een ambacht dat hij al sinds zijn jeugd beoefende. 

Dat touw werd zijn toevluchtsoord. Elke ochtend en middag, voor of na het verzorgen van de dieren in de moestuin, zat deze touwslager onder een afdak te werken; met weinig meer dan een houten balk als tafel, een schaar en een mes. Met zijn lichaam licht voorovergebogen, draaide hij het espartogras (een oude grassoort) tot een geheel. Meter voor meter. Dag na dag. De activiteit gaf hem zijn vitaliteit terug.

Jarenlang gaf hij de touwen die hij maakte weg aan buren, vrienden en kennissen. Hij maakte ze in verschillende kleuren en maten, maar altijd met dezelfde zorg. Al snel begreep de familie dat dit herhaalde gebaar ook een manier was om aan verdriet te ontsnappen. Twee van zijn kleinkinderen begonnen hem van zakken espartogras te voorzien zodat hij nooit gebrek aan materiaal zou hebben. 

Het idee voor het record ontstond min of meer als grap. Op een dag vroeg een van zijn kleinzonen hem hoeveel meter touw hij had gemaakt. Juan antwoordde dat het er heel veel waren. Dat hij vanaf de leeftijd van zeven jaar al touw vlocht. Tussen de grappen en bewonderende woorden door opperde kleinzoonlief dat hij misschien een aanvraag bij Guinness World Records kon indienen namens hem?  

Eerst moest de jongen aan zijn opa uitleggen wat ‘guinness’ was. De Ierse bierbrouwer Arthur Guinness kwam ooit met het idee om een boek te vervaardigen waarin weddenschappen in pubs werden vastgelegd. 

Weken later kwam de kleinzoon weer bij zijn opa en merkte iets nieuws op. Het touw was niet langer bedoeld om weg te geven. Er lag een grote kluwen op de grond die gestaag groeide. Juan had namelijk in stilte besloten om het langste touw van zijn leven te gaan maken. Niet voor een record of anderssoortige erkenning maar omdat hij wilde doen waarin hij altijd goed was geweest. Het was zijn ‘feel good’-bezigheid. 

Zonder het te beseffen, was hij bezig aan een prestatie van formaat. Dat touw werd uiteindelijk 1.300 meter lang, volledig handgemaakt. Vervaardigd met oneindig veel geduld en met de wijsheid die de jaren brengen. Toen zijn kleinzoon de omvang besefte en ontdekte dat het bestaande wereldrecord op 251 meter stond, besloot hij zijn opa's prestatie officieel te laten registreren in het Guinness Book of World Records. 

Dit is niet alleen maar het verhaal van een touw. 

Het is het verhaal van een jongen die jong wees werd en door omstandigheden gedwongen moest gaan werken. Van een jongeman die pas leerde lezen en schrijven na een lange werkdag. Van een volwassen man die geen gemakkelijk leven had maar die er alles aan had gedaan om te zorgen dat zijn gezin dat wel had. 

Het is het verhaal van iemand die zichzelf tot in de eeuwigheid vlocht. Van een bezigheid die deze rouwende man weer het leven introk. Een bewijs dat het nooit te laat is om nieuwe inhoud te geven aan het leven.


donderdag 12 maart 2026

Buitenbeentje?

Op 1 januari 1986 werd Spanje officieel lid van de Europese Unie. Dat is nu 40 jaar geleden en daarbij werd (wordt) stilgestaan in nationale en internationale media. Mijn thuisland (het land dat ik nu 'thuis' noem), sloot zich destijds aan bij het Europese project van vrede, samenwerking en gedeelde welvaart. (Ter vergelijking: Nederland is sinds 1958 lid van de EEG, de voorloper van de EU.) 

Er wordt teruggekeken op vier decennia van positieve impact: er ging meer dan €150 miljard aan cohesiefondsen voor infrastructuur, innovatie en regionale ontwikkeling richting Spanje. Miljoenen huishoudens kregen toegang tot breedbandinternet dankzij Europese investeringen. Meer dan 200.000 Spanjaarden studeerden via het Erasmus-programma aan universiteiten elders in de EU (2021-2024). Meer dan 500.000 boeren ontvingen jaarlijks financiële steun. De Spaanse export groeide sindsdien van € 12,6 miljard tot € 141,5 miljard (2024).

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, verwoordde de toetreding van Spanje tot de EU als volgt bij de herdenking: Spanje heeft Europa verrijkt met zijn cultuur, creativiteit en toewijding aan democratische waarden.

Die toetreding was relatief laat omdat de puinhopen van het Franco-regime eerst moesten worden opgeruimd. Het gewicht van de Spaanse Burgeroorlog drukte zwaar op het land. Vervolgens moest er een Grondwet worden geschreven en worden aangenomen via een publiek referendum (1978). Na vele jaren van onderhandelen werd Spanje’s lidmaatschap (tegelijkertijd met dat van Portugal) dan eindelijk een feit. In juni 1985 werd in het Koninklijk Paleis van Madrid het toetredingsverdrag ondertekend, met veel ceremonieel. Koning Juan Carlos was aanwezig bij de ondertekening. Dat was het einde van een jarenlang internationaal isolement. Spanje was definitief terug in democratisch Europa. 

In 1985 had Spanje een inkomen per hoofd van de bevolking van €7.300 en een exportquotum van 15% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De levensverwachting was 76 jaar, de bevolking telde ongeveer 38 miljoen inwoners en de overheidsuitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg vertegenwoordigden respectievelijk 3,5% en 5,2% van het BBP. 

Het Spanje van nu vertoont een heel ander sociaaleconomisch landschap: het inkomen per hoofd van de bevolking steeg naar €31.000 dankzij een snel convergentieproces met andere Europese landen. De export vertegenwoordigt inmiddels 34% van het BBP, niet langer uitsluitend gedreven door toerisme. De levensverwachting steeg naar 84 jaar, de bevolking groeide naar ruim 49 miljoen (in een context waarin veel Europese landen te maken kregen met bevolkingskrimp). De uitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg stegen naar respectievelijk 4,6% en 7,4% van het BBP. 

Bovendien verdrievoudigde het aantal universiteitsstudenten, zijn vrouwen volledig toegetreden tot de arbeidsmarkt, is de samenleving geseculariseerd en wordt de Spaanse democratie volgens alle belangrijke internationale ranglijsten (The Economist, Freedom House en V-Dem) gerekend tot de 20 meest geavanceerde democratieën ter wereld. 

Aldus een artikel op de website van het Koninklijk Instituut Elcano, een gerenommeerde Spaanse denktank. Dit instituut bestaat dit jaar 25 jaar en werd opgericht met als doel ‘de kennis van de internationale realiteit en de buitenlandse betrekkingen van Spanje in al haar aspecten te bevorderen in de samenleving’. De huidige Koning, Felipe VI, is erevoorzitter. Onlangs bracht Elcano ook het jaarrapport ‘España en el Mundo en 2026 – Perspectivas y Desafios’ uit; Spanje in de wereld, perspectieven en uitdagingen. Het gaat over de relatie van Spanje met de EU en de rest van der wereld. 


Illustratie: Chloé
Dit rapport viel ongeveer samen met een Volkskrant-artikel over de rol van Spanje, van buitenland redacteur Maartje Bakker. Het artikel is onderdeel van de reeks Zonder Amerika. Bakker was Spanje-correspondente van 2016 tot 2020. Ik vind haar goed, qua inhoud en stijl. Het artikel gaat over de eigen koers die president Pedro Sánchez in Europa vaart en de lof die hij ermee oogst. 

Volgens Bakker is Sánchez de énige echte centrum-linkse leider van Europa. Volgens het Amerikaanse tijdschrift ‘The Economist’ is hij leider van het Europese verzet tegen Trump. Het Italiaanse tijdschrift ‘L’Espresso’ riep Sánchez uit tot persoon van het jaar 2025. ‘Hij laat zien dat een andere politiek, eerlijker, moediger, Europeser, niet alleen mogelijk is, maar al een realiteit.’

Zijn linkse agenda (verhoging van pensioenen en uitkeringen, verhoging van het miminumloon, verkorten van de werkweek, enz.) gaat tot dusver niet ten koste van de economie. In 2025 bedroeg de economische groei 2,9%, hoger dan in bijna alle andere Europese landen. Sánchez gaat ook niet mee in de anti-immigratiepolitiek waarop conservatieve regeringen zich laten voorstaan. Er komt dit jaar weer een generaal pardon aan voor 500.000 migranten zonder verblijfsvergunning. 

Ook qua buitenlandse politiek vaart de premier een eigen koers in Europa. Als enige verklaarde hij tijdens de NAVO-top in Den Haag (juni 2025) niet bereid te zijn tot de voorgestelde verhoging tot 3,5% van het NAVO-budget. (De door Trump afgedwongen bijdrage.) Tegen 2035 moet dat percentage door alle bondgenoten zijn bereikt, volgens de NAVO-norm. (Dit is overigens een richtlijn, geen wet.) 

Desalniettemin is Spanje geen afvallige. Het land steunt gezamenlijke wapeninkopen voor Oekraïne en pleit voor het inzetten van Europees budget om de defensie-industrie te versterken. Het land is een van de grootste bijdragers aan het Europees Defensiefonds, dat investeert in onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde militaire technologieën. Het fonds heeft tot doel de strategische autonomie, technologische voorsprong en concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie te versterken door samenwerking tussen lidstaten en bedrijven te stimuleren. Spanje is ook al decennialang een loyale NAVO-partner (lid sinds 1988) en regionaal coördinator van het Zuid-Europese veiligheidsbeleid. (De Verenigde Staten maken gebruik van twee militaire bases op Spaans grondgebied, te weten Rota en Morón in Cádiz en omgeving Sevilla.)  

Spanje behoorde bij de eerste groep van Europese landen die zich uitsprak voor een onafhankelijke staat Palestina. Ook over Gaza was Sánchez vanaf het begin duidelijker dan menig Europese collega. Als een van de eersten stelde hij voor het Associatieverdrag tussen Israël en de EU op te schorten vanwege de vermeende genocide. 82% van alle Spanjaarden (van uiterst links tot uiterst rechts) steunde dat. Wat eerst geen officieel standpunt was, werd niet veel later een meerderheidsstandpunt binnen de Unie. 

Iets vergelijkbaars zie je ook weer na de aanval op Iran. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken wrong zich in bochten bij het beantwoorden van vragen. Het kabinet ‘had begrip’ voor de aanvallen van Israël en de VS op Iran. De vraag of deze aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht, werd ontwijkend beantwoord. Bovendien antwoordde hij dat ‘het internationaal recht niet het enige kader is dat je op deze siutatie kunt leggen’. Huh?! Voor dit soort ingewikkelde internationale kwesties is het internationaal recht juist ontstaan! Tja. 

EU-president von der Leyen deed iets dergelijks door te beweren dat Europa niet langer kan vertrouwen op een regels gebaseerd systeem om de belangen van het continent te beschermen. Ook een wonderlijke uitspraak, wat mij betreft. Iets dat de Spaanse EU-commissaris (en vice-voorzitter) Teresa Ribera direct bekritiseerde. ‘Het is essentieel dat Europa met kracht de waarde van het internationaal recht verdedigt’. Zeker, dit wrede regime van de sjiitische moellahs van Iran moet weg, net als hun onmetelijk grote militaire apparaat. Maar vrijheid en respect voor mensenrechten kunnen niet worden bereikt met bommen. 

Spanje is ook in het geval van Iran overduidelijk: ‘No a la guerra’. Vier eenvoudige woorden maar daar is geen woord Spaans bij (😉). De regering-Sánchez steunt deze oorlog niet. ‘We zullen niet meewerken aan iets dat slecht is voor de wereld en indruist tegen onze waarden en belangen, enkel uit angst voor represailles van wie dan ook [..]’. Problemen los je op met diplomatie, niet met raketten.

De Spaanse premier pleitte dan ook voor respect voor het internationaal recht en het VN-Handvest. Volgens Trump weigerde de Spaanse regering Amerikaanse militaire bases beschikbaar te stellen voor de operatie tegen Iran. Daarop dreigde hij alle handel met Spanje te stoppen. 

Weigeren om bases beschikbaar te stellen, deed de (linkse) regering-Starmer van het Verenigd Koninkrijk eveneens. Daarop werd de premier door Trump uitgemaakt voor ‘geen Winston Churchill’. Dat is het enige wat deze man in dit soort situaties doet: zijn politieke tegenstanders bedreigen en kleineren. Principes heeft Trump niet. Deze gemankeerde vredesduif lijkt alleen maar oorlogen te beginnen en te willen ‘winnen’. Welnu Donald, oorlog kent geen winnaars, alleen maar verliezers! 

Spanje is altijd minder afhankelijk geweest van de Verenigde Staten dan andere Europese landen en dat is een cruciaal verschil. Mijn tweede vaderland heeft een negatieve handelsbalans, er wordt relatief weinig geëxporteerd naar de VS. Daar komt bij dat de relatie tussen Spanje en de VS nooit erg hecht is geweest. Het is hier niet zoals in bijvoorbeeld Letland en Polen, waar ze de VS vooral zien als de Atlantische bondgenoot die hun vrijheid garandeert. 

Wat in deze context niet moet worden vergeten (iets dat de huidige linkse regering ook niet doet) is dat de VS destijds de dictatuur van Franco steunden. Generaal Franco pleegde in 1936 een militaire staatsgreep om de democratisch gekozen Republikeinse (linkse) regering omver te werpen. Daarmee begon de driejarige Burgeroorlog die tot een zeer felle strijd leidde en het land tot op de dag van vandaag verdeelt. In 1939 nam Franco de macht. Dat militaire regime was weliswaar onwettig maar kreeg toch steun onder invloed van een toenemend anti-communisme (Koude Oorlog). Dat resulteerde in 1953 in het Pact van Madrid, waarmee Amerika aan het Spanje van Franco financiële steun en legitimiteit verleende in ruil voor militaire aanwezigheid in het land. 

‘The American Dream’ heeft als zodanig in Spanje nooit een rol van betekenis gespeeld. Spaanse migranten gingen eerder naar Midden- of Zuid-Amerika vanwege hun gedeelde taal en verleden, niet naar de VS. Bovendien voelt de dreiging van Rusland in Spanje verder weg. Hier heerst niet dezelfde nervositeit als bijvoorbeeld in de Baltische staten en Polen. 


Illustratie: Peter Schrank
Een van de conclusies in het eerder genoemde Elcano-rapport van 2026 is dat de invloed van Spanje in Europa in het afgelopen jaar afnam. Dat komt met name doordat de oostflank van het Europese continent dominanter werd vanwege de oorlog in Oekraïne en de verdere dreiging door Poetin. 

Het is echter mogelijk dat de waardering voor Spanje in de EU in de komende tijd toeneemt. Sánchez heeft zich immers niet vergist: de VS betoont zich geen betrouwbare bondgenoot meer van Europa. Door zich hierover uit te spreken, werd hij een referentiepunt in de EU. Ook de rest van Europa zoekt immers naar een manier om zich los te weken van de VS. Het is voor Europa niet verkeerd dat er iemand als Sánchez tegen de heersende consensus ingaat. ‘Het wapent de EU tegen group thinking. Er moet iemand zijn die vragen stelt.’ Aldus Maartje Bakker. 

Spanje wordt in het Elcano-rapport omschreven als een middelgrote macht waarvan de invloed grotendeels afhangt van allianties, met name binnen de Europese Unie, en van haar vermogen om consistent te handelen op het gebied van diplomatie, veiligheid, economie en multilaterale relaties met internationale partners. 

Doe alles om Europa ‘greater’ te maken maar vergeet de eigen waarden niet, dat lijkt 's lands devies. Helemaal mee eens. 


maandag 9 maart 2026

Brief aan Etty

Bijna twee maanden geleden schreef Volkskrant-columniste Gerda Blees over de Nederlands-Joodse schrijfster Etty Hillesum (1914-1943) die door de nazi’s werd vermoord in Auschwitz. Het was de geboortedag van Hillesum en Blees vond dat een goed moment om Hillesums werk af te stoffen. Ze ging zelfs een stap verder: ze riep een schrijfwedstrijd uit ter herinnering en nagedachtenis aan haar. 

Etty Hillesum kent tot op de dag van vandaag een trouwe schare fans. Liefhebbers van haar proza prijzen haar omdat ze -onder andere- prachtig reflecteerde op het kwaad in de mens. In de jaren voor haar dood formuleerde ze in haar dagboeken en brieven haar hoogstpersoonlijke, universeel aansprekende antwoorden op het kwaad. Antwoorden die nu wederom relevant zijn. Blees vond dat Etty Hillesum een naar haar vernoemde prijs verdiende. Ze vroeg zich in haar column af hoe we ons moeten verhouden tot alle rottigheid van vandaag de dag. Zouden Hillesums geschriften daarbij nu een richtsnoer kunnen zijn?

Met de Volkskrant-redactie en mensen van het Etty Hillesum Huis (in Middelburg, de geboorteplaats van de schrijfster) bedacht ze de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd. 

Nu moet je weten dat ik voor mijn afstuderen aan de faculteit Algemene Literatuurwetenschap (Vrij Universiteit, Amsterdam) een doctoraalscriptie schreef met als titel ‘Ironie in kampliteratuur. Sauve qui peut..?’. (Sauve qui peut is het best vertaald met ‘redden wat er te redden valt’.) Mijn literaire onderzoek had betrekking op de vraag of er in de bizarre en barre wereld van concentratie- en vernietigingskampen een rol was weggelegd voor stijlfiguur ironie. Zo ja, welke functie vervulde dat dan? Er waren al wetenschappers die ironie hadden onderzocht maar ironie in combinatie met de Holocaust was nog nauwelijks tot geen onderzoeksobject. N.B. Pas later ontstond de voorkeur voor het begrip Holocaust-literatuur.

Zo stapte Etty Hillesum mijn leven binnen. Vandaag, 9 maart, sluit de inzendingstermijn van de schrijfwedstrijd. Dit is de datum waarop Etty Hillesum haar dagboek begon in 1941. Zittend voor het raam van haar kamer aan het Museumplein begon ze aan een indrukwekkend werk dat de tijd ruimschoots zou doorstaan en niets aan relevantie heeft ingeboet.

Ze wordt bekend met haar brieven en dagboeken en wordt de Nederlandse chroniquer van de Holocaust genoemd. Als ze in kamp Westerbork terechtkomt, wordt zij geconfronteerd met de verschrikking van de wekelijkse transporten naar ‘het Oosten’. Op haar laatste briefkaart, die ze uit de trein gooit die haar naar Polen vervoert, schrijft ze: ‘We hebben zingende dit kamp verlaten’.  

Haar ‘Brieven uit Westerbork’ werden in de Tweede Wereldoorlog illegaal gedrukt en verspreid, in oplages van slechts 100 exemplaren. In 1962 werd haar werk opnieuw uitgegeven bij uitgeverij Bert Bakker maar zonder al te veel echo. Pas vanaf de jaren '80 werd haar werk gretig gelezen. 

Het organiserend comité van de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd riep lezers op om een literaire brief te schrijven, die: 

  • getuigt van persoonlijke reflectie en visie op Hillesums teksten en gedachtegoed;
  • een duidelijke verbinding maakt tussen haar tijd en onze tijd;
  • een persoonlijke, maar ook universele boodschap uitdraagt;
  • stilistisch krachtig en authentiek is.

Op de avond na de oproep in de krant kwam de eerste inzending al binnen, naar verluidt. Dat meldde Blees in haar column van een week later. Op dat moment had ze negen inzendingen ontvangen. 

Vanaf morgen gaat de jury, bestaande uit professionele schrijvers en Etty Hillesum-kenners Judith Koelemeijer (die in 2022 de biografie ‘Het verhaal van haar leven’ publiceerde), Marloes Matthijssen, Sheila Sitalsing en Klaas A.D. Smelik, aan de slag. 

Schoorvoetend begon ik aan mijn brief aan Etty. Schrijven kan ik maar hoe doe je dat ‘stilistisch krachtig’? Naast ironie ken ik andere stijlfiguren als herhaling, anafoor, metafoor, personificatie en tegenstelling. Daar weet ik wel raad mee. Maar wat houdt ‘authentiek’ precies in? In de 18 jaar dat ik blog, meen ik mijn stijl wel te hebben gevonden; die ging bij mij horen. Maar een literaire brief aan visionair Hillesum vraagt om meer en anders (sorry, bloglezers...). Als politiek geïnteresseerde vind ik het niet moeilijk verband te leggen tussen haar tijd en die van nu. Maar om je dan te moeten beperken tot 750 woorden? En nog zo wat bedenkingen. 

Ter opfrissing herlas ik mijn eigen vergeelde scriptie, Hillesums boeken ‘Dat onverwoestbare in mij’ en ‘Het verstoorde leven’, de biografie van Judith Koelemeijer ‘Etty Hillesum. Het verhaal van haar leven’ en delen van het boek ‘Reading Etty Hillesum in Context: Writings, Life, and Influences of a Visionary Author’, onder redactie van Klaas A.D. Smelik.

Klaas Smelik Sr, vader van jurylid Klaas (die directeur is van het Etty Hillesum Huis), was een goede vriend van Etty Hillesum. Hij kreeg haar dagboeken en brieven na de oorlog in bewaring. Haar brieven van augustus 1941 tot september 1942 zijn bewaard gebleven. De dagboeken uit Westerbork die Etty meenam toen ze in september 1943 in de trein naar Auschwitz stapte, gingen in vlammen op.

Het schrijven van mijn brief aan Etty vorderde goed. Het ging over lijden, haar Joodse lotsverbondenheid, de weigering te haten en bitter te zijn. Dat er nu wéér barbaren aan de poort staan, dat onze beschaving wederom onder druk staat. Zij wilde een pleister zijn op vele wonden. En ik? Niet volgzaamheid zijn, je persoonlijk verzetten. Niet zwijgen of wegkijken maar juist blijven zien en voelen. Het kwaad niet ontkennen maar wel hoop blijven koesteren. Het draait om durf en medemenselijkheid, wat mij betreft.

Mijn liefje, kritisch toehoorder, moedigde mij aan door te gaan. Het werd een intensief proces van nadenken, schrijven, bijlezen, veranderen, wegstrepen, toevoegen, overpeinzen, schrappen, teruglezen, schaven en bijschaven. Net als bloggen maar dan serieuzer. De twijfel over wel of niet inzenden hield nog wel even aan. Totdat die verdween en de tekst wegvloog... (niet vanwege luchtigheid).

Op 5 mei worden de winnende brieven (in de categorieën tot 18 jaar en vanaf 18 jaar) gepubliceerd in de Volkskrant. De beide prijzen worden die dag uitgereikt in het Etty Hillesum Huis in Middelburg.


woensdag 4 maart 2026

GR92

Wandelroute GR92 werd door de Valenciaanse bergsport federatie officieel uitgeroepen tot het beste wandelpad van de autonome regio. Dat kwam tot stand door een publieksstemming onder 1.000 personen. Deze ‘Sendero del Mediterráneo’, die deels door onze woonplaats voert, is een langeafstandswandelpad dat langs vrijwel de gehele Middellandse Zeekust van Spanje loopt. De gehele route beslaat bijna 50 kilometer aan wandelpaden langs de Costa Blanca. Dankzij de samenwerking tussen gemeenten is deze route  voorzien van goede bewegwijzering. Langs de gehele route kun je een QR-code gebruiken waarmee je extra informatie over de omgeving ontvangt. 

Het volledige pad loopt van de Franse grens tot aan Tarifa, in het uiterste zuidwestpuntje van Spanje. Het onderdeel in de Vega Baja (de zuidelijke punt van de provincie Alicante) is het enige officieel erkende deel van deze route binnen de grenzen van de regio Valencia. Dat maakt deze prijs extra bijzonder.

Het gaat om etappe 22 van de GR92. Dat is het stuk dat onder andere door onze woonplaats loopt en ongeveer 22 kilometer lang is, vandaar de aanduiding. Wij lopen bijna dagelijks wel over (een deel van) dit pad. Over de kleine boulevard van El Mojón, over het vlonderpad langs onze duinrand (Las Higuericas), in de richting van Torre de la Horadada. De bekende 16de eeuwse toren staat op Punta de la Horadada. Het woord ‘horadada’ verwijst naar kleine grotten die door het water zijn uitgeslepen op de landtong die in de Middellandse Zee uitsteekt. 

Etappe 22 is een langgerekt traject langs de Med, waar je kunt genieten van lokale flora en fauna. (Over die 22km doe je als wandelaar gemiddeld vier uur.) Langs die route ligt een klein beschermd natuurgebied van ruim zes hectare met veel mediterrane planten, bijzondere insecten en vogels. In de richting van Orihuela Costa kom je langs plekken als Cala Mosca, Cabo Roig en Punta de la Glea. Het traject van de 22 loopt door naar Torrevieja en loopt daar langs de haven, de Dique de Levante en natuurgebied Cala Lo Ferris. Onderweg wandel je langs indrukwekkende kliffen, kleine baaien en fraaie kuststroken. In de tegenovergestelde richting, naar Pilar de la Horadada, voert het pad langs oude Romeinse steengroeven en de rivierbedding van de Río Seco. 

Wie dit pad ook zeer waarschijnlijk heeft bewandeld, is Hannibal Barka, zoon uit een aristocratische familie, generaal en opperbevelhebber van Carthago ten tijde van de Tweede Punische Oorlog (218-201 voor onze jaartelling). Dat was een wandelaar van het type XL! 

In het najaar van 218 begon hij aan een van de meest gedurfde ondernemingen van de Klassieke Oudheid. Deze Hannibal besloot de Romeinse heersers te gaan bestrijden. Hij beraamde een verrassingsaanval, niet vanuit het zuiden maar juist vanuit het noorden. Hannibals plan was eenvoudig van opzet maar leek waanzinnig qua uitvoering. Met een zeer groot leger -inclusief oorlogsolifanten- wilde hij de Alpen oversteken en Italië binnenvallen. Zoals gezegd, niet via zee waar de Romeinse vloot de boventoon voerde, maar via bergpassen die zelfs door lokale herders werden gemeden. 

Hannibal vertrok uit het huidige Cartagena in Spanje. De Carthagers stichtten daar een eigen koninkrijk dat ze Carthago Nova noemden, nieuw Carthago. (Oorspronkelijk was dit een Fenicische nederzetting.) Hannibal groeide er op aan het hof. Zijn vader, veldheer en staatsman Hasdrubal, werd in het jaar 221 vermoord door een Keltische slaaf. Zijn zoon Hannibal volgde hem op. Enkele jaren na Hannibals aantreden brak de Tweede Punische Oorlog uit tussen Carthago Nova en het Romeinse Rijk.  

Hannibal vertrok richting Rome met een bont gezelschap: infanteristen, ruiters en olifanten. Zijn leger zou hebben bestaan uit 50.000 à 90.000 strijders. De eerste grote beproeving begon in de Alpen. (Waarom niet in de Pyreneeën? Daarover vond ik niets...)

De Alpen waren destijds bepaald niet goed gedocumenteerd en er is geen archeologisch bewijs voor alles wat hierna komt. Dus voor de details van dit legendarische verhaal doe ik een beroep op mijn fantasie. De 37 olifanten die Hannibals geheime wapen waren, waren waarschijnlijk ook een logistieke nachtmerrie. Ze waren bedoeld om de Romeinse legioenen angst aan te jagen maar in de bergen waren deze dieren kwetsbaar. Smalle paden brokkelden af onder hun gewicht, een misstap kon fataal zijn. Hannibal moest paden verbreden, steunconstructies bouwen en ijs en rotsen splijten. Konden de dieren eigenlijk wel tegen de kou? De Carthagers werden waarschijnlijk ook belaagd door bergstammen die rotsblokken tegen hen gebruikten en hinderlagen aanlegden. Dat de mars door de Alpen kon worden volbracht, was eerder een triomf van wilskracht dan van techniek. Na weken in het hooggebergte bereikte het leger eindelijk Italiaans grondgebied. De prijs die hiervoor werd betaald, was hoog. Veel manschappen stierven door kou en andere ontberingen. 

De Romeinen hadden Hannibal via zee of vanuit Zuid-Italië verwacht, niet komend vanuit het noorden. In de maanden die volgden, versloegen  dappere strijders de Romeinse legers bij Ticino en Trebia en later bij Trasimene. De olifanten moeten een grote rol hebben gespeeld, vooral als psychologisch wapen. Paarden sloegen op hol en soldaten schrokken zich wezenloos. 

Toch bleek het succes tijdelijk. Slechts enkele olifanten -mogelijk zelfs maar één– zouden de eerste winter in Italië hebben overleefd. In de Romeinse overlevering wordt één olifant officieel genoemd: Surus, een dier met een afgebroken slagtand dat in latere bronnen wordt beschreven als de laatste overgebleven oorlogsolifant van Hannibals leger. 

Ondanks alles bleef de Alpenmars het symbool van het genie van deze veldheer. Hij bewees dat de strijd niet altijd wordt gewonnen door het grootste leger maar door de partij die iets doet wat niemand anders kan of durft. De kracht van Hannibal was diens vermogen om van de gebruikelijke tactische kaders af te wijken. Uiteindelijk zou hij Italië jarenlang blijven teisteren zonder Rome ooit in te nemen. Na de verloren Slag bij Zama (in het jaar 202) keerde hij terug naar Carthago. De Romeinen sloten daarna vrede met Carthago Nova, zij het wel onder stricte voorwaarden.

Zo werd zijn tocht over de Alpen ook een mooi verhaal dat twee millennia later nog steeds tot de verbeelding spreekt. De recente vondst van een olifantenbot in de omgeving van de Zuid-Spaanse stad Córdoba (Andalusië) bracht bij velen weer het een en ander in herinnering. Ook bij mij. Daarover las ik een interessant National Geographic-artikel online. 

Er was tot dusver nauwelijks bewijs van de daadwerkelijke aanwezigheid van olifanten tijdens de tocht over de Alpen. Spaanse onderzoekers van de universiteit van Córdoba publiceerden een artikel waarin ze stellen dat ze een klein bot hebben gevonden. Het is ongeveer tien centimeter lang en beschadigd. (Het botje is hiernaast in rood omcirkeld.) 

Het bleek te gaan om het handwortelbeen van de rechtervoorpoot van een olifant. Aan de hand van een techniek van koolstofdatering ontdekte men dat het dier leefde in de late vierde eeuw tot vroege derde eeuw voor onze jaartelling. Sommige deskundigen betwijfelen die exactheid. Volgens hen kun je met deze techniek slechts de waarschijnlijkheid van een datering aantonen. (Andere critici menen dat de datering helemaal niet klopt.)

De onderzoekers vonden ter plekke meer bewijs, zoals keramiek, munten en stenen kogels uit dezelfde periode. Dat zou duiden op een militaire context. Het zou kunnen zijn dat het dier al dood was voordat Hannibal aan zijn tocht begon maar dat achten de Spaanse onderzoekers minder waarschijnlijk. (Over die vermeende onwaarschijnlijkheid las ik verder niets in het artikel...) De onderzoekers zijn er ook niet over uit of het een Aziatische of Afrikaanse olifant was, of het er een van de savanne of van het bos was. Wat mij overduidelijk is, is dat de olifant van dit botje niet over de Alpen trok! Dan wil echter niet zeggen dat het dier geen onderdeel uitmaakte van Hannibals leger. 

Critici, onder wie de Nederlandse historicus en oudheidkenner Jona Lendering, menen dat in het artikel een te snelle conclusie wordt getrokken. De vondst zegt waarschijnlijk meer over de aanwezigheid van olifanten in Carthaags Andalusië dan over de beroemde oversteek van de Alpen. De vondst van het bot op die plek suggereert eerder dat deze olifant in die tijd in Spanje leefde en op de uiterwaarden van de Guadalquivir (rivier) graasde. Maar ja, met die mededeling haal je de publiciteit niet.