Translate

woensdag 4 maart 2026

GR92

Wandelroute GR92 werd door de Valenciaanse bergsport federatie officieel uitgeroepen tot het beste wandelpad van de autonome regio. Dat kwam tot stand door een publieksstemming onder 1.000 personen. Deze ‘Sendero del Mediterráneo’, die deels door onze woonplaats voert, is een langeafstandswandelpad dat langs vrijwel de gehele Middellandse Zeekust van Spanje loopt. De gehele route beslaat bijna 50 kilometer aan wandelpaden langs de Costa Blanca. Dankzij de samenwerking tussen gemeenten is deze route  voorzien van goede bewegwijzering. Langs de gehele route kun je een QR-code gebruiken waarmee je extra informatie over de omgeving ontvangt. 

Het volledige pad loopt van de Franse grens tot aan Tarifa, in het uiterste zuidwestpuntje van Spanje. Het onderdeel in de Vega Baja (de zuidelijke punt van de provincie Alicante) is het enige officieel erkende deel van deze route binnen de grenzen van de regio Valencia. Dat maakt deze prijs extra bijzonder.

Het gaat om etappe 22 van de GR92. Dat is het stuk dat onder andere door onze woonplaats loopt en ongeveer 22 kilometer lang is, vandaar de aanduiding. Wij lopen bijna dagelijks wel over (een deel van) dit pad. Over de kleine boulevard van El Mojón, over het vlonderpad langs onze duinrand (Las Higuericas), in de richting van Torre de la Horadada. De bekende 16de eeuwse toren staat op Punta de la Horadada. Het woord ‘horadada’ verwijst naar kleine grotten die door het water zijn uitgeslepen op de landtong die in de Middellandse Zee uitsteekt. 

Etappe 22 is een langgerekt traject langs de Med, waar je kunt genieten van lokale flora en fauna. (Over die 22km doe je als wandelaar gemiddeld vier uur.) Langs die route ligt een klein beschermd natuurgebied van ruim zes hectare met veel mediterrane planten, bijzondere insecten en vogels. In de richting van Orihuela Costa kom je langs plekken als Cala Mosca, Cabo Roig en Punta de la Glea. Het traject van de 22 loopt door naar Torrevieja en loopt daar langs de haven, de Dique de Levante en natuurgebied Cala Lo Ferris. Onderweg wandel je langs indrukwekkende kliffen, kleine baaien en fraaie kuststroken. In de tegenovergestelde richting, naar Pilar de la Horadada, voert het pad langs oude Romeinse steengroeven en de rivierbedding van de Río Seco. 

Wie dit pad ook zeer waarschijnlijk heeft bewandeld, is Hannibal Barka, zoon uit een aristocratische familie, generaal en opperbevelhebber van Carthago ten tijde van de Tweede Punische Oorlog (218-201 voor onze jaartelling). Dat was een wandelaar van het type XL! 

In het najaar van 218 begon hij aan een van de meest gedurfde ondernemingen van de Klassieke Oudheid. Deze Hannibal besloot de Romeinse heersers te gaan bestrijden. Hij beraamde een verrassingsaanval, niet vanuit het zuiden maar juist vanuit het noorden. Hannibals plan was eenvoudig van opzet maar leek waanzinnig qua uitvoering. Met een zeer groot leger -inclusief oorlogsolifanten- wilde hij de Alpen oversteken en Italië binnenvallen. Zoals gezegd, niet via zee waar de Romeinse vloot de boventoon voerde, maar via bergpassen die zelfs door lokale herders werden gemeden. 

Hannibal vertrok uit het huidige Cartagena in Spanje. De Carthagers stichtten daar een eigen koninkrijk dat ze Carthago Nova noemden, nieuw Carthago. (Oorspronkelijk was dit een Fenicische nederzetting.) Hannibal groeide er op aan het hof. Zijn vader, veldheer en staatsman Hasdrubal, werd in het jaar 221 vermoord door een Keltische slaaf. Zijn zoon Hannibal volgde hem op. Enkele jaren na Hannibals aantreden brak de Tweede Punische Oorlog uit tussen Carthago Nova en het Romeinse Rijk.  

Hannibal vertrok richting Rome met een bont gezelschap: infanteristen, ruiters en olifanten. Zijn leger zou hebben bestaan uit 50.000 à 90.000 strijders. De eerste grote beproeving begon in de Alpen. (Waarom niet in de Pyreneeën? Daarover vond ik niets...)

De Alpen waren destijds bepaald niet goed gedocumenteerd en er is geen archeologisch bewijs voor alles wat hierna komt. Dus voor de details van dit legendarische verhaal doe ik een beroep op mijn fantasie. De 37 olifanten die Hannibals geheime wapen waren, waren waarschijnlijk ook een logistieke nachtmerrie. Ze waren bedoeld om de Romeinse legioenen angst aan te jagen maar in de bergen waren deze dieren kwetsbaar. Smalle paden brokkelden af onder hun gewicht, een misstap kon fataal zijn. Hannibal moest paden verbreden, steunconstructies bouwen en ijs en rotsen splijten. Konden de dieren eigenlijk wel tegen de kou?  De Carthagers werden waarschijnlijk ook belaagd door bergstammen die rotsblokken tegen hen gebruikten en hinderlagen aanlegden. Dat de mars door de Alpen kon worden volbracht, was eerder een triomf van wilskracht dan van techniek. Na weken in het hooggebergte bereikte het leger eindelijk Italiaans grondgebied. De prijs die hiervoor werd betaald, was hoog. Veel manschappen stierven door kou en andere ontberingen. 

De Romeinen hadden Hannibal via zee of vanuit Zuid-Italië verwacht, niet komend vanuit het noorden. In de maanden die volgden, versloeg deze dappere strijders de Romeinse legers bij Ticino en Trebia en later bij Trasimene. De olifanten moeten een grote rol hebben gespeeld, vooral als psychologisch wapen. Paarden sloegen op hol en soldaten schrokken zich wezenloos. 

Toch bleek het succes tijdelijk. Slechts enkele olifanten -mogelijk zelfs maar één– zouden de eerste winter in Italië hebben overleefd. In de Romeinse overlevering wordt één olifant officieel genoemd: Surus, een dier met een afgebroken slagtand dat in latere bronnen wordt beschreven als de laatste overgebleven oorlogsolifant van Hannibals leger. 

Uiteindelijk zou Hannibal Italië jarenlang teisteren zonder Rome ooit in te nemen.

Ondanks alles bleef de Alpenmars het symbool van het genie van deze veldheer. Hij bewees dat oorlog niet altijd wordt gewonnen door het grootste leger maar door de partij die iets doet wat niemand anders kan of durft. De kracht van Hannibal was diens vermogen om van de gebruikelijke tactische kaders af te wijken. Na de verloren Slag bij Zama (in het jaar 202) keerde hij terug naar Carthago. De Romeinen sloten daarna vrede met Carthago Nova, zij het wel onder stricte voorwaarden.

Zo werd zijn tocht over de Alpen ook een mooi verhaal dat twee millennia later nog steeds tot de verbeelding spreekt. De recente vondst van een olifantenbot in de omgeving van de Zuid-Spaanse stad Córdoba (Andalusië) bracht bij velen weer het een en ander in herinnering. Ook bij mij. Ik las daarover een National Geographic-artikel online. 

Er was tot dusver nauwelijks bewijs van de daadwerkelijke aanwezigheid van olifanten tijdens de tocht over de Alpen. Spaanse onderzoekers van de universiteit van Córdoba publiceerden een artikel waarin ze stellen dat ze een klein bot hebben gevonden. Het is ongeveer tien centimeter lang en beschadigd. (Het botje is hiernaast in rood omcirkeld.) 

Het bleek te gaan om het handwortelbeen van de rechtervoorpoot van een olifant. Aan de hand van een techniek van koolstofdatering ontdekte men dat het dier leefde in de late vierde eeuw tot vroege derde eeuw voor onze jaartelling. Sommige deskundigen betwijfelen die exactheid. Volgens hen kun je met deze techniek slechts de waarschijnlijkheid van een datering aantonen. (Andere critici menen dat de datering helemaal niet klopt.)

De onderzoekers vonden ter plekke meer bewijs, zoals keramiek, munten en stenen kogels uit dezelfde periode. Dat zou duiden op een militaire context. Het zou kunnen zijn dat het dier al dood was voordat Hannibal aan zijn tocht begon maar dat achten de Spaanse onderzoekers minder waarschijnlijk. (Over die vermeende onwaarschijnlijkheid las ik verder niets in het artikel...) De onderzoekers zijn er ook niet over uit of het een Aziatische of Afrikaanse olifant was, of het er een van de savanne of van het bos was. Wat mij overduidelijk is, is dat de olifant van dit botje niet over de Alpen trok! Dan wil echter niet zeggen dat het dier geen onderdeel uitmaakte van Hannibals leger. 

Critici, onder wie de Nederlandse historicus en oudheidkenner Jona Lendering, menen dat in het artikel een te snelle conclusie wordt getrokken. De vondst zegt waarschijnlijk meer zegt over de aanwezigheid van olifanten in Carthaags Andalusië dan over de beroemde oversteek van de Alpen. De vondst van het bot op die plek suggereert eerder dat deze olifant in die tijd in Spanje leefde en op de uiterwaarden van de Guadalquivir (rivier) graasde. Maar ja, met die mededeling haal je de publiciteit niet. Tja.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten