Translate

Posts tonen met het label street art Spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label street art Spanje. Alle posts tonen

zondag 5 februari 2023

Trashure, treasure

Afgelopen week werd de beste muurschildering ter wereld verkozen. Het internationale publiek mocht ook zijn zegje doen. De regelmatige lezer weet dat ik dol ben op dit soort kunstzinnige uitingen op muren en (openbare) gebouwen. Wel maak ik verschil tussen street art en graffiti. Dat laatste vind ik vaak oninspirerend gekras, soms zelfs lelijk en vervuilend. Een steeds groter publiek begint te begrijpen dat ware straatkunst een plek verdient in de kunstgeschiedenis. Voorheen gingen street art-kunstenaars anoniem te werk en naamloos door het leven. Nu veelal niet meer. Stedelijke kunst en kunstenaars bloeien als nooit tevoren. 

Spanje is groot op dat vlak, net als menig land in Zuid-Amerika. In de hooglanden van Ecuador troffen we fantastische muurschilderingen aan, vaak met inheemse thema’s en personen. Toen we in voorgaande jaren in Buenos Aires en andere plaatsen in Argentinië vertoefden, maakten mijn liefje en ik vaak uitstapjes naar buurten waar van alles was te zien. Datzelfde deden we in Chili. Vooral de muurschilderingen in ku(n)stplaats Valparaíso zijn wereldberoemd en wonderschoon; er is daar veel werk te zien dat geïnsprireerd is op Van Gogh en andere bekende kunstenaars. Toen we daar rondliepen, stuitte ik op  Spaanse straatartiest Cuellimangui. Het toeval wil dat hij een kunstenaar is uit Orihuela die veel muurschilderingen aanbracht in de wijk San Isidro, op steenworp afstand van onze woonplaats. Hier vind je het eerste en enige openluchtmuseum in deze Spaanse regio, opgedragen aan de Oriolaanse dichter en verzetheld Miguel Hernández. Echt de moeite van een bezoek waard! In Spanje zijn ook Madrid (wijk Lavapiés), Barcelona (El Raval), Malaga (SoHo) en -dichter bij huis- Los Alcázares plekken waar je interessante en mooie straatkunst vindt, wat mij betreft. In elk van deze plaatsen heeft de gemeente een toeristische bezoekersroute uitgezet.  

Via de app van Street Art Cities kon worden gekozen uit 100 genomineerde muurschilderingen, in 95 steden in 30 landen ter wereld. 29 ervan zijn in Spanje te vinden, het land is hoofdleverancier van straatkunst. Van de 29 werken die Spanje vertegenwoordigden, bevonden zich er zeven in Castilla y León, vijf in  Extremadura en vele andere in Galicië. Catalonië en de Valenciaanse Gemeenschap hadden er ieder drie en Andalusië en Baskenland twee. Spanje werd gevolgd door Frankrijk met elf, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten met negen muurschilderingen en Italië met zeven. In Zuid-Amerika hebben mensen momenteel wel wat anders aan hun hoofd. Stemmen op street art heeft even geen prioriteit. (Anders hadden er wel meer in de kieslijst gestaan!)

Waarschijnlijk weet iedereen inmiddels wie er dit jaar met de hoofdprijs vandoor ging. Het is werk van twee kunstenaars uit Nederland. Samen vormen zij Studio Giftig: Niels van Swaemen (1981) en Kaspar van Leek (1983). Ik zou mijn bedrijf direct omnoemen naar Gifted! Zij schilderden op een wand van een Tilburgs recycling-bedrijf een werk van 40x15m, getiteld ‘Trashure’. Je ziet een elegante vrouw (gemodeleerd naar Elfi Smits), gekleed in kleding van papier en plastic, vliegend naar een wereldbol van plasticafval. Het idee achter dit werk is dat er geen afval bestaat. Papier en plastic kunnen gemakkelijk een tweede leven krijgen, volgens de kunstenaars. We moeten werk maken van een circulaire economie. Een goede gedachte. Het schijnt dat de winnaars  inmiddels zijn uitgenodigd door de Nederlandse ambassade in Madrid. Hopelijk om daar te gaan schilderen. 

Even twijfelde ik bij het stemmen nog tussen Trashure en de muurschildering van de Argentijn Martin Ron. Daarop is een jonge vrouw te zien met oordopjes in die met een roze marker haar aantekeningen arceert. Linkshandig, dat viel mij op. Het werk deed mij denken aan het meisje met de parel van Johannes Vermeer...  De schildering staat op een muur van de centrale bibliotheek van de Nationale Universiteit van Zamora, Argentinië. Ik werd getroffen door de hyperrealistische stijl. Zij lijkt van vlees en bloed, echte regendruppels lijken over het raam te lopen. Toch overheerste de waardering voor het werk van de Nederlandse kunstenaars. Daarin speelde ook een zekere mate van chauvinisme mee, eerlijk gezegd. Ron eindigde als tweede. 

De Galicische kunstenaar Diego As is de grootste onder de bekendste Spaanse muurschilders. Vorig jaar werd zijn monumentale schildering van Julius Caesar in de stad Lugo bekroond met de eerste plaats. Daarmee vergaarde hij internationale bekendheid. Dit jaar schilderde hij op de muur van een kazerne van de Guardia Civil een 15m hoge agent in uniform die een kind in zijn armen houdt. Het thema was (een soort van) gezinshereniging. Mij raakte het niet. As viel deze keer niet in de prijzen. 

De derde plek was dit jaar voor de Catalaanse kunstenares Murales Lian. (Lian Monserrate werd geboren in de Verenigde Staten maar woont sinds haar 16de in een voorstad van Barcelona.) Het muurschilderen begon als hobby maar inmiddels is het haar beroep en vind je werk van haar hand in Italië, Griekenland, Engeland en Duitsland. Zij bracht met dit werk een ode aan de wevende vrouwen (las rederas) in het Baskische havenstadje Ondarroa. Hun levenswerk bestaat uit het repareren van visnetten die door hun familieleden dagelijks worden gebruikt. Het visnet zou symbool staan voor eenheid en werk. Daarom zijn de weefdraden in kleur. 

Een van de vrolijkste Spaanse inzendingen vond ik die van Cristian Sasa uit Burgos. De kunstenaar kreeg van de eigenaar van een plaatselijke bakkerswinkel alle vrijheid om iets te verzinnen. Tegenover die winkel lag een kinderspeelplaats. Zo kwam de associatie met chocolade en een kinderlijk geluksgevoel tot stand. Daar likt iemand als ik haar vingers bij af. Ook de afbeelding in de kop van deze blog komt uit de inzendingen. 


zaterdag 28 maart 2015

Openluchtmuseum

Vandaag herdenkt men in Spanje de sterfdag van Miguel Hernández (Orihuela 30 october 1910 - Alicante 28 maart 1942). Precies een week geleden bezochten we de wijk San Isidro in de stad Orihuela. In een plaatselijke krant las ik dat lokale kunstenaars en collega’s uit het hele land daar een kunstzinnige ode brachten aan deze Spaanse dichter. De wijk was eerder het toneel van dergelijke kunstuitingen en dat wilde ik weleens met eigen ogen zien.

Maar hoe kwamen we er? Orihuela weet ik te vinden maar de wijk stond niet op de kaart. Eenmaal in het centrum van de stad vroeg ik bij een garage de weg aan een groepje mannen. Een van hen begon met zijn handen te zwaaien maar die bleven op enig moment in de lucht hangen. Ik keek hem verwachtingsvol aan. Hij bood aan ons ernaartoe te rijden. Hij sprong in zijn Audi A8 en spoot weg, met ons in zijn kielzog. Na veel bochten en afslagen parkeerde hij zijn auto aan de kant van de weg. We waren op plaats van bestemming. Ik dankte hem uitvoerig en parkeerde de Kuga aan een dichtbijzijnd pleintje. Te voet liepen we de wijk in.

Het eerste kunstwerk aan de wand was een tafereel uit Picasso’s Guernica, met daaronder het opschrift ‘Murales San Isidro – Museo al Aire Libre‘. We waren aangekomen in het openluchtmuseum van de wijk. Beter gezegd: de hele wijk is openluchtmuseum! In elke straat zijn tientallen kunstwerken te zien, de meeste met een portret of een verwijzing naar het werk van Miguel Hernández. Ik keek mijn ogen uit. ‘s Avonds zou ik daar niet graag rondlopen; het is een wijk die op elke hoek van de straat arbeiderszelfsbestuur uitademt. Overdag was het echter zeer bezienswaardig.

In een van de steile straatje raakte ik in gesprek met een mevrouw die in haar ochtendjas en op bijpassende sloffen de was ophing en vertelde dat zij al haar hele leven in San Isidro woonde. Ze had al vele jaargangen kunstenaars zien komen en gaan. Ze had niet voor iedereen ontzag; sommigen lanterfanterden te veel naar haar zin of schilderden onderwerpen die niets met de dichter te maken hadden. Zag ik op de gevel van haar eigen huis het portret van Hernández? Jazeker en daar was ze trots op. 

Hij groeide op in een arme familie die leefde van de veeteelt. Al jongen was hij geitenhoeder en dat zou hij van zijn vader hebben moeten blijven, ware het niet dat hij in Orihuela in contact kwam met politicus Luis Almarcha, die hem kennis liet maken met het werk van o.a. San Juan de la Cruz (Johannes van het Kruis) en Virgilius. Vanaf dat moment begon de jongeman de openbare bibliotheek te frequenteren. Hij was als schrijver-dichter autodidact.

Op jonge leeftijd leerde hij tijdens een reis naar Madrid de Chileense dichter Pablo Neruda kennen; ons eveneens bekend van onze recente rondreis door Zuid-Amerika. Door hem kwam hij in contact met het marxisme. Na de politieke overwinning van het Volksfront (Frente Popular) begon hij actief deel te nemen aan campagnes. Toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak, vocht Hernández aan republikeinse zijde voor de vrijheid. In 1929 schreef hij zijn eerste toneelstuk en in 1933 gaf hij zijn eerste dichtbundel uit. Hij schreef in de daarop volgende jaren meer gedichten en toneelstukken die pas na zijn dood zouden worden uitgegeven. 

Op 28 maart 1939 eindigde de Spaanse burgeroorlog en gaf Hernández in Valencia zijn bundel El hombre acecha uit. De lijm van de kaft was nog niet droog of hij werd door een Franco-commissie verboden en in beslag genomen. Na een korte vlucht werd hij gearresteerd door de politie van Salazar en aan de Guardia Civil overgedragen. In 1940 werd hij door een rechtbank ter dood veroordeeld. Later werd die straf veranderd in levenslange gevangenisstraf. Als gevolg van slechte hygiënische omstandigheden in de gevangenis liep hij tuberculose op waaraan hij op 28 maart 1942 overleed. Na de dood van Hernández werd veel van zijn werk in Argentinië uitgegeven.


Het toeval wil dat ik in San Isidro tevens het herkenbare werk aantrof van kunstenaar Cuellimangui uit Orihuela (hiernaast) die ik in de heuvels van Valparaíso ontmoette. Wat kan de wereld dan klein zijn! 

Bij nader inzien werden de festiviteiten in San Isidro een week uitgesteld vanwege de slechte weersvoorspellingen (alhoewel wij er rondliepen met zon en blauwe lucht). Gisteren werd door circa 200 kunstenaars een begin gemaakt met 42 nieuwe muurschilderingen. Morgen gaan we nogmaals naar Orihuela om ze te bekijken.







zondag 19 oktober 2014

Rondje Málaga

Toen we bepakt op de parkeerplaats achter ons huis stonden, klaar om weg te zoeven, vroeg buurman Steve waar we heen gingen. “Málaga”, zei ik enthousiast maar hij trok zijn neus op… We zouden daar onder andere mijn zwager en zijn partner ontmoeten. Zij boekten een vakantieweek in Andalusië en het leek ons leuk enkele dagen met hen door te brengen. Wij reserveerden in hetzelfde hotel als zij, centraal gelegen en op korte loopafstand van de oude binnenstad. Overdag verkenden mijn liefje en ik de stad samen te voet, aan het einde van de dag en ’s avonds spraken we met hen af. Het was een fijn weerzien.

Bij de plaatselijke VVV legde ik uit waar mijn interesse lag en van onderuit een laatje kwam een brochure van MAUS, Málaga Arte Urbano Soho. Het bleek een wandelroute langs bijzondere muurschilderingen in een kunstzinnige wijk van de stad. We zagen werken van Spaanse (Malaga, Madrid, Santander, Granada), Belgische en Chinese kunstenaars; sommigen wereldberoemd. Op de route lag ook het CAC, het Centrum voor Hedendaagse Kunst, in een fraai Art Déco-gebouw. De toegang was gratis en fotograferen was toegestaan. Kom er eens om?!

Het was niet alleen moderne kunst die we bezichtigden, we legden ook een bezoek af aan het kasteel van Gibralfaro en het Alcazaba. Daarmee liepen we vijf eeuwen terug in de tijd. Het kasteel ligt op minder dan 200 meter hoogte en is vanuit de haven goed te zien maar de weg ernaartoe was dermate steil dat we regelmatig een stop moesten inlassen. De weg naar beneden was zowaar nog zwaarder. Het uitzicht over deze mooie stad was echter al die moeite waard.
’s Middags bezochten we het museum CarmenThyssen waar we ons vergaapten aan de werken van Spaanse meesters. Afgezien van Goya en Velazquez ken ik er -nog- niet veel. Ook hier was fotograferen zonder flits toegestaan. Ik zag prachtige zonsop- en -ondergangen, indrukwekkende zeeën en andere natuurelementen, stierengevechten, dansers en musicerende zigeuners. Tijdelijk was er één olieverfschilderij van El Greco te zien. De oude Griek (1541-1614) werkte als kunstschilder jarenlang in Spanje. Het werk ‘Las Lagrimas de San Pedro’ is daar tijdelijk te zien omdat het in heel Spanje de 400ste herdenking van zijn sterfdag is.

Net als in Cartagena werd ook de haven van Málaga in de afgelopen jaren gemoderniseerd en uitgebreid. Elke dag lag er een groot cruiseschip maar de marina was tijdens ons verblijf ook de aanlegplaats van een indrukwekkend opleidingsschip (driemaster) uit Oman, ferries naar de Spaanse enclaves in Marokko en de ijsbreker Arctic Sunrise van Greenpeace. Ook Ketut deed de terminal met zijn cruiseschip Regent Seven Seas aan.
Ik vroeg een van de Greenpeace-bemanningsleden waarom ze daar zijn. De organisatie wil aandacht vragen voor alternatieve vormen van oliewinning; Spanje overweegt traditionele boringen in de baai van Alboran en rondom de Canarische Eilanden.

Het waren echter niet alleen schepen die onze aandacht kregen. In het havengebied deden we ook een rondje culinair: we lunchten en dineerden bij restaurant JCG en bij Café de Paris, beide van dezelfde Spaanse chef-kok Juan Carlos Garcia. Het eerstgenoemde restaurant is strakker ingericht en heeft meer experimentele gerechten op de kaart. Vooral de smaak van de knoflook-amandelsoep met op de bodem een stevige mousse van groene appel en verse pruim van JCG zal mij lang bijblijven. Mijn liefje genoot daar van de bijzondere steak tartare. Het Café is gezelliger en ook de kaart is gemakkelijker. We vielen sowieso met onze neus in de (truffel)boter: Málaga organiseerde tijdens ons verblijf een 10-daagse tapasroute door de stad.

Andalusië, de geboortegrond van de Spaanse tapa, maakte de borrelhapjes in de loop van de tijd tot ware culinaire kunststukjes. Ik zou ze elke dag kunnen eten, in plaats van een hoofdgerecht. Op 26 oktober wordt bekendgemaakt welk etablissement de beste tapas serveerde. Mijn liefje en ik kozen unaniem voor het miniburgertje van eend met een plakje ananas en kruimel, op een gazpacho van lever met alfa-alfa.

Het uitje naar Málaga smaakt zeker naar meer: de stad met zijn rijke cultuur, het typisch Spaanse, de ontspannen sfeer op straat, de heerlijke restaurants, de mooie stranden, lijken ons een geschikte plek om (echt) oud te worden… Traditioneel en modern, er is voor ieder wat wils. We zijn weer terug aan de Costa Blanca waar de buikriem vanaf vandaag wordt aangetrokken, de kniegewrichten weer normaal beginnen aan te voelen. Ik zal een web-album samenstellen.