Translate

Posts tonen met het label Wereldstad aan zee (Den Haag). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wereldstad aan zee (Den Haag). Alle posts tonen

maandag 25 oktober 2010

Rusvrije vakantie

Sinds enige tijd verblijven er Russische gasten in een grote villa op enige afstand van ons. Die villa is eigendom van een Belgische zakenman. Hij verblijft er soms zelf met zijn jonge Russische echtenote maar de villa, die van vele gemakken is voorzien (zwembad, tennisbaan, golf driving range, binnenhaven met speedboot en helicopterplatform) wordt regelmatig verhuurd. In villa's in Noord-Bali hebben we te maken met Rusland's nieuwe rijken. Genoemde gasten brachten een Russische kok mee naar Bali. Ze betalen naar verluid $1.000= huur per dag.

Uit een onderzoek onder Nederlanders in 2008 zou blijken dat zij Russen in het buitenland 'asociaal, arrogant en altijd dronken' vinden. Ik vond het opmerkelijk genoeg om erover te bloggen. De verklaring zou liggen in het feit dat Russen vanwege hun vroegere politieke isolement niet gewend zijn met andere culturen en nationaliteiten om te gaan. In die tijd kwam het verschijnsel 'Rusvrije reizen' op. Op de Kijkduinse camping kregen we in juni 2008 voor het eerst met Russische buren te maken. De twee ervaringen die mij bijbleven, zijn: er passen wel heel veel Russen in één partytent... en we werden uitgerookt toen ze de BBQ aanmaakten met hout dat ze sprokkelden in omliggende bossen.

Slechts 15% van de Russen gaat op vakantie naar het buitenland. Dat percentage zal in de komende jaren toenemen want Indonesië en Rusland gaan de banden aantrekken en wekelijks zal het aantal rechtstreekse vluchten gaan toenemen. Kasian!

Inmiddels maakten wij hier enkele luidruchtige feestjes mee: op twee avonden was het aantal decibellen dermate exorbitant dat wij en andere buren lagen te stuiteren in onze bedden. De eerste avond bleek 'de testavond' te zijn van de geluidsinstallatie van de speciaal ingevlogen disc jockey, de tweede avond was het geplande feest. Deze Russen zijn niet alleen rijk, ze zijn ook feestbeesten. Tot 4 uur 's ochtends schudden de villa's op hun grondvesten. Bij onze andere buren trilden de deuren in hun sponningen. Zij hadden in wanhoop en verbijstering hun huismanager uit bed gebeld.
Na uren afzien, besloot ik oordopjes in te doen. Het mocht niet baten. Het buitensporige gebonk was in mijn lichaam te voelen. Ongehoord. Orang gila! (Bahasa Indonesia voor 'gestoorde lui'.) Ik belde hun Balinese huismanager en deed mijn beklag. Ik bleek niet de enige: de politie van Seririt had de villa al bezocht. Niet dat het enig verschil maakte. Voor Russen die $1.000= per dag kunnen betalen, is 'compensatie' van Balinese politie-agenten een eitje.

Er is sprake van een enorm cultuurverschil. Russen gaan op vakantie om te genieten van hun vrijheid; dat gaat gepaard met veel eten, veel drinken, veel lawaai. 'Laat de rest de p maar krijgen', lijkt hun adagium. Wij komen hier voor onze rust en dat gaat niet samen! De geluidsoverlast breidde in de afgelopen dagen uit naar de namiddag. Tja, als je laat gaat slapen, sta je ook laat op. Dat geldt echter niet voor ons: ons ritme is semi-Balinees. De innerlijke klok loopt 's ochtends tussen 6 en 7 uur af. Op een middag vond ik het welletjes: ik liep over het strand naar de villa om een Rus op de aanhoudende geluidsoverlast aan te spreken. Het werd een Russin. Kennelijk was zij de enige die Engels spreekt. Ze stond mij poedelnaakt te woord. Ik vroeg haar of het muziekvolume voortaan beperkt kan blijven. “Ik wil graag zelf bepalen waarnaar ik luister. Bovendien is het normaal dat je rekening houdt met je buren. Doen wij ook.” En woorden van gelijke strekking. Excuses werden gemaakt, ze beloofden beterschap.

De ochtend erop werd er -tijdens onze afwezigheid- een fles Moët & Chandon Brut Imperial met briefje bij Elsa afgegeven. Eerst dacht ze dat iemand champagne aan de poort kwam verkopen. “Dank U, mijn bazen hebben geen interesse”. Het bleek echter een Rus te zijn die ons kwam 'compenseren'. Niet voor iets dat was geweest maar voor iets dat nog komen zou. Diezelfde avond was wederom allerbelabberds. De buren en wij lagen tot 3 uur 's nachts weer te schudden in onze slaapkamers. Wij zijn niet te lijmen met een fles, hoe mooi ook. Niet alles is te koop!

En afgelopen weekend was het dus opnieuw mis: geen idee wat er nu moest worden gevierd maar het was wederom 'party time'. Om 12 uur middernacht liep ik eens naar buiten om te zien wat er gaande was. Zwaar gebonk en een lichtshow. Onze beveiligingsman Made kwam mij tegemoet. Ik mopperde tegen hem en zei hem dat wij niet kunnen slapen. Een kwartier later bleken de Balinese beveiliging en de chauffeur van de buurvilla op de stoep te staan. Made was een praatje met zijn collega's gaan maken. Ze stonden met een grote doos bonbons, weer een fles en weer excuses. Ik vertelde hen dat ik niets meer van die кровавые русские wens te accepteren. Vannacht was het rustig, we konden weer even bijslapen.

vrijdag 7 mei 2010

Campinglife 2010-2020

Onze huidige verblijfplaats, camping Kijkduinpark is fraai gelegen: tegen de duinrand, op loopafstand van het strand en de boulevard van Kijkduin (deelgemeente Den Haag), naast de golfbaan, met altijd het geluid van de Noordzeebranding op de achtergrond en zilte lucht alom. De camping is een grote groene oase met ruime kampeerplaatsen. Kortom: alle randvoorwaarden voor een fantastische kampeervakantie zijn aanwezig. Maar wat gaat er hier regelmatig veel mis!

Op dit vakantiepark van organisatie 'Roompot', beheerder van 796 andere recreatieparken in binnen- en buitenland, is sprake van een chronisch gebrek aan beheer. En wat ik nóg erger vind: men begrijpt nog steeds niet hoe klantencontacten moeten worden onderhouden.
Facilitair schort er hier ook het een en ander aan: de sanitaire gebouwen zijn nog steeds onder de maat -ondanks jaarlijkse renovatieplannen-, het restaurant blijft ver onder het niveau van snackbar Ockenburgh, de vuilnisophaal laat wekelijks te wensen over en sinds enkele dagen hebben we nauwelijks of geen internetverbinding vanaf de eigen kampeerplaats.
Om in contact met de buitenwereld te blijven, moet ik mij thans begeven naar de kantine van de camping. (Anderen noemen dat restaurant.) Daar zit ik dan achter mijn computerscherm: in een schimmige hoek, bij het enig vrije stopcontact van het treurige, paarsverlichte zaaltje met snookeraars en eenarmige bandieten om mij heen. Het doet mij terugdenken aan mijn Haagse brugklasfeestjes. Dat was toen heel gewoon; nu is zo'n omgeving bloggeronwaardig. Nee, Roompot is zeker geen vetpot voor kampeerders!

Ondanks dat alles is en blijft kamperen leuk en is Kijkduin een plaats om te koesteren. De vraag is echter hoe lang die combinatie zal bestaan. Er is namelijk een rapport uitgebracht met de titel 'Masterplan Kijkduin, structuurvisie Den Haag 2020' met een zeer ambitieuze inhoud. Het dikke marketingdocument ziet er gelikt uit. Het kwam met € 1.000.000,= Europese subsidie tot stand. Met heel veel foto's en schetsen en in rijk jargon wordt in 134 bladzijden een beeld geschetst van het toekomstige Kijkduin. Dat lijkt in niets op de familiebadplaats waar ik als kind speelde en zwom, als volwassene een aantal jaren met veel plezier duurzaam in de duinen woonde en die ik nu als kamperend toerist in eigen Vaderland jaarlijks bezoek.

De plannen moeten 'de ruwe diamant Kijkduin in 2020 volop laten schitteren', aldus het rapport. Wereldstad Den Haag heeft twee badplaatsen: 'het drukke, bruisende toeristencentrum Scheveningen met attracties en een uitbundig uitgaansleven en dat andere Den Haag aan zee: Kijkduin'. Aldus het trotse gemeentebestuur. Daar begint het al: je moet wel enorme oogkleppen dragen om Scheveningen bruisend te noemen... Ik vind die badplaats eerder toonbeeld van gebrek aan visie, betonrot en patatcultuur!

Het uitgangspunt voor het Masterplan is dat Kijkduin groen en stijlvol blijft, aldus het college van de burgemeester en zijn wethouders. Een prachtig streven maar hoe wordt dat ingevuld als er in de volgende zin staat dat het woningaanbod 'wordt uitgebreid met maximaal 1.000 woningen'?! Waar zullen de SUV's en Toyota's Prius van nieuwe inwoners en bezoekers gaan parkeren? Niet alleen in nieuw te bouwen onder- en bovengrondse parkeergarages waarvoor straks dik zal moeten worden betaald. Men zal ook op, onder en tussen het fraaie groen (moeten) gaan staan. Maar wel stijlvol, als ik het rapport mag geloven.

Ik ben erg voor verandering maar niet elke verandering is persé een verbetering. Ik vermoed dat er in het toekomstige Kijkduin weinig ruimte zal overblijven voor 'verblijfsaccomodatie in de meer economische sector', zoals men het eufemistisch uitdrukt in het rapport. Wat een stijlbloem! In gewoon Nederlands betekent het dat kamperen in Kijkduin in de toekomst weleens onmogelijk kan worden. Kampeerders hebben geen recht op zee meer!

In het rapport wordt vaak gesproken over 'bungalowpark Kijkduinpark', daarmee de campingfaciliteit van het park buiten beschouwing latend. Een voorteken? Men schrijft dat het huidige recreatiepark weliswaar zal worden gehandhaafd maar dat het zal worden 'geherstructureerd tot een meer hoogwaardig recreactiepark'. Op het hoogwaardige na (ô ironie) is dit geen nieuwe visie. Een dergelijke herstructurering is hier namelijk al jaren aan de gang: het grondgebied van de oorspronkelijke camping Ockenburgh werd kleiner en kleiner en op enig moment werden toercaravans niet meer toegestaan op vaste staanplaatsen. Fantasieloze kunststoffen standaardchalets werden de norm. Ook het terrein van de toercamping werd in de loop van de jaren kleiner: steeds meer campinggrond werd ingenomen door houten chalets, zogenaamde 'white camp cottages' en 'duingalows' (inhoud 40-65m²). Eentonigheid en lelijkheid troef. Daaraan verdient de eigenaar van het park veel meer geld; dergelijke accomodatie kan immers gedurende het gehele jaar worden verhuurd terwijl campinggasten vooral in de lente- en zomermaanden met hun huis-op-wielen naar het park komen.
Deze roompot stroomt al jaren niet over van liefde voor kampeerders. Hoe dat in 2020 zal zijn? Ik verwacht niks nieuws onder de Kijkduinse zon.



zondag 18 april 2010

Zand, wind, water

De vulkaanuitbarsting op IJsland op woensdag jongstleden was in de afgelopen dagen ook goed merkbaar en zichtbaar aan de Zuidhollandse kust. Merkbaar is de stilte in het luchtruim boven de camping. Normaliter vliegen de eerste vliegtuigen 's ochtends vroeg over. Ik hoor ze dan en draai mij nog eens om in mijn comfortabele bed. Nu is het al dagen stil, afgezien van het vele vogelgekwetter bij zonsopgang.
De KNMI-meteorologen verwachtten in de afgelopen dagen opvallend rode zonsop- en ondergangen doordat de IJslandse asdeeltjes de kleur van de zon voor het oog veranderen. Ze bleken het eindelijk goed te hebben: wij zagen de zon in de afgelopen dagen rozerood de zee in zakken. Dat is op zich geen vreemd verschijnsel in de zomer maar het is wel bijzonder in de lente. Tja, wij hebben ons te schikken naar de grillen van de natuur.

Er is momenteel sowieso veel te zien en te beleven op de stranden rondom Kijkduin. Na aankomst op de camping liepen wij over het strand en zag ik grote hoeveelheden 'vreemde' schelpen liggen. Het betrof een enorm aantal scheermessen, grote oesterschelpen en sand dollars. De piepkleine, witte sand dollar (zie foto) is een kale zee-egel die je aantreft in laag water. De schelpen komen weliswaar op het noordelijk halfrond voor maar ik vond ze tot nu toe vooral op stranden in de Verenigde Staten; niet in Nederland en zeker niet in dergelijke hoeveelheden.
Wat ik ook voor de eerste keer zag rondom de golfbrekers aan het strand van Kijkduin, waren een grote zwerm drieteenstrandlopers (foto) en een kleine zwerm scholeksters. Dat is niet verwonderlijk met zoveel lekkers in de branding... Nederland en de gemeente Den Haag hebben grootse plannen met dit gebied. Men wil hier Wereldstad aan Zee worden.

Om dat te bereiken, zullen in de komende jaren grote werkzaamheden op de stranden en in zee gaan plaatsvinden. Zo wordt momenteel op het strand van Ter Heijde grootschalig zand opgespoten. De 'Combinatie Delflandse Kust' (Boskalis & Van Oord) begon op 2 april jongstleden bij strandopgang Schelppad met het opspuiten van zand voor het verbreden van duinen en strand. De combinatie werkt deze maand zuidwaarts richting strandopgang Molenslag. Een deel van het strand is door de werkzaamheden tijdelijk niet toegankelijk. Wij liepen met het gezicht in het zonnetje zuidwaarts over het strand naar genoemde plek waar we door een hek en waarschuwingsborden werden tegengehouden. Ik sprak daar met een beveiligingsman van het project: op 15 kilometer uit de Zuidhollandse kust wordt door een Boskalis-schip, een zogenaamde 'sleephopperzuiger', zand van de Noordzeebodem opgezogen. De zuigbuis heeft een diameter van 1 meter. Het opgezogen zand wordt vervolgens met hulp van het kleinere Van Oord-schip gekoppeld aan de permanente pijpleiding die vanaf het strand de zee inloopt. Van daaruit wordt grof en fijn zeebodemzand op het strand en in de duinen aangebracht. Een intrigerend gegeven. Immers, wat ligt daar niet allemaal.?!

Eerder las ik in een krant over bijzondere vondsten die amateur-biologen tijdens die opspuitingen deden op het strand van Ter Heijde. De jonge onderzoeker in mij liep dus met ogen-op-steeltjes over het betreffende strand. Nu doe ik dat al ongeveer 40 jaar dus in de loop van die jaren bouwde ik een zogenaamd 'zoekbeeld' op waardoor je snel dingen kunt opmerken. Het verbaasde mij dan ook niet dat ik een vondst deed: ik vond een zwart bot (fossiel). Inmiddels heb ik op basis van een foto een verzoek tot determinatie gericht aan een medewerker van Naturalis, het Natuurhistorisch Museum in Leiden. Daar heeft men een sectie 'Vondsten van de Noordzeebodem'. Ik ben zeer benieuwd wat ik krijg te horen. Wat het ook is, de pret van het vinden neemt men mij niet meer af. Wordt vervolgd.



vrijdag 11 juli 2008

Viswijffies

Het meest recente bezoek dat wij aan Scheveningen brachten, was een tegenvaller (zie blog van 27 april 2008). In de Volkskrant las ik vandaag echter een artikeltje over een gestrande potvis in Scheveningen. Grote zeezoogdieren kunnen toch al mijn warme belangstelling rekenen dus hiervan moest ik het mijne weten! En wat bleek? Er ligt een neppotvis op het strand: het dier is niet van vlees en bloed maar van hout, aluminium en polyester. Het is een kunstwerk van twee ton en het project is opgezet door het Belgische kunstenaars-collectief 'Captain Boomer' (naar een figuur uit het verhaal over Moby Dick). De Belgische kunstenaar Zephyr, pseudoniem van Dirk Claessen, maakte deze bijna levensechte reconstructie in opdracht van Muzee Scheveningen en Den Haag Marketing (van wethouder Frits Huffnagel). Het 18 meter lange kunstwerk wordt zaterdag 12 juli naar het Muzee getakeld waar het nog een maand op zicht blijft. De laatste keer dat er echte potvissen op de stranden van Scheveningen en Kijkduin te zien waren, was in 1995 toen daar drie potvissen aanspoelden. Ook toen waren ze helaas dood. Ik herinner mij nog die vreselijke lucht die toentertijd rond het strand hing en die al van ver was te ruiken.

Om de ervaring compleet te maken, had de Belgische kunstenaar de lucht ook bij zijn kunstwerk gereproduceerd. We waren met straffe wind heengefietst -bij zo'n dag hoort stevige westen- c.q. zuidwesterwind- en we zouden op de terugweg tegenwind krijgen. We deden dus eerst een terrasje aan om ons moed in te drinken. Het eerste dat ik zag toen ik het terras op wandelde, was een groepje vrouwen in traditionele Scheveningse klederdracht. Ook zij zaten aan een drankje en waren in een geanimeerd gesprek verwikkeld. Ik moest gewoon op ze af: ze zaten zó mooi te zijn met hun vieren! En natuurlijk mocht ik een foto van hen maken. Er werd mij verteld dat het zo maar de laatste keer kon zijn dat ik dit zou zien en zij wilden graag worden vereeuwigd.


Halverwege de route zijn we afgestapt bij 'vishandel & kwaliteitsrokerij Simonis' om een vers visje te verorberen. We voelen ons op zo'n dag tenslotte echte viswijffies... Tout Scheveningen komt hier van vis genieten: de Bals, de Devilees, de Toeten, de Pronks, de Spaansen, de Van der Zwans, de Simonissen, één Chinees gezin dat grootschalig aan de Hollandse Nieuwe met uitjes ging en Wij. Je krijgt er veel waar voor je geld... zo kon ik mijn 24 gewokte garnalen met knoflook niet op! Tijdens het wachten op de bestellingen werden mooie, authentieke zwart-wit films gedraaid van de vroegere Scheveningse haringvisserij. Vandaag was Scheveningen zo gek nog niet.

maandag 23 juni 2008

Robbie's Haring

Al vele zomers achtereen gaan wij voor onze nieuwe haring naar "Robbie's Haring", Den Haags beroemdste haringkar met de allerlekkerste verse haring. De kar staat op de hoek van de Frederik Hendriklaan ('De Fred' voor ingewijden) en de Bentinckstraat. De leus op het visitekaartje is: 'de lekkerste achter de duinen' en daaraan is werkelijk NIETS teveel gezegd. Voor Robbie's maatjes fiets ik graag een blokje om. Het gaat zelfs nóg verder: onlangs heb ik een handig koeltasje voor aan mijn fietsstuur aangeschaft zodat ik de haringen nu ook voor de thuisblijvers onder de juiste omstandigheden kan vervoeren.

Op 3 juni ging het Nieuwe Haring-seizoen traditioneel van start met de 24ste veiling van het eerste vaatje 'Hollandse Nieuwe' in Scheveningen. Voor de verwerking van haring tot Hollandse Nieuwe moet de vis goed vet zijn en op typisch Nederlandse wijze zijn gekaakt en gepekeld. Het rijpingsproces resulteert in de echte Hollandse Nieuwe.
Het vaatje met de beste kwaliteit Hollandse Nieuwe werd aangevoerd door rederij Jaczon en het eerste vaatje ging voor €55.000,= van de hand. De cheque was dit jaar voor het Fonds Psychische Gezondheidszorg dat onderzoek gaat financieren naar de rol van voeding bij voorkoming van depressies. De haring zit barstensvol omega-3 vetten die een aantoonbaar gunstige invloed hebben op onze hersenen. Ze helpen onder meer bij voorkoming van dementie, ADHD en concentratieproblemen.
Dit jaar lijkt voor de Hollandse Nieuwe heel goed te zijn begonnen, hetgeen volgens de deskundigen te danken is aan het mooie weer in april en mei. Er was veel plakton in de zee aanwezig waardoor de haring zich goed vet heeft kunnen eten.

Kees Fens, de essayist, literatuurcriticus en erudiete columnist van De Volkskrant die vorige week op 78-jarige leeftijd overleed, bleek een groot haringliefhebber te zijn. Hij liet er met het grootste gemak 17 per week zijn keel in glijden maar moest dit aantal op enig moment op doktersadvies terugbrengen tot zo'n zeven per week. Je kunt het kennelijk toch overdrijven...

Er is voor mij maar één manier om Hollandse Nieuwe te eten en dat is aan de kar, met het hoofd achterin de nek en de haring mèt uitjes, bungelend aan de staart voor mijn neus. En dan maar afhappen, tot aan de staart want daar stopt het wat mij betreft. Er zijn mensen die zelfs de staart verorberen maar die zijn vast in hun vorige leven zeerob geweest...

Robbie's haringen zijn mooi vet, heerlijk mals en zilt en hebben een fraaie kleur: zilver aan de buitenkant en roomblank, met een beetje roze van binnen. Robbie is een vakkundig schoonmaker waardoor je zelden graatjes proeft. Er staat doorgaans wel een rij wachtenden dus je moet aansluiten en geduld hebben. Robbie maakt de haring namelijk pas schoon op het moment dat 'ie aan de kar wordt besteld; geen haring ligt bij hem schoongemaakt op de eter te wachten. Op deze manier ligt het eetmoment het dichtst bij het moment van schoonmaken en dat geeft de verse smaak.

Maar het gaat aan de kar bij "Robbie's Haring" niet alleen om het Oudhollandse ritueel van verse, rauwe vis eten (want dat is het). Bij Robbie langsgaan, is zoiets als een gezellig buurtfeestje aflopen of een plaatselijke krant uitlezen. Je komt er goed gemutst en helemaal bijgepraat vandaan! In de wachtrij kom je de leukste en interessantste mensen tegen en er is altijd gesprekstof genoeg.

Op steenworp afstand van de haringkar vind je op de Fred een soort lunchroom waar snacks en broodjes worden verkocht, genaamd 'Stip'. De eigenaar van de winkel verkoopt ook haring die hij zelf buiten schoonmaakt. We zijn één keer overspelig geweest op maandag (de enige dag in de week waarop Robbie's haringkar niet aanwezig is) maar dat was een grote vergissing. We hadden er direct spijt van en hebben onze misstap de eerstvolgende keer eerlijk aan Robbie opgebiecht. Zijn reactie was: 'zand erover... ieder mens maakt fouten!' Het is niet alleen een fantastische haringman maar ook een vergevingsgezind mens. Waar vind je dat nog?!

Ik wacht met spanning op de Nationale Haringtest die het AD ook dit jaar weer zal organiseren. Kijken wie er nu weer een nul heeft gekregen van de jury, zoals vorig jaar gebeurde (Vishandel Bal in Groenlo).
Voor mij maakt het allemaal niets uit: wij hebben Robbie!

dinsdag 13 mei 2008

Blote voeten in het zand

Toen wij zelf nog in Kijkduin woonden, gingen we zomers regelmatig 'het duin over' om voor het slapengaan een borreltje te drinken op het strand. Waren de ouderwetse strandtenten overdag druk bezocht door dagjemensen, 's avonds laat waren we daar met een handjevol badplaatsbewoners en dan luisterden we, tevreden nippend aan ons glas, naar 'Die Vier Letzte Lieder' van R. Strauss of naar de zwoele klanken van Café del Mar, met de blote voetjes in het zand.

In Kijkduin had je in die tijd de keuze uit twee ouderwetse strandtenten: je ging naar Sjarrel van 'Bang on the Beach' of je ging naar 'Zeerob'. Ze liggen min of meer naast elkaar. Als je nu googelt op 'Bang on the Beach', kom je uit bij 'Beachclub People'. Sjarrel heeft zijn tent verkocht en die is inmiddels verbouwd tot trendy strandrestaurant People waar nu een heel ander publiek dan voorheen neerstrijkt. Daar is niks mis mee want er is voor iedereen een plek onder de zon. Maar als je 'full moon beach festival' of 'trans/Goa beach party' intypt, komt je alleen nog op strandtent 'Zeerob' uit. Zeerob staat voor verse gerechten uit een gevarieerd menu, heerlijk zitten, lekkere muziek.

Er bestaat al jaren een strandcultuur in ons land. Nederland is een van de weinige landen waar strandtenten en -restaurants letterlijk op het strand staan. Dat maakt het een unieke ervaring. Aan de Belgische kust vind je geen stranttenten zoals bij ons. Wel heb je daar strandcabines aan de voet van de duinrand waar badgasten hun strandspullen uitstallen en lekker voor hun huisje gaan zitten. In Frankrijk en Spanje bestaan wel barretjes op het strand maar de equivalent van een Hollandse strandtent is er niet.

We lijken als (Nederlandse) natie in de loop van de jaren minder calvinistisch te zijn geworden; er mag nu meer worden genoten. En genieten doe je ook op het strand. Ik heb mij in de zomerse dagen rond Pinksteren echter verbaasd over het grote aantal mensen dat onbeschermd, dat wil zeggen zonder parasol uren lag te bakken in het hete zand. Het aantal roze- en kreeftrode ruggen en armen was niet te tellen, evenmin als de kinderen zonder petje of lange mouwen. Dat is niet mijn definitie van genieten! En zoals een Hollands orakel ooit zei: 'elk voordeel heb ze nadeel'... want huidkanker in Noord Europa neemt toe.

'Huidkanker, met name het melanoom (moedervlekkanker) komt veel vaker voor in het noordwesten van Europa dan in het zuiden en oosten. In het noordwesten neemt de sterfte vooral toe bij mannen van middelbare leeftijd en ouder. Waren er in het jaar 2000 in Nederland ongeveer 20.000 nieuwe patiënten met een eerste huidtumor, in 2015 zal dat bijna zijn verdubbeld door een stijging van 5-7% per jaar' (aldus Esther de Vries die in 2004 promoveerde op 'Trends en risicofactoren voor het melanoom van de huid in Europa').



Zelf beperk ik mij dus maar gewoon tot 'met de voetjes in het zand zitten', staren naar de ondergaande zon, naar een voorbijvarend schip of een ogenschijnlijk stuurloze vlieger. Tijd om de zonden te overdenken, onderuitgezakt in de juttersstoel, met de flip-flops onder het wankele tafeltje en mijn liefje aan mijn zij. Strandpaviljoen Zeerob is en blijft een leuke plek voor oudere jongeren, zoals wij.


zondag 27 april 2008

Scheveningen, vergane glorie

We dachten: ‘vooruit, we moeten Scheveningen maar weer eens aandoen’. Tijdens de zomer van vorig jaar hadden we een uitstapje naar de Scheveningse boulevard gemaakt omdat daar op dat moment de fototentoonstelling ‘Planet Ocean’ van fotograaf Dos Winkel was opgezet die we met veel plezier en aandacht hadden bekeken. Zolang we naar de foto’s keken, was er niets aan de hand maar zodra je opkeek, kwam de lelijkheid van de omgeving en van de omstanders je tegemoet.

Dit weekend was dat helaas niet anders. Het leek wederom of de ‘Vereniging van Onverzorgde Personen’ (VOP) met hun allen een excursie naar de Scheveningse boulevard hadden gemaakt! Nu is Scheveningen bij velen bekend om haar patatcultuur maar er is natuurlijk ook veel fraais te bezichtigen. Zo is de architectuur van het Kurhaus Hotel nog steeds de moeite van het bekijken waard, mag het museum ‘Beelden aan Zee’ niet op je lijstje van te bezoeken musea ontbreken en kun je heerlijk met je voetjes in het zand genieten van uitzicht en frisse zeelucht… Mits je maar op gepaste afstand blijft van een patat- of viskraam.

We dachten: ‘kom, laten we eens gaan lunchen bij een van de nieuwe strandtenten’. We kozen deze keer voor ‘Blue Lagoon’. Op de website van dit strandrestaurant staat vermeld dat:

de relaxte en 'loungy' ambiance van Blue Lagoon u in hogere sferen brengt! ‘Op onze locatie langs de boelevard van Scheveningen kunt u genieten van onze goede service, het prachtige uitzicht en onze uitgebreide menukaart met zowel vlees- als visgerechten.’

Het interieur is inderdaad smaakvol, met frisse kleuren, aardige materialen en veel boeddha's (die zijn vast voor die hogere sferen). Het meubilair ziet eruit alsof je lekker lang kunt natafelen. Het bestelde gerecht en de bediening maakten echter dat we zo gauw mogelijk wilden opstaan en weggaan! Zo verging het ons: na enig aanhouden van onze kant lukte het de aandacht van iemand van het bedienend personeel te trekken, terwijl wij toch echt niet van de VOP-excursie zijn.
We bestelden twee glazen Spaanse rosé bij alweer een ander personeelslid (voor € 6 per glas, mooie kleur en goede smaak) en -we verloochenen onze afkomst niet- een ‘tapasschotel van de chef’ (voor € 16,90) waarbij ons werd verteld dat vier soorten tapas worden samengesteld door de chef. Dat schept verwachtingen!

Toen het bord op tafel kwam, viel één ding onmiddelijk op: alle tapas waren van dezelfde soort (=vlees) en zagen er vormeloos, fantasieloos en saai uit. Zo bleken de hapjes ook te smaken. In een van de vier bakjes lag iets ondefinieerbaars dat we zelfs maar niet eens hebben geproefd. Dergelijke tapas zou je op een inspiratieloze kookmaandag in een slechte bui uit de gewone supermarkt kunnen meenemen. Dat hebben we ‘het management’ bij vertrek zeker laten weten. Doorgaans zeur ik niet over een dergelijke ervaring: je slikt het weg maar keert er niet terug. ‘Het spijt ons’ kwam niet in het vocabulaire van de leiding van deze strandtent voor; men had meer aandacht voor de terloopse opmerking dat ik er hoogstwaarschijnlijk een geschreven stukje aan zou gaan wijden, dit weekend… ('Waarin?') Y ya!
Komen we terug? Nee dus.