Op 1 januari 1986 werd Spanje officieel lid van de Europese Unie. Dat is nu 40 jaar geleden en daarbij werd (wordt) stilgestaan in nationale en internationale media. Mijn thuisland (het land dat ik nu 'thuis' noem), sloot zich destijds aan bij het Europese project van vrede, samenwerking en gedeelde welvaart. (Ter vergelijking: Nederland is sinds 1958 lid van de EEG, de voorloper van de EU.)
Er
wordt teruggekeken op vier decennia van positieve impact: er ging meer dan €150
miljard aan cohesiefondsen voor infrastructuur, innovatie en regionale
ontwikkeling richting Spanje. Miljoenen huishoudens kregen toegang tot
breedbandinternet dankzij Europese investeringen. Meer dan 200.000 Spanjaarden studeerden
via het Erasmus-programma aan universiteiten elders in de EU (2021-2024). Meer
dan 500.000 boeren ontvingen jaarlijks financiële steun. De Spaanse export
groeide sindsdien van € 12,6 miljard tot € 141,5 miljard (2024).
Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, verwoordde de toetreding van Spanje tot de EU als volgt bij de herdenking: Spanje heeft Europa verrijkt met zijn cultuur, creativiteit en toewijding aan democratische waarden.
Die toetreding was relatief laat omdat de puinhopen van het Franco-regime eerst moesten worden opgeruimd. Het gewicht van de Spaanse Burgeroorlog drukte zwaar op het land. Vervolgens moest er een Grondwet worden geschreven en worden aangenomen via een publiek referendum (1978). Na vele jaren van onderhandelen werd Spanje’s lidmaatschap (tegelijkertijd met dat van Portugal) dan eindelijk een feit. In juni 1985 werd in het Koninklijk Paleis van Madrid het toetredingsverdrag ondertekend, met veel ceremonieel. Koning Juan Carlos was aanwezig bij de ondertekening. Dat was het einde van een jarenlang internationaal isolement. Spanje was definitief terug in democratisch Europa.
In 1985 had Spanje een inkomen per hoofd van de bevolking van €7.300 en een exportquotum van 15% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De levensverwachting was 76 jaar, de bevolking telde ongeveer 38 miljoen inwoners en de overheidsuitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg vertegenwoordigden respectievelijk 3,5% en 5,2% van het BBP.
Het Spanje van nu vertoont een heel ander sociaaleconomisch landschap: het inkomen per hoofd van de bevolking steeg naar €31.000 dankzij een snel convergentieproces met andere Europese landen. De export vertegenwoordigt inmiddels 34% van het BBP, niet langer uitsluitend gedreven door toerisme. De levensverwachting steeg naar 84 jaar, de bevolking groeide naar ruim 49 miljoen (in een context waarin veel Europese landen te maken kregen met bevolkingskrimp). De uitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg stegen naar respectievelijk 4,6% en 7,4% van het BBP.
Bovendien verdrievoudigde het aantal universiteitsstudenten, zijn vrouwen volledig toegetreden tot de arbeidsmarkt, is de samenleving geseculariseerd en wordt de Spaanse democratie volgens alle belangrijke internationale ranglijsten (The Economist, Freedom House en V-Dem) gerekend tot de 20 meest geavanceerde democratieën ter wereld.
Aldus een artikel op de website van het Koninklijk Instituut Elcano, een gerenommeerde Spaanse denktank. Dit instituut bestaat dit jaar 25 jaar en werd opgericht met als doel ‘de kennis van de internationale realiteit en de buitenlandse betrekkingen van Spanje in al haar aspecten te bevorderen in de samenleving’. De huidige Koning, Felipe VI, is erevoorzitter. Onlangs bracht Elcano ook het jaarrapport ‘España en el Mundo en 2026 – Perspectivas y Desafios’ uit; Spanje in de wereld, perspectieven en uitdagingen. Het gaat over de relatie van Spanje met de EU en de rest van der wereld.
![]() |
Illustratie: Chloé |
Volgens Bakker is Sánchez de énige echte centrum-linkse leider van Europa. Volgens het Amerikaanse tijdschrift ‘The Economist’ is hij leider van het Europese verzet tegen Trump. Het Italiaanse tijdschrift ‘L’Espresso’ riep Sánchez uit tot persoon van het jaar 2025. ‘Hij laat zien dat een andere politiek, eerlijker, moediger, Europeser, niet alleen mogelijk is, maar al een realiteit.’
Zijn linkse agenda (verhoging van pensioenen en uitkeringen, verhoging van het miminumloon, verkorten van de werkweek, enz.) gaat tot dusver niet ten koste van de economie. In 2025 bedroeg de economische groei 2,9%, hoger dan in bijna alle andere Europese landen. Sánchez gaat ook niet mee in de anti-immigratiepolitiek waarop conservatieve regeringen zich laten voorstaan. Er komt dit jaar weer een generaal pardon aan voor 500.000 migranten zonder verblijfsvergunning.
Ook qua buitenlandse politiek vaart de premier een eigen koers in Europa. Als enige verklaarde hij tijdens de NAVO-top in Den Haag (juni 2025) niet bereid te zijn tot de voorgestelde verhoging tot 3,5% van het NAVO-budget. (De door Trump afgedwongen bijdrage.) Tegen 2035 moet dat percentage door alle bondgenoten zijn bereikt, volgens de NAVO-norm. (Dit is overigens een richtlijn, geen wet.)
Desalniettemin is Spanje geen afvallige. Het land steunt gezamenlijke wapeninkopen voor Oekraïne en pleit voor het inzetten van Europees budget om de defensie-industrie te versterken. Het land is een van de grootste bijdragers aan het Europees Defensiefonds, dat investeert in onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde militaire technologieën. Het fonds heeft tot doel de strategische autonomie, technologische voorsprong en concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie te versterken door samenwerking tussen lidstaten en bedrijven te stimuleren. Spanje is ook al decennialang een loyale NAVO-partner (lid sinds 1988) en regionaal coördinator van het Zuid-Europese veiligheidsbeleid. (De Verenigde Staten maken gebruik van twee militaire bases op Spaans grondgebied, te weten Rota en Morón in Cádiz en omgeving Sevilla.)
Spanje behoorde bij de eerste groep van Europese landen die zich uitsprak voor een onafhankelijke staat Palestina. Ook over Gaza was Sánchez vanaf het begin duidelijker dan menig Europese collega. Als een van de eersten stelde hij voor het Associatieverdrag tussen Israël en de EU op te schorten vanwege de vermeende genocide. 82% van alle Spanjaarden (van uiterst links tot uiterst rechts) steunde dat. Wat eerst geen officieel standpunt was, werd niet veel later een meerderheidsstandpunt binnen de Unie.
Iets vergelijkbaars zie je ook weer na de aanval op Iran. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken wrong zich in bochten bij het beantwoorden van vragen. Het kabinet ‘had begrip’ voor de aanvallen van Israël en de VS op Iran. De vraag of deze aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht, werd ontwijkend beantwoord. Bovendien antwoordde hij dat ‘het internationaal recht niet het enige kader is dat je op deze siutatie kunt leggen’. Huh?! Voor dit soort ingewikkelde internationale kwesties is het internationaal recht juist ontstaan! Tja.
EU-president von der Leyen deed iets dergelijks door te beweren dat Europa niet langer kan vertrouwen op een regels gebaseerd systeem om de belangen van het continent te beschermen. Ook een wonderlijke uitspraak, wat mij betreft. Iets dat de Spaanse EU-commissaris (en vice-voorzitter) Teresa Ribera direct bekritiseerde. ‘Het is essentieel dat Europa met kracht de waarde van het internationaal recht verdedigt’. Zeker, dit wrede regime van de sjiitische moellahs van Iran moet weg, net als hun onmetelijk grote militaire apparaat. Maar vrijheid en respect voor mensenrechten kunnen niet worden bereikt met bommen.
Spanje is ook in het geval van Iran overduidelijk: ‘No a la guerra’. Vier eenvoudige woorden maar daar is geen woord Spaans bij (😉). De regering-Sánchez steunt deze oorlog niet. ‘We zullen niet meewerken aan iets dat slecht is voor de wereld en indruist tegen onze waarden en belangen, enkel uit angst voor represailles van wie dan ook [..]’. Problemen los je op met diplomatie, niet met raketten.
De Spaanse premier pleitte dan ook voor respect voor het internationaal recht en het VN-Handvest. Volgens Trump weigerde de Spaanse regering Amerikaanse militaire bases beschikbaar te stellen voor de operatie tegen Iran. Daarop dreigde hij alle handel met Spanje te stoppen.
Weigeren om bases beschikbaar te stellen, deed de (linkse) regering-Starmer van het Verenigd Koninkrijk eveneens. Daarop werd de premier door Trump uitgemaakt voor ‘geen Winston Churchill’. Dat is het enige wat deze man in dit soort situaties doet: zijn politieke tegenstanders bedreigen en kleineren. Principes heeft Trump niet. Deze gemankeerde vredesduif lijkt alleen maar oorlogen te beginnen en te willen ‘winnen’. Welnu Donald, oorlog kent geen winnaars, alleen maar verliezers!
Spanje is altijd minder afhankelijk geweest van de Verenigde Staten dan andere Europese landen en dat is een cruciaal verschil. Mijn tweede vaderland heeft een negatieve handelsbalans, er wordt relatief weinig geëxporteerd naar de VS. Daar komt bij dat de relatie tussen Spanje en de VS nooit erg hecht is geweest. Het is hier niet zoals in bijvoorbeeld Letland en Polen, waar ze de VS vooral zien als de Atlantische bondgenoot die hun vrijheid garandeert.
Wat in deze context niet moet worden vergeten (iets dat de huidige linkse regering ook niet doet) is dat de VS destijds de dictatuur van Franco steunden. Generaal Franco pleegde in 1936 een militaire staatsgreep om de democratisch gekozen Republikeinse (linkse) regering omver te werpen. Daarmee begon de driejarige Burgeroorlog die tot een zeer felle strijd leidde en het land tot op de dag van vandaag verdeelt. In 1939 nam Franco de macht. Dat militaire regime was weliswaar onwettig maar kreeg toch steun onder invloed van een toenemend anti-communisme (Koude Oorlog). Dat resulteerde in 1953 in het Pact van Madrid, waarmee Amerika aan het Spanje van Franco financiële steun en legitimiteit verleende in ruil voor militaire aanwezigheid in het land.
‘The American Dream’ heeft als zodanig in Spanje nooit een rol van betekenis gespeeld. Spaanse migranten gingen eerder naar Midden- of Zuid-Amerika vanwege hun gedeelde taal en verleden, niet naar de VS. Bovendien voelt de dreiging van Rusland in Spanje verder weg. Hier heerst niet dezelfde nervositeit als bijvoorbeeld in de Baltische staten en Polen.
![]() |
Illustratie: Peter Schrank |
Het is echter mogelijk dat de waardering voor Spanje in de EU in de komende tijd toeneemt. Sánchez heeft zich immers niet vergist: de VS betoont zich geen betrouwbare bondgenoot meer van Europa. Door zich hierover uit te spreken, werd hij een referentiepunt in de EU. Ook de rest van Europa zoekt immers naar een manier om zich los te weken van de VS. Het is voor Europa niet verkeerd dat er iemand als Sánchez tegen de heersende consensus ingaat. ‘Het wapent de EU tegen group thinking. Er moet iemand zijn die vragen stelt.’ Aldus Maartje Bakker.
Spanje wordt in het Elcano-rapport omschreven als een middelgrote macht waarvan de invloed grotendeels afhangt van allianties, met name binnen de Europese Unie, en van haar vermogen om consistent te handelen op het gebied van diplomatie, veiligheid, economie en multilaterale relaties met internationale partners.
Doe alles om Europa ‘greater’ te maken maar vergeet de eigen waarden niet, dat lijkt 's lands devies. Helemaal mee eens.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten