Translate

zaterdag 28 maart 2026

Consternazi

In 104 gemeenten (van de 342) in Nederland kreeg Forum voor Democratie (FvD) een zetel, zo bleek uit de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week. Daaraan mochten wij, Nederlanders in het buitenland, niet meedoen. Dat vind ik terecht. Het gaat immers voornamelijk om lokale beslissingen. In mijn huidige thuisland Spanje mogen we juist wel stemmen voor de gemeenteraad, maar niet landelijk. Er zijn landgenoten die menen dat we ook niet mogen deelnemen aan landelijke verkiezingen. Ik begrijp die opvatting maar ben toch blij dat het wèl mag. 

Al was de algemene opkomst niet heel hoog (ruim 53% van de gerechtigde stemmers), het totaal aantal zetels nam voor deze partij toe van 54 (2022) naar 299. FvD kreeg ruim 307.000 stemmen. Dat aantal komt van personen die zich inhoudelijk verwant voelen met de partij, personen die tegen AZCs zijn en stemmers ‘op het platteland’. Maar ook ‘het Lidewij-effect’ werd als reden opgegeven. 

De opmars van FvD onder leiding van Lidewij de Vos moet deels worden gezien als een voorbeeld van het gebrek aan normering in de politiek. Ideeën die ooit als marginaal, onfatsoenlijk of ronduit verwerpelijk golden, worden langzaam maar zeker salonfähig. Niet omdat ze overtuigender werden in de loop van de tijd maar omdat de grenzen van het toelaatbare in de afgelopen tijd flink werden opgerekt.

FvD presenteert zich graag als een jonge, frisse uitdager van de ‘oude politiek’ maar wie de retoriek aanhoort en het netwerk rondom de partij bekijkt, ziet een minder onschuldige werkelijkheid. 

Er kwam vooral kritiek uit eigen partijgelederen op deze cartoon van Joep Bertams die hij maakte voor de Groene Amsterdammer en die ook in de Telegraaf werd geplaatst. De hoofdredacteur van die krant vindt dat journalisten (als Bertams) terecht veel vrijheid krijgen om hun mening te uiten. Dit zou volgens hem geen reden tot huilie-huilie moeten zijn bij FvD. Het is een bekende tactiek uit extreemrechtse hoek: eerst insinueren, dan relativeren en tenslotte verontwaardigd doen wanneer er kritiek komt. Alhoewel dit beeld van De Vos schuurt met de goede smaak zou je dit een koekje van eigen deeg kunnen noemen. 

Als gevolg van het verkiezingssucces zullen op lokaal niveau figuren het politieke toneel binnenstappen die flirten met extremistische denkbeelden: bewondering voor een etnisch ‘homogeen’ Nederland, het bagatelliseren van racistische theorieën, het ventileren van complottheorieën waarin verdacht vaak antisemitische ondertonen doorklinken. 

Volgens partijleider De Vos horen ‘radicale standpunten’ bij een fase van ‘politieke volwassenwording’. Dat deze ideeën nu hun weg vinden naar gemeentelijke bestuurskamers is niet alleen veelzeggend, het is evenmin onbeduidend. Juist op lokaal niveau worden concrete beslissingen genomen over de gemeenschap. Wie hoort erbij, welke groep krijgt ruimte, hoe verhouden burgers zich tot elkaar? Wanneer een partij structureel inspeelt op uitsluiting van bepaalde groepen en wantrouwen jegens instituties als drijfveer heeft, moet de politiek niet wegkijken of bagatelliseren. Dat leidt tot verdere normalisering van taal die groepen tot zondebok en ‘de ander’ bestempelt, tot het zaaien van achterdocht jegens democratische instellingen. Dat is kwalijk en gevaarlijk. 

De partij verkoopt zich als de stem van niet-gehoorde burgers, van  onuitgesproken frustraties, als de enige die ‘durft te zeggen waar het op staat’. Maar die pose verhult dat veel van wat er door partijleiding en leden wordt gezegd, niet dapper is maar juist gemakzuchtig. Het zijn oude vooroordelen in nieuwe jassen. Het is eenvoudiger om complexe maatschappelijke problemen te herleiden tot de aanwezigheid van schimmige vijanden dan om succesvol met de weerbarstige realiteit om te gaan. 

In en rond deze partij wordt bewondering geuit -vaak impliciet, soms zelf expliciet- voor criminelen die symbool staan voor extreem geweld of de verheerlijking ervan. Neem de Noor Anders Breivik met extreemrechtse opvattingen die in 2011 77 onschuldige jonge mensen doodschoot tijdens een zomerkamp. Of neem de Australiër Brenton Tarrant die in 2019 51 onschuldige moskeegangers in Christchurch (Nieuw-Zeeland) doodde. Door Fvd’er Timon Busscher (nummer 3 op de kieslijst van Den Haag) werd dit lugubere tweetal ‘een goddelijk duo’ genoemd. 

Frank Folkerts, nummer 2 op de kieslijst van Nieuwegein, was in 2010 nog lijsttrekker in Overbetuwe voor de Nederlandse Volks Unie (NVU, opgericht in 1971), een nationaalsocialistische partij die volgens de AIVD ‘traditionele antisemitische neonazi's’ aantrekt. 

Daan Meershoek, nummer 2 op de FvD-kieslijst in Nijmegen, had (heeft?) banden met De Geuzenbond, een organisatie die door de Nederlandse inlichtingendienst als extreemrechts wordt bestempeld. 

De lijsttrekker en fractievoorzitter van FvD in Haarlem, Moriah Hartman, noemde het dagboek van Anne Frank enkele jaren geleden overgewaardeerd. Ze zit daar al vier jaar in de gemeenteraad zonder dat er al te veel ophef over ontstond. 

En tenslotte heeft FvD ook nog Reginald Eeckhout in hun gelederen, medeoprichter van Erkenbrand, een studiegenootschap dat streeft naar een ‘blanke etnostaat zonder Joden’. Deze dubieuze club streeft ernaar een autoritair politiek bestel te realiseren dat alleen de grondrechten van de witte (mannelijke!) burger waarborgt. Eeckhout stond op plek 7 van de kieslijst van Amsterdam. 

Een columnist van de Volkskrant zei het plastisch: bruinhemden zijn weer in de mode. 

Partijleider Lidewij de Vos rekent het haar mannen en vrouwen niet aan. (Zelf heeft ze zich nooit openlijk schuldig gemaakt aan dit soort narratieven maar ze biedt een podium en dat is niet zo onschuldig als het lijkt...) Ze doet ze af als ‘verjaarde jeugdzonden’. Daarmee maakte cabaretier Youp van ’t Hek korte metten in zijn column van vorige week. De Vos’ reactie op kritiek volgt een inmiddels bekend patroon: ontkennen, bagatelliseren of de boodschapper aanvallen en tot vijand bestempelen. Kritiek wordt afgedaan als het werk van een vijandige elite, waardoor elke inhoudelijke discussie bij voorbaat verdacht wordt gemaakt. Zo ontstaat een denkwijze waarbij tegenspraak de bevestiging is van het eigen gelijk.

Dat de uitspraken van deze leden überhaupt resoneren in een politieke context, klinkt als een alarmsignaal. Het is alarmerend dat Forum voor Democratie dit soort extremisten niet buiten de deur wenst te houden. En het is alarmerend dat mensen stemmen op mensen met deze profielen.

De vraag is waarom de voedingsbodem voor FvD zo vruchtbaar is. Onvrede over woningnood, migratie, globalisering en bestuurlijk falen is terecht en reëel. Maar de vertaling van die onvrede in een politiek die flirt met extreemrechts, met uitsluiting en complotdenken, kan nooit de oplossing zijn. Kiezen voor deze politiek, voor zo'n partij is niet voor elke kiezer een bewust keuze, denk ik. Er zijn mensen die hun onderbuikgevoelens volgen. Wat wèl een bewuste keuze is, is een politieke cultuur die te lang heeft gedacht (gehoopt) dat dit soort geluiden vanzelf zouden wegebben. Het tegendeel blijkt nu waar.

Die toon en inhoud van FvD vindt weerklank bij een bepaald soort kiezers. Mensen met een haperend moreel kompas, wat mij betreft. Ik begrijp hun boosheid en onvrede tot op zekere hoogte. Maar zonder gêne stemmen op openlijk racistische, misogyne, antisemitische types? Neonazi’s? En niet te vergeten, FvD is een Poetin-verdediger. Het benauwt mij dat die stemmers zo weinig historisch besef (b)lijken te hebben. Het was de in Madrid geboren Spaans-Amerikaanse filosoof George Santayana die ooit schreef: ‘Those who cannot remember the past are condemned to repeat it’. Tja. 

Wat rest is de ongemakkelijke constatering dat democratie niet alleen van buiten wordt aangevallen door tegenstanders. Met partijen als FvD wordt het systeem ook van binnenuit uitgehold. Dit soort partijen ondermijnt de geest van de democratie. FvD beweegt zich precies op dat snijvlak: luid roepen om ‘meer democratie’ terwijl het vertrouwen in de fundamenten ervan systematisch wordt aangetast. 

Dit gaat volgens mij niet (meer) over links of rechts. Dit gaat over democratisch versus anti-democratisch. Zowel de landelijke FvD als de lokale fracties nemen geen afstand van deze personen en hun uitspraken. Hierdoor voelen veel partijen zich genoodzaakt een boycot in te stellen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Nijmegen nam men vóór de vorming van een nieuwe gemeenteraad het besluit dat er onder geen beding zal worden samengewerkt met fascisten. In die steden zal de partij worden geboycot. Het gaat niet om het negeren van kiezers, maar om het nemen van politieke verantwoordelijkheid. 

Zij kiezen voor politieke isolatie maar die aanpak bleek in het verleden niet altijd effectief. (Men ging in veel gevallen alsnog overstag.) 

Bovendien kan een cordon sanitaire FvD in de kaart spelen, kan het de partij electoraal voordeel opleveren. Ook kiezers op die partij kunnen denken dat hun stem er niet toe doet. De vraag blijft wel hoe ver men bereid is de grenzen op te rekken in naam van democratie en vrijheid van meningsuiting? Wanneer verandert tolerantie in medeplichtigheid aan kwalijk gedachtegoed en verdere normalisering ervan? 

Kleinere gemeenten, zoals bijvoorbeeld Delft en Haarlem, sluiten samenwerking niet bij voorbaat uit. In een democratisch bestel wordt op inhoud gediscussieerd. Politieke opponenten dienen inhoudelijk te worden aangepakt, niet te worden uitgesloten. Daar gaat de raad per onderwerp bekijken wat goed is voor de stad. 

Zelf hecht ik waarde aan nóg een andere strategie. Die waarbij gematigde politici en bestuurders sneller en duidelijker grenzen trekken: tot hier en niet verder (het noodzakelijke ‘normeren’). Je hebt standvastige bondgenoten nodig als je een vijand van de democratie wilt verslaan! 

De antwoorden op de vele vragen die er zijn, zullen bepalen of de opmars van extreemrechts gedachtegoed een tijdelijke oprisping is of een blijvend verschijnsel.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten