Maanden geleden las ik een boeiend interview in de serie ‘Het ideaal’ (Volkskrant). Daarin worden mensen geïnterviewd die hun hele leven aan een ideaal wijden of hebben gewijd. Het bleef mij bij en sindsdien maakte ik notities. Zo werd het een longread - met een leestijd van ongeveer 10 minuten.
Ik knip de tekst in tweeën, beide delen worden wel op dezelfde dag gepubliceerd.
Klaas van Egmond (79), voormalig directeur Milieu van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), ex-directeur van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) en emeritus-hoogleraar Milieukunde aan Universiteit Utrecht was de geïnterviewde. In dat interview noemt Van Egmond zichzelf ‘een salonidealist’ alhoewel hij betwijfelt of hij wel in het rijtje van idealisten past. Hij is immers nooit ‘met gevaar voor eigen leven naar vreselijke oorden op aarde gegaan om er te helpen.’ Wel is hij altijd voor de belangen van milieu en duurzaamheid opgekomen. Wel een bergopwaartse strijd maar geen sisyfusarbeid, wat hem betreft.
In 2011 richtte Van Egmond met twee ex-bankiers (Herman Wijffels van Rabobank en Peter Blom van Triodos) het ‘Sustainable Finance Lab’ (SFL) op. Een academische denktank die gemeenschap en planeet weer centraal zet. De financiële sector, met zijn gerichtheid op het hoogste rendement op een zo kort mogelijke termijn, draagt in zijn ogen eraan bij dat we (milieu)vraagstukken niet oplossen maar voor ons uitschuiven. Van Egmond noemt het huidige financiële bestel ‘feodaal en immoreel’. Feodaal, omdat grote publieke belangen in handen zijn van een kleine, private elite. Immoreel, omdat de financiële sector zich niets aantrekt van menselijke waarden. Hij noemt de verontwaardiging die hij voelt over hoe de wereld nu draait ‘een drijvende kracht’. Ondanks zijn hoge leeftijd heeft hij aan strijdlust niks ingeboet!
In de jaren '70 en '80 had milieu de wind in de zeilen. In de Rijnmond was er destijds een groot smogprobleem waardoor jaarlijks tienduizend mensen, hoofdzakelijk bejaarden, wat eerder doodgingen. Zo gingen er levensjaren verloren. De Tweede Kamer nam dat hoog op en gaf de club jonge onderzoekers van het RIVM alle middelen om er iets aan te doen. (Those were the days...)
Na de val van de Muur (1989) ontstond er een overwinningsroes. Het Westen had ‘gewonnen’ en dat maakte de weg vrij voor de krachten van het neoliberalisme. Destijds was er in Nederland een sterke tendens om het bedrijfsleven ruim baan te geven; er moest worden geprivatiseerd, de overheid moest plaatsmaken.
Van Egmond werkte mee aan het rapport ‘Zorgen voor Morgen’ (1988). Het was de eerste nationale milieuverkenning en bevatte langetermijnscenario’s. Er werd 25 jaar vooruitgekeken en alle aspecten werden in de modellen meegenomen: economie, demografische ontwikkeling, landbouw, mobiliteit, energiegebruik, enzovoort. (Kom er eens om..!) Die geïntegreerde beleidsaanpak was een noviteit, ook in het buitenland ontstond veel interesse.
Koningin Beatrix citeerde dat jaar een zin uit het rapport in haar ‘groene’ kersttoespraak: ‘Langzaam sterft de aarde [..].’ De mens was de natuurlijke bronnen rigoureus aan het uitputten, tegen het eigen belang in maar dat mocht niet hardop worden gezegd. Lobbyclubs, zoals werkgeversorganisatie VNO-NCW, ageerden ertegen. De majesteit had zich, volgens hen, laten meeslepen en deed aan onnodige paniekzaaierij. Tja.
Er kwam niet alleen kritiek vanuit het bedrijfsleven en uit neoliberale hoek. Ook links deed op haar manier mee aan het grote feest dat we welvaart noemden. Van Egmond haalt in dit verband een uitspraak aan van Joop den Uyl (partijleider PvdA) die stelde dat arbeiders ook ieder een auto voor de deur moesten krijgen.
‘Het was doodeenvoudig geweest effectief beleid te voeren waarmee je de CO2-uitstoot en stikstof had kunnen aanpakken; meer dan twee A4’tjes waren niet nodig geweest. In plaats daarvan heeft de overheid het 40 jaar lang op zijn beloop gelaten’. ‘We zijn zorgeloos overgegaan op steeds grotere auto’s, verdere vliegreizen en buitenlandse beleggingen. De mentaliteit is en blijft er een van: na ons de zondvloed, ook al is er inmiddels een overweldigende hoeveelheid bewijs is voor de immensiteit van de problemen.’
Al jaren gaat het er veel te vrijblijvend aan toe maar verbazing wekt dat niet bij Van Egmond. Individualisme en materialisme zijn in de afgelopen decennia de dominante waarden geworden in de westerse wereld. Volgens hem moeten we weg van het hedonisme, weg van de ‘na ons de zondvloed’-houding. Een zinvol leven bestaat uit bijdragen aan het algemeen belang.
We leven nu in een cruciale tijd. Zorgen voor morgen is nu minstens zo relevant als toen. Alles is tegelijkertijd op zijn fundamenten aan het schudden. Het klimaatprobleem, het financiële bestel en Trump zijn nog niet op hun dieptepunt beland, aldus de geïnterviewde. Hopelijk kan worden voorkomen dat kernwapens worden ingezet. Hij denkt dat de mensheid het uiteindelijk wel gaat redden, ‘mits we in staat blijken om tot een hoger bewustzijn te komen.’ Aldus de geïnterviewde.
Onlangs las ik ook een interview met de Franse econoom Arnaud Orain (1977). Hij spreekt en schrijft over het zogenaamde ‘eindigheidskapitalisme’. Het neoliberale ideaal van voortdurende welvaartsgroei is een utopie gebleken. Daarover publiceerde hij in 2025 een boek met dezelfde titel. Daarin wordt gesteld dat de koek niet meer kan groeien. Het neoliberalisme is ten einde, rijkdom is eindig. Wat de een wint, verliest de ander. Dus als je zelf meer wilt, moet je het deel van je buurman inpikken. Hij spreek dan ook over roofkapitalisme.
Orain stelt dat dit geen uniek verschijnsel is maar een herhaling van patronen uit het vroege kolonialisme van de 17de eeuw (denk bijvoorbeeld aan de VOC). Volgens Orain bereidt het systeem van eindigheid zich voor op een wereld met beperkte grondstoffen en hulpbronnen. Daar de mens de consumptie niet gaat verminderen, zullen de resterende middelen met harde hand moeten worden geclaimd. Die handelswijze zien we nu al duidelijk bij het beleid van de regering-Trump...
Van Egmond en Orain zijn niet de enigen die de publiciteit zochten met een kritisch verhaal over de tijd waarin we leven. Peter Kanne (61), onafhankelijk opiniepeiler bij Ipsos I&O, schreef een boek met de titel ‘Lang zal ik lekker leven’. De ondertitel luidt ‘De genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoel’. Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Dit boek schreef hij op persoonlijke titel, niet als opiniepeiler. Kanne schetst de stand van het land op zo’n beetje alle denkbare terreinen, onderbouwd met veel cijfers en citaten uit recent verschenen boeken, artikelen en onderzoek van zijn eigen werkgever.
Ook hij ageert tegen het heersende hedonisme. ‘We genieten ons te pletter.’ De Nederlander werd een genotzuchtige individualist die overal recht op meent te hebben; een die weinig ambitie heeft, zichzelf chronisch ziek eet en drinkt, er onbekommerd op los vliegt, verslaafd is aan socialemedia, nauwelijks gesprekken voert met mensen van buiten de eigen bubbel en intussen uiterst tevreden is met het eigen leven. ‘We verweken en verzwakken omdat we vooral aan onszelf denken.’ Nergens ter wereld is men zo individualistisch als in Nederland, meent Kanne.
De markt zegt: we nemen onze verantwoordelijkheid, zonder die ooit echt te nemen. Er is een overheid die teveel mogelijk maakt of juist laat waaien. ‘Politiek betekent niet de burger pleasen maar soms impopulaire keuzes maken in het belang van het geheel.’ Het ultieme relativeren, wat Peter Kanne ‘cynisch nihilisme’ noemt, raakte zo wijdverbreid dat bijna niemand nog ergens voor durft te gaan staan.Historicus, schrijver en activist Rutger Bregman trekt al jaren ten strijde tegen moreel verval in de westerse wereld. Ook dat resoneert bij mij. Zijn vrienden noemen hem een zendeling of dominee. (Herkenbaar.) Bregmans vrienden noemen zichzelf ‘nuchtere kapitalisten’, zij laten zich kritisch uit over Bregmans idealisme. (Ook herkenbaar.)
Diens laatste boek is getiteld ‘Morele revolutie’, een vervolg op morele ambitie. Daarin kijkt hij kritisch naar de westerse moraal en roept hij mensen op de wereld een beetje beter te maken. In die zin is moraliteit een soort eigen intellectuele gedragscode, iets dat zetelt in iemands geweten. Simone Weil, de bekende Franse filosofe en activiste zei ooit dat als iets knaagt je in ieder geval weet dat je een geweten hebt... Tja.
Zijn
advies aan ons is: denk zelf na en kom in actie. Ieder goedwillend individu kan
het verschil maken. Elk kleine beetje goedheid helpt en veel kleine beetjes
maken een groot verschil. Dus kijk om je heen en probeer iets te verbeteren. We
moeten actiever verdedigen wat er is te verliezen. Het gaat om kleine, haalbare
daden, geen heroïsche opoffering. Onze samenleving wordt er weerbaarder van. (Wordt
hieronder vervolgd.)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten