Translate

zaterdag 21 februari 2026

Agnes

De telefoon van mijn liefje rinkelde afgelopen week op een ochtend ongewoon vroeg. Dat maakt altijd indruk. De meeste mensen weten dat ‘we don’t do mornings’ dus voor tien uur moet je niet met ons in contact willen treden. Tenzij het niet anders kan.

Dit was zo’n telefoontje, een die ons lang zal heugen. Het was Karen, dochter van onze vrienden Piet & Agnes. De eerste gedachte was ‘foute boel’. De eerste uitgesproken zin van dat gesprek hoorde alleen mijn liefje. Ja, het wás helemaal fout: Agnes was overleden. Daarna riep ze mij naast zich en zette ze de speaker aan. Zo hoorde ook ik het treurige relaas van Agnes. Ze zakte ineen en stond niet meer op. Ze werd nog gereanimeerd maar dat mocht niet baten.

Groot was het ongeloof, mijn oren tuitten van het bericht. Agnes? Dood? 

Dat ongeloof is er, dagen later, nog steeds. Onze leuke, vrolijke, empathische en sociale vriendin is niet meer. We rouwen om haar heengaan, ieder op eigen wijze. Een betere partner, moeder, oma, zus, vriendin of buurvrouw kon je je niet wensen. Agnes stond altijd klaar voor de ander, bood een luisterend oor aan ieders verhalen en ervaringen. Ze had een aanstekelijke lach, waarbij haar stem dan even oversloeg. En ze had een duidelijke mening, die ze doorgaans met verve te berde bracht. Dan kleurden haar konen rood. Ze kon zich echt opwinden over zaken.

Ik herinner mij de vele koffiesessies met haar en Piet. Die liepen altijd uit in gezamenlijke lunches. We kwamen rond half 11 samen, er kwam een taartje op tafel, en uren uur later keken we op om te constateren dat de tijd -zoals altijd- was gevlogen. Als we elkaar een tijdje niet zagen, pakten we daarna de draad weer probleemloos op. Volgende maand zouden ze weer naar hun appartement aan de Costa Blanca afreizen. We keken naar hun komst uit. 

We praatten over de ervaringen met hun drie kleindochters die werden geadoreerd en door oma en opa kundig mee werden opgevoed. De kilometers die Agnes met het trio of slechts met eentje (een voorrecht) door haar geliefde stad Rotterdam liep, zijn ontelbaar. Van museum naar museum, van bieb naar boekhandel, af en toe een ijsje etend. De vele logeerpartijen met de kleinkinderen in Dwingeloo, een huisje midden in het bos. De verre reis die Agnes vorig jaar maakte met haar oudste kleindochter, net voordat die naar de middelbare school ging. Nummer twee meldde alvast wat haar favoriete bestemming zou zijn met ‘Superoma’. 

Agnes was de beste als het ging om down-to-earth adviezen over opvoeden. Als mijn liefje en ik weleens zaten te tobben over onze mannetjes in Bali (onze familie met opgroeiende pubers ver weg) was zij het die ons weer op het juiste spoor zette en geruststelde. Agnes toonde ALTIJD belangstelling voor hoe het die kereltjes verging. Wij gaan dat missen. 

Geen onderwerp bleef onbesproken tijdens ons samenzijn: politiek, boeken (Agnes was een boekenwurm en dat is niet vreemd: een groot deel van haar werkzame leven was ze bibliothecaresse aan de Erasmus Universiteit), de wereld van nu, reizen, familiegeschiedenissen (die van hen zijn rijk), gezondheid en zoveel meer. Dat gaan we erg missen. 

Agnes en mijn liefje zijn leeftijdgenoten. Agnes snoefde weleens (grapsgewijs) dat zij eerder die memorabele leeftijd van 75 jaar zou bereiken. De diamanten verjaardag, symbool van veerkracht en wijsheid. Die leeftijd zou ze volgende maand gaan aantikken maar het lot besliste anders. 

In mei van dit jaar zouden Piet en zij 50 jaar zijn gehuwd (ze kenden elkaar 55 jaar). De gouden bruiloft, bewijs van toewijding en diepe liefde. Die mijlpaal zouden ze met de kinderen en kleinkinderen gaan vieren op een cruiseschip. De reis was al geboekt. Ze keek ernaar uit. 

Nooit meer gezamenlijke uitjes (Sierra de Cazorla stond met stip op 1), nooit meer boerenkaas met stalgeur van ome Sjaak uit de Markthal, nooit meer haar gevulde eitjes, nooit meer een gigafotostroom als Agnes ergens enthousiast over was en dat met ons wilde delen. Vorig weekend ontvingen we nog zo’n fotoserie van hun bezoek aan het gloednieuwe Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Ze meldde dat ze zeker teruggingen voor een tweede bezoek. Ze stuurde nog een foto van een fotografische bloemenwand mee, speciaal voor mij. (Agnes was een goede en enthousiaste fotografe.) Wát gaan we dit mooie mens missen! 

De electronische rouwkaart hebben we inmiddels ontvangen. Met een lieve foto van haar op de voorzijde, inclusief eigenwijze losse haarlok. Dit is Agnes ten voeten uit. Maandag is de afscheidsdienst en haar begrafenis. Haar laatste rustplaats in Crooswijk kocht ze recent aan en reserveerde ze. Maar toch niet om daar zo snel terecht te komen?! Karen meldde ons dat Agnes er vredig uitziet in haar eeuwige slaap. Er is geen leed te ontwaren op haar gelaat. De dood moet pijnloos zijn geweest voor haar. Dat biedt troost maar die voelt erg schraal... 

Nu wacht ze in de kou op haar uitvaart, in de door haar verkozen kleding. In ieder geval met warme sokken aan. Die kledingkeuze hadden moeder en dochter onlangs nog in detail besproken. Tja. 

Agnes werd weggerukt uit ons midden maar niet uit ons hart. We zullen haar niet vergeten.


woensdag 18 februari 2026

Al twaalf jaar onvindbaar

Volgende maand is het twaalf jaar geleden dat Malaysia Airlines-vlucht MH370 van de radar verdween (2014). Het vermiste vliegtuig steeg op van hoofdstad Kuala Lumpur en ging op weg naar Beijing (China). Daar kwam het nooit aan. 

Mijn liefje en ik reisden destijds drie maanden door West-Australië in een kampeerwagen. Als we iets later een campervan zouden hebben willen huren, was dat lastig geworden. Elke zichzelf respecterende nieuwszender stuurde een team er op uit om ter plaatse verslag te doen. Iedereen reed daar rond in een camper. Wekenlang begon de ochtend Down Under met dit nieuwsitem. Die betrokkenheid en fascinatie onder Australiërs bestaat tot op de dag van vandaag. 

Ook ik herinner mij het bericht over deze mysterieuze verdwijning als de dag van gisteren. Wij vlogen een aantal keren met de Maleisische luchtvaartmaatschappij en dat was altijd een prettige ervaring; qua vliegen en service aan boord. Ik bedacht mij dat er misschien wel personeelsleden van toen aan boord van dit gedoemde vliegtuig werkten... 

Gedurende onze rondreis keek ik bijna elke dag uit over de zuidelijke Indische Oceaan en vroeg mij dan af wat er in hemelsnaam was gebeurd in de cockpit. Het liet mij niet los. In de jaren daarna blogde ik er regelmatig over, het zijn er minstens tien. Ik las boeken over het mysterie, keek met regelmaat naar nieuwsprogramma’s en documentaires (vaak van Australische origine) over dit grootste raadsel in de moderne luchtvaartgeschiedenis. 

Meermalen ging men in de oceaan op zoek naar het vliegtuig. Grote delen van het zeebed (in de immense oceaan) werden afgezocht. Tevergeefs. Dat moet altijd gebeuren in de zomerperiode van het Zuidelijke Halfrond. Na die periode wordt het weer te onvoorspelbaar en de golven te hoog om door te gaan. Een aantal jaren werd er helemaal niet gezocht, tot groot verdriet van de vele nabestaanden.

In december 2025 meldde de Maleisische regering dat er een derde zoektocht werd gestart aan het begin van dit nieuwe jaar. Ik veerde op toen ik dat las. Ging het dan eindelijk lukken? Inmiddels leek men tot de conclusie gekomen dat het zoekgebied tot behapbare proporties kon worden teruggebracht. Het Amerikaanse bedrijf ‘Ocean Infinity’ zou het werk weer gaan uitvoeren op basis van ‘no-find, no-fee’. Deze organisatie bouwt een vloot op die men ‘Armada’ doopte. Een schip hiervan, de Armada 8605, zou de zoekopdracht naar MH370 deze keer gaan uitvoeren. 

De onderwaterrobots die het daadwerkelijke zoekwerk uitvoeren, USD$ 8 miljoen per stuk, zijn Hugin AUV-systemen (Autonomous Underwater Vehicles, AUVs). Geavanceerde multifunctionele voertuigen die in staat zijn om data met hoge resolutie te verzamelen. Dat doen ze voor commerciële, wetenschappelijke en defensiedoeleinden. Het is de meest flexibele AUV die op de markt verkrijgbaar is en kan een breed scala aan sensoren meevoeren, waaronder synthetische apertuur sonars (SAS); akoestische beeldvormingssystemen die geluidsgolven gebruiken om extreem gedetailleerde, hogeresolutiekaarten en -beelden van de zeebodem te maken. Deze robots kunnen gedetailleerde voorwaartse èn zijwaartse opnamen maken. Ze kunnen vliegtuigmotoren ontdekken maar ook een koffiekopje ‘zien’. Zo wordt dus een zeer gedetailleerde 3D map van het zeebed gemaakt. 

Je moet beseffen dat de bodem van de Indische Oceaan niet vlak is. Er bevinden zich daar canyons van meer dan 300 meter diep, kliffen die plotseling duizenden meters boven de zeebodem uitrijzen en actieve vulkanen waar je voor moet oppassen. Bovendien is het zeer onherbergzaam water, de zee is er ruw. 

Je kunt de beste technologie ter wereld aan boord hebben, maar als je op de verkeerde plek zoekt, heb je er niets aan. De lastigste beslissing is dan ook kiezen waar je gaat zoeken. Een van de grootste uitdagingen voor Ocean Infinity is het risico om heel dicht bij het vliegtuigwrak te komen en het toch te missen vanwege moeilijk begaanbaar terrein of hiaten in de onderzoeksgegevens. 

Armada 8605 kwam begin januari 2026 aan in Fremantle voor de laatste technische revisie en voor brandstof. Daarna voer het uit. Er zou tenminste 55 dagen worden gezocht. Het schip voer op al op 8 februari de haven van Fremantle (West-Australië) weer binnen, tot ieders verbazing. Wat was hier aan de hand? 

Er werd gemeld dat de zoekactiviteiten op circa 4km diepte waren uitgevoerd (een Hugin kan tot 6km diepte gaan) in het zuidelijke deel van de Indische Oceaan, ten westen van Australië; ten zuidoosten van de 7de boog. Dat was in 2014 de laatste plek waar nog contact bestond tussen het vliegtuig en Inmarsat (international maritime satellite). Dat viel daar weg en men neemt aan dat het toestel daarna door brandstofuitputting in zee stortte. Op de kaart van Ocean Infinity werd het zoekgebied aangeduid als IG Hotspot’, een locatie met hoge prioriteit die werd aangeduid door de Independent Group (IG). Die plek had men in 2025 met andere robots, de zogenaamde ROVs (Remotely Operated Vehicles), niet goed genoeg in kaart kunnen brengen.  

Er werd deze keer gebruik gemaakt van drie geavanceerdere, autonome onderwaterrobots. De activiteiten verliepen grotendeels ononderbroken tussen 6 en 15 januari. De weersomstandigheden waren gunstig voor de onderzoekswerkzaamheden, waarna het werk op 15 januari plotseling werden gestaakt. Alledrie AUV's werden veilig aan boord van de Armada 8605 geborgen. 

Het Amerikaanse zoekbedrijf, de Maleisische overheid en andere betrokkenen bleven daarna muisstil. Iets later werd bevestigd dat er in die korte tijd een gebied van ongeveer 7.236km2 werd afgezocht, volgens het voortgangsrapport van 6-15 januari 2026 dat werd gepubliceerd op de Facebookpagina van de ‘Association for Families of the Passengers and Crew on board MH370’. Verder niets... 

Als je iets niet moet doen, dan is het zwijgen over een situatie waarbij zovelen meekijken. Als er stilte heerst, beginnen complottheoristen -die in dit verhaal al zo vaak de kop opstaken- direct van alles en nog wat te beweren en rond te strooien. De eerste ongegronde uitspraak na de stop was dat men de zoektocht had afgebroken omdat het vliegtuigwrak was gevonden. Deskundigen betwijfelen dat (maar zijn niet 100% zeker). 

Er is een Amerikaan die ik met enige regelmaat online volg over dit onderwerp: onderzoeksjournalist Jeff Wise. Hij onderhoudt al jarenlang een blog (deepdivemh370.com), een podcast en een videoserie ‘Finding MH370’ over het lot van dit spooktoestel. Een man die nepnieuws vakkundig ontmantelt en zich bij voorkeur tot de feiten beperkt. Ik luisterde naar zijn laatste praatje op YouTube waarin hij wederom een lans brak voor het verstrekken van nieuws dat waar is. Het weer op zee verslechterde vroeger dan gedacht en Ocean Infinity moest de onderzeerobots uit het water halen. Dat was de ware reden voor terugkeer. Daarbij haalde Wise een uitspraak aan van de CEO van MIT AI die zei: ‘When no ideas seem right, the right one must be wrong.’

Wise stelt dat mensen die niet kunnen omgaan met de onzekerheid in deze kwestie, terugvallen op ongegronde uitspraken. Onder andere dat piloot Zaharie Ahmad Shah een gevaarlijke gek was die massamoord pleegde met voorbedachte rade. Hij had tijdig door zijn werkgever moeten worden ontmanteld. De journalist meent dat er niets is dat die uitspraak rechtvaardigt. Geen verklaring van betrokkenen, van artsen, in gevonden documenten of politie-onderzoek. 

Dat neemt niet weg dat het hartverscheurend is voor nabestaanden om nog steeds niet te weten wat er met de 12-koppige crew en de 227 passagiers aan boord van vlucht MH370 is gebeurd. Dat vind ik als geïnteresseerde buitenstaander ook onverteerbaar. Ik vind het ook vreemd dat er door de verantwoordelijke autoriteiten verder niets wordt gecommuniceerd over het hoe en waarom van de vroege stop en van de bevindingen. 

De grote vraag is of de zoektocht binnenkort zal worden hervat. Die hoop is nog niet opgegeven al vaart Armada 8605 sinds 23 januari in heel andere wateren. Volgende week maandag (23 februari) wordt het schip in Pago Pago verwacht, Amerikaans Samoa. Ocean Infinity besloot vorig jaar in april het zoeken te staken vanwege de naderende winter. We hebben deze keer dus nog even tijd, maar niet al te lang... Wordt zeker vervolgd.


zaterdag 14 februari 2026

Van jouw Valentijn

In de vele blogs die in de afgelopen 18 jaar verschenen, zocht ik of er ooit eentje was gepubliceerd op Valentijnsdag. Dat was niet het geval. Wel refereerde ik tweemaal  aan de ‘Día de los Enamorados’, de dag van de verliefden, zoals deze dag in Spaanstalige landen wordt genoemd. Die lacune is maar gedeeltelijk verklaarbaar. Ik heb immers een liefje (met wie ik later deze maand ons 37ste jubileum hoop te vieren) en vaak doen we op deze dag iets feestelijks samen. Maar Valentijnsdag was en is in Europese landen niet zo’n ‘ding’. 

De oorsprong van Valentijnsdag is, zoals zovele feestdagen, een mengeling van religie en mythe. Daar kwam in de loop van de tijd een flinke dosis commercie bovenop. De naamgever van deze dag is Sint Valentijn, al is dat meteen ingewikkeld. In de kerkelijke geschiedenis bestonden er minstens tien Sint Valentijns. Een paar in de katholieke kerk, in de Anglicaanse kerk, de Lutherse kerk en een aantal in de oosters-orthodoxe kerk. De bekendste is hoogstwaarschijnlijk een Romeinse priester (katholieke kerk) in de 3de eeuw na Christus, ten tijde van keizer Claudius II. Deze keizer meende dat ongehuwde mannen betere soldaten waren dan gehuwde. Ze werden minder afgeleid door de liefde. Daarom verbood hij huwelijken. 

Die katholieke Valentijn trok zich daar niets van aan en bleef stellen in het geheim trouwen. Uiteindelijk werd hij in 270 gearresteerd en onthoofd. Daar zie je nou nooit een chocolade afgietsel van tijdens dit evenement... Tja.

Volgens de legende schreef deze Valentijn in de gevangenis een brief aan de dochter van zijn cipier -op wie hij verliefd zou zijn geworden- en ondertekende die met ‘van jouw Valentijn’. Geen idee of dat waar is maar het zou het begin kunnen zijn van het romantische verhaal dat we vandaag de dag kennen. 

In de middeleeuwen (14de eeuw) geloofde men dat vogels rond half februari begonnen te paren. De beroemde Engelse dichter Geoffrey Chaucer (1343-1400), bekend van ‘The Canterbury Tales’, legde een verband tussen dit natuurfenomeen en romantische liefde. Daarna was erd Valentijnsdag niet langer uitsluitend een martelaarsfeest maar ook een reden voor poëzie. Als je een hekel hebt aan Valentijnsdag moet je vooral hem de schuld geven! Chaucers 'The Parliament of Fowls' is een van de vroegst bekende Valentijnsgedichten. Het is dus een gedicht van 699 regels over vogels die hun partner kiezen. Hier een piepkleine selectie.


‘Now welcome summer, with your sun soft,

That this winter’s weather does off-shake,

And the long nights’ black away does take!

 

Saint Valentine, who art full high aloft –

Thus sing the small fowls for your sake –

Now welcome summer, with your sun soft,

That this winter’s weather does off-shake. 

[..]


'Het parlement van vogels'
Karel Wilhelm de Hamilton

Dit extra lange gedicht werd geschreven in de vorm van een droomvisioen waarin allerlei vogels (valk, uil, kraanvogel, ekster, duif, kwartel, havik, leeuwerik, zwaan, kauw, roodborst, spreeuw, kiviet, haan, mus, zwaluw, pauw, fazant, ooievaar, aalscholver, lijster, raaf) op Sint Valentijnsdag samenkomen om een partner te kiezen. Het halve vogelrijk komt voorbij! Het is een allegorisch verhaal dat thema's als liefde en keuzevrijheid verkent. Ook dat spreekt aan. 

Het zou oorspronkelijk zijn geschreven ter ere van het huwelijk van koning Richard II van Engeland en Anna van Bohemen, waarover vijf jaar werd onderhandeld. (Anna was een Boheemse prinses uit het Huis Luxemburg, die door haar huwelijk met Richard in 1382 koningin-gemalin van Engeland werd.)   

Dat was het begin van een industrie die in de VS zou uitgroeien tot een business van circa 20 miljard dollar. Tja. Wat er allemaal gebeurde na Chaucer’s gedicht tot aan de rode rozen en ballonnen van nu is mij een raadsel. Wat ik wel weet, is dat de Spaanse warenhuisketen El Corte Inglés in de jaren '40 van de vorige eeuw een grootschalige marketingcampagne begon om 14 februari te promoten als Día de los Enamorados. Tegenwoordig is deze dag hier nog volop in gebruik. Je kunt er als consument bijna niet omheen. Supermarkten en kleinere winkels bieden bloemen, dozen chocolade, sieraden, parfums, diners en weekendjes weg aan. 

Wel vind ik het ironisch dat Valentijnsdag pretendeert iets uniek en persoonlijk te zijn, terwijl talloze personen op die dag precies hetzelfde doen. Ze gebruiken kaartjes met romantische teksten die in oplagen van honderdduizenden zijn gedrukt over hoe uniek en bijzonder die ene persoon is. Dat wil ik echt niet afdoen als onzin, dat is te cynisch. Valentijnsdag kan een moment van aandacht zijn in een druk leven of een moment van vriendschap in wijdere context. Want wees eerlijk: een bos rozen of een glanzende doos chocolade doet wonderen, in wat voor relatie dan ook. 

Mijn liefje en ik gaan later vandaag met buurvrouw-vriendin Liselotte naar een van onze favoriete restaurants in Murcia. Daar gaan we het gezellig maken, voor haar en voor onszelf. We zullen haar -lichtgewicht- wel aan een ballontouwtje moeten vastknopen aan onszelf anders gaat storm Oriana er met haar vandoor! Het stormt hier als een dolle! Gisteravond ontvingen we zelfs een nationaal weeralert voor vandaag, met de strekking: 'ga niet naar buiten, ga niet de weg op'. Vanmiddag wakkert de wind aan tot orkaankracht, 140km/uur. Misschien gaat 'Big O' zelfs roet in dit Valentijnse etentje gooien...  


dinsdag 10 februari 2026

Beschermgodinnen

In mijn leven ben ik niet vaak lid geweest van een vereniging. Pas in 2012 sloot ik mij vol overtuiging aan bij The Cloud Appreciation Society. In eigen woorden noem ik het de ‘Wolkenstaardersclub’. Dat leek mij wél wat. Vaak liep ik met mijn hoofd in de wolken, al ben ik verre van verstrooid. Het is een feit dat ik graag naar boven kijk, ins Blaue hinein. De oprichter van deze vereniging noemt wolken ‘de meest democratische vorm van natuur’. Iedereen kan ze zien en ze zijn altijd gratis. Je hebt er geen kaartje of app voor nodig.

‘Naar wolken staren is als het legen van je geest, een goede manier om gemoed én lichaam te ontspannen.’ Zo werkt het ook voor mij. Even niet voor het computerscherm zitten of met de neus in de boeken. Even naar buiten, nieuwsgierig naar wat zich daar afspeelt, lekker nutteloos bezig zijn. De Griekse dichter Aristofanes noemde wolken de beschermgodinnen van de nietsende mens. 

Deze vereniging bestaat inmiddels 20 jaar en dat verdient een feestelijke jubileumblog, wat mij betreft. Het was een idee van de Brit Gavin Pretor-Pinney. Lid 1. Zijn verbond begon als grap maar groeide uit tot een serieus internationaal gezelschap. De meeste eerste leden waren piloten en dat verbaast mij niets. Zij zitten op de eerste rij als het om wolken gaat.

Pretor-Pinney publiceerde een aantal boeken over de kunst en het plezier van wolkenstaren, plus eentje over golven. Die twee zijn met elkaar verbonden. Een wolk is in feit niets anders (nou ja...) dan een golf in de lucht. Zijn eerste boek kwam uit in 2006 en was getiteld ‘The Cloudspotters Guide’. Daarin legt hij uitvoerig uit welke soorten wolken er bestaan. In zijn boek ‘A Cloud A Day’ uit 2019 biedt hij de lezer 365 fascinerende beelden van wolken; in al hun verschijningsvormen. In de schilderkunst, fotografie, geschiedenis en het dagelijkse leven. Van eeuwenoude Japanse kunst tot digitale foto’s van leden van nu. 

Wolkenstaren kun je doen zonder enige kennis maar als je je wilt verdiepen in de materie, valt er veel te leren. De hoogste wolken in de lucht (tussen 6 à 12km hoogte) heten cirrus, cirrocumulus en cirrostratus. De laagsthangende wolken (tot 2km hoogte) heten cumulus (stapelwolk), stratus, stratocumulus en cumulonimbus. Tot de middelhoge bewolking behoren altocumulus, altostratus en nimbostratus. Dit zijn wolken die voorkomen tussen de 2 à 6km hoogte (de troposfeer). Pretor-Pinney omschrijft ze als ‘layers of breadrolls in the sky’. 

Maar wolkenstaren doe je niet alleen voor de lol of ontspanning. Wolken doen ertoe want ze reguleren de temperatuur van de aarde door zonlicht te weerkaatsen en warmte vast te houden. Ze bepalen waar regen valt en waar droogte heerst. Zonder wolken hebben we geen rivieren. Zonder wolken is er geen leven. 

Pretor-Pinney benadrukt dat wolken de ‘expressie’ van de atmosfeer zijn: ze laten zien wat lucht doet wanneer het beweegt, botst, opstijgt en afkoelt. Ze maken het onzichtbare zichtbaar. In die zin zijn wolken als een soort dagboek van het hemelgewelf. 

De Cloud Appreciation Society heeft inmiddels 65.000 leden. Mijn lidmaatschapnummer zit in de lage 29.000-reeks. Maandelijks ontvang ik een ‘Somewhat Occasional Newsletter’ met interessant wolkennieuws. In elke nieuwsbrief wordt de wolk van die maand gekozen, altijd een inzending van een lid. Daarnaast worden subsoorten uitgelegd, ook de minder voorkomende, zoals undulatus, vertebratus, hoefijzervortexwolk en meer. Altijd interessant. 

Een lid uit Brisbane (Australië) lanceerde recent een website voor wolkenstaarders met als ondertitel ‘I see a dragon’. Die is gewijd aan de kunst van het ontdekken van vormen in wolken. Iedereen kan de eigen Cloud Lookalike inzenden of uploaden en dat levert al best leuke plaatjes op. 

Tegenwoordig worden er door de vereniging ook buitenlandse groepsreizen georganiseerd om naar wolken te staren. De eerstvolgende reis (maart 2026) voert naar Bolivia, waar een bezoek wordt gebracht aan de wereldberoemde Salares de Uyuni. Daar leidt de spiegeling van de wolken in het water van de zoutmeren tot spectaculaire beelden. Ik ga niet mee al staat deze bestemming hoog op mijn reiswensenlijstje. 

Wolken zijn overal maar sommige plekken in de wereld zijn extra royaal bedeeld. Patagonië is zo’n plek. Daar begonnen vriendin Bernadette en haar reismaatje Tanja onlangs hun reis door Zuid-Amerika. Het is de combinatie van een woest en winderig landschap dat het wolkenstaren daar zo ongekend interessant en hemeltergend mooi maakt!

Een strakblauwe lucht is mooi voor de fotograaf maar geef mij maar wolken in het beeld. Ze brengen diepte aan en geven het landschap karakter. Ik ken de fraaie wolkenluchten van de tropen (onder andere Indonesië) waar cumulonimbuswolken kilometers hoog in de lucht torenen; vaak gevolgd door onweer dat zijn weerga niet kent. 

Nederland is in dit verband ook een vermelding (en studie) waard. Pretor-Pinney prees de combi van het vlakke landschap en de lage horizon vaak als hoofd Wolkenstaarder. En vergeet het prachtige doek boven Saint-Rémy-de-Provence niet van Vincent van Gogh. Wat een wolken! 

Leuk om eveneens te vermelden is dat de vereniging regelmatig suggesties doet aan de World Meteorological Organization (WMO) om een nieuw soort wolk op te nemen. Dat deed men bijvoorbeeld in 2017 met de chaotische ‘asperitaswolk’ (Altostratus undalatus asperitas, bubbelwolk). Het bewijsmateriaal bestond niet alleen uit met iPones gemaakte foto’s maar ook uit -de verwijzing naar- een werk van de Duitse kunstenaar Caspar David Friedrich (1774-1840) die het schilderij ‘Seashore by Moonlight’ (1835) maakte met daarop precies dit soort wolken. 

Wolken zijn inderdaad een diepe inspiratiebron voor kunstenaars door de eeuwen heen. De Engelse romatische landschapsschilder John Constable (1776-1837) maakte in de beginjaren van de 19de eeuw systematische wolkenstudies, vaak voorzien van datum, tijd en weersomstandigheden. Hij maakte de werken in de periode 1820-1822 en noemde ze ‘Cloud Studies’. Door deze zogenaamde skying-techniek wilde Constable ‘Master of Clouds’ worden. In een brief aan een bevriende kunstenaar noemde hij de lucht destijds ‘the Chief Organ of Sentiment’. 

De Amerikaanse kunstenares Georgia O’Keeffe (1887-1986) schilderde graag wolken vanuit een vliegtuig. (Zij was zeer bereisd.) Zo ontstonden abstracties, ritmische patronen die in niets lijken op het aardse. Ze schilderde een serie werken die de naam ‘Sky Above Clouds’ kreeg. Hiernaast vind je nummer 1 uit die reeks, een van haar beroemdste schilderijen. Saillant detail is dat haar werk ‘Above the Cloud IV’ te groot was (ruim 7m breed) om door de deuren van het San Fransisco Museum of Art te kunnen. Daar had ze in 1970 een grote overzichtsexpositie. Het is cynisch dat O’Keeffe op latere leeftijd leed aan ongeneeslijke maculadegeneratie. Langzaam werd ze blind. 

Dus laten we vaker omhoog kijken. Er is zoveel te zien en te fantaseren. Pretor-Pinney stelde ooit dat wolken ons eraan herinneren dat schoonheid niet permanent hoeft te zijn om betekenis te hebben.


vrijdag 6 februari 2026

Zeldzaam

We wandelden langs het strand (Middellandse Zee) toen mijn oog viel op iets kleins in de branding. Dat overkomt mij vaker want sinds mijn kindertijd raap ik (dode) schelpen. Dan ontwikkel je een zogenaamd ‘zoekbeeld’. Als er dan iets ligt dat opmerkelijk is van kleur of vorm, zie je het sneller dan iemand die er geen gewoonte van maakt naar de grond te kijken.

Het was een klein, krabachtig iets met een dik schild, piepkleine scharen en een lange spriet aan één kant. Ik stond stil op die plek langs het water omdat onze Engelse vrienden Pat & Sue net uit het water stapten. Zij zijn winterzwemmers of, beter gezegd, zij zwemmen het hele jaar door in zee. Beiden hebben een extra beschermlaag om niet direct te verkillen zodra de teen met koud water in aanraking komt (als je begrijpt wat ik bedoel...) Wij koukleumen, bibberen al bij de gedachte maar wij hebben dan ook geen extra vetlaag. Voor de goede orde: het zeewater heeft nu de temperatuur van de Noordzee in de zomer. Noem ons watjes. 

Pat hield zijn hand op zodat ik een close up-foto kon maken. Daarna zette ik het diertje van ongeveer 2cm terug op het zand. Thuisgekomen, zocht ik met Google-lens wat ik had gefotografeerd maar dat leverde weinig zinvols op. Dus Tom Poes verzon een list. Al jaren klop ik met enige regelmaat aan bij de deskundigen van onderzoeksinstituut en natuurhistorisch museum Naturalis. De persoon die doorgaans het contact met de buitenwereld onderhoudt, heet Alice.

Er zit al sinds de kindertijd heel veel verwondering in mij. Een voortdurende nieuwsgier en verbazing over wat zich om ons heen bevindt. Zo ontstond ook de natuurvorser in mij en die is nog steeds springlevend. Ooit vond ik twee witte meeverende pingpongballen met een zwart staartje langs een afgelegen strand in Noord-Bali. Ik nam de ballen niet mee maar fotografeerde ze en stuurde die foto naar Naturalis. Het bleek te gaan om doodgewone kogelvislarven, al is deze vis, de fugu, berucht om zijn sterke gif.  

Of die keer dat ik dacht bij de Zandmotor ter hoogte van Ter Heijde (Zuid-Hollandse kust) een fossiel bot te hebben gevonden. Die zandmotor was net aan de kust aangebracht als maatregel tegen zeespiegelstijging. Daar deden mensen in de loop van de tijd heel bijzondere vondsten. In mijn geval was het echter geen miljoenen jaren oud bot maar een van een hedendaags rund dat waarschijnlijk in de Noordzee verdronk. Met dank aan Naturalis. Dus nee, tot dusver deed ik nooit bijzondere vondsten of ontdekkingen, niets dat mijn naam verbindt met de eeuwigheid. 

Eerder deze week las ik het boek uit, getiteld ‘Waanzin aan het einde van de wereld’ van de Amerikaan Julian Sancton. De ondertitel luidt ‘De noodlottige reis van de Belgica door de donkere Antarctische nacht’. Dat zegt genoeg. De jonge Belgische commandant en expeditieleider Adrien de Gerlache vaart in 1897 met zijn bemanning -onder andere met een jonge Roald Amundsen aan boord- naar ijscontinent Antarctica. Hij wil de eerste zijn die de geomagnetische zuidpool bereikt. Het wordt een verhaal van grote tegenspoed (op alle terreinen). Niet iedereen overleeft dat avontuur. 

Maar op de wereldkaart staat tegenwoordig wel een Wiencke-eiland, naar de verdronken jonge Noorse zeeman met dezelfde achternaam en de De Gerlache Strait. Daar vind je ook de Danco-kust, naar de eveneens omgekomen Belgische luitenant en geoloog Danco. Dat bedoel ik maar! 

Binnenkort begin ik aan Sanctons tweede boek, getiteld ‘Het fortuin van Neptunes’. Dit is het waargebeurde verhaal van het legendarische 17de eeuwse Spaanse galjoen dat zonk voor de kust van Colombia met meer dan een miljard dollar (omgerekend) in goud en zilver aan boord.

Ik stuurde deze keer weer een bericht naar het contactadres van Naturalis en voegde de foto toe. Ook vroeg ik of Alice er nog werkzaam was. De laatste keer dat ik contact opnam, ligt alweer enkele jaren achter mij. Doorgaans reageert men vrij snel, deze keer niet. Tijdens de wachtdagen las ik in de krant rouwadvertenties die uit naam van het instituut waren opgesteld. Het ging om de directeur van Naturalis, Marjolein Breemer. Zij overleed onverwachts, op 49-jarige leeftijd. Bioloog Freek Vonk sprak in het openbaar over de verbijstering die in de organisatie heerste. Ineens begreep ik waarom ik langer dan gewoonlijk moest wachten op antwoord. 

Na ruim een week stuurde ik een herinneringsmail, inclusief betoond medeleven. Niet lang daarna kreeg ik alsnog antwoord... van Alice. Ze dankte mij voor de betoonde compassie en ging daarna over tot de orde van de dag. Ze had mijn foto voorgelegd aan haar collega Charles, expert op het gebied van kreeftachtigen. Die stelde vast dat het gaat om een primitief soort krab, Albunea carabus. In het Engels wordt het dier ook wel ‘mole crab’ (molkrab) genoemd. Het zeediertje gebruikt zijn afgeplatte poten om zich in te graven in de zandbodem. Ik was hem of haar dus net voor geweest op het strand. Het blijk een vrij zeldzaam dier. Joehoe! Het is nog steeds geen wereldfaam, het zal niet de boeken ingaan als ‘cancer nudis pedibus Barefoot’ maar het is evenmin een onbeduidende vondst. Alice stuurde een Wikipedia-artikel mee waarin de fysieke kenmerken en habitat van het minikrabje nader worden toegelicht. 

Wij wandelden recent langs de boulevard van Los Alcázares toen mij een folder in de hand werd gedrukt. Het bleek te gaan om een korte geschiedenis van de Mar Menor, in cartoonvorm en met volle tekstballonnen. Een onderwerp dat mij na aan het hart ligt. Ik blogde al heel vaak over de penibele situatie van deze gemaltraiteerde zee. In de folder wordt de binnenzee echter afgebeeld als verleidelijke blauwe blob met lang haar. In de realiteit is Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee, al decennialang slachtoffer van ernstige vervuiling door illegaal lokaal en regionaal landbouwafvoer, door mijnbouw en toeristische bebouwing. Deze zee kreeg vorig jaar, als eerste Europese ecosysteem, een eigen juridische status. Daarmee kreeg het officieel bestaansrecht en recht om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen, te worden hersteld en beschermd. 

In 2008 nam de Ecuadoriaanse regering als eerste ter wereld een wet aan die de natuur van ‘Pacha Mama’ moest gaan beschermen. Als tweede land in de wereld nam Bolivia in 2015 een wet aan die de rechten van Moeder Aarde moest gaan beschermen. De Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland, stromend op Maori-land, verkreeg juridische status in 2017. In 2018 werd door het Hooggerechtshof van Colombia een wet bekrachtigd die de rivier Amazone als ecosysteem juridische rechten verschaft. Dat was nadat een groep jongeren een rechtzaak aanspande tegen de toenmalig president van het land. En nus dus ook Mar Menor. 

Teresa Vicente (1962) is een Spaanse hoogleraar rechtsfilosofie, gespecialiseerd in mensenrechten en natuurrechten, aan de Universiteit van Murcia. Zij is een van de instigators van het volksinitiatief om de Mar Menor rechtspersoonlijkheid te verlenen. Ze zette zich er vele jaren voor in en in 2022 werd die wet in Spanje aangenomen. Die waarborgt voortaan de rechten van dit bijzondere ecosysteem als rechtspersoon. Allereerst richtte ze de organisatie SOS Mar Menor op. Een slimme vrouw met visie en passie. 

In 2023 ontving Vicente de eremedaille van de Raad van Europa voor het belangrijke vrijwilligerswerk dat ze deed. In 2024 ontving zij de prestigieuze Goldman Environmental Prize voor haar inzet. Deze internationale prijs wordt ook wel de Groene Nobelprijs genoemd. Zij groeide op aan de Mar Menor, zwom als kind in het kristalheldere water van de zoutwaterlagune, snorkelend en genietend van de aanwezige populatie zeepaardjes. Die tijden zijn niet meer... Chronische vervuiling veranderde de zee in een kerkhof. Een massale vissterfte in 2019 zette Vicente ertoe aan actie te ondernemen. 

In december 2025 trad ze af. Deze gedreven activiste legde haar functie als voorzitster van het ‘Comité van Vertegenwoordigers’ neer, na die slechts zes maanden te hebben vervuld. Dit is een van de drie toezichthoudende organisaties die een oog houdt op naleving van de wet. Dit comité bestaat uit drie leden van de Spaanse overheidsadministratie (die het algemeen belang moet dienen), drie ambtenaren van de autonome regio Murcia en zeven gekozen burgers en heeft als taak maatregelen voor te stellen die de binnenzee ten goede komen. 

Als reden van ontslag gaf ze op dat haar commissie wordt ‘verlamd’ door de regionale en nationale overheid. In haar ontslagbrief lichtte ze haar besluit nader toe. De overheidsinstanties –de autonome regio Murcia en de Spaanse staat- hebben ten onrechte een soort vetorecht gecreëerd over veel van de ingediende initiatieven. De door deze overheden benoemde vertegenwoordigers gedragen zich meer als verdedigers van de overheid dan als verdedigers van de rechten van Mar Menor, waarvoor ze juist zijn benoemd. 

Een dergelijk vetorecht was nooit de bedoeling en als de leden van het comité hadden geweten dat het zo zou uitpakken, zouden ze het anders hebben gedaan. Vicente en haar collega’s hadden niet verwacht dat de socialistische regering van Pedro Sánchez de handen ineen zou slaan met de PP-regering in de regio Murcia. ‘Ze vertegenwoordigen de beide regeringen en denken als één geheel.’ Aldus een uiterst kritische Vicente. 

Het Spaanse ministerie van Milieu verklaarde dat het de beslissing van Teresa Vicente om af te treden respecteert maar de opgegeven redenen niet deelt. Tja. Haar vertrek is slecht nieuws voor Mar Menor.

 

maandag 2 februari 2026

Herken je deze?

Vriendin Bernadette reist momenteel door Argentijns en Chileens Patagonië. Met haar reismaatje Tanja geniet ze van het indrukwekkende gletsjerlandschap. Wij, volgers, genieten mee. Soms stuit ze er op een onbekende vogel. Elke vogel, behalve de mus, was tot voor kort voor haar een onbekende. Maar wat niet is, kan nog komen! 

Iemand anders aan boord van het schip waarmee ze de beroemde gletsjer Perito Moreno van dichtbij gingen bewonderen, zei dat er een condor tegen de bergwand zat. Op die dag spotten ze deze iconische vogel daarna nóg twee keer boven hun hoofden. In Chileens Zuid-Patagonië gebeurde dat daarna nog een keer, met een groep van wel tien vogels, naar verluidt. En toen ze van Chileense zijde terugreden naar de Argentijnse kant, zat er eentje, bijna op grijpafstand, midden op de pampa. Het filmpje dat ze maakte van het op- en wegvliegen van deze imposante vogel was van grote schoonheid en klasse. Bofkonten! Mijn liefje en ik moesten naar hetzelfde continent afreizen om condors in het wild te zien (Colombia, 2023). De condorfoto in de header is van eigen hand. 

Bernadette fotografeerde daar ook een andere vogel, pikkend in het gras. Ze vroeg haar volgers of zij wisten wel dier het was. Wie het wist, zou worden geëerd. Dat was niet tegen dovemensoren gezegd. Iemand stuurde de correcte Latijnse  naam in (Theristicus melanopis) maar noemde de vogel vervolgens ten onrechte een zwarte ibis. Ik deed eveneens een duit in het zakje en stuurde de Nederlandse benaming in: zwartmaskeribis. De zwarte ibis is bijna geheel zwart, dit familielid heeft alleen een masker rond de ogen in die kleur. De dag erna kreeg ik de zilveren medaille toegekend. Er is al zoveel onrecht in de wereld dus dat kon ik niet over mijn kant laten gaan. In een individuele whatsapp (niet via groepsapp Polarsteps) tekende ik bezwaar aan bij de jury. Over die uitslag werd verder niet gecommuniceerd...  

Wat een sneue boel was het laatst op de  A2 in Nederland! Op die drukke weg werd een kroonkraanvogel doodgereden. Zijn of haar maatje stond ernaast en keek ernaar. De snelweg werd afgezet omdat de weduwe/weduwnaar telkens naar de dode partner terugkeerde en boven de plaats des onheils bleef cirkelen. Kraanvogels zijn monogame dieren die tenminste een broedseizoen bij elkaar blijven maar soms ook het hele leven. De rouwende kraanvogel is inmiddels opgenomen in een vogelopvang in Amsterdam. Medewerkers van het centrum meldden dat de achterblijver het goed maakt maar nog steeds naar zijn of haar maatje lijkt te roepen. Kasian. 

Begin januari werd de steenuil (Athene noctua) in Nederland uitgeroepen tot Vogel van het Jaar 2026. Dat was een actie van Vogelbescherming Nederland, Sovon Vogelonderzoek en Steenuilenwerkgroep STONE. Deze werkgroep zet zich al minstens 25 jaar in om de positie van deze uilensoort te verbeteren. De steenuil  heeft de kwalificatie ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst van de IUCN. Op de STONE-website hebben ze een kaart waarop je een gebied kunt kiezen waar je kunt gaan tellen. De organisatie wil dit jaar gebruiken om meer te weten te komen over het aantal broedparen. Dat moet niet al te moeilijk zijn want de roep van deze vogel is goed herkenbaar.

Deze kleinste uilensoort zagen we vaak in de toppen van de bomen langs de golfbaan waar we voorheen woonden aan de Costa Blanca. Als we daar 's avonds met een glaasje wijn op het terras zaten, genietend van de ondergaande zon en het actief worden van de natuur, hoorden we het geroep van de steenuil luid en duidelijk. Vaak zagen we deze kleine roofvogels in de toppen van de bomen recht tegenover ons appartement. Als de duisternis inviel, staken hun grote ogen af als lantaarns tegen de donkerte.

In Spanje werd de putter (Carduelis carduelis) dit jaar uitgeroepen tot Vogel van het Jaar. Ik was groot fan van het boek ‘Het puttertje’ van Donna Tartt dat in 2014 de Pulitzer-prijs voor fictie won. Op de kaft staat een deel van het schilderij van Carel Fabricius die bekend werd met dit werk (1654). Met mijn toenmalige boekenvriend Ben deelde ik het leesplezier. Als aandenken aan dat fraaie boek en die gedeelde leeservaring gaf hij ons een geslaagde kopie van het originele schilderij van Fabritius kado; inclusief Gouden Eeuw-lijst. Het origineel hangt in het Haagse Mauritshuis. De kopie siert een wand van onze eetkamer. Ben overleed helaas... Jaren later kocht ik een houten puttertje in Noord-Bali, handgemaakt door een lokale kunstenaar. Die zit op Ben’s lijst. 

De putter is deels standvogel, deels migrant. Die rode kop en gele strepen op de vleugels zijn niet te missen en gemakkelijk herkenbaar. Deze vogelsoort zag ik pas met eigen ogen nadat we naar onze huidige woonplaats aan de Middellandse Zee verhuisden. In de eerste jaren zagen we ze dagelijks rondfladderen in de duinrand, in groepen, als we over de wandelboulevard liepen. Putters houden van struiken, kruidachtige vegetatie, plekken waar veel zaad is te vinden. 

Mijn favoriete radioprogramma over natuur, Vroege Vogels, was gisteren grotendeels gevuld met verslagen van tellende types in tuinen; door bekende en onbekende Nederlanders. Gisteren eindigde namelijk de meerdaagse tuinvogeltelling in Nederland. Iedereen die eraan mee wilde doen, moest een half uurtje in eigen tuin of op balkon gaan zitten. Voor de beginneling was een kaart samengesteld met meestvoorkomende vogels. Het was een kwestie van aanvinken (pun intended...). Via de app kon je je bevindingen heel gemakkelijk doorsturen. 

Er deed dit jaar een recordaantal mensen mee: bijna 130.000. Joehoe! Er werden 1.8 miljoen vogels geteld. Het gemiddeld aantal vogelsoorten per telling lag ook hoger dan voorheen: 7 (vorig jaar 6). De koolmees werd het vaakst gespot, de huismus (winnaar van vorig jaar) eindigde als nummer 2, de pimpelmees op 3. Hoe simpel het ook klinkt, dit is een waardevolle manier van burgerwetenschap. Hiermee krijgen deskundigen een beter beeld van de vogelstand in het land. 

Ik durf te wedden dat niemand de groenlandpikker spotte!