Translate

Posts tonen met het label Masterchef Australia 2019. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Masterchef Australia 2019. Alle posts tonen

donderdag 28 november 2019

In de soep

Afgelopen weken entertainde we tamelijk vaak in Huize Barefoot. Etentjes voor vrienden, voor vrienden van vrienden, voor de Deense buren, de buren uit Wales die  vrienden werden, de ouders van vriendin Joan. Pfffffff. Gezellig maar je zou er bijna stress van krijgen… Naast zelfgemaakte paëlla stond vaak soep op het menu. Pompoen-soep, Zuid-Amerikaanse bruinebonensoep en bietensoep; allemaal vegetarisch. Met paëlla bereiden ben ik voorlopig klaar.

De pompoenen liggen thans hoog opgetast in de schappen; een lekker en veelzijdig, lokaal en seizoengebonden product dat uitermate geschikt is voor soepen, stamppotten en curries. Met behulp van specerijen en andere toevoegingen maakte ik Aziatische en Europese varianten. De bonensoep maakte ik deels met gepureerde en hele bonen. Het werd afgemaakt met partjes verse avocado, ringetjes rode peper, verse koriander en gebakken reepjes tortilla die ik even door een mengsel van geroosterd koriander- en komijnpoeder haalde.

Mijn bietensoep oogstte echter de meeste lof. Daarvoor ontving ik van de meeeters 9 (van 10) punten. Joehoe! Die soep oogde werkelijk prachtig. Het recept bedacht ik niet zelf maar zag ik recent op de tv bereid. Het is eenvoudig, gezond en heel smakelijk. Traditionele borsjt maar dan anders. En zo maak je het: zet een rode ui aan in olijfolie, in een soeppan. Zodra de ui glazig is, voeg je daar 500 gram gekookte bieten en 200 gram kookaardappelen aan toe. Als laatste voeg je 700 centiliter groentebouillon of water met een bouillonblokje toe. Genoemde hoeveelheden zijn genoeg voor vier kommen. Een kwartiertje laten koken op laag vuur en daarna met de staafmixer tot een gladde soep pureren. Daarna wat geitenkaas door de soep brokkelen en regelmatig roeren totdat het is opgenomen. Je kunt er voor het opdienen nog extra geitenkaas over kruimelen. Een kind kan de was doen, sukses verzekerd.

Wat onlangs ook in de soep liep, was de kookkunst van mijn favoriete mannelijke kandidaat bij Masterchef Australia 2019. Deze week begon het programma met een leuke en spannend concept: kandidaten moesten bieden op producten waarmee ze vervolgens moesten koken. Elke aankoop kostte minuten; ze begonnen met 120 en telden af. Derek deed het niet goed in dit spel van loven en bieden. Hij wilde een gooi doen naar buikspek maar zijn taktiek mislukte helemaal. Als hoofdproteïne kreeg hij geen vis of vlees maar eieren in zijn maag gesplitst. Zo creatief als hij doorgaans is, daar wist deze Australiër met Aziatische roots zich nu geen raad mee. Het eerste idee, zelfgemaakte ravioli met hele kwarteleidooier, mislukte. Zijn tweede idee, spaghetti met eendenei er bovenop viel bij de jury niet in de smaak. Het huilen stond hem nader dan het lachen. Ook ik pinkte een traantje weg bij zijn vertrek. We belandden inmiddels aan bij de Top7 van het programma.

Alle hoop is nu gevestigd op mijn eerste en allerlaatste favoriet: Tessa Boersma. Simon en Larissa kunnen ook heel goed koken maar ik heb nu eenmaal vanaf dag 1 een zwak voor deze jongedame... Met kwebbelkous Anuschka ben ik klaar; de gunfactor is voorbij. Barman Simon waardeer ik ten zeerste als creatieveling met groenten; daarin is hij (bijna) onverslaanbaar.

Sinds die eerste uitzending van deze jaargang van het beste kookprogramma-aller-tijden, noem ik Tessa ‘het brutaaltje’. Dat is ze op zich niet maar ze is recht-voor-zijn-raap en heel zelfverzekerd. Dat mag wat mij betreft want ze kan veel. Vaak oppert ze ideeën en combinaties waarvan de drie juryleden niet enthousiast worden, om vervolgens als een blok te vallen voor haar eindresultaat.

Zo ook deze week. De amateurs werden uitgedaagd Surf & Turf 2.0 te bereiden, vis of zeevruchten in combinatie met vlees, gestoken in een nieuwe jasje. Zij koos voor lamsvlees en gekaramelliseerde Sint Jakobsschelpen en maakte er een Sri Lankaanse laksa met bloemkool bij. Als dat geen nieuwe uitvoering van het traditionele gerecht was?! De heren trokken hun wenkbrauwen op. Desalniettemin ging ze met zelfvertrouwen aan de slag. Uiteindelijk werd haar gerecht bekroond met de titel ‘Surf & Turf 10.0’. Dat noemen wij, Hollanders, winnen met vlag en wimpel!

Begin deze week las ik in een Engelse krant dat jurylid en chef George Calombaris  zijn restaurant ‘Hellenic Republic’ in Melbourne (een van drie met die naam in het land) gaat sluiten. Jarenlang betaalde hij zijn huidige en vorige werknemers van dit en andere restaurants (‘Press Club’ en ‘Gazi’) systematisch onder. Men schat in dat  Calombaris 5 miljoen Ozzie dollars op zijn bankrekening heeft staan. Hem werd in juli jongstleden door de Fair Work Ombudsman opgelegd zijn ruim 500 medewerkers achterstallige salarissen te betalen, ter waarde van $7.8 miljoen. Calombaris is niet de eerste sterrenchef die dit deed. Neil Perry deed het ook. Hij is waarschijnlijk wel de zwaarst beboete kok.

In een lokale krant las ik dat onderbetaling van horecapersoneel een structureel probleem is in Australië. De Britse krant The Guardian noemt het zelfs een epidemie. Die krant schreef eerder deze maand over de structurele onderbetaling door supermarktketen Woolworths; zij betaalden hun personeel over een periode van tien jaar AUD$200 miljoen te weinig. Het bedrijf verweerde zich met geklaag over de complexiteit van het Australische beloningssysteem. Als ik in Australië zou wonen, zou ik mijn boodschappen voorlopig bij supermarkt Coles gaan doen; dat is de concurrent en toevallig de sponsor van Masterchef Australia.

Dit jaar stapten er 22 bedrijven met vergelijkbare overtredingen uit zichzelf naar voren. De vakbonden roepen op tot zwaardere straffen voor overtreders. Het Openbaar Ministerie wil onderbetaling bij wet strafbaar stellen. Er zijn naar schatting meer dan 830.000 mensen werkzaam in de Hospitality-branche dus het gaat om veel geld. Een nieuw systeem van de Australische Belastingdienst, genaamd ‘Single Touch Payroll’, moet dit soort uitwassen per 1 juli van dit jaar helpen voorkomen.

Hoe leuk ik George ook vind in zijn rol van jurylid van mijn favoriete kookprogamma, hij maakte er als zakenman een potje van. Direct na de uitspraak van de Ombudsman werd de geplaagde Calombaris geïnterviewd op nationale televisie. Hij barstte in snikken uit en bood zijn excuses aan alle benadeelde medewerkers aan. Hij smeekte het publiek zijn bedrijf niet links te laten liggen en legde de volgende verklaring af.

“We apologise to all our affected team members, past and present - as it is our people that make our restaurants great, and it is our priority to ensure all of our employees feel respected, rewarded and supported in their roles. [..] We are committed to acting as a force for change in the industry and leading by example when it comes to building and promoting supportive, healthy and compliant hospitality workplaces.”

Personeel gerespecteerd en gewaardeerd? Zelf een voorbeelfunctie? Nakomen van afspraken? Mooie woorden maar too little, too late...

Snap je dat nou?! Als je een imago hebt als hij, geen domme jongen bent, met een reeks suksesvolle restaurants, goede managers en koks voor je werken, zelf knetterhard werkt en dus ook goed verdient, dan betaal je toch wat je jouw personeel wettelijk bent verschuldigd?! Ik heb geen goed woord over voor dit soort graaigerig, post-koloniaal gedrag. Ooit was ik zelf manager van een team. In die korte tijd leerde ik dat als je goed bent voor je mensen ze hun benen uit hun billen lopen voor jou! Calombaris werd kennelijk meer gedreven door bedrijfsdollars dan door een moreel kompas. Tja.

De deuren van zijn restaurant in Melbourne zullen op 31 december van dit jaar sluiten. Het personeel van dat etablissement stapt baanloos over de jaargrens. Voor hen geen vuurwerk op New Year's Eve. Deze beslissing noemde de chef met Griekse roots wrang”. Ik blogde eerder dat het veel tijd en inspanning kost om een goed imago op te bouwen maar ‘from hero to zero’ ga je in een handomdraai. Deze kwestie is een smet op het blazoen van Calombaris maar hij krijgt nog een kans, wat mij betreft. 

Er zullen complottheoretici zijn die beweren dat hij en zijn twee collega’s vanwege dit schandaal volgend jaar niet terugkeren als jury van Masterchef Australia. Ik denk daar het mijne van maar jammer is en blijft het. Temeer daar ik onlangs een vleugje 2020 opsnoof. Not amused! Een van de leden van de, wederom driekoppige, nieuwe jury is de Schotse sterrenkok Jock Zonfrillo. Zijn restaurant Orana in Adelaide ontving drie koksmutsen, de hoogste culinaire onderscheiding van Australië (equivalent van de Michelinsterren), dus koken kan hij.

Zonfrillo werd enkele weken geleden uitgenodigd als gastkok in de Masterchef-keuken. Kandidaten moesten op zijn verzoek koken met inheemse ingrediënten. Ik vond hem in die episode tamelijk onsympathiek. De inspiratie kwam uitsluitend van de oude garde. Gemiste kans. 
Ik zou het overigens beter hebben gevonden als ze deze opdracht door een inheemse Australische chef hadden laten uitvoeren. Dat geldt ook voor de toekomstige jury. Down Under heb je genoeg veelbelovende, jonge chefs met oorspronkelijke roots (Aborigines) die zo’n positie meer dan waard zijn: Mark Olive, Zach Green, Luke & Samuel Bourke, Josh Moore, Jayde Harris, Ben Shewry. Dat wordt nog wat, volgend seizoen...

Ik ga niet al te zeer op de ontwikkelingen vooruitlopen. Eerst maar eens zien wie de competitie van 2019 gaat winnen. Go Tessa! Vanavond kunnen we kijken of ze een immuniteitsspeld wint die haar direct een plaats in de finaleweek garandeert. Ik denk dat we het einde van deze jaargang dit jaar net kunnen meemaken, voordat we naar Bali afreizen.


donderdag 31 oktober 2019

Olijven op pootjes

Komt een vrouw bij de slager. Vraagt ze “Slager, heeft u varkenspoten?” Het was misschien wel de eerste grap die mijn vader mij als kind vertelde. Daar moest ik deze week aan terugdenken. Het brein is een wonderlijke associatiemachine. We haalden namelijk bij winkelier ‘Carasco’ in de hoofdstraat een gedroogde varkenspoot op van minstens zeven kilo. Ik droeg het apparaat als een zoutzak over de schouder. Het was een kado van deze winkelier aan alle groepen die deelnamen aan het plaatselijke paëllafestival op de Feestdag van Valencia, enkele weken geleden. (Ik blogde erover.) Hoe aardig is dat?! De poot kwam van leverancier ‘El Pozo’ in Murcia, een van de bekendste vleesverwerkende bedrijven van Spanje.

Chef Bill die destijds de paëlla bereidde, vroeg onlangs of wij de poot bij de winkel wilden ophalen. Hij ging cruisen en had geen tijd. Het leven van een buitenlandse pensionista in España is zwaar; zelfs voor getroubleerde Britten. In ieder geval zwaarder dan zeven kilo. Zouden wij er eventueel ook plakjes van willen snijden? Ik had dat nog nooit gedaan maar wilde wel een poging wagen. We kochten een eenvoudige ‘Jamonero’, een houten constructie waarin je de achterpoot kunt plaatsen en vastzetten zodat alleen plakjes ham van het varken worden gesneden. Het is weliswaar Halloween maar wij zijn en blijven bloedeloze types. Voor die gelegenheid schaften we eveneens een lang, scherp vleesmes aan.

Op de verpakking van de houder stond precies aangegeven welke delen van de varkenspoot geschikt zijn voor consumptie. Ham van de voorpoot heet formeel ‘paleta’, vlees van de achterpoot wordt officieel ‘jamón’ genoemd. De te gebruiken delen van de achterpoot worden ‘Maza’, ‘Contremaza’, ‘Punta’ en ‘Babilla’ genoemd. Een mens is nooit te oud om te leren. De maza is het sappigste, malste en tegelijkertijd magerste vlees. De contremaza is het stuk dat er tegenover ligt; dat vlees is minder vet maar ook minder sappig. Rond de punta vind je het smakelijkste vlees, als je kenners mag geloven. Ham van dat deel kan soms iets gezouten smaken. Het deel dat babilla wordt genoemd, is minder sappig dan de maza maar kan het gemakkelijkst worden aangesneden en het langst worden bewaard. Elk onderdeel  brengt een ham voort met een andere smaak.

Mijn liefje, ik en veel van onze vrienden in Spanje zijn liefhebbers van een bordje flinterdun gesneden ham. Het staat hier vaak op tafel tijdens bezoeken. Wij kochten die ham tot dusver altijd voorgesneden. Je hebt twee soorten varkens in dit land: Ibérico en Cebo. Wij hebben een sterke voorkeur voor het Iberische varken. Wij kopen het liefst Ibérico de Bellota-ham als er iets te vieren valt. Die ham is afkomstig van zwarte varkens die eikels (bellotas) en gras eten in de vrije natuur. Ze grazen van october tot en met januari, de periode waarin eikenbomen hun eikels afschudden. De olie in deze eikels is vergelijkbaar met de olie in olijven. Iberische varkens worden daarom door lokalen ook wel olijven op pootjes genoemd.

De ham van de Ibérico de Bellota is van de beste kwaliteit en heeft de mooiste smaak (al verschillen smaken). Deze hamsoort kan verder worden ingedeeld naar puurheid van het vlees; je hebt ze met vermeldingen van 50%, 75% en 100%. De mooiste ham wordt ‘Jamón Pata Negra’ genoemd; van de markante zwarte hoeven van het Ibérico-varken. Zo’n varkenspoot kan duizenden euro’s per stuk kosten.

Jamón de Cebo is van witte varkens die op boerderijen worden gefokt voor hun vlees. Goede serranoham is doorgaans afkomstig van deze dieren. Iberische varkens heb je alleen in de streken Cáceres/Badajoz, Córdoba, Salamanca en Huelva. Alleen een varken uit een van deze streken mag Iberisch worden genoemd. Er gelden voorts strenge regels voor de teelt, bereiding en benaming van het eindproduct van dit dier. De ham van het Iberische eikeltjesvarken is uniek in de wereld. De smaak van de Pata Negra is olie-achtiger dan de Cebo en smelt op je tong. Try before you die!

Spanje produceert jaarlijks circa 40 miljoen hammen van uiteenlopende kwaliteit.
De beste kwaliteit ham droogt tot zes jaar lang, de minste kwaliteit tot ongeveer een jaar. Dat zie je terugkomen in de kleur: van diep donker tot licht. In 2016 kwam de duurste Ibérico-ham in het Guinness Book of World Records terecht. Het betrof een ham van de ‘Manchado de Jabugo’ (organisch geteelde varkens in Huelva) met een retailprijs van €4.100, van het merk Dehesa Maladúa. Eduardo Donato en zijn dochter Marta produceren daar ongeveer 80 hammen per jaar, hun varkens grazen in een bosrijk gebied van 80 hectares. Op het welzijn van hun varkens wordt onder andere toegezien door een homeopaat. Deze hamsoort is een bron van goede proteïnen en mineralen, alsmede van vitaminen B1 en B6.

De achterpoot van slager Carasco was van beduidend mindere kwaliteit en nauwelijks olie-achtig maar we kijken een gegeven big niet in het ehhhhh…. achtereinde. Al zo vaak zag ik mannen in restaurants plakjes snijden dat ik dacht er zelfs ook maar eens aan te beginnen. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik startte met de Maza, nadat ik een deel van de omliggende vetlaag had verwijderd. Eigenlijk was het in dit geval niet meer dan schaven, ondanks het scherpe mes. Deze ham was namelijk relatief droog. Ik sneed-schaafde een bordje vol. Wij hadden beiden genoeg aan één broodje dus ik vroeg een van onze Engelse vrienden (Sue) of zij zin had om de poot verder onder handen te nemen. Inclusief Jamonero. Een scherp mes had ze zelf.  Binnenkort wordt het vlees verdeeld onder de aanwezige buren.

Van varkenspoot naar Matt, Gary en George: een kleine stap. These three little pigs van Masterchef Australië zijn aan hun laatste seizoen als jury bezig. Ik vind dat spijtig. De mannen zijn leuk, vullen elkaar aan en zijn goed op elkaar ingespeeld. Inmiddels werd bekend wie hen volgend jaar gaan opvolgen. Van links naar rechts: Andy Allen (1988), Melissa Leong (1980) en Jock Zonfrillo (1976). Andy is ex-deelnemer, winnaar van seizoen 2012 en chef, Melissa is culinair recensent, kookboekschrijver en reisauteur, Jock een Schotse sterrenkok, werkzaam in Australië. Een jongere gemengde lichting. Ik sta niet te trappelen van ongeduld... Verandering van een steengoed concept is riskant.

Melissa, met Singapore roots, schrijft op haar persoonlijke website dat ze alles uitprobeert. Ze schreef kookboeken en was eerder co-host van het programma ‘Chef’s Line’. Jock werkte onder andere samen met Marco Pierre White en verhuisde in 2000 naar Australië om hoofdchef van restaurant ‘Forty One’ te worden in Sydney. Dit restaurant dat Europees met een hintje Aziatisch kookte op de 41ste verdieping sloot inmiddels de deuren permanent. Zonfrillo heeft daar nu een eigen restaurant in Adelaide. Zijn ‘Orana’ is inmiddels een van de beste 50 restaurants ter wereld.
We gaan volgend jaar zien hoe het nieuwe trio acteert. Het zal wennen zijn voor een verstokte kijker en fan als ik.

Zoals in het verhaal van de drie biggetjes, vallen ook in dit kookprogramma de kandidaten een voor een af. Deze week werd Abbey-van-de-smaakbommen pootje gelicht. Leukste uitdrukkingen van deze week: welke picknick valt door de mand?” (elk team moest een picknickmand met vier hapjes vullen voor 200 gasten). En “chili whimp”, vertaald met peperwatje. Kandidaten in de recentste afvalrace moesten eerst koken met kruiden en daarna met specerijen. Bij Maggie Beer en George brak het zweet uit elke porie toen ze de hete garnalencurry van Indonesische Tati proefden. Mijn twee grote favorieten zijn nog alive and kicking: Tessa en Derek. De hamvraag: gaat een van hen winnen? Kooktovenaar Heston Blumenthal is deze week weer te gast.


vrijdag 11 oktober 2019

Simply Spanish

Het is weer tijd voor een foodblog, te beginnen over Masterchef Australia. Van de 24 thuiskoks die zich voor dit seizoen kwalificeerden, sneuvelden reeds acht kandidaten. Blogde ik enkele weken geleden nog enthousiast over het grote aantal vrouwen in de race (15), dat aantal daalde inmiddels drastisch. Er zijn er nog maar acht over, net zoveel als het aantal mannen. Met hun vertrek  werd ook een flinke hap genomen uit de multicultitaart. Van de afvaller hadden er namelijk vijf een gemengde achtergrond.

Enkele vrouwelijke favorieten zijn nog in de race: Tessa Boersma (‘het brutaaltje’) en Steph De Sousa zie ik op dit moment als kanshebbers voor de eindzege. Tati Carlin (Indonesische roots) en Anuschka Zargaryan (Armeense) koken heel goed maar zijn waarschijnlijk niet allround genoeg om de finale te halen. Ik zou het deze beide  sympathieke kandidaten wel gunnen. Derek Lau (Hong Kong roots) is mijn enige en grote favoriet bij de mannen. Dat ze op de foto 3-op-1-rij zitten, is toeval.

Legends Week ligt inmiddels achter ons. Rick Stein en Yotam Ottolenghi brachten een bezoek aan de Masterchef-keuken. Afgelopen week was het Secrets Week. Een van de optredende chefs was Leno Lattarulo van restaurant ‘Simply Spanish’ in South Melbourne Market. Iemand met een macho-uitstraling, een wenkbrauw-piercing en een steigerende stier op zijn schort stapte de studio binnen. Geen vriendelijke uitstraling. Achter hem kwam een grote paëlla op pootjes binnen. Het was mijn favoriete uitvoering: met schaal- en schelpdieren.
Lattarulo blijkt te zijn geboren in Venezuela, leerde als jongeling koken in Spanje en is nu Australische chef en restauranteigenaar. In 2017 en 2018 won hij in Valencia de internationale prijs voor de beste paëlla die buiten de landsgrenzen wordt bereid. Hij en zoon Jake vormden een van de 43 teams die aan die kookwedstrijd meededen. 

Foto: Network 10
De Masterchef-kandidaten moesten paëlla met zeevruchten namaken, zonder recept. Lattarulo legde terecht veel nadruk op het belang van de ‘socarrat’, de knapperige korst op de bodem van de pan. Er mocht weliswaar worden geproefd maar zo’n paëlla is en blijft een helse opdracht. Het gerecht kostte toneelmanager Leah de kop. Ze begon al niet goed: de bouillon maakte ze van een enkele vissenkop, niet met garnalenschillen of krabbenlijven. Zo krijgt je de caldo, de ster van de schotel, eenvoudigweg niet op smaak. Langzaamaan kwam ze erachter wat erbij moest. Iedereen gaarde de zeevruchten in de rijst. (Dat gaat anders voor paëlla met kip.) Leah’s eindresultaat zag er weliswaar mooi uit maar de bodem was dermate aangebrand dat alles in de schotel naar verbrande rijst smaakte. Een terechte grond voor uitschakeling. Gisteren begon Queensland Week, met rollende keukens in Brisbane. Ik vind dit niet de mooiste of leukste stad van Down Under maar het zicht op de verlichte Story Bridge over de Brisbane River is onvergetelijk!

Mijn liefje keerde begin van deze maand naar de schoolbanken terug maar had deze week haar eerste vrije dag. Dat kwam goed uit. In ons dorp worden nu namelijk de feesten van de Patroonheiligen gevierd en, zoals vorig jaar, vierden wij er eentje mee. Het gaat om het paëllafeest dat we met onze Engelstalige buurtgroep ‘Los Tontos’ (de idioten) vieren. We zijn blij met die contacten. Never a dull moment! Wel moet ik  gniffelen als ik sommige Britten het woord hoor uitspreken. Menigeen zegt ‘pajella’ (in plaats van pa-è-ja). Je moet inderdaad moeite doen om twee klinkers achter elkaar goed uit de mond te krijgen maar oefening baart kunst.
De gemeente stelt jaarlijks een pak rijst, brandhout en een vuurplek beschikbaar aan elk kookgezelschap. De overige ingrediënten voor de rijstschotel moet je zelf aanschaffen. Normaliter bereidt kooklegende Robert de schotel voor de groep, dit jaar wierp Bill zich op als chef. Robert was er na vele jaren klaar mee, Bill bereidde nog nooit paëlla. Hij kon wel wat hulp gebruiken dus mijn liefje bood spontaan aan de caldo (bouillon) te maken. Hij ging er gretig op in. Bij paëlla gaat het vooral om die bouillon, wat mij betreft.

Welnu, zij is de Sabelotodo van de Soep, de Balsemien van de Bouillon, de Chica van de Caldo. Ze weet er wer-ke-lijk ALLES van! Vanwege dit imago kwam er deze keer extra veel liefde en toewijding aan te pas. Zelf was ik Assistent Eerste Klas: ik wees de karkassen aan waarmee we de bouillon gingen trekken, kocht een bouquet garni en sneed de mirepoix: een combinatie van ui, knoflook, wortel en bleekselderij. Daarna kreeg ik het uitdrukkelijke verzoek mij er verder niet mee te bemoeien. Daar was geen woord Spaans aan. We kochten tevens een goede kwaliteit kippenpoten en -vleugels die werden aangebraden voordat ze mochten gaan zwemmen. Haar bouillon trok bijna 20 uur; in die uren bouwde het een complexe maar pure smaak op.

Op woensdagochtend reden we met twee grote, dampende pannen met bijna zes liter bouillon naar het feestterrein waar het evenement werd georganiseerd. Klapstoelen en een koeltas met lekkers completeerden de vracht. Het was glorieus weer dus we verzamelden ons rondom het kampvuur. 

Bill zette de paëllapan waterpas en bakte eerst chorizo in olijfolie aan. In dat bakvocht ging vervolgens een berg driekleurige paprika’s, uien en knoflook. De droge rijst ging erbij en toen nam hij de pan van het vuur. Op dat moment was er nog geen druppel bouillon toegevoegd. Dat kon maar op één ding duiden: “Bill did it his way”. Hij zong dat met een diepe bariton terwijl hij in zijn pan roerde. 

Om ons heen lagen inmiddels talloze vuurtjes te smeulen. Op een bepaald moment stroomden de tranen over mijn wangen vanwege de rook. We waren weliswaar geen Saudi Aramco, Chevron of Gazprom (Top3 van 's werelds grootste vervuilers als het om de uitstoot van kooldioxide gaat; twee van hen staatsbedrijven) maar het was geen prettige lucht om in te vertoeven. Alle kleding van die dag ging na het feest linea recta in de wasmand. 

Af en toe kwam er een Spanjaard polshoogte nemen. Enkelen vroegen of we een vegetarische paëlla bereidden. Men vonden het kennelijk een rare gang van zaken. Dat ze zeiden later dolgraag te willen proeven, was niet per se om de juiste redenen. Wij trokken de bouillon voor en braadden de kip reeds aan. De meeste Spanjaarden zetten eerst hun vlees aan en voegen daarna de andere ingrediënten toe. Voor zover ik kon zien, gebruikte niemand caldo. Overal werden grote flessen drinkwater gebruikt. Anderen maakten zich zorgen over onze kleine pan. Kon dat wel goed gaan? Arme Bill!

Hele octopussen werden gegrild op kunstig in elkaar gezette roosters. Paëlla maken is hier een volkssport. Er gingen met name kippen in de pan maar ik zag ook konijnenboutjes, mosselen, levers en ander orgaanvlees, slakken en wat dies meer zij. Zoveel mensen, zoveel smaken. Als het een kookwedstrijd zou zijn, zou het resultaat van onze groep ondanks alles in de Top3 eindigen. Op basis van smaak.

Deze dag ging echter uitsluitend om gezellig samenzijn. Aan onbekende Britten werden wij door bekenden voorgesteld als the Dutch girls who bought the house of Lynn & Dick”. Daaraan is geen woord gelogen. Dick heeft tot op de dag van vandaag spijt van de verkoop en van zijn vertrek uit Spanje. Lynn’s stokoude moeder, voor wie zij (en zij alleen) naar Engeland terug wilde, overleed inmiddels. Er gaan geruchten dat ze een terugkeer overwegen.

Er was dit jaar wederom gratis ‘paëlla gigante’ voor de minderbedeelden van het dorp. Ik constateerde echer dat de grote pan helaas niet waterpas stond en dat moet je hebben geproefd. Het gratis bier -van de tap!- vloeide rijkelijk. Mijn liefje was erg tevreden over het feit dat het dit jaar merk Estrella was. Die vrijgevigheid vind ik mooi aan zo’n dag.De opbrengst van onze groep (€5 per persoon) gaat eveneens naar een goed doel dat de gemeente kiest.

Onze nieuwe burgemeester José María Pérez  schitterde door afwezigheid en dat vind ik een gemiste kans. In een lokale krant las ik dat hij zichzelf recent een substantieel hoger jaarsalaris toekende dan zijn voorganger Ignacio Ramos; een verhoging van €31.850 ofwel 160%. Het eerste dat ik dacht, was daar gaan we weer!” De Partido Popular is in Spanje dé partij van de corrupte bestuurders. En dat terwijl de man in kwestie eigenaar is van een groot landbouwbedrijf. Tja. Net als vorig jaar stond onze lange tafel naast die van de PSOE, de Socialisten. Ik maakte een praatje met onze vorige burgervader (ja, een linkse), die mij spontaan omarmde en mijn familie de hartelijk groeten deed. Aardige kerel met het hart op de juiste plek.

Bills allereerste paëlla pakte goed uit: de smaak was prima en er was een korstje te bespeuren. De kleine paëllapan bleek ruim voldoende voor bijna 30 eters. Er waren zelfs mannen die meermalen opschepten en er gingen doggy bags mee naar huis. Eén echtpaar vond deze versie zelfs de lekkerste in jaren. Ík denk dat het door de bouillon van mijn liefje kwam.


vrijdag 30 augustus 2019

Tummy hugs

G’Day! De eerste week van Masterchef Australia 2019 op de Nederlandse televisie zit erop. De eerste tranen zijn vergoten, de eerste Kleenex tissues verbruikt. Het is en blijft een boeiend en emotioneel programma; dat kan nu al worden beaamd. Ik denk dat ik niet de enige fan was die kippenvel kreeg toen de drie juryleden zich op het bordes van het Masterchef-gebouw vertoonden. Al gaat het in principe niet om hen, het trio kreeg een heldenontvangst. Dat kwam volgens mij ook door de Willy Wonka-broek van Matt! 50 voorgeselecteerde Australiërs en hun entourage meldden zich daar voor een gooi naar de kans op Eeuwige Keukenroem (aanvankelijk typte ik room maar dat zegt alles over mijn spellingschecker).

Ik bedacht mij dat het de laatste keer is dat we dit concept in deze vorm zien. De mannen keren vanwege een contractgeschil namelijk niet terug in 2020, al lijken ze nog wel betrokken bij de eerste selectie. Dat concludeerde ik naar aanleiding van de foto die ik aantrof op de officiële website van EndemolShine Australia. De deadline voor inzendingen voor volgend jaar sloot op 9 augustus jongstleden.

Iedere potentiële kandidaat moet een vragenlijst van zes pagina’s invullen. Je mag een korte introductievideo meesturen maar dat is niet verplicht. Gekozen worden, berust op geluk. Elk jaar zoekt het productieteam iets nieuws of iets anders en je weet maar nooit of dat op jouw sollicitatieformulier staat vermeld. Elk van de geselecteerde kandidaten moet vervolgens eenmalig de eigen ‘signature dish’ achter de schermen bereiden. Zo komt een voorselectie van 50 kandidaten tot stand. In deze fase worden al opnamen gemaakt van ieders privésituatie die tijdens de kennismakingsronde in het echte programma worden vertoond.

En genieten was het, vanaf de eerste minuut. De eerste gast die binnenwandelde, was de winnaar van vorig jaar: Sashi Chelia. Na de finale hing hij zijn baan van gevangenisbewaarder aan de wilgen en stapte een veel vrijer en creatiever leven in. Het viel mij op dat hij strakker en hipper werd. In augustus vorig jaar opende hij zijn eerste pop-up restaurant in Melbourne, genaamd Gaja by Sashi”. Geen fine dining maar een bewuste keus voor streetfood. Hij probeert drie culturen in zijn gerechten tot uiting te brengen: Chinees, Maleis en Indiaas. Sashi komt oorspronkelijk uit Singapore en daar zijn die drie stromingen prominent in de lokale keuken aanwezig. Zijn eerste tijdelijke restaurant bleef 13 weken open en was een sukses. Dit jaar deed hij het in Adelaide.

Iedere kandidaat die zich voor de auditie meldt, brengt de duvel en zijn oude moer mee naar deze kwalificatieronde. Ze maken er een dagje uit van en gelijk hebben ze. Het feit dat je voor de auditie (aanvankelijk typte ik audiëntie, een Freudiaanse vertyping) wordt uitgenodigd, vind ik al bijzonder. Degenen die moeten koken, brengen hun eigen ingrediënten en machines mee en krijgen 60 minuten bereidingstijd. Het kookniveau van de amateurs ligt elk jaar hoger en dit seizoen lijkt daarop geen uitzondering. Na de gong reden ze hun trolley langs een fotogallerij van voormalige winnaars de proefruimte binnen. Blijf dan maar eens kalm. Voor 24 van hen werd het een onvergetelijke dag, voor de rest een dag om snel te vergeten. Sommige afgewezenen besloten ter plekke zich volgend jaar weer op te geven met een beter recept. Het gaat om 15 vrouwen en negen mannen. The Lucky Ones.  

De eerst kandidaat die zich kwalificeerde voor de Top24 van 2019 heet Tim (33). Hij is kookleraar en beheerder van een moestuin op een school voor bijzonder onderwijs. Hij lijkt als twee druppels water op de Britse prins Harry, graaf van Sussex en aanstaande vader van maximaal twee kinderen, vanwege het klimaat… Hij bereidde buikspek met krokant zwoerd, zacht gegaarde appels, puree van selderij en een uitgekiende saus met één deel vleesvocht. Slim, want de smulpaapjuryleden kunnen een goed uitgevoerde versie van dit recept niet weerstaan.

De tweede kandidaat die zich kwalificeerde, heet Jess (28). Ze is groot, luid en grappig, werkzaam in de reisbranche. Vorig jaar onderging ze een operatie waarbij een goedaardige tumor rondom haar schildklier werd verwijderd. Ze ging naar de huisarts vanwege keelpijn. Het bleek te gaan om een ijsbergvan 15 centimeter. Zo beschrijft ze het in een artikel dat ik met één oog las in een Australisch online-tijdschrift. Ik wil immers niets lezen dat ik nog niet wil weten. Jess bereidde een oogstrelende krans van Sint-jakobsschelpen met subtiele groenten en zelfgemaakte kruidenolie. Voor haar precies gegaarde schelpdieren kreeg ze een compliment zo groot als een ijsland!

Kandidaat nummer 3 heet Huda (34) en is afkomstig uit Saoedie-Arabië. (Vorig jaar was er een kandidaat die Hoda heette en ook een hoofddoek droeg.) Ze bereidde een kleurrijke, kennelijk heerlijke köfteschotel waarvoor de jury als een blok viel. Verder weten we nog niet veel van haar maar haar glimlach breekt harten.

En dan hebben we ook nog Kyle-de-pescetariër (29, met hangsnor) die de jury op het verkeerde been zette door te beweren dat hij jacobsschelpen serveerde terwijl het een speciale champignon ‘in de vorm van’ betrof. Ze konden de grap wel waarderen. Zijn verloofde is zwanger van een tweeling en zou weleens kunnen bevallen tijdens dit seizoen als hij lang in de race blijft. We gaan het zien. Kyle’s culinaire droom is een eigen groenterokerij en dat deed wel wat wenkbrauwen fronsen... Vegetariërs deden eerder mee aan de kookwedstrijd maar ze strandden vaak na het bereiden van vleesgerechten. Ik vraag mij af of ik ooit een Masterchef Australia-winnaar zal zien die principeel vegetariër, pescetariër of frutariër is.

Anushka uit Armenië (49) is drie turven hoog en een van de oudere kandidaten. Jurylid George was extra blij met haar: eindelijk iemand in het programma die kleiner is dan hij. Daarentegen reikt ze net tot Matt’s navel. Ze veroverde de harten van de mannen met haar verhaal (gevlucht vanwege de oorlog in haar vaderland) en een traditionele honingtaart, inclusief zelfgemaakt honingraat.

Derek (26), financieel analist, heeft meer weg van voetballer Cristiano Ronaldo als het om spierbundels en haardracht gaat. Hij blies de jury van de sokken met zijn gestoomde dumplings met chiliolie, geleerd van zijn moeder. Kandidaat Steph met opvallende bril (45) deed datzelfde met een niet uit te spreken Indiaas gerecht. Hoe kwam ze aan de inspiratie?, vroeg George. Ze is getrouwd met iemand uit die cultuur.

En dan hebben we nog een kandidaat met een Libanese achtergrond, een brutale Ozzie met een 100% Hollandse achternaam (Boersma), iemand uit Kashmir, een kind van ouders die een Spaans restaurant hebben, een Indonesische en ga zo maar door. Het geeft maar weer eens aan wat een smeltkroes Australië is. Het zijn de persoonlijke verhalen die het programma een extra dimensie verschaffen.

13 kandidaten, gestoken in grijze schorten, moesten voor de tweede keer koken voor zes resterende schorten. Dat je niet kansloos bent, toont Billie McKay aan. Zij was winnares van het zevende seizoen en begon met zo’n schort. Dit jaar is ze een van de mentoren van de huidige amateurs. Het kan verkeren. De enthousiaste Leah (22) sleepte het laatste schort binnen, zeven anderen dropen af. Deze week werd het 250ste exemplaar ervan uitgereikt.

Ik heb al een favoriet: Dee uit Sri Lanka (37). Met haar voortreffelijke chilikrab kwalificeerde ze zich in de tweede ronde. Bij mij deed ze dat al bij haar allereerste glimlacht. Ze heeft namelijk een spleetje tussen haar voortanden en dat maakt haar onweerstaanbaar. Zij was het ook die de eerste officiële kookopdracht won in de officiële Masterchef-keuken, met een curryrecept van haar moeder. De jury vond het Dee-licious!

Masterchef Australia zonder kandidaten met een Aziatische achtergrond is ondenkbaar. Driemaal werd zo gewonnen: door Adam Liaw, Diana Chan en Sashi. Het aantal finalisten met die roots is niet op de vingers van twee handen te tellen. Een van hen treedt dit seizoen -net als Billie- wekelijks op als mentor: Poh Ling Yeow. Deze publiekslieveling werd tweede in het allereerste seizoen (2009).

Ik werd een groot fan van de Aziatische keuken. Je kunt mij er nachtelijks voor wakker maken. Curry laksa, truffel dumplings en hokkien mee in Kuala Lumpur, bak kut teh (ribbetjes in bouillon) elders in Maleisië, som tum (groene papaya), pad thai en kleefrijst met mango in Bangkok, massamancurry elders in Thailand, chili crab en krab met zwarte peper in Singapore, Pho en gevulde pompoen in Phnom Penh, bai sach chrouk (varkensvlees met kokos) in Cambodja, wantan mee in Penang (Maleisië), tijgergarnalen in Myanmar, kip met rijst in Sulawesi, ikan bakar en nasi campur op Bali, noedelsoep en nasi lemak op Java, khao piak sen (rijstmiesoep) in Laos, poloscurry (jonge nangka) in Sri Lanka. Yummm en memorabel. Al veel geproefd, nóg meer te gaan!  

We gingen onlangs weer eens naar het oude-vertrouwde Aziatische restaurant Yahoo, nabij het strand van Campoamor. We waren er al een tijd niet geweest en werden verrast door een nieuw menu. We kwamen er niet meer graag omdat de gerechten niet meer zo op smaak waren, naar onze papillen. Te weinig zout, peper en specerijen ontkracht gerechten uit deze keuken. Niet alles dat voorheen op de kaart stond, is behouden. De kaart biedt echter nog steeds een ruime keuze maar er is nu een tweedeling: uiteenlopend Aziatisch (Thais, Chinees, Mongools, Japans) en uitsluitend Japans (sushi & sashimi).

Wij kozen uit het eerste gedeelte. Samen deelden we een voorgerecht: met  ossenstaart gevulde rolletjes met verse kruiden en een sausje. Verrassend lekker. Als hoofdgerecht koos ik een garnalenschotel met bamboescheuten, ui en champignon. De saus kon ik niet thuisbrengen maar was vingerlikkendlekker, de portie ruim. Elk onderdeel smaakte voortreffelijk, de kruiderij was uitstekend. Bovendien werd het mooi opgediend: in een schaal in de vorm van een grote Triton-schelp.

Mijn liefje bestelde Japanse mie met gevarieerde groenten en dunne plakjes varkensvlees die je kon wegzuigen. Dat klinkt eenvoudig maar was subtiel. Voor haar keuze gold hetzelfde: perfect op smaak gebracht. We vroegen de Chinese eigenaar of hij een nieuwe chef in de keuken had staan. Nee, dus. We snappen niets van die wonderbaarlijke herrijzenis maar zijn er erg blij mee. Wat je noemt tummy hugs. (Dat klinkt stukken beter dan maagknuffels!)


zaterdag 24 augustus 2019

Mis het niet!

Vandaag begint hier de 74ste ‘Vuelta a España’, de Ronde van Spanje. De start is bij ons in de buurt. De renners maken namelijk een rondje om de Salinas van Torrevieja. Nu vinden we die plaats niet bepaald interessant. Dat bedoel ik niet neerbuigend, ruim 85.000 inwoners kozen het als hun thuis. Als we er al komen, is het voor een wandeling over de lange boulevard en om daar een ijsje te eten met uitzicht op de Middellandse Zee. 
De zoutmeren in de buitenwijk van de stad zijn op zich een bezoek waardig, echter niet met duizenden anderen om ons heen.
Slechts eenmaal eerder, toen we nog in Campoamor woonden, trokken we erop uit om de wielrenners te zien rijden op de N-332. In de verte zag ik spaken glinsteren in de zon, vervolgens kwam er een wolk van kleuren op ons af en toen ik met de ogen knipperde, was de meute alweer voorbij. Het idee dat ze de steile heuvel langs ons toenmalige strandje beklommen en van hetzelfde uitzicht genoten als wij, was aardig.

De ronde van Spanje is ruim 3.200 kilometer lang maar is welbeschouwd geen ronde. Er wordt gefietst op 21 trajecten aan de oost- en noordkust van het land, rondom Madrid en in Andorra. Het grootste traject leggen de renners af in bus en vliegtuig en dat vind ik wel nepperig. Wielrennen vind ik sowieso niet de interessantste sport die er is, met die kopman-knechtstructuur al fiets ik zelf graag recreatief. Naar de Ronde van Frankrijk keek ik dit jaar welgeteld 30 minuten. Mijn liefje krijgt uitslag als ze Mollema of Gesink hoort. Torenhoge salarissen en veel woorden maar weinig daden van enige importantie. Deze koers gaan we dus niet aanschouwen. Enkele vrienden in Nederland zouden de koers graag meebeleven, appten ze vanmorgen. De sympathieke Steven Kruijswijk, die goed presteerde in de Tour, zal hier aan de start verschijnen.  

Wat vandaag pas echt feestelijk is, is dat wij van Huize Barefoot elkaar precies dertig jaar en zes maanden geleden leerden kennen. Aaarrgh… waar blijft de tijd?! Ik herinner mij ons eerste avondje uit in Amsterdam goed. We namen een drankje bij Café Schiller, zaten op het terras van L’Opéra, sjansten met de barvrouw van Vive la Vie, dineerden in een Grieks restaurant en namen tenslotte een afzakkertje in Café Américain. We waren degenen die de deur sloten. Een onderhoudende, gemoedelijke en tegelijkertijd spannende avond. Dat smaakte naar meer!

We lieten er geen gras over groeien en spraken af dat ik haar de volgende avond in haar toenmalige woonplaats Dordrecht kwam bezoeken. Overdag moest ik een vriendin in de stad helpen verhuizen en 's avonds ging ik eerst nog met een andere vriendin een hapje eten. Laat stapte ik in de auto en reed naar het zuiden. Zij woonde in een mooie, groene woonwijk maar dat kon ik op dat moment niet waarderen. In het holst van de nacht reed ik rondjes totdat ik er wanhopig van werd. Even mobiel bellen was er niet bij. Toen ik op het punt stond naar eigen huis terug te keren, reed ik plotsklaps het gezochte pleintje op. Na die ontmoetingen was mijn Liefje al de GL, mijn grote lieverd. Dat was nog maar het begin. Ik denk dat we net over de helft zijn, het einde is voorlopig niet in zicht.

We lunchten eerder deze week weer eens bij een van onze favoriete restaurants in de regio (The Fishbowl). We hadden toen al het een en ander te vieren: dat we recent een lekker zomerbuitje kregen, de terrassen zojuist vakkundig waren ontdaan van zand en zout, het pensioengeld vroeg binnen was en we kort ervoor iets voor de eerste keer deden. We missen geen gelegenheid om te vieren, of het nu grote of kleine momenten van geluk zijn.

De noviteit was dat we naar een van de boeien in zee zwommen, honderden meters uit de kust. Mijn liefje raakte er niet over uitgepraat. Dat kun je niet ongestraft bij elk weer- of watertype doen, al zijn we beiden goede zwemmers. Dat kan alleen in een zogenaamd ‘M-zeetje’: geen wind, nauwelijks stroming, een gladde zeespiegel en helder zicht tot op de bodem. Exceptioneel. Zelf crawl ik weleens een eindje richting open water onder mindere omstandigheden maar samen doen we dat nooit. Naarmate we verder uit de kust raakten, verstomde het geluid vanaf het strand meer en meer. We dobberden samen vederlicht in een bubbel van gelukzaligheid. Een mooie ervaring, intiem zelfs.

Afgelopen week was er veel aandacht voor zeezwemmen in de Nederlandse media. Het aantal drenkelingen in de Noordzee neemt jaarlijks toe en het aantal lagere scholen dat zwemmen voor kids op het programmma heeft staan, neemt af. Geen goede trend. Een deskundige verklaarde dat je met zwemdiploma A en B op zak onvoldoende bent geoefend om veilig in zee te zwemmen. Je hebt golven, stromingen, muien en dergelijke, doorgaans zonder zicht onderwater. Dat zijn omstandigheden die zwemmen in zee uitdagender maken. De dag na de bubbel hadden we een rode vlag, de daaropvolgende dag een uiterst verraderlijke zee met korte golven uit alle richtingen en een sterke onderstroom. Het kan verkeren. 

De meeste kinderen in Nederland stoppen met zwemles na het behalen van diploma B. Pas vanaf C zou een kind goed in zee kunnen zwemmen, is het inzicht. Op dat niveau is er namelijk meer aandacht voor zwemtechniek, moeten langere afstanden worden gezwommen en doen kinderen dat gekleed. Pas na het suksesvol afleggen van die zwemtest zijn ze zwemveilig- en vaardig. Als ex-zwemjuf ben ik het daar volledig mee eens. Spaanse kinderen kunnen op het eerste gezicht redelijk goed zwemmen. Ze doen hier ook aan schoolzwemmen en het systeem kent tien soorten diploma’s (die ‘premios’ worden genoemd), van baby’s tot gediplomeerde marathonzwemmers.

Genoeg over zwemmen, terug naar Culiland. Aanstaande maandag (26 augustus) begint het elfde seizoen van mijn favoriete kookprogramma op de Nederlandse tv: Masterchef Australië. De finale vond kort geleden Down Under plaats en nu is het al onze beurt. Joehoe! Van maandag tot en met donderdag te zien op Net5 om 19:30 uur. Het suksesvolle programma wordt in 180 landen uitgezonden, de juryleden zijn wereldsterren, gasten staan te popelen om in het programma op te treden, de winnaar verzekert zich van een plaats temidden van stralende kooksterren. Dat is de essentie van het sukses van dit programma in een regel. 

Het is wel de laatste keer in deze opzet. Juryleden George, Gary en Matt en het Australische 10 Network kwamen niet tot een overeenkomst voor het volgend seizoen. Een specifieke bepaling in het tweejarige contract bleek onoverkomelijk. 
In eerste instantie werd gesuggereerd dat de mannen teveel salaris vroegen; ze zouden ‘geldwolven’ zijn. (Het zou gaan om 9 miljoen Ozzie dollars voor het trio.) Later kwam een genuanceerder beeld naar voren: ze wilden zich niet voor de hele periode vastleggen, wilden tijd vrijhouden voor andere projecten. Dat is hun goed recht. Ik denk dat kanaal 10 een fout maakte... Ze vinden het zelf erg jammer dat ze, na zoveel jaren bomvol sukses, het stokje niet persoonlijk kunnen overdragen aan een nieuwe, wellicht jongere jury en dat vind ook ik een gemiste kans.

Echter, verandering van spijs doet eten. Misschien kunnen we volgend jaar een jury van uitsluitend vrouwen samenstellen? Met Poh Ling Yeow, Maggie Beer en Kelly Wong in de regie? We gaan het zien. Maar eerst gaan we lekker lang genieten van deze jaargang. Mis het niet!


woensdag 12 juni 2019

Weer in het hier & nu

Na de goede afloop van de medische perikelen van afgelopen weken, sta ik weer stevig met beide benen in het hier en nu. Er is van alles gaande in de grote en kleine wereld om mij heen dus er is veel te melden. Maar een blogger moet nu eenmaal keuzes maken.

In Frankrijk begon het WK Voetbaltoernooi voor vrouwen. Op de eerste dag van het toernooi plaatste Google een doodle met enkele getekende voetbalvrouwen. Eentje droeg een oranje shirt, had een bruine huid en razendsnel haar. Dat kon maar naar één persoon verwijzen: Shanice van de Sanden. Deze enthousiaste aanvaller doste zich met haar ultrakorte luipaardkapsel spraakmakend uit voor het toernooi. Ik vind de haarkeuze opmerkelijk omdat zij allesbehalve een lui paard is in het veld. Als iemand zich in een wedstrijd de benen uit het lijf rent, is zij het. Ik ben fan van dit team en nam mij voor al hun wedstrijden live te zien. Hun eerste wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland was echter niet om over naar huis te schrijven. De tegenstander was kwalitatief veel minder maar stug, de Nederlandse dames waren slordig in hun pases. Die waren vaak te kort of juist te lang. Shanice kon in deze wedstrijd geen verschil maken. Invalster Jill Roord, de eeuwige nummer 12 van het elftal, kopte de bal in de extra tijd behendig in de touwen. Hun spel hield mij op het puntje van mijn stoel. Het kan en moet beter. Er werd teveel gewandeld, aldus het commentaar van de coach na de wedstrijd.

In de polls is Nederland geen favoriet voor de cup maar dat deert de Oranje Leeuwinnen niet. Als Europees kampioen zijn ze ‘dark horse’ en kunnen dus zonder teveel extra druk in het toernooi groeien. Het Amerikaanse elftal is torenhoog favoriet; ook zij speelden gisteren. In een artikel las ik dat het eerste vrouwenvoetbalseizoen op nationaal niveau in de Verenigde Staten al in 1995 van start ging. Ze kennen dus een traditie van bijna 25 jaar. Er voetballen daar momenteel negen miljoen meisjes en vrouwen dus het mag niet moeilijk zijn om de Beste Elf te selecteren. Ze veegden de Thaise tegenstander met 13-0 van de mat. Het is een record. 

Als er niets is dat boeit op de Vaderlandse buis, zappen we graag naar Netflix. Dit zijn mijn aanraders van 2019 tot dusver: (1) ‘After Life’ met een anders dan andere Ricky Gervais in de hoofdrol. Deze acteur is zo veelzijdig! In zes afleveringen tot nu toe speelt hij een man-met-hond die zijn grote liefde verloor aan kanker en zijn best doet door te leven. Een prachtige serie met een lach en een traan. Ik hoop dat het een meerjarige reeks wordt.

(2) De Spaanse film ‘Elisa y Marcéla’ speelt zich in Noord-Spanje af aan het einde van de 19de eeuw. Deze langzame film in zwart-wit die mij bij tijd en wijle aan ‘Roma’ deed denken, gaat over twee vriendinnen op een nonnenschool die verliefd worden op elkaar. De film is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. De meisjes werden bekend als de eerste Spaanse vrouw die als man ging leven om zijn vriendin te kunnen huwen. In de film gaan ze meermalen vrijwillig en gedwongen uit elkaar. Triest maar mooi.

(3) Seizoen 1 van ‘Street Food’ trakteert de kijker op een serie prachtige portretten van soms stokoude (!) Aziatische amateurkoks die hun plek onder de culinaire zon ruimschoots verdienden met traditioneel straateten. Eén vrouw, de excentrieke Jay Fai uit Bangkok, ontving zelfs een Michelinster en is sindsdien wereldberoemd vanwege haar krabcakes. Het authentieke gerecht van de Indonesische legende Mbah Satinem uit Yogyakarta bracht sweet memories en water in de mond. Op de dag- en avondmarkt van de stad verkoopt ze jajan pasar.

Op mijn volgende kijklijst staat de serie ‘When They See Us’ over vijf zwarte tieners in New York die in 1989 ten onrechte werden veroordeeld wegens verkrachting. De serie kreeg een heel goede pers. Ik las dat Linda Fairstein, destijds de hoogste aanklager in de rechtzaak tegen de vijf tieners en nu suksesvolle thrillerauteur nooit haar excuses aanbood na die welbewuste rechterlijke dwaling. Haar uitgever verbrak afgelopen week de banden met haar. Ook Trump is te zien in deze serie. Hij deed destijds een publieke oproep tot de doodstraf voor de vijf jongens. Hij bood evenmin zijn excuses aan voor zijn moedwillig foute standpunt. Wie roept nu om zijn afzetting?

Afgelopen week begon in Australië de editie van Masterchef Australia 2019, mijn all time favorite kookprogramma. Uit voorzorg verwijderden we de app van de krant Sydney Morning Herald van de iPad. We willen immers niet in de situatie terechtkomen waarin er ongewenste tipjes van de sluier worden opgelicht. Ik wacht rustig af totdat het programma weer op de Nederlandse tv zal worden vertoond. Wat ik al wel zag is dat Poh Ling Yeow, de kandidaat die tweede werd in de allereerste editie van dit programma, dit seizoen terugkeert als mentor van amateurkoks. Ik ben ook fan van creatieveling Poh met haar aanstekelijke lach. Zij onderging dit jaar een metamorfose: ze knipte haar lange haar af en ging van kort naar korter.

En tenslotte het Verenigd Koninkrijk. What puts the ‘Great’ in Britain? Nou, niet iemand als Boris Johnson! Columniste Polly Toynbee van The Guardian schreef gisteren een boeiend stuk dat ze in een vermakelijke vorm goot. Haar column werd geschreven vanuit het perspectief van Rip van Winkle. Hij komt na tien jaar uit coma in een Engels ziekenhuis. (Ter info: Rip van Winkle was de hoofdpersonage in een kort verhaal van de Amerikaanse schrijver Washington Irving, geschreven in 1819. Van Winkle is in dit verhaal van Hollandse origine, verdwaalt in de Catskill Mountains en wordt 20 jaar later wakker. Daardoor miste hij de Amerikaanse revolutie compleet!)

De Rip van de Britse Polly wordt na tien jaar wakker in een ziekenhuis, kijkt om zich heen en schrikt zich rot. Hij spreekt met gestresst personeel, ontdekt dat er 100.000 vacatures zijn in de NHS (de Britse Gezondheidszorg) en twee miljoen mensen op de wachtlijst staan. Hij vraagt het personeel op wat voor nazorg hij mag rekenen na zijn wonderbaarlijk ontwaken. Niet veel. 1.4 miljoen kwetsbaren in de samenleving ontvangen geen enkele sociale (na)zorg omdat gemeenten in de afgelopen tien jaar de helft van hun budget moesten inleveren.

Van Winkle gaat googelen en ondekt voorts dat lagere scholen -deels in vervallen staat, de meesten met heel veel achterstallig onderhoud- 8% minder fondsen per leerling ontvingen en middelbare scholen zelfs 16% per leerling, waardoor het aantal leraren drastisch slonk. Kunst-, dans-, ontwerp-, muziek- en dramalessen verdwenen uit het lesprogramma. (Saillant detail is dat het gebeurde onder bewind van de vroegere staatssecretaris van Onderwijs Michael Gove die nu tevens kandidaat is voor de opvolging van May.)

Rip ontdekt bovendien dat Britse kinderen van nu honger hebben; tegenwoordig kunnen aanzienlijk minder scholen gebruik maken van gratis maaltijden. Vier op tien kinderen in Groot Brittanië leeft in armoede, het hoogste percentage in 60 jaar. Het woord ‘voedselbank’ kent Van Winkle niet vanwege zijn lange slaap maar hij ontdekt dat er 2.000 van zijn voor één miljoen hongerige gezinnen. Sociale zekerheid kreeg tijdens zijn afwezigheid te maken met grote krimp. Voor het eerst in zijn leven, leven Britten van zijn leeftijd niet langer maar korter. Terwijl hij sliep verkortte zijn leven met één jaar. Voor het tweede achtereenvolgende jaar nam het aantal babysterftes toe; iets wat hij niet eerder meemaakte. Het aantal kinderen dat zorg ontvangt verdubbelde maar het aantal zorgverleners liep drastisch terug.

Salarissen bleven steken op het niveau van tien jaar geleden en inkomens liggen nog niet eens op dat niveau; ongekend sinds de tijd van Napoleon. Het aantal daklozen nam met 250% toe maar Van Winkle las tot zijn ontsteltenis dat het aantal miljardairs in het Verenigd Koninkrijk verdubbelde. 30% van hen ontdook overigens het betalen van belasting in eigen land.

Foto: The Guardian
Het zijn de gevolgen van het afbraakbeleid van de regerend Conservatieven. De vermaledijde Tories dompelen het land al jaren in chaos onder en er lijkt geen einde aan te komen.

Toen Van Winkle tenslotte op de ziekenzaal zijn tv aanzette, zag hij tien kandidaten. Zij doen thans mee aan de stoelendans om de vacante zetel van premier Theresa May. Toen sloeg de depressie pas echt toe! Deze kandidaten, veelal ministers die verantwoordelijk zijn of waren voor bovengenoemde daden, beloven dat alles goed komt na Brexit. With Brexit, this can be the best country in the world.

In de polls maakt Boris de Pfeffel Johnson de meeste kans om premier te worden. Hij was de man die een blauwe maandag als minister van Buitenlandse Zaken flop op flop stapelde. Hij was ook de man die tijdens de Brexit-campagne de grootste leugenaar bleek. Daarom omarmt Trump hem, zowel letterlijk als figuurlijk. Soort zoekt soort. Het is Johnson die nu zegt de scheidingsbetaling aan de EU te weigeren. Daarmee hoopt hij stemmen te trekken. Het is moeilijk om als mens niet cynisch te worden… Met BoJo op Downing Street 10 gaat de volksverlakkerij in het onverenigd koninkrijk nog wel even door.  Polly Toynbee geeft goed aan: een blad is om te beschrijven, niet om voor de mond te nemen.