Translate

Posts tonen met het label heden en toekomst van camping Kijkduinpark. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heden en toekomst van camping Kijkduinpark. Alle posts tonen

zondag 8 april 2012

Kijkduinpark 2012

We staan. Voor het eerst sinds we de caravan bezitten, bouwden we de tent samen op. Dat wil zeggen: zonder hulp van derden en dat verliep goed. “Er viel geen onvertogen woord”, aldus mijn liefje. Dat sloeg vooral op mij. Tijdens de opbouw was ik inderdaad de kalmte zelf, al was het aanritsen van het laatste tentraam een ware verzoeking. Ik hield op enig moment twee losse runners in mijn hand... Hoe iets ogenschijnlijk eenvoudigs tamelijk ingewikkeld kan worden. Samenspraak en logisch denken brachten de oplossing.
De ruime voortent kleedden we vervolgens aan met worteldoek, enkele lagen grondbekleding, tafels, stoelen en een buitenkeuken. Ook de fietsen stalden wij daar. De tent staat niet supersonisch strak; in die zin lijkt die op muzelluf... De satellietschotel kreeg ik niet aan de praat dus die borg ik definitief in de berging op. Tv-programma’s ontvangen we nu dus niet door de lucht maar via een lange kabel vanuit het campingkastje door het keukenraam naar de kleine flatscreen.

Een stofallergie deed zich in de afgelopen dagen gelden. Mijn oogleden werden rood, gingen jeuken en zwollen op. Vocht hoopte zich vooral in mijn rechterooglid op. Dat lid hangt nog steeds gedeeltelijk over mijn oogbal. Ik zie eruit als Quasimodo... Typen is momenteel pijnlijk want ook mijn vingertoppen kregen het zwaar te verduren. Hameren, schroeven, aandraaien, stalen stokken behandelen, dat alles was niet bevorderlijk voor mijn vingers en nagels. Kasian.

Op camping Kijkduinpark veranderde op het eerste oog niet veel: medewerkers van de camping zijn nog steeds tamelijk onprofessioneel en klantonvriendelijk. Jean-Paul, die tijdens een geschil in 2005 reeds zijn incompetentie toonde, is nog steeds manager. Dat zegt mij genoeg! Het boekingspersoneel van Roompot denkt tot nu toe nooit met de klant mee. Een kwalijke zaak.
Op een van de drukste dagen van het seizoen stond slechts één medewerkster aan de incheckbalie. De rij wachtenden -met mijn liefje daarin- groeide weldra uit tot onacceptabele proporties. Het personeel van de fietsenverhuur, waar wij de banden van onze fietsen gingen oppompen, waren niet behulpzaam.
De draadloze internetverbinding op de camping werkt niet of nauwelijks. Een week voor onze aankomst kregen alle houders van een wifi-abonnement hun geld terug. Niet uit compassie met de kampeerders -die emotie is deze organisatie vreemd- maar omdat de kwaliteit van de verbinding abominabel was. Dit a-typische gebaar maakte men teneinde af te zijn van al het (terechte) gemopper van hun klanten. Dit gemis, in combinatie met een haperende Vodafone-telefoon door een brand in de Rotterdamse centrale maakte dat ik mij geen deelnemer aan deze wereld voelde.

Ik vroeg mij in de afgelopen dagen een aantal malen af waarom ik kampeer. En vooral: waarom hier. Dat doe ik niet alleen als ik koukleumend, diep weggedoken in mijn fleecejas, met mijn laarzen aan en een rol toiletpapier onder de arm (!) naar het sanitairgebouw loop. Het was een retorische vraag. Ik ken het antwoord namelijk: buiten wonen is lekker, ons past het leven van Pipo de Clown en Mama Lou goed en bovendien is onze kampeerwagen comfortabel en gezellig.

Wij kamperen in Kijkduinpark om dicht bij onze vrienden en familie te zijn. Dat maakt heel veel goed. Vooral zíj maken het goed.


woensdag 4 april 2012

Balimedewerker

Toen ik de koffer op maandagochtend afsloot en naar het bordes rolde, viel het mij op dat die zwaar was. Het is toegestaan 20 kg bagage per persoon mee te nemen tijdens een intercontinentale vlucht. Ik maakte mij zorgen over het gewicht en dat bleek terecht: toen ik het gevaarte op de band van de incheckbalie van het vliegveld Ngurah Rai legde, gaf de schaal 31.5 kg aan... Ada masala! Ik kan mij niet heugen ooit zo’n zware koffer te hebben vervoerd.

De baliemedewerker zei dat een koffer maximaal 23 kilo mag wegen. Ik probeerde het nog met een slap “maar wij hebben slechts 1 koffer voor 2 reizigers” maar daar trapte hij niet in. Of ik nog een tweede tas of andere koffer bij mij had? Tidak. Onze koffer werd terzijde geschoven; hij moest met zijn supervisor overleggen. Terwijl wij wachtten, ging hij verder met de volgende reiziger in de rij. Ik vermoedde dat het een dure grap ging worden; jammer maar niets aan te doen.

Of toch wel? Toen wij als enigen achterbleven, zei de baliemedewerker dat hij ons wel wilde helpen. In het tweede deel van zijn zin ving ik het woord “tip” op. Ik zei tegen mijn liefde wat ik dacht dat ík had verstaan; haar was dat geheel ontgaan. Als we hem een beetje theegeld zouden geven, zou ons probleem van overgewicht worden opgelost. Mijn liefje trok enkele biljetten uit haar knip en gaf hem die over de desk heen. Hij weigerde. (Hij kon niet anders want wat als zijn collega’s het zouden zien?!) Ik nam de biljetten van haar over, vouwde ze klein en bood ze hem langs de bali aan met de woorden: “voor uw kinderen”. De koffer werd geregistreerd met het gewicht van 23 kg en kreeg bovendien een ‘Priority’-label.

Voor het eerst vlogen we vanuit Denpasar naar Europa over een noordoostelijke route. Op enig moment deed ik het luik van het raam open; het ochtendlicht gloorde. Ik keek neer op een immens witte vlakte met overal sporen in de sneeuw: rivieren, meren, wegen. Volgens het vluchtpad, dat tijdens de vliegreis toont waar het vliegtuig zich bevindt, zaten we boven de Russische Federatie. Niet veel later veranderde het landschap in een ijsvlakte. We bevonden ons op dat moment boven Nizni Novgorod. Ik weet het niet zeker maar het klinkt zo mooi, vind ik. We vroegen aan de purser waarom we zo noordelijk vliegen. Ze vertelde dat het vliegtuig enorm veel kerosine vervoert (120.000 liter) en daarom zo economisch mogelijk moet vliegen. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de luchtstroming.

Inmiddels hebben we ons eerste nachtje in Nederland geslapen. Ik sliep als een roos en stond fit op. Vandaag haalden we de caravan uit de stalling op. Een kwartier voordat we daar zouden aankomen, kwam de regen met bakken naar beneden. Adu! Onze woonwagen stond reeds buiten; ik moest een rondje rijden voordat ik het terrein kon verlaten. Er was niets onwennigs aan. Ik nam de bochten ruim genoeg, het bakbeest bleef op de weg gemakkelijk tussen de lijnen en de verkeersdrempels op de route naar het Kijkduinpark, werden genomen zonder gepiep en gemor.

Ook de baliemedewerkster van Kijkduinpark was ons goedgezind; de slagboom ging zonder dralen open. Morgen worden wij pas geacht de camping op te rijden maar een kniesoor die daarop let. Het eerste dat mij op het kampeerterrein opviel, was de nieuwe bewegwijzering. Elke laan heeft nu borden met plaatsnummers. De eerste zijstraat die we tegemoet reden, bleek onze gereserveerde plek te bevatten. Voordat ik het laantje inreed, stelde mijn liefje voor de locatie te checken. Dat bleek een heel goed idee: er was namelijk een fout geslopen in de nummering! Ons straatje bleek een paar afslagen verderop te liggen.
We staan in een rustige, overwegend Duitse laan. Allee! Twee oosterburen hielpen uit zichzelf bij het op de goede plaats zetten van onze caravan. We maakten de binnenkant schoon, vulden de watertank, sloten de toilet aan, zetten de apparatuur op de geeïgende plaats. Morgen is het tijd voor het opbouwen van de voortent. Veel spieren in mijn lichaam doen nu al pijn. Ik loop als een bejaarde vrouw maar voel mij kiplekker. Morgenavond zal ik mij voelen alsof ik een marathon heb gelopen. Maar op vrijdag... die goede vrijdag kan camping life beginnen.


vrijdag 7 mei 2010

Campinglife 2010-2020

Onze huidige verblijfplaats, camping Kijkduinpark is fraai gelegen: tegen de duinrand, op loopafstand van het strand en de boulevard van Kijkduin (deelgemeente Den Haag), naast de golfbaan, met altijd het geluid van de Noordzeebranding op de achtergrond en zilte lucht alom. De camping is een grote groene oase met ruime kampeerplaatsen. Kortom: alle randvoorwaarden voor een fantastische kampeervakantie zijn aanwezig. Maar wat gaat er hier regelmatig veel mis!

Op dit vakantiepark van organisatie 'Roompot', beheerder van 796 andere recreatieparken in binnen- en buitenland, is sprake van een chronisch gebrek aan beheer. En wat ik nóg erger vind: men begrijpt nog steeds niet hoe klantencontacten moeten worden onderhouden.
Facilitair schort er hier ook het een en ander aan: de sanitaire gebouwen zijn nog steeds onder de maat -ondanks jaarlijkse renovatieplannen-, het restaurant blijft ver onder het niveau van snackbar Ockenburgh, de vuilnisophaal laat wekelijks te wensen over en sinds enkele dagen hebben we nauwelijks of geen internetverbinding vanaf de eigen kampeerplaats.
Om in contact met de buitenwereld te blijven, moet ik mij thans begeven naar de kantine van de camping. (Anderen noemen dat restaurant.) Daar zit ik dan achter mijn computerscherm: in een schimmige hoek, bij het enig vrije stopcontact van het treurige, paarsverlichte zaaltje met snookeraars en eenarmige bandieten om mij heen. Het doet mij terugdenken aan mijn Haagse brugklasfeestjes. Dat was toen heel gewoon; nu is zo'n omgeving bloggeronwaardig. Nee, Roompot is zeker geen vetpot voor kampeerders!

Ondanks dat alles is en blijft kamperen leuk en is Kijkduin een plaats om te koesteren. De vraag is echter hoe lang die combinatie zal bestaan. Er is namelijk een rapport uitgebracht met de titel 'Masterplan Kijkduin, structuurvisie Den Haag 2020' met een zeer ambitieuze inhoud. Het dikke marketingdocument ziet er gelikt uit. Het kwam met € 1.000.000,= Europese subsidie tot stand. Met heel veel foto's en schetsen en in rijk jargon wordt in 134 bladzijden een beeld geschetst van het toekomstige Kijkduin. Dat lijkt in niets op de familiebadplaats waar ik als kind speelde en zwom, als volwassene een aantal jaren met veel plezier duurzaam in de duinen woonde en die ik nu als kamperend toerist in eigen Vaderland jaarlijks bezoek.

De plannen moeten 'de ruwe diamant Kijkduin in 2020 volop laten schitteren', aldus het rapport. Wereldstad Den Haag heeft twee badplaatsen: 'het drukke, bruisende toeristencentrum Scheveningen met attracties en een uitbundig uitgaansleven en dat andere Den Haag aan zee: Kijkduin'. Aldus het trotse gemeentebestuur. Daar begint het al: je moet wel enorme oogkleppen dragen om Scheveningen bruisend te noemen... Ik vind die badplaats eerder toonbeeld van gebrek aan visie, betonrot en patatcultuur!

Het uitgangspunt voor het Masterplan is dat Kijkduin groen en stijlvol blijft, aldus het college van de burgemeester en zijn wethouders. Een prachtig streven maar hoe wordt dat ingevuld als er in de volgende zin staat dat het woningaanbod 'wordt uitgebreid met maximaal 1.000 woningen'?! Waar zullen de SUV's en Toyota's Prius van nieuwe inwoners en bezoekers gaan parkeren? Niet alleen in nieuw te bouwen onder- en bovengrondse parkeergarages waarvoor straks dik zal moeten worden betaald. Men zal ook op, onder en tussen het fraaie groen (moeten) gaan staan. Maar wel stijlvol, als ik het rapport mag geloven.

Ik ben erg voor verandering maar niet elke verandering is persé een verbetering. Ik vermoed dat er in het toekomstige Kijkduin weinig ruimte zal overblijven voor 'verblijfsaccomodatie in de meer economische sector', zoals men het eufemistisch uitdrukt in het rapport. Wat een stijlbloem! In gewoon Nederlands betekent het dat kamperen in Kijkduin in de toekomst weleens onmogelijk kan worden. Kampeerders hebben geen recht op zee meer!

In het rapport wordt vaak gesproken over 'bungalowpark Kijkduinpark', daarmee de campingfaciliteit van het park buiten beschouwing latend. Een voorteken? Men schrijft dat het huidige recreatiepark weliswaar zal worden gehandhaafd maar dat het zal worden 'geherstructureerd tot een meer hoogwaardig recreactiepark'. Op het hoogwaardige na (ô ironie) is dit geen nieuwe visie. Een dergelijke herstructurering is hier namelijk al jaren aan de gang: het grondgebied van de oorspronkelijke camping Ockenburgh werd kleiner en kleiner en op enig moment werden toercaravans niet meer toegestaan op vaste staanplaatsen. Fantasieloze kunststoffen standaardchalets werden de norm. Ook het terrein van de toercamping werd in de loop van de jaren kleiner: steeds meer campinggrond werd ingenomen door houten chalets, zogenaamde 'white camp cottages' en 'duingalows' (inhoud 40-65m²). Eentonigheid en lelijkheid troef. Daaraan verdient de eigenaar van het park veel meer geld; dergelijke accomodatie kan immers gedurende het gehele jaar worden verhuurd terwijl campinggasten vooral in de lente- en zomermaanden met hun huis-op-wielen naar het park komen.
Deze roompot stroomt al jaren niet over van liefde voor kampeerders. Hoe dat in 2020 zal zijn? Ik verwacht niks nieuws onder de Kijkduinse zon.



vrijdag 8 augustus 2008

Opgebroken

Enkele weken geleden maakte ik mij met angst en beven op voor het hoogseizoen op de camping: veel drukte, veel geluidsoverlast, met meer kans op mensen die het niet zo nauw nemen met de hygiëne. We zijn inmiddels een aantal weken verder en 'de bouwvak' is per vandaag voorbij. Joehoe!
Dat hebben we goed doorstaan en ik moet zeggen: het is deze keer niet tegengevallen. Sterker nog: we hebben het best goed getroffen met onze directe buren in ons straatje. Het waren kinderrijke families uit Drenthe en Overijssel die het doorgaans goed met elkaar leken te kunnen vinden. Dat is in vorige jaren weleens anders geweest!

Het was in de afgelopen dagen en nachten regelmatig noodweer op de camping: om half zeven op donderdagochtend moest ik alle bovenluiken sluiten vanwege de enorme hoosbuien. Om negen uur ging ik naar buiten om onze stoelen naar de binnentent te verplaatsen. De avond ervoor was namelijk een heerlijke zomerse avond geweest dus we waren lang buiten gebleven. Het leek alsof ik door tientallen camera's werd gekiekt: de lucht was gevuld met lichtflitsen en het rommelde continue.
Maar dat was niet het enige: het leek alsof ik over water liep! Er bleek zoveel regenwater onder vloerkleden in de voortent en onder het zonneluifel te liggen dat ik werkelijk het idee had dat ik mij over water bewoog. Ik moest denken aan het verhaal van Jezus die over water liep. Ik weet het, ik ben sterk associatief. De reli-lezers zullen mij dat niet in dank afnemen maar dat neem ik op de koop toe.
Bijzonder was het wel.

Donderdag en vrijdag moesten alle buren in het straatje tussen de vele stortbuien door, opbreken en dat heeft toch iets verdrietigs. Het was het einde van hun zomervakantie en ze moesten hard werken om alles droog in de auto te krijgen; dat is namelijk heel belangrijk om schimmel in tentdoek tegen te gaan. Dat hoort evenwel bij kamperen: aankomen en de boel opzetten is onderdeel van de vakantievreugde maar opbreken en weggaan is voor tent- en caravanbezitter een ware verzoeking. De stoere De Waard-tent van de overburen -de Rolls Roys onder de Nederlandse tenten- verwerd tot een zielig, klam gedrocht... Die zware buitentent in de tentzak opbergen, is al een uitdaging voor de sterkste man van Nederland, laat staan voor de doorsnee kampeerder. Je hoort vertrekkende mensen dan ook vaak zeggen dat ze na deze klus weer toe zijn aan vakantie. Opbreken kan je echt opbreken!
Het mooie van kamperen is wel dat iedereen elkaar zo goed mogelijk en naar eigen vermogen helpt: een soort gedroomde wereld op de vierkante centimeter.

We hebben de families inmiddels uitgezwaaid: Melle, Bouwe, Koen, Alice, Bart, Daphne, Jaro en hun ouders. We hebben geleerd van hoe je tegenwoordig kinderen opvoedt en hoe je ze hun eigen zaakjes laat oplossen. We hebben gehoord hoe je ruzietjes maakt en gezien hoe je ze sust. Hoe je iemand tot afwassen aanzet. En wat een gemiddelde Nederlandse familie op vakantie zoal nuttigt. Onze bijdrage aan deze families was dat wij iemand van het roken hebben afgeholpen en twee kids zonder angsten hebben leren slapen in een tentje; niet gering, vinden wij. En dat vond Daphne ook want als dank maakte zij een fraaie tekening voor ons.

We zitten nu dus weer in ons eentje in onze straat.
En ook dat is helemaal OK. Het opmerkelijke is wel dat de camping gisteravond de 'bonte avond' organiseerde terwijl inmiddels zovelen van hun doelgroep reeds huiswaarts waren gekeerd... 'Onze' camping ligt op een prachtige plek maar het management en veel medewerkers begrijpen werkelijk NIETS van kampeerklanten en hun vakantiegedrag. Wolter Kroes zong die avond voor weinig toehoorders en wij hoorden het gedreun gelaten aan.
Morgen is weer een nieuwe dag.

dinsdag 13 mei 2008

Blote voeten in het zand

Toen wij zelf nog in Kijkduin woonden, gingen we zomers regelmatig 'het duin over' om voor het slapengaan een borreltje te drinken op het strand. Waren de ouderwetse strandtenten overdag druk bezocht door dagjemensen, 's avonds laat waren we daar met een handjevol badplaatsbewoners en dan luisterden we, tevreden nippend aan ons glas, naar 'Die Vier Letzte Lieder' van R. Strauss of naar de zwoele klanken van Café del Mar, met de blote voetjes in het zand.

In Kijkduin had je in die tijd de keuze uit twee ouderwetse strandtenten: je ging naar Sjarrel van 'Bang on the Beach' of je ging naar 'Zeerob'. Ze liggen min of meer naast elkaar. Als je nu googelt op 'Bang on the Beach', kom je uit bij 'Beachclub People'. Sjarrel heeft zijn tent verkocht en die is inmiddels verbouwd tot trendy strandrestaurant People waar nu een heel ander publiek dan voorheen neerstrijkt. Daar is niks mis mee want er is voor iedereen een plek onder de zon. Maar als je 'full moon beach festival' of 'trans/Goa beach party' intypt, komt je alleen nog op strandtent 'Zeerob' uit. Zeerob staat voor verse gerechten uit een gevarieerd menu, heerlijk zitten, lekkere muziek.

Er bestaat al jaren een strandcultuur in ons land. Nederland is een van de weinige landen waar strandtenten en -restaurants letterlijk op het strand staan. Dat maakt het een unieke ervaring. Aan de Belgische kust vind je geen stranttenten zoals bij ons. Wel heb je daar strandcabines aan de voet van de duinrand waar badgasten hun strandspullen uitstallen en lekker voor hun huisje gaan zitten. In Frankrijk en Spanje bestaan wel barretjes op het strand maar de equivalent van een Hollandse strandtent is er niet.

We lijken als (Nederlandse) natie in de loop van de jaren minder calvinistisch te zijn geworden; er mag nu meer worden genoten. En genieten doe je ook op het strand. Ik heb mij in de zomerse dagen rond Pinksteren echter verbaasd over het grote aantal mensen dat onbeschermd, dat wil zeggen zonder parasol uren lag te bakken in het hete zand. Het aantal roze- en kreeftrode ruggen en armen was niet te tellen, evenmin als de kinderen zonder petje of lange mouwen. Dat is niet mijn definitie van genieten! En zoals een Hollands orakel ooit zei: 'elk voordeel heb ze nadeel'... want huidkanker in Noord Europa neemt toe.

'Huidkanker, met name het melanoom (moedervlekkanker) komt veel vaker voor in het noordwesten van Europa dan in het zuiden en oosten. In het noordwesten neemt de sterfte vooral toe bij mannen van middelbare leeftijd en ouder. Waren er in het jaar 2000 in Nederland ongeveer 20.000 nieuwe patiënten met een eerste huidtumor, in 2015 zal dat bijna zijn verdubbeld door een stijging van 5-7% per jaar' (aldus Esther de Vries die in 2004 promoveerde op 'Trends en risicofactoren voor het melanoom van de huid in Europa').



Zelf beperk ik mij dus maar gewoon tot 'met de voetjes in het zand zitten', staren naar de ondergaande zon, naar een voorbijvarend schip of een ogenschijnlijk stuurloze vlieger. Tijd om de zonden te overdenken, onderuitgezakt in de juttersstoel, met de flip-flops onder het wankele tafeltje en mijn liefje aan mijn zij. Strandpaviljoen Zeerob is en blijft een leuke plek voor oudere jongeren, zoals wij.