Translate

Posts tonen met het label snorkelen op Bali. Alle posts tonen
Posts tonen met het label snorkelen op Bali. Alle posts tonen

dinsdag 24 december 2019

Ocean Women Warriors

In de Jakarta Post van gisteren las ik een mooi artikel over een wetenschapper, genaamd Intan Suci Nurhati. Ze is van heel bescheiden afkomst, werd 36 jaar geleden geboren in een familie in West-Jakarta. Onlangs werd ze door National Geographic verkozen tot een van de 40 invloedrijkste vrouwen ter wereld vanwege hun deskundigheid. Intan is een paleoclimatologe en paleo-oceanografe. Ze doet onderzoek naar oceanen in hun vroegste omstandigheden. Ze noemt zichzelf daarom een tijdreiziger en voor haar is er niets mooier dan dat. Een vrouw naar mijn hart!

Ze wilde aanvankelijk architecte worden. Ze was goed in alle vakken van de middelbare school, behalve Engels. Ze zocht daarom naar een mogelijkheid om die taal in de praktijk te beoefenen en onderzocht alle beurzen die Engelstalige landen aanboden. Zo kwam ze terecht bij een beurs om milieukunde te gaan studeren aan de Wesleyan universiteit (Connecticut, VS). Je zou kunnen zeggen dat ze  per ongeluk in de wetenschap terechtkwam… Ze is de eerste in Indonesië die geld ontving om een systeem op te zetten voor meting van verzuring van oceaanwater en koraalbleking in West Nusa Tenggara. Zij zet zich met name in om vrouwen aan te sporen tot een wetenschappelijke studie. Zorg voor oceanen is haar andere prioriteit. De uitdrukking ‘Srikandi Bahari’ (titel van mijn blog) is van haar.

Diezelfde dag gingen mijn liefje en ik met de jongens snorkelen rondom Pulau  Menjangan, een klein atol in de Balizee op ruim 1 uur rijden van ons resort en een half uur varen vanaf de kust. Herteneiland is onderdeel van nationaal park Bali Barat. Het was de eerste keer dat zij dat met ons gingen doen. We stelden het Yuda (12) al jaren voor maar hij stond nooit te trappelen om de onderwaterwereld met eigen ogen te beleven. Tot dit jaar! Ik denk dat het enthousiasme van zijn jongere broer Damai (bijna 9) daarin een rol speelde. Hij is een nóg betere zwemmer dan Yuda en komt op ons over als nieuwsgieriger dan zijn grote broer. Dat maakt ons niet veel uit, ieder heeft zijn of haar karakter en tempo van exploreren.

Onze vaste chauffeur Mister Zaï bracht ons ernaar toe. In de afgelopen jaren werd het snorkelen daar flink duurder. De toegang tot het park is voor lokalen Rpi 15.000 (circa €1), buitenlanders betalen het dertienvoudige. De verhouding is wellicht zoek maar het te betalen bedrag is acceptabel. Daarnaast betaalden wij voor de boot, de officiële gids, de snorkelactiviteit en één paar vinnen (die van mij pasten vanwege de vele kadootjes niet meer in mijn reistas). Wat ik wel heel jammer vind, is dat er met al die inkomsten geen faciliteiten als een degelijke parkeerplaats, toegangsweg en -belangrijker- een fatsoenlijke douche, toilet en omkleedruimte mogelijk zijn. Daarin blijft Bali belabberd…

Desalniettemin kon het avontuur beginnen! We kozen een fantastische dag uit. Nu het regenseizoen hier is begonnen, kun je dagelijks een tropische regenbui verwachten. Die vallen doorgaans na 13:00 uur dus wij gingen die ochtend vroeg op pad. Op een rustige, kraakheldere zee staken we naar het eiland over. We waren niet de enigen maar druk was het niet. Het was voor het eerst dat ik herten in de branding ontwaarde. Dat was niet verwonderlijk want de begroeiing op het eiland oogde gortdroog, de regen kwam dit jaar relatief laat.

De gids nam de jongens onder zijn hoede, bood hen een fluoriserende reddingsboei waarop ze konden drijven terwijl ze onder water keken. Mijn liefje gebruikte voor het eerst een SUBEA Easybreath-masker. Toen het ding jaren geleden op de markt verscheen, probeerde ik het uit. Dit masker bedekt het volledige gezicht waardoor je door neus en mond kunt ademen zonder pijp terwijl je kijkt. Ik vond het teveel masker, het nam teveel van mijn zicht weg en daarom besloot ik niet tot aankoop. Onze Engelse buurvrouw in Spanje kocht het ding wel maar kreeg het gebruik niet onder de knie; het masker liep constant vol met water. Dat begreep ik toen ik het apparaat inspecteerde: het essentieelste onderdeel, de oranje pijp, ontbrak namelijk. Ik bood aan dat voor haar te kopen en aan te brengen maar ze wilde niet meer. Wij namen het masker dankbaar van haar over. Mijn liefje vond de snorkelpijp in haar mond en zout water in haar ogen sowieso gedoe dus dit was een prima overstap.

Zelf ging ik met een geoefende backroll aan de andere kant van de boot ter water. Wow. Het oceaanwater was warmer dan het zwembadwater! En wat konden we ver kijken, hoe weinig plastic dreef er rond! Voor Boyan Slat was duiken in een plasticsoep rondom Bali een van de sterkste aanleidingen voor het oprichten van de Ocean CleanUp en het ontwikkelen van zijn grote stofzuiger. 

Op enig moment kwam kikkervisje Damai op eigen gelegenheid op mij af gezwommen. Hij was, het verbaasde geen van ons, de eerste met genoeg zelfvertrouwen om dat te doen. Als een professional maakte hij het OK-gebaar met zijn lange vingers. Hij stak zijn hand uit en samen snorkelden we verder. Regelmatig wees ik hem op bijzonderheden en soms dook ik onder om het hem aan te wijzen. Hij deed weldra hetzelfde, mijn naam door zijn pijp roepend. Hij wees mij zelfs op een verdwaalde plastic zak die ik gezwind pakte en in mijn zwembroek stak. In tegenstelling tot Intan (die een koraalallergie heeft!) raakten wij niets aan. Yuda dreef verderop in zijn eentje op de band. Ik hoorde hem af en toe verrukt door zijn snorkelpijp roepen.

Tijdens de rest van de snorkelpartij verdween de brede glimlach niet van mijn gezicht. De ventjes vonden het minstens zo leuk en mooi als wij het hen hadden voorgesteld. Tick in the Box. We hoeven deze jongelingen niet meer te vertellen hoe bijzonder de oceaan is en hoe voorzichtig ze met afval zoals plastic moeten omgaan. (Bali deed plastic gelukkig op heel veel plaatsen in de ban.) Mijn liefje was de enige die die dag een schildpad zag zwemmen. De bofkont. Dat komt waarschijnlijk door dat panormavenster…

Prettige kerstdagen gewenst!


vrijdag 24 juni 2011

Vrouw van Atlantis

Gisteren snorkelden we in Menjangan. Het was bijzonder rustig qua bezoekers terwijl de zomervakantieperiode in andere delen van de wereld toch al ruimschoots is aangebroken?! Toen ik de schipper ernaar vroeg, zei hij dat het door de golven op zee kwam... Ik zag wel dat de Indonesië-vlaggen op de vissersboten die naar de overkant varen, strak in de wind stonden. Maar tegelijkertijd zag ik kleine schuimkoppen op het water. Dat ligt hoogstwaarschijnlijk aan mij: ik verbleek niet gauw bij hoge golven!

Eenmaal te water was er veel te zien. Zolang je horizontaal ligt, is er niets aan de hand. Zodra je verticaal gaat, klotsen golven met enige regelmaat in gezicht en snorkelpijp. Zelf vind ik dat geen probleem maar mijn liefje kreeg er snel genoeg van. Zij zwom terug naar het -witte- strand waar ze (dode) schelpen raapte. Ze vond jonge, fossiele Nautilusschelpen waarop je de logaritmische spiraal goed kunt zien. En het betrof een grote fossiele doopvontschelp die ze van de gids mocht meenemen. Die gaat dienstdoen als zeepbakje in de logeerbadkamer.

Met haar veilig aan wal, snorkelde ik nog even verder. Ik voel mij als een vis in het water en geniet met volle teugen van zo’n uitje. Op dat soort momenten overkomt mij een intens gevoel van geluk. Ik nam veel vissen waar, constateerde een grote variëteit en zag bovendien veel grote exemplaren. Ik zag vele kleuren koraal, veel levende doopvontschelpen en levende conussen. Ook zag ik een paar verschijningsvormen en soorten vis die nieuw voor mij waren: een donkerpaarse papagaaivis met een knalrode bek met daaromheen een signaalblauwe rand, een kleine rood-oranje-gele vis met een mathematisch rechthoekige rugvin, een azuurblauwe middelgrote vis met lichtbruine stippen en strepen, een echte snuit en een waaierstaart. In eerste instantie dacht ik bij die laatstgenoemde vis dat het een soort lion fish was (koraalduivel). Oppassen geblazen, dus. Het dier verschool zich onder een koraalplateau maar door een kijkgat zag ik het goed, als in het vizier van een camera. Mooi was het.

Ik denk dat het onderwaterzicht tenminste 30 meter was. Er was bovendien geen plastic zak te bekennen. Joehoe! Wel waren er overal duikers die uit de diepte opdoemden. Op enig moment, terwijl ik boven een koraalplateau hing, omringden grote zuurstofbellen mij. Het voelde als een full-body massage en ik wentelde mij erin. Er zwom kennelijk een groepje duikers in een grot onder mij?! Een enerverende ervaring waar geen spa tegenop kan.

We lunchten bij Mimpi Resort dat aan een baai van het Bali Barat National Park ligt, op circa 10 minuten rijden van de aanlegsteigers van Menjangan. Het is een boutique hotel met een mooi gelegen, goed restaurant. We dronken er een vakantiedrankje als aperitief en ik smulde van dooie inktvis met klassieke, versbereide tartaarsaus. Calamarisringen zodanig bereiden dat ze supermals en heet op tafel komen, is geen sinecure. Hier lukte het. (Veel Spaanse restaurants of tapasbars kunnen dat ook!)

Midden 70'er jaren was er op de Nederlandse TV een serie die 'De man van Atlantis' heette. Patrick Duffy speelde in die serie de hoofdrol, als overlevende van het Koninkrijk Atlantis. Zijn lichaam spoelde na een zware storm aan de kust van Californië aan en werd gevonden door een oceaanwetenschapper. Hij bezat kieuwen in plaats van longen en tussen zijn tenen en vingers zaten vliezen. Hij kon heel hard zwemmen en extreem lang onder water blijven. In de serie was hij een vechter tegen het kwaad dat oceanen bedreigt. Ik volgde de serie gebiologeerd. In die tijd was ik al in bezit van alle mogelijke zwemdiploma’s, deed aan wedstrijdzwemmen en schoonspringen, gaf zwemles aan kinderen en was al jaren geen practiserend katholiek meer. Die laatste opmerking slaat ogenschijnlijk nergens op gezien de context, maar toch schrijf ik dit bewust. Ik 'bad' namelijk op eigen wijze voor natuurlijke zwemvliezen, net als Patrick... Niet tot God maar tot de godin van de zee. Het mocht niet baten.

Het verloren continent Atlantis heeft mij altijd geïntrigeerd. Het zou zijn bevolkt door een geavanceerde beschaving en volgens sommige wetenschappers zou deze beschaving de voorloper zijn van onze huidige beschaving. Jaren geleden kocht ik het boek 'The Atlantis Blueprint – Unlocking the mystery of a long-lost civilisation' door Rand Flem-Ath en Colin Wilson. Deze week las ik het uit. Ik vond het uitermate boeiende lectuur met zeer interessante hypothesen. Het komt in het kort op het volgende neer: 100.000 jaren geleden bestond er een wereldwijde maritieme beschaving. Deze mensen van Atlantis zijn verantwoordelijk voor de bouw van religieuze gebouwen over de gehele wereld, als Giza, Machu Pichu, Jerusalem, Lhasa, Carthago, Luxor, Angkor, Quito, Rosslyn en ga zo maar door. Die liggen allen langs strict geometrische lijnen op de wereldkaart en dienden als bakens voor deze intelligente oceaanvaarders. Atlantis is vergaan door een immense natuurramp die ze voorzagen. Ik vond de zoektocht van de heren degelijk en overtuigend. Ze menen dat Atlantis onder de westelijke ijskap van Antarctica ligt. Mijn zwemvliezen bevriezen accuut bij de gedachte aan die plek!


maandag 20 juni 2011

Koraalridders

Op 5 juni jongstleden, World Environment Day, werd de Indonesische Kalpataru-onderscheiding uitgereikt aan de Balinese eco-activist Wayan Patut. Hij werd daarmee officieel gelauwerd als redder van het milieu. Deze man, die voorheen koraal hakte voor gebruik in de bouw en wier collega’s visten met gebruikmaking van explosieven, is al jaren actief in het herplanten en restaureren van koraal rondom zijn geboorte-eiland Serangan (ten Zuiden van Sanur). Met collega’s plantte hij daar inmiddels meer dan 35.000 koralen en herstelde daarmee zo 3 (van de 5) hectare verwoeste oceaanbodem.

In 1997 zorgde El Niño wereldwijd voor een verhoging van de temperatuur van oceaanwater waardoor onder andere veel Balinees koraal verbleekte en doodging. De gevolgen leken rampzalig. Het tij lijkt te keren... Een recent onderzoek van Conservation International bevestigt dat het goed gaat met de koraalriffen rondom Bali. Een team van wetenschappers onderzocht 33 duikplekken rondom het eiland en verbleef 350 uur onder water.

“The ratio between live and dead coral is [now] seven to one. This is remarkable” volgens de directeur van Conservation International Indonesia Ketut Sarjana Putra. “The coral has recovered strongly thanks to the ocean’s good upwelling system that brings lower temperature currents to the surface”. Het koraal rondom Bali lijkt goed bestand tegen klimaatverandering. Het percentage levend koraal verdubbelde sinds 1997. In Menjangan was de koraaldekking toen circa 15% maar nu 50%. Tien à 15 jaar geleden was het koraal in Amed zwaar beschadigd; er was toen sprake van een dekkingsgraad van slechts 10%. Ook daar blijkt het precentage te zijn gestegen naar 50%.
Het team trof 393 soorten koraal aan, waaronder twee nieuwe soorten in Padangbai en Amed: Euphyllia and Isopora, gevonden op 40 meter diepte. Een van die nieuwe koraalsoorten, bubble coral, is opgenomen in het foto-overzicht (eerste foto, linksboven) dat afkomstig is van Conservation International.

Topwetenschappers die onderdeel uitmaakten van het onderzoeksteam telden tevens het aantal soorten tropische vissen dat zij onder water aantroffen: het bleken er 952, waarvan 8 nieuwe soorten die nergens anders op de wereld voorkomen. Ze werden aangetroffen in Pemuteran, Gilimanuk, Tulamben en Nusa Dua.

Dat zocht ik uit. Het betreft een nieuwe soort straalvin (Stephanolepis), twee soorten kardinaalvis (Apogon en Siphamia; 1 en 10), een soort zeegrondel (Grallenia; 2), een soort kongeraal (Heteroconger; 3/4), twee soorten dwergzeebaars (Manonichtys en Pseudochromis; 5/6 en 9), een soort lierstaartblennie (Melacanthus; 7) en een nieuwe soort zandbaars (Parapercis; 8). Een beetje aquariumnerd loopt het water nu in de mond! Ik snorkelde in alle genoemde Balinese wateren, behalve rondom Nusa Dua. Zelf aanschouw ik tropische vissen en koralen het liefst in open water.

Maar niet alles in de Marine Rapid Assessment Program Survey 2011 stemde optimistisch. In de wateren rondom Bali werden tevens enorme hoeveelheden plastic afval aangetroffen die koraal ervan weerhouden tot fotosynthese over te gaan. Dat proces is nodig om licht te kunnen omzetten in zuurstof dat koraal in leven houdt.

“In many sites, we found litter and mud fouling the reef as well as abandoned nets tangling the corals,” aldus Sarjana. Vooral Sanur, Melaya en Candidasa zijn in dat opzicht probleemgebieden. De onverschilligheid jegens het milieu en het gebrek aan afvalbeheer op Bali is mij al lang een doorn in het oog. Ik mopperde al bloggend dan ook al vaak over het kwaad dat plastic heet.

Deze week ga we nog één keer snorkelen in Menjangan voordat we naar Spanje afreizen. In het droge seizoen, als de monsoon niet heerst, kun je onder water minstens 50 meter ver kijken. Dit snorkelparadijs was voorheen beroemd om zijn rode rifplateaus maar die zijn er naar mijn weten niet meer. Wel vind je nog steeds grote hoeveelheden gorgonen (zacht koraal) die tegen de steile wanden op de stroming meebewegen. Eens kijken wat ik er deze keer aantref. Het vorige snorkeluitje was met Saskia en Kirk, in het regenseizoen.
Ik zag er toen voor het eerst grote hoeveelheden plastic onder water drijven. Geen fijn gezicht, het materiaal was soms letterlijk 'in my face'. Ik vroeg de gids van het nationale park waar dat afval vandaan kwam. Volgens hem kwam het met de stroming mee uit Java. Een bekende reactie. Volgens Balinezen komt overlast per definitie daar vandaan. Ik weet beter: er zijn (tè) weinig Wayan Patuts op Bali!


zaterdag 9 oktober 2010

Naar de b(h)aaien

In de afgelopen dagen maakten mijn liefje en ik een uitstapje naar de Karangasem-regio. Die streek in het oosten van Bali is vooral bekend om de goede snorkel- en duikplaatsen in de vele baaien. De reisgidsen die ik ter voorbereiding las, spraken over een 'droge, arme streek'. Ik verwachtte door een onontwikkelde streek te trekken. Dat bleek niet te kloppen. Ik vond een grote keuze aan resorts en cottages, leuke restaurants, een heel ontspannen beachlife met overal douches langs het strand en werkelijk prachtige baaien. Soms met keien, met zwarte en met witte stranden. Kleinschaligheid is hier het woord. Ecotoerisme op zijn best!

Na een heerlijke cappuccino in het kleine vissersdorp Kubu, besloten we door te reizen naar Amed, gelegen voorbij de baai van Jemeluk. De eerste tewaterlating vond daar plaats. Er ligt een Japanse onderzeër op circa 10 meter van het strand. Mijn liefje en ik gingen samen te water. Ketut, die niet kan zwemmen, bleef aan wal, genoot van nasi goreng en paste op de spullen. Tijdens dit snorkelavontuur zag ik voor het eerst van mijn leven met eigen onderwaterogen een gezonken scheepswrak. We keerden vanwege toegenomen golven met enige moeite veilig naar het strand terug maar mijn camera gaf er de brui aan. De boodschap op het scherm zegt: 'haal de alien uit de camera voordat je onder water gaat'. Ik verwacht die juist onder water?! Het is niet de eerste keer dat een onderwatercamera van mij hapert in Balinese wateren. Adu!

Ons hotel en het belangrijkste reisdoel van de afgelopen dagen lagen echter in de baai van Tulamben. Dat dorp ligt aan de noordoostkust van Bali, tegenover Lombok. De biodiversiteit in de wateren van Tulamben maakt de baai tot een van de beste duiklocaties ter wereld. Het heeft zelfs een gezonken scheepswrak voor de deur!
Het wrak van de 'USAT Liberty' (United States Army Transport), een Amerikaans vrachtschip (120 meter lang), ligt circa 30 meter van het strand in glashelder water. In 1942 werd het op weg van Australië naar de Filipijnen door een Japanse onderzeër getorpedeerd. Daarna werd het schip naar de haven van Singaraja gesleept maar onderweg maakte het zoveel water dat het op het strand van Tulamben werd neergelegd. De scheepslading en de bemanning konden zo worden gered. In 1963 zonk het vrachtschip alsnog naar de bodem van de zee toen de vulkaan Gunung Agung op Bali uitbarstte en lava de zee in liep. Die lavastroom duwde de Liberty de zee in. Je kunt het wrak vanaf het strand snorkelend benaderen.
Het werd wederom een bijzondere ervaring. Ik zwom nietsvermoedend van de branding weg en ineens doemde het daar in de diepte op... mijn hart sloeg een keer over. Wat het nog bijzonderder maakte, was dat ik, op weg naar de boeg van het wrak in een heel grote school jack fish terechtkwam, grote zilveren vissen die als een kluwen met de stroom meebewogen! Als ik stil bleef liggen, benaderden zij mij tot op 10 centimer. Als ik mijn flipper bewoog, namen ze even afstand om snel weer dichtbij te komen. We zwommen samen op, zogezegd. Vissen zijn nieuwsgierig, net als ik. Het is jammer dat ik mijn onderwatercamera niet meer kon gebruiken; dan had ik jullie deelgenoot kunnen maken van het synchroonzwemmen en de andere, grote kleurrijke meezwemmers. De ervaring staat op eigen harde schijf gegrift.

De volgende dag stonden de Coral Garden en de Tulamben Wall (alias de Drop Off) op het waterprogramma. Die duik- en snorkelplek lag pal voor ons hotel. Voordat ik te water ging zag ik echter iets dat ik niet eerder zag. Ik denk bijna zeker te weten dat het 'mudskippers' zijn (behorend tot de goby-familie). Het zijn kleine vissen die korte tijd op het droge kunnen vertoeven. Ze hebben vinnen die als pootjes dienen, goed te zien op de foto. Ik zag ze in de branding op een rots zitten. Als er een golf aankwam, doken ze als vliegende visjes het water in. Een prachtig gezicht. Te water raken met flippers over glibberige kiezels en keien, in een heftige branding was overigens een worsteling. Ik zorgde persoonlijk voor veel vermaak voor degenen die hadden besloten aan wal te blijven. Verstandige mensen. Ik lag er echter vroeg in: 7:30 uur.

De koraaltuin van Tulamben was de moeite zeker waard. De ochtendregenbui was net voorbijgetrokken. Dat is doorgaans een goed moment om grote en kleine vissen te zien die naar het wateroppervlak komen voor extra zuurstof. Het koraal begint op een diepte van circa 3 meter vanaf het strand. Even naar links zwemmend, zag ik een kunstmatig rif, een onderwaterplateau in de vorm van van een vliegtuig, dat inmiddels door hard en zacht koraal wordt bezet. Ik zag anemoonvissen, kardinaalvissen en een aantal voor mij nieuwe soorten koraalvissen, onder andere de gestreepte zoetlipvis (foto). De leukste van het nieuwe gezelschap!

De oostkust van Bali staat ook bekend om de lontar-palmen, de beschilderde, traditionele vissersboten (jukung) die als sardientjes op de stranden liggen en de traditionele, handmatige zoutwinning. Bovendien is de Gunung Agung (3.171 meters hoog), Bali's actieve vulkaan, te allen tijde te zien. Een aantal omgevingsfoto's is opgenomen in mijn online diashow. We kochten zakjes Garam Amed. Toprestaurants in heel Bali gebruiken het ambachtelijke zout. Dat misstaat dus zeker niet in Elsa's keuken!


dinsdag 3 augustus 2010

Time to say goodbye

Zelf werd ik er nooit goed in, afscheid nemen, al deed ik het tot nu toe vaak. 'Elk afscheid is de geboorte van een herinnering', aldus de Spaanse schilder Salvador Dali. Ik koester dan ook vele herinneringen aan momenten van uiteengaan. De meeste herinneringen zijn positief omdat een weerzien volgde. Sommige zijn pijnlijk omdat ze een afscheid voor altijd bleken.

Mijn kinderjaren en mijn jeugd bracht ik op één plek door. Toen mijn ouders trouwden en in het Westland gingen wonen (vader kwam uit militaire dienst in het buitenland en moeder was migrant uit de Oost-Nederlandse grensstreek) bleken zij nogal 'honkvast'. Dat werd niet op mij overgedragen, in tegenstelling tot mijn familieleden. Ik beschikte over reislustige genen; andere en verre oorden hadden en hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij. Toen ik volwassen was en zelfstandig ging wonen, begon het verhuizen. Ik woonde op zes locaties, gelegen in drie Nederlandse provincies. Afscheid nemen was toen nog niet prominent in mijn leven; mijn dierbaren woonden immers op rijafstand.
Eenmaal met mijn liefje samen volgden woonoorden in drie buitenlanden. Daarmee kwam ik pas ècht op afstand te wonen: eerst op een uurtje vliegen, daarna op 2.5 uur en thans op circa 15 uur reizen voor een weerzien. Dat alles had in de loop der jaren zijn weerslag op vriendschappen en andere relaties: sommige verwelkten, andere bloeiden juist op. Afscheid nemen werd een constante in mijn leven. Zoals gezegd, ik ben er niet goed in en wennen zal het nooit...

Nu woon ik tijdelijk op Bali. Pauline was onze eerste welkome gast tijdens dit verblijf. Afgelopen weekend vierden wij haar verjaardag met een snorkelpartij in het Bali Barat National Park in Noord-Bali. Het was de eerste keer dat wij daar gingen snorkelen tijdens het droge seizoen. Die ervaring verschilde nogal van de voorgaande bezoeken die in het natte seizoen plaatsvonden: er waren nu tamelijk hoge golven en de aanlegsteiger op het snorkeleiland was kennelijk tijdens het voorgaande seizoen ten onder gegaan. Dat seizoen was naar verluid heftig geweest en had lang aangehouden.
Ondanks het gemis van een steiger, was aanleggen langs de kust van Menjangan-eiland geen probleem; Balinezen vinden altijd en overal een oplossing voor. Ik schreef het al zo vaak. Na het neerlaten van het anker was er namelijk een plaatselijke snorkelaar die ervoor zorgde dat onze boot keurig in de branding kon afmeren. Deze drie 50-plussers konden met niet al te veel moeite uitstappen. Het onderwateravontuur kon beginnen!

Zelf had ik in Spanje nieuwe flippers en een snorkel aangeschaft. Eén vin was tijdens een vorige onderwaterconfrontatie met een barracuda gescheurd. Mijn bestaande snorkel vond ik bij nader inzien eenvoudigweg te lang: als ik voorover in het water lag of diep dook, kwam of bleef er altijd water in de buis dat ik niet kon uitblazen. Met veel geproest tot gevolg. De nieuwe, korte(re) snorkel werd dus uitgeprobeerd.

Het water was zelfs voor mijn doen woelig: er stonden kopjes op de golven. Te water gaan was nu lastiger dan in het natte seizoen - waarin het zeewater doorgaans zo glad is als een babybilletje. De wind waaide richting snorkeleiland dus er moest stevig worden aangezet om tegen de golven in naar de rifrand te zwemmen. Daar vind je de meeste vissen en zie je een keur aan koralen.
Mijn liefje gaf er tamelijk snel de brui aan maar Pauline en ik zetten door. Er was immers veel te zien: parrot fish, queen angel fish, trigger fish, wrasse, trumpet fish, surgeon fish, puffer fish, needle fish, jack fish, sargeant-majors, groupers. Het nieuwe materiaal functioneerde naar volle tevredenheid. De terugtocht in de vissersboot van het eiland naar het 'vasteland' was memorabel: we gingen opgedroogd de boot in en stapten doorweekt uit. Het resultaat van hoog opspattend boegwater.

Op de terugreis deden we de Pura Melanti aan, een Hindoeïstische tempel waar wordt geofferd en gebeden voor zakelijk succes. Daar de Jarige Jet daarvan wel iets kan gebruiken, bezocht ze de tempel in vol ornaat: in sarong en met offerandes. Opdat het zijn werking moge doen! Daarna maakten we op mijn verzoek een korte stop op het strand van Patas: dé plek om in het Noorden van Bali schelpen te rapen. De stop stelde mij niet teleur al was ik onaangenaam getroffen door de dode tropische vissen (butterfly fish) op het strand. De vorige keer dat wij daar waren, zag ik een plaatselijke snorkelaar met zakken vol tropische vissen uit het water stappen. Had een onachtzame persoon wellicht iets laten vallen..?!

Bij thuiskomst wachtte de jarige meer verrassingen. Niet alleen bereidde Elsa een heerlijke Margarita-welkomscocktail, er was ook een feestelijke vegetarische avondmaaltijd met 55 kaarsjes en een verjaardagsspeech. Dat was een spontane actie van de personeelsleden. Wij wisten van niets; ik was zeer tevreden over het feit dat zij zoiets bedachten en uitvoerden. Pauline maakte in een mum van tijd een kokoskoekjes-banaan-slagroomtaart die door iedereen met smaak werd verorberd. Vind ik dit gek? Nee! Balinezen zij ware zoetekauwen.

Pauline vertrok vanmorgen met onze chauffeur Ketut richting Denpasar. Ze vliegt weer huiswaarts. De hondjes van Bali zullen hun aardige strandvriendin gaan missen. Net als wij. Kasian!


woensdag 24 februari 2010

Knielen op een bed hibiscussen

Vandaag vieren mijn liefje en ik dat wij elkaar 21 jaar geleden leerden kennen. Eigenlijk vieren we vooral alles wat daarna met ons gebeurde. Een memorabele dag die we, zoals in voorgaande jaren, op toepasselijke wijze wensen te gedenken. De dag begon met de overhandiging van een kadootje aan het vroege ontbijt.

Voor mijn liefje had ik in de afgelopen weken een knielbankje laten vervaardigen, door de pa van onze eigen projectmanager Ketut. Zijn vader had eerder handdoekenrekjes en de kruidentuin voor ons gemaakt van bamboe. Het idee voor het tuinkrukje was ontstaan in Voorschoten, tijdens een logeerpartij in juni 2009. Daar had ik dagelijks verse aardbeien uit 'eigen' tuin geplukt, knielend op een lichtgewicht bankje dat tuinieren een peuleschil maakt. Ik bedacht mij dat zoiets ook bruikbaar kon zijn in een grote tropische tuin die dagelijks veel onderhoud behoeft.

Daarom verzocht ik Hugo de maten van het bankje door te geven zodat ik hier iets vergelijkbaars kon laten maken. Het oorspronkelijke bankje is van metaal, is inklapbaar, heeft ergonomisch verantwoorde afmetingen en een zachte schuimlaag waarop knieën en bips kunnen rusten. De maten werden doorgestuurd door Eilean, door mij liefkozend SnollieBollie genoemd omdat ze het met iedereen doet, inclusief muzelluf. Ondanks alles is en blijft ze mijn favoriete blonde labrador. De honden die hier rondlopen doen het dan weliswaar ook met jan en alleman maar ze kunnen geenszins tippen aan SB's uiterlijk en uitzonderlijke kwaliteiten.

De vraag was wel: hoe maak je zoiets in Bali?! Ze kunnen hier sowieso alles (na)maken... Het resultaat was iets vergelijkbaars maar toch heel anders. In goed Bahasa Indonesia heet dat 'sama-sama but different'. Pa Ketut maakte er werkelijks iets fraais van: een lichtgewicht maar solide bamboekrukje met gevlochten armsteunen waarop je je kunt opdrukken na onkruid te hebben verwijderd uit de bloemenborders of te hebben gesnoeid. Het krukje is op twee manieren te gebruiken: als lage zit en -omgekeerd- als hoge zit. Het kussentje bestaat hier uit gestapelde vloerkleedjes à raison van Rp. 8.000 ofwel €0,56 per stuk. Een diepte-investering.
Mijn liefje is er blij mee. Net als tuinman Arya die met glimmende ogen naar het krukje kijkt. Zijn grote, gespierde lichaam zal zich er met veel plezier op vlijen, zodra wij onze hielen hebben gelicht. Hij zit nu op een zelfgetimmerd kistje. Als het goed bevalt, laten we een tweede bijmaken.

Deze speciale dag vieren wij op het Gili Menjangan, het geliefde snorkeleiland aan de westkust van Bali. Er moest worden gekozen uit twee alternatieven: golfen op de Bali Handara Golfclub in Bedugul of snorkelen rondom Herteneiland. Mijn liefje is echter van mening dat haar port-a-cath, het chemoventiel, in de weg zit voor een goede swing. Dat uitje stellen wij dus nog even uit. De onderwaterwereld verwelkomde ons echter weer met al haar pracht en praal (zie foto's).

Ook Elsa had 's avonds bij thuiskomst een grote verrassing voor ons. Ze bereidde een overheerlijk gerecht, genaam Bebek Menyayad: krokant gebakken eend met heel veel kruiden en daardoor zeer smakelijk. Geserveerd met gele rijst in feestverpakking. En we kregen een toespraak aan tafel over gezondheid, geluk en liefde van alle personeelsleden. Ontroerend.

Dat alles was al kado genoeg maar mij vielen vandaag ook nog vele hibiskussen ten deel en ik mocht een uurtje schelpen rapen aan het strand van Patas. Die plek was ons aangeraden door de vader van Elsa, voormalig visserman. Welnu, het lag er opgetast! Ik genoot volop van het geluid van de branding over aangespoeld koraal. Het prachtige getingel heb ik nu nog in mijn oren zitten... De raapemmer raakte bijna vol dus het schelpenproject aan de buitenkant van onze poort kan deze week worden afgerond.
Geluk zit in kleine dingen. Mijn liefje en ik voelen ons grote bofkonten. We zetten zeer gelukkig een streepje bij op de muur. Dua puluh satu tahun: 21 jaar.

vrijdag 25 december 2009

Selamat natal

Vanaf het snorkeleiland Menjangan wensen wij jullie een goede kerst toe!

Enkele onderwaterfoto's zijn te zien in de diashow op mijn blog. Daar zijn vanaf nu tevens foto's van ons huidige verblijf te zien. Die foto's zal ik regelmatig updaten.




vrijdag 26 december 2008

Alhamdulillah

Godzijgeprezen... mijn honderdeerste blog alweer!
Toen ik in maart van dit jaar aan mijn weblog begon (ik weet het: ik ben een laatbloeier), kon ik niet weten dat het mij zó zou pakken maar eigenlijk had ik het wel kunnen bedenken. Ik houd immers veel van taal en van geschrijf. Ik geniet van goed gevormde zinnen en mooie verhalen. Maar als je het dan zelf moet doen..?! Het is in razendsnel tempo een nieuwe hobby geworden. Ik kan mijn ei aardig kwijt in mijn weblogs en ik heb veel lol in het schrijven van een verhaaltje. Het bedenken van een onderwerp, het kiezen van een titel, het maken van een opzet, het noteren van gedenkwaardige gedachten, uitdrukkingen, situaties. Van muzelluf en van anderen. Het hoort er allemaal bij. Alles van eigen hand, meestal een beetje aangedikt maar wel altijd op eigen ervaringen gestoeld. Aan inspiratie heb ik nooit tekort maar de ene blog komt gemakkelijker tot stand dan de andere. En altijd met feedback, zowel gevraagd als ongevraagd, soms van derden maar altijd van mijn liefje. Ik vind het een aangename gedachte dat ik een kleine maar harde kern van lezers heb. Dankjulliewel.

Terug naar de orde van de dag: deze week was dan eindelijk het langverwachte uitstapje naar Pulau Menjangan. De wekker hoefde niet te worden gezet want we zijn inmiddels elke ochtend vroeg op, zo rond zeven uur. We begonnen de ochtend niet met baantjes in het zwembad want we zouden immers uitgebreid gaan snorkelen! Ik had ervoor gezorgd dat de twee onderwatercamera's klaar waren voor gebruik: de ene is een digitale die een tailor-made, waterdichte kast eromheen heeft (Canon), de andere is een analoge onderwatercamera (Minolta) die ik gebruik voor dia's, met veel dank aan vriend Diederik.

De weg naar de westpunt van Bali, richting de ferry naar Java, was onverwacht fraai: goed geasfalteerd, tamelijk breed, soms slingerend door bossen, dan weer door desa's (dorpen) met stenen huizen en bloemrijke tuinen. Het werd steeds rustiger, zowel op als naast de weg. De 50 kilometer die wij tussen huis en bestemming moesten afleggen, verliep veel sneller dan gedacht: in anderhalf uur waren wij te bestemder plekke! Sterker nog: we reden de haven Labuhan Lalang glad voorbij. Na ongeveer tien kilometer stelde ik dan ook voor te draaien en terug te rijden. We parkeerden de auto op een schaduwrijke plek en liepen naar het water. Waar waren de schippers die hun boot aanboden voor een tochtje over het water? Waar waren de verkopers van snorkelspullen? Niets, niemand, nergens! We begrepen er niets van?! En daar stonden wij: drie toeristen vol verwachting en niemand die te hulp schoot. Na enig rondvragen, werd ons verteld dat wij moesten terugkeren naar de parkeerplaats waar een kantoortje met personeel zou staan. Daar troffen wij inderdaad een gids aan die ons uitlegde dat wij voor Rp 600.000 (ongeveer € 40) een privéboot-met-overkapping, snorkelspullen en een snorkelgids voor de gehele dag konden huren. De kleinschaligheid en ontspannen aanpak sprak ons aan en het voorstel was goed.

Dus bepakt met proviand stapten wij aan boord van een op het oog zeewaardige, houten boot. Na een half uur varen kwamen wij bij Menjangan aan alwaar de schipper de boot vakkundig aanlegde. We trokken onze snorkeluitdossing aan en liepen (achteruit) het water in. “Mmm, wat een heerlijke temperatuur!” Het was 25 à 26°C. Het zeewater was erg zout.
Vanaf het strand was er een rand ondiep rif van circa 30 meter tot aan de wand. De rifwand liep loodrecht de diepte in en langs de steile wand waren de mooiste koralen en de kleurrijkste vissen te zien. Groot en klein. Ik zag papegaaivissen, engelvissen, anemoonvissen, en nog heel veel meer. Ik zette mijn onderwatercamera aan en snorkelde erlangs, af en toe onderduikend om een close-up plaatje te schieten. Ik heb er vissen gezien die ik nooit eerder met eigen ogen heb aanschouwd! Langs de wand waren fans en vele verschillende soorten koralen te zien. Mooi was het. Met af en toe een flipper in beeld van een bevriende snorkelaar.

Na een tijdje stak ik mijn hoofd boven water en zag ik mijn snorkelmaatjes in de buurt. Ik stelde voor een foto van hen te maken. Je kent het wel: snorkel op het voorhoofd, bootje op de achtergrond, in azuurkleurig water dobberend. Voor het thuisfront. Dus ik greep mijn digitale camera die om mijn nek in het water hing (best diep, zag ik) en die onderwaterkast was VOL water. Ik zag het van links naar rechts tegen de display klotsen. Het leek wel op zo'n sneeuwbol! (Overigens wel toepasselijk voor de tijd van het jaar.) Bovendien verliep het praten mij ook niet zo gemakkelijk. Het leek wel alsof ik net een botox-behandeling rond mijn mond had ondergaan?! Mijn lippen voelden nogal fors aan en bij terugkeer bleken ze die van Marijke Helwegen veruit te overtreffen... Dat was de uitwerking van zeer zout zeewater op mijn tere lippen!
Maar wat veel erger was: mijn digitale camera werkte niet meer. De lens klapte niet meer in, het bedieningspaneel deed niets meer. Ik vroeg mij af vanaf welke foto de uitval was begonnen? Dat weet ik nu. Ik kan een minimaal aantal 'bewijssttukken' van het snorkelavontuur op mijn weblog zetten want de kletsnatte geheugenkaart heeft slechts twee onderwatergeheimen prijsgegeven.


Ik ga de IXUS föhnen om zo te pogen de camera weer aan de praat te krijgen. Ik heb er een hard hoofd in (maar inmiddels wel weer met zachte lippen, zei mijn liefje).
Mijn trouwe cameravriendje heeft het hoogstwaarschijnlijk definitief opgegeven.