Translate

Posts tonen met het label cruise Holland America Lijn 2018. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cruise Holland America Lijn 2018. Alle posts tonen

woensdag 19 december 2018

Chili, een gepeperd verslag

Als je twee weken hebt gekeken en geluisterd naar de oceaan valt het niet mee te aarden in een luidruchtige en drukke stad als Santiago de Chile. Er wonen namelijk bijna 6 miljoen inwoners in deze Zuid-Amerikaanse smeltkroes. De vorige keer dat we hier waren (2015), verbleven we een weekje in een lommerrijke buitenwijk. Nu logeren we in het stadshart, in een hippe wijk met veel restaurants en bars. We verblijven in een hoekappartement op de 14de verdieping van een zogenaamd aparthotel dat conciërges, wasmachines, een gym en een openluchtzwembad met zicht op de Andes heeft. Liepen we aan boord continu met een key card in onze broekzak, deze studio open en sluit je met handoplegging en een code. Ideaal.

Vanuit de zitkamer hebben we zicht op de Cerro Santa Lucía en de Cerro San Cristóbal. Met een kabelbaan kun je naar de heuvels; dat uitje staat op onze To Do-lijst. De bergketen (Andes) die achter de hoogbouw opdoemt, is een constante in het stadsbeeld. Vanuit de slaapkamer kijken we neer op Lollapalooza, dé poptempel van Santiago. Omhoog kijkend, zien we de top van de hoogste toren van de stad: ‘Torre Gran Costanera’, met zijn 64 verdiepingen. In de VPRO-serie ‘Over de rug van de Andes’ bracht presentator Stef Biemans deze wolkenkrabber eerder dit jaar onder onze aandacht. Hij vertelde dat het gebouw symbool staat voor Chili’s grote economische vooruitgang maar dat heeft een keerzijde. Er springen namelijk regelmatig mensen vanaf…

Het verkeer raast om onze woontoren heen, de sirenes van ambulances en brandweer schallen dagelijks door de straten. We kochten een BIP-kaart voor reizen met de metro en de bus. Vooral de oude, verlengde stadsbussen maken een boel herrie en zorgen voor de luchtvervuiling die je al bij het opstaan aan de einder ziet. Als we aan het einde van de middag terugkeren van onze omzwervingen, de ramen sluiten en de airco aanzetten, is het echter goed toeven.

We ontmoetten onze Chileense vriendin Luz Maria reeds. Ze nodigde ons op de avond van aankomst uit om met haar te gaan dineren in het trendy restaurant Centric. Met de taxi kwamen we er op tijd aan, al stond het verkeer op weg ernaar toe choc-a-bloc. Het restaurant heeft een goede formule: voor een vast bedrag kun je kiezen voor entrée-hoofdgerecht-dessert of delen ervan. De kaart heeft veel keuze, onder andere steak tartaar. Geen van ons was erg hongerig dus het bleef bij één gerecht maar alledrie waren ze goed bereid en mooi. Er vlogen wel twee flessen heerlijke Chileense wijn doorheen. Mijn liefje en ik keren zeker naar dit restaurant terug.

De regelmatige lezer weet dat we met haar en haar partner Eugenio voor Kerst en Oud & Nieuw een vakantiehuis aan de Chileense kust zouden huren voordat het noodlot toesloeg. Ze kreeg de diagnose borstkanker gesteld en ondergaat sindsdien een trits van behandelingen: chirurgie, chemotherapie, radiotherapie, intraveneuze hormoontherapie en hormoonpillen (jarenlang). Vandaag heeft ze haar laatste, zware chemotherapie. Ze wordt behandeld in een internationale kliniek met een, naar verluidt, fantastisch gespecialiseerd team van artsen. Heur haar viel weliswaar uit en ze smeert een dikke laag op haar gezicht om de intense vaalheid te maskeren maar ze voelt zich naar omstandigheden goed. Bovenal is ze fijn gezelschap.

Ze vertelde ons die avond dat haar partner haar een dag voor het begin van de behandelingen verliet. Hij kon, naar verluidt, niet met haar ziekte omgaan. (Dat voorvoelde ik omdat ze niet reageerde op mijn eerdere vraag naar zijn welzijn.) Wij leerden Eugenio tijdens een cruise rond de Galapagos-eilanden kennen als een warme man die overliep van liefde en die zelf ook het nodige meemaakte qua gezondheid. Hem overkwam een aneurysma die hem bijna fataal werd, ware het niet dat een toekijkende arts hem te hulp schoot. Zijn gedrag verbijstert mij dan ook. 

De eerste keer dat ik weerzin jegens een deserterende mantelzorger voelde, was toen Kluun het boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ publiceerde. In tegenstelling tot vele lezers was ik verbolgen over het egoïstische gedrag van de hoofdpersoon. Ik weet al te goed dat je onderscheid moet maken tussen een verzonnen literaire persoon en de schrijver maar auteur van der Klundert distancieerde zich niet van zijn hoofdpersonage. Het boek zal best gaan over een man die zichzelf vindt in moeilijke tijden maar ik vond hem vooral een slappeling. Iemand van wie je zielsveel houdt, laat je toch niet in de steek? De eed van trouw geldt toch ook bij tegenspoed? Tja.

Onze vriendin Luz Maria is echter een sterke vrouw met een positieve instelling. En met een hechte sociale kring. Zo heeft ze uit haar eerste huwelijk een dochter die wekelijks meegaat naar de kliniek. Als zij niet kan, begeleidt een goede vriendin haar. Waarschijnlijk gaan we dochterlief later in Santiago ontmoeten. Zij gaat een excursie organiseren op de wijngaard van haar echtgenoot en schoonfamilie in de buurt van La Serena, onze eerstvolgende bestemming in het nieuwe jaar. Ze heeft ook een goede vriendin die werkzaam is in het ‘Museo de la Memoria’, het indrukwekkende museum (dat wij eerder bezochten) dat verhaalt over de geschiedenis van de staatsgreep door generaal Pinochet, de zelfmoord van de toenmalige democratisch gekozen president Allende en het begin van de dictatuur in Chili. We boffen met zulke vrienden. 

We gaan hier van de ene verrassing naar de andere. Aan boord van MS Zaandam ontmoetten wij een Nederlandse vrouw van 87 uit New York. Zij reisde 62 jaar geleden met de Holland Amerika Lijn vanuit Indonesië naar Nederland om daar van haar eerste kind te bevallen. Ze trouwde destijds met een Nederlander die in Java werd geboren en in zijn jonge jaren in een Jappenkamp terechtkwam.

Ze sprak ons aan tijdens een lunch nadat ik het woord ‘kroepoek’ gebruikte. Ik had net een Indonesisch gerecht van het buffet gekozen en legde mijn liefje uit wat er precies op mijn bord lag. Van het een kwam het ander. Ze is dol op haar Vaderland en krijgt natte ogen als ze Nederlands hoort spreken.

We leerden dat haar moeder overleed toen zij zelf drie jaar oud was. Met haar broertje kwam ze in een internaat terecht. Ze is namelijk dochter van een kapitein op een Nederlands koopvaardijschip die door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet naar Nederland kon terugkeren. Deze intelligente, levenswijze en aandoenlijke vrouw vertelde ons dat ze tijdens elke vaardag aan haar vader dacht… Ze leeft al ruim 25 jaar met haar (jongere) partner uit Nicaragua en samen reizen ze de wereld rond, tegenwoordig bij voorkeur op cruiseschepen. Zij is nog zeer helder in het hoofd, haar lijf begint te sputteren. Hij is haar steun en toeverlaat. 

Wie schetst mijn verbazing dat we elkaar in een gezellige straat in het overvolle Santiago tegenkomen? Zelf hadden we net geluncht maar we zegen op hun terras neer terwijl zij op hun bestellingen wachtten. Ons gesprek, deels in Nederlands, Engels en Spaans, ging verder alsof het nooit was opgehouden. Mooie mensen. Zij vliegen morgen naar huis terug. Wij gaan vanavond naar het klassieke kerstconcert in het plaatselijke ‘Teatro Oriental’ waarvoor we gratis kaarten ontvingen. Amamos a Santiago! Binnenkort zet ik het Chili-webalbum online. (Een link van het cruisin'-album vind je in voorgaande blog Voorwaarts… marrrrs!)


maandag 17 december 2018

Wild Wife Adventures

Het ronden van Kaap Hoorn werd een memorabele ervaring. Niet in de laatste plaats vanwege het uitzonderlijk goede weer ter plekke. Onze Engelse kapitein, Christopher  Norman, vertelde tijdens een vragenuurtje dat hij het gebied in de 33 jaar van zijn carrière op zee nog nooit zo rustig zag. We bevonden ons in de Drake-passage, gelegen op breedtegraad 55 zuid. Dat deel van de oceaan is berucht om zijn onstuimige omstandigheden. De wateren in deze contreien worden de ‘furious fifties’ genoemd en ietsje zuidelijker, vanaf breedtegraad 60 zuid, heten ze zelfs de ‘screaming sixties’. Het was hier dat een bemanningslid van de Volvo Ocean Race overboord sloeg om nooit te worden teruggevonden. Ik moest aan hem denken toen we zelf onder veel betere omstandigheden om de kaap heen voeren.

De volgende dag ontvingen we een officieel Kaap Hoorn-certificaat, op geschept papier met een glimmende rand eromheen, op naam gesteld en ondertekend door de kapitein. De tekst op de proclamatie luidt als volgt:

Aan allen die hetzelfde pad hebben bereisd, ontdekt door de twee zonen van de dappere Nederlandse verkenner Isaac LaMaire en de gebroeders Schouten. Dit stoutmoedige kwartet organiseerde een expeditie die uit twee schepen bestond naar een vaarroute naar de Stille Zuidzee, ten zuiden van de straat van Magellan. In de avond van 29 januari 1616, zag de groep land in de vorm van een hurkende leeuw’ dat unaniem als Kaap Hoorn werd omgedoopt.

Op de zuidelijkst gelegen rots van deze kaap staat een monument in de vorm van een albatros voor allen die op deze plek op zee omkwamen. Aan de voet van het monument staat een kapel. Een Chileense dichteres schreef er een mooie tekst bij die begint met “Soy el albatros que le espera en el final del mundo. Soy el alma olvidada de los marinos muertes que cruzaron el Cabo de Hornos [..]” Ik ben de albatros die op je wacht aan het einde van de wereld. Ik ben de vergeten ziel van de overleden zeelui die Kaap Hoorn (Kaap van de Ovens, in letterlijk Spaans) bereisden.

We zijn blij met ons certificaat maar nóg blijer met de ervaring. Mijn liefje en ik  bereisden Kaap de Goede Hoop (zuidpunt van Zuid-Afrika), Invergill (zuidelijkste punt Zuidereiland Nieuw-Zeeland) en nu dus ook Kaap Hoorn, Zuid-Amerika.

Op de verdere vaarroute naar het noorden van Chili passeerden we gletsjers en scheepswrakken. Een van de verhalen die mij zal bijblijven is het vergaan van SS Leonor, een Amerikaans schip. Het deed dienst na de aanval op Pearl Harbor en in de Koreaanse oorlog. Het was onderdeel van Operatie Flying Carpetom Amerikaanse gewonden uit oorlogsgebieden te halen en naar het vaderland terug te brengen. En dan vaart het op de klippen door een stomme misinterpretatie van het woord “right”. Geloof je dat nou?! Amerika is het enige zeevarende volk dat geen bakboord en stuurboord gebruikt maar links en rechts zegt. De persoon aan het roer begreep het woordje right (oké) als een commando naar stuurboord en stuurde het schip zo op de klippen. Tja.

Vervolgens bevoeren we de Chileense fjorden. De zuid-Patagonische ijsplaat was een grote verrassing: er dobberden kleine ijsbergen rond en de Brujo-gletsjer was mooi. Zeker toen de zon over de blauwe ijsmassa scheen. Daarna voeren we noordwaarts door het Chileense merengebied, tot aan Puerto Montt, het gebied met veel Duitse invloed. Halverwege de 19de eeuw werden duizenden Duitsers uitgenodigd naar dat gebied te emigreren. We herkenden de vakwerkhuizen, de kleding, keurig aangelegde tuintjes en de kuchen (koeken).

Langzamerhand werden het landschap minder dramatisch en werd het minder koud. Ook werden de dagen korter. In het diepe zuiden ging de zon rond 22:30 uur onder en gloorde het daglicht alweer om 04:00 uur. De laatste dagen op de Stille Oceaan waren zonnig en rustig. Zeehonden dobberden op hun rug langs het schip, tijdens een loop over het dek voor een goed doel (kankeronderzoek) dook een walvis tweemaal langszij op. Passagiers zwommen toen alweer in het buitenbad op het bovendek. Het cruisen zit erop. We hadden grote mazzel met het weer. De goden waren met ons. Voor aanvang verwachtten we  veel kouder en guurder weer. Tijdens alle uitstapjes aan de wal begon de zon voor ons te schijnen. De jasritsen gingen doorgaans open. Ik slikte slechts drie gemberpillen tegen zeeziekte, lag slechts driemaal in mijn bed te rollen. Het percentage marine wildlife  viel dan iets tegen maar ik realiseer mij maar al te goed dat dit geen oceanografische cruise was. Het schip moest van A naar B en stopte niet voor een staart of geplons.

We hebben nog wel zeebenen maar we zullen in Santiago de Chile snel weer in landrotten veranderen. Het appartement dat we in deze stad huren, is klein maar goed. De wifi is uitstekend, huismeester Sebastian is aardig en behulpzaam. De eerste boodschappen voor het ontbijt morgen zijn gedaan bij een supermarkt om de hoek. De korte broeken liggen op een stapeltje in de kast, de teenslippers zitten weer aan onze voeten. Mijn liefje zit nu aan een mooi glas lokaal bier, zelf proef ik een glas wijn van de Carmenere-druif, de Chileense tegenhanger van de Malbec, afkomstig uit Tierra del Fuego. We hebben mooie herinneringen aan Vuurland. Onze glazen staan op mooie nieuwe coasters met zeedieren en vogels erop. Proost!


dinsdag 11 december 2018

Voorwaarts… marrrrs!

We zijn alweer aan de laatste week van onze cruise begonnen. Onlangs bezochten we  Punta Arenas, een stad in Chileens Patagonië. Dit is de winderigste stad ter wereld. Wij maakten dat niet mee omdat het hier eind voorjaar/begin zomer is maar in de winter worden touwen in de stad gespannen waarlangs je dan van de ene kant naar de  andere kant van de straat kunt lopen. De kapitein koos er om veiligheidsredenen voor om, onder toezicht van een lokale pilot, de straat van Magellan pas om 9 uur 's avonds in te varen om zo de gevaarlijkste stromingen en ondiepten te vermijden. (De Portugees Fernando de Magallanes was de ontdekkingsreiziger die de archipel in 1520 ontdekte in opdracht van de Spaanse kroon.)

De eerste nacht op de Atlantische oceaan vond ik afschuwelijk. Al sinds mijn kindertijd heb ik last van wagenziekte. Langzamerhand kwam ik erachter dat het een algehele bewegingsziekte is: ook op een boot, in een vliegtuig, een bus en een trein heb ik er langs van. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik af en toe niet slaap op een cruiseschip dat duizenden kilometers over oceanen vaart. We hadden die nacht namelijk windkracht 7 (Beaufort) schuin op de boeg en golven van drie meter hoogte. Nu vertelde een boeiende Amerikaanse wetenschapper en spreker die met ons meereist, Al Trujillo, dat de hoogste golf ooit gemeten er eentje is van 32 meter hoogte. Dat is net zo hoog als dek 8 van dit schip dus we mochten niet mopperen. Dat nam niet weg dat ik de hele volgende dag misselijk en slap als een vaatdoek was. De daaropvolgende nacht was echter rustig. De wind nam af en draaide dus ik sliep als een roosje. Mijn liefje beleeft op dit moment de beste slaap van haar leven.

Het eerste zeeleven dat ik zag vanuit mijn kamerraam, bestond uit tientallen vliegende vissen die op de boeggolven meezeilden. Later die dag zagen mijn liefje en ik vanaf het achterdek drie kleine dolfijnen pijlsnel door het water schieten. Te snel voor de camera. Anderen zagen diezelfde dag in de verte het spuiten van een grote groep walvissen. Gedurende twee dagen vlogen twee à drie albatrossen (wandering albatros) met het schip mee. Varend langs de kust van de Falklands-eilanden (Islas Malvinas in het Spaans) zag ik twee pinguins net onder het wateroppervlak zwemmen. Gisteren zagen we tweemaal orka's spuiten. Tot nu toe bleef het bij die ene rollende nacht en een eenmalig wankelen door de gangen.

Voor ons bezoek aan de Falklands moesten we met tender-bootjes aan wal; de eilanden hebben geen haven voor schepen van deze omvang. De Zaandam meerde af in een van de vele baaien die deze afgelegen eilandengroep rijk is. Dit onderdeel van het Britse Rijk heeft 3.000 permanente bewoners, waarvan 1.500 militairen die het land verdedigen. Argentinië zou dit territorium namelijk graag aan het eigen land toevoegen, al is er thans geen sprake van enige dreiging. Dat was anders in 1982. Toen vond daar een bloedige oorlog plaats waarbij aan beide kanten veel slachtoffers vielen. De Britten van Thatcher wonnen die slag. 99.8% van de huidige bewoners wil Brits blijven. De 0.2% die dat niet wil, heeft waarschijnlijk de vraag niet begrepen. Aldus de Argentijn die een boeiende, met ironie beklede lezing gaf over de aanhoudende strijd tussen beide landen.

De dag begon met een lichte en kortstondige bui die ons niet uit het veld sloeg. Het weer verbeterde met het uur. Dezelfde Argentijn van de eerdere lezing feliciteerde ons de dag erna met het feit dat we de Falklandse zomer meemaakten van 15:00 tot 16:30 toen de zon eindelijk doorbrak. Joehoe! Vanuit hoofdstad Port Stanley maakten we een excursie naar fraaie baaien met pinguïns in het wild. Het gaat om de Magellan-pinguïn, een soort die alleen daar en in South Georgia (Antarctica) voorkomt. In de jaren '90 van de vorige eeuw maakte mijn toenmalige baas Marjolijn mij lid van haar pinguïnclub, een groep van overwegend trouwe meiden die enthousiast achter hun Grote Roerganger aan waggelden. Je begrijpt de associatie. Dat lidmaatschap ging gepaard met de ontvangst van een grote pluchen koningspinguïn die ik jarenlang van het ene naar het andere oord meeverhuisde. Totdat Yuda verliefd werd op deze zachte vriend. De pinguïn verblijft sindsdien permanent in tropisch Bali. Nu loopt Damai met het dier onder zijn arm. Als Komang -Nummer 3- groot genoeg is, zal hij zich liefdevol over deze oude, nieuwe vriend gaan ontfermen, verwacht ik.

Tja, pinguïns. Ik vind het dieren om van te houden. Ze zijn grappig en ontroerend. De Falklandse pinguïns (Magellan) waren niet per se schuw maar ze worden goed beschermd en afgeschermd. Net als de toeristen. Op de eilanden liggen nog landmijnen die daar in de aanloop naar de Falklands-oorlog door de Argentijnen werden geplaatst om de invasie van de Britten te stoppen. Een groep Zimbabwaanse experts is daar al twaalf jaar bezig mijnen te verwijderen. Onze Britse chauffeur, detective in het Engelse leger, verwachtte dat men nog twee jaar nodig heeft om alle stranden van mijnen te ontdoen. Kennelijk zijn deze pinguïns niet zwaar genoeg om die monsters spontaan te doen ontsteken. Gelukkig, maar. Het eerste wat mij opviel en zeer beviel, waren de prachtige baaien, de witte duintoppen, de bijzondere begroeiing. Dat verwacht je niet aan het bijna-einde van de wereld!

En toen zagen we ze, op gepaste afstand. Met mijn telelens kwamen ze veel dichter bij. Ze wandelden over het brede strand en in de duinen. Koddig. Samen en alleen. Ze gingen te water of kwamen eruit. Poetsten zichzelf, badderden wat, zegen neer voor een dutje. Deze mars van de pinguïns was een onvergetelijk schouwspel. Meer soorten zouden volgen op deze reis (koningspinguïns en gentoo-pinguïns). Foto's zijn te vinden in het webalbum.

Inmiddels lieten we ook de ‘laan van de Gletsjers’ en het Beagle-kanaal achter ons. We stonden extra vroeg op om in het kraaiennest (bovenste dek) de beste uitkijkposten te hebben. Er waren zes gletsjers te zien. Het regende en er was laaghangende bewolking. Een formele wolkenstaarder als mij deert dat niet. Het was imposant. Het was er circa 6 graden Celsius. Op sommige plekken was de passage minder dan 500 meter breed, met aan beide kanten watervallen. Bijna alle gletsjers hebben een landennaam, vernoemd naar de ontdekkingsreizigers die het gebied in kaart brachten. Het zal niemand verbazen dat er onder andere een Spanje- en een Holland-gletsjer is. Voor de Nederlanders in de stuurhut was de laatste -en laatstgenoemde- de mooiste. Met puntige, blauwe pieken. De Duitsland-gletsjer stortte onlangs deels in en ook dat was interessant om te aanschouwen. De regenboog over een van de vele bergketens was de kers op de taart.

Vandaag zijn we in de zuidelijkste stad ter wereld: Ushuaia, Argentijns Patagonië. Het ligt in Vuurland. We kwamen op tijd in de haven aan maar konden niet afmeren. Onze plek werd ingenomen door een schip dat belangrijke vracht had verloren. Wij moesten daarom met tender-bootjes van boord en nam uuuuuuren in beslagn. Balen! Vanavond gaan we vroeg naar bed want morgenochtend om 5 uur krijgen we het volgende spektakel: dan gaan we Kaap Hoorn ronden via een scenische route. De volgende dagen zullen bol staan van de wonderen der natuur. Dat maakt veel goed voor het gemis van een fatsoenlijke internetverbinding. Het webalbum Cruisin' Zuid-Amerika 2018, inclusief beelden van pinguïns, kun je hier (blijvend) zien.


woensdag 5 december 2018

Yoga en Herrie

We zijn inmiddels drie dagen aan boord van het schip De Zaandam, van de Holland-Americalijn. De Hollandse driekleur wappert fier in de wind, achterop het dek. Laat ik beginnen met een rectificatie: het is niet kapitein Ane Smit uit Terschelling die aan het roer staat maar zijn Britse collega. Smit stapte van boord, in spijkerbroek en met een grote rolkoffer toen wij na een uitje weer aan boord stapten. Hij zei dat hij klaar was voor dit jaar. Mijn liefje vroeg hem daarop: klaar voor de feestdagen op Terschelling?”. Hij lachte ons verrast toe en beaamde. Inmiddels ontmoette ik de twee tweede officiers aan het lunchbuffet; beiden van Nederlandse afkomst. Stoere jongens van Johan de Wit; blonde, frisse reuzen met baarden. Zij vertelden dat ze een contract voor drie maanden aan boord van schip X hebben, waarvan één maand met nachtdienst. Ook met hen zijn wij in goede handen.

De cruiseterminal van Buenos Aires staat in de containerhaven, in een minder leuk deel van de stad. Er wordt daar hard gewerkt aan de verbetering van de infrastructuur dus overal zag je bouwputten. We hadden zicht op hoge stapels containers. Op de eerste avond lagen wij er alleen. De volgende ochtend bleken we te worden vergezeld door een cruiseschip van MSC. Dan kun je pas goed zien hoe klein wij zijn… In mijn beleving is de Zaandam echter best een groot schip. Je kunt eindeloos van voor naar achteren lopen, zowel binnendoor als (deels) buitenom. We beginnen de dag goed met enkele rondjes rondom het schip, over het promenadedek. Dat is iets dat bij buurman MSC niet kan. Het aardige van dat schip is dan weer dat alle buitenhutten een balkon hebben.

We hebben geen hut met een balkon maar wel een met een groot raam met vrij uitzicht. We kregen advies van vriend Pete die deze reis eerer maakte, en in dezelfde hut verbleef. Er zijn namelijk ook hutten waar reddingsboten voor de ramen hangen maar dat was geen optie. Onze hut is prima: we hebben een bed van minstens 2.20 meter breed met een fantastisch matras en lekkere dekbedden, heel veel kastruimte, een bureau en een zitje. Onze kamer is in principe geschikt voor vier reizigers. Boven de bank hangt een tekening van vogels boven Texel. It feels like home. In de gangen op ons dek hangt  kunst van uitsluitend Hollandse taferelen. Op de matten in de lift staat elke dag de weekdag vermeld. Voor de dementerenden onder ons (en daar zouden er zo maar een paar kunnen zijn...).

Onze stewards heten Yoga en Herry. Yoga is van Java, Herry is van Bali. We spreken met de beide jongemannen in een mix van Indonesisch en Engels en dat vinden ze ge-wel-dig. Wij deelden inmiddels onze foto’s van Yuda, Damai en Nummer 3 met hen. 's Avonds aan het diner worden we verzorgd door Made, ook een Balinees. Het nieuws dat we Bahasia Indonesia spreken en enkele jaren in Bali woonden, ging als een lopend vuurtje over het schip. Leuk, hoor.

Qua passagiers lijkt er een goede mix van culturen aan boord te zijn: Aziaten, Europeanen en Amerikanen. De gemiddelde leeftijd ligt ruim boven 60 jaar, schat ik in. De eerste twee personeelsleden van het schip die wij spraken, waren overduidelijke homo’s. Ik zag oudere dames en jonge meiden die volgens mij setjes zijn. Er is een LGBTI-club aan boord maar daaraan heb ik geen behoefte. Een Frans stel zei in hun moerstaal tegen elkaar toen wij langsliepen dat we waarschijnlijk tweelingen zijn. Ik reageerde meteen! (Het is bepaald niet in mijn voordeel wanneer men mijn 9-jaar oudere liefje aanziet voor mijn tweelingzus.) We waren toch zeker wel familie van elkaar? Dat evenmin. Zoiets gebeurt er kennelijk als je 30 jaar intensief samenleeft. Tja.

We zaten een ochtend aan het ontbijt in de buurt van twee oudere Amerikanen waarvan de vrouw vertelde dat haar over-over-overgrootmoeder in de 16de eeuw van Steenbergen (Nederlander) naar Kentucky emigreerde. Zij woont inmiddels zelf in Seattle, de stad van Starbucks en Ben & Jerry. We zijn er niet op uit om nieuwe contacten op te doen of nieuwer vrienden te maken maar als er spontaan iets bijzonders of gezelligs gebeurt, staan we er open voor.

Bij Michelle uit de Filippijnen drinken we 's ochtends een voortreffelijke latte machiato van koffiebonen die speciaal voor de Holland-Americalijn worden geteelt en uitsluitend voor hen worden geoogst. Om het plastic in de oceanen te redden, worden er geen rietjes en plastic deksels meer verstrekt als je bij haar meeneemkoffie bestelt. Terwijl ik dat -met waardering- las, dacht ik aan de Co2-uitstoot van een gemiddeld cruiseschip: die komt overeen met de vervuiling door 1 miljoen auto’s… Tja.

We leenden reeds een reisboek, een vogelboek en een literaire thriller in de bieb, speelden ons eerste spelletje dam, dronken onze eerste cocktail in bar Het Kraaiennest, keken onze eerste film in de plaatselijke bioscoop (‘Assassination Tango’, met Robert Duvall dat zich in Argentinië afspeelt), reserveerden twee plekken voor de aanstaande wijnproeverij. Mijn liefje loopt zich warm voor het casino. De eerste bingo werd daar gespeeld en wij waren van de partij. Je kunt gokken met de sleutelkaart van je hut dus dat wordt haar zeer gemakkelijk gemaakt.  

Eenmaal per cruise wordt een van de restaurants voor fine dining omgebouwd tot een sterrenrestaurant van internationale klasse. Onder andere onze eigen Jonnie Boer maakt deel uit van een team van wereldwijd beroemde chefkoks dat over de culinaire beleving van HAL-passagiers adviseert en bijzondere diners samenstelt. 

Vandaag zijn we in Montevideo (Uruguay). Daar meerden we in de cruisehaven af, in het stadscentrum. Deze stad bezochten we al eens in 2015 maar nu staan er andere bezienswaardigheden op ons programma. Niet alleen mijn camera zit in mijn rugzak, ook mijn laptop. Aan boord van het schip is de kwaliteit en snelheid van internet dermate bedroevend dat ik erop uit moet om te bloggen. Het is het enige nadeel dat ik thans kan verzinnen.

De komende dagen zijn we op zee, op weg naar de zuidelijker gelegen Falkland Islands. De Argentijnen noemen dit ‘Islas Malvinas’. De beide landen hebben al een dispuut over het territorium sinds 1833, in 1982 brak daarover zelfs oorlog uit. Het is echter nog steeds Brits grondgebied. Voor enkele Britten aan boord is dat de hoofdreden van deze reis. Op weg naar die eilandengroep varen we over de vorig jaar gezonken Argentijnse onderzeeër, die onlangs werd teruggevonden op 800 meter diepte (voor de kust van Peninsula Valdez). Ironisch genoeg werd die vondst gedaan door Ocean Infinity dat eerder zocht naar het spoorloos verdwenen vliegtuig MH370 maar het niet vond. Naar verluidt, heeft het failliete Argentinië geen geld voor het bergen van de submarine.