Translate

Posts tonen met het label zeeschildpadden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zeeschildpadden. Alle posts tonen

maandag 28 december 2015

Easy like a (Whit)sunday morning ♫

Knijnekop kreeg gelukkig helemaal ongelijk: we voeren driemaal uit naar de Whitsunday Islands bij doorgaans blauwe luchten. Op maandag viel wel een tropische bui maar die hield niet langer dan 15 minuten aan en daarna knapte het weer zienderogen op. We voelen ons grote bofkonten met dit weer, in deze tijd van het jaar en op deze locatie. Ook dit deel van Queensland heeft een regenseizoen, net als Bali. Elsa appte enkele dagen na ons vertrek dat het seizoen waarlijk begon met zware regenbuien.

Het leven is eenvoudig op het water. Ons laatste zeil- en snorkeluitje langs de Whitsundays was met een fameuse schoener die oorspronkelijk in Tasmanië werd gebouwd. Het schip heet de Derwent Hunter, werd in 1949 in deplorabele staat aangetroffen in Queensland, gerepareerd en opnieuw klaargestoomd om een passagiersschip te worden. Dat was nadat het vele andere nautische functies bekleedde in de voorafgaande eeuw, zelfs als piraten- en onderzoeksschip. Het was mooi zeilen met deze tweemaster, met een bont gezelschap aan boord. Veel buitenlandse toeristen, enkele Ozzies, zowaar drie damessetjes.

Voor snorkelen deden we Bali Hai (voorheen Black Island) en Longford Reef & Sand Bar aan; de eerste plek was nieuw voor ons, de tweede niet. Longford is een reep zand die op het rif ontstond doordat onder andere papagaaivissen het zand dat ze met hun papagaaienbek van rotsen schrapen daar uitspuugden. Deze vis is in staat tot een productie van 90 kilo per jaar! De vorige keer dat we daar snorkelden liet mijn liefje de activiteit aan zich voorbijgaan. Terwijl Bernadette en ik snorkelden, wandelde zij over de Sand Bar. Het was errug mooi onder water en vanwege de lage waterstand kon je het koraal en de vissen bijna aanraken. Bij wijze van spreken dan. Koraal, een levend organisme, bekijk je namelijk op afstand want door een aanraking kun je het beschadigen en zelfs doden.

We keerden naar de Whitsunday Islands terug op een zonovergoten dag, met een beetje wind in de zeilen. Op beide snorkelplekken zagen we die dag schildpadden. Wow. Het was Bernadette die mij op een groot dier attendeerde in het water rondom Bali Hai. We lijken er patent op te hebben: ook tijdens onze gezamenlijke rondreis in Sulawesi (2014) was het turtle galore. We maakten wederom een bijzonder moment mee: de grote loggerhead lag aanvankelijk te rusten op de bodem van de zee waar we het dier met argusogen volgden. Op enig moment steeg het op naar het wateroppervlakte, ongeveer één meter van onze neus en mijn camera. Het hapte zuurstof en in één oogopslag zag ik dat de boot in het verlengde van de grote schildpad lag. Klik. Het leverde een mooi plaatje en een fijne herinnering op. We zijn klaar met snorkelen op de Whitsundays. We geven de gevoelige lippen voorlopig rust. Ik denk niet dat we te water zullen gaan in Tasmanië… het eiland ligt dermate dicht bij Antarctica dat ik vermoed dat het te koud zal zijn voor onze verwende lichamen maar die zeepaardjes trekken nu al aan mij… We zullen zien.

Het is hier tevens mangoseizoen, ook daarmee boffen we; Bernadette nog het meest want het is haar favoriete fruitsoort. Een uitje naar Bowen, epicentrum van de mangoteelt, mocht dan ook niet uitblijven. We fotografeerden haar staand en liggend voor, naast en achter een groot mangobeeld bij het binnenrijden van de stad. Alleen d‘rop ging niet want het apparaat is tien meter hoog. We kochten een aantal onbespoten mango’s uit eigen tuin bij een privéstal-aan-huis voor $ 1.50 per stuk, ongeveer één euro. Een koopje, temeer daar het de lekkerste ter wereld zijn: de soort heet Kensington en stamt uit de tijd dat Queensland werd aangedaan op de handelsroute naar en van India. Ik vraag mij vaak af hoe de ontdekker van iets überlekkers (als de mango) te werk ging… iemand moet iets voor het eerst uitproberen maar dat kon altijd de dood tot gevolg hebben, als het betreffende product giftig bleek te zijn. De kleur rood duidt in de natuur regelmatig op iets giftigs en een rijpe Kensington-mango heeft rozerode wangen. Ze zijn echter vurrukkulluk. We zwommen in Horseshoe Bay, lunchten aan het water terwijl rainbow lorrikeets een vliegshow voor ons opvoerden.

Binnenkort vliegen we terug naar Sydney waar ons nieuwe hoogtepunten wachten: we gaan het oudejaarsvuurwerk rond de Sydney Harbour Bridge met eigen ogen aanschouwen vanuit Café Sydney, waar de akela maanden geleden een tafeltje voor drie reserveerde. Op 1 januari doen we de nieuwjaarsduik vanaf Bondi Beach. Reizen is verslavend!



zondag 23 augustus 2015

O-la-lla!

Onlangs las ik in HOY Torrevieja over een bijzondere plaatselijke ontdekking. De badgasten Hector & Cristina vonden 's avonds tussen chiringuito Pura Vida en Vela Beach een karetschildpad (Caretta Caretta) op het strand van La Mata. In het Spaans heet die schilpaddensoort Tortuga Boba. Dat is geen veilige plek voor eieren. Alleen al een parasol boven de broedplaats kan moedertje natuur ernstig in de war sturen. 
Zij belden 112 en de politie was snel ter plaatse. Vervolgens werd de bioloog van de gemeente gebeld. Men ging voorzichtig op zoek naar het nest waarin de schildpad haar eieren zou hebben gelegd. Er is namelijk maar één reden waarom een schildpad zich aan land waagt: om eieren te leggen. Het bleken er 85 te zijn, op een diepte van 40 centimeter, zes meter van de branding.

Toen ik het artikel voor mijn liefje vertaalde, was haar eerste reactie: dat nest hadden wij moeten vinden! Ik was het direct met haar eens (ook een unicum…). De schildpad neemt namelijk een bijzondere plek in ons leven in. Niet alleen vinden wij het allebei een fantastisch zeedier waarmee we in menige zee en oceaan zwommen, de schildpad is hét symbool van mijn liefje in de Aziatische mythologie. Ons huis staat dan ook vol met exemplaren in verschillende materialen, die we uit alle windstreken meebrachten.

De Spaanse bioloog, Juan Antonio Pujol, sprak van een “historische vondst”. Niet alleen komt het zelden voor dat een karetschildpad op een strand aan de Middellandse Zee wordt aangetroffen, er werden nooit eerder schildpadeieren op een strand van Torrevieja gevonden. In 2001 werd voor het eerst een schildpad op een strand van Almería gezien. Twee wetenschappers van de faculteit Biodiversiteit en Evolutionaire Biologie van de Universiteit van Valencia kwamen op verzoek een kijkje nemen: Olalla Revuelta en Jesús Tomás. Alleen al hun eigennamen maken indruk… O-la-la, Jezus! Het is inderdaad een fantastische vondst.

Zij namen alle schildpadeieren in een grote koeldoos mee naar Playa de la Albufera, naar een strand om de hoek van hun eigen universiteit. Zo kunnen wetenschappers en vrijwilligers een oogje in het zeil houden en hebben de schildpadjes in het ei meer overlevingskans. Schildpadmama’s leggen hun eieren aan de wal en vertrekken dan voorgoed; haar kleintjes moeten vanaf dat moment voor zichzelf knokken. Olalla en Jesús zorgen met hun daden dus voor de instandhouding van de schildpadpopulatie in Spanje. Mama Tortuga zal in de toekomst hoogstwaarschijnlijk terugkeren naar het strand van La Mata om haar eieren te leggen. Het zal ongeveer twee maanden duren voordat de eieren uitkomen. Daarna zullen de zeebiologen beslissen of de baby’s langer in ARCA del Mar (onderdeel van El Oceanogràfic) blijven om aan te sterken.

Mijn liefje, Bernadette en ik gingen dit weekend met een catamaran naar het eiland Tabarca, voor de kust van Alicante. Het staat al jarenlang op ons programma maar de irreguliere terugvaart vanaf het eiland naar Torrevieja weerhield ons. In de ochtend gaat een boot heen en in de late middag keert die terug naar de haven van die plaats. In de afgelopen jaren leek het bovendien alsof er nauwelijks faciliteiten waren, ook niet voor de inwendige mens. Dat zou betekenen dat je een hele dag zou kunnen vastzitten op een eiland waarvan niet zeker is of het bevalt. Daaruit kwam onze schroom voort. 

Vorige week kwam ik er bij toeval achter dat er ook een boot naar het eiland vaart vanuit Santa Pola, zelfs elk half uur. Toen was de beslissing snel genomen: we gaan! Ik was aangenaam verrast door de goede parkeermogelijkheden rondom de haven. Wij vonden een schaduwrijke, betaalde parkeerplek. Rondom het eiland ligt een onderwaterreservaat waar ook de karetschildpad voorkomt. De snorkelset ging dus mee. De oversteek (heen-terug) kost €15 per persoon. Onze grote boot, inclusief glasbodem, deed een half uur over negen kilometer afstand. Er varen ook snellere boten maar wij hadden en hebben geen haast.

Alhoewel het eiland Tabarca het dichtst bij Santa Pola ligt, maakt het toch deel uit van de stad Alicante. Het kleinste eiland van Spanje dat in de 18de eeuw een schuilplaats voor piraten was, bestrijkt 400 bij 1800 meter. Het heeft een kleine dorpskern met kerk, museum en gouvernementshuis; verderop staan een fort, een wacht- en een vuurtoren. 

Er is een centraal gelegen familiestrand met ligbedden, parasols en douches en daaromheen mooie baaien. Bernadette en ik gingen in een daarvan te water en snorkelden rond enkele rotsen. Het werd geen Sulawesi-ervaring, er was geen schildpad te zien. Al snorkelend ploegden we door uitgestrekte velden met zeegras, hier en daar spotte ik grote en kleine vissen. Desalniettemin was het heerlijk zwemmen en dobberen in het kristalheldere water. De lunch bestond uit een moot plaatselijke witte vis voor mijn liefje en een zeer smakelijke paella met zeevruchten voor de waterratjes. 't Was fun in the sun!



vrijdag 27 juli 2012

Mevrouw Olive Ridley

Vorige week kregen we een mail met foto toegestuurd uit naam van twee van onze personeelsleden in Bali (Elsa en Ketut). Zij hadden iets te melden waarvan zij zeker wisten dat het ons bovenmatig zou interesseren. Ze hadden gelijk. Ketut bleek namelijk op het strand vóór onze villa overdag een grote, levende zeeschildpad te hebben aangetroffen. Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het dier op de foto zag. 'Kura-kura' is Bahasa Indonesia voor schildpad. Volgens mij is dit een Olive Ridley zeeschildpad, behorend tot de kleinere soorten, olijfkleurig naarmate het dier ouder wordt, met een min of meer hartvormig schild. De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN en is buiten de VS als kwetsbaar' geklassificeerd. Ons eigenste Olijfje! Geef haar een hand en ze neemt gelijk je hele vinger. Geen padje om zonder handschoenen aan te pakken.

Kennelijk hadden ze het dier van het strand naar de villa getild want op de achtergrond zie ik de bestrating van onze oprijlaan. (Ojee...) Dit exemplaar moet zo’n 30 à 35 kilo wegen. Het dubbele gewicht van ons Balinese vriendje Yudha. Ik herken Ketut’s handen dus de foto zal door Elsa met haar mobiele telefoon zijn gemaakt. In de mail meldden ze ons dat ze het dier na de fotoreportage naar het water terugbrachten en de vrijheid gaven. Ik geloof hen en ben dan ook uiterst tevreden over hun actie. Hebben we ze toch met succes het belang van dierenbehoud bijgebracht!

De eieren op het strand waren echter verdwenen, naar verluidt. Die zijn hoogstwaarschijnlijk door Balinese straathonden opgegeten. Of door strandgangers op twee benen; ook dat sluit ik niet uit. Zeeschildpadden worden immers vaak gegeten in Azië. Een vrouwtje komt gemiddeld 2 à 3 keer per broedseizoen aan wal om eieren te leggen dus wellicht dat ze nogmaals voor onze zeewal zal worden aangetroffen. Ketut houdt er rekening mee. Zeeschildpaddenvrouwtjes keren voor het leggen van eieren terug naar de plek waar ze zijn geboren. Ze kunnen daarvoor honderden en zelfs duizenden kilometers zwemmen! Hopelijk kunnen nog wat van haar eieren voor nageslacht gaan zorgen.

Ik zou deze zeeschildpad graag met eigen ogen hebben gezien maar ik mag niet mopperen: in mijn leven zag ik enkele malen zeeschildpadden in levende lijve, zowel onder als boven water. Loggerheads, green turtles, hawksbill turtles, leatherback en flatback turtles. En niet te vergeten: babytjes die in de vrije natuur uit hun eieren kropen en over het strand naar de zee waggelden.
In 2005-2006 maakten mijn liefje en ik voor het eerst een wereldreis. De reis bracht ons onder andere naar Australië. We reisden zes maanden met een kampeerauto rond en startten in Perth, aan de westkust. In het noordwesten van dit immense continent -waarnaar we inmiddels een aantal keren terugkeerden- besloten we te kamperen op Eighty Miles Beach. De weg naar de camping was onverhard; dat was weliswaar niet toegestaan van de verhuurmaatschappij maar we deden het toch. Noem het intuïtie?!
Eenmaal op de kampeerplaats aangekomen, waren wij nummer 2. Onze buren bleken een leuke Engelse vader en zijn zoon. Eenmaal gesettled, besloten wij een strandwandeling te maken. We liepen samen op een immens strand bij een prachtige zonsondergang. Overal op mij heen constateerde ik brede 4x4-bandensporen maar er was nergens een auto te zien. Op enig moment kwamen wij een man tegen die ranger bleek te zijn. Ik vroeg hem of er iets te zien was in de zee en aan de wal. We hadden mazzel. Het was zeeschildpadeierenlegseizoen. Joehoe! Die sporen waren niet van auto’s maar afdrukken van de flippers van schildpaddenwijfjes die zich over het strand voortbewegen. Hij raadde ons aan de volgende ochtend vóór zonsopgang op te staan om het evenement gade te slaan, “if you are lucky”.

 We zetten de wekker voor 4:30 uur en liepen naar het strand. We zagen niets. Op enig moment besloot ik een andere kant op te lopen dan waar mijn liefje verbleef. Ook niets. In de schemering ontwaarde ik haar niet veel later druk gesticulerend in de verte. Ik holde op haar af en jawel… daar zag ik een schildpad! Ik heb nog niets zoiets ontroerends in de vrije natuur gezien. Eieren leggen is op zich een enorme krachtsinspanning maar dan moet zo’n vrouwtje daarna ook nog honderden meters terugkruipen naar de zee. Pootje voor pootje. Ze was uitgeput toen ze het water bereikte maar daarmee was ze terug in haar geprefereerde habitat. Ik groette haar vaarwel. Het schouwspel maakte diepe indruk op mij.


zondag 22 mei 2011

Strontium aan de knikker

Met de radioactieve besmetting van de Stille Oceaan rondom Japan houd ik mijn zeeminnende hart al een tijdje vast. In de afgelopen weken vond ik evenwel nergens een verwijzing naar sterfte onder oceaanbewoners rondom Fukushima. Wel las ik enkele weken geleden over hondderdduizenden dode vissen die onverklaarbaar in de haven van Los Angeles (westkust van de VS) dreven. Was er een verband? Deskundigen zeggen van niet maar die waren na de ramp ook van mening dat er geen meltdown in een Japanse kernreactor zou kunnen plaatsvinden en dat Fukushima geen tweede Tsjernobyl zou worden...

De Japanse kernramp maakte duidelijk dat de mens de veiligheidsrisico’s van kernenergie niet beheerst. Als de overgeorganiseerde Japanners dat niet blijken te kunnen, moet je al helemaal niet denken aan crises die kunnen ontstaan in landen waar de organisatiegraad stukken lager ligt, zoals Indonesië. De Indonesische regering houdt vast aan plannen om in de komende 20 jaar centrales te laten bouwen in -doorgaans- dichtbevolkte gebieden; onder andere in Midden-Java en op Celebes. (Bali staat niet op de lijst van mogelijke vestigingsplaatsen.) Ook de Nederlandse regering blijft bij monde van Verhagen bij hoog en laag volhouden dat kernenergie een betrouwbare energiebron is terwijl de meerderheid van de Nederlandse bevolking tegen is. Het omstreden kabinet waarvan hij deel uitmaakt, houdt vast aan het plan om vergunningen voor de bouw van nieuwe kerncentrales uit te geven. Dat vind ik arrogant en dom.

Ik ben en blijf tegen kernenergie. Als jong volwassene liep ik met overtuiging mee in protestdemonstraties tegen kernwapens, kerncentrales en kernenergie in het algemeen. Kernenergie? Nee, bedankt. Nog steeds! Ik realiseer mij dat er steeds meer energie nodig is in de wereld naarmate meer landen hun bevolking en hun industrieën tot ontwikkeling brengen. Er zullen dus alternatieve bronnen van duurzame energie moeten worden aangeboord. Zonne-, wind- en waterenergie zijn goede alternatieven, wat mij betreft. De zon staat atijd aan het firmament, de wind waait overal gratis, de aarde is bedekt met 1.322.000.000 km³ oceaan- en zeewater.

Kernenergie vind ik een slecht alternatief: naast de aangetoonde veiligheidsrisico’s is het bovendien geen duurzame energie want de voorraad uranium is eindig. Bovendien heeft men geen oplossing voor het opruimen van kernafval. Op dit moment ligt alleen al in de Verenigde Staten 300.000 m³ radioactief slib dat nog veilig moet worden opgeborgen. Wetenschappers van Northwestern University en Argonne National Laboratories (beide in de VS) willen hiervoor algen gaan gebruiken. “Zelfs als alle nucleaire reactoren morgen sluiten, is het huidige volume van afval nog steeds te groot en te duur om op te slaan. We moeten hoog radioactief afval scheiden van laag radioactief afval. Algen bieden een mechanisme om dit te doen. We willen dit begrijpen en optimaliseren”, aldus een van de wetenschappers.

Algen nemen strontium op, een van de hoog radioactieve stoffen in kernafval. Ze verwerken de stof tot vaste kristallen die gemakkelijk kunnen worden gescheiden van de rest van het afval. Het is nog onzeker of de methode zal werken: wetenschappers testten de algen tot nu toe alleen met niet-radioactief materiaal. Men is echter optimistisch aangezien algen in extreme omstandigheden kunnen overleven.

De foto bij dit blog is van de bekende onderwaterfotograaf Eric Cheng en werd internationaal bekroond. Cheng schoot het plaatje van een jonge karetschildpad die kort daarvoor door vrijwilligers was gered nadat het tevergeefs had geprobeerd uit het ei de zee te bereiken. Het jonge dier werd verzorgd en enige tijd later alsnog vrijgelaten in Amerikaanse wateren. Daar lag Cheng met zijn snorkel te wachten. Hij vreesde even dat de opname onscherp zou zijn maar hij was verrukt over het resultaat. Hij schrijft het enthousiasme van de baby-schildpad toe aan het feit dat de weerschijn van de lens op een kwal lijkt (het favoriete hapje van het dier). De foto straalt voor mij hoop uit; hoop op een schonere en veiligere toekomst. Kernenergie past niet in dat scenario.

woensdag 29 september 2010

Nautisch

In de afgelopen dagen vond hier het evenement 'Sail Lovina 2010' plaats. Ruim 100 zeilboten en catamarans deden de baai van Lovina aan, als onderdeel van de jaarlijkse Sail Indonesia-rally die al 3 maanden duurt. De deelnemers vertrokken op 24 juli jongstleden vanuit Darwin (Australië) richting Indonesische wateren.
Aan boord bevonden zich participanten uit Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, de Verenigde Staten, Canada, Argentinië, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland, Italië en Nederland. Aan het einde van de rally kunnen de deelnemers terugzien op een heuse Ronde van Indonesië waaraan ik graag had deelgenomen. De hunkering om de wijde wereld in te trekken, vlamde weer in mij op. Dat krijg je van al dat getuur over het water!

Rallydeelnemers en andere officiële gasten van Sail Lovina 2010 werden getracteerd op cultureel-artistiek vertier: 'joged bumbung en 'angklung' (muziek van bamboe-instrumenten), 'sapi gerumbungan' (de elegante, diervriendelijke variant van de traditionele ossenrace), 'rindik' (traditioneel gezang), 'wayang kulit' (schaduwpoppentheater) en een curus Balinees koken.
Terwijl mijn liefje en ik in nautische kledij over de boulevard liepen, werden wij staande gehouden door Putu, een medewerkster van het plaatselijke Bureau voor Toerisme. Zij was enkele weken ervoor met zeven andere ambtenaren in uniform bij ons op bezoek gekomen, in het gevolg van de kepala desa die wederom had besloten een huisbezoek af te leggen. Onnodig, onaangekondigd en onaangenaam. En dan te bedenken dat die burgemeester en ik voor 99.9% genetisch identiek zijn. Bevriend zullen we niet raken.

Op Putu's instigatie maakten wij de slotceremonie van Sail mee, gezeten op de VIP-tribune aan het strand van Lovina. Ook nu was zij in functie, zij het niet in uniform (!). Deze keer was het onthaal warmer: met een snack, een bekertje water en haar warme handen langzaam over mijn schouders bewegend. Tja, het kan verkeren.
Die avond werd er gedanst, gezongen en gemusiceerd, met de Balizee en de ondergaande zon als decor. Een betere enscenering was nauwelijks denkbaar.
Het evenement werd georganiseerd door het Ministerie van Marine & Visserij, het Ministerie van Cultuur & Toerisme, in samenwerking met de Stichting 'Nautische Liefde Indonesia' en met steun van plaatselijke overheden. De Bupati van Buleleng, drs I Putu Tastra Wijaya, verklaarde dat Sail Lovina niet alleen promotie is voor heel Bali maar dat het vooral het nautisch potentieel van het noorden moet benadrukken. Elk jaar doen 2.000 à 3.000 zeilboten Bali aan en Buleleng zou ze graag allemaal een veilige haven bieden.

Hij en andere politici timmeren momenteel hard aan de weg. Enkele weken geleden nam de gouverneur van Bali, I Made Mangku Pastika, het formele besluit dat in de komende jaren een tweede luchthaven zal worden gebouwd in het noorden van het eiland. Het zuiden is op allerlei manieren aan het dichtslibben. Het Ngurah Rai International-vliegveld kan de stroom toeristen niet meer aan hetgeen soms tot dramatische taferelen leidt: toeristen staan uren in de rij voor de douane (zelfs met een reeds aangeschaft visum), zonder airco. In de straten van Denpasar staat de reiziger dagelijks lang in de file. En er is inmiddels een bouwstop afgekondigd: er worden geen bouwvergunningen meer afgegeven voor hotels en villa's in het zuiden.
De locale infrastructuur van Buleleng, de noordelijke provincie waarin wij wonen, is nu nog ontoereikend voor toerisme op grote(re) schaal. De wegen zijn redelijk begaanbaar maar ze zijn smal: toeristenbussen uit tegengestelde richtingen kunnen elkaar niet veilig passeren. Ook voor boten zijn er volop uitdagingen: er is heel veel koraal en nauwelijks aanlegplaats. In Buleleng vind je al wel een ruim aanbod aan hotels en home stays, in diverse prijscategorieën. Dat geldt ook voor restaurants maar er is sprake van een weinig afwisselend winkelaanbod. Grootschaligheid moet men hier overigens niet nastreven: het noorden mag immers geen tweede zuiden worden.

Bali's noordelijke regio heeft ab-so-luut potentie! De kracht ligt wat mij betreft in ecotoerisme: snorkelen en duiken, dolfijnen kijken, zeilen en kanoën op zee en op het Tamblingan-meer, jungle- en bergwandelingen, fietsen door de rijstvelden, bezoeken aan de botanische tuin en de schildpaddenopvang. Bovendien lijkt 'Community-based Tourism' hier een uitstekende optie: kleinschalig toerisme in traditionele plattelandsdorpen. Te denken valt aan wandelingen door de groenteschuur van Bali, over plantages, uitleg krijgend over traditionele keukenkruiden, gebruik van medicinale kruiden, enzovoort. Agro- en ecotoerisme gaan hand in hand. Kortom: groene ideeën te over! Ik denk dat ik maar eens ga solliciteren bij het Ministerie van Toerisme. Dat uniform past iedereen. Kan Putu-met-de-zachte-handen mij mooi bij helpen.


maandag 9 augustus 2010

Een bull shit

Niets is wat het lijkt... Afgelopen weekend maakten wij met chauffeur Ketut een uitstapje naar de Jembrana-regio om daar de stad Negara te bezoeken en de finale van de 'Lomba Mekepung' van de Bupati Cup 2010 bij te wonen, de beroemde bullraces. Ik verheugde mij ook op een paar andere dingen onderweg: de schildpaddenopvang en -broedplaats van Australiër Chris Brown in Pemuteran (in Bali worden jaarlijks 30.000 schildpadden gedood dus dat heeft absoluut zin!), de Sulawesi-stijl huizen in Negara, de Bugis-boten aan de oevers van de Ijo Gading-rivier en de Balinees-katholieke kerk in Palasari. Foto's van deze en andere bezienswaardigheden zijn in mijn online-album opgenomen.

We gingen een nachtje logeren in een luxe villa in de heuvels van Negara (dacht ik). Badkleding ging dus mee in de reistas. Wij bleken de eerste gasten te zijn op een terrassengrondstuk 'under construction'. Er stond al wel een rijkversierde huistempel waarvoor kosten noch moeite waren bespaard en er waren 2 slaapkamers en een badkamer onder 1 fraai dak. De eerste indruk was goed. In onze slaapkamer met ensuite badkamer stond slechts één bureaustoel voor de grootbeeld-TV, op het terras stond geen enkele stoel terwijl het daar 's avonds heerlijk toeven was. Ketut sliep in de slaapkamer-annex-opslag naast ons, zonder badkamer. Het zwembad was er (nog?) niet. We dineerden aan de voet van de heuvel, niet in een restaurant -zoals gedacht- maar aan de woontafel in eigenaresse Putu's eigen huis. Ik voelde mij een indringer, opgelaten in haar donkere, lege woonkamer. We probeerden het nog een andere wending te geven. Tevergeefs. Het avondmaal bestond uit loeihete kip, boontjes en andere groente in loeihete pepersaus en witte rijst. Toen ik mijn liefje vroeg of ze ermee op de foto wilde, leek het haar geen goed idee... Op de vreemde avond volgde een verstoorde nacht: na alle ervaringen kon ik de slaap sowieso niet vatten, de hond sloeg een aantal malen flink aan waardoor mijn adrenalinegehalte omhoog schoot, het licht van het terras bleef aan en de gordijnen waren flinterdun. Ibu Putu en ik zijn een ervaring rijker maar ik had dit niet willen missen. Ze vroeg een (bijna) Westerse huurprijs. Als zij in de toekomst succesvol aan Westerlingen wil verhuren, moeten er wel meer en betere voorzieningen zijn.

De waterbuffelwedstrijd bleek niet op het strand plaats te vinden maar op een terrein tussen de rijstvelden. Dat lag niet op 10 minuten afstand van onze overnachtingsplaats maar op ruim 40 minuten rijden. Al vroeg in de ochtend was het zeer druk op de weg ernaartoe. Het terrein was zonder meer prachtig gelegen tussen dat typisch Balinese groen. We liepen als enige witten het terrein op en werden direct verzocht plaats te nemen pal naast de VIP-tribune. We kregen een hapje, een drankje en een babbeltje met een dame van de plaatselijke VVV. De Bupati, equivalent van onze commissaris van de Koningin, werd die dag ook bij het evenement verwacht. Professor dr drg. I Gede Winasa kwam inderdaad even later aan, geflankeerd door zijn eigen politiecorps. Naar verluid doet hij het als bupati goed. Men kan zich slechts twee keer kandideren voor deze functie en hij heeft zijn twee termijnen erop zitten. Hij zou willen aanblijven maar dat kan niet. Zijn zoon heeft zich nu kandidaat gesteld voor de verkiezingen. In december 2010 zal blijken of het dubbelscenario 'lichaam van zoon - hersenen van vader' werkt.

Dit schreef ik als vooraankondiging over het evenement in mijn vorige blog: 'versierde waterbuffels met daarachter ruiters in karretjes strijden tegen elkaar als een soort Ben Hur. Het gaat er niet alleen om wie als eerste over de eindstreep komt, versiering en stijl spelen ook een belangrijke rol bij de uitslag.' Zo ongeveer had ik het in een aantal reisgidsen gelezen. Alleen de eerste zin bleek waar: er werd inderdaad heftig gestreden. Tè heftig naar mijn zin... De winnaar krijgt een cup en de eer, de winnende buffels zien hun marktwaarde toenemen tot 20 à 30 miljoen roepiah (circa € 20.000,=) per dier. Elke strijder mende twee buffels vanuit zijn kar. De ene stond rechtop, de andere zat; dat is alles wat ik aan 'stijl' kon ontdekken. De dieren droegen inderdaad versieringen. Er bleken 2 soorten karbouwen ('kebo' in plaatselijke taal) in gebruik te zijn: roze en bruine. Volgens kenners zijn de donkere dieren sterker dan de lichte. Op sommige momenten, als ik op mijn knieën zat voor een foto, vlogen de plaggen om mijn oren. Er kwam een brok energie en een bonk kracht langs!

Al snel zag ik dat er flink op de dierenbillen werd gemept. Er werd geslagen en door sommige berijders hard ook. Toen ik beter keek naar de stok die werd gehanteerd, zag ik tot mijn schrik dat die met spijkers was beslagen... Ik voelde walging in mij opkomen. De Balinees die ik op dat moment in de ogen keek, moet dat hebben gezien. Geen enkele traditie -hoe diep geworteld ook- rechtvaardigt zo'n vorm van dierenmishandeling. Cultuur versus natuur? In dit geval kies ik op zeker voor natuur! Het was dezelfde aversie die ik voelde toen ik voor de eerste keer naar een Spaans stierengevecht keek. De ongelijkheid in 'het spel', de wetenschap dat het dier altijd aan het kortste strootje trekt. Dierenleed en volksvermaak gaan wat mij betreft niet samen. Mijn liefje en ik vonden het welletjes lang voordat de winnaar werd gehuldigd.