Translate

zondag 22 maart 2020

Verlaten straten

Laat ik met de deur in huis vallen: in mijn woonplaats zijn twee personen positief getest op Covid-19. Het gemeentehuis deed daarover vrijdagavond een officiële mededeling. Men vraagt burgers niet in paniek te raken en de reisrestricties, hygiëneregels en verdere voorschriften van de overheid strict te blijven volgen. Doen we!

Vrijdagochtend ging ik er in mijn eentje op uit om boodschappen te doen. We mogen hier niet meer getweeën in de auto zitten. Het was aan een van ons om na een week huisarrest weer te gaan fourageren. Hoe besluit je dat? Wij deden geen iene-miene-mutte. In ons geval is er sprake van twee Mutte’s, geen van ons is Dé Baas. Daarom stak ik mijn vinger op als vrijwilliger. Het leek mij goed om als jongste-gezondste de deur uit te gaan. Niet dat mijn liefje ongezond is maar haar medicijnkastje is ietsje voller dan het mijne. (Ik ben waarschijnlijk haar grootste onderliggend lijden…) We spraken het te hanteren protocol samen door en daarna ging ik op pad.

Het eerste dat ik -extraprotocolair- deed, was de voorruit van de auto schoonvegen. Daarvoor moest ik een aantal keren op de sproeiknop drukken. Een dikke bruingele drab zakte naar de onderkant van de ruit. Het had hier in de afgelopen dagen flink gewaaid en een beetje geregend dus zand en zout vermengden zich. Dat sloeg op het, tot voor kort brandschone, vehikel neer als corona op de luchtweg.

Het was uitgestorven op straat. Postapocalyptische taferelen. Je voelt je bijna schuldig om buiten te zijn. Als ik een mondkapje zou hebben, had ik dat als chauffeur voor mijn ogen kunnen doen zonder ook maar enig gevaar te zijn voor eigen of andermans leven. Op weg naar de supermarkt zag ik links en rechts arbeiders op het land werken. Er werd gezaaid èn geoogst. Alsof er niets aan de hand is.

Mijn eerste stop was Supéco (een Franse Carrefour-winkel). Er stond een klein aantal auto’s op het parkeerterrein. Een van de Spaanse supermarktmedewerkers wachtte mij bij de ingang op, lichtte toe dat we de handgrepen van de winkelwagen zelf moesten schoonmaken met desinfecteringsmiddel en keukenrol. De winkel bleek goed  bevoorraad; vorig weekend was dat heel anders. Groene asperges, spinazie, witlof, tomaten, avocado’s, mango’s en ander vers fruit: het was in voldoende mate aanwezig. Wij willen zo lang mogelijk vers eten. Blikvoer kan altijd nog. Het schap met wc-papier stond voller dan ooit.

Een ander verschil met vorige week was dat iedere medewerker nu een mondkap en handschoenen draagt. Zelf droeg ik geen bescherming toen ik van huis ging. De grote vraag is sowieso wat mondkapjes uithalen. De meeste mensen gebruiken ze verkeerd of gebruiken ongeschikte exemplaren. Het is algemeen bekend dat standaardkapjes de dragers niet beschermen tegen het ontvangen van de virus. (Als je zelf klachten hebt op bent besmet, is het wel voorschrift.)
Je kunt die schaarse spullen beter laten voor personen die werkzaam zijn in de zorg. Eén klant droeg iets voor zijn mond dat zelf was vervaardigd: het gevaarte had veel weg van een dubbelgevouwen grote mannenonderbroek (schoon, dat wel). Het zat met klittenband om zijn hoofd en gezicht geknoopt. Geen selfie om op Instagram of Tinder te plaatsen!

Ik heb grotere moeite met types die met gebruikte handschoenen van de ene winkel naar de andere gaan. Het aantal mensen dat ik er die ochtend mee zag, was niet op de vingers van twee handschoenen te tellen. Een jongeman die ik ermee zag shoppen in Supéco, trof ik later aan in Consum. Met dezelfde (vuile) latex-handschoenen. Is dat egoïsme (als mijn eigen handen maar smetvrij blijven)? Domheid? Hoe het ook zij: geen goede zaak.

Zelf gebruikte ik de plastic handschoenen die de supermarkt aanbiedt bij binnenkomst, de explaren die normaliter beschikbaar zijn bij de groente- en fruitafdeling. Het geklungel begon nadat ik mijn twee boodschappenbriefjes uit mijn zak haalde. Ik moest het onderste papiertje eerst hebben maar kon ze met die handschoenen niet van elkaar loskrijgen. In tijden als deze steek je ook je vinger niet in de mond om die te bevochtigen. Blazen hielp, al duurde het even.

Vervolgens bleek het een hele opgave om die plastic dingen heel te houden. In Supéco moet je de producten afwegen en de sticker die uit de weegschaal rolt op het product plakken. Tot tweemaal toe bleef de sticker aan een plastic handschoen kleven. Tot tweemaal toe trok ik een handschoen kapot. Telkens moest ik mijn -intussen klamme- hand weer in een nieuw ding wurmen. Dat vraagt enige oefening maar ik heb geen enkele illusie dat ik die niet krijg de komende weken. We beperken het boodschappen doen tot éénmaal per week.

Deze toestand houdt hier wel even aan, vrees ik. De verwachting is dat het huidige huisarrest tenminste tot 12 april wordt verlengd. Dat zal de Spaanse overheid zeker doen om verdere verspreiding van het virus in de aanloop naar en in Semana Santa (de Paasweek die hier heilig is) te voorkomen. In Spanje gaan rond deze tijd jaarlijks gemiddeld 30 miljoen mensen op pad. Mijn liefje annuleerde de accommodatie in Málaga afgelopen week die we voor mijn verjaardag hadden geboekt. Ik treur niet, we kunnen er niets tegen doen. Ik houd zelfs rekening met huisarrest tot 30 april of langer. Het is goed dat ik mijn haar laat groeien. Kan ik er op een later moment meer uittrekken…

Iedere klant in de supermarkt hield zich aan de afstandregel. In bekende supermarkten kun je op de automatische piloot rondlopen; je weet immers precies wat waar staat. Dat komt nu extra goed uit. Zo kon ik alle aandacht schenken aan het vermijden van contact met anderen. Elluk nadeel hep se voordeel.

Mijn liefje complimenterde mij recent met de gerechten die ik haar de afgelopen week voorzette. Ja, het kookvirus heerst wèl in Huize Barefoot. Ik doe niets spectaculair maar kook weer met plezier en inspiratie: Griekse moussaka, Marokkaanse shakshuka met spinazie (die heb je in heel veel varianten), Siciliaanse bloemkool uit de oven, Thaise noedelsoep, Argentijnse vleespastei, Marokkaanse harira, Indonesische rendang. Nu we voorlopig niet mogen reizen, maken we een culinaire rondreis door de wereld, in eigen keuken. Veel knoflook eten helpt niet tegen besmetting maar zorgt er wel voor dat mensen op afstand blijven!
                                                        
Op de parkeerplaats van Supéco stond een auto geparkeerd van de Guardia Civil. Een jonge, zwangere vrouw die voor mijn winkelwagentje uitliep met alleen een literfles bleekwater in de hand, werd staande gehouden. Als ik mij niet vergis, wilde een van de agenten weten waarom ze naar buiten ging voor slechts één boodschap. Ik hoorde haar zich verontschuldigen en daarna mocht ze vertrekken. Ik gooide mijn handschoenen in de afvalbak, maakte mijn handen schoon met desinfecteergel en stapte in de auto.

Daarna was het tijd voor rondje 2: een bezoek aan Spaanse supermarkt Consum. Onlangs veranderde men de openingstijden (later open) dus er stond een rij wachtenden voor de ingang. Ik bleef zo lang mogelijk in de auto zitten. Daar zag ik een groot aantal boodschappers met handschoenen uitstappen. Waar hadden die handschoenen zoal gezeten voordat ze in deze winkel om zich heen gingen grijpen? Per ongeluk tóch in hun hand geniest en dan straks fruit, groente of andere producten aanraken die iemand anders (ik, bijvoorbeeld) vervolgens in het karretje legt? Contact gehad met iemand die al blijkt te zijn besmet maar het nog niet weet? Of de restricties (nog) niet zo nauw neemt? Er spookte van alles door mijn hoofd.

Het voorkomen van besmetting is niet alleen een kwestie van afstand houden tot elkaar (social distancing). Sommige Nederlanders zweren erbij maar het is zeker niet overal en altijd genoeg. Individualistische Hollanders vinden dat kennelijk heel moeilijk (menig Spanjaard ook, hoor). Als ik hoor of lees dat mensen nog steeds naar de markt gaan -hier sloten alle markten-, dan lopen de rillingen over mijn rug. Het virus kan namelijk neerstrijken op harde oppervlakken, zoals straten en leuningen, tafels en telefoons. Daarom worden alle metro’s van Madrid en de wijken van mijn woonplaats thans uiterst grondig gereinigd en blijven mijn skechers buiten staan als ik buiten de poort ben geweest. Ook verpakkingen en flessen kunnen ondergrond zijn voor het coronavirus. Waarom dan ook niet harde groenten als pompoenen, meloenen, aardappelen, e.d.? Ik ben niet paniekerig, wel alert en voorzichtig. 

Ook in Consum werden we opgewacht door een medewerker met mondkap en handschoenen. Hij deelde gel en plastic handschoenen uit; de gel is overigens nergens meer te krijgen. Blote handen werden besproeid, degenen die handschoenen droegen werden overgeslagen. Niet goed! Slechts één persoon zag ik de gel op zijn handschoenen uitsmeren.

Deze supermarkt nam ogenschijnlijk meer maatregelen om correct menselijk gedrag af te dwingen. Met tape bracht men blokken op de grond aan bij de visbank en de versvleesafdeling. Iedere klant wordt geacht op zo’n afgebakende plek te gaan staan, op ruime afstand van toonbank en elkaar. Voor de kassa’s werden met rood-witte banden eveneens strepen in een denkbeeldige rij getrokken, op gepaste afstand. Bij de ingang hield men de hand aan de hoeveelheid klanten die binnen mocht. Er bouwde zich telkens een nieuwe, korte wachtrij buiten op.

Er zijn verhalen van besmette mensen die herstelden en nu door hun omgeving met de nek worden aangekeken. Stigmatisering en discrimatie steken helaas ook de kop op bij deze covid-19-crisis. ‘Homo homini lupus est’... Kasian. De mens is wolf voor de medemens, in meer dan één opzicht!

Na ruim anderhalf uur stonden alle boodschappen in de auto. In een walm van hand sanitizer reed ik naar huis, blij dat bevoorrading was geslaagd. Er wordt hier ogenschijnlijk niet meer gehamsterd, van alles is vooraad aanwezig. In Madrid staan nog dagelijks rijen wachtenden van honderden meters voor de winkels. Het Spaanse woord ‘acaparar’ betekent hamsteren. Mijn liefje, Ms Droogstoppel, vroeg zich af of supermarktketen Albert Heijn dit jaar de Hamster-campagne nog gaat doen. De Nederlandse Irma Sluis maakte zich onsterfelijk als doventolk voor NPO Nieuws. Haar vertaling van hamsteren oogstte veel lof: twee harkende handen, onder een gezicht als een oorwurm. Daar was geen woord Spaans aan!

Vriendin Bernadette stuurde een aardig NRC-artikel door met de titel ‘Elk land krijgt de hamsteraars die het verdient’. Beelden van lange rijen voor de coffeeshops in Nederland gingen over de gehele wereld. Zelf buurman Guillermo sprak mij erop aan. In de VS staan burgers voor de wapenwinkel. Daar wordt niet per se gevreesd voor het coronavirus (dat kan bijna niet anders met een president als Trump) maar meer voor criminaliteit zodra de economie instort.

Volgens dat artikel worden in Spanje vooral wijn, eieren en aardappelen ingeslagen (basisingrediënten voor de tortilla). Vrienden Frans & Lenie in Bali zonden ons een meme over gehamster in Duitsland: het Wurst-Käse scenario. Zij stuurden hun personeel naar huis en gingen uit voorzorg vrijwillig in thuisafzondering.

Ketut liet weten dat alle personeelsleden aan boord van het Amerikaanse cruiseschip binnenkort van boord moeten. Passagiers stapten eerder af in Nieuw-Zeeland. Zijn schip koerst momenteel op Hawaii af, vaart nu ten oosten van Fiji. Volgende maand stapt hij daar van boord; baanloos. De grote vraag is, hoe hij vanuit de Verenigde Staten naar Bali vliegt met al die gesloten luchtruimen. Spanje staat sinds vandaag ook op de lijst van hoogrisicolanden van waaruit geen vliegtuigen meer mogen landen in Nederland. Bovendien loopt het aantal besmettingen in de VS gierend uit de hand. Stap je gezond van boord, word je op de transferplek besmet... Geen ondenkbaar scenario. De Indonesische Minister van Volksgezondheid sprak in een recent interview uit dat de archipel weleens zou kunnen uitkomen op 600.000 à 700.000 coronabesmettingen. Het duizelde mij toen ik die aantallen tot mij liet doordringen. Dat is meer dan het dubbele van alle gevallen in de hele wereld, tot nu toe?!

Humor is een gedegen wapen tegen stress, goed voor onze mentale gezondheid. De meeste grappen die in deze crisissituatie de kop opsteken, kan ik waarderen. Het houdt de moed erin. Momenteel is vriend Hugo de beste verspreider van absurditeit en fun. De leukste van afgelopen week vond ik de plattegrond van een huis met de tekst ‘kijken waar we dit weekend naartoe gaan’. Voor mij: voorraadkast!

Alle gekheid op een stokje. Op dit moment van publiceren heeft Spanje 25.496 besmettingen en 1.381 doden te betreuren. Het loopt hard op en het komt dichterbij. Het aantal personen dat herstelde loopt eveneens gestadig op (nu 2.125). Meer dan 31.000 personen kregen tot dusver een boete en 350 mensen werden gearresteerd omdat ze zich niet aan de lockdown-regels hielden. Tontos! De Spaanse zorgautoriteiten verkondigen dat de piek nog steeds niet is bereikt.


donderdag 19 maart 2020

Scenario 1, 2 of 3?

Dit wordt weer een longread, echt een lange. Als Hollandse vrouw en transmigrant in lockdown in Spanje heb ik wel het een en ander te zeggen. Het is een vreemde gewaarwording: mijn land van oorsprong koos voor aanpak A tegen de verspreiding van het coronavirus, mijn huidige vaderland voor aanpak B. Mijn liefje en ik keken ernaar en zaten ermee. Letterlijk en figuurlijk. Wat is wijsheid? Sinds afgelopen weekend hebben we in heel Spanje te maken met huisarrest. Slechts bij hoge uitzondering mogen we het huis verlaten. Als je je niet houdt aan die regel en door politie of militairen wordt ‘gesnapt’, levert dat een forse geldboete op. Als dat je meermalen overkomt, kan die boete tot tonnen euro’s oplopen. De eerste Spaanse zit in de cel. Ze lag te zonnebaden aan de kust.

Honden worden onderling uitgewisseld en te huur aangeboden (€25 per keer) om zo legitiem naar buiten te kunnen; overigens wel in je eentje. Menig geleend huisdier blijkt thans aan uitputting te bezwijken. Er zijn zelfs mensen buiten gesignaleerd met een pluchen hond. Wij laten in Huize Barefoot de hond dagelijks uit maar wij brengen dan het keukenafval naar de container.

De Nederlandse minister-president Mark Rutte hield eerder deze week een live toespraak op tv die door 7.6 miljoen kijkers werd gadegeslagen. Ook door ons. Mijn liefje meldde vóór aanvang dat hij ongetwijfeld een zwarte stropdas zou dragen. De boodschap zou immers ernstig zijn. Ze kreeg gelijk. Mij vielen in eerste instantie vooral zijn witte vingerkootjes op. Zat hij 'm te knijpen?! Ik vond het een heldere, inhoudelijke en invoelende vertoning. Een staatsman waardig. Een communicatiedeskundige noemde de toespraak in de Volkskrant een geslaagd voorbeeld van de drie-eilandentheorie: met empathie, een bewijsvoerende, overtuigende harde inhoud en een geruststellende ‘call to action’. 

Enkele vrienden in Nederland vermoedden dat hij zou gaan zeggen dat ook hun land  in lockdown gaat. Ze kregen ongelijk. Het virus ongecontroleerd laten woekeren is geen optie maar het maximaal willen controleren evenmin. Nederland kiest daarom voor een tussenscenario van gecontroleerde blootstelling; daarmee zou groepsimmuniteit worden opgebouwd. Dat gaat waarschijnlijk maanden duren, volgens de experts. Een groot deel van de bevolking (50 à 60%) zal met dit virus worden besmet. Hopelijk ontstaan bij het merendeel van hen alleen lichte klachten. Wie het virus heeft gehad, is daarna meestal immuun. Daarmee wordt voldoende immuniteit opgebouwd om kwetsbare groepen in de samenleving te beschermen. Dat scenario wordt gekozen om al te grote druk op de gezondheidszorg te voorkomen.

Nederland koos er dus niet voor het land op slot te doen, zoals Spanje wel deed. De premier zei dat zo’n rigoureuze aanpak op het oog aantrekkelijk kan lijken maar deskundigen wijzen erop dat het geen kwestie van dagen of weken zou zijn. In dat scenario zou Nederland feitelijk een jaar of zelfs langer dicht moeten, met alle gevolgen van dien. En als het praktisch al zou kunnen om alle inwoners zo lang huisarrest te geven, dan nóg kan het virus weer de kop opsteken zodra de maatregelen worden ingetrokken.

Ik vond het Nederlandse scenario en de uitleg daarover aannemelijk. De autoriteiten maakten een keuze op basis van statistieken en wiskundige modellen. Die zouden voor iedereen hetzelfde moeten zijn maar men komt toch tot verschillende conclusies. Het scenario dat Nederland thans volgt is er wel eentje met haken en ogen, volgens bepaalde deskundigen. Groepsimmuniteit willen bereiken, is geen doel op zich. We weten immers nog zo weinig van dit virus. We weten nog niet wie wie besmet en hoe besmetting precies verloopt. En wat als jonge en gezonde personen die worden besmet alsnog zware klachten krijgen? Op dit moment liggen in Nederland op Intensive Care zowel jonge personen zonder onderliggend lijden als ouderen mèt (50/50-verdeling). En wat als het geschatte percentage besmettingen verder oploopt dan die 50 à 60%? Niemand die het weet.

Spanje is veel groter en heel anders dan Nederland. Het besloot navenant. In de grootste besmettingshaard (regio en stad Madrid) wonen circa 8 miljoen mensen. Dat is bijna de helft van de Nederlandse bevolking. Daarbij zijn er relatief veel ouderen in het land: 17% van de bevolking bestaat uit 65-plussers. Bovendien is het hier gebruikelijk dat meer generaties onder één familiedak samenwonen. De meerderheid woont in relatief kleine huizen en appartementen. Het sociale leven van Spanjaarden speelt zich bij voorkeur buitenshuis af. 


Dat was op zaterdag j.l., toen we nog buiten mochten wandelen... 
Bijkomend feit is, dat als Spanjaarden elkaar ontmoeten, of ze elkaar kennen of niet, er direct wordt gekust. Zelfs de vrouw die ons vorig jaar thuis namens het INE (Spaanse equivalent van het CBS) kwam enquêteren, deed het. Het is een gewoonte die zich kennelijk niet gemakkelijk laat onderdrukken. Ter voorkoming, zijn in onze woonwijk alle kinderspeelplaatsen en parken afgezet met een politiekoord waarop ‘danger’ staat gedrukt. In Nederland zag ik recent nog beelden van overvolle speelpleinen?!

Het Verenigd Koninkrijk lijkt een ander scenario te volgen dan Nederland en Spanje. Beter gezegd: de regering Johnson deed tot dusver niets, nothing, nada. Er kwamen vage adviezen, zoals dat ouderen vanaf een bepaalde leeftijd (70) verplicht en langdurig in isolatie moesten. Epidemiologen van naam en faam werden niet geraadpleegd. Johnson toverde wel een economisch plan uit zijn hoge hoed. Epidemiologen van het Imperial College London konden het niet langer aanzien en ontvouwden hun plan van aanpak. Scholen en universiteiten zullen worden gesloten, de bevolking wordt verplicht thuis te blijven, mensen met besmettingsverschijnselen moeten in zelfisolatie zodra NHS (de Britse Gezondheidszorg) te maken krijgt met 200 IC-gevallen per week. Dat lijkt op een lockdown. Hun verwachting is dat als er binnen twee jaar geen vaccin wordt gevonden, Groot- Brittannië gedurende die tijd ‘in and out of a shutdown’ zal komen en gaan. Heldere, duidelijke taal. Daar heb je wat aan als burger. Die Boris lijkt helaas nóg meer op Trump dan tot nu toe gedacht. Adu!

Frankrijk koos voor de strengste vorm van verplicht huisarrest, met politiepatrouilles in het hele land en een officiële papieren verklaring die iedereen bij zich moet dragen die zich buiten waagt. De politie van Spanje gebruikt onder andere drones in grote steden om toe te zien op naleving van het huisarrest. Italië schreef ook huisarrest voor maar deed dat veel te laat waardoor een besmettingspiek niet kon worden voorkomen, met alle gevolgen van dien. Duitsland zit qua maatregelen tussen het door Nederland en Spanje gevolgde scenario in. Daar sloot men scholen, kinderopvang, cafés en restaurants (eerder dan Nederland) maar er kwam geen huisarrest. De oosterbuur was wel het eerste Europese land dat de landsgrenzen sloot. Bij de bestrijding van de Covid-19-besmetting is nauwelijks sprake van eenheid in de Europese Unie. Wel kwam deze week het besluit dat alle buitengrenzen van de Unie dichtgaan gedurende 30 dagen (voor de Britten werd een uitzondering gemaakt).

Als je één vaderland hebt, volg je in dit soort noodsituaties de beslissingen van de bijbehorende autoriteiten op de voet. Als transmigrant heb ik er twee en volg ik die dan ook. Ik ben solidair met beiden. Mijn liefje en ik hebben minstens evenveel vertrouwen in de Spaanse medische stand.

Het aantal besmettingen in Spanje liep inmiddels op naar 13.716 volgens de tracker van het Coronavirus Resource Center, onderdeel van de vermaarde Johns Hopkins University. Het aantal doden steeg hier naar 638. Er zouden momenteel 800 patiënten op Intensive Care liggen. 1.081 mensen herstelden inmiddels; het beginnetje van de zo noodzakelijke buffer. Ter vergelijking: Italië meldt tot nu toe vier herstelde patiënten. In voorbereiding op dit blog had ik er een hele klus aan om de mutaties bij te houden.

In Spaanse ziekenhuizen spelen zich hartverscheurende situaties af. Ik las over een Madrileens hospitaal waar een oudere vrouw met mondkapje voor de deur op de grond zat. Haar echtgenoot was daar de avond ervoor overleden en zijzelf was kortademig en voelde zich ziek. Haar was echter de toegang tot de ziekenzorg geweigerd omdat ze niet ziek genoeg zou zijn. Ik zag haar, met open mond en zwaar ademend, liggen in de armen van een van haar volwassen kinderen. Het beeld van deze paniekerig naar lucht hapende vrouw ging mij niet in de koude kleren zitten. Dat zal mij lang bijblijven.

De Nederlandse overheid ziet tot dusver dus geen meerwaarde in een algeheel gebod op thuis blijven (al wordt een mogelijke lockdown vaker genoemd). Het virus kan zich zo weliswaar minder gemakkelijk verspreiden maar niemand bouwt immuniteit op tegen het virus. We zullen zien wat er gebeurt als de periode hier verstrijkt.

Geen idee hoe lang ons huisarrest gaat duren, er wordt al wel gehint op verlenging. Er woont een jonge arts in onze straat die al meer dan een week thuis is terwijl ze voorheen dag & nacht aan het werk was. Gisteren liet ze opeens haar hond uit met een mondkapje op. Lichte klachten? Het intrigeert maar we houden afstand. Ook van haar hond, overigens. Dat neurotische mormel zou ik voor geen goud willen uitlaten.

Onze Madrileense overbuurman blijft ons voortdurend voorzien van serieuze boodschappen en grappige memes en filmpjes via Whatsapp. Zo stuurde hij de TED Talk van Bill Gates toe. Deze visionair legde in 2015 aan zijn publiek uit dat (en hoe) een viruspandemie een toekomstige catastrofe voor de wereldbevolking kon worden. Een recent artikel in het tijdschrift The Atlantic met de titel We Were Warned” doet daar nog een schepje bovenop.

Buurman Guillermo zet zijn stappen en doet zijn rek- en strekoefeningen op het terras. We zwaaien en roepen elkaar af en toe iets toe. We letten een beetje op elkaar. Alhoewel mijn liefje en ik al 20 jaar in sociaal isolement leven (!) mis ik het vriendencontact. De jongens zijn nu hier maar we mogen niet samen zijn en dat is heel erg jammer. Zelf definieerde ik een looprondje op eigen terras dat uit 100 stappen bestaat. Zo is eenvoudig te berekenen hoeveel van die rondjes per dag nodig zijn om fit te blijven. In de terraskast lag nog een oude waslijn van de vorige eigenaren. Die doet nu goede dienst om touwtje te springen. 

Ik hoor de Middellandse Zee al dagen bulderen en zou graag een wandeling langs de kust maken. Dat mis ik ook. Ik ontwikkelde nóg een nieuw tijdverdrijf: live webcams bekijken via Explore.orgIn plaats van naar zee lopen, kijk ik af en toe naar de cam van een tropisch rif in de Stille Oceaan. Je vindt er iets voor ieders goesting: vogels, apen, beren, wolken, zentoestanden, Afrikaanse taferelen, Amerikaanse beelden. Werkelijk van alles en van tamelijk goede kwaliteit.

Het is zoals ene Sara Jefry op Twitter postte: your grandparents were called to war. You’re being called to sit on your couch. You can do this.” (#QuarantineLife) Het klinkt eenvoudiger dan het is. En dan te bedenken dat we nog maar zijn aanbeland bij dag 5…


maandag 16 maart 2020

Huisarrest!

Dit wordt een longread. Dat krijg je met dat thuiszitten. De Nederlandse auteur Ilja Leonard Pfeijffer woont al vele jaren in de Italiaanse stad Genua. De Italiaanse overheid besloot recent alle inwoners van de noordelijke provincies tot quarantaine te verplichten. Dat bleek een te late maatregel. De besmetting spreidde zich uit naar alle delen van het land. Niet lang daarna werd een complete lockdown afgekondigd. Italianen zingen inmiddels vanaf hun balkons tegen de angst.

Vanaf zijn woonadres schrijft Pfeijffer voor NRC over de impact die het coronavirus heeft op het lokale leven. Zijn column van 11 maart was getiteld ‘Postapocalyptische scènes’. Over dat hij nooit eerder hamsterde maar omdat alle restaurants dicht zijn, het hem verstandig leek een paar boodschappen te doen. Over de stricte regels in de supermarkt, ondanks het feit dat de meeste schappen leeg zijn. Over het doorgaans drukke centrale plein dat er nu postapocalyptisch bijligt. ‘De terrastafeltjes lagen als dode insecten op hun rug.’

De Nederlandse aanpak van het virus was tot gisteren nogal terughoudend. Dat gedrag leek vooral te worden ingegeven door de gevreesde economische schade. Premier Rutte noemde het land vergoelijkend een nuchter landje” maar economie boven volksgezondheid stellen, vind ik  storend en gevaarlijk. Cafés en restaurants bleven open, scholen eveneens. Microbiologen en andere medisch specialisten meenden dat de info van het nationale RIVM achterloopt. Buurlanden sloten hun grenzen, in sommige landen wordt van alle trein- en vliegtuigpassagiers bij aankomst de temperatuur gemeten. Nederland deed dat alles niet. Nog steeds niet. Bovendien trokken mensen zich niets aan van de oproep tot sociale isolatie. Gisteravond werd tenslotte nieuw beleid van kracht. Te laat!

Scholen, kinderopvang, eet- en drinkgelegenheden in Nederland zijn nu dicht. Drie weken lang. Drie minuten na dat besluit vroeg Koninklijke Horeca Nederland vijf miljard financiële steun aan de overheid. Herinner jij je de horecaprijzen nog die verdubbelden toen de euro werd ingevoerd? Een bitterbal van 1 gulden kostte de dag erna €1. De prijzen bleven daarna exorbitant stijgen. Ook zzp’-ers klagen thans steen en been. Sommigen van hen lieten zich met goudgerande regelingen wegsturen bij hun werkgever en keerden daarna als zelfstandigen terug. En dan nu mopperen over tegenvallende eenmansbedrijfresultaten? Ik vind dat uiterst opportunistisch, heb er geen goed woord voor over. Ondernemen is nu eenmaal risicovol. Alle economieën wereldwijd worden door deze crisis geraakt.

Sinds vanmorgen 8:00 uur is in Spanje de strictere noodtoestand van kracht. Omdat de Spaanse autoriteiten geen Italiaanse toestanden wilden, ging afgelopen vrijdag al de eerste beperkende verordening in. Begin vorige week reserveerden wij nog nietsvermoedend een tafel voor vier (onze vrienden Frans & Roland zijn thans hier) bij The Fishbowl. Vrijdagavond kregen we een mail van de restauranthouder met de mededeling dat de zaak de deuren sloot op verordening van de autoriteiten van de autonome regio Valencia.

Daar wij niet voor één gat zijn te vangen, besloten we bij de jongens thuis te gaan koken en eten. Op zaterdagochtend dook echter een auto met geluidsinstallatie in onze woonwijk op die ons, bewoners, op het hart drukte niet buitenshuis te komen. Een nationale regel trad in. Er volgde wel een por favor (alsjeblieft) op dat indringende verzoek maar dat maakte het niet minder spannend. Toen ik de geluidswage zag en hoorde, kwam de gedachte aan oorlogstijd in mij op. Ik heb geen idee hoe dat voelt maar ik meende een vleugje ervan op te vangen. De maatregel komt erop neer dat wij onze wijk aan zee niet mogen verlaten, tenzij we boodschappen uit de supermarkt nodig hebben, naar de apotheek of het ziekenhuis moeten of naar het werk.

Dat meldden we de mannen die vervolgens voorstelden naar ons toe te komen voor het etentje. Zo geschiedde. Wij wisten zaterdagochtend tijdens een vroeg rondje langs Supeco (onderdeel van Franse Carrefour) en Spaanse supermarktketen Consum nog vier visfilets te scoren. Wij kwamen bij de visbank aan en zagen onze favoriete verse hapjes op ijs liggen. De vrouw die aan de beurt was, liet zes van die filets inpakken. Oh-oh. Er lagen er nog vier. De visvrouw, die ons goed kent en leuk vindt (dat is wederzijds), groette mij dus ik greep mijn kans. “Mag ik die filets alvast reserveren?” Iedereen moest lachen. Ze waren van ons!

Wij hamsterden afgelopen zaterdag een beetje. We hebben altijd een voorraad bonen, peulvruchten, droge pasta, rijst en tomatensaus in de voorraadkast. Deze actie betrof flessen rosé, witte en rode wijn alsmede diverse soorten bier en flessen prikwater. We kochten een extra grote zak chips (voor de altijd hongerige mannen) en veel meer keukenrollen dan gebruikelijk omdat de schappen waarin het wc-papier normaliter hoog ligt opgetast, zo leeg waren als de ogen van een dooie vis. Menig Spaanse supermarktmedewerker vindt de huidige run op winkels bizar. Niet alleen Nederlanders hamsteren op grote schaal, Spanjaarden doen dat kennelijk ook. Op dit punt is geen cultuurverschil te bekennen. 

Toiletpapier was in de bezochte supermarkten onvindbaar. Overal lege schappen. Op de website van het satirische Spaanse blad ‘El Jueves’ trof ik een meme aan waarin wordt gesuggereerd dat makelaars de lege schappen van supermarkten gaan verhuren. Gevechten in supermarkten over rollen, winkelwagentjes zo hoog als flatgebouwen, gerantsoeneerde aantallen. Het coronavirus veroorzaakt geen diarree maar de vrees dat deze crisis maanden gaat duren, veroorzaakt deze hysterie. Terecht? Ik denk het niet… Desalniettemin brachten de jongens een pak dik toiletpapier voor ons mee. Verse vis voor pleepapier; een goede deal!

Ik moet gniffelen om alle filmpjes die we ontvingen over dit specifieke onderwerp: een toilet met een gi-gan-ti-sche rol papier -minstens zo groot als de toilet ernaast-, instructies voor hoe zuinig te zijn met het schaarse goed (soms ietwat onsmakelijk), iemand die een rol in een kluis bewaart, er telkens één velletje vanaf rolt en het daarna weer terug in de kluis stopt. Een oude boer die zijn land omploegt en de boerin die achter hem om de 20 centimeter een wc-rol in de aarde plant.
De leukste kwam van onze Spaanse overbuurman (gevlucht) uit Madrid: een ontspannen fluitende Spanjaard met een groot vleesmes in de hand die vier rollen papier op een varkenspoothouder aansnijdt -normaal gebruikt voor ham-, snippertje voor snippertje. Een crisis als deze brengt stress maar ook een boel creativiteit voort. Naast egoïsme en overlevingsdrang zit dat kennelijk ook in de menselijke aard  gebakken.

Mensen mogen vanaf vandaag in onze buurt alleen op straat als dat strict noodzakelijk is. Het leger zal overal in Spanje worden ingezet om toe te zien op naleving van de maatregel. Ik realiseer mij dat de situatie slechter wordt voordat die zal verbeteren. We hebben het dieptepunt van de coronaviruscrisis hier nog lang niet bereikt. (Het aantal besmettingen in epicentrum Madrid vervijftienvoudigde in de afgelopen week. Van 20 naar 3.000.) Dat geldt ook voor Nederland.

Onze vrienden Frans & Roland kwamen op hun vakantieadres uitrusten na een verhuizing en een maandenlange renovatie. Zij zijn beiden verwoede golfers en verheugden zich op rondjes onder de Spaanse zon. Alle golfbanen zijn echter gesloten. Ze kunnen een voorbeeld nemen aan professioneel golfer Joost Luiten die thuis oefent met een ijzer om een rolletje wc-papier hoog te houden. Ze vliegen eerder terug dan gepland maar nu heel Spanje vandaag op slot ging, is mijn vraag of ze tijdens die periode nog kunnen vliegen. Enkele maatschappijen stopten al met personenvervoer. Laat Nederland over een week nog toestellen landen uit besmette gebieden? Niemand weet het.

Hoe strict het kan worden, bewijst het Verenigd Koninkrijk. MP Johnson overweegt alle 70-plussers die naar het vaderland terugkeren tot een zelfquarantaine van vier maanden te dwingen. In een Engelse krant werd dat ‘a warlike measure’ genoemd. Dat klinkt mij als oudjes pesten. Ik ken een aantal Britten persoonlijk die op het punt staan terug te vliegen. Zelf zou ik niet vertrekken. Maar eerst moet ik nog 60 jaar zien te worden... Mijn geplande verjaardagsfeestje in Málaga dreigt door deze situatie ook in het water te vallen. Musea, cafés en restaurants zijn daar dicht. De Paasprocessies van Semana Santa in Sevilla zijn reeds afgelast.

Mijn liefje en ik zijn niet bang voor wat er komen gaat. We voelen ons goed in huis (de vernieuwde eetkamer is top!) en op deze plek. Samen rooien we het. Wel begin ik moe te worden van mensen die deze coronaviruspandemie blijven vergelijken met de, in dit seizoen gebruikelijke griepvirus. Jazeker, er overlijden jaarlijks meer mensen aan die griep dan aan corona maar van laatstgenoemde virus weten we zo verdraaid weinig. De eigenschappen van het virus zijn nog onvoldoende in beeld. En hoe weet je of je besmet bent? De ziekte is niet te onderscheiden van gewone griep. Bovendien bestaat er een brede waaier aan lichte en zware klachten. Zijn we rond de zomer van het virus af? Of wordt het een terugkerend fenomeen? Tegen griep kun je je laten inenten, tegen het nieuwe virus bestaat nog geen vaccin. Bij lange na niet.

Nederlandse wetenschappers deden afgelopen weekend een veelbelovende ontdekking: een antilichaam dat de infectie kan blokkeren. Ze hadden in Rotterdam en Utrecht nog iets in de ijskast liggen (van SARS1) dat ze uitprobeerden. Dit potentiële medicijn zal echter nog maandenlang moeten worden getest op mensen. Beoordeling  door vakgenoten moet ook nog gebeuren. Medische trials hebben een vast protocol en een lange looptijd. Een vaccin ontwikkelen, de beste aanpak tegen Covid-19 (SARS2), gaat zelfs nóg langer uren.

Illustratie: Steve Bell (The Guardian)
Misschien wordt Ketut-van-Bali ook naar huis gestuurd. President Trump verzocht Amerikaanse  cruisemaatschappijen onlangs om de komende 30 dagen geen schepen te laten varen. Ketut’s werkgever besloot daaraan gehoor te geven en stuurde alle passagiers van boord. Daarmee staan banen van veel personeelsleden op losse schroeven. 
Waar zijn schip -dat momenteel in Nieuw-Zeelandse wateren vaart- gaat dokken, is nog niet bekend. Wie van de staf aan boord mag blijven, is tevens onbekend. De vooruitzichten op werk in zijn geliefde Bali zijn nóg somberder vanwege teruglopende toeristenaantallen. Daar valt geen droog brood te verdienen voor zijn gezin. Kasian. Zijn oudste zonen volgen beide momenteel online les van huis, via Schoology. Voor dat doel hebben ze nu allebei een eigen emailadres. Joehoe!

Thuisblijven helpt de vertraging van de verspreiding van dit virus dus daaraan doen we braaf mee. Een aanvaardbaar offer. Onze wandelingen doen we voorlopig op het eigen terras. Elke fles bier of wijn wordt afzonderlijk naar de glasbak gebracht, dat geldt ook voor het huisafval. En daarna telkens handen wassen. Het is overigens uitzonderlijk stil in de wijk. En zolang er goede boeken zijn en ik kan internetten en bloggen, zing ik de tijd wel uit.


zaterdag 14 maart 2020

Wéér een dag van grote vragen

Vandaag blog ik over iets anders dan het coronavirus, al onderschat ik deze giftige besmetter niet. Ik vermoed dat ik dit jaar nog lang over dat onderwerp kan schrijven, helaas. De noodtoestand werd gisteren uitgeroepen in heel Spanje en alle buurgemeentes aan Murciaanse zijde zijn volledig afgesloten (‘lockdown’). Je kunt er niet in en je mag er niet uit. Daar bevinden zich een aantal van onze favoriete winkels, al zullen die inmiddels zijn geplunderd. Men is bang voor eventuele besmette Spaanse bezoekers uit Madrid en de omringende regio en voor de verspreiding die zij met zich kunnen meebrengen. Meer dan de helft van de besmettingen en doden komt uit die regio. Onze overburen uit stad Madrid kwamen gisteravond laat in hun vakantiehuis aan. Daar wonen ze in een flat, hier hebben ze een ruime tuin. Het mocht niet maar ze deden het toch. Zou ik dat zelf hebbben gedaan? Ik denk het wel... We spraken hen inmiddels, op gepaste afstand. In Huize Barefoot is geen sprake van paniek. Wij zijn geen hamsteraars maar denken desalniettemin voorbereid te zijn. En we verzetten de geest. (Wordt vervolgd.)


14 maart is de geboortedag van Albert Einstein (1879-1955), de man van de wereldberoemde vergelijking E=mc2. Energie is massa maal het kwadraat van de snelheid van het licht. Deze theoretisch natuurkundige maakte zich onsterfelijk door zijn relativiteitstheorie. Hiervoor ontving hij in 1921 de Nobelprijs voor Natuurkunde. Er zijn weinig tot geen ontdekkingen in de fysica in de afgelopen 100 jaar waarbij deze theorie geen belangrijke rol speelde. Einstein wordt geassocieerd met nieuwsgierigheid en leergierigheid, met fascinatie en vragen stellen. Onderzoek was zijn grootste passie. Daarom werd een dag als vandaag ingesteld als ‘International Ask A Question Day’. 

Grote levensvragen? Ik heb er wel een paar. Down to earth en van filosofische aard. Nee, niet waarom bananen krom zijn; dat weet ik inmiddels. Nee, vragen als wie Donald Trump kann verslaan? (Misschien moet ik vragen wat? Dit virus zou weleens zijn Achilleshiel kunnen worden.) Wanneer krijgt Nederland de eerste vrouwelijke premier? Wat is het beste politieke systeem en het beste economische stelsel voor nu? Hoe ontstond het universum? Is er buitenaards leven? Komt er ooit een einde aan leven op aarde? Is wereldvrede mogelijk? Wat is geweten? Wat is liefde? Wat is vrijheid? Hebben we een ziel? Wat is de zin van het leven? En specifieker: wat is de zin van míjn leven? Het schijnt dat ik al op zeer jonge leeftijd het woordje ‘wrom?’ bezigde. Als je niets vraagt, kom je niets te weten. 

Een spirituele vraag die velen zich stellen maar voor mij geen rol van betekenis speelt, is of er leven bestaat na de dood. Zo overtuigd als cabaretier Freek de Jonge erover zingt, zoveel twijfels heb ik zelf. Ik leg mij zonder morren neer bij het gegeven dat de dood het einde van mij betekent. Je blaast je laatste adem uit en that’s it. Bovendien vind ik één leven genoeg. Het kromme is dat ik anders denk over het voortbestaan van mijn overleden dierbaren. Voor hen zou ik willen dat ze voortleven, al is het in een andere dimensie. De prettige bijkomstigheid is dan dat we elkaar ooit zullen terugzien. Dat vind ik wel een aangename gedachte. 

Mijn nuchtere vader had een bijnadoodervaring toen hij in de beginjaren '70 van de vorige eeuw na zijn eerste hartaanval een openhartoperatie onderging in een academisch ziekenhuis. Ik herinner mij die dag goed. Ik kreeg vrij van school en ging met mijn bloednerveuze moeder naar het ziekenhuis. Het wachten duurde lang en was zenuwslopend. Tijdens die medische ingreep werd hij klinisch dood verklaard (al waren wij op dat moment onwetend). Hij wist het echter na te vertellen. Het klinkt clichématig maar hij zei later dat hij zich in een donkere tunnel bevond met helder licht aan het einde. Tien jaar later, na zijn overlijden meende ik hem in een menigte op straat te zien lopen; op dat moment prikte zijn aftershave-luchtje in mijn neus… De agnost Einstein zou ons vierkant hebben uitgelachen en ons uitmaken voor naïevelingen. So be it. 

Vorig weekend keek en luisterde ik naar het klassieke muziekprogramma ‘Podium Witteman’. Daarin vertelde tekstschrijver en pianist Mike Boddé dat hij in een spirituele bui aan zijn moeder vroeg of ze hem een teken kon geven als ze na haar overlijden zou ontdekken dat er leven bestaat na de dood. Dat zegde ze toe. Haar teken aan hem zou een viooltje (haar lievelingsbloem) zijn of iets anders. Ze is inmiddels een jaar dood en het smachtend wachten van zoonlief duurt voort. 

Daarover componeerde Boddé een prachtig lied dat nu is genomineerd voor de Annie M.G. Schmidtprijs, de prijs voor het beste theaterlied van het afgelopen jaar. Die prijs wordt op 30 maart a.s. feestelijk uitgereikt in Amsterdam. Brigitte Kaandorp en Arjen Lubach zijn eveneens genomineerd. Ik ben liefhebber van de musicale fratsen van deze getalenteerde man en werd geraakt door zijn lied. Tere pianoklanken, een eenvoudige maar beladen tekst met een mooie wending halverwege. Ik krijg de tekst en muziek nog steeds niet uit mijn hoofd. Hem gun ik die prijs van harte. 


Ik dacht dat jij het was 

Er zong een vogel in de tuin, 
ik dacht dat jij het was. 
Er was een tinteling bij mijn kruin 
en ik dacht dat jij het was.

Er was een pijnscheut in mijn nek, 
ik dacht dat jij het was. 
Een viooltje bij het hek, 
ik dacht dat jij het was. 

Er was een zonnestraal op mij 
en ik dacht dat hij het was. 
Er was een steekje in mijn zij, 
ik dacht dat jij dat was. 

Er was een wolkje in de lucht, 
ik dacht dat jij het was. 
Er sloegen ganzen op de vlucht 
en ik dacht dat jij het was. Dat jij het was! 

 Alles klinkt als een boodschap van jou. 
Alles vraagt of ik nog van je hou. 
Alles zegt dat je ergens nog op mij wacht… 

Er is een eenzame figuur, 
'k denk dat ik dat ben. 
Er zit een wrak achter het stuur, 
'k ben bang dat ik dat ben. 

Er loopt een schaduw over straat 
en ik denk dat ik het ben. 
Een man die voor een winkel staat, 
ben bang dat ik dat ben. 

Daar loopt een dronken idioot 
en ik denk dat ik dat ben. 
Er ligt een vogeltje morsdood, 
'k denk dat ik dat ben. 

Een standbeeld staat in mist gevangen.
Het lijkt of ik dat ben. 
Er laat een wilg zijn takken hangen, 
het lijkt of ik dat ben. Of ik dat ben! 

Alles spreekt er van jou en van mij. 
Alles gaat onontkoombaar voorbij. 
En ik blijf achter, samen met dit lied. 
Meer is er niet. 

Nu de wijde wereld (weer) in de fik lijkt te staan, hebben we extra behoefte aan dit soort mooie dingen. Dit lied behoort absoluut op het hoofdpodium van Gedeelde Smart. Het Youtube-filmpje van Boddé’s optreden vind je hier.

woensdag 11 maart 2020

Wel of geen excuses?

Foto: BSR Agency
Gisteren begonnen Willy & Máx, koning en koningin van het Koninkrijk der Nederlanden, aan hun staatsbezoek aan Indonesië. Op het vliegveld van Jakarta werd ook op hun voorhoofden een laserthermometer gericht. In diverse Nederlandse kranten las ik dat er deze keer geen handen zullen worden geschud vanwege het coronavirus. De Nederlandse ambassade suggereerde in plaats daarvan een hoofdknik met de handen tegen elkaar, een Balinese of Soendanese groet. 

De regelmatige lezer weet dat ik veel interesse heb in Indonesië. Niet alleen woonden mijn liefje en ik er enkele jaren, we bouwden in die jaren een speciale band op met een Balinees gezin waarvan de kinderen onze harten stalen. Yuda, de oudste, deed vorige week de Citotoets op zijn lagere school. Hij hield ons dagelijks op de hoogte van zijn verrichtingen. De eerste dag verliep gemakkelijk want hij had flink geoefend, dag 2 was moeilijk, de derde was lastig maar doenlijk. Al met al geen verkeerde toetsweek. We wachten het schooladvies nu af.

Afgelopen weekend ontvingen we eveneens bericht van vader Ketut die op een Amerikaans zessterren-cruiseschip rond de wereld vaart. Momenteel is hij met ruim 340 collega’s op weg naar Auckland, Nieuw-Zeeland. Hij zag recent op het journaal dat Europa een groot probleem heeft met COVID-19 en hoopte dat het goed met ons ging. (Dat was naar aanleiding van het radicale besluit om Noord-Italië van de buitenwereld af te sluiten.) Hij meldde ons ook dat het management van zijn werkgever het personeel aan boord had toegesproken. Hun boot zal Europa voorlopig niet aandoen -ons continent staat pas voor juli op het reisschema- en de organisatie heeft geen financiële problemen vanwege een eventueel teruglopend aantal toekomstige passagiers. Dat ter geruststelling van de grotendeels Aziatische crew. Wij wensten hem op onze beurt het allerbeste met het vermijden van besmetting.

Diezelfde regelmatige lezer weet ook dat onze liefde voor zijn Balinese vrouw Elsa tijdens ons recente bezoek aan hen, nogal bekoelde. Zij bleek helaas minder eerlijk en minder betrouwbaar dan we dachten. Zij betuigde spijt en bood meermalen haar excuses aan maar hoe oprecht dat is, blijft voorlopig de vraag. Sorry does not seem to be the hardest word… tenminste, voor sommigen. De kids hebben geen enkele schuld aan de ontstane situatie. Met hen blijven we maandelijks videoappen.

Dit staatsbezoek staat vooral in het teken van toekomstige samenwerking. Java, Kalimantan (Indonesisch Borneo) en Sumatra staan op het reisprogramma van het koninklijk paar. Voor hun vertrek werd wekenlang gespeculeerd over de vraag of de koning, namens de Nederlandse overheid, excuses zou gaan aanbieden voor het excessieve geweld dat Nederlandse soldaten in Nederlands-Indië toepasten ten tijde van de ‘politionele acties’. Dat is de eufemistische benaming voor het militair ingrijpen door de Nederlandse bezetter tegen lokale vrijheidsstrijders. Nu zouden we dat oorlog noemen. Eerder werd door de Nederlandse regering spijt betuigd voor het optreden maar formele excuses bleven tot dusver uit. Cynici zeggen dat het is om financiële claims van nabestaanden van getroffenen te voorkomen…

In de periode 1945-1949 werden Nederlandse mannen, waaronder mijn vader en die van mijn liefje, als dienstplichtig militairen naar Nederlands-Indië gestuurd. Dat was een overzeese kolonie van Nederland sinds eind 16de eeuw. In opdracht van het Vaderland moesten zij een bloedige guerilla-oorlog voeren tegen lokalen die onafhankelijkheid nastreefden. Bij die strijd kwamen 100.000 Indonesiërs om en sneuvelden bijna 5.000 Nederlanders (hogere getallen cirkelen). 

Indonesiërs werden zich in de loop van de tijd bewust van de eeuwenlange onderdrukking door een Westerse kolonisator en verenigden zich in diverse nationalistische bewegingen die opriepen tot zelfbestuur en een zelfstandig Indonesië. Soekarno riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uit, twee dagen na de overgave van de Japanners. Nederland erkende die onafhankelijkheid niet en probeerde uit alle macht de koloniale status quo te behouden. Nederland houdt tot op de dag van vandaag vast aan 27 december 1949 als datum van de soevereiniteitsoverdracht. Dat is mij al vele jaren een doorn in het oog.

Nederlandse militairen begingen oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië. Dat weet ik onder meer door lezing van het ontluisterende boek ‘De brandende kampongs van Generaal Spoor’ van historicus Rémy Limpach (2016). Limpach kwam in zijn promotieonderzoek tot de conclusie dat het geweld van Hollandse kant excessief en structureel was. Na rumoer over de verklaringen in dit boek gaf de Nederlandse overheid opdracht tot het doen van grootschalig onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het Koninklijk Insitituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) onderzoeken nu de aard, omvang, oorzaken en impact van het Nederlandse geweld. Nederlandse èn Indonesische wetenschappers zijn erbij betrokken, het gaat om het gebruikte geweld aan beide zijden. De Nederlandse overheid wachtte, naar verluidt, zo lang met het geven van die opdracht omdat men de grote groep nog levende oorlogsveteranen (van het Nederlandse leger èn van het KNIL) niet voor het hoofd wilde stoten.

Foto: NPO (site)
Limpach’s boek was voor mij persoonlijk aanleiding tot hernieuwde interesse in de militaire geschiedenis van mijn vader, zijn bataljon en regiment. Het leidde tot vele antwoorden maar ook tot nieuwe vragen. (Zo stond onder andere in zijn papieren dat hij op Java in een ziekenhuis terechtkwam. De oorzaak is onbekend.) Destijds blogde ik over mijn zoektocht en de bevindingen. Ik denk niet dat mijn pa zich in zijn graf zou omdraaien na eventueel excuus. Hij was geen trotse Indië-veteraan. Alhoewel zijn diensttijd in den vreemde hem nachtmerries bezorgde, keek hij liever vooruit dan terug.

Het coronavirus en wel of geen excuses zijn niet de enige onderwerpen die de gemoederen bezighouden. In Nederland verschijnt momenteel veel zogenaamde tropenliteratuur. In Trouw herlas ik een oud artikel over de ‘vergeten inlandsche meubels van Nederlands-Indië’. Dat kwam omdat ik recent tegen een boek van historicus Reggie Baay (1955) aanliep, getiteld ‘De njai’. Dat was weer naar aanleiding van een bespreking van het recente fictiedebuut van journaliste en schrijfster Dido Michielsen (1957), getiteld ‘Lichter dan ik’. Zij ontving daarvoor vorige maand in Nederland de Boekhandelprijs. Beide boeken gaan over njais in het vroege(re) Indonesië.

Njai is de aanduiding voor een inheemse vrouw die in Nederlands-Indië concubine is van een Europese man. Baays inheemse grootmoeder Moeinah, over wie in de familie werd gezwegen, was de concubine van zijn Hollandse grootvader. Zijn onderzoek gaat echter niet over zijn eigen oma maar over het concubinaat als instituut. Dat is evenmin fraaie geschiedenis. Ruim de helft van de Europese mannen leefde rond 1900 in Nederlands-Indië met een inheemse concubine. In die tijd berustten verhoudingen tussen Europese mannen en inheemse vrouwen nog op slavernij. Het ging destijds om vele tienduizenden vrouwen.

Ook voor de njai had zo’n verbintenis mogelijk voordelen. Het was vaak een manier om aan heersende armoede te ontsnappen. Desalniettemin betaalden ze vaak een hoge prijs. Ze waren in veel opzichten beklagenswaardige vrouwen. Ze werden afgedankt, hun kinderen werden vaak niet erkend door de biologische vader, ze mocht haar kind(eren) niet meer zien. De toekomst van die nazaten was sowieso ongewis. Halfbloeden kwamen vaak niet in aanmerking voor een degelijke opleiding of voor een goede positie in het Nederlands bestuur. In de inheemse samenleving werden ze evenmin geaccepteerd. Kasian.

In Nederland moeten we bereid zijn onze koloniale geschiedenis onder ogen te zien. Het liefst samen met Indonesië. De officiële onderzoeksrapporten worden in september 2021 verwacht. Het goede nieuws is dat Willem-Alexander spijt betuigde en excuses aanbood voor de geweldsontsporingen, namens de Nederlandse regering. Op de eerste dag van zijn staatsbezoek. Ik heb hem nog nooit zo horen hakkelen maar hij zei het! Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (1937), die in Batavia -het huidige Jakarta- werd geboren en het verblijf in een Jappenkamp overleefde, noemde het een mooi en koninklijk gebaar”. De eerste oorlogsveteraan die zijn koninklijke decoratie hierna weggooide, is bekend. Tja.

Op vrijdag de 13de zendt de NOS de documentaire ‘Koningspaar in Indonesië’ uit op NPO2, met de hoogtepunten van dit bezoek. Dit is er een, wat mij betreft. En dit is mijn 1313de blog. 


zondag 8 maart 2020

I am Generation Equality

Ik weet niet wie het zei maar deze uitspraak bleef hangen: ‘there is more to be learned from wearing a dress for a day, than there is from wearing a suit for a lifetime’. Knap hoe zo’n compacte zin een zee aan betekenis draagt. Vandaag wordt over de hele wereld Internationale vrouwendag gevierd. Het thema van dit jaar is in Engeltalige landen ‘I am Generation Equality: Realizing Women’s Rights’. Spaanstalige landen bleven dicht bij dat thema van gelijkheid: ‘Soy de la Generación Igualdad’. Het thema van dit jaar in Nederland is echter ‘Vrijheid’. Waarom kozen mijn Zusters in het Moederland voor een ander thema? En dan zo saai? Oké, we vieren dit jaar 75 bevrijding. En zeker, vrijheid is het allerbelangrijkst dat er bestaat in een mensenleven maar ik vind het als thema niet goed genoeg voor een dag als vandaag. Dat past meer bij 5 mei.

De organisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met gendergelijkheid en emancipatie van vrouwen, UN Women, bracht een document uit waarin men de progressie van een specifiek aspect van de vrouwenzaak in de wereld in kaart brengt. Dat doet men jaarlijks rond deze datum. Het thema van dit jaar is ‘Families in A Changing World 2019-2020’. Ik las het lijvige rapport (285 pagina’s) met interesse.

De wereld om ons heen verandert razendsnel en families, de rol van vrouwen en meisjes daarbinnen, veranderen mee. Hedentendage bestaat de standaardfamilie steeds minder (als die ooit heeft bestaan). Op wereldschaal zijn positieve trends te melden. De huwbare leeftijd van vrouwen steeg verder, de daadwerkelijke leeftijd waarop zij trouwen eveneens. In de laatste 30 jaar stelden mannen en vrouwen hun huwelijk langer en vaker uit. Dat gaf vrouwen wereldwijd meer mogelijkheid hun opleiding af te maken, een plaats op de arbeidsmarkt te veroveren en zichzelf financieel te onderhouden. Het geboortecijfer daalde omdat steeds meer vrouwen zelf beslissen of, wanneer en hoe vaak ze zwanger worden. De economische onafhankelijkheid van vrouwen nam verder toe.

Er ontstond meer diversiteit in partnerschappen en tevens de daarbij behorende sociale en wettelijke erkenning. Samenwonen neemt wereldwijd toe en in sommige regio’s zien vrouwen zelfs bewust af van een huwelijk. Soms komt dat voort uit het feit dat het vormen van een gezin te kostbaar is (niet economisch haalbaar), soms is het omdat vrouwen de onderschikte rol vrezen.

Families, gezinnen, huishoudens: de begrippen worden in het rapport door elkaar gebruikt. Gezinnen, in welke vorm ook, zijn nog steeds een belangrijke hoeksteen van de maatschappij; waar ook ter wereld. Zonder deze entiteit kunnen gemeenschappen en economieën niet goed functioneren. In familieverband krijgen vrouwen en meisjes helaas nog te vaak te maken met discriminatie en seksueel geweld. De familie als instituut is een bron van liefde en samenwerking maar ook eentje van ongelijkheid en conflict. In sommige landen kunnen meisjes bijvoorbeeld niets erven terwijl vrouwen in bepaalde landen hun man moeten gehoorzamen volgens de wet.

Iets meer dan 38% van de gezinnen in de wereld bestaat uit een vader, een moeder en een of meer kinderen. Gezinsvormen worden echter steeds diverser. Wereldwijd bestaat 27% uit zogenaamde ‘extended families’; verbanden waarin grootouders, tantes en ooms tevens een belangrijke rol spelen. 13% van de families in de wereld is kinderloos. 8% van de families zijn eenoudergezinnen. Van al deze gezinnen bestaat 84% uit een moeder met haar kind(eren). Slechts 2% van de samenlevingsverbanden wereldwijd wordt gevormd door mensen zonder relatie of familieband. Het percentage alleengaanden ligt thans wereldwijd op 13%; ook in vergrijzende maatschappijen wordt het eenpersoonshuishouden steeds gangbaarder.

In de meeste gezinsverbanden wordt de zorg voor kinderen en ouderen nog steeds verleend door vrouwen. Vrouwen besteden wereldwijd driemaal zoveel tijd en energie aan zorg en huishoudelijke taken als mannen. Tijd die vrouwen aan deze onbetaalde arbeid geven, kunnen ze niet aan betaald werk of aan zelfontplooiing besteden. De liberalisering van echtscheidingswetten speelde een leidende rol in de verandering van gezinssamenstellingen. Echtscheiding leidde echter ook tot verzwakking van de positie van de vrouw. Ze wordt economisch kwetsbaarder en heeft meer kans in armoede terecht te komen.

Huiselijk geweld tegen vrouwen is geen privé-aangelegenheid meer maar een maatschappelijk probleem. Steeds meer landen ter wereld hebben wetten, maatregelen en instanties die vrouwen in bescherming nemen en daders bestraffen. Desalniettemin blijft het een dodelijk verschijnsel. In 2017 was 58% van de vrouwen die met huiselijk geweld te maken kregen, slachtoffer van moord of doodslag door een familielid. Omgerekend, kwam dat neer op 137 gedode vrouwen per dag.

In het 2020-rapport van UN Women las ik dat wereldwijd in de afgelopen twaalf maanden 17.8% van meisjes en vrouwen in de leeftijd van 15-49 jaar slachtoffer werd van fysiek of seksueel geweld door een mannelijk familielid. Oceanië scoort het hoogst. Ik herinner mij ons bezoek aan een opvanghuis voor mishandelde vrouwen en hun kinderen op het eiland Fiji (2006). Over menige vrouw hing een deken van verdriet. Deze regio maakte klaarblijkelijk heel weinig progressie op dit vlak… 

Afgelopen week werd in Spanje over een wijziging in het strafrecht gestemd die al jarenlang broodnodig is. Het gaat om het wetsvoorstel ‘Solo Sí Es Sí’ (Alleen Ja is Ja). In de jaren ’80 van de vorige eeuw was er een SIRE-campagne in Nederland die stelling nam tegen seksueel geweld tegen meisjes en vrouwen. Waarschijnlijk herinner je je de leus: als een meisje nee zegt, bedoelt ze nee. Mannen moesten maar eens gaan begrijpen dat ongewenste intimiteiten precies zijn wat ze zijn: ongewenst! En dat ‘Nee’ uit de mond van een meisje of vrouw een afwijzing is die niet anders kan  worden opgevat.

Daar heeft het nieuwe wetsvoorstel in Spanje alles mee te maken. De bal ging hier vorig jaar rollen toen een groep mannen een jonge vrouw in Noord-Spanje verkrachtte. Deze mannen, die zichzelf op Twitter ‘La Manada’ (de roedel) noemde, moesten zich voor de rechter verantwoorden. Die gaf hen een jarenlange celstraf maar niet op juiste gronden. Ze werden namelijk niet veroordeeld voor verkrachting of seksueel geweld maar voor seksueel misbruik. (De celstraf voor verkrachting c.q. seksueel geweld ligt hoger dan voor seksueel misbruik.)

De uitspraak van de betreffende rechter werd door velen als patriarchale dwaling bestempeld en verworpen. Het erkende niet dat verkrachting per definitie de ernstigste vorm van seksueel geweld tegen vrouwen is. In het land stak een storm op onder vrouwen en hun verdedigers die niet meer ging liggen. Deze controversiële rechterlijke uitspraak werd vervolgens voorgelegd aan het Spaanse Hogerechtshof. Dat Hof oordeelde medio vorig jaar anders en verhoogde de straf voor de dader van negen naar 15 jaar cel (de maximale straf voor verkrachting).

Daarmee was de kous niet af. Afgelopen week stemde de socialistische regering van Pedro Sánchez in met een wetswijziging. In de nieuwe wet zal geen onderscheid meer worden gemaakt tussen seksueel misbruik en seksueel geweld. Alle vormen van seksueel handelen zonder instemming van de vrouw worden voortaan even zwaar bestraft. Bovendien gaat alle aandacht voortaan naar het slachtoffer en krijgt zij recht op financiële vergoeding. Het voorstel wordt binnenkort doorgestuurd naar het Spaanse parlement. Ik hoop op aanvaarding van de motie.

Mijn liefje en ik gaan vanavond op Netflix iets uit de collectie ‘Because She Watched’ kijken. Deze collectie, samengesteld uit documentaires, series en films werd bedacht door Netflix en UN Women. Het zijn bestaande verhalen van en over vrouwen in al hun diversiteit; als producent of in de hoofdrol. Het werd speciaal voor deze Internationale Vrouwendag gelanceerd maar is het gehele jaar door te bekijken.


dinsdag 3 maart 2020

De tolk (oftewel ‘waiting for the girls’)

Zaterdagavond jongstleden keerden we terug van een gezellig restaurantbezoek met vrienden toen we in de straat werden opgewacht. Het waren gelukkig geen boeven  maar we hadden wel een stalker. Een goedaardige. Britse buur Pat was namelijk erg blij ons te zien. Hij en echtgenote Sue komen uit Wales maar wonen al jarenlang met veel plezier in onze woonwijk. Zij houden van dit land, beschouwen het als hun tweede vaderland en doen hun uiterste best om de taal te leren. Net als mijn liefje, gaan ze elke week naar Spaanse les.

Net als wij, zijn zij lid van de 28 Clubdie maandelijks op die datum uit lunchen gaat. Zij zijn bovendien de organisatoren van het jaarlijkse Jeu de Boules-buurttoernooi. Pat verzorgt dan als oude nozem de muziek, Sue bereidt voor iedereen een lekkere lunch. Gratis. Samen verzinnen ze op die dag een quiz voor hun goede doel waaraan wij met plezier doneren. Wij leerden hen kennen als onderhoudende, vriendelijke en goudeerlijke mensen.

Op zaterdagmiddag gingen zij met een groep Britse vrienden lunchen in een Spaans restaurant in de hoofdstraat; een middagmaaltijd die om meer dan één reden memorabel werd. Ze herdachten het overlijden van een van hun vrienden die vier jaar eerder onverwacht in diezelfde hoofdstraat in zijn auto overleed, wachtend op het groene stoplicht. Zijn weduwe kwam dit jaar met het idee van een herdenking. Aangezien de 29ste februari in een schrikkeljaar valt, vond die gelegenheid voor het eerst plaats.

Aan het einde van de lunch ontdekte Pat dat zijn schoudertas, die hij onder zijn stoel had gelegd, was verdwenen. Kort daarvoor had Sue een man het restaurant zien binnenkomen die zich opvallend gedroeg. (Pat zat tegenover haar aan tafel, met zijn rug naar de ingang.) De Spaanse dueña van het restaurant stapte op hem af. De man ging zitten, hield zijn rugzak op en bestelde niets te drinken of te eten. Hij was vertrokken voordat men er erg in had. Pat deelde zijn sneue ontdekking met de restauratrice. De vrouw legde direct een verband met de uit de toon gevallen restaurantbezoeker. Hoe zag die persoon eruit? Zij omschreef hem als “moreno”. In Spanje gebruikt men dat woord voor mensen van Noord-Afrikaanse afkomst.

Wat Pat, naast zijn portemonnee met veel cash (Britse ponden en Euros) en bankpassen, in zijn schoudertas had… dat dragen mijn liefje en ik niet bij ons als we ver op reis zijn! Paspoorten, NIE-kaarten, de opbrengst van hun recentste goededoelenactie, alle bankboeken (zogenaamde libretas), huissleutels, fietssleutels en de klantenkaart van supermarkt Overseas.

De passen van zijn volle Britse bankrekening annuleerde hij per omgaande telefonisch. Dat was een grote zorg minder. Om datzelfde te doen met zijn Spaanse bankrekening had hij iemand nodig die Spaans sprak. Zo kwam ik weer in beeld. Mijn liefje en ik waren echter gezellig met vrienden aan het dineren bij restaurant Casa Araez. Daar smulde ik op dat moment van zalm mi-cuit als voorgerecht (gedeeld met mijn liefje) en rode curry met vis en zeevruchten als hoofdgerecht. Helemaal voor mijzelf.

Pat was die avond al meermalen naar onze straat gelopen. Rond 22:30 uur parkeerden wij voor het huis. Hij liep recht op ons af. Aan zijn gezicht was af te lezen dat er iets niet in orde was. Hij lichtte de situatie toe en vroeg om hulp. Daarop belde ik het Spaanse noodtelefoonnummer van zijn bank. Ik trof een antwoordapparaat aan met een razendsnel Spaans sprekende dame. Als beller kreeg ik luttele seconden om de juiste vervolgkeuze te maken.

Bloquear” riep ik op enig moment in het apparaat. Dat werkte. Daarna moest ik een klanten-ID inspreken of typen maar wat doe je als de betreffende klant ook zijn identificatiepapieren kwijt is? Te laat. Ik belde nog maar eens. Uiteindelijk kreeg ik een levende persoon aan de lijn en aan haar gaf ik alle gevraagde details. Tegen sommige manieren van communiceren is geen tolk opgewassen. De bankpas werd op non-actief gezet; dat was nóg een zorg minder.

De volgende dag bezochten we het plaatselijke bureau van de Guardia Civil, om formeel aangifte te doen van diefstal. (De Spaanse eigenaresse van het restaurant had de dag ervoor de Guardia en lokale politie gebeld en die waren snel ter plaatse om de situatie in ogenschouw te nemen.) Vóór onze gang naar het politiebureau maakte Pat een tekening van zijn schoudertas en portemonnee en beschreef de volledige inhoud in het Spaans. Dat bleek goed, tijdbesparend voorwerk te zijn. Aan de Spaanse agent aan het loket legde ik uit dat ik vriendin en tolk was van een Britse gedupeerde.

We werden naar een piepklein kamertje gebracht met een alleraardigste jonge politie-agent aan de computer. Hij stelde vragen, ik vertaalde, Pat lichtte toe, de agent typte.  Zijn typesnelheid lag ver beneden mijn Scheidegger-gemiddelde. Twee uur later stond de complete aangifte op papier, met stempels en de handtekeningen van alle betrokkenen; inclusief die van de tolk. Sta ik nu geregistreerd in hun systeem? vroeg ik mij af… (Nee.) Ik weet zeker dat het niet tot aangifte zou zijn gekomen als er geen kans op daderidentificatie zou zijn. Het restaurant heeft echter camera’s in het pand en die zouden de agenten allereerst gaan bekijken. Als de bandito wordt geïdentificeerd of opgepakt, moet Pat terugkomen - eventueel met getuige(n).

Op zondag maakten we een afspraak voor de volgende dag: een vroeg bezoek aan de bank om de bankrekening te controleren en de bankboeken te annuleren. Pat was nog nooit in het nieuwe bankfiliaal geweest dus hij wist niet of men er Engels spreekt. Of ik weer mee wilde gaan? Tuurlijk. Voordat we gingen, lichtte hij toe dat men als een klant van deze bank met de eerdergenoemde libretas geld kan opnemen. Zelfs het feit dat je in bezit bent van zo’n boek, kan voldoende zijn om dat te doen – soms zelfs zonder identificatie. Dat was nieuw voor mij. Hij leek zich terecht zorgen te maken. Wij spraken af een half uur voor opening op de stoep te staan om zo te voorkomen dat iemand met snode plannen de vruchten van zijn bankrekening zou plukken.

We kwamen die ochtend als tweede aan. Op dat moment stond er een man met een rugzak bij het gelduitgifte-apparaat te pinnen. Pat had ogen op steeltjes. Ik begrijp zijn reactie. Het is verdraaid moeilijk om dan niet te profileren als gedupeerde... Het werd snel drukker in de rij achter ons. Rollators, scheve heupen, oudjes, wandelstokken. Ik realiseerde mij dat het de dag van het pensioengeld was! Een van de typisch Spaanse dingen die in zo’n situatie handig is te weten, is dat altijd wordt gevraagd wie “el último”, de laatste in de wachtrij, is. Je vinger opsteken, voldoet.

Er kwam weerzin in mij op toen de kerkklok negen uur sloeg en niemand van het bankpersoneel de kantoordeur openzwaaide. Mijn liefje is CFO van onze kleine familie; zij is de persoon met de meeste affiniteit met geld en degene met het meeste geduld. Dat laatste heb je namelijk hard nodig in Spanje. Banken zijn hier vaak nog admistratief logge en bureaucratische instituten, gespeend van klantenservice.

Momenteel lees ik het boek ‘Dark Towers. Deutsche Bank, Donald Trump, and an Epic Trail of Destruction’ van David Enrich, de financiële editor van The New York Times. De toepasselijkheid van zijn achternaam (Verrijk) ging niet verloren aan mij! Deze bank raakte op disproportionele wijze verstrikt in wereldwijde financiële schandalen en malversaties. Het werk behandelt de ontstaansgeschiedenis van Deutsche Bank (ontstaan in 1870, in de beginjaren van de 20ste eeuw de financier van de Nazipartij en de bouw van Auschwitz), gaat over de eigenaren, de opmerkelijkste medewerkers (voormalig CEO Bill Broeksmit pleegde zelfmoord in 2014) en hun onethische, zelfs criminele gedrag.

Bepaalde zelfbedachte financiële producten die in het boek aan de orde komen, vond ik lastig te bevatten maar dat drukte de leespret niet. De investeringstak van de bank stond aan de basis van de wereldwijde financiële crisis van 2008. Als lezer zie je de ramp voor je ogen voltrekken. DB werd tevens de duistere geldschieter van onroerendgoedmagnaat Donald Trump (al is dat zeker niet het belangrijkste onderwerp in dit boek). Heel interessant!

Ik maakte mijn borst nat en dat bleek terecht. De receptioniste van het bankfiliaal loodste de klanten naar de ticketmachine. Zij vroeg aan ons welke dienst wij nodig hadden. Ik zei dat het ging om het checken van bankpassen en libretas na diefstal.  Zij vroeg naar een klanten-ID waarop ik zei dat die tevens was gestolen. Zij bepaalde vervolgens welk bonnetje wij nodig hadden; overigens zonder toelichting. Ons nummer verscheen op het scherm en wij voegden ons bij loket 1. De loketmedewerker sprak geen woord Engels en vertelde in perfect Spaans dat we niet bij hem maar bij loket 4 moesten zijn.

Wij stonden ruim een half uur te wachten voor de toegang tot loket 4 terwijl latere klanten ons vrolijk voorbijliepen. Zoveel ogenschijnlijke spanning als in Pat ontstond, zoveel ergernis voelde ik in muzelluf opborrelen. Ik stapte maar weer eens op de receptioniste af om te vragen hoe het zat. Hoe lang moesten wij, vroege vogels, nog wachten? Hoeveel laatkomers moesten wij voor laten gaan? De situatie werd elke vijf minuten spannender voor mijn gedupeerde vrienden, klanten van haar bank (Sue was deze keer ook van de partij). Een snoodaard zou in deze tijd met gestolen bankboeken transacties kunnen doen! Kon het niet sneller? Ze keek mij aan, zweeg en typte door. Tja.

Ook in Spanje kent men jaarlijks een prijs toe aan het bedrijf met de slechtste klantenservice. Het is geen paarse krokodil maar de eer is even dubieus. Banken behoren vaak tot de genomineerden en winnen regelmatig. De receptioniste verdient die prijs dit jaar namens haar bank, wat mij betreft. Dat het ook anders kan, bewees haar collega. Na drie kwartier wachten, was het onze beurt al begon het onderhoud met hem evenmin positief. Waar was ons ticket? Bij het loket van zijn collega, daar waar we niet terecht konden. Hij ging eerst op zoek naar het bonnetje voordat hij ons te woord stond. (Echt waar!)

Gelukkig bleek hij over voldoende Engels te beschikken om Pat zelf te woord te staan. De bankboeken werden geannuleerd en de rekening gecontroleerd. Af en toe vroeg ik in het Spaans om bevestiging van zijn uitspraken. Inderdaad, er was geen sprake van misbruik. Opgelucht verlieten we het filiaal. Volgende week liggen een  nieuwe bankpas en nieuwe bankboeken klaar. Als tolk kreeg ik mijn congé. Pat’s aandacht verschoof naar de vervanging van huissloten en het aanvragen van nieuwe paspoorten. Ze hebben nog een lange To Do-lijst te gaan. Adu!