Translate

Posts tonen met het label Balinese driemaandenceremonie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Balinese driemaandenceremonie. Alle posts tonen

zaterdag 4 april 2020

Big ships are like little cities

Afgelopen week las ik een artikel in het tijdschrift Slate, getiteld ‘We’re All on the Cruise Ship Now’ van Amerikaanse journalist Henry Grabar. Het is niet verwonderlijk dat het gaat over leven en overleven op cruiseschepen. Sommige van die schepen zijn drijvende steden en net als in kleine steden aan land leven passagiers aan boord op elkaars lip. In coronatijd blijkt dat extra gevaarlijk. Sommige mensen  verblijven in een ruime cabine met balkon, anderen hebben een gedeelde hut met stapelbedden onder de waterlijn. Sommigen laten zich bedienen, sommigen bedienen anderen. De bevoorrechten krijgen hooguit cabin fever, degenen van de room service brengen hun leven soms dienend in gevaar. Cruiseschip Diamond Princess bleek een omen, een heel slecht voorteken. De meeste passagiers waren besmet voordat ze in quarantaine gingen, de meeste crew werden ziek erna.

Grabar licht toe dat het woord ‘quarantine’ stamt van een Middeleeuwse pratijk in Venetië waar schepen in de haven -om wat voor reden ook- werden afgezonderd. Hij haalt in het artikel de Amerikaanse auteur David Foster Wallace aan die zijn eerdere cruise-ervaring vergeleek met een verblijf in de baarmoeder. How long has it been since you did Absolutely Nothing? I know exactly how long it’s been for me. [..] That time I was floating, too, and the fluid was warm and salty, and if I was in any way conscious I’m sure I was dreadless, and was having a really good time, and would have sent postcards to everyone wishing they were here.

Dat waren nog eens tijden: vrij en veilig relaxen en niksen op het bovendek. Mijn liefje en ik hebben net zulke warme herinneringen aan reizen op een cruiseschip als Foster Wallace. We deden het voor het eerst op een driemaster rond de Middellandse zee toen zij 50 werd, vervolgens in het jaar van de tsunami in Latijns-Amerikaanse wateren (2004), in 2006 op het Groot Barrièrerif van Australië toen de onderwaterwereld nog barstensvol vissen zat en koraalbleking niet aan de orde was, rondom de Galapagoseilanden in 2015 en met MS De Zaandam om Kaap Hoorn eind 2018. Wij kozen doorgaans voor kleinschalige reizen en ons beviel dat zeer. Je hoeft je reistas maar éénmaal uit te pakken en ziet toch veel verschillende bestemmingen, aan boord vind je altijd iets van je gading. Ik sluit niet uit dat we het nog eens gaan doen. Het noorderlicht zien met eigen ogen in hoge noorden van Europa staat  op het wensenlijstje. Voorlopig echter niet!

Warm en zilt zal het nog wel zijn op de plekken die cruiseschepen aandoen maar zorgeloos is deze manier van reizen absoluut niet meer. Cruisen werd zelfs gevaarlijk. Er voeren tot voor kort nog negen schepen met passagiers op oceanen en wereldzeeën. Ze worden inmiddels Covid-19-schepen genoemd. Het zijn drijvende besmettingshaarden die nergens mogen aanleggen. Het beruchtste schip was tot voor kort de MS Zaandam die op 7 maart jongstleden vanuit Buenos Aires op weg ging naar Antarctica (eindbestemming Chili). De Zaandam vaart onder Nederlandse vlag. Er zitten 20 Nederlanders aan boord. Grabar denkt overigens niet dat deze tak van industrie de coronacrisis overleeft.

Mijn allereerste vraag was “waarom vaart een schip nog uit ten tijde van de coronacrisis? ” Mijn tweede vraag was minstens zo prangend “wie stapt er in maart nog aan boord van een cruiseschip?” Dat is toch vragen om ellende?! Het klopt dat, toen passagiers aan boord gingen, er nog geen of weinig besmettingen waren in Zuid-Amerika. Nog geen week later staakten de meeste cruisemaatschappijen hun wereldwijde operaties. De schepen die daarna doorvoeren met passagiers, hebben nu de grootste moeite om ergens te dokken. De kapitein van de Zaandam is Ane Smit van Terschelling, dezelfde man die wij op de eerste dag van onze reis in 2018 blij van boord zagen stappen om Kerst met de familie te gaan vieren.

Smit zal het hedentendage niet erg naar zijn zin hebben, niet als kapitein en niet als zzp'er. Dit Holland America Line-schip vervoerde tien passagiers die positief werden getest op coronabesmetting, vier overleden passagiers (waaronder 1 Nederlander), 73 passsagiers en 116 personeelsleden met griepsymptomen. 1.450 passagiers en crew zonder symptomen werden eerder overgebracht naar MS Rotterdam dat haar grote zus in Zuid-Amerikaanse wateren te hulp schoot.

De Zaandam mocht niet afmeren in Chili, mocht aanvankelijk niet doorsteken via het Panamakanaal om eindbestemming Fort Lauderdale (Florida) te bereiken. In principe weigert de Amerikaanse kustwacht alle cruiseschepen die onder buitenlandse vlag varen. De Amerikaan Orlando Ashford is president van HAL. Hij publiceerde recent een blog over het ‘not my problem-syndroom’. Er speelde zich een humanitaire ramp af op ‘zijn’ cruiseschip en in tijden van crisis moet men elkaar helpen. Toch? Solidariteit was echter ver te zoeken. Ook het gesprek dat Trump had met de gouverneur van de staat leidde niet tot een doorbraak. De kogel is inmiddels door de kerk: de beide HAL-schepen liggen daar aan de kade.

‘Onze’ Ketut zit momenteel als housekeeping-medewerker van een andere Amerikaanse cruisemaatschappij aan boord van een schip dat haar passagiers medio maart in Nieuw-Zeeland overboord zette (niet letterlijk, hoor). Deze week las ik dat de Amerikaanse legerleiding op 3 februari een briefing stuurde naar de Trump-administratie met de waarschuwing dat tussen 80.000 en 150.000 mensen zou kunnen komen te overlijden aan het heersende coronavirus. De president schoof het rapport en het advies van medische experts terzijde. Een ernstige misser die tot nu toe veel levens kostte. (Ik hoop dat deze nalatigheid hem de herverkiezing gaat kosten…)

Het schip -onder Amerikaanse vlag- waarop Ketut vaart, is niet meer op weg naar Miami zoals het plan was maar verlegde de koers naar San Diego/Los Angeles. Ze doen dat heel erg op hun gemak, zag ik op een scheepstracker. Het wemelt daar op dit moment van de cruiseschepen. We videoappten recent met hem via Whatsapp. Ketut vertelde dat de crew het goed heeft aan boord. Naar verluidt, eten ze lekkerder en mogen ze alle faciliteiten van de gasten benutten. Ze slapen nog wel in hun hutten onder de waterlijn; dat wel. De passagierscabines werden grondig schoongemaakt, het betrof een zogenaamde ‘deep clean’.

Wat er vervolgens met hem en zijn collega’s gebeurt, is onduidelijk. Blijft hij aan boord totdat het bedrijf weer gaat varen met passagiers? Een deel van het personeel stapte eerder af. Het schip zal onderhoud nodig blijven hebben en er wordt gestoft en gelucht. Stapt hij bij aankomst aan de westkust van boord en moet hij daar dan in quarantaine? Kan hij vervolgens probleemloos naar Bali vliegen? Moet hij in zijn vaderland dan ook weer in quarantaine (men heeft een voor dat doel afgezonderd eiland in gebruik genomen)? Niemand die het weet.  Nou, niemand... Mijn liefje las op Flipboard dat het moederbedrijf al het personeel dat nog aan boord van de schepen verblijft, zelf naar Bali en de Filippijnen gaat varen.  Daar zou Ketut dan rond 14 april kunnen arriveren.

We zijn blij dat hij voorlopig op een schip zit, gezond en al. Het lijkt ons nu een betere plek dan Bali, dat zich opmaakt voor een coronastorm. De gouverneur van het eiland riep de bevolking op om donderdagavond jongstleden om 18:00 uur lokale tijd te bidden, voor zichzelf en anderen.

We maken ons extra zorgen omdat onze Balinese familie vandaag de driemaandenceremonie voor de baby houdt. In de aanloop naar deze dag vroegen wij vader en moeder separaat of het een goed idee was om die ceremonie onder de huidige omstandigheden te laten doorgaan. Mijn liefje en ik voelden ons moreel verplicht die vraag aan hen te stellen. We realiseren ons evenwel hoezeer zij hechten aan deze Hindoe-ceremonie; vooral Ketut is nogal religieus. Bovendien zijn ze tamelijk bijgelovig. Wat zou afzeggen betekenen voor de start van het leven van dit jongste wereldburgertje?

Beide ouders wilden deze ceremonie inderdaad doorzetten. Ketut noemde het vergoelijkend “only a small ceremony”, volgens Elsa was some family” uitgenodigd. Dat betekent in hun geval drie generaties op visite: twee oma’s en een opa, volwassen tantes en ooms met aanhang, oude en jonge neven en één nichtje, uit verschillende dorpen en uiteenlopende leeftijdgroepen. Wij maakten twee van deze ceremonies mee en ik kan je verzekeren dat 1.5 meter afstand houden tot elkaar zich niet laat verenigen met de ceremoniële praktijken van die dag! En dan die holy man die de ceremonie gaat leiden: in welke gezelschappen was hij hiervoor?! Adu.

De kleine Ketut werd eind december 2019 geboren, als eerste meisje. Wij vertoefden op dat moment op het eiland van de goden. We wisten weliswaar niets van haar komst maar zij kwam, zag en overwon. Na de bevalling bezochten we moeder en kind in het gezondheidscentrum. Elsa was uitgeput maar tevreden: naast haar lag een mooi kind van het vrouwelijke geslacht. Inmiddels kijkt ze aandachtig uit haar grote ogen. Ze wordt omringd door de liefde van drie broers. We zagen grootste broer Yuda op een recente foto met haar op schoot naar een voetbalwedstrijd op tv kijken. Died meid  wordt mij er eentje!

Naar goed Balinees geloof en gebruik wordt haar driemaandenceremonie gehouden op de 105de dag na geboorte. (De Hindoekalender verschilt nogal van onze Gregoriaanse.) Tijdens deze ceremonie wordt dank gezegd aan de krachten van Hyang Widhi Wasa (niet te verwarren met Willie Wartaal) die de baby tot dat moment omringden. Door deze ceremonie wordt het onpure wezentje een mens en krijgt zij een naam. De hare is Santya, roepnaam Santi. Haar papa zal schitteren door afwezigheid. Het goede nieuws is dat arak, de lokale sterke drank, daar momenteel wordt omgevormd tot een desinfecterend goedje bij gebrek aan andere middelen. Proost! 

Vanaf deze plaats wensen we de kleine meid alle goeds toe in deze boze wereld. We hopen dat alle aanwezigen na vandaag gezond blijven.


vrijdag 1 februari 2019

Stoere mannen en wij

Gisteren vond de driemaandenceremonie plaats van kleine Komang in Bali. Elsa, Ketut en andere familieleden waren druk met alle voorbereidingen. Tegenover hun huis werd een bamboe-overkapping gemaakt waar voor alle genodigden zou worden gekookt. Het mannetje overleefde de holy man en de ceremonie en kreeg bij die gelegenheid zijn formele namen en roepnaam: Varen. Niet precies zoals wij dat uitspreken en ook zeker geen varaan. Hij is vernoemd naar een Hindoegod van water. Alles wijst erop dat ook hij een zwemmer wordt. Joehoe!

Inmiddels kwamen we aan in de illustere gemeente van Calama. Ik moet om die aanduiding gniffelen... Veel van de plaatsen hier noemen zich zo en dat zit geen vonkje ironie aan. Wij dachten in een gat in de grond terecht te komen maar deze gemeente heeft ongeveer 170.000 inwoners. De kleuren van vandaag verschilden nogal met de kleuren van de afgelopen dagen. Het eerste deel van het traject, over de pampas, was niet om over naar huis te schrijven. Het latere traject werd dat wel al was de weg niet overal even goed. Het was ook niet vanwege het landschap maar vanwege het verslechterende weer en de lokale omstandigheden dat het memorabel werd.

We reden hoger en hoger, zagen de laaghangende bewolking steeds dichterbij komen en op ons neerdalen. Zoals ik enkele dagen geleden meldde, hebben we momenteel te maken met nat weer op de droogste plek ter wereld. Wij stelden de reis naar deze streek daarom uit en bleven langer plakken in Iquique. Gisteren viel in San Pedro de Atacama in vijf uur tijd net zoveel regen als in een heel jaar. Ik onderzocht even hoe het hier zat met regenval. Op Wikipedia las ik dat in 1974 na 400 jaar weer een miniscuul drupje regen viel.

Nu kwam het dus met bakken uit de hemel. De rivier de Loa, die we vandaag een aantal keren kruisten en waar het niet eens kabbelde, trad in San Pedro in de afgelopen dagen en uren buiten zijn oevers, met nare gevolgen vandien voor lokale bewoners en voor toeristen. De wegen naar de hogergelegen toeristische trekpleisters zijn gesloten. Je mag het gebied waarschijnlijk alleen in onder begeleiding van lokale gidsen maar we doen het liever met de eigen Nomade en op eigen gelegenheid. 

In de lokale krant ‘El Mercurio de Calama’ zag ik foto's en las ik dat er in deze omgeving (tot) 30 millimeter regen viel en hoger zelfs sneeuw. Hier naartoe kregen wij een spatje regen op de voorruit maar de mist vond ik heftiger. Op enig moment had ik bedroevend weinig zicht en geen berm maar het licht gloorde in de verte en daaruit putte ik kracht. Toen we de hoogste heuvel over waren, brak de zon door. We zijn nu op circa 2.600 meter hoogte. Het is fijn om te vermelden dat ik (nog) geen hoofdpijn heb.  (Tijdens onze vorige rondreizen door Centraal Amerika en Zuid-Amerika barstte ik op hoogte elke dag van de pijn in mijn hoofd...)

Mijn liefje meldde zojuist dat Iquique enkele uren geleden een aardbeving had van 4.2 op de schaal van Richter. We hebben tot nu toe de mazzel dat we een stad of gebied net uit zijn als er een beving plaatsvindt. Knock on Wood!

Op de heenreis moesten we stoppen bij de douane. Geen idee waarom, het leek mij vooral administratieve rompslomp. We haalden aan loket A een bonnetje op dat werd afgegeven nadat de ambtenaar één paspoort en de autopapieren inzag en gaven het bonnetje vervolgens 100 meter verderop, voor een slagboom over de weg, weer af. Tja.

Wij verblijven nu in een hotel dat vooral onderdak biedt aan mijnwerkers. Het ligt in een woonwijk dus we hebben weer blaffende honden. Tja. Onze buren, een jong gezin met twee kinderen, komen uit Argentinië en zijn hier eveneens op vakantie. Als je vanuit hun woonplaats in het westen van het land een strandvakantie wilt houden, kun je sneller over de Andes naar Iquique reizen om van strand en zee te genieten (zand hebben ze thuis al genoeg!). We zagen daar overigens veel vakantiegangers uit Peru, Bolivia en Argentinië. Zelfs uit Venezuela. We vroegen enkelen van hen naar de ontwikkelingen die zich momenteel in hun vaderland afspelen maar de meesten haalden hun schouders op.

Hier ligt de grootste (open) kopermijn ter wereld, genaamd Chuquicamata. We passeerden de enorme bouwput reeds op onze route maar gaan er geen excursie maken. Mooi is het niet, bijzonder wel. De groene kleur van de aarde straalde ons van verre tegemoet. 

Wij vroegen ons af of er toekomst is voor dat materiaal. Ik weet niet beter dan dat we vroeger koperen leidingen hadden en nu steeds minder. Voor nu kwam ik niet veel verder dan kookgerei (pannen en magnetrons) maar wat weten wij ervan?! In een webartikel las ik dat koper wordt gebruikt in de bouw en in telecommunicatie, in de opwekking en transmissie van electriciteit, in zware machines en auto’s. De gemiddelde auto bevat 1.5 kilometer koperen bedrading, luxe en hybride auto’s kunnen zelfs tot 45 kilogram aan koper herbergen. Een mens is nooit te oud om te leren. Ook las ik dat de prijs van koper door China’s wereldwijde Nieuwe Zijderoute-projecten alleen maar oploopt.

De parkeerplaats voor het hotel staat vol met grote, stoere auto’s. Onze Grote Nomade valt hier in het niet. De chauffeurs zullen vroeg opstaan, wij niet. Morgen rijden we op ons gemak door naar San Pedro de Atacama dat op circa 2.400 meter hoogte ligt. Eens kijken of de modder inmiddels uit de hoofdstraten is verwijderd. Op de route er naartoe komen we langs mooie plekken maar de vraag is of het wolkendek kleurrijke foto’s toestaat. Rainbow Valley staat onder andere op het programma dus dan weet je het wel... Als professioneel wolkenstaarder ga ik er sowieso iets van maken. 







zondag 21 oktober 2018

Nummer 3

Mijn liefje en ik keerden vandaag moe maar heel tevreden en blij terug van een leuke logeerpartij bij vrienden op Menorca. De blog hierover volgt binnenkort. De regelmatige lezer weet dat wij al tien jaar een Noord-Balinees gezin ondersteunen en met liefde omarmen. Zelf vermoedde ik dat mama Elsa tijdens dit verblijf weleens kon bevallen van haar derde kind en dat bleek een juist voorgevoel. 

Twee dagen voor ons vertrek meldde ze ons na een bezoek aan de gynaecoloog nog dat alles goed ging maar dat de arts  dacht dat het alsnog een meisje zou kunnen zijn. Elsa was een een al opwinding! Na twee jongens zou ze graag een baby girl willen...

Terwijl wij lagen te slapen in een prachtig huis aan een mooie Menorcaanse baai hoorde ik in het holst van de nacht Whatsapp-berichten binnenkomen. Ik stond op, wreef mijn ogen uit, bekeek de berichten en de foto van een jonggeborene in de kreukels en voelde de tranen over mijn wangen stromen... Zo zoet! Op 19 oktober werd nummer 3 geboren, zonder complicaties. Een zucht van verlichting klonk door het huis. Het jongste gezinslid is wederom een mooi ventje. Dezelfde ogen, hetzelfde ronde bolletje, dezelfde kleine neus en flinke oren.

Moeder en kind maken het goed. Het nieuwe mannetje heeft nu dus al veel weg van zijn grote broers. Yuda (11) en Damai (7) zijn, naar verluidt, dol op hem. Voorlopig heeft hij geen geboortenaam. Damai werd naar ons vernoemd (Margitta). Hoe zal het deze keer uitpakken? We gaan het zien en horen. Volgens Balinese Hindoe-traditie krijgt hij zijn naam pas tijdens de driemaandenceremonie. 

woensdag 25 mei 2011

Wachten op de holy man

Ik hees mij aan het begin van deze week weer in het ceremoniële pak. Voor het eerst maakten wij een driemaandenceremonie mee in Bali. Bij alle ceremonies waaraan ik hier tot nu toe deelnam, moest lang, soms zelfs heel lang op de holy man worden gewacht. Deze keer was daarop geen uitzondering en iedereen deed dat op eigen wijze.

Het betrof de ceremonie rondom Kadek, het babybroertje van Yudha. Hij werd in februari jongstleden geboren maar behoorde als zuigeling in de eerste drie levensmaanden aan de Balinese hindoegoden toe. Het Balinees hindoeïsme staat bol van de rituelen en kent talloze bijgeloven. Kadek is volgens Hindoetraditie direct na zijn geboorte nog geen aards wezen. In de Engelse taal noemt men dat 'a pre-born infant'. Dat klinkt als een contradictio in terminis... Desalniettemin mochten zijn voeten tijdens die maanden de grond niet raken, hij mocht niet worden meegenomen naar een tempel en bij voorkeur ook niet naar elders gaan. Doktersbezoek dat niet kan worden uitgesteld, is zo ongeveer de enige uitzondering.

Balinese hindoes zijn tevens van mening dat een pasgeboren baby zeer ontvankelijk is voor negatieve invloeden van buitenaf. Die moeten dan ook worden voorkomen. De baby werd om die reden in de eerste levensmaanden verzorgd te midden van en door de directe familie. Na de geboorte werd de placenta (beschouwd als het kleine broertje of zusje van de baby) begraven in het dorp van de Hindoefamilie; men offert elke dag opdat de goden het nieuwe Balineesje gunstig zullen zijn gestemd.
De formele viering van de geboorte van een Balinese baby vindt dus pas in de derde levensmaand plaats. Dat neemt niet weg dat Elsa haar Kadekje als moeder direct na zijn geboorte aan haar hart drukte. Voor haar zijn hindoeceremonies minder voor de hand liggend want deze moslima van geboorte werd hindoe om met Ketut te kunnen trouwen. Zij houdt zich echter aan alle hindoeïstische rituelen.

Als ik antropologe zou zijn, zou ik die uitgestelde viering van de geboorte heel anders verklaren: ooit moet het aantal baby’s dat stierf in de eerste drie levensmaanden in deze contreien zeer hoog zijn geweest. Ik vond recente gegevens waaruit blijkt dat er hedentendage 28 zuigelingen op elke 1.000 Indonesische baby’s sterven voordat zij het eerste levensjaar bereiken. In Nederland zijn dat er 4 per 1.000 borelingen. (Ook dat aantal is hoog in vergelijking tot het gemiddeld aantal van 3 in overige Europese landen.) Het Indonesisch cijfer is daarbij vergeleken sky high maar het gaat de goede kant op: in 2003 betrof het sterftecijfer nog 38 baby’s.

Wij maakten dus recent de geboorteceremonie mee van kleine Kadek. Hij ontving bij die gelegenheid tevens zijn aardse naam: Damai. Ik was geroerd toen ik zijn toekomstige naam hoorde. Het betekent ‘vrede’ en dat wensen mijn liefje en ik dit lieve manneke en het gezin waarin hij thuishoort van harte toe. Naar verluid begrijpt Elsa’s Balinese schoonfamilie niet waarom hij zo moet heten; ze vinden hun keuze niks. Wij wèl: in die familie is namelijk altijd kinnesinne, vooral om geld dat sommige familieleden besteden alsof het kokosnoten zijn... Zo is de geldlust van Ketut’s oudste broer er de reden van dat de jonge broer op een cruiseschip is gaan werken. Iedereen behalve die broer realiseerde zich voor zijn vertrek dat de afstand tot zijn gezin en zijn geliefde eiland hem doodongelukkig zou maken.

Vader Ketut woonde de driemaandenceremonie van zijn jongste zoon niet bij, tot zijn grote verdriet. Hij is nog steeds werkzaam op het Amerikaanse cruiseschip Regent Seven Seas al begon hij inmiddels aan de laatste etappe van zijn reis. Vanaf nu tot aan zijn terugreis naar Bali vertoeft hij in Alaska. Hij heeft het erg koud, vertelde hij ons recent aan de telefoon; hij draagt dagelijks vier t-shirts, een trui en mijn windjack om op temperatuur te blijven. We tellen met hem af tot begin juli. Voor dat doel maakte ik een tekening die nu in de keuken hangt. Elsa en Yudha vinken daarop de dagen tot het weerzien samen af.

Het was bijzonder om zo’n driemaandenceremonie als Westerse buitenstaander mee te maken al beschouwen Elsa en Ketut ons als familie. Wij wilden haar sowieso op die dag graag een beetje extra steun geven. Zij stond er in de aanloop naar deze ceremonie tamelijk alleen voor en dat was goed te merken: ze was gestresst en afwezig. Als ik vroeg naar de reden van de zorg, was er altijd wel iets dat iemand uit haar schoonfamilie haar had aangedaan. Mèt haar ben ik blij dat het achter de rug is.

Kadek is de naam voor het tweede kind in een gezin maar het betekent ook ‘glimlach’. Die naam past dit ventje nu al goed! Kadek Damai’s derde naam is Margita; de goede verstaander begrijpt dat we zijn vernoemd! Een mooi gebaar van de beide ouders. Zijn vierde naam is Sanjaya. De holy man had de grootste moeite met de reeks. Kadek kon hij nog behappen maar de rest van zijn naam werd regelmatig verbasterd of onjuist uitgesproken. 'Verleden botst met heden', was mijn conclusie. Elsa en ik keken elkaar tijdens de ceremonie veelbetekenend aan.

Hij beseft het nu nog niet maar Kadek Damai Margita Sanjaya heeft er twee liefhebbende oma’s bij. Een separaat webalbum van deze gelegenheid -met onderschrift, deze keer- is te vinden bij mijn overige albums.



dinsdag 11 januari 2011

We vliegen uit

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik gereed ben om Bali tijdelijk te verruilen voor Spanje. Sinds het besluit ons niet permanent in Bali te vestigen, denk ik vaker aan ons tweede Vaderland. Het is niet bepaald een straf om te wonen in een land dat op de 20ste plaats staat op de ranglijst van beste woonoorden ter wereld. Mind you: Indonesië staat op plaats 108 en Nederland op 7.
Ik dacht aan de witte stranden van de Costa Blanca, aan ons zonnige appartement op de golfbaan, aan zelf kokerellen met een fraai glas Spaanse wijn onder handbereik en aan alle andere facetten van het leven in een Zuid-Europees land. Voor nu zie ik op tegen mogelijke kou: we liepen immers het afgelopen half jaar uitsluitend in korte broek en teenslippers. Naar het zich laat aanzien, schijnt de zon bij aankomst. Ik kijk uit naar een warm weerzien met enkele goede vrienden die hun komst naar Spanje al hebben aangekondigd.

Ik hoop het dagelijkse zwemmen in de komende weken te kunnen continueren. Een haaienpak zou daarbij uitkomst bieden. In de afgelopen maanden bouwde ik in de eigen infinity pool een goede conditie op. Onderwaterzwemmen kan nu langer en verder, het lukt zelfs alleen op armkracht (zonder beenslag). Een mens kan er in de tropen vreemde hobby’s op gaan nahouden. Ik heb zelfs het idee dat mijn toegenomen longcapaciteit mij drijfvaardiger maakte; ik kom sneller bovendrijven?! Het bevestigt mijn eerdere vermoeden: in mijn vorige leven moet ik zeezoogdier zijn geweest. De mens ontwikkelde zich ooit uit een waterwezen maar dat bedoel ik niet.

De belangrijkste reden om naar het Spaanse honk terug te keren is van medische aard. Mijn liefje krijgt medio januari weer een grote beurt van het Oncologieteam in Hospital San Jaime. Als de resultaten goed zijn -we hebben thans geen reden daaraan te twijfelen - keren we in februari naar Bali terug. We hopen onze tropische villa tijdens ons volgende verblijf te kunnen verkopen.

Bij terugkomst zal Elsa’s tweede baby hoogstwaarschijnlijk zijn geboren, als ik de geluiden goed interpreteer. We dienden een lijstje met jongens- en meisjesnamen in bij de aanstaande moeder. 'Mega' (wolk), 'Yasmina' en 'Ramses' waren mijn suggesties, 'Ixora' en 'Pieter' (van pienter) de favorieten van mijn liefje. De naamgeving van een baby verloopt bij Balinezen sowieso anders dan bij westerlingen. Bij de driemaandenceremonie mag een Balinese baby voor de eerste keer met de voetjes de grond aanraken. Pas op dat moment worden alle banden met het goddelijke verbroken en krijgt het kind zijn of haar aardse naam toegewezen.

Vader Ketut zal dan nog niet terug zijn van zijn reis aan boord van cruiseschip Regent Seven Seas. Hij wil nog steeds heel graag naar huis, is nog regelmatig ziek maar het feit dat men zijn verjaardag vierde aan boord met gezang en kado’s deed hem goed. Hij ontving bij die gelegenheid een digitale camera. Nu kan hij ook zijn beeldimpressies delen met het thuisfront als hij in juni terugkeert. De ruime voorraad kusjes van Yudha zal ervoor zorgen dat mijn liefje het tijdelijke afscheid goed zal kunnen doorstaan. Ik zal eventueel bijspringen. Ook zal de branding van de Balizee en de dagelijkse frangipani achter het oor worden gemist, al is het voor even.

Mijn liefje en ik vliegen wederom huiswaarts in de Airbus 380, die immens grote vogel. De motoren van de A380 van Singapore Airlines zijn van een ander merk dan de motoren van Qantas die een ontwerpfout bleken te bevatten. De Australische maatschappij hield de vliegtuigen dan ook aan de grond terwijl de Aziatische maatschappij gewoon doorvloog. Een cozy tweezitter op het bovendek is voor ons gereserveerd. Het wordt weer een lange zit maar ik verheug mij op films kijken, met een Singapore Sling onder handbereik.
Als het aan de Italiaanse fabrikant 'Avioninteriors' ligt, wordt staand vliegen weldra werkelijkheid. Enkele jaren geleden maakte Michael O'Leary -CEO van RyanAir- de opmerking dat hij die manier van reizen serieus overwoog voor zijn luchtvaartmaatschappij. De Ierse zakenman deed vaker opmerkelijke uitspraken dus zijn toehoorders dachten aanvankelijk dan hij een grap maakte. Hij bleek bloedserieus te zijn en het is eerder een feit dan gedacht. Met de SkyRider is staand vliegen werkelijkheid geworden. Je staat niet echt maar zitten kun je het ook niet noemen. Het wordt niet voor niets 'vertical seating' genoemd. De zitting is dermate schuin geplaatst dat het niet de billen zijn die het lichaamsgewicht van de reiziger dragen maar de benen. Mensen die de zitting uitprobeerden, ervoeren het alsof ze als onervaren ruiters te paard zitten... De vliegtuigstoel zal derhalve geschikt zijn voor vluchten tot 3 uur.

Mijn volgende blog zal vanuit de Costa Blanca worden gepubliceerd. Tot later deze week (leo dovente)!