Translate

Posts tonen met het label rondreis door Chili. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rondreis door Chili. Alle posts tonen

woensdag 20 februari 2019

The journey is over

In heel Chili wordt de infrastructuur verbeterd, of je nu door het zuiden of het noorden reist. Zelfs op onze laatste bestemming, het vliegveld van hoofdstad Santiago, was dat het geval. Nergens stonden we in die maanden in de file, behalve daar. De huidige terminal is vooral breed, met incheckbalies van vliegmaatschappijen dicht op elkaar. Het gebouw is echter niet diep. Ik zie dezelfde configuratie op veel (oudere) vliegvelden. Als werkneemster van de Britse BAA, eigenaar van onder andere luchthavens Heathrow en Gatwick, kreeg ik er oog voor. Men hield in Santiago kennelijk geen rekening met grote groei in passagiers. Nu moeten mensen die daar in rijen wachten om in te checken, tot aan buiten staan. Dat verspert de weg voor hen die in de hal naar hun balie willen gaan. Ik zag dat er nieuwe terminals worden gebouwd, hopelijk met betere inzichten.

Het was een mijl op zeven om de lounge van Iberia te vinden. We werden drie keer van het kastje naar de muur gestuurd. Dat laatste uitje op Chileens grondgebied had veel weg van onze eerdere bezoeken aan CONAF-natuurparken. Ook daar ontbrak eenduidige bewegwijzering. We vonden 'm uiteindelijk. Eenmaal binnen, bleken we naast Australiërs te zitten die net met Regent Seven Seas een cruise langs Kaap Hoorn afrondden en op weg gingen naar Sydney. Hun reis naar de andere kant van de wereld zou vanuit hier slechts 13 uur gaan duren (shortcut!). Mijn liefje meldde dat wij konden instappen. Eenmaal aangekomen bij de gate, waren de eerste passagiers al ingestapt dus wij moesten alsnog in de rij. Eigen schuld, dikke bult.

De terugreis verliep heel goed: we vlogen in een widebody A340-600, vertrokken op tijd, het was goed vliegweer, hadden prachtig zicht op de hoogste toppen van de Andes. Er was geen turbulentie te bekennen en we reisden in sweetheart seats. Dat zijn twee stoelen heel dicht naast elkaar, zonder armleuning in het midden. Ze schuiven uit tot bedden. Alhoewel we grotendeels overdag reisden, was dat erg comfortabel. Ook wij hadden een reis van 13 uur voor de boeg. Van de vliegmaatschappij kregen we een voucher voor gratis wifi onderweg dus we verzonden enkele foto’s. Het is zoals een vriend met gevoel voor ironie en understatement terugappte: the journey, not the destination matters”.

De stewardess die mijn kant van de rijen voor haar rekening nam, was een schatje. Het klikte. Ze moest lachen om mijn bestelling van een pisco sour als aperitief. Iberia doet er niet aan! Ter compensatie gaf ze mij extra nootjes en olijven bij het glaasje Spaanse wijn dat wèl werd geserveerd. Telkens als ik opkeek, ontmoette ik haar stralende lach. Ik denk dat ze iets jonger is dan ik. Vroeger had ik een zwak voor oudere vrouwen maar nu ik zelf tot die categorie behoor, veranderde er iets in mijn voorkeur. Mijn liefje keek opnieuw naar de film ‘Bohemian Rhapsody’ en knapte daarna een fijn uiltje. Zelf zag ik drie films: ‘Blackklansman’, ‘Boy Erased’ en ‘A Simple Favor’; heel divers maar stuk voor stuk zeer de moeite waard. Daarna soesde ik een beetje... denkend aan de stoute rol die Blake Lively (1985) speelt als ze om een eenvoudige gunst vraagt. Ik kende tot dusver een veel jongere versie van haar uit ‘The Sisterhood of the Traveling Pants’.

Traveling mag dan verslavend zijn, aankomen op luchthaven Barajas (Madrid) is geen sinecure. Over dat vliegveld zou je juist kunnen zeggen dat het te ruim is uitgelegd. We hadden een dik uur om over te stappen en kwamen gelijk aan met een vliegtuig van Avianca, ook uit Zuid-Amerika. Er stond een ellenlange rij voor de douane dus we liepen aanvankelijk via het pad van Non-EU-paspoorthouders naar voren om ons uiteindelijk bij de rij van EU-paspoorthouders aan te sluiten. Een beetje asociaal is dat wel, dat geef ik toe, maar we wilden ons vliegtuig naar Alicante niet missen. De gedachte een keertje gelijktijdig aan te komen met onze bagage gaf de doorslag. Daarna stapten we in de centrale aankomsthal in de trein naar terminal 4 om daar vervolgens nogmaals door de douane en langs de controle van de reistassen te moeten. Tenslotte liepen we nog een kwartier naar de verste gate van de K-sectie van de terminal. Zo relaxed als we uit het vliegtuig stapten, zo gehaast stapten we weer in.

Het laatste traject legden we af met een vliegtuig van Iberia Regional (Air Nostrum) waar je twee-aan-twee zit. Wij hadden beiden een zitplaats aan het gangpad. De passagier naast mij was groot en Spaanssprekend, al vermoed ik dat hij geen Spanjaard was. Hij had een spleetje tussen zijn voortanden en dat neemt mij altijd voor die persoon in. Ik vroeg hem desalniettemin of hij recht in zijn stoel kon gaan zitten zodat ik naast hem paste… Mij viel op dat mijn buurman veel aandacht had voor de uitleg van de stewardess. Ik zag ook dat zijn veiligheidsgordel vreemd in zijn schoot lag. Hij frunnikte. Toen ik beter keek (ik ben geen kruiskijker), zag ik dat zijn riem loszat. In mijn beste Spaans -letterlijk!- gaf ik hem aanwijzingen om het ding op juiste wijze te sluiten. Het klikte.

Als landende reiziger van buiten Europa moet je je bagage op luchthaven Alicante in een speciale hal ophalen. Onze tassen kwamen deze keer snel door dus we liepen opgetogen richting douane. Voor ons stond een Braziliaan met drie rolkoffers die desgevraagd aan de Guardia Civil-mevrouw antwoordde dat hij acht dagen bij vrienden ging logeren. Hij mocht niet door, zijn bagage werd door een scan en mensenhanden gecontroleerd. Een vrouw uit Colombia overkwam hetzelfde. De strenge vrouw hield ons ook staande en vroeg wat ons vertrekpunt was. Nadat ze de labels had gecontroleerd mochten wij doorlopen zonder scan en zonder te vertellen wat wij kwamen doen in Spanje. Mijn liefje noemde dat terstond etnisch profileren en dat is het ook, volgens mij.

Op 15 januari van dit jaar werd Murcia International Airport (RMU), ook wel bekend als Corvera, operationeel. Vliegveld San Javier, een militair vliegveld dat in de loop van de tijd tevens burgerluchtvaart ging faciliteren en dat eveneens in de provincie Murica ligt, sloot zijn deuren voor burgers. Corvera ging jaren later dan gepland open en het drama lijkt zich voort te zetten. In een lokale Engelse krant las ik de ervaring van iemand die de luchthaven recent tweemaal gebruikte. Hij was er niet bepaald enthousiast over. Aan beide zijden van de douane zijn de faciliteiten voor reizigers momenteel heel beperkt: één koffieshop en enkele verkoopautomaten aan de ene kant, één enkele koffiemachine aan airside. Beheerbedrijf Aena slaat op dit moment de plank volledig mis. Wat veel erger klinkt, is dat er bij de gates onvoldoende zitruimte is dus dat wordt staand wachten. Tja. Alicante zag het aantal passagiers in januari 2019 met 11% stijgen ten opzichte van januari 2018. In vergelijking met San Javier had Corvera in januari 8% minder passagiers. (Ik ga ervan uit dat deze vergelijking terecht en juist is.) Het nieuwe vliegveld gaat om 22:30 uur dicht. Dat is goed voor de omwonenden… die daar niet zijn!

Vriendin Rose-Marie wachtte ons in Alicante op en reed ons gezwind naar huis. Onze casa oogt schoner dan ooit. Het is fijn om te reizen maar het is ook lekker om thuis te komen. We sliepen die nacht onder gestreken dekbedovertrekken, vegen onze monden af aan gestreken servetten. Ongekend! Ook de tuin is een en al verrassing, al werd er flink gesnoeid. Vooral de grote citroenen aan de limonero zijn een lust voor het oog. De dames verblijven nog enkele dagen in een hotel om de hoek voordat zij naar Zwitserland terugkeren; onze fietsen verhuisden even met hen mee. Zij hadden hier afgelopen maanden prachtig weer. Op een handjevol dagen na, lunchten ze elke dag op ons zonnige terras.

Wij kwamen aan met prachtig weer. Eergistermiddag deden we een catnap en 's avonds aten we bij de lokale Chinees. Het was even wennen in de eigen auto na zes weken rijden in de Grote Nomade. Zo‘n auto gaat dan in je benen zitten. Het was eveneens wennen om de wijnfles zelf te openen. Wat verder wennen zal zijn, is dat onze Engelse buurvrouw begin volgende maand gaat verhuizen. Sinds haar scheiding officieel is, moet ze verhuizen. Ze had graag in Pilar en omstreken willen blijven maar vond een huurappartement in Lo Pagán dat ze zich (beter) kan veroorloven. We blijken de nieuwe buren reeds te kennen. Het is een aardig en ontwikkeld Spaans echtpaar dat vorig jaar het huis kwam bezichtigen. Ze waren destijds enthousiast en zochten direct contact met ons maar moesten echter eerst hun huis elders verkopen. Wat hun ETA is, is thans onbekend. We zien hun komst met plezier tegemoet.

Gisteren hadden we evenmin een jas nodig; een trui volstond bij het boodschappendoen. Zo is de overgang niet te groot. Jetlag dachten we niet te hebben omdat tussen Chili en Spanje een tijdverschil van slechts vier uur bestaat maar toch lagen we vannacht uren te kletsen. De laatste wasbeurt zit inmiddels in de machine, mijn nieuwe stenencollectie vond een bestemming in huis, de reistassen kunnen voorlopig terug naar de schuur. Mijn liefje volgde alweer een Spaanse les in de klas van juf Lorena. Volgende week zal ze een spreekbeurt houden over deze rondreis. Dat wordt oefenen! We aten zelfbereide wijnzuurkoolstamppot met worst, voor het eerst in weken dronk ik geen pisco sour voor het diner. De supersneeuwmaan, zoals deze maan door Indianen werd genoemd vanwege het heldere wit, scheen hier door de bomen. Aanvankelijk zag ik haar door bewolking heen maar dat is des te mooier voor een wolkenstaarder als ik. Happy to be home again.



vrijdag 15 februari 2019

Mazzel

Onlangs namen we afscheid van de Nomade die ons bijna 6.000 kilometers lang veilig vervoerde. Ze was een topper op alle ondergronden! Gisteren reden we linea recta naar de autoverhuur dankzij de goede voorbereiding van de bijrijder. Een groot deel van onze reis voerde langs Ruta 5, de Via Panam. Daarlangs zagen we om de kilometer een monument om het verongelukken van een chauffeur of een medepassagier te herdenken en dat is een conservatieve schatting. Het hield ons vaak bezig… Viel de chauffeur in slaap op die vaak eentonige weg? Gebeurde het in het donker of overdag? Was het de tegemoetkomende weggebruiker die de macht over het stuur verloor? Staken kinderen over zonder naar beide kanten te kijken? Tja. Vaak zagen we mensen een monument schoonmaken of nieuwe bloemen plaatsen. Dat ging mij niet in de koude kleren zitten. Zelf maakten we slechts twee à drie keer een gevaarlijke situatie mee op de weg maar we kunnen het navertellen.

Toen wij twee maanden geleden in Santiago de Chile arriveerden, verbleven we in een appartement op de 14de verdieping van een aparthotel in het centrum van de stad. De studio was klein, warm en luidruchtig vanwege rondrazend verkeer. Er lag een zwembad op de bovenste verdieping maar wij durfden onze teen er niet in te steken… Nu verblijven we in een ander deel van deze metropool, onder andere omstandigheden. Wel weer op de 14de verdieping; dat moet kennelijk zo zijn. Het is een internationaal hotel met ruime kamer, aan de schaduwzijde van het gebouw, met weinig geluid en zicht op een besneeuwde top van de Andes. Er ligt een goed onderhouden buitenbad op de begane grond maar het water is té koud om te zwemmen. Het is erg warm in de stad (35 graden Celsius) dus we kozen bewust voor een zwembad maar de temperatuur daalt 's nachts naar 16 graden dus het badwater koelt behoorlijk af. Het dauwpunt ligt zelfs op 7 graden. Ik heb nog nooit een vakantie gehad waarin ik zó weinig zwom! De Humboldt-stroom mag dan goed zijn voor het onderwaterleven, voor verwende dames is die koude stroom een klap in het gezicht. (De luchtvochtigheid is hier gelukkig laag, circa 18%.)

In de afgelopen weken probeerden we allerlei soorten accommodatie uit: hut aan boord van een cruiseschip, piepkleine studio in aparthotel, cozy kamer in traditionele hacienda met patio andaluz, magere blokhut met nepveranda (daar liepen we weg), blokhut met badkamer buiten en gat in het dak (om sterren te kijken), kamer in een van de eerste patrimoniële huizen van de vallei, felgekleurde kunstenaarsstudio, eigenaarsuite in zelfgebouwde hacienda, bed- & breakfastplek, balzaal met drie dubbele bedden, hostel met aso-buren, junior suite in sombere binnenlanden, goed hotel pal aan de oceaan (tweemaal), ruime kamer in casinohotel, domus op het strand met oceaanveranda (aka ‘de iglo’), haciendakamer in vallei, kamer in Pippi Langkous-huis, ruime kamer met zicht op de Andes in internationaal hotel.

Wat opviel, waren de uitstekende bedden in hotels, motels, blokhutten, B&B's en hostals. Daar kunnen Aziatische hotels een puntje aan zuigen. Je hoeft de Chilenen niet te vertellen hoe belangrijk goede bedmatrassen zijn! Die troffen we overal aan. Onderweg zagen we zelfs vakantiegangers die hun eigen (dikke) matrassen op het dak van hun vans en personenauto's vervoerden. Dekbedovertrekken zoals wij die kennen, heeft men hier nauwelijks of niet. Men heeft dekbedden maar die legt men bovenop bed, met losse lakens eronder. Dat werkt overigens prima. Op wat ouderwetsere plekken sliepen we onder dekens; daar zal ik nooit (meer) een fan van zijn. Wat nog minder plezierig was, was het gebrek aan blindeergordijnen die 's nachts de straatlichten buiten hielden. Soms hingen er doorzichtige vodjes voor de ramen. Menigmaal droeg ik dan ook mijn ooglapje. Op sommige logeerplekken waren ook de oordoppen nodig. Als we op reis zijn, zitten die  standaard in onze toilettassen.

Calama vond ik de eenvoudigste plek om te verblijven maar dat komt waarschijnlijk omdat we daar op de dag van onze geplande doorreis naar San Pedro de Atacama voor het eerst werden geconfronteerd met zware bewolking en lichte regen. Het werd er later die dag zo erg dat de rivier El Loa uiteindelijk buiten zijn oevers trad en het stadje en de wegen er omheen overspoelde. Deze kleine mijnwerkersplek en de plaatsen San Pedro en Iquique (alsmede Arica in het allerhoogste noorden, dat wij niet bezochten) werden in de daaropvolgende dagen rampgebied vanwege exceptionele regenval en levensgevaarlijke modderstromen. Dat kostte levens. Duizenden bewoners en bezoekers werden geëvancueerd. De Atacama-woestijn, droogste plek ter wereld, werd voor ons, toeristen, onbereikbaar. Op de weg die je moet nemen om de stad Iquique te verlaten, stond het modderwater tot aan de wielkast. Die route werd uiteindelijk ook afgesloten. We zagen een tv-opname van de oceaan die wij destijds nog intens blauw zagen: die veranderde in een donkerbruine massa. Uiteindelijk kregen 50 dorpen in Norte Grande grote problemen vanwege noodweer, zo las ik in een recente krant.

De plaats Bahia Inglesa, die we zelfs tweemaal uit vrije wil aandeden vanwege de wonderschone kust, kreeg recent te maken met een vreemd verschijnsel. Duizenden meerkatten spoelden aan en veranderden een van de mooiste baaien van het land in een onbegaanbaar en onwelriekend gebied. De Chileense Armada moest uitrukken om de dieren (een soort inktvis) van de stranden te verwijderen. De overheid liet de plaatselijke bevolking weten de dieren niet aan te raken of te eten. Gezien de topografie van Chili vermoed ik dat het land in de toekomst nog erger onder de gevolgen van klimaatverandering gaat lijden. Kasian.

Al voelde het destijds niet zo, als reizigers hadden we mazzel. Veel mazzel!

Eenmaal terug in Santiago, gingen we op zoek naar ons wasgoed dat we in december 2018 door omstandigheden niet konden ophalen. De beide dames van de wasserette  hielden hun deuren voor ons gesloten terwijl ze hadden toegezegd open te zijn. Wij gingen toen op pad zonder sokken, ondergoed en enkele favoriete shirts en bermuda’s. We lieten een briefje bij buurvrouw Nelly achter dat we het rond deze tijd wederom kwamen ophalen. Vanmorgen gingen we gespannen op pad. De deur van hun pandje stond open, de dames zaten aan een kopje soep. Ze zijn zussen, 70+ en uiterst beminnelijk. Hoe kun je boos zijn op hen?! Ik stapte als eerste binnen, gevolgd door mijn liefje. Toen ze haar zagen, ging er een langgerekte “Ahhhh” door hun winkeltje. Zij was en is immers de wasvrouw, een collega. We hoefden niets te zeggen, de volle waszak met schoon goed werd van de bovenste plank getild. Wij leverden de bon in, zij kregen hun geld. Beide partijen hadden mazzel.

Morgen gaan we nog eenmaal een van de hippere wijken van deze stad onveilig maken. Ook gaan we nog een bioscoopje pikken: Green Book. Deze gelauwerde film heeft als ondertitel: vriendschap heeft geen grenzen. Lijkt ons een toepasselijke afsluiter. Misschien wil onze Chileense vriendin mee. Zondag vliegen we terug naar huis. Het is hoog tijd om weer voet op Spaanse bodem te zetten. We hebben er zin an. Mijn liefje stuurde haar juf Loreta elke week een Spaans reisverslag. Zij liet weten uit te kijken naar de terugkeer van haar gewaardeerde leerling. Zelf kijken wij vooral uit naar ons eigen bed, de luiken voor de ramen 's nachts en de eigen kokkerelski. Erwtensoep staat onder andere op het menu.


woensdag 13 februari 2019

Parkeren is wel een dingetje

Afgelopen dagen in Norte Chico (Chili) maakten we ook nog een uitstapje naar een natuurpark aan de kust, genaamd Parque Nacional Fray Jorge. Vanaf ons verblijf in Santiago stond een bezoek aan het gebied van Monnik Sjors op ons lijstje maar we besloten het pas op de terugreis te bezoeken.

Als we dit traject aan het begin van onze rondreis zouden hebben afgelegd, zou dat een grotere opgave voor de chauffeur (mij) zijn geweest. De weg naar het park is namelijk grotendeels ongeplaveid. We schudden 27 kilometers lang heftig van voor naar achter en van links naar rechts. Men maakte er in het Nederlands een liedje van maar leuk wordt het daarmee niet. Er zitten diepe groeven in het pad waardoor je niet rijdt maar min of meer stuiterend vooruitkomt.
Wat het gehobbel enigszins dragelijk maakte, was het grote aantal roofvogels dat we onderweg zagen vliegen en op paaltjes en cactussen zagen zitten. Ze waren zo op hun gemak dat ik de auto rustig achteruit kon rijden om recht tegenover hen te parkeren en hen van alle kanten te bekijken. Desalniettemin slaakten we een zucht van verlichting toen we de officiële toegang in de verte zagen opdoemen.

Ook dit park wordt beheerd door CONAF, de nationale overheidsinstantie die alle parken onder zijn hoede heeft. We betraden er op deze reis velen maar het was de eerste keer dat het verschil in toegangsprijs tussen Chilenen en buitenlanders zó groot was. (Wij betalen driemaal meer dan zij.) Ik zei er iets over tegen de man die ons inschreef. Hij kon mij het prijsverschil niet uitleggen maar begreep mijn opmerking. Vervolgens haalde hij een klachtenformulier tevoorschijn dat ik moest invullen.

Dacht ik dat de weg naar dit grote park (bijna 9.000 hectare) slecht was, het pad in het park zelf is nog uitdagender. Niet alleen waren de groeven dieper, ze zaten ook nog eens op steile hellingen en in haarspeldbochten. Een paar keer bedacht ik mij dat ik liever omkeerde maar daarvoor was geen ruimte. Bovendien was het bezoek aan Fray Jorge mijn idee… Het park vindt zijn oorsprong in de ijstijd. Destijds maakte het gebied deel uit van het Valdiviaanse gematigde regenwoud dat je nu nog hoofdzakelijk vindt in het zuiden van Chili. Ook hier -net als onder water- speelt de Humboldtstroom een belangrijke rol in het voortbestaan van dit gebied. Die stroom zorgt namelijk voor de condensatie en nevel die het park zo bijzonder maken. Die nevel wordt in de inheemse taal “camachaca” genoemd. In 1977 werd het park door UNESCO toegevoegd aan de lijst van wereldwijde biosfeerreservaten.

Omdat de parkeerplaats op de top van de heuvel van beperkte omvang is, staan CONAF-medewerkers boven en beneden met walkie-talkies in contact met elkaar om het verkeer te regelen. Het bleek die zondag relatief druk te zijn. Terwijl een auto afdaalde, kon een andere auto naar boven rijden. Het werkte goed, we bereikten de top veilig en wel zonder tegenliggers.

Op de top van de heuvel ligt een mooi aangelegd wandelpad dat je op eigen gelegenheid kunt volgen. Dit woestijnpark aan de kust is bijzonder omdat het twee soorten vegetatie herbergt die ieder om dominantie strijden: bos en woestijn. De bomen en struiken staan vooral aan de randen en hopen zo op vocht dat met de constant binnendrijvende nevel meekomt. De cactussen en vetplanten staan vooral op de zonnigste maar droogste plekken. Een wonderbaarlijk ecosysteem. Vanwege de nevel hoorden wij de oceaan maar zagen die niet. Ik trof er planten- en bomensoorten aan die ik niet eerder zag; ook ontwaarde ik wilde munt en salie. Het was er mysterieus en interessant. Blij dat we hadden doorgezet! Door de mooie ervaring ervoeren we de terugweg als veel dragelijker.

En nu zijn we dus weer in Viña del Mar. Toen kwamen we aan met een internationale bus en verbleven dicht aan de kust. We verblijven nu in een ander deel van de stad, in een hotel uit het begin van de 19de eeuw dat eigendom was van ene Blanca Vergara. Zij was dochter van een welgestelde Chileen die zijn geld verdiende met een van de eerste suikerraffinaderijen van het land. Ze huwde met de man die deze stad in 1874 zou oprichten. Het pand, een van vier dat destijds haar eigendom was en dat dienst deed als onderkomen voor haar artistieke vrienden uit Santiago en omstreken, doet mij in alles denken aan Pippi Langkous. Groot, met torens, van hout, hier en daar scheef, met veel nissen, voor- en achterkamers en krakende vloeren. Oude familieportretten sieren het gebouw.

Het enige dat ontbreekt, is een paard in de gang. Ons eigen stalen ros vond een goed onderkomen. Mijn liefje was zo verstandig een parkeerplaats te reserveren. Blijkt dit ruime hotel er maar één te hebben. Toen de baliemedewerkster wees waar ik de auto naar binnen moest rijden, schudde ik mijn hoofd. Daar kon ik toch niet in?! Als ik de oren van de nomade niet naar binnen had geklapt, hadden we zonder zijspiegels verder moeten reizen. Zo smal. Toen de auto eenmaal stond, kwam ik er zelf niet meer uit. Tompoes verzon een list zoals je ziet… (Ik ontwikkelde mooie kuiten, al zeg ik het zelluf!)

Deze terugkeer naar Viña ging voor mij gepaard met veel herinneringen. In 2015 was het hier dat ik tot de conclusie kwam dat een heupoperatie onvermijdelijk was. Destijds lag ik 's middags op bed om bij te komen van onze lange ochtendwandelingen terwijl mijn liefje weer op pad ging. Zelf kon ik toen al geen honderd meters verder lopen vanwege helse pijn in mijn versleten gewricht. (Het duurde nog tot 2017 voor ik geestelijk klaar was voor een prothese.) Ik ben blij met mijn nieuwe heup, die doet het weer uitstekend. Vandaag zetten we beiden met gemak 10.000 stappen. 

In de afgelopen jaren veranderde er ook hier nogal wat. Er werd bijgebouwd en gerenoveerd. Een van de opvallendste veranderingen is de renovatie van de pier, Muelle Vergara. Het is een monument dat hulde brengt aan de industriële oorsprong van deze kustplaats. Verder wandelend over de boulevard, spraken we twee mannen aan. Ze kropen uit een kleine uitklapcamper en bleken uit Colombia te komen. Zo reizen ze vier à vijf maanden langs Peru, Chili, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië. De oudste wist veel te vertellen over Nederlanders: dat je ze overal tegenkomt in caravans en campers en dat we een land van fietsers zijn. (Hij kocht een fiets in Peru om gemakkelijk boodschappen te doen.) Ik ben telkens verbaasd dat men iets weet over ons en ons kikkerlandje.

Vervolgens kwamen we Steve en Dave tegen, Amerikanen die binnenkort met hun echtgenotes naar dit deel van Chili verhuizen. De een komt uit Texas, de ander uit Florida. Ik merkte al snel de JW-button op hun overhemd op: Jehova’s Getuigen (Witnesses). Daar om zieltjes te winnen. Wij hadden een uiterst plezierig gesprek met hen. Over Chili, godsdiensten en hun functie in de wereld, evolutietheorie, intelligent design, de omvang van seksueel misbruik in de Chileense katholieke kerk, reizen, hun president Trump (die niet de hunne is) en meer. Aardige mannen die blij zijn met hun geloof. En wij met onze overtuigingen: dat God niet bestaat, de aarde prachtig is en je je leven niet in de handen van welke godheid dan ook moet leggen. Zelluf doen!

Tenslotte zegen we voor de lunch neer in een Mexicaans restaurant. Eindelijk weer iets anders op het bord dan Chileens eten (wat dat dan ook is). Zoals het vaak gaat, vraagt de ene partij aan de andere waar hij of zij vandaankomt. Dit was geen uitzondering. De jongeman in de bediening had groen-blauwe ogen dus ik vroeg hem welke immigranten hij in zijn afstamming heeft. Nee, hij was 100% Chileen! (Als je dat bent, heb je volgens mij inheems bloed door d’aderen vloeien…) Mijn liefje vroeg hem vervolgens of zijn familie van Spaanse afkomst is? Ja, dat wel! Tja. Hij noemde zijn beide achternamen. 100% Spanje.

Vanavond gaan we eten in een Franse bistro die we gisteravond ontdekten. Morgen stap ik weer vrolijk via de achterkant in de auto. Daarna rijden we, wellicht met een extra kras of deuk, terug naar Santiago waar we de bevuilde nomade bij het verhuurbedrijf inleveren. Parkeren zal daar geen dingetje zijn. Een taxi brengt ons dan bepakt en bezakt naar een internationaal hotel met zwembad. Er is nog steeds sprake van een hittegolf in de hoofdstad. We gaan de terugkeer en de afronding van radiotherapie vieren met onze vriendin Luz Maria. Het is dan immers Valentijnsdag, El Dia del Amor.


maandag 11 februari 2019

De Vallei van de Magie

Doorgaans neemt het aantal hoogtepunten aan het einde van een reis af. We begonnen inmiddels aan onze laatste week in Chili. Dan strijk je ergens neer waar je gaat relaxen, op je gemakje terugkijkt op de weken die je op de reisbestemming doorbracht en maak je je klaar voor de lange reis naar huis. Wij niet. Deze dagen in Norte Chico, de laatste dagen in deze regio, zijn nog uiterst enerverend!

We gingen hier allereerst op excursie naar de wijngaard van de schoonzoon van onze Chileense vriendin Luz Maria (die vandaag haar laatste radiotherapie ondergaat; joehoe!). Zijn Croatische grootvader kocht hier ooit land omdat diens vrouw in deze regio was opgeleid en dol was op de omgeving. Hij begon hier een wijngaard, zijn vader is hedentendage president van een inmiddels veel groter bedrijf. Ovalle ligt in een landbouwgebied maar toen de familie een wijngaard begon, had men daar nog nauwelijks ervaring met het verbouwen van wijn. Wel verbouwde men al eeuwenlang de druivensoort die basis is van de pisco sour, het lokale drankje waaraan ik gedurende deze reis verslaafd raakte.

Op zaterdagochtend hadden we een afspraak met Raúl, een intelligente en innemende jongeman die studeerde aan de landbouwuniversiteit van Chili en zich daarna verdiepte in vinologie. Felipe, de schoonzoon, is derde generatie oenoloog en general manager van het bedrijf. (Hij was zelf niet aanwezig.) Raúl wist ons veel te vertellen over de druivensoorten en de wijnen die zijn werkgever verbouwt. Ze komen onder vier namen op de markt: Payen, Roca Madre, Talinay en Tabalí. Het gaat dit bedrijf niet om het verbouwen van grote hoeveelheiden wijn (circa 2 miljoen liter jaarlijks) maar om wijn van hoge kwaliteit. Ze noemen zich dan ook producent van boetiekwijnen. De meerderheid van die wijnen gaat naar het buitenland, naar 47 landen. Tabalí is het enige wijnhuis in Chili dat wijngaarden hoog in de bergen (op 1.600 meter) en direct aan de kust heeft. Er wordt volop geëxperimenteerd en geëxpandeerd. Het logo dat de Tabalí-wijnen gebruiken, is afkomstig van de nabijgelegen Valle del Encanto, de Vallei van de Charme maar ik noem dat Magie.

Die vallei bezochten we op maandag. Eigenlijk is het een ravijn (quebrada) vol met bijzonderheden. Je vindt er petrogliefen, pictografieën en piedras tacitas, dat zich niet zo gemakkelijk laat vertalen. Het zijn grote stenen met ronde gaten erin. Die zouden dienstdoen als vijzels voor het vermalen van granen en andere voedingsmiddelen maar zouden ook kunnen dienen als opvang voor het bloed voor offerandes (vooral guanacos). Petrogliefen zijn tekeningen die in stenen zijn gekrast of geschraapt, pictografieën zijn tekeningen die in stenen en rotsen zijn aangebracht met pigment van planten en mineralen. Het was werk van de Molles en Diaguitas, inheemse volkeren die hier ooit leefden.

In mijn Spaanstalige reisgids las ik dat je de vallei het best kan bezoeken rondom het middaguur omdat de zon dan gunstig staat ten opzichte van de rotstekeningen. Soms moet je moeite doen om iets te zien. We reden er dan ook op het heetst van de dag, om 12:00 uur binnen. Chili staat bol van de culturele bijzonderheden en dit terrein is er zeker een van. Het enige dat vaak te wensen overlaat, is de documentatie. De Valle del Encanto is daarop helaas geen uitzondering. De man die de slagboom voor ons opende, was echter alleraardigst. Hij lichtte toe hoe we het best konden lopen. (En hij vroeg hoe het met Ajax gaat, geloof het of niet?!) We kregen een kaartje mee maar de verhoudingen klopten niet en de aanwijzingen waren verwarrend. De auto moest op een centrale parkeerplaats worden gestald, het terrein moest je vervolgens te voet verkennen. De hele route zou twee à drie uur in beslag nemen. We smeerden nog een extra laag zonnebrandcrème over onze lichamen uit, deden onze hoeden op en staken een flesje water in de achterzak. Klaar om te gaan!

Het is er prachtig maar die zand- en keipaden zijn niet voor iedereen weggelegd. Soms moesten we een beetje en soms veel klauteren. Met mijn nieuwe heup is dat geen probleem meer maar ik heb nog regelmatig last van duizelingen en onstandvastigheid vanwege de oorinfectie dus ik was extra op mijn qui-vive. Bovendien was het erg warm. 
Op enig moment zag ik een wit bord met schots en scheef geschreven tekst ‘Banos del Inca’ en een pijl naar rechts. Ik had wel behoefte aan een toilet dus ik zei tegen mijn liefje dat ik daar even naartoe ging. Zij stelde voor dat ik beter kon gaan toiletteren bij de uitgang. Braaf als ik (soms) ben, volgde ik haar raad op. We liepen na 2.5 uur licht gekookt terug naar een bloedhete auto. Wel geurde ons de eucalyptus tegemoet. Ik was verrast deze boom, die ik alleen ken van onze reizen door Australië, ook hier aan te treffen. Die ochtend plukte ik een takje en stak dat in de airco. Uit nadere bestudering van het kaartje van de vallei tijdens de lunch, bleek dat schots-en-scheve bordje te verwijzen naar eeuwenoude baden van de inheemse bevolking. Hierbij voeg ik een foto toe van het gemiste object. Nou ja, zo nodig hoefde ik nu ook weer niet. Tja.  

Morgen reizen we door naar kustplaats Viña del Mar, een oude lieveling van ons tweetjes en de een na laatste bestemming op deze rondreis. Daar waren we in januari/februari 2015 een dag of tien toen een hittegolf Santiago de Chile teisterde. Destijds vonden we het er erg leuk. We gaan deze keer veel korter maar dat mag de pret niet drukken.


vrijdag 8 februari 2019

Waarheid als een zeekoe

In Copiapó kocht ik in de uitverkoop een knalrood t-shirt. Het ging niet per se om de kleur, het was de tekst waarop mijn oog viel: ‘the ocean calms my restless heart’. Ik vond het mooi en toepasselijk. Een waarheid als een koe. Op weg naar Caleta de Chañarel de Aceituno droeg ik het. Daar zouden we namelijk walvissen kunnen zien. In dit seizoen is de blauwe vinvis daar te vinden, een kolos van minstens 30 meter lengte die we nog nooit met eigen ogen zagen. Walvissen migreren. In dit deel van de wereld zwemmen ze van het koude Antarctische water naar het noorden, naar de Galapagos-eilanden (Ecuador) waar de vrouwtjes bevallen van hun baby’s en dan weer zuidwaarts trekken voor het lekkere eten.

In de wetenschappelijke sectie van de plaatselijke krant El Mercurio las ik recent dat er rondom het eiland Chiloé, dat we passeerden met het cruiseschip, een populatie van deze walvissensoort is van wel 500 à 600 exemplaren. Het is de grootste concentratie van deze zeezoogdieren in het zuidelijk halfrond. Er kwam daar ecotoerisme op gang om deze prachtige dieren op open water te zien maar het artikel schrijft dat je meer kans hebt om ze in marien park Chañarel de Aceituno te zien. Joehoe (dacht ik toen)!

We boekten een verblijf van twee nachten in Punta de Domos, een klein resort met zes ronde tenten met veranda, direct aan de oceaan gelegen. Dat komt tot nu toe het dichtst bij kamperen, een van onze favoriete tijdsverdrijven. Daarvoor moesten we even puzzelen maar het lukte. We kwamen in de middag aan en trokken in ‘de iglo’, zoals mijn liefje de accommodatie systematisch noemde. Eigenlijk is het een blokhut met tentdoek overspannen. Een vernuftige constructie. Er is een kleine keuken, volledige badkamer, eenpersoonsbed op de benedenverdieping, een bar met krukken, een extra (slaap)bank en een smal tweepersoonsbed op de eerste verdieping. Daar wij al lange tijd niet meer samen in een klein bed kunnen slapen, bleef mijn liefje op de begane grond en verkaste ik naar boven. Misschien niet gezellig maar wel zo praktisch.

We zochten contact met een lokale visser met een goede reputatie: Patricio. We reserveerden twee plaatsen in zijn boot maar dat bleek niet recht-toe-recht-aan. Hij zou pas vertrekken als er tien passagiers waren. Ik sprak met hem via de telefoon van het hotel en daarna Whatsappte ik hem maar ik hoorde vervolgens niets meer. De eigenaar van de iglo’s wist te melden dat we met iedere andere plaatselijke vissersboot het water op zouden kunnen. Een reisje kostte 10.000 Chileense pesos per persoon en als we een hele boot voor onszelf wilden, kon dat ook als we er 100.000 pesos voor over hadden. We moesten ons vroeg melden in de haven en konden dan onze keuze maken.

Op de reisdag naar deze bestemming had ik mijn nieuwe t-shirt aan. Ik was klaar voor een boottochtje op de oceaan. Het weekend voor onze komst hadden enkele toeristen een blauwe vinvis met baby-walvis gezien en dat zette de toon. Op de ochtend van onze geplande whale watch trip trippelde ik om 07:07 uur (ik keek op mijn klokje) de trap af voor een toiletbezoekje. Ik trippelde weer de trap op, dook terug in bed en wist vervolgens niet wat mij overkwam. Zodra ik weer lag duizelde het mij en voelde ik een grote golf van misselijkheid over mij heenkomen. De voorafgaande nacht sliep ik slecht dus ik dacht dat mijn hoofd mij daardoor parten speelde. Toen kwam de oorpijn opzetten…

Ik zakte half lopend de trap weer af op zoek naar mijn liefje en sliste dat ik hondsmisselijk en erg draaierig was. Ik had het nog niet gezegd of de eerste kokhalzing was een feit. Amechtig zeeg ik op haar bed neer. Dit was geen goed begin van wat een glorieuze dag op het water had moeten worden. De thee viel vervolgens fout, het koekje kreeg ik niet weg; een drama. Dit was San Pedro de Atacama 2.0. De regelmatige lezer weet dat we deze prachtige reislocatie in Chili (onze kers op de taart) niet konden bereizen vanwege noodweer. Voor de goede orde: de hevige regenval houdt daar nog steeds aan. Sterker: het breidde uit naar het zuidelijker gelegen dorpje Huacar waar we ongeveer twee weken geleden vanuit Iquique langsreden op zoek naar lokale geogliefen en waar we stopten vor de lunch. Daar geldt nu Code Rood. Het zag er vanmorgen afschuwelijk uit op het journaal. Kasian.

Terug naar het bezoek aan de Wallevis. Ik voelde mij Jonas, verticaal verzwolgen door het dier. Overal knelde het. Zo kon ik niet gaan varen. Als ik liep, leek het alsof ik over water liep: het golfde onder mijn voeten, het kolfde in mijn keel. Ik dook in bed, mijn liefje vroeg om 11:11 uur of ik iets wilde nuttigen, om een uur of drie 's middags kwam ik haar bed uit. Ik denk dat het voortkomt uit een oorinfectie die mijn gewichtsorgaan aantast (ontsteking van het binnenoor). Toen mijn liefje en ik jaren geleden in Bali woonden, liep ik een oorontsteking op die destijds niet afdoende werd behandeld. Sindsdien is het een zwakke plek.

Na een verfrissende douche at ik een pannenkoek op de veranda, met mijn rug naar de zon. Ik keek vervolgens uren over het wijde water uit en dacht er het mijne van… (Sindsdien heb ik verbrande konen.) Wat zwom daar allemaal rond dat ik die dag niet zag? Het was overigens best vermakelijk wat ik daar zag: tientallen toeristenbootjes voeren af en aan, gieren, pelikanen, meeuwen en andere vogels vlogen over mijn hoofd, alleen en in grote zwermen, op de rotsen spotte ik ook van alles. De vogelaar in mij kwam aan haar trekken. Dat was oprecht kalmerend. Dat gold ook voor de prachtige zonsondergangen.

De dag erna zouden we een nieuwe poging doen. De ochtend van dag twee van het walvisuitje -vanochtend- verliep hetzelfde als de dag ervoor al hielde de klachten korter aan. Ik liep onstandvastig naar het ontbijt, moest mij vastgrijpen aan de veranda en aan de ontbijttafel. Zodra ik van horizontale in verticale stand ga (en vice versa), komen de duizelingen en de misselijkheid op. 
Ik denk dat dit wel even gaat duren. Er zijn namelijk geen medicijnen die de klachten kunnen wegnemen. Als ik terug ben in Spanje ga ik maar weer naar de oorarts; dat deed ik ook toen ik destijds uit Bali kwam maar men vond toen niets. Na het ontbijt reed mijn liefje de eerste kilometers, daarna nam ik het fluitend over. Niets aan de hand. Totdat ik weer ga liggen.

De walvissen van Chañarel de Aceituno schreef ik helaas op mijn buik. Tja. We kwamen inmiddels in een van de belangrijkste wijnstreken van Chili aan. Een mooi gebied met valleien in het binnenland met heuvels en bergen rondom, velden vol wijnranken er tegenaan geplakt. Het heet hier niet voor niets de Valle del Encanto, de charmante vallei! Het is hier warm. Morgen staat een excursie gepland naar de plaatselijke wijngaard van schoonzoon Felipe van onze vriendin Luz Maria en zijn familie. Een jong en bijzonder wijnhuis. We kijken ernaar uit.


dinsdag 5 februari 2019

Voorbij de dip

Zelf liet ik de dip inmiddels achter mij die ontstond toen we in Calama (Noord-Chili), net voor San Pedro de Atacama, piepend en kreunend tot stilstand kwamen door noodweer. Het is daar nog steeds hommeles: inmiddels is ook in Calama 80% van het stadje afgesneden van drinkwater. We zagen beelden op de lokale tv van mensen in lange rijen met jerrycans. Overigens vond daar een aardbeving plaats, met een kracht van 4.5 op de avond van ons vertrek. Dat maakten we nu een paar keer mee: wij gaan weg en meteen daarna gebeurt het. In San Pedro komt de regen nog steeds met bakken naar beneden. Afgelopen weekend las ik in Nederlandse kranten dat aanhoudende regen in Bolivia mensenlevens eiste. Dat is hetzelfde water boven dezelfde Andes maar dan aan de andere kant van de grens. Er viel in de afgelopen dagen in de omgeving van San Pedro meer neerslag dan in de afgelopen 20 jaar; het betreft ruim 40 millimeter, een verdubbeling van het record van 2015. Daarmee werden wij ongevraagd onderdeel van de Chileense geschiedenis. 

Van extreme regenval is ook sprake in de Australische stad Townsville (Noord-Queensland) die wij in 2006 aandeden. Het is niet verwonderlijk dat huizen daar op vijf meter hoge stelten staan. Daar viel onlangs in één dag tussen 150 en 200 millimeter regen, meer dan normaliter in een heel jaar valt. Zoveel neerslag kwam daar in de afgelopen 100 jaar niet voor. De plaatselijke rivieren traden daar buiten hun oevers met als resultaat bijtgrage krokodillen everywhere! En dan blijven sommige lui maar beweren dat er niets aan de hand is qua klimaatverandering. Trump in zijn Amerika, dat lijdt onder een polar vortex, blijft maar vragen waar die ‘zogenaamde’ opwarming van de aarde zich nu ophoudt. We need you badly! De dommerd. Moeder Aarde scoort record op record. Tja.

Afgelopen weekend ging in heel Chili een nieuwe wet van kracht die plastic zakken in winkels verbiedt. Ze zijn het eerste land in Zuid-Amerika dat deze actie neemt. Politici waren elf jaar druk bezig om dit voor elkaar te krijgen. Ook dat is geschiedenis, ook daarvan waren wij deelgenoot. In Chañaral, waar we een tussenstop maakten, schaften we een tasje aan met daarop een Eco-leus en een foto van de wereldbol. In de Stille Oceaan drijft een plasticsoep die net zo groot is als Mexico dus het werd hoog tijd voor actie.

We reisden inmiddels ruim 500 kilometers zuidwaarts, gingen van Norte Grande terug naar Norte Chico. Via de kust reden we het binnenland in, waar bestemming Copiapó ligt. We zijn nu in een deel waar Chili het smalst is. Dat betekent dat we de Andes continu om ons heen zien, pieken van 5.000 tot 6.000 meter hoog. In deze stad zelfs 360 graden om ons heen. Al blijven we zeemeerminnen, we kijken onze ogen uit. Onze Chileense vriendin Luz Maria noemde deze stad muy feo” (heel lelijk) maar wij vonden het erg meevallen. Op onze recente rondreis door het noorden kwamen wij in veel lelijker steden terecht!

Het moet worden gezegd: Chili is niet een land dat zich gemakkelijk laat liefhebben. Vrienden met wie we in de afgelopen weken regelmatig appten, gebruikten woorden als “leeg”, “kaal” en “woestijnachtig” bij foto’s die we doorstuurden. Dat is precies waar het merendeel van het land uit bestaat. In de afgelopen dagen ontmoetten we Duitse toeristen voor wie het nóg meer tegenzat dan voor ons. Een stel maakte hier een tussenstop op hun reis naar Nieuw-Zeeland. Ze moesten aanvankelijk terugkeren naar Madrid na de Atlantische Oceaan te zijn overgevlogen omdat iemand aan boord  een hartaanval kreeg. Toen ze na veel oponthoud eindelijk landden in Chili konden ze, net als wij, niet naar San Pedro de Atacama doorreizen. Andere Duitsers maakten na 40 jaar een sentimental journey naar Chili. Zij vlogen van Santiago naar Calama (waar we hen ontmoetten en waar het voor ons allen ophield), waarna ze nog naar Puerto Montt en Punta Arenas zouden doorvlogen. Twee van hen hadden nu al last van depressies terwijl ze nog twee tamelijk onooglijke steden voor de boeg hadden.

Die somberheid voelen wij als reizigers soms ook. Mijn liefje kreeg er zelfs last van en die is toch gelijkmatig van gevoel, veel meer dan ik. Wat is dat met dit land? Is het de armoedigheid die altijd op de loer ligt? Hangt die samen met het feit dat mijnbouw zo prominente rol speelt? Rondreizend deed het mijn liefje vaak denken aan de jaren '50 van de vorige eeuw in Nederland. We spraken erover met andere reizigers. Sommigen rekenden die sfeer toe aan de politiek: het land zou tussen Pinochet en een linkse koers zijn blijven steken? Ik krijg er de vinger niet helemaal achter. We gaan er met Luz Maria verder over spreken. Prachtige bergen, een constant veranderend landschap, en übervriendelijke Chilenen maken deze reis echter de moeite waard.

We zijn nu dus in mijnstad Copiapó, in een hotel met groot buitenzwembad, naast het casino. We verblijven in de grootste kamer ooit. Het uitzicht is amazing. We kregen beiden een tegoedbon om te gokken maar we werden die avond geen lid van de Luckia Club. Naarmate we zuidelijker reizen, zullen we te maken krijgen met hoge temperaturen die hier heersen. In Santiago worden thans warmterecords bereikt. Er vielen in de regio al doden vanwege felle bosbranden.

Voor de deur bleek het Fiesta del Virgen de la Candelaria’ te worden gevierd. De maagd is beschermvrouwe van de mijnwerkers en daar hebben ze er hier nogal wat van. Vele groepen vanuit de regio gingen felgekleurd en dansend door de straten. Zelfs uit Calama. Het sluitstuk was een beeld van de maagd zelf dat op de schouders van stoere mannen door de straten werd gedragen. Dat kennen we van Spanje!


vrijdag 1 februari 2019

Geen kers op de taart

Dit wordt een van de naarste blogs die in tijden is geschreven; niet voor de lezer, maar voor mij als blogger. De regelmatige lezer weet dat we op onze rondreis door Chili, van het diepe zuiden tot aan Iquique, gisteren op circa 100 kilometer vóór San Pedro de Atacama, tot in mijnstad Calama waren gevorderd. De bedoeling was dat we vandaag met de Nomade naar San Pedro de Atacama zouden rijden. Daar boekten we voor vijf nachten een kek hotel dat ons in de gelegenheid zou stellen alle uitstapjes op de wensenlijst te gaan ondernemen: dode en actieve vulkanen, valleien, lagunes, zoutmeren, thermen, geisers, vicuñas, Andesflamingo’s en zoveel meer. De kers op de taart.

In het hotel in Calama druppelden ongekend veel buitenlandse toeristen binnen. Duitsers vertelden ons dat ze die middag door de politie op de weg naar San Pedro staande waren gehouden. Ze mochten niet verder, de weg was afgesloten vanwege noodweer in en om San Pedro. We zagen beelden van een stadscentrum vol blubber en we zagen dat rivieren uit hun oevers waren getreden. We hadden er een hard hoofd in want de weersvoorspellingen waren niet goed: vier à vijf dagen met 80% kans op regen, in een gebied dat bekend staat als het droogste van de wereld. Tja.

Vanmorgen werden we wakker onder een grijs wolkendek maar het regende niet. We zetten de tv op het lokale nieuws en zagen vreselijke beelden: de regen had aangehouden, de modder in San Pedro leek nu te zijn veranderd in een meer. Onze kansen om het gebied te bezoeken, leken zo goed als voorbij… Opnieuw was het beeld in de ontbijtzaal anders dan anders: veel buitenlandse toeristen die elkaar aanschoten voor nieuws. Vanmorgen ontmoetten we twee Britse echtparen die de voorgaande dag met het vliegtuig vanuit Santiago waren binnengevlogen om de bezienswaardigheden van de Atacama-woestijn te bezoeken.

Wij vroegen de hotelreceptie wie de betrouwbaarste informatie kon verschaffen. De gemeente informeerde het bureau voor toerisme. Hij wist te vertellen dat de weg tussen Calama en San Pedro tenminste twee dagen gesloten zou blijven. Daarna was het afwachten. Alle toeristenattracties in het gebied waren onbegaanbaar. Wij vroegen hem contact op te nemen met ons hotel in San Pedro. De verbinding kwam niet tot stand. Hij probeerde het enkele malen maar het lukte niet. Op mijn vraag of dat wellicht te maken kon hebben met het slechte weer, trok hij zijn schouders op. Wij mailden het hotel alvast dat we buiten onze schuld niet op tijd zouden arriveren.

Het was nu al niet plezierig in San Pedro, wat als mensen zouden gaan hamsteren? Of dat toelevering van producten zou stremmen? Enkele rollen toiletpapier hadden we wel bij ons, net als enkele flessen water… Zouden de ploegen die de wegen naar en in de stad moeten schoonmaken, daar nu al zijn of zouden ook zij worden gehinderd door deze onbegaanbaarheid? En nog veel meer van dit soort gedachten.

Toen wierp ik een blik naar buiten. Voor het hotel gutste water door de straat. Het kwam tot halverwege wagenwielen. Geen goed beeld al hielp het onze besluitvorming wel. We besloten niet in Calama te wachten op wat er zou gebeuren maar ons mooie plan op te geven en terugkeren naar Antofagasta. Weg Kers! Vrijdag de 1ste februari 2019 zal mij lang heugen als de Dag van Grote Pech. We moesten beiden twee keer slikken, keken elkaar aan en knikten elkaar toe. Pijnlijk maar het enige zinvolle besluit. De Britse echtparen hadden al te horen gekregen dat ze deze dag en de dag erna niet naar Santiago terug zouden kunnen vliegen. De prijs van een ticket zou daarna weleens huizenhoog kunnen worden. Zij gingen moeite doen om een plaats in een toerbus naar de hoofdstad te bemachtigen, 1.700 kilometers zuidelijker. Kasian.

Wij zetten koers naar een buitenwijk van de stad toen ik over een brug reed met een bulderende rivier eronder: de Loa, het kabbelende stroompje dat we de dag ervoor nog enkele keren waren overgestoken. Lokalen filmden het watergeweld en gebulder, meldden mij dat ze zoiets nog nooit hadden meegemaakt. En het was nog maar de tweede dag dat het regende in San Pedro en omstreken, bedacht ik mij… Met zoveel regenbuien te gaan zou ook Calama niet droogblijven. Wegwezen! De Loa ontspringt in de hoge Andes, loopt in een U-vorm en mondt uit in de Stille Oceaan. Deze rivier zou gaan functioneren als watertrechter die zeker één stad in zijn loop zou vinden: Calama. Daar wil je niet verrast en gevangen zitten.

Het gekke was dat we met prachtig weer naar het zuiden reden. Het probleem speelt zich af in de hoger gelegen delen van de Andes. Deze taferelen zagen we wel:


Op de weg naar Antofagasta kwamen we tientallen toerbussen tegen met bestemming Calama. Ik kreeg steeds meer te doen met die grote aantallen bezoekers die de verkeerde kant op gingen. Nu worden langeafstandsbussen in Chili niet alleen gebruikt door toeristen, ook Chilenen zonder eigen vervoer gebruiken dit efficiënte middel van transport. Het zou toch gaan om honderden toeristen die vanuit Calama niet zouden kunnen doorreizen naar San Pedro. Had het mijnstadje wel zoveel accommodatie of werd dat overnachten in de gymzaal? We zagen ook de Bomberos van Mejillones (een schiereiland naast stad Antofagasta) uitrukken. Het is kennelijk alle hens aan dek.

UPI - Ricardo de la Peno (foto voor EMOL)
Inmiddels lazen we de krant ‘El Mercurio de Calama’ van vandaag in een leunstoel in de lounge van ons hotel. Het kan verkeren. In gemeentes rondom Alto Loa (het hoger gelegen deel van de rivier) gaat men over tot rantsoenering van drinkwater. De autoriteiten van San Pedro maakten verdere plannen tot evacuatie. Het bedrijf Aquas Antofagasta heeft zijn medewerkers opgedragen er alles aan te doen drinkwater aan de gemeenschap te blijven verstrekken (dat doen ze met grote vrachtwagens). Ook het Chileense electriciteitsbedrijf doet er alles aan om uitval in de regio te voorkomen. De mobiele eenheid van zware machines gaat de wegen schoonmaken en repareren (!). Dat het niet zomaar om wat schade gaat, bewijst de bijgaande foto. Vialidad, het onderdeel van het Ministerie van Publieke Werken, werk hard aan het herstel van de verbinding tussen Calama en San Pedro. Wat een drama.

We zijn gelaten, het besef van ons besluit en de situatie is nog niet helemaal ingedaald. Het was ons niet gegeven deze keer. Onze Chileense vriendin Luz Maria, die in de stad Santiago te maken heeft met extreme warmte, appte ons bemoedigend toe. De volgende keer dat wij naar Chili komen, gaan we gedrieën de Atacama onveilig maken. De hotelmanager van Antofogasta had dermate met ons te doen dat hij ons de mooiste kamer van het hotel aanbood. We hebben nu zicht op de oceaan en de plaatselijke golfbaan.

Dit gaan we in ieder geval niet zien. Het is maar dat je weet dat ik mij nu niet voor niets licht gedeprimeerd voel... (En de makers van deze bloedschone foto's bedank ik een keertje niet.)


Het hotel in San Pedro de Atacama mailde ons zojuist dat ze ons geen enkele nacht in rekening gaan brengen. Toppers, die Chilenen! Alleen hun vermaledijde regens... Dat er door zoveel regen ook veel schade in de woestijn opstaat op microbisch niveau, zal hen nog lang heugen helaas. Wij gaan nieuwe plannen maken voor elders. We hebben hier nog ruim twee weken te gaan. 


Stoere mannen en wij

Gisteren vond de driemaandenceremonie plaats van kleine Komang in Bali. Elsa, Ketut en andere familieleden waren druk met alle voorbereidingen. Tegenover hun huis werd een bamboe-overkapping gemaakt waar voor alle genodigden zou worden gekookt. Het mannetje overleefde de holy man en de ceremonie en kreeg bij die gelegenheid zijn formele namen en roepnaam: Varen. Niet precies zoals wij dat uitspreken en ook zeker geen varaan. Hij is vernoemd naar een Hindoegod van water. Alles wijst erop dat ook hij een zwemmer wordt. Joehoe!

Inmiddels kwamen we aan in de illustere gemeente van Calama. Ik moet om die aanduiding gniffelen... Veel van de plaatsen hier noemen zich zo en dat zit geen vonkje ironie aan. Wij dachten in een gat in de grond terecht te komen maar deze gemeente heeft ongeveer 170.000 inwoners. De kleuren van vandaag verschilden nogal met de kleuren van de afgelopen dagen. Het eerste deel van het traject, over de pampas, was niet om over naar huis te schrijven. Het latere traject werd dat wel al was de weg niet overal even goed. Het was ook niet vanwege het landschap maar vanwege het verslechterende weer en de lokale omstandigheden dat het memorabel werd.

We reden hoger en hoger, zagen de laaghangende bewolking steeds dichterbij komen en op ons neerdalen. Zoals ik enkele dagen geleden meldde, hebben we momenteel te maken met nat weer op de droogste plek ter wereld. Wij stelden de reis naar deze streek daarom uit en bleven langer plakken in Iquique. Gisteren viel in San Pedro de Atacama in vijf uur tijd net zoveel regen als in een heel jaar. Ik onderzocht even hoe het hier zat met regenval. Op Wikipedia las ik dat in 1974 na 400 jaar weer een miniscuul drupje regen viel.

Nu kwam het dus met bakken uit de hemel. De rivier de Loa, die we vandaag een aantal keren kruisten en waar het niet eens kabbelde, trad in San Pedro in de afgelopen dagen en uren buiten zijn oevers, met nare gevolgen vandien voor lokale bewoners en voor toeristen. De wegen naar de hogergelegen toeristische trekpleisters zijn gesloten. Je mag het gebied waarschijnlijk alleen in onder begeleiding van lokale gidsen maar we doen het liever met de eigen Nomade en op eigen gelegenheid. 

In de lokale krant ‘El Mercurio de Calama’ zag ik foto's en las ik dat er in deze omgeving (tot) 30 millimeter regen viel en hoger zelfs sneeuw. Hier naartoe kregen wij een spatje regen op de voorruit maar de mist vond ik heftiger. Op enig moment had ik bedroevend weinig zicht en geen berm maar het licht gloorde in de verte en daaruit putte ik kracht. Toen we de hoogste heuvel over waren, brak de zon door. We zijn nu op circa 2.600 meter hoogte. Het is fijn om te vermelden dat ik (nog) geen hoofdpijn heb.  (Tijdens onze vorige rondreizen door Centraal Amerika en Zuid-Amerika barstte ik op hoogte elke dag van de pijn in mijn hoofd...)

Mijn liefje meldde zojuist dat Iquique enkele uren geleden een aardbeving had van 4.2 op de schaal van Richter. We hebben tot nu toe de mazzel dat we een stad of gebied net uit zijn als er een beving plaatsvindt. Knock on Wood!

Op de heenreis moesten we stoppen bij de douane. Geen idee waarom, het leek mij vooral administratieve rompslomp. We haalden aan loket A een bonnetje op dat werd afgegeven nadat de ambtenaar één paspoort en de autopapieren inzag en gaven het bonnetje vervolgens 100 meter verderop, voor een slagboom over de weg, weer af. Tja.

Wij verblijven nu in een hotel dat vooral onderdak biedt aan mijnwerkers. Het ligt in een woonwijk dus we hebben weer blaffende honden. Tja. Onze buren, een jong gezin met twee kinderen, komen uit Argentinië en zijn hier eveneens op vakantie. Als je vanuit hun woonplaats in het westen van het land een strandvakantie wilt houden, kun je sneller over de Andes naar Iquique reizen om van strand en zee te genieten (zand hebben ze thuis al genoeg!). We zagen daar overigens veel vakantiegangers uit Peru, Bolivia en Argentinië. Zelfs uit Venezuela. We vroegen enkelen van hen naar de ontwikkelingen die zich momenteel in hun vaderland afspelen maar de meesten haalden hun schouders op.

Hier ligt de grootste (open) kopermijn ter wereld, genaamd Chuquicamata. We passeerden de enorme bouwput reeds op onze route maar gaan er geen excursie maken. Mooi is het niet, bijzonder wel. De groene kleur van de aarde straalde ons van verre tegemoet. 

Wij vroegen ons af of er toekomst is voor dat materiaal. Ik weet niet beter dan dat we vroeger koperen leidingen hadden en nu steeds minder. Voor nu kwam ik niet veel verder dan kookgerei (pannen en magnetrons) maar wat weten wij ervan?! In een webartikel las ik dat koper wordt gebruikt in de bouw en in telecommunicatie, in de opwekking en transmissie van electriciteit, in zware machines en auto’s. De gemiddelde auto bevat 1.5 kilometer koperen bedrading, luxe en hybride auto’s kunnen zelfs tot 45 kilogram aan koper herbergen. Een mens is nooit te oud om te leren. Ook las ik dat de prijs van koper door China’s wereldwijde Nieuwe Zijderoute-projecten alleen maar oploopt.

De parkeerplaats voor het hotel staat vol met grote, stoere auto’s. Onze Grote Nomade valt hier in het niet. De chauffeurs zullen vroeg opstaan, wij niet. Morgen rijden we op ons gemak door naar San Pedro de Atacama dat op circa 2.400 meter hoogte ligt. Eens kijken of de modder inmiddels uit de hoofdstraten is verwijderd. Op de route er naartoe komen we langs mooie plekken maar de vraag is of het wolkendek kleurrijke foto’s toestaat. Rainbow Valley staat onder andere op het programma dus dan weet je het wel... Als professioneel wolkenstaarder ga ik er sowieso iets van maken. 







woensdag 30 januari 2019

Het begon hikkend maar eindigde helemaal goed

We maakten weer een uitstapje in de omgeving van Iquique. Deze keer reden we een rondje van Pozo Almonte via La Tirana, Matilla, Pica en terug via Sara. Een meidenrondje. Zoals ik in mijn vorige blog schreef, moeten we altijd de heuvel over. We begonnen goed maar al snel bleek dat er sprake was van een opstopping op de berg. In de verte zag ik groot transport, drie grote opleggers met grote vracht in lengte en hoogte. Het zou zelfs gevaarlijk transport kunnen zijn want geen enkele auto  passeerde. De staart van auto’s werd langer en langer.
Uiteindelijk stonden we bijna een uur stil op de helling. Voor Zuid-Amerika bleef het ongekend rustig onder de bestuurders. Ik keek met belangstelling toe. De eerste stapte uit en ging een sigaretje roken, steeds meer sloten zich daarbij aan. Een enkeling gooide zijn verpakking op de grond; sufferds. Er werd gesproken en gelachen, er werden selfies gemaakt. Ze zijn het wachten waarschijnlijk gewend. Wat ik als efficiënte Europeaan niet begrijp, is waarom zo’n transport niet 's nachts wordt georganiseerd? Dan hoef je overdag geen tienduizenden automobilisten te hinderen.

Het goede nieuws was dat ik eindelijk gelegenheid had Cerro Dragón, de glooiende duin met op de achtergrond stad en oceaan, goed te fotograferen. Bovendien zeilden paragliders links en rechts over onze hoofden. Dappere toeristen springen hier dagelijks aan een glijscherm van de berg bij Alto Hospicio. Ze vliegen over de weg, de zandduinen, de wolkenkrabbers en landen op het fraaie strand van Cavancha. Toen ik over de vangrail naar beneden keek, zag ik nog meer interessants. Iquique bouwt een nieuwe weg door de Cordillera de los Andes die ervoor moet zorgen dat een deel van het verkeer dat thans door het stadscentrum moet, een alternatieve route kan volgen. De ingenieurs van Chili doen bijzondere dingen met wegen. Sommige trajecten geven blijk van exceptioneel inzicht en moed.

We hadden de mazzel dat het zware transport niet onder de bruggen door konden die op ons traject lagen. Wij hadden die dag vooral bestemming Pica in het vizier maar op het traject daar naartoe was veel meer te beleven. Pica is bekend van een paar dingen. Het ligt in natuurreservaat ‘Pampa del Tamargal’. Ik kan je nu vertellen dat pampa’s gortdroog en niet het meest enerverende landschap zijn. Pica is echter een oase. Men verbouwt er sinds 1700 al wijn en veel soorten citrusfruit, ondere andere de kleine, extra zure citroenen die in mijn favoriete pisco sour gaan. Onder leiding van de universiteit Arturo Prat doet men er vandaag de dag aan experimentele wijnbouw. Het stadje is bovendien vindplaats van dinosaurusfossielen en stelde ter nagedachtenis een mini-Jurassic Park samen. Daarheen gingen we vooral voor de Balinese mannetjes!

Voordat we er aankwamen, deden we het stadje La Tirana aan dat een mooi verhaal met zich meedraagt. In een van de reisgidsen las ik over een Inca-prinses die er verliefd werd op een Portugese visser. Het gevoel was wederzijds, zij besloot zich tot het christendom te bekeren en met hem te trouwen. Haar familieleden waren dermate verbolgen dat zij besloten de partners op de dag van hun huwelijk te vermoorden. De bruid en bruidegom overleefden de aanslag niet. Als herinnering aan deze geschiedenis staat er in het centrum van het stadje een prachtige houten kerk met houten altaar en een mooie glas-in-lood-wand.

Daarna reden we richting Matilla waar we een vergelijkbaar kerkje in de verte zagen opdoemen. We besloten af te slaan en dat bleek een schot in de roos. Terwijl ik de broodjes met Gouda-kaas uit de koelbox haalde, liep mijn liefje naar de plaatselijke kiosk van toerisme. Die was leeg maar tien minuten later kwam een jongeman met puistjes en slotjes in t-shirt met Turismo-opdruk onze kant opgelopen. 

Wilden wij de kerk bezoeken? Ja, graag. Hij haalde de sleutel op en leidde ons vervolgens uiterst professioneel rond. Het eeuwenoude gebouw bestaat voornamelijk uit adobe. Dat is een bouwmateriaal van zand, water, klei en organische materialen als stro of mest. Na een hevige aardbeving werd het gebouw echter deels herbouwd. Wat ook bijzonder was, was de opstelling van het Laatste Avondmaal. Jezus had een paar satépennen door zijn hoofd, Judas nam een veel bescheidener pose aan dan Leonardo da Vinci bedacht, viel mij op. Wilden wij ook nog het nationale monument bezoeken dat zich in een andere hoek van het dorpje bevond? Ja, hoor! We bleken binnen te stappen in een van de eerste pisqueria’s van het land. Een pers, aarden vaten die het druivenvocht op temperatuur hielden; alles in betrekkelijk goede staat. Het waren de Spanjaarden die de wijnbouw naar Chili brachten.

In de regio Tarapacá wordt nog steeds wijn verbouwd. Het toeval wil dat de favoriete witte wijn in Nederland van onze vrienden Joan & Ben uit deze streek afkomstig is! We zochten naar de wijngaard ‘Viño del Desierto’ die zich in Canchones moest bevinden maar vonden die niet. (Niets nieuws voor ons.) Ook het sap van de citroenen van Pica werd er destijds al verwerkt. De citroenen gaan tot op de dag van vandaag in de klassieke pisco-aperitief. Eigenlijk zou het drankje Pica Sour moeten heten. We vielen dus met onze neuzen in de boter. Toen ik de enthousiaste jongeling twee biljetten van 1.000 pesos gaf uit dank voor de leuke rondleiding, wist hij zich geen raad met de tip. Hij slaakte zelfs een kreet van verrassing en dat ontroerde mij weer op zijn beurt. Tja. 

In Pica is de inheemse invloed goed te zien. Voor het eerst zag ik sterke Indianenstrekken in mensengezichten. Ik verheug mij op meer karakteristieke koppen. Op muren staan hun helden creatief afgebeeld. Sommige muurschilderingen horen in een museum thuis!

Op weg naar huis besloten we ook nog spontaan te stoppen bij de ‘Cerro Pintado’ (beschilderde heuvel), een plek met bijzondere geogliefen. Ook dit park wordt beheerd door CONAF en dan weet je dat het goed is aangelegd en onderhouden. Het werd het hoogtepunt van toch al een leuke dag. Wow! Pica lag aan het begin van de caravanroute die van 700 tot 1.500 na de jaartelling naar de oceaan trok vanwege handel. Je ziet er resten van nederzettingen en honderden tekeningen op de heuvels. Van lama’s, vissers, kleine en grote vissen, vogels, geometrische, zoomorfische en antropomorfische vormen. Prachtig! 61% van de oorspronkelijke tekeningen aldaar is intact, slechts 16% van de aanwezige geogliefen in dat gebied is tot nu toe openbaar gemaakt. Wat een rijkdom.

Vandaag hebben we een dagje vrij. We gaan langs het strand lopen, lunchen bij een van de beste restaurants van de stad, zwemmen in het zwembad en dan de reistassen inpakken. Van bodysurfen kwam tot nu toe niets. Morgen gaan we weer vroeg en route, richting San Pedro de Atacama, de parel van de woestijn. Het wordt een relatief lange reisdag. Ik ben benieuwd wat de fata morganas met mij als chauffeur doen... We gaan overnachten in het mijnstadje Calama. Daar vind je volgens reisgidsen goedkope bars en striptenten. Echt iets voor ons! Donderdag wordt in Bali de driemaandenceremonie van Komang, Nomor Tiga -kind nummer 3-, gehouden. Hij ontvangt dan zijn officiële namen en roepnaam (wij mochten erover meebeslissen). We verwachten veel foto's van deze knapperd. De blogkop met dinosaurussen draag ik op aan hem.