De regelmatige lezer weet dat ik jaarlijks een verplichte controle
onderga in het plaatselijke ziekenhuis, al blog ik zeker niet over elke gelegenheid.
Het gaat onder andere om een mammografie en een echografie van de mama’s. Ik
kom uit een familie met een erfelijke vorm van borst- en eierstokkanker. Alhoewel ik persoonlijk geen draagster ben van de genmodificatie die de ziekte met
een hoge waarschijnlijkheid veroorzaakt, kreeg ik het advies mij elk jaar te
laten onderzoeken. Dat laat ik al 12 jaar lang uitvoeren, altijd zonder morren
en tot dusver zonder complicatie.
Bij het recente medisch onderzoek werd echter een knobbeltje in een borst
geconstateerd. Het bracht mij terug naar mijn jeugd, toen ik een jaar of 13 of
14 was. Ik had pijn in mijn ontluikende puberborst, had koorts en verbleef in
bed. Mijn ouders waren in alle staten. Zij kregen ruim tien jaar daarvoor te
maken met een dochter met een knobbeltje onder haar voet. Dat overkwam mijn oudere
zus Angela, die als kind aan de gevolgen van uitgezaaide botkanker overleed
toen ik twee jaar oud was. Mijn vader zat toen aan mijn bed met een blik vol
glacés. Op de middelbare school kocht ik die af en toe in de kantine. Het
knobbeltje bleek destijds een cyste die weldra verdween. Ik at daarna nooit meer één roze
koek. (Een dat was maar goed ook nu ik weet waar die kleur vandaan komt...)
Deze keer werd het knobbeltje ontdekt tijdens de echografie, niet op foto’s
van de mammografie. De radioloog, een nieuw gezicht voor mij, bleef vrij lang met
de sonde op een plek aan één kant bewegen en maakte meer foto’s dan gebruikelijk.
Hij was klaar en wilde de behandelkamer verlaten. Als ik niet had gevraagd hoe het
ervoor stond, was hij weggelopen zonder iets te zeggen. Tja. Hij zei dat hij een “nodulo”
had geconstateerd (dus geen cyste), die waarschijnlijk goedaardig was en vanaf dat moment regelmatiger
en structureel moest worden gevolgd. Er gingen geen alarmbellen bij mij af maar ik liep
wel bedremmeld de behandelkamer uit. Bij mijn liefje, die voor de
deur stond, gleed de glimlach van haar gezicht.
Ik maakte daarop een vervolgafspraak met de gynaecoloog. In die twaalf
jaar ‘versleet’ ik er al drie in dat ziekenhuis. Mijn huidige arts is relatief
jong (al draagt hij sinds enige tijd een baard), noemt mij altijd “cariña” tijdens het consult en zingt als hij iets opzoekt in
het computersysteem, een uitslag print of bevindingen vastlegt in het systeem.
Wat je noemt een vrolijke vent. Deze keer kon er geen lachje vanaf. Er werd niet gezongen!
Hij bevestigde het knobbeltje en sprak de wens van een
biopsie uit. Meten is weten. Ik keek mijn liefje aan, die voor de eerste keer in
al die jaren mee naar binnen ging. Zij beaamde dat zij dat de enige juiste
vervolgstap vond. Ook ik stemde met deze ingreep in. Meten is inderdaad weten al
is een biopsie beladen. Maar ik ben geen wegkijker. Kanker kan iedereen
overkomen, uit een besmette familie of niet. Eén op drie personen krijgt de
diagnose gesteld, een op zeven à acht vrouwen krijgt bij leven borstkanker. Mijn
drie zussen overkwam het, een kreeg het zelfs tweemaal, bij een ander werd het
te laat geconstateerd. Zij overleefde de uitzaaiingen niet.
Wij van Huize Barefoot zijn geen vreemden van biopsies. Ook mijn
liefje kreeg de diagnose borstkanker tien jaar geleden gesteld, nadat de biopsie
een agressieve tumor aantoonde.
De afspraak werd gemaakt voor 20 mei jongstleden, toevallig de
‘Dag van
de Klinische Tests’ genoemd. Ik verzin dit niet. De nacht ervoor had ik
goed geslapen maar ik werd vroeg wakker. Tijdens de douchebeurt zeepte ik ‘haar’
extra goed in. Het ontbijt sloeg ik over, ik moest nuchter
verschijnen. De dame aan de afsprakenbalie wierp mij een allerliefste glimlach
toe, wenste mij sterkte en duimde voor een goede uitslag. Hoe aardig.
De biopsie zou om 9:00 uur plaatsvinden maar de klok tikte ruim
voorbij het uur. Mijn liefje leidde mij af met foto’s van recente reizen en van Balinese jongetjes (die van onszelf, welteverstaan). Toen ik in de
behandelkamer werd geroepen, kon ik alleen maar denken aan Damai in Zen-houding
en zijn twee broers, vreugdes van mijn leven.
Ook de verpleegster was erg aardig. Ze legde uit wat haar
rol zou zijn, dat er plaatselijke verdoving aan te pas kwam en dat ik, voor de
zekerheid, een infuuskraantje in mijn arm kreeg. Mocht ik misselijk worden of iets
dergelijks, dan kon men direct iets toedienen. Ik heb geen weerzin tegen
injecties. Ik krijg ze immers al twaalf jaar lang minstens tweemaal per jaar (bloedtests
op tumormarkers). Dat lag anders voor de holle naald die in mijn borst zou
worden gestoken en hapjes uit mij zou nemen. Pijn(tjes) kan ik goed verdragen
maar het schenden van mijn lichamelijke integriteit vind ik wel een dingetje,
om het populair te zeggen. Daar laat ik achteraf een traantje om. Dat
gebeurde na de heupoperatie in 2017 en nu weer.
Er zijn verschillende soorten biopsies, afhankelijk van hoe iets
wordt ontdekt: op mammo- of echofoto’s. Vervolgens heb je echogeleide biopsie
of biopsies met behulp van andere technieken, zoals röntgenstralen of MRI. In
mijn geval werd het een echogeleide naaldbiopsie. Daarvoor stapten een mij eveneens
onbekende radioloog en een bekende radiologisch laborant de behandelkamer
binnen. Laatstgenoemde nam achter het echoscherm plaats en nam de sonde ter
hand. De arts stelde zich aan de andere kant van de behandeltafel op, toonde
belangstelling, maakte een grapje en gaf uitleg.
De borst werd door de verpleegster ontsmet, de arts spoot
plaatselijke verdoving op de huid waar
de dunne naald zou prikken. Na enige wachttijd werd de onderhuidse verdoving
aangebracht. Pas daarna kwam de holle naald in zicht. Het speelde zich pal
onder mijn neus af dus wegkijken kon niet. De eerste keer voelde ik de naald naar
binnen gaan dus er werd meer verdoving toegediend. Op aanwijzing van de
laborant schoof de arts de naald even later diagonaal naar de plek van het
knobbeltje. De verpleegster die aan het hoofdeinde stond, greep mijn hand vast
en liet die niet meer los; een lief gebaar. Er werd drie keer geknipt, de wond bleek
nauwelijks te bloeden. Het weefsel werd door de radioloog persoonlijk naar het
laboratorium gebracht, aldus mijn liefje die wederom voor de deur van de
behandelkamer stond.
Later die dag vroeg Elsa hoe het met ons ging. Die vraag stelt ze vaak maar nu kwam die op een a-typisch tijdstip: middenin hun nacht. Reeds eerder vermoedde ik telepatische krachten tussen hen en ons... Het bericht ging vergezeld van een allerliefste selfie die Yuda maakte van zichzelf en Damai. Een pleister op de wonde!
Later die dag vroeg Elsa hoe het met ons ging. Die vraag stelt ze vaak maar nu kwam die op een a-typisch tijdstip: middenin hun nacht. Reeds eerder vermoedde ik telepatische krachten tussen hen en ons... Het bericht ging vergezeld van een allerliefste selfie die Yuda maakte van zichzelf en Damai. Een pleister op de wonde!
De volgende dag was wereldwijd ‘I Need A Patch’-dag. Ook
dat is geen verzinsel. Wat opmerkelijk was, is dat de ongehavende borst als eerste
verkleuringen vertoonde en wel op drie plekken. Dat kwam door de terugslag van
het apparaat op mijn huid, na elke knip. De behandelde borst vertoonde geen
bloeduitstortingen maar verkleurde wel. Dat was anders na de biopsie van mijn
liefje: die van haar was destijds bont en blauw!
De uitslag was in principe een week later bekend. Dokter
Rodolfo ging echter een week op vakantie en ik besloot op zijn terugkeer te wachten.
Mijn liefje vond dat niet per se een goed plan maar dat was mijn keuze. Tweeenhalve
week wachten op de uitslag bleek af en toe lastig, inderdaad. We zochten
afleiding, maakten uitjes, gingen op pad met vrienden, aten comforteten. En ik
had mijn handen vol aan de prachtige roman van de Georgische schrijfster Nino
Haratischwili, getiteld ‘Het achtste leven (voor Brilka)’; bijna 1.300 pagina’s leesplezier. Het boek is
inmiddels uit, het liep goed af.
Eerder deze week was het zover: de uitslag. Er viel niets kwaadaardig in de drie hapjes borst te ontdekken. Joehoe! Het schema van controle wordt wel uitgebreid. Voor de zekerheid. All good. Vandaag begint het WK Voetbaltoernooi voor vrouwen in Frankrijk.
De eerste wedstrijd zou worden gefloten door de suksesvolle Canadese scheidsrechter
Carol Anne Chenard (1977). Dat feest ging niet door, zij had minder mazzel dan
ik. Deze microbiologe van beroep kreeg eerder deze week wèl de diagnose borstkanker gesteld. Kasian.
P.S. Je moet je als familielid en vriend niet gepasseerd of
buitengesloten voelen door het feit dat ik deze situatie niet eerder met jou deelde.
Daar meende ik goede redenen voor te hebben. Temeer na nu blijkt dat het loos alarm was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten