Translate

Posts tonen met het label straatkunstenaar Cuellimangui (Orihuela). Alle posts tonen
Posts tonen met het label straatkunstenaar Cuellimangui (Orihuela). Alle posts tonen

zondag 12 april 2015

Feest

Gisteren vond in Murcia een groot defilé plaats dat Entierro de la Sardina heet, een van de bekendste Spaanse lentefeesten en wij hadden zin om het mee te maken. We stonden vroeg op, smeerden broodjes voor onderweg en waren klaar om te gaan. Totdat de rendang met sajoerboontjes van de avond ervoor roet in het eten gooide. We besloten de rondgang van de sardien dit jaar aan ons voorbij te laten gaan.

Uitgestrekt op de chaise longue, in huispak, met de kachel aan (hoezo lente?!), een mooi boek en informatieve tijdschriften onder handbereik, mijn liefje zacht spinnend met de Volkskrant naast mij: zo gek pakte de gemiste kans niet uit. Fraaie klassieke muziek klonk door het huis. Het bloemenduet van opera Lakmé van Léo Delibes, getiteld Viens, Mallika” deed mij zwelgen. Ooit hoorde ik dat nummer op een Nederlandse radiozender maar ik kreeg de aftiteling niet mee. De volgende dag zong ik de titel en de melodie voor aan de muziekverkoper in de winkel, met goed resultaat. De muziek werd herkend en de CD besteld. De ironie wil dat dit lied draait om een Hindoe-prinses (Bali – Indonesië, van de rendang en sajoerboontjes) die haar maatje mee vraagt op een bootreis?!

Over meereizen gesproken, vandaag loopt vriend Leon de Marathon van Rotterdam, met 14.999 anderen. You never walk alone. Het was een van de dingen op zijn bucketlist die hij systematisch lijkt af te werken. Hardlopen is populairder dan ooit, zelfs barefoot running zit in de lift. De NOS meldde dat het aantal hardlopers steeg maar dat ze langzamer worden: 500 lopen de marathon uit in maximaal drie uur. 
Dit jaar ontving elke marathondeelnemer een gepersonaliseerde oorchip met uniek startnummer. Ik installeerde de bijbehorende app die tevens een tracker bevat waarmee je kunt volgen hoe hij het doet, aan de hand van het startnummer. Via de applicatie zie je onder andere waar de deelnemer zich bevindt. Op twee punten langs het parcours -bij kilometerpaal 37 en op 500 meter voor de finish- staan electronische borden waarop de loper met een berichtje kan worden aangemoedigd. Wij stuurden twee boodschappen voor Don Léon, zoals wij hem noemen. Het is te hopen dat hij tegen die tijd nog helder genoeg uit zijn ogen kijkt om het op te merken. Dankzij die oorchip is dit grootste sportevenement van Nederland zelfs leuk voor bankzitters!

Leon verwacht de afstand in 4 uur en een beetje af te leggen. Ik vind hem nu al een held al hoop ik dat het bij één marathon blijft. 42 kilometer hardlopen, pfffff…. Ik geloof niet dat tweevoeters, afgezien van enkele Kenianen, zijn gemaakt voor dergelijke inspanningen. Toen wij onze bootreis langs de Galapagoseilanden maakten, was er een Amerikaanse medepassagier, Tony, die 42 marathons in zijn leven liep. Hij was net tegen zijn zin met pensioen gegaan. Echtgenote Mary mopperde op het feit dat hij een groot deel van de dag in bed lag. Dat begreep ik: hij bewoog zich moeizaam voort, leunde te pas en te onpas op zijn loopstok, had veel last van knieën, heupen en enkels maar was bang voor een chirurgische ingreep. Dat maakte hem een grumpy man. Zo wenst niemand oud te worden.

Dat is een goede brug: vandaag is mijn jaardag maar niet alleen de mijne. Het is tevens de geboortedag van David Letterman die eind deze maand met pensioen gaat, de onmogelijke ex-BBC‘er Jeremy Clarkson, de maker van het Britse automerk MG (maker van mijn tartan red MG-B die ik jarenlang reed), de gewaardeerde journalist en schrijver Jon Krakauer, de bevrijdingsdag van kamp Westerbork, de dag waarop Rus Yoeri Gagarin als eerste mens in de ruimte zweefde en waarop wetenschapper en astroloog Galileo werd veroordeeld voor ketterij: in tegenstelling tot de katholieke kerk was hij ervan overtuigd dat de aarde om de zon draaide. Visionair. De taart is van straatkunstenaar Cuellimangui uit Orihuela, de titel is "pide un deseo" (doe een wens). Die deed ik voor mijn nieuwe levensjaar.

Normaliter geven mijn liefje en ik elkaar op de verjaardag een binnen- of buitenlands reisje kado. (Net als Mallika’s maatje.) Dat was ook voor dit jaar gepland maar we doen het momenteel rustiger aan. Als vanouds heb ik veel zin om dingen te ondernemen maar het ondernemen is thans van korte duur en ’s nachts gaat er niets boven het eigen topdekmatras. Wel saai maar wat wil je: 55 jaar?! Hugo & Emmy komen het geheel straks opluisteren. Er zijn taartjes bij de koffie en voor een feestelijke lunch word ik meegenomen naar het enige restaurant in het dorp met een Michelinster. Komt het toch nog goed.



zaterdag 28 maart 2015

Openluchtmuseum

Vandaag herdenkt men in Spanje de sterfdag van Miguel Hernández (Orihuela 30 october 1910 - Alicante 28 maart 1942). Precies een week geleden bezochten we de wijk San Isidro in de stad Orihuela. In een plaatselijke krant las ik dat lokale kunstenaars en collega’s uit het hele land daar een kunstzinnige ode brachten aan deze Spaanse dichter. De wijk was eerder het toneel van dergelijke kunstuitingen en dat wilde ik weleens met eigen ogen zien.

Maar hoe kwamen we er? Orihuela weet ik te vinden maar de wijk stond niet op de kaart. Eenmaal in het centrum van de stad vroeg ik bij een garage de weg aan een groepje mannen. Een van hen begon met zijn handen te zwaaien maar die bleven op enig moment in de lucht hangen. Ik keek hem verwachtingsvol aan. Hij bood aan ons ernaartoe te rijden. Hij sprong in zijn Audi A8 en spoot weg, met ons in zijn kielzog. Na veel bochten en afslagen parkeerde hij zijn auto aan de kant van de weg. We waren op plaats van bestemming. Ik dankte hem uitvoerig en parkeerde de Kuga aan een dichtbijzijnd pleintje. Te voet liepen we de wijk in.

Het eerste kunstwerk aan de wand was een tafereel uit Picasso’s Guernica, met daaronder het opschrift ‘Murales San Isidro – Museo al Aire Libre‘. We waren aangekomen in het openluchtmuseum van de wijk. Beter gezegd: de hele wijk is openluchtmuseum! In elke straat zijn tientallen kunstwerken te zien, de meeste met een portret of een verwijzing naar het werk van Miguel Hernández. Ik keek mijn ogen uit. ‘s Avonds zou ik daar niet graag rondlopen; het is een wijk die op elke hoek van de straat arbeiderszelfsbestuur uitademt. Overdag was het echter zeer bezienswaardig.

In een van de steile straatje raakte ik in gesprek met een mevrouw die in haar ochtendjas en op bijpassende sloffen de was ophing en vertelde dat zij al haar hele leven in San Isidro woonde. Ze had al vele jaargangen kunstenaars zien komen en gaan. Ze had niet voor iedereen ontzag; sommigen lanterfanterden te veel naar haar zin of schilderden onderwerpen die niets met de dichter te maken hadden. Zag ik op de gevel van haar eigen huis het portret van Hernández? Jazeker en daar was ze trots op. 

Hij groeide op in een arme familie die leefde van de veeteelt. Al jongen was hij geitenhoeder en dat zou hij van zijn vader hebben moeten blijven, ware het niet dat hij in Orihuela in contact kwam met politicus Luis Almarcha, die hem kennis liet maken met het werk van o.a. San Juan de la Cruz (Johannes van het Kruis) en Virgilius. Vanaf dat moment begon de jongeman de openbare bibliotheek te frequenteren. Hij was als schrijver-dichter autodidact.

Op jonge leeftijd leerde hij tijdens een reis naar Madrid de Chileense dichter Pablo Neruda kennen; ons eveneens bekend van onze recente rondreis door Zuid-Amerika. Door hem kwam hij in contact met het marxisme. Na de politieke overwinning van het Volksfront (Frente Popular) begon hij actief deel te nemen aan campagnes. Toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak, vocht Hernández aan republikeinse zijde voor de vrijheid. In 1929 schreef hij zijn eerste toneelstuk en in 1933 gaf hij zijn eerste dichtbundel uit. Hij schreef in de daarop volgende jaren meer gedichten en toneelstukken die pas na zijn dood zouden worden uitgegeven. 

Op 28 maart 1939 eindigde de Spaanse burgeroorlog en gaf Hernández in Valencia zijn bundel El hombre acecha uit. De lijm van de kaft was nog niet droog of hij werd door een Franco-commissie verboden en in beslag genomen. Na een korte vlucht werd hij gearresteerd door de politie van Salazar en aan de Guardia Civil overgedragen. In 1940 werd hij door een rechtbank ter dood veroordeeld. Later werd die straf veranderd in levenslange gevangenisstraf. Als gevolg van slechte hygiënische omstandigheden in de gevangenis liep hij tuberculose op waaraan hij op 28 maart 1942 overleed. Na de dood van Hernández werd veel van zijn werk in Argentinië uitgegeven.


Het toeval wil dat ik in San Isidro tevens het herkenbare werk aantrof van kunstenaar Cuellimangui uit Orihuela (hiernaast) die ik in de heuvels van Valparaíso ontmoette. Wat kan de wereld dan klein zijn! 

Bij nader inzien werden de festiviteiten in San Isidro een week uitgesteld vanwege de slechte weersvoorspellingen (alhoewel wij er rondliepen met zon en blauwe lucht). Gisteren werd door circa 200 kunstenaars een begin gemaakt met 42 nieuwe muurschilderingen. Morgen gaan we nogmaals naar Orihuela om ze te bekijken.







zaterdag 7 februari 2015

Not hippies but happies

We gingen voor de tweede keer naar Valparaíso en dat werd een heel prettig bezoek. Aangezien deze stad grotendeels tegen heuvels ligt, zijn er wel 14 houten liften die inwoners en bezoekers naar de bovenstad brengen. In het kader van dit internationale Van Gogh-jaar had ik een speciale plek op het oog: hostal Girasol (Zonnebloem). Het is een backpackersplek met een bijzondere muurschildering. De kunstenaar heet Teo Doro en schilderde een eigen variant van Vincent van Gogh met zijn oor en zijn zonnebloemen op de gevel. We liepen een heel steile straat in met links en rechts ettelijke hostals en muurschilderingen. Ik keek mijn ogen uit.

Daarna bezochten we Cerro Concepción en Cerro Alegre waar je kunt uitkijken over het historische centrum van de havenplaats. Van hieruit ervaar je de stad op heel andere wijze dan op waterniveau. Een aantal van de liften kon niet worden betreden; ze waren gesloten vanwege technisch onderhoud. Voor 300 pesos per persoon (ongeveer 45 eurocent) stapten we in ascensor Concepción die plaats heeft voor zes personen. De lift die stijgt wordt getrokken door de lift die afdaalt, zo’n systeem is het. Vervolgens wandelden we door wijken met uitzicht op de haven en op de binnenstad. Ook in de bovenstad moet je behoorlijk klunen maar onze kuiten kregen veel oefening in de afgelopen twee maanden. Ik denk dat we tenminste tien kilometer per dag wandelden. De titel van dit blog nam ik over van een uitdrukking die ik daar op een muur zag: ‘we are not hippies, we are happies’. De oorspronkelijke huizen op de heuvels zijn van tinnen platen, die in alle kleuren van de regenboog zijn geverfd. Een leuk gezicht. De wijk is heel alternatief, met veel hostals, B&Bs, restaurantjes met uitzicht op zee en aan stadszijde, galleries. Om een uur ging de zon schijnen; dat lijkt hier vaste prik.

Ook in en vanuit de bovenstad viel de grote hoeveelheid fraaie muurschilderingen op. We ontmoetten er straatartiest Cuellimangui, vriend van Teo Doro. Het toeval wil dat hij een Spaanse kunstenaar is uit Orihuela! Eerder was hij voor zijn kunst in Mexico. Ik fotografeerde een groot aantal van de muurschilderingen van zijn hand. Volgens hem is Valparaíso hét epicentrum van street art in Zuid-Amerika. Kijkend naar mijn collectie kan ik het beamen. We wandelden op ons gemak naar beneden waar we de bus terug naar Viña del Mar namen.

's Ochends droegen we een tas vol wasgoed samen naar een nabijgelegen wasserette die werd gerund door een ouder echtpaar. De kleding werd overgepakt in een plastic wasmand die vervolgens op een weegschaal werd gezet: 4.6 kilogram; ik stond er met mijn neus bovenop. Het gewicht correspondeerde met de prijs, constateerde ik: 450 pesos. We konden het schone goed rond vijf uur 's avonds ophalen. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn liefje haalde de zak op, ik pakte de tas op de kamer uit. Ik miste al mijn bh’s?! Daarop constateerde ook mijn liefje dat ze aardig wat kledingstukken miste. Mijn liefje ging in haar eentje terug voor de ontbrekende spullen. Zo eenvoudig bleek het niet. Ter plekke was niets meer te vinden. Daarop stelde mijn liefje voor, met stoom uit haar oren, dat we de gevulde tas terugbrachten om te wegen. Deze keer liep ik mee.

Ik kieperde alle gewassen kledingstukken weer in de plastic wasmand, zette die eigenhandig op hun schaal en constateerde in perfect Spaans dat we 1.1 kilogram wasgoed misten. BHs van mij en mijn liefje, onderbroeken, een blouse met lange mouwen, oude en nieuwe t-shirts en spul dat we ons niet herinnerden. Daarop zei de vrouw dat de prijs niet correspondeert met het gewicht waarop ook bij mij de stoom uit de oren begon te komen. Ze ging nogmaals naar achteren en constateerde dat er geen zak met wasgoed over was die aan onze beschrijving voldeed. Aan welke wilg hing ons ondergoed dan?

Ondertussen legde de man des huizes een papier en pen onder mijn neus waarop ik de ontbrekende stukken moest noteren. En wat gebeurt daar dan mee?’ vroeg ik hem. Het bleef stil. Ik begon aan het lijstje maar deed dat niet op de, door deze sufferd gewenste wijze. De kledingstukken moesten onder elkaar worden opgesomd, niet naast elkaar. Pffff. Ik had zin in een grote stroom #$%&*()_~!)_{": maar ik hield wijs mijn mond. (Goede voornemens voor 2015.)

Onderwijl liep mijn liefje met de vrouw mee naar achteren om alle plastic tassen te openen. Ik zag haar het t-shirt optillen om haar bh te tonen: zo een in het zwart. Daar had ik ook zin in maar onder mijn shirt zat alleen maar bloot; al mijn bh’s zaten immers in de waszak. Het eerste ondergoed, een knaloranje short, werd in een vreemde waszak teruggevonden. Vervolgens doken meer persoonlijke kledingstukken uit nog vier andere plastic tassen op. Wat een rotzooi bleek het achter de schermen... We liepen met een vollere tas terug naar het hotel al kwamen we nog steeds 300 gram tekort. Over de lippen van het oude echtpaar kwam geen excuus. Tja.

Morgen verlaten we de Chileense kust; die ruilen we in voor hoofdstad Santiago, aan de voet van het Andesgebergte. Deze keer hebben we een korte busrit voor de boeg (anderhalf uur).