Translate

vrijdag 30 november 2012

Mister Wong was wrong

We zijn velig in Kota Kannibali geland. De vliegreis naar Borneo verliep goed al hadden we heftige turbulentie tussen Alicante en Barcelona en was het vertrek vanuit Barcelona, de daaropvolgende dag, sterk vertraagd. Waarschijnlijk een Spaanse stiptheidsactie?! Even leek het dat we onze aansluitende vlucht niet zouden gaan halen; we hadden theoretisch anderhalf uur om van de terminal 1 naar terminal 2 te gaan. Die tijd verdween in Barcelona als sneeuw voor de zon. De purser van Singapore Airlines kondigde ons in een vroeg stadium aan dat we wellicht een nachtje in Singapore zouden moeten verblijven... Er ging immers slechts één aansluitende vlucht per dag naar Borneo.
Dat scenario bleek niet nodig, tot onze opluchting. De wind was ons gunstig gezind en de piloot deed goed werk. We kwamen zelfs 15 minuten voor ETA aan. Op ons gemak liepen we dan ook van de ene naar de andere terminal van Changi Airport. Dat was weleens anders!

Na inchecken troffen we een tamelijk grote kamer, twee ruime bedden, een schone inloopdouche en een goed werkend wifi-systeem aan. Bloggen kan dus vanuit het nieuwe huis. Saya senang. Na een ommetje door de buurt besloten we tot een power nap. Na drie uur riep de wekker ons terug naar bewustzijn. We kleedden ons aan en verkenden de wijdere omgeving. Daar ons hotel in Kota Kannibali aan de westkust staat, met zicht op de Zuid-Chinese Zee, aanschouwden we een prachtige zonsondergang vanaf de boulevard.

Daarna gingen we op zoek naar een restaurant voor een klein avondgerecht. Het is niet druk in de stad. En we zien weinig Europese toeristen; overigens wel veel Aziaten. Na circa 24 uur zitten en eten in een vliegtuig, hadden we beiden niet veel zin in een uitgebreid diner. Een kleine portie saté paste precies. We stelden het slapengaan zo lang mogelijk uit. Het is immers belangrijk snel in het plaatselijke ritme te komen. (We hebben zeven uur tijdverschil met Spanje.) We sliepen in met een slaappil; dat doen we doorgaans nadat we zijn aangekomen in dit soort verre oorden. Vanmorgen liep de wekker om 7 uur af. Ik sprong fris uit -een zeer comfortabel - bed. De nieuwe dag kon beginnen! Het ontbijt was precies gepast en voor ieder wat wils.

We liepen door het stadje en vonden een van de 105 Starbuck’s in Maleisië voor een smakelijke kop koffie. Daarop togen we naar het 'Muzium Sabah', het Sabah State Museum dat in alle reisgidsen sterk wordt aanbevolen. De teksi van de Chinees Pak Wong bracht ons ernaar toe. Het staatsmuseum is een bezoek zeker waard. 
Het grote gebouw is in de typische stijl van Borneo gebouwd. Het museum heeft veel bezienswaardigs van binnen: mensengeschiedenis, culturele tradities, opgravingen, diervondsten, traditionele en moderne kunst en wat dies meer zij. We vermaakten ons goed. We bezochten daarna het belendende Heritage Village met bouwstijlen van de diverse bevolkingsgroepen van Borneo en liepen via een hangbrug van de ene kant van de rivier naar de andere. Onze eerste hangbrug. Ik denk dat er nog vele zullen volgen...

Bij het uitstappen uit de teksi gaf Pak Wong ons zijn visitekaartje met de woorden: bel me maar als je klaar bent. Dan kom ik je weer ophalen”. Hij was ervan overtuigd dat een medewerker van het museum wel bereid zou zij hem voor ons bellen. Hij had het niet bij het juiste einde. Niemand in en om het museum was daartoe bereid... We moesten maar wachten op de eerste de beste taxi die zich aandiende. Maar ja, het was vrijdag rond het middaguur en de imam riep.
Het duurde dus even maar er kwam uiteindelijk een andere teksi, met een Indiase chauffeur die zich geen raad wist met mijn aanwijzingen; niet in het Engels en niet in Bahasa Indonesia. Na lang soebatten kwamen we op een gewenste plek in het dorp uit. Daar lunchten we aan het water, met zicht op de vele traditionele vissersboten.

Ik dacht dat we pas volgende week aapjes zouden gaan kijken. Tidak! Mijn liefje, een kapperfetisjist van de bovenste plank, kon niet wachten tot ze in een Borneose salon onder handen zou worden genomen. Terwijl ik zat te typen, werd zij geknipt. Gekortwiekt is echter een betere beschrijving. Ze was in 15 minuten op de hotelkamer terug, met een zwaar gemillimeterd koppie. Zij trok zelf op enig moment aan de bel; anders had ze het uiterlijk van een monnik (spreek uit: monkie) gehad…

Afgezien van dat missertje, lijkt het alsof de jetlag ons weinig parten speelt. Dat is heel prettig. Morgen gaan we een bijzondere reis maken in de traditionele tjoektjoek van de Northern Borneo Rail. We gaan aan boord van een stoomlocomotief uit de koloniale tijd. Vroeger heette het de Trans-Borneo Railway, aangelegd in 1905 om rubber van de binnenlandse plantages te transporteren naar de kust. Het behelst een rit van circa 6 uur langs rijstvelden en pittoreske Borneose dorpen. Met ontbijt en lunch aan boord.
Vooral mijn liefje, ex-NS, verheugt zich enorm op dit uitje. Als het niet al voor haar zou zijn, dan zouden we deze rit zeker ook maken voor onze goede vriend Richard, de treinenenthousiasteling en goede fotograaf die al jarenlang in Nederland de Treinenbijbel schrijft… Over Europa. Wij zijn dan ook van mening dat het  hoog tijd is dat hij zijn blik verruimd!

Op zondag gaan we snorkelen in het 'National Park Tunku Abdul Rahman', gelegen voor de kust van Kota Kannibali. Een nieuw online album is beschikbaar.


zondag 25 november 2012

Goodbye, Hello

Als er één ding is dat mij hier thans opvalt, is het de herstelde bouwlust. Als ik uit het zijraam kijk, zie ik een horizon die mij sterk doet denken aan mijn laatste baan. Ik werkte destijds mee aan de bouw van Terminal 5 op luchthaven Heathrow (Londen). Toentertijd was het de grootste bouwput van Europa.

Ook hier verrezen recent ettelijke bouwkranen. Ze torenen boven alles uit; ik telde er 10. In Villamartin sloeg de bouwlust onlangs weer in alle hevigheid toe. Ik bekeek de bouwputten van dichtbij. De huizen en appartementen die er reeds stonden, verloren met de nieuwbouw veel van hun privacy of uitzicht. Sommige huizen verloren zelfs al het uitzicht; een groot aantal staat inmiddels te koop. Toegevoegd aan de miljoenen woningen die hier al zielloos staan... Heeft men dan niets geleerd? Die nieuwe huizen en appartementen, met beperkte inhoud en lage vraagprijzen, worden in mijn beleving bovenop elkaar gebouwd. In sommige appartementsblokken kun je met een beetje lef van het ene balkon naar het andere springen. Wie wil nu zó wonen, vroeg ik mij in verbijstering af?!

De Costa Blanca werd ooit bestempeld als het Florida van Europa. Men verwachtte dat de gezonde lucht, het milde klimaat en de voorzieningen alhier veel 'oudere jongeren' uit Noord-Europa zouden aantrekken. Dat bleek zo te zijn al vertrokken er weer velen door de financiële crisis. Een crisis, die in Spanje harder toesloeg vanwege de jarenlange tomeloze bouwdrift. De Spaanse overheid wil nu nóg een stap verder gaan en bedacht een nieuwe stimuleringsmaatregel: mensen van buiten Europa krijgen bij aanschaf van een huis of appartement met een aankoopprijs van meer dan € 160.000 een verblijfsvergunning. Daarmee worden vooral kopers uit Rusland en Azië aangemoedigd in Spanje te gaan investeren. Wellicht nog even en dan ligt Little Asia op een uurtje rijden van hier?!

We verruilen dit Spanje binnenkort voor Borneo, beroemd om de biodiversiteit op de grond en onderwater. De Borneo Post was in de afgelopen een rode draad in mijn blogs; dat zal de komende weken zo blijven, als het aan mij ligt. Wekelijks staat er wel iets verrassends in die krant.

Deze week las ik met veel interesse over het 'Strategic Crocodiles Management Plan'. In de provincie Sarawak (zuidelijk deel van Maleis Borneo) is men begonnen met de uitvoering van dat plan. Het plan behelst het krokodilvrij maken van waterwegen die ook intensief worden gebruikt door mensen. De dieren worden niet gedood. Krokodillen zijn beschermd in Maleisië, volgens de Wild Life Protection Ordinance van 1998. Overtreders van deze regelgeving kunnen rekenen op een maximum geldboete van RYM 10.000 (€ 2.500) en een jaar gevangenisstraf voor het opjagen, doden, houden, verkopen of eten van krokodillen.

Met een beetje goede wil zou je de uitvoering van het plan onvrijwillige migratie van de krokodil kunnen noemen. Men begint in de directe omgeving van Damai Beach, een bestemming op onze reislijst. En de uitloop van de rivier Kinabatangan wordt genoemd. Ook op de lijst. We zijn gewaarschuwd! Zwemmen met Irrawaddydolfijnen zit er dus tijdens deze reis niet in. Het deed mij terugdenken aan onze eerste rondreis door Australië, in 2005. Nog nooit zwommen we zo weinig in zee, onder andere vanwege zoutwaterkrokodillen!
Waarheen deze migratie de dieren brengt, werd niet vermeld...

Tja, ieder landje heeft zijn duistere kantje, zakmaarzegguh.

De reistassen zijn gepakt; tesamen wegen ze iets meer dan 20 kilo. Good job! Normaliter vliegen we naar Azië vanuit Londen. Deze keer doen we het anders. We reizen eerst met een Spaanse vliegmaatschappij naar Barcelona en vertrekken van daaruit naar Singapore. Onze laatste bijdrage aan de Spaanse economie voor 2012. Later deze week zullen we in Borneo aankomen. Leo Dovente. Dan pak ik de blogdraad graag weer op. Bring it on!


woensdag 21 november 2012

Finaleweek

De regelmatige lezer weet dat ik als thuiskok erg enthousiast ben over het kookprogramma Masterchef Australia. Ik bekijk het al zolang als het bestaat. De huidige jaargang, Masterchef Australia 2012, volg ik ook op de voet; ons avondschema wordt ervoor aangepast. Maar niet meer voor lang; we zijn namelijk in de finaleweek beland. Als ik het goed inschat, zal de strijd om de eerste plaats vóór mijn aanstaande vertrek zijn afgerond. Op het moment van typen zijn Mindy, Audra, Julia en Andy nog in de race. Ik weet nog steeds niet wie Masterchef Australia 2012 zal worden. Ik zet in op mijn long-time favorieten Mindy of Audra die beiden een constant hoge kwaliteit van koken lieten zien. Andy is echter aan een sterk offensief bezig, met een beetje (extra) stimulans van de jury. Het feit dat de dames Mistresschefs zijn van Aziatische gerechten spreekt in hun voordeel, wat mij betreft.

Food is an expression of love.Het was de leuke lerares Alice Zaslavsky met de grote bril die deze zin uitsprak. Ik ben het geheel met haar eens. Alice viel vorige week af tijdens een eliminatieronde. De deelnemers moesten koken voor hun geliefden die uit heel Australië waren afgereisd naar de kookstudio in Sydney. Het betreffende familielid mocht zijn of haar favoriete gerecht noemen en de amateurkok zou het dan bereiden. Alice’s vriend Nick vroeg om een lamsgerecht. Zij maakte het en hij vond het heerlijk. In tegenstelling tot de jury. Daarmee kwam een einde aan haar competitie.
Zo kan de voorkeur van je geliefde je zomaar de kop kosten?! Ook ik kook graag voor vrienden en familie... Liefde van de mensen die wij kennen gaat vaak door de maag.

In de afgelopen periode bereidde ik veel nieuwe gerechten voor mijn liefje en anderen: asperges met gepocheerd ei, gevulde inktvis, verse mango met wittechocoladejoghurtsaus, raita mèt, verse gazpacho en zelfgemaakte salmorejo, konijnschotel, zelfgebakken broden, vegetarische empanadas (met een handige mal die altijd werkt), rijstpapierrolletjes, enzovoort. 

Veel van Ferran Adrìa, Spanje’s Masterchef, het een en ander van Masterchef Australia en een beetje van muzelluf. De boog stond niet altijd gespannen; gouwe-ouwe en 'metdeogendichtrecepten' kwamen evenzeer aan te orde. 
Wijzelf zijn in de finaleweek van Spanje 2012 aangekomen. Het was een, voor ons doen, lang verblijf: ruim 6 maanden op 1 honk, met af en toe een uitstapje binnen de landsgrenzen. Dat alles beviel goed.

Nog even en we reizen af naar Borneo. Ik zal de komende maanden niet -behoeven te- koken. Al vind ik koken erg leuk, het is bevredigend om voorlopig alleen te mogen proeven. En dat het een inspirerend Aziatisch preuvenement wordt, moge duidelijk zijn! Onze eerste verblijfplaats in Maleisië, Kota Kinabalu (regio Sabah), staat bekend om zijn vele fantastische eethuizen en restaurants. Mijn liefje versprak zich onlangs. Kota Kinabalu werd bij haar Kota Kannibali. Ik vond deze aanduiding dermate leuk dat we die voorlopig aanhouden. In de regio Sarawak gaan we overigens kennis maken met de nazaten van koppensnellers: de Dajaks.

Ik kijk uit naar nieuwe Aziatische culinaire ervaringen. Ik neem mij vooral voor vaak schaal- en schelpdieren te gaan eten maar voor een smakelijk vegetarische gerecht loop ik graag een straatje om. Mijn opgebouwde kennis van Bahasa Indonesia zal mij in de komende maanden hopelijk helpen bij het maken van de juiste keuzen op gebied van voedsel. Anders moet a-Coke-a-day ons uit de gevarenzone houden. Als die drank schroeven kan losweken, moet het die enkele bug in maag of darm toch ook onschadelijk kunnen maken?!

We kregen tevens een tip over het proberen van stir fried midin. Midin is een wilde varen die alleen in de jungle van Sarawak groeit. Datzelfde geldt voor Sarawak Laksa, een gerecht uit de zuidelijke provincie van Borneo. Het is kennelijk een pittig gerecht. Wellicht tè pittig voor mijn liefje wier smaakpapillen geen hete ingrediënten kunnen verdragen. Ook voor haar blijft er echter genoeg te kiezen. Ik vond een site met de 25 beste nationale gerechten die worden aanbevolen. Van lekker eten wordt een mens gelukkig.

In de Borneo Post las ik dat er recent een wereldwijd onderzoek was gedaan door het Earth Institute van de Universiteit van Columbia in samenwerking met een Engelse en Amerikaanse universiteit naar de stand van World Happiness. De organisatie bracht een rapport van 170 bladzijden uit dus er valt veel over te melden. Goede lichamelijke en geestelijke gezondheid, de nabijheid van iemand op wie je kunt rekenen, baanzekerheid en een stabiele familie lijken cruciaal voor dat geluksgevoel. Maleisië staat op de achtste plaats van de lijst van ‘happiest countries’. Zo timmert het land lekker aan de weg. Voor de goede orde: Denemarken, Finland, Noorwegen, Nederland en Zwitserland vormen de top5; de Verenigde Staten eindigden op plaats 32... Kita Senang!


zaterdag 17 november 2012

Ark van Barefoot

Afgelopen week begon op de Nederlandse TV de serie Earthflight, uitgezonden door de EO. De regelmatige lezer weet dat ik een groot liefhebber ben van gevederde vriendjes. Ik was niet de enige die ernaar keek: het programma had 2 miljoen kijkers. De natuurserie toont vogels in de meest fantastische omstandigheden, vliegend over Moeder Aarde. Ze dragen een camera op hun lichaam en dat maakt de beelden uiterst spectaculair. De BBC mag dan soms grote fouten maken met mensenkwesties als het om dieren gaat, zijn ze ongeëvenaard. Goosepimples!

Op 9 november jongstleden startte ook het televisieprogramma Natural World 2012-2013 van de bekende Britse natuurvorser en presentator Sir David Attenborough. Te zien op BBC2. Hij maakt al 60 jaar bekroonde natuurseries met titels als Life, Living Planet, Blue Planet en Planet Earth. Stuk voor stuk juweeltjes. Sir Attenborough selecteerde voor zijn nieuwe programma tien bedreigde diersoorten die hij meeneemt aan boord van zijn virtuele ark. Attenborough’s ark heeft vreemde kostgangers; in BBC-bewoording: 'weird and wonderful species'. Zijn keuze bevat onder andere de blinde salamander, het noordelijke buideldiertje, Darwin’s kikker, de Hispaniolamuis, de Sumatraanse neushoorn, Priam’s vogelvleugelvlinder en een bijzondere soort schubdier. Alle dieren behoren tot de (ernstig) bedreigde diersoorten.

In 2007 las ik het boek van Frank Westerman, getiteld 'Ararat'. Volgens Genesis liep de ark van Noach vast op de berg Ararat (Turkije). Er bestaat geen wetenschappelijke zekerheid over het bestaan van de ark. De queeste van Westerman, wetenschapper en zelfverklaard atheïst uit een christelijke familie (zie daar de tegenstelling en het spanningsveld), boeide mij van de eerste tot de laatste bladzijde.

Attenborough’s ark boeit mij evenzeer. Het deed mij fantaseren over mijn eigen ark. Die zou uit minder vreemde passagiers bestaan: vanwege mijn sterke voorkeur voor zee(zoog)dieren, zal er aan boord een groot zwembad moeten zijn om hun voortbestaan te kunnen garanderen. Een ander verschil is dat mijn ark niet uitsluitend mannetjes-vrouwtjesparen toelaat, ook same sex-paren zijn welkom! Mijn keuze van diersoorten die met mij de zondvloed zouden gaan overleven, geef ik fotografisch weer. De foto’s zijn van eigen hand, in de afgelopen jaren geschoten tijdens reizen op drie continenten.

Een (panda)beer, een vogel, een dolfijn, een koala, een walvis, een leeuw, een neushoorn, een papegaaivis en -net als Attenborough- gaan ook bij mij een neushoorn en een vlinder mee; met dat gezelschap ga ik de boot in. De oplettende kijker telt negen dieren. Dat is opzet. Over passagier Nr 10 is namelijk veel te doen.

Een tot dusver onontdekt dier kan niet mee, he? In de Borneo Post van deze week las ik een fascinerend verslag van een Indonesische plantagewerker in de plaats Serian (Sarawak-regio van Maleis Borneo), ten zuiden van Kuching, die werd aangevallen door een dier dat gelijkenis vertoonde met een beer en een everzwijn. Over de rug van het dier loopt een soort blonde hanekam. Lokalen vertelden dat ze zo’n dier nog nooit hadden gezien. Het verhief zich -net als beren- op de achterpoten toen het uithaalde met de klauwen. De man verdedigde zich met een zeis die hij ter hand had. Hij kon het navertellen, het dier niet. Onlangs werd daar een stuk jungle ontbost voor agrarische doeleinden; zo verklaart men wellicht de verschijning van een tot dan toe onbekende dier. 

Mijn keuze viel uiteindelijk op de orang oetan als te redden diersoort. Onlangs keek ik naar de documentaire  "Green the Film"Een ontroerende film van de Fransman Patrick Rouxel over de laatste levensdagen van een orang oetan-vrouwtje op Borneo. Green is slachtoffer van grootschalige ontbossing, ten faveure van houtkap en palmolieplantages. Het kappen van de reuzen van het tropische regenwoud is sterk ten nadeel van de natuurlijke leefomgeving van de orang oetan. Het begin van de documentaire is schokkend. Haar blik trof mij in het hart. Je kunt de film gratis zien of downloaden. Borneo is een van de twee locaties ter wereld waar orang oetans in hun natuurlijke habitat zijn te zien. Voor natuurliefhebbers en dierenvrienden is Borneo  walhalla. Wie weet welke andere verrassingen mij tijdens de aanstaande reis staan te wachten... Ik ben er nu al zeker van dat mijn volgende ark heel andere passagiers zal hebben.


dinsdag 13 november 2012

Het ontbrekende stofje

Momenteel loop ik niet over van inspiratie om te bloggen. Dat komt grotendeels door verstoorde nachtrust. Vannacht was weer zo’n nacht maar deze keer onderging ik het niet in mijn eentje. Op een bepaald moment zei mij liefje: hoor je de zee bulderen?” We slapen met open raam.

In eerste instantie hoorde ik het niet want ik lag met mijn slechte oor in de lucht. Daarin kreeg ik in juni 2011 een fikse oorontsteking tijdens een verblijf in Bali. Ik ging naar de plaatselijke KNO-arts en ontving oordruppels van haar. De pijn zakte gelukkig weldra. Terug in Spanje liet ik de specialist voor de zekerheid nog een controle op mijn oor uitvoeren. Er was volgens hem geen schade te zien. Sindsdien is mijn linkeroor niet meer de oude. Mijn liefje houdt daar een andere mening op na: volgens haar heb ik ‘gewoon’ disco/Discman/iPodoren...

Ik draaide mijn goede oor naar het geluid. En ja hoor: de zee bulderde; niet zo’n beetje ook! Een prachtig geluid waarvan ik houd maar dat hier niet vaak is te horen. Dat ligt niet aan de afstand tot het strand. Wij wonen op slechts 3 kilometer afstand (vogelvlucht) van de Middellandse Zee. Het bulderen hoorden wij regelmatig in ons huis in de duinen van Kijkduin en in onze villa aan de Balizee. Hier aan de Costa Blanca horen we het geluid zelden. Zo lagen we nog enkele uurtjes samen te babbelen. Als we zo’n nacht gezamenlijk meemaken, wijten wij dat aan het stofje dat ontbreekt. Het geliefde stofje dat je in slaap brengt en houdt tot het ochtendgloren.

We namen ons voor de volgende dag naar de zee te gaan om te zien hoe ‘ons’ strand eruitziet. Zo gezegd, zo gedaan. Een grote lap strand was verdwenen, er stonden nog steeds hoge golven, de ligstoelen en parasols stonden er treurig bij, met de voetjes in het water. Het parkeerterrein stond grotendeels onder water, net als de weg langs de boulevard. Ik was de enige fotograaf, niet de enige kijker.

De kachel snort hier, het regent hier dagelijks en donkere wolken drijven in hoog tempo voorbij. Ik draag een trui, sokken en winterschoenen. Het liefst zou ik nu een winterslaap houden, tot het moment dat we naar Borneo (mogen) vertrekken. Wachten is namelijk evenmin mijn forte. Sowieso ongeduldig van aard, in combinatie met heel veel zin in de nieuwe ervaringen van de aanstaande reis. Mijn liefje en ik zeggen thans regelmatig tegen elkaar dat het moment van afreizen wel al had mogen aanbreken. We hebben allebei grote zin om weer naar de warmte te reizen en nieuwe avonturen te gaan beleven.

Wellicht hadden we eerder kunnen wegvliegen maar dan hadden we een aantal leuke vrienden en kennissen niet getroffen en gesproken. Langzaamaan nemen we afscheid van lokale vrienden en kennissen. Afgelopen weekend hadden we een gezellig avondje uit in een plaatselijk restaurant met nieuwe buren en oude bekenden. In de komende dagen zullen we andere vrienden weerzien. Als het weer het toelaat, gaan we met hen nog een rondje golfen. Daarmee zullen we het golfseizoen 2012 hopelijk in stijl afsluiten.

We zijn ons Spaanse appartement in gereedheid aan het brengen voor een lange afwezigheid: we begonnen onlangs aan een schoonmaakbeurt. Stofzuigen en stoffen doen wij wekelijks. Muurtegels lappen doen wij als het nodig is. Dat was nu. De meeste mensen laten zoiets uitvoeren voordat ze aankomen, wij doen het als we weggaan. De rugzak van mijn liefje haalde ik uit onze schuur, net als de waterschoenen, de waszak en mijn snorkelset. De strandstoelen, de -parasol en de autokoelbox borg ik op. Die hebben we hier voorlopig niet meer nodig, de zomer is definitief voorbij.

De voorbereidingen voor de aanstaande reis gaan ook door. Het opvallendste nieuws in de online versie van de Borneo Post was in de laatste dagen allereerst de electriciteitsstoring in Kuching, de hoofdstad van de provincie Sarawak, in de zuidpunt van Maleis Borneo. Die duurde 15 uur?! Twee zaklampen liggen inmiddels bij de stapel reisspullen. 

Het buiten de oevers treden van de rivier Skrang, iets ten noorden van de stad Kuching, was deze week het ander vermeldenswaardige nieuwsfeit. Er viel zoveel regen in die regio dat er op enig moment circa 90 centimeter water op de weg stond. Daardoor kwam het verkeer tot complete stilstand. Het ziet er daar ongeveer hetzelfde uit als hier... Overal ter wereld moet steeds ernstiger rekening worden gehouden met overstromingen. Een reis naar en een logeerpartij in die stad staat voor de komende weken op het programma. 
Afscheid nemen en tegelijkertijd wachten tot we weggaan: ik vind het geen gemakkelijke combinatie. Overigens werkt het stofje op het moment van typen wel. Zzzzzzzzzzzzzzzzz.


vrijdag 9 november 2012

Weg

De regelmatige lezer weet dat wij binnenkort voor langere tijd naar Azië afreizen om te overwinteren. Het eerste deel van die reis behelst een trektocht door Borneo en West-Maleisië. Het wordt een boeiende combinatie van natuur en cultuur.

Sinds ik de Borneo Post online lees, is er elke week wel iets opmerkelijks te zien of te lezen. Vorige week haalde ik de gedoofde lichten van het internationale vliegveld Kota Kinabalu aan, deze week schoot een vliegtuigje van de landingsbaan in Marudi (Centraal Maleis Borneo) en kwam in een belendende greppel terecht. Was de piloot de weg kwijt? Hij raakte in ieder geval goed van het padje af. 
Om de schijn van leugen of fantasie te vermijden, plaats ik de foto erbij, mèt datum. De passagiers kwamen met de schrik vrij. Niemand raakte gewond.

Deel 2 van onze reis zal Bali als bestemming hebben. Terug van weggeweest. Wij betrekken onze eigen villa niet want die wordt inmiddels door anderen bewoond. Van kennissen gaan we een kleine villa in de heuvels van Lovina huren. Dat huis staat op loopafstand van de Montessori-school van ons Balinese vriendje Yudha dus dat komt goed uit. Bovendien kunnen we lopend naar Lovina-centrum. De huurvilla kijkt uit op rijstvelden en heeft een klein zwembad. Ook dat komt goed uit met mijn 5-jarige zwemvriendje.

We zouden ons huis aan de Zeeweg in het eigen dorp nu niet eens kunnen bereiken. Dat zit zo. De toegangsweg naar de villa’s moest hoognodig worden verbeterd; dat stond al lange tijd op het programma van ons en de buren. De weg werd met de tijd slechter begaanbaar en het bruggetje halverwege bleek op instorten te staan. Er moest dus iets gebeuren voordat het regenseizoen 2012 in Bali losbarst. Alhoewel het regenseizoen naar verwachting deze maand zal beginnen, is het er thans nog heel warm. Men voorspelt dat die hoge temperaturen tot het begin van volgend jaar zullen aanhouden; wellicht maken we er nog een staartje van mee. In de hooglanden van Bali, rondom Bedugul, (halverwege Denpasar en Lovina) is de eerste moessonregen reeds gevallen.

De toegangsweg waarover het gaat, is een openbare weg dus er moest met lokale instanties worden overlegd. Wellicht dat de kepala desa (dorpshoofd ofwel de burgemeester) een oplossing had. Het gedeelte van de weg achter de villa’s is eigendom van elke villa-eigenaar afzonderlijk. Die delen zijn doorgaans droog en daardoor goed begaanbaar. Het gaat om de weg tot aan de eerste buitenlandse villa, met aan beide kanten water dat wordt beheerd. De Balinese Subak is een wereldwijd begrip: het is de naam voor het traditionele irrigatiesysteem waarmee de rijstbouw als 900 jaar mogelijk wordt gemaakt op het Island of the Gods. De man die aan het hoofd van dat systeem staat, wordt beschouwd als een belangrijke persoon. Die van ons dorp draagt dat met verve uit. Als hij ergens een schuifje opent, kan het water ons tot de lippen komen te staan. Een beproefde manier van pesten...

De Australische buurman nam het voortouw namens alle buitenlandse villa-eigenaren. Hij is een oudere professor die vloeiend Bahasa Indonesia spreekt; dat spreekt allemaal in zijn voordeel. Hij kwam uit bij het hoofd Waterbeheer van het dorp. Die kennen wij persoonlijk, hetgeen ons ongeschikt maakt om met hem om de tafel te gaan. Men kwam tot de volgende afspraak: wij betalen het onderhoud aan de openbare weg, zij doen het werk. Die verdeling verrast niet. Het goede nieuws is dat er geen snorkelsets hoeven te worden uitgereikt aan iemand die een villa wil bezoeken.

In de afgelopen dagen ontvingen we foto’s van de wegwerkzaamheden. De weg wordt eerst opgehoogd en verbreed, de nieuwe brug wordt daarna gestort. In de eerste dagen van het werk leek er meer water óp de weg te staan dan ernaast of eronder?! 
Dat maakte de doorgang erg lastig voor villapersoneel, eigenaren en gasten. Een enkeling durfde het aan. Wij hoorden verhalen over gasten van verhuurvilla’s van buren; zij zouden met hun koffers over het strand slepen. Kasian. Als ik verhuurder zou zijn dan had ik een plaatselijke vissersboot of een lorry georganiseerd!

De volgorde van de werkzaamheden had sowieso anders gemoeten: eerst de nieuwe brug storten, dan de weg verbeteren. Temeer daar de bouwvakkers van dezelfde familie een week na aanvang van het werk aan een grote Hindoeceremonie (Ngaben) deelnamen. Dat oponthoud duurt voort waardoor voorlopig niemand de weg kan gebruiken. Tja. It always gets worse before it gets better!” We weten er alles van.


dinsdag 6 november 2012

Overwinteren

De tijd vliegt en ook wij vliegen later deze maand uit. Dit wordt geen vakantie, we gaan overwinteren. Dat klinkt raar, bloggend vanuit een überzonnig Spanje. Kerst 2011 werd hier door vele residenten en vakantiegangers op het strand doorgebracht. Wellicht dat het dit jaar ook zo verloopt. Hoe het ook zij, wij gaan het niet meemaken. We gaan weer op reis.

Als reislustige Hollandse heb ik een passie voor onontdekte gebieden. Er is niets mooier dan naar nieuwe horizonnen te reizen. Met de nadruk op 'zon'. Onze aanstaande reisbestemming wordt (Maleis) Borneo. Er is tevens een Bruneis Borneo (waar wij eerder een tussenstop maakten) en je hebt Kalimantan, het Indonesische Borneo. Dit eiland in de Zuid-Chinese zee is het twee na grootste ter wereld.

Wij gaan vooral Maleisië uitvoerig ontdekken en trekken daar zeven weken voor uit. Daarna blijven we in de regio. Deze reis begint met een trektocht door de provincies Sabah en Sarawak. De bijgevoegde kaart geeft die route in grote lijnen weer. Hier en daar hebben wij al een hotel geboekt; de rest gaan we op de bonnefooi doen. Met rugzak, over land, over water en door de lucht. Reis, rijst, rugzak: een goede combinatie, wat mij betreft.

Mijn liefje, nieuwsjunky bij uitstek, vroeg mij de online-versie van The Borneo Post in de krantenfolder te stoppen. Zo kunnen we in de aanloop naar het vertrek op de hoogte geraken èn blijven van lokale kwesties. Ik had de website nog niet opgeslagen of zij meldde mij met een grijns dat er vorige week op de internationale luchthaven Kota Kinabalu (onze landingsplek) een opmerkelijk incident had plaatsgevonden: op de landingsbaan was een blackout opgetreden. Alle lichten bleken een dag en nacht te zijn gedoofd... Hoe je dan moet landen? Nou, op de tast. Of gewoon niet. Tja. “Malaysia - truly Asia.” Een lijder aan superstitie zou de aanstaande reis direct afzeggen. Ik niet. We deden reeds de nodige ervaringen op in Azië. Genoeg om niet van dit bericht te verbleken. Shit happens, zeker in Zuid-Oost Azië. We stappen beiden dus met vertrouwen in het vliegtuig.

In diezelfde krant las ik ook dat Forbes Online Maleisië enkele dagen geleden op de tiende plek plaatste van 'World’s Friendliest Countries' van 2012. HSBC hield dit jaar een survey onder 5.339 expatriates in meer dan 100 landen. Respondenten gaven het land waarin zij verblijven een score op een groot aantal factoren: gemak om lokaal vrienden te maken, succes om de plaatselijke taal te leren, eenvoud om in de gemeenschap te integreren en zich de nieuwe cultuur eigen te maken. Maleisië werd het best scorende Aziatische land. Mevrouw de Minister van Toerisme, Dr Ng Yen Yen, drukte zich in de krant daarna als volgt uit:

“Hospitality doesn’t need money nor infrastructure as it comes from the heart. You can create hospitality. In Malaysia we have the basic ingredient and we are naturally hospitable. Therefore, we only need to work a bit harder.“

Dat schept verwachtingen. Afstand is schepper van fantasieën. Borneo staat als reisbestemming al jaren op mijn wensenlijst, niet in de laatste plaats omdat je er orang oetans vindt. Deze Borneose bosmens (van
'orang hutan') is een bedreigde diersoort. Ik heb al jaren een banner van de Internationale Orang Utan Foundation op mijn blog. Maar op Borneo is veel meer te zien: de Maleise sun bear, ook wel honingbeer genoemd (Helarctos malayanus) waarop mijn liefje zich vooral verheugt. Sinds zij in haar werkzame leven een cursus 'Menstypen' volgde, vereenzelvigt my honey zich met dit dier. Dat ik een levensgrote pluchen beer aantrof bij Carrefour beschouw ik als een gunstig voorteken!

Ook de zeer zeldzame Irrawaddydolfijn zwemt in dit gebied rond. De grote vraag is of we er ooit een glimp van zullen zien. Ik zal je op de hoogte houden. 

Borneo heeft verder sneeuwwitte stranden en daar houdt deze overwinteraar van. Als schelpenverzamelaar voorzie ik tevens een Borneo Scoop! Ik las over prachtige snorkeleilanden, zowel aan de west- en oostkust van Sabah, als voor de kust van het Maleise vasteland. De snorkelset gaat dus mee in de reistas. En dan de Maleise keuken. Dit land kent drie bevolkingsgroepen met ieder hun eigen kooktradities: Maleiers, Chinezen en Indiërs. Yum! Momenteel wordt de Rough Guide van Maleisië op de reader bestudeerd, ter voorbereiding. De Tripadvisor App heb ik reeds op de smartphone gezet. Net als het kompas, de hoogtemeter en de zaklamp. We hebben er zin an!


zaterdag 3 november 2012

Daad van verzet

Enkele weken geleden reed ik met een goede vriend naar de plaatselijke golfbaan. We gingen een rondje ballen. Op de parkeerplaats trof ik een Nederlander die ik in 2007 kortstondig had ontmoet. Ik herkende hem maar hij mij niet. Dat kan van alles zeggen over de indruk die ik op anderen maak maar het zegt vooral iets over mijn eigen opmerkzaamheid. De vriend was verbaasd dat ik mij precies herinnerde waar en onder welke omstandigheden ik die man had ontmoet. Hij vroeg zich af of dat door mijn Picasa-ervaring kwam?

Wellicht. Al kan ik mij soms namen of jaartallen niet (direct) herinneren, met mijn visuele geheugen is niets mis. Ik ben een kijker, altijd geweest. Ik geef mijn ogen doorgaans goed de kost en bovendien denk ik vaak in beelden. Regelmatig zit er een cameralens voor; dan kijk ik door cameraogen. In mijn studententijd volgde ik een DoKa-cursus waarna ik thuis experimenteerde, de Donkere Kamer van Barefoot. Toen ik mijn liefje leerde kennen, werd zij mijn favoriete onderwerp. In 2000 kreeg ik mijn eerste digitale camera. 
De kwaliteit van mijn fotografie verbeterde daarmee geleidelijk, al zeg ik het zelluf. Dat is een van de prettige bijkomstigheden van digitaal fotograferen: je kunt direct zien wat je wel of niet goed doet. Het leverde tot dusver 25.000 beelden op in mijn bibliotheek. Minstens evenzoveel foto’s gooide ik direct of in de loop van de tijd weg. Mijn foto’s beheer ik inderdaad met Picasa, het (gratis) fotobewerkingsprogramma van Google waarover ik als amateur-fotograaf tevreden ben.

In mei 2011 logeerden wij een weekje bij Michiel en Marianne op Java; over dat bezoek blogde en fotografeerde ik met plezier. Het Picasa-album 'Midden-Java' staat nog steeds online. Zij wonen daar vanaf het moment dat Michiel aan de slag ging als fabrieksdirecteur van een Nederlands-Indonesische Joint-Venture. Vele andere projecten volgden. Inmiddels noemen hij en zijn vrouw Java hun 'thuis'. Afgelopen week stuurde hij ons een mail uit Dhaka (Bangladesh). Michiel is sinds enige tijd als vrijwilliger verbonden aan een project in het district Tangail, namens een Japanse overheidsorganisatie die hulpprojecten opzet en begeleidt in de armste landen van de wereld. Hij is betrokken bij de opzet van een kleinschalige ananassapfabriek die ervoor zorgt dat 400 arme boeren een beter bestaan kunnen opbouwen. Hij is een week per maand op locatie voor de technische coördinatie en de voortgangscontrole van dat project. Michiel doet dit werk uit ideële overwegingen.

Hij stuurde een serie foto’s mee. Deze Dhaka-straatimpressies troffen mij recht in hoofd en hart. Hij noemde zijn foto’s 'plaatjes' maar dat vond ik onterecht. Het zijn stuk voor stuk geslaagde schilderijen met een menselijke focus. Michiel zou met zijn foto’s wat mij betreft prijswinnaar kunnen zijn in een National Geographic-fotowedstrijd. Dat alles schreef ik hem terug.

Eénmaal deed ik zelf mee aan de Nederlandse competitie, in een vlaag van overmoed. Overigens zonder resultaat (maar ik verwachtte niet anders). De prijswinnaars van de Traveler Photo Contest 2012 werden onlangs bekendgemaakt. Het leverde fantastische foto’s op. Al bladerend, viel mijn oog op iets opmerkelijks. Een van de ontvangers van het predicaat lof, ene Saukhiang Chau, had op eenzelfde locatie een vergelijkbare foto gemaakt in de stad Chefchaouen die ik in 2008 bezocht. Marokkaanse hangouderen. 


Zijn resultaat vond ik aanzienlijk beter: beter licht, scherper beeld, meer actie in de foto. Kameraderie. Met een leuk gekozen titel: 'The Last Supper of Da Vinci?
De man in djellaba met de witte puntmuts op mijn foto is ook het middelpunt op die van hem. Toen ik de foto maakte, schermde een man zijn gezicht af terwijl anderen wegkeken. Tja. Fotograferende vrouwen in Marokko... Van fotograaf Saukhiang lijken de heren zich niet bewust. Knap gedaan.


Foto’s zijn niet alleen onderhoudend om naar te kijken, ze zijn tevens een daad van verzet tegen verloren gegane tijd. Mijn liefje legt haar ervaringen als notities in een papieren logboek vast, ik doe dat in foto’s. Het maakt ons een prima team. Zo kunnen we namelijk beiden èn samen op elk gewenst moment een beetje verleden tijd terughalen en herbeleven. Als zij mij soms plagend vraagt waar ik op enig moment in het verleden was, antwoord ik haar in plaatjes. Als ik haar in mijn gedachtenstroom tracht mee te nemen, verwijs ik naar foto’s die ik op een bepaalde locatie maakte. Zo vertelt ieder van ons haar verhaal in eigen stijl.

Binnenkort zullen wij weer naar Azië afreizen, een fotogenieke regio. Mijn Canon SLR met telelens gaat weer mee, net als de Sony Cybershot voor snelle plaatjes en onderwateropnamen. Ik vermoed dat er weer honderden foto’s bij zullen komen. Ik verheug mij erop!


woensdag 31 oktober 2012

Op de schouders van giganten

Het is weer tijd voor een culinaire blog. Dat kan niet zonder over Masterchef Australia 2012 te schrijven. Ik ben een groot fan van het programma dat ik nog steeds op de voet volg. Waarschijnlijk de enige Hollander maar wat maakt het uit?! Het aantal amateurkoks dat strijdt om de titel is inmiddels tot 12 personen gereduceerd. Ik kan niet inschatten wie de prestigieuze titel dit jaar zal gaan winnen maar over maximaal drie weken wordt het bekend.

Wèl heb ik favorieten: Mindy, Amina, Audra en Debra. Mindy, fysiotherapeute die opgroeide in Maleisië en wier vader kok in het leger is, ontving als eerste een immuniteitsspeld door al kokend van een sterrenkok te winnen. Die speld houdt in dat ze pas een week voor de finale kan afvallen. Amina, verpleegster en dochter van een Egyptische vader en een Zuid-Koreaanse moeder, is een culinair wonder. Beter gezegd: Haarlemmerolie! Als zij aan een groepsopdracht meedoet, worden haar gerechten geheid verkozen tot de beste of de lekkerste. Ze heeft ervaring met een breed spectrum aan wereldgerechten. Audra, geboren in Singapore, is accountmanager en dochter van een Singaporese moeder en een Indiase vader. Ook haar kookstijl en smakenpallet worden geprezen. Mijn grootste favoriet is echter Debra. Zij is niet alleen een creatieve kok, ik vind haar bovendien een aantrekkelijke vrouw. Bij haar zou ik wel een potje willen breken! Ze kookt bij voorkeur vegetarisch en maakt daarmee veel indruk op de carnivore juryleden. De dames zijn heuse wizzards of Oz.

Leraar Ben, bouwvakker Beau en electricien Andy zijn goed presterende mannen maar ze steken niet met kop en schouders boven de dames uit. De amateurs van MC Australia 2012 moeten regelmatig tegen sterrenkoks koken. Zo ook tegen Jamie Oliver. Voor twee van hen bleek hij dé culinaire inspiratiebron. Schooljuf Alice zei het heel mooi: "we are standing on the shoulders of giants". Een terecht compliment aan het adres van nationale en internationale kooklegendes. Jamie ging met de amateurs de ‘Antipasto Plank Challenge’ aan. Het werd een close finish: Oliver kreeg 27 punten, Jules werd tweede met 25 punten.
De Britse kooktovenaar Heston Blumenthal, wiens restaurant 'The Fat Duck' wij in 2002 bezochten, kookte tijdens een inventietest. Australische sterrenkok Matt Moran, wiens restaurant Aria wij in januari 2012 bezochten, treedt regelmatig op als Masterclass-kok en als coach van de amateurs. Elk van hen is een bron van inspiratie en culinaire geneugten. Ook voor mij als enthousiaste thuiskok.

Onlangs las ik de Volkskeukenrubriek van culinair journalist Onno Kleyn weer eens. Ooit kocht ik zijn 'Reiskookboek Frankrijk' voor op de camping; een heerlijke selectie culinaire voorgerechten en über-Franse eenpansmaaltijden. Kleyn beklaagde zich in de column over het feit dat een bekende kok zijn recepten als simpel en een beetje boers had bestempeld. Zijn reactie was sprekend: “dat simpele zit ook wel in mij. Nadat ik zo rond mijn twintigste met hulp van nouvelle-cuisinekookboekjes driftig probeerde sterrenkok te spelen voor mijn vrienden, is het rustiger geworden bij mijn fornuis. Dat gepiel, daar moet je overheen groeien, vond ik sindsdien. Maar toch kriebelt er af en toe iets.” Ik moest grinniken om de herkenbaarheid. Het gekriebel leidde tot gekonfijte kippenlevertjes met trompettes de la mort. Ik las het recept en raakte geïnspireerd; hierbij de kookaanwijzingen (voor 4 personen).
  • 100 g verse of 20 g gedroogde trompette de la mort (paddenstoel hoorn des overvloeds)
  • 250 g kippenlevers
  • 3 eetlepels Kikkoman sojasaus
  • 1 mespunt chilipoeder
  • 1 rode ui, in dunne halve plakken
  • 150 g roomboter
  • 50 ml Pedro Ximenez (sherry)
  • 2 eetlepels zeer fijngehakte peterselie

Gedroogde paddenstoelen moeten een half uur in warm water worden geweekt, verse moet je wassen in warm water en drogen met veel keukenpapier. Verwijder de ongerechtigheden van de levertjes en verdeel ze in vrij grote stukken. Meng ze met de soja en chilipoeder en zet ze koel weg. Bak de ui in een lepel boter tot de plakjes zacht worden. Bestrooi ze met zout en haal ze van het vuur. Bak de paddestoelen op hoog vuur in een gulle lepel boter -circa 3 minuten- tot zij zacht zijn. Zout ze en haal ze van het vuur. Doe de sherry in een klein pannetje en kook het vocht in tot er stroop overblijft. Bewaar. Smelt 100 gram boter in een koekenpan op heel laag vuur. Doe de levertjes erin en laat afgedekt héél zachtjes garen; bakken mag beslist niet. Draai ze af en toe om; in circa 7 minuten moeten ze gaar (genoeg) zijn. Meng ze, zonder hun boter, met de andere ingrediënten en voeg de peterselie toe.

Zelf gebruikte ik een andere, verse paddenstoelsoort en in plaats van alleen Kikkoman marineerde ik de kippenlevers in anderhalve eetlepel japanse en evenzoveel zoete Indonesische sojasaus. De sherry die ik gebruikte is een donkere, zoete sherry - van hetzelfde PX-merk. Het was vurrukkulluk, een regelrechte aanrader. Hoe groot kan Kleyn zijn?! Ook hij is een reus.


zaterdag 27 oktober 2012

Rotziekte

Het was tot nu toe een uiterst enerverende oktobermaand. Geen maand om te herhalen, wat mij betreft. De regelmatige lezer weet waarop ik doel. Mijn familie is soms een tranendal... Mijn moeder, een taai ouwetje van 91 jaar, kreeg het zwaar te verduren: een van haar kinderen begon deze maand aan chemotherapie en haar oudste kind overleed onlangs aan de gevolgen van ongeneeslijke kanker. Na ontelbaar vele chemokuren. Haar geest wilde nog wel maar het lichaam was op. Het overkwam mijn moeder voor de tweede keer in haar leven. Dat gun je geen enkele ouder toe.  

Het was deze maand echter niet alleen maar kommer en kwel. Mijn liefje werd afgelopen week weer voor zes maanden 'goedgekeurd' door de baas van de afdeling Oncologie. ¡Alegria! Alhoewel het goede gevoel overheerst en wijzelf vol vertrouwen zijn over een gezonde toekomst voor haar (en dus voor mij) zijn het toch altijd spannende tijden. Ons optimisme moet wel worden bevestigd door de deskundigen! De ene keer is spannender dan de andere. Deze keer slaakten we een diepe zucht van opluchting.

Ik zei onlangs tegen haar dat Hospital San Jaime tot nu toe het enige ziekenhuis is dat mij geen angst inboezemt. Vanwege de familiegeschiedenis vertoefde ik in Nederland met grote regelmaat in een ziekenhuis. In elk van die huizen zakte de moed mij in de schoenen zodra ik er een voet over de drempel zette. Vaak vond ik het uiterst naargeestige gebouwen: donkere gangen, oude trappenhuizen, bedompte ruimten, nare luchtjes, stuurs personeel. En daarbovenop het zicht en geluid van zieke mensen... Dat alles sprong mij telkens naar de keel.

Als ik nu San Jaime binnenwandel, voel ik mij niet teneergeslagen terwijl daarmee weliswaar een geschiedenis van ziekzijn is verbonden. 

Deze maand, wereldwijd herdacht als borstkankermaand, hing de hal vol met roze Post-iT notes. Patiënten, hun familieleden en andere betrokkenen, hadden hun boodschappen van hoop daar opgeplakt. Wanden vol. Een inspirerend gezicht.

Dit ziekenhuis zie ik niet als onpersoonlijke betonnen kolos. Met slechts drie verdiepingen en veel glas oogt het gebouw niet als een huis vol ziek(t)en. De sfeer binnen is vriendelijk en relatief ontspannen. Wellicht dat dit voortkomt uit het feit dat het een privé-ziekenhuis is? Bezoekers lijken hier in eerste instantie 'klanten' en niet zozeer patiënten al bezoekt niemand een hospitaal vanwege een blakende gezondheid. Het is zelfs zo dat wij in bijna elke gang en op elke afdeling waar wij onze neus vertonen, wel een personeelslid (her)kennen, of het nu artsen, verplegers, verpleegsters of ander personeel betreft. Soms worden we er zelfs met een brede glimlach, onze naam en soms twee kussen -de Spaanse begroeting- begroet! Zo wordt een ziekenhuisbezoek allerminst benauwend.

Wat mij in de afgelopen week wèl ontroerde was de ontmoeting met mijn behandelend arts. Niet op zijn eigen afdeling maar op de afdeling Oncologie... (Ook daar hing de wand vol roze briefjes.) Al jarenlang ben ik een van zijn patiënten, op een korte onderbreking na. Toen praktizeerde hij niet vanwege kanker. Hij werd in zijn eigen ziekenhuis, immers gespecialiseerd in de behandeling van kanker, medisch behandeld. Ik ging tijdelijk over naar een andere arts. Totdat 'mijn' arts de draad van zijn professie weer kon oppakken.

Afgelopen week zag ik hem binnenwandelen met zijn dochter. Ik ken haar niet maar ik zag grote gelijkenis tussen hen. Zelf wachtten wij die dag op de controles die mijn liefje moest ondergaan. Hij liep naar de afdeling waar de dagbehandelingen plaatsvinden. Met een tasje en een boek in zijn hand. Ook dat herkende ik; leesvoer om de chemo door te komen. Hij liep uit mijn blikveld waarna ik een zakdoek pakte om mijn ogen droog te deppen. Zijn verschijning op die afdeling raakte mij diep. We maakten geen oogcontact maar ik wist zeker dat hij mij ook had opgemerkt. Hij was kennelijk weer ziek. Gotverdegotver. Rotziekte. 

Later in de middag, mijn liefje had haar onderzoeken bijna allemaal achter de rug, kwam ik hem tegen op zijn weg naar buiten. Hij oogte zwak maar zijn glimlach was allercharmantst. Ik keek hem in zijn mooie donkerbruine ogen. Zo'n aardige man. Als ik aan hem denk, beginnen mijn tranen weer te stromen. Incontinentie van de ogen, het overkomt mij regelmatig. 
Ik hoop hem volgend jaar in goeden doen terug te zien. Mijn liefje en ik hebben voorlopig geen ziekenhuisbezoek op het programma staan. Het licht staat op groen voor weer een verre reis!