Translate

Posts tonen met het label de aanleg van een tropische tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de aanleg van een tropische tuin. Alle posts tonen

donderdag 12 december 2013

Drie tuinkabouters

We aten deze week de eerste zelfgeplukte mango van de soort ‘haru manis’ (lekker ruiker) uit eigen boom. Mmmmmm! De nieuwe tuinman Dewa doet dagelijks zijn stinkende best om het onkruid te verwijderen, de dode bladeren weg te halen, te snoeien en nieuwe stekken te maken. Het zwembadbeheer is zijn forte nog niet maar hij is nog maar een week bezig. Het kwartje kan absoluut nog vallen. Het uitrollen van de stofzuigslang gaat al sneller, het stofzuigen van de badbodem al beter, hij kent inmiddels de benodigde stand in de machinekamer.

Inmiddels voerden we al minstens één vrachtwagen tuinafval van het land af. Dewa is op ongeveer een kwart van de tuin dus dan kun je je voorstellen wat we nog hebben te gaan qua afval. Hij voorzag de kruiwagen -die wij aantroffen met een lekke binnen- en buitenband- van riemen die hij over de berg afval spande zodat hij nóg meer in een keer kon afvoeren. Slim. 
Voor wat betreft het tuinonderhoud hielden mijn liefje, de tuinman en ik tot nu toe het volgende schema aan: vooraan lage begroeiing, daarachter iets hoger, tegen de tuinmuur de hoogste bomen, planten en struiken. Dat schema ging in de afgelopen periode verloren. Het was ons niet bekend maar vorige tuinman Ketut bleek al geruime tijd geen zin meer te hebben in tuinieren. Het onkruid tiert welig, het gras kruipt in de watergeulen, de grond ontbeert vitaminen, het staat eenvoudigweg te vol.

Elke dag zijn wijzelf in de tuin te vinden. Dat is niet alleen omdat we de nieuwe tuinman met raad en daad willen bijstaan. Wij krijgen er ook energie van. Het is fijn om te zien dat de tuin weer langzaam maar zeker ons kroondomein wordt. Er is nog steeds overal een groot aantal bloemen in verschillende kleuren en formaten te vinden dus ook vogels en vlinders bezoeken onze tuin. De umbrella tree die voor de bale bengong staat, doet zijn naam inmiddels eer aan: als je eronder zit, blijf je droog tijdens een regenbui. Ook de reizigersboom (rechts op de foto) is enorm gegroeid. De zelf gestekte tamarindebomen staan volop in bloei. Saya senang! Het stekken gaat overigens gewoon door (al functioneert onze stektafel tijdelijk als grote afvalbak).

Vandaag probeerde Dewa de grasmaaimachine; het ding wilde niet aanslaan. Niet veel later gaf hij het op. We zagen hem vervolgens met een scherpe zeis handmatig het gras snijden... Dat is geen optie als het 2.600 meter tuin betreft! Nadere bestudering van de machine toonde aan dat er niet alleen geen brandstof was, dat de bougies moesten worden vervangen maar bovenal: dat twee messen waren afgebroken en twee andere zelfs compleet ontbraken. Tja.

Alles overziend, riepen we voor volgende week deskundige hulp in. Purnomo, die wij al jaren kennen, komt Dewa volgende week met vier mannetjes helpen om de tuin in twee weken tijd helemaal schoon te maken en in zodanige staat te brengen dat onze tuinman dat werk voortaan gemakkelijk in zijn eentje kan doen. (We hopen dat hij een blijver is maar zeker weten doen we het nog niet...) Purnomo’s mannen gaan tevens het strand voor onze villa gras-, struik- en boomvrij maken. Daarna kan security Made het ’s ochtends aanharken voordat hij naar huis gaat.

Volgende week wordt een vrachtwagen vruchtbare aarde gebracht, worden nieuwe tuinslangen en sprinklersystemen geleverd, wordt één dode palmboom vervangen door een nieuwe, gaat de uit de kluiten gewassen Singaporeboom eraan en wordt graszaad geleverd. We haalden een groot aantal bestaande planteneilandjes leeg en op die plekken zal nieuw gras moeten gaan groeien. We zijn daar een beetje op uitgekeken en bovendien is de grasmat daarna gemakkelijker te onderhouden. Kortom: we zijn lekker bezig.



donderdag 1 september 2011

Di rumah

We zijn terug op het eigen Balinese honk en dat voelt goed. We hadden kleine Ketut gevraagd ons maandag jongstleden om 11 uur uit Canggu op te halen. Om 6:30 uur kwam er een SMS binnen. Mijn liefje zei (en ik dacht het): “dat is Ketut die ons meldt dat hij uit Lovina wegrijdt.” We hadden bewust voor maandag als ophaaldag gekozen, één dag voor het geplande einde van de Ramadan, om chaos op de weg te vermijden.

Het bleek inderdaad Ketut te zijn… maar hij was al op het parkeerterrein van de Canggu Club aangekomen! Time management en Balinezen is niet persé een goede combinatie; ik schreef dat al eerder. Ik sprong dus uit bed en nam een vroege douche. We waren blij hem weer te zien. Het leidde er wel toe dat we reeds om 11 uur ‘s ochtends in Lovina aankwamen. Het was extreem rustig op de weg naar het Noorden.

De volgende dag werd ons verteld dat de Indonesische overheid onverwachts een officiële mededeling had gedaan: de Ramadan zou niet aflopen op 30 augustus (zoals eerder was meegedeeld) maar op 31 augustus. “De maan staat verkeerd.” Dat was een grote tegenvaller voor allen die nog een dag extra moesten vasten, zoals de familieleden van Elsa. En het suikerfeest, waarvoor men alle voorbereidingen reeds had getroffen, werd een dag uitgesteld. Dat leidde tot chaos en irritatie bij velen. Uit de krant vernamen we dat enkele geestelijke leiders ruzie hebben over de datum… Ik vind het een blamage voor de leiders van het land met de meeste moslims ter wereld!

De tuin staat er prachtig bij, de droge omstandigheden in ogenschouw nemend. Grote Ketut-de-tuinman had enkele verrassingen voor ons in petto: we zijn inmiddels in het bezit van dieproze frangipani’s! Een grote stam staat fier naast de huistempel, enkele kleinere stammen zijn over de tuin verspreid, sommigen innig verstrengeld met Cambodjabomen in andere kleuren. Toen ik hem vroeg waar die prachtige stekken vandaan komen, zei hij: “van afval op het strand.” Kun je je voorstellen dat mensen zoiets moois dat goed groeit en bloeit weggooien?!
Hoe het ook zij, wij zijn er verguld mee. De schors van enkele grote frangipani’s die reeds in de tuin stonden, werd versierd met een bepaald soort hertshoornvaren (platycerium bifurcatum). Een aardig gezicht. Het wordt steeds meer een Balinese tuin!


Het strand voor de deur wordt echter steeds minder Balinees... Grote en kleine Ketut ruimden het strand (met hulp van derden) radicaal op, over de volle breedte van het grondstuk. Er is geen plastic tas of slipper meer te zien en daarover zijn wij zeer verheugd. Een strandjutter heeft hier niets meer te zoeken al moet het wekelijks worden bijgehouden.
De groene laag strandvegetatie is echter ook verdwenen. Ahum. Die kale vlakte is even wennen maar we zijn blij met de intentie en de aanpak. Dat alles in het kader van ‘Bali Clean’, volgens grote Ketut. Kleine Ketut had eigenhandig gereedschap vervaardigd van bamboe en staal: een smalle hark van gebogen traliehek voor het verwijderen van de bovenste laag begroeiing en een heel brede hark met stalen pinnen voor het verzamelen van afval. De slimmerik. Hij is zijn gewicht in goud waard.

Ook Yudha en Damai zagen we terug. De baby is flink gegroeid en helemaal kaal. Dat is het gebruik bij de 6-maandenceremonie die in onze afwezigheid plaatsvond. Ook Yudah was naar de kapper geweest. Nondeju, wat was hij gekortwiekt… Ik kan merken dat zijn (strenge) vader weer back in town is! De kleine vriend stortte zich vol overgave in de armen van mijn liefje. Het beeld van zijn slanke vingers die haar rug aaien en bekloppen, staat op mijn netvlies gegrifd.
Ook mij viel een hartelijk welkom te beurt. De dike kus die ik hem op zijn zachte wang drukte, werd in blijdschap aanvaard. Aanstaande zaterdag gaan we zijn verjaardag alsnog vieren, hier op het terras. De kadootjes heb ik inmiddels ingepakt, de pakjes die hij en zijn familie ontvingen van tante Bernadette, zijn reeds uitgedeeld. Haar kado voor Yudha was een schot in de roos: een mondharmonica. Ik haalde mijn eigen Hero-mondharmonica tevoorschijn die ik ooit van mijn vader kreeg en samen hijgden we er lustig op los. Het is mooi thuiskomen. Het nieuwe webalbum getiteld ‘Bali sekarang’ is als lopende diashow in de linkerkolom te zien.



dinsdag 16 november 2010

Tuinkabouters

Op één na alle huizen waarin ik in de afgelopen 20 jaren woonde, hadden een tuin maar tot dusver werd tuinieren geen hobby. Ik hield mij wel graag bezig met de vormgeving en invulling van een tuin. Bovendien stelde ik jarenlang met groot plezier boeketten uit eigen tuin samen. Sinds wij een tuin in Bali hebben, houd ik mij actief bezig met tuinieren. De tuin werd in december 2009 aangelegd dus die is nu bijna 1 jaar oud. Ik zou het niet geloven als ik er niet met mijn neus bovenop sta. Alle tuinmuren zijn bijna volledig begroeid. De (lava)grond is hier dermate vruchtbaar en het weer zodanig groeizaam dat alles overal groeit en bloeit.

Een goede tuinman is en blijft onontbeerlijk. Onze eerste tuinman was een ware hulk: een beresterke, goedlachse vent die fysiek ongeschikt bleek voor de functie. Vanwege zijn omvang kon hij zich namelijk niet klein genoeg maken om onkruid te wieden achter struiken en bomen. Op zijn hurken zitten, hield hij niet lang vol; in tegenstelling tot de meerderheid van de Balinese mannen. Hij besloot zelf beveiligingsman te worden bij een nieuw geopend benzinestation. Nummer 2 was een jongeman van 19; net van school zonder werkervaring. Daar wij vertrouwen hebben in de jeugd, gaven we hem een kans het tuinmannenvak te leren. Hij verzuchtte dagelijks dat hij het warm had, dat hij moe werd van het werk. Hij zat liever achter het huis in de schaduw te sms'en met zijn toenmalige vriendinnetje. Toen die hem verliet, doofde zijn (toch al schamele) licht. Onze wegen scheidden in de proeftijd. Met de komst van tuinman 3, Putu Arsana, veranderde ons leven ten goede: deze aardige, fitte man hoeven we niet te instrueren. Hij is energiek en deskundig, gaat zijn eigen gang, komt met suggesties en toont initiatief. Hij houdt van de tuin en van alles wat daarin staat. Wij vinden hem een lot uit de loterij en dat laten we hem regelmatig weten. Na zijn aantreden werd tuinieren ook voor mij leuk. Bijna dagelijks werk ik nu mee in de tuin. Putu doet het zware werk, wij het lichte. Zo maak ik bloembedden en borders onkruidvrij en bedenk ik tuinprojecten.

Momenteel zijn we gezamenlijk druk met het verplaatsen van bloemen, planten, struiken en bomen die vanwege groei in de verdrukking kwamen of oorspronkelijk niet goed waren geplaatst. Sinds ik als vrijwilliger in de bieb van Lovina werk, heb ik toegang tot lokale tuingidsen. Goed voor de tuin, goed voor mijn Bahasa Indonesia.
Ik zocht uit wat de benodigde hoeveelheid water en zonneschijn is voor elke soort in eigen tuin (circa 100). Al maanden zijn mijn liefje en ik aan het stekken: met stam in water om wortel te trekken, met stam zonder wortel direct in de vruchtbare grond, uit zaaddozen, uit knol, bol en pit en door vermeerdering. Op deze manier kweekten wij mini-palmbomen, -pauwenbloembomen, zoete tamarindebomen en typisch lokale schaduwbomen. Eerst in de 'puskesmas' (de kraamkamer van bamboe; zie foto) die steeds voller wordt en na betoonde groeicapaciteit in de grote tuin. Daarna volgden de favoriete bloemen: ixora's en hibiscussen.

Zoals ik een enthousiaste beginneling ben, zo is mijn liefje een ervaren krek. Zij is vele hoofdstukken verder in Het Grote Boek voor Tuinkabouters: zij bekwaamde zich inmiddels in Balinees enten, believe it or not?! Dat is zoiets als 5-sterrensudoku maar dan met groene vingers. Enten gebeurt met kokosnootvezels die met rijke aarde tot een huls worden gevormd; daarin wordt een te enten stam gewikkeld. Deze inheemse techniek heet 'kepung'. Het pakketje moet regelmatig worden bewaterd. Ik zie met belangstelling naar het resultaat uit.

In onze tuin vinden veel meer kleine wonderen plaats. Stop vandaag een zaadje in de grond en over twee weken zie je een stammetje stoer de kop opsteken. Zat er gisteren nog geen wortel aan een tak, volgende week kun je de eerste uitstulping zien. Om over fruitpitten maar te zwijgen. De eerste papaya's, uit pit gekweekt, zijn zichbaar. Ook avocado- en bekulbomen (groene appeltjes) zijn thans in de maak. Tropisch tuinieren (b)lijkt zo eenvoudig...

De Jalan Nelly is al maanden een tropische verrassing maar sinds enkele weken liggen ook borders langs het pad dat van het bordes naar de zeewal loopt. Zo maakten we een bloembed met jasmijnplanten die overal in de tuinen stonden maar nergens goed groeiden. Deze tere, witte bloemen staan nu in bloei en als de wind vanaf de zee waait, komt een zoet aroma de woonkamer binnen. Ook de lolipops of kaarsbloemen deden het niet goed in de tuin terwijl ze in andermans tuin en in de Botanische Tuin van Bedugul vol in bloei stonden. 'Wat te doen?' Ik las dat ze in de volle zon moeten staan en een redelijke hoeveelheid water nodig hebben. Putu maakte een centraal gelegen bloembed bij de bale bengong en daar werden ze tesamen in de grond gezet. Ik zie nu al dat het werkt.
Een bloembed vol met de (19!) hibiscusvarianten uit eigen tuin is in voorbereiding. Dat perk wordt het epicentrum van de bloementuin.

Op de traditionele markt van Bedugul kochten we onlangs nieuwe aanwinsten: blauwe lavendel, blauwe boluien, lampepoetsers, een kefir limoenboom en vele kruidenplanten in pot: dille, dragon, peterselie, mint, citroenbasilicum en heel veel koriander. De kruiden werden in de nieuw aangelegde kruidentuin terzijde van het gastenhuis geplaatst. Paulus de B. mag trots op ons zijn.


zaterdag 28 augustus 2010

Opschepper

Ik wil niet opscheppen maar (doe het toch:) we hebben inmiddels 19 varianten van de hibiscus -ook wel Chinese roos of matrosenroos genoemd- in de tuin staan. Deze sierplant hebben wij als enkel- en dubbelbladige, op stam en op stengel, met gladde en gerafelde randen, met korte en lange stamper, een- of meerkleurig. Van elke soort staan er enkelen op ons domein. Je moet snel kijken want de bloem bloeit maar één dag maar waar je ook kijkt, je ziet ze. We kweken ze inmiddels zelf al is en blijft het moeilijk een stek vol knoppen af te knippen voor vermeerdering! Alles groeit hier dermate welig, dat het eigenlijk niet uitmaakt. Daar ik niet voor nitwit wil worden uitgemaakt, doe ik geen poging om de varianten te benoemen. Ik houd het eenvoudigweg op 'pucuk bagus', Bahasa Indonesia voor mooie hibiscus. Telkens als ik een nieuwe variant zie, grijp ik de camera en leg ik die vast. Zo onstond onderstaande collage:

De bamboe-kruidentafel die wij aan het begin van dit jaar lieten vervaardigen, doet goede zaken al wordt het gevaarte momenteel nauwelijks gebruikt voor het kweken van kruiden. Europese zaden van bieslook, selderij, peterselie, dragon en koriander lieten het hier grootschalig afweten. De enige zaadjes die goed kiemen, zijn van basilicum. Dat groeit hier dan ook welig. Onlangs ontving ik per post een aantal zakjes pijnboompitten en maakte ik verse pesto met keukenprinses Elsa. Zij is in voor nieuwe recepten. Zij is iemand die wil leren-leren-leren, die openstaat voor nieuwe dingen en gewoonweg heel goed kan koken. Noem mij een opschepper... Mijn liefje en ik voelen ons grote bofkonten met haar in de keuken.

Wat ik werkelijk verbluffend vind, is de kweek van uitgespuugde pitten. Enkele weken geleden kocht ik een doos zoete tamarinde bij Carrefour Market in Singaraja. Die vrucht leerde ik in 2008 waarderen tijdens een rondreis door Thailand. In Bali vind je alleen zure tamarinde. Ik stopte een rijtje schone pitten in de kraamkameraarde. Na enkele dagen wist ik niet wat ik zag... Er staken stoere stammetjes uit de grond omhoog, met de pit eronder hangend en een fraaie groene waaier erbovenop. Inmiddels zijn ze allemaal overgeplaatst naar de grote tuin; daar is het 'survival of the fittest' maar ze weren zich goed. We deden al twee mini-boompjes kado tijdens recente visites. Als ze goed groeien, zullen ze een aanwinst zijn voor elke fruitsectie van een tropische tuin.
In onze tuin spotte ik onlangs de eerste pisang; het is inmiddels een flinke tros met 50 of meer bananen. Ze zijn goed om uit het vuistje te eten, om te bakken en te pureren. Ik vond een recept voor zoetzure bananenchutney (met rode peper) dat ik alvast met Elsa besprak. Ook zij kijkt naar de oogst uit. Zodra we de tros kunnen plukken, maken we er wederom een kookproject van.

Ook in de afgelopen dagen viel er iets op te scheppen. Uit het zwembad, welteverstaan. Na mijn dagelijkse inspectieronde door de tuin sprong ik enthousiast het zwembad in om baantjes te zwemmen. Vrijwel direct stond ik op de handrem: vanuit mijn ooghoek had ik namelijk iets 'oranjes' op de bodem zien bewegen. Een chloorbrilletje werd gehaald om de bodem beter te kunnen afspeuren. (Het zwembadwater is nog steeds glas- en glashelder!) Jawel, daar lag een dier: breed en plat, met tien poten; vier aan elke zijde, twee oranje scharen aan de voorkant. Overduidelijk een krab maar geen zwemkrab. Kasian: een verdwaalde 'decapoda'... Ik haalde een schepnet uit het tuinhuis en een pollepel uit de keukenla. Daarmee moest ik het als Cousteau-adept doen, het bergen van de dode strandkrab. Zo ontstond bovenstaande artistieke foto van de actie. Deze Paparazza van de 'Blog van Wakker Bali' knipte er zonder schroom op los.


woensdag 30 juni 2010

Personeelsaangelegenheden

Het plukken en verorberen van de eerste rijpe mango uit eigen tuin is een feit. De vrucht rook en smaakte heerlijk. Dit heugelijke feit staat volledig op naam van tuinman Arya die vandaag zijn laatste werkdag bij ons heeft.

Als het op spinnen verwijderen aankomt, laat huishoudster Elsa het graag aan haar echtgenoot en onze projectmanager Ketut over. De beide schelpenkroonluchters op het terras blijken ware spinnenwalhalla's. Ik stond erbij om de trap vast te houden terwijl Ketut zich ophees en in de nesten werkte. Na dit klusje was ook ik toe aan een douche: eitjes, rag, nestjes, baby-spinnen, moeders en vaders Spin... ik had het allemaal via mijn haar, langs mijn schouders naar beneden zien en voelen gaan. Gelukkig ben ik niet bang voor spinnen en dit zijn
geen bijters; dan had ik wel anders gepiept.

Eerder deze week vond een sollicitatiegesprek plaats met de kandidaat-tuinman. Hij werd in het weekend door beveiliger Made voorgedragen en door zijn oudere broer -die wij persoonlijk kennen omdat hij de tuinman is van een van onze buren- op de betreffende ochtend geïntroduceerd. Hij heet Putu Agus en is 19 jaar oud. Voorts is hij een verlegen jongeman met een slank postuur (!) en een aardig gezicht die senior highschool afmaakte. Alweer een slimmerik. Het opvallende is wel dat hij, ondanks zijn goede vooropleiding, nauwelijks Engels spreekt. Daarin gaan we snel verandering brengen. Eerder had hij een baan als kledingbezorger in Denpasar, de hoofdstad van Bali. Werkeloosheid onder jongeren is hier een groot probleem. Degenen die iets willen en kunnen, vertrekken naar het Zuiden van Bali om in de toeristenindustrie te werken.

Je had de sollicitatiecommissie moeten zien: Ketut, Elsa, mijn liefje en ik, oudere broer Ketut en De Kandidaat. Wij hadden ons serieus op het gesprek voorbereid en na iedereen op gemak te hebben gesteld en van water te hebben voorzien, stelden wij onze vragen: 'heb je al eerder als tuinman gewerkt?' 'Nee.' 'Wat spreekt jou aan in de baan?' Hij antwoordde dat hij geen kamerhuur meer hoefde te betalen in Denpasar, dat hij kon terugkeren naar zijn geboortedorp, dat hij dan fietsend naar zijn werk zou kunnen. Het waren allemaal extrinsieke motivatoren, zoals dat in headhunter-jargon heet. Ik maakte oogcontact met mijn liefje en wist dat zij op dat moment precies hetzelfde dacht.
Ik deed een poging om nog iets tuingerelateerds uit zijn mond te horen en stelde dus een vraag over bloemen, bomen en planten. Hoeveel kun je een mens in de mond leggen? Putu Agus zweeg nu in alle toonaarden. Oh-oh. Er kwam wel een enthousiast antwoord van grote broer! Voordat hij verder wilde gaan, keek ik hem lachend aan en legde mijn wijsvinger tegen mijn lippen, daarmee zeggend: 'niet voorzeggen'. Het bleek een internationaal gebaar en iedereen lachte.

Al met al liep het goed af: per 1 juli gaat Putu Agus in onze tuin aan de slag als trainee. Wat ik wel te weten ben gekomen is dat hij niet lui is en niet bang voor spinnen. Ook voor een eventuele levende slang zal hij niet wegrennen. De komende weken gaat hij het vak leren onder begeleiding van projectmanager Ketut; af en toe gesteund door zijn volleerde broer. Wij hebben er alle vertrouwen in dat het hem gaat lukken. Zeker nu hij met snoeien hulp krijgt van vogels die hun nest opbouwen met materiaal uit eigen tuin. De nesten bevinden zich in palmbomen op het terrein. Ze vliegen af en aan. Wij zijn kennelijk niet de enigen die citroengras lekker vinden.

Ook zender BVN is weer in de lucht, al gaan we de schotel wel verplaatsen. Er is thans teveel gehaper. Ik wil nog graag een (samenvatting van een) wedstrijd van het Nederlands elftal met eigen ogen zien. Wie weet is de kwartfinale tegen Brazilië aanstaande vrijdag wel de laatste mogelijkheid... Sinds ons vertrek uit Spanje zocht ik bij gebrek aan beter de eindstanden via internet op. Dat is weliswaar niet hetzelfde maar 'the poule must go on'. Tussenstand: 37-33. Voor mij, welteverstaan.

Sumatraanse etnische groepen die tot de Batak behoren, geloven heilig in 'third party power': een sterk gebruik waarbij iemand vanaf de geboorte volledig wordt voorbeschikt om vijanden te bezweren. Volgens dit bijgeloof moet die persoon op enig moment worden gedood en het lichaam worden gekookt. Dit heet 'pangulubalang'. Alhoewel het woord 'bal', 'balang' (belang?), 'gul' (goal?) en 'lang' (verlenging?) erin voorkomen, lijkt de procedure mij toch geen optie ten faveure van het Nederlandse elftal...

In de Jakarta Post las ik onlangs dat er op de Molukse eilanden overal voor Oranje wordt gevlagd. Dat zou naar verluid vooral komen door Giovanni van Bronckhorst, aanvoerder van het elftal met Ambonees bloed door d'aderen. Maar uit de geschiedenisboeken weet ik ook dat Molukkers tijdens Neêrlands koloniale tijdperk veelal rijksambtenaren en militairen in het Nederlandse leger waren. Dat schept een band. In Nederland wonen meer dan 70.000 personen van Molukse afkomst. De journalist merkte sip op dat Ambon hoogstwaarschijnlijk niet zo enthousiast zal vlaggen op 17 augustus, Indonesië's onafhankelijkheidsdag. Die tegenprestatie kunnen wij dan wellicht aan hem leveren.


dinsdag 9 maart 2010

Jalan Nelly

Te midden van alle infrastructurele misère in Bali (zie voorgaande blogs) was er deze week wel degelijk één lichtpunt.

Enkele weken geleden vertelde ik Ketut, onze betrouwbare projectmanager (!), van mijn 'laatste plan' dat tijdens dit bezoek zou moeten worden uitgevoerd. Ik vroeg hem dan ook met mij op zoek te gaan naar een houtbewerker in de omringende dorpen die het plan voor ons zou kunnen uitvoeren. Wij klopten aan bij houtbewerkingsbedrijfjes waar het plan om uiteenlopende redenen afketste. Dat verbaasde mij: zo vreemd en moeilijk was het idee niet?!

Na weer een weigering en teleurstellend gezucht van mijn kant, deed Ketut het volgende voorstel: waarom zou zijn pa het niet proberen te maken? Ik ken Pa Ketut als een kundige bamboebewerker. Ook had ik in de afgelopen maanden geleerd dat de Balinees naar één specialisme streeft, all-round deskundigheid komt hier nagenoeg niet voor. Het gaat zelfs nog verder: als je iemand vraagt een klusje te doen op het terrein van een ander, zal hij of zij dat werk zelf niet aannemen.

Ketut, een goed opgeleide jonge Balinees, is daarop een uitzondering. Hij kan veel en is zeer leergierig. Om die reden noemen wij hem 'manager proyèk', hem zo legitimerend om zich namens ons op alle terreinen te begeven zonder dat er problemen onstaan. Hij vervult zijn rol met verve. Onze huidige situatie hier zou vele malen slechter zijn als hij er niet was geweest om te vertalen, een list te verzinnen, de oplossing aan te dragen.
Kennelijk zit het in de familie want zijn pa kan ook meer. Uit de conversatie bleek dat hij van origine houtbewerker is, een van de traditionele beroepen op Bali. “Waarom had ik daaraan niet eerder gedacht?! Natuurlijk mocht hij de opdracht uitvoeren. Graag zelfs!” Ik weet namelijk hoe zorgvuldig hij werkt en ik gun deze aardige man de extra inkomsten van harte. Ketut's familie behoort tot de zogenaamde 'Bali Aga' ook wel de ware Balinezen genoemd. Families die al duizenden jaren op Bali wonen en nog relatief traditioneel leven.

Er kwam weer een instructietekening met letters en afmetingen uit de hoge hoed. Op basis hiervan vervaardigde Pa Ketut iets heel moois; niet van bamboe maar van teakhout deze keer. Hij kent 'slechts' het Balinese schrift (lijkt op Sanskriet) dus het resultaat is deste opmerkelijker. Ik zie dat hij het hout met grote liefde bewerkte, de letters -die zijn zoon hem voordeed- zijn zeer verfijnd vormgegeven. Ik ben hem zeer erkentelijk.

Onlangs namen wij op ons landgoed de Jalan Nelly, de Nellyweg in gebruik. Daaraan kwamen twee mannen en mijn persoontje te pas: Arya, de tuinman, die het gat groef en Ketut die het cementpapje maakte voor een stevige voet. Zelf zette ik de houten constructie op de juiste plek. Grapsgewijs riep een Hollandse passant dat ik 'voor paal stond' maar nooit eerder heb ik dat zó graag gedaan!
Nelly werd in de afgelopen maanden ook voor die mannen een bekende in huis. De 'bovenwereld' speelt in het leven van de Balinees een grote rol. Het is de onzichtbare wereld van de goede krachten. Elke week wordt er bij haar foto een verse bos bloemen geplaatst. Elsa, onze huismanager, zal dat tijdens onze aanwezigheid blijven doen. Een boeket uit eigen tuin, aangevuld met bloemen uit de rijpere tuin van de buren. Binnenkort zullen wij echter geheel zelfvoorzienend zijn.

Nelly's straatnaambord staat op het pad dat van het terras van het centrale huis naar het gastenhuis leidt. Het is heel toepasselijk uitgevoerd: puur natuur, stijlvol, met de voet stevig in de aarde en de kop vrij in de zilte lucht. Teakhout kan tegen een stootje, dat vergaat niet zo maar... De Nellyweg is omzoomd door bloemen: sadap malam (witte jasmijn die 's avonds heerlijk ruikt), spider lady (een witte bloem met uitlopers die op de poten van een spin lijken). Nelly was bang voor spinnen maar van deze zou ze volop hebben genoten. Heliconia (tropischer kan niet!), ixora (verfijnde bloemtrossen in rood en geel), hibiscus (de absolute favoriet van mijn liefje) en baby blue (tere, blauwe bloemen).
Een bont gezelschap voor een kleurrijk mens. Ik mis haar nog elke dag. Maar op de Nellyweg is Nelly nooit ver weg. We kijken ernaar uit hier over enkele maanden weer -met haar- te lopen.

Dit is voorlopig de laatste blog uit Bali want zeer binnenkort gaan wij aan onze terugreis naar Spanje beginnen. ¡Hasta pronto!


dinsdag 5 januari 2010

Nat

Waar moet ik beginnen? Elke dag maken we zoveel mee dat er eigenlijk geen beginnen aan is. Een ding is zeker: Bernadette vertrok -weliswaar met 2 (mooie) dagen vertraging- en daarna liep veel mis. Maar zeker niet alles: elke ochtend maakt Ketut namelijk een verrassende fruit-groentecocktail waarop Emmy jaloers zou zijn. Hij is dé juice man van Bali! De metselaars bouwen momenteel in rap tempo maar wel heel gedegen een huisje annex opslagruimte voor de spullen van de tuinman; gelegen achter de carport. Bovendien schaften we een heel mooie sangha, een huistempel, aan die nu nog in delen in een hoek staat opgesteld. Ons Balinees personeel wacht op de juiste dag van de maand om de tempel te plaatsen en op te bouwen. De muur waartegen de tempel wordt geplaatst, is al gekozen en geverfd.

Maandag jongstleden was de dag van de lekkende airco, de haperende boekenkastenkamer en Mister Maybe. Sinds enige tijd hebben we een airco in een van de slaapkamers die lekkage veroorzaakt op de muur van de woonkamer. De loodgieter kwam de lekkage verhelpen, plamuurde de wond en schilderde de wand over. In de dagen erna bleek dat er nog steeds water op de woonkamermuur ontstond. De leiding werd dus weer opengelegd maar ja, volgens de loodgieter was de lekkage verholpen dus die leiding kon toch echt worden afgedekt... Zelf wilde ik dat niet. Eerst moest maar eens worden onderzocht wat die vochtplek veroorzaakte en of er niet iets alternatiefs moest worden gedaan. Tot op heden ligt de leiding, na veel discussie, nog steeds open. Er is sprake van condens. We kwamen deze week tot een compromis: er wordt een dubbele pijp om de leiding gedaan en daarna wordt de muur alsnog afgedicht. Fingers crossed!

Dat was nog lang niet alles. De boekenkasten op de eerste verdieping waren klaar om tegen de wand te worden geplaatst, vanzelfsprekend met behoud van alle stopcontacten en lichtpunten. Maar die terloopse aanname bleek VEEL gemakkelijk gezegd dan gedaan! Na een inspectieronde kwam ik tot de conclusie dat van de helft van de stopcontacten de draden rücksichtlos waren weggeknipt. Ik vond 15 veelkleurige electriciteitsdraden in vijf hoeken van de ruimte. Als souvenir. Langzaam voelde ik het bloed uit mijn gezicht trekken... Toen ik om uitleg vroeg, legde men mij breed glimlachend met handgebaren uit dat er geen probleem was: van 1 stopcontact zouden 2 dozen worden gemaakt. Dat is nu precies wat ik niet wil: een aan elkaar geknoopt Balinees houtje-touwtje-huis! Na veel hoofdgeschud en 'tidak baik' (niet goed) van mijn kant besloot ik het opperhoofd van de timmermannen te bellen. Hij kwam terstond en bevestigde dat het allemaal goed zou komen. Na veel geboor en gehak in de muur stonden de boekenkastenwanden er 's avonds -inderdaad- picobello bij en alle electriciteitspunten werkten. Ook mijn favoriete schelpen- en dolfijnenkalebaslamp uit Mexico hangt inmiddels in de inloopruimte. “Wat is hiervan de les?” Ik laat het oordeel graag aan de verstandige lezer over.

En dan nog Mister Maybe, de electricien. Na lang zoeken (er is momenteel sprake van enige schaarste) vonden we ventilatoren voor plaatsing aan de plafonds in de belangrijkste ruimten: terras, woonkamer en keuken. Ik vond slechts een zilveren en twee gouden fans maar die worden thans zwart gespoten. “Zouden die morgen kunnen worden geïnstalleerd?” Antwoord: Maybe. “Kunnen ze dan overmorgen op zeker worden geïnstalleerd?” Antwoord wederom: waarschijnlijk wel... Vandaar zijn bijnaam. Gisteren kwam hij dan toch en plaatste de eerste ventilator. De rest volgt maar nu begint ook mijn liefje nog te mopperen dat heur hoofdhaar waait als het apparaat aanstaat. Het moet toch niet gekker worden?!

Maar dat was deze week nóg niet alles. We kregen vandaag tevens te maken met heftige regenbuien, vergezeld van rukwinden uit het Noordoosten. Dat kunnen we hier verwachten in het natte seizoen. Tegen die overdaad bleken enkele recent geplante cocosnootbomen, frangipani's, palmen en bananenbomen niet bestand dus die gingen -sommigen met een luide knal- om. De tuin lijkt thans een oorlogsgebied. De ingehuurde tuinmannen gaan de omgewaaide bomen morgen opnieuw in de vruchtbare aarde zetten. De dreigende foto's zijn te zien in de continu lopende diashow; zie 'Bali sekarang'.

Het is alweer een maand geleden dat mijn liefje haar laatste chemokuur onderging. De foto van haar, intens genietend van het zwembad in de regen, is mijn foto van de week. We hebben het heel erg naar ons zin. Na regen komt zonneschijn.


woensdag 30 december 2009

Fascinatie

Er is zoveel te ervaren dat ik niet aan bloggen toekom. Elke dag hebben we wel mensen over de vloer die ons iets te bieden hebben. Zo is tuinman Wayan er nog steeds die de tropische tuin met zijn team fraaier en fraaier maakt. Het mooie van een tuin aanleggen in Bali in december is dat er grote bomen, planten en struiken worden neergezet waardoor elke plaatsing direct een groot verschil maakt. Bovendien valt er regelmatig lekker veel regen. Groeizaam weer zal ik maar zeggen. Gisteren brachten de tuinmannen een arm vol takken met diepblauwe snijbloemen mee. Op mijn vraag wat ze daarmee gingen doen was het antwoord: “planten”. Van één bloementak werden vervolgens enkele stekjes gemaakt die zonder wortels in de grond werden gezet. Een perk vol. Fascinerend!

Niet alleen Wayan is dagelijkse bezoeker, ook Gede de timmerman is van de partij. Inmiddels heeft hij de boekenkasten geleverd en daarmee ziet de bovenverdieping er meteen beter uit. Binnenkort levert hij het bureau, de zelf gefreubelde boekenpiramide en de schilderijrail af omdat wij geen gaten in muren willen boren. Met meegebrachte schilderijhaken aan stevig visdraad kan het huis dan verder worden verfraaid met op transport gestelde schilderijen die nu nog zijn ingepakt. De inbouwkastjes voor de drie badkamers, de servieskast, het altaar (een natuurlijk gevormde tafel van teakhout waarop klankschaal, boeddha en ander fraais zal worden geplaatst), de kledingkasten voor de drie slaapkamers worden naar verluid allemaal geleverd voor ons vertrek uit Bali. En dan hebben we ook de stoffenman, de verzekeringsagent, de bouwopzichter, de reparatietimmerman, de schilder en de loodgieter nog die iets komen aanprijzen, afsluiten, aansluiten en oplossen.

Ook ons personeel verdient onze warme aandacht. Elsa, onze kokkie en huismeesteres doet elke dag haar best ons te verrassen met nieuwe en oude recepten. De melk- en bonencocktail (een drankje) staat tot nu toe op de laatste plaats. De soto ayam met stip op de eerste. We schaften onlangs een stofzuiger aan en dat apparaat lijkt momenteel haar favoriete hulp in de huishouding. Ook het stoomstrijkijzer viel in goede aarde. Die stond al jarenlang ongebruikt in de kast in Spanje... maar vindt hier nu een nieuwe bestemming. Gestreken ondergoed en beddengoed: een hervonden genot.
De ouders van de echtgenoot van Elsa hebben wij gevraagd manden te vlechten voor wasgoed en tuinafval en bamboehanddoekenrekken te maken. Momenteel wordt aan een idee van Bernadette gewerkt: een rekje van bamboe waarop douchespullen kunnen worden geplaatst. Puur natuur en dat vinden we stukken leuker dan RVS. Als het een succes is, gaan we het exporteren.

Mijn liefje, die zich energiek en gelukkig voelt en met wie het goed gaat, houdt zich dagelijks bezig met de verdere opleiding van Ketut, onze tuinman. Om een beeld te schetsen: ik heb drie handen nodig om één biceps te omvatten. Onlangs kochten we voor hem een set tuingereedschappen, sproeiers en kranen. Tijdens onze afwezigheid had hij kranen en tuinslangen ingenieus aan elkaar geknoopt en als wij 'zijn' kranen wilden openen, lukte dat niet of spoot het water naar alle kanten. Hij is gelukkig met zijn nieuwe speeltjes. Of hij dat ook met ons is? Dagelijks wordt hij streng onderwezen in tuin- en zwembadbeheer: geen plastic in de tuin rondslingeren of achter de tuinmuur dumpen, niet teveel en te vaak chloor toevoegen, geen blauwe korrels in het bad strooien (voor kleur). Green is beautiful. Je ziet hem denken: “dat vinden toeristen toch mooi?!” Fascinerend.

Maar de meeste fascinatie ervaar ik toch wel bij het kuikendons op het bolletje van mijn liefje. Het groeit hard op haar hoofd. Het is nog niet duidelijk in welke kleur het haar terugkeert. Nog even en dan kunnen de hoofddeksels definitief af dus... wordt vervolgd!


woensdag 23 december 2009

Nachtelijk bezoek

In onze eerste week in Bali maakten we meer ophef mee dan in de afgelopen maanden in Spanje. Zo begonnen we aan de 'zeiklijst voor Willem' (excusez le mot), de lijst met verbeterpunten in het huis voor de bouwopzichter. Er zijn enkele grote en veel kleine dingen. De grootste opwinding vond deze week echter rondom de tuin plaats. Afgelopen zaterdag legden wij ons tuinontwerp aan Wayan voor, de kleine zelfstandige die een tuincentrum heeft op een uurtje rijden van ons vandaan. Hij was zeer over het ontwerp te spreken, hij had het zelf zo kunnen bedenken! Wayan levert bomen, struiken, planten, bloemen en goede ideeën aan. We maakten een jaar geleden kennis en beloofden toen met hem in zee te gaan nadat ons huis zou worden opgeleverd. Hij is een leuke, serieuze man die met een groep ZZP'ers samenwerkt (Zeer Zwijgzaam Personeel, in dit geval) die het zware tuinwerk doen. Na enkele rondjes door de tuin kwamen we tot een financiële en logistieke overeenkomst; het werk zou een week later beginnen. DEAL!

Het was dan ook verrassend dat hij al deze week een groot aantal palmen en personeelsleden kwam afleveren. Met kalk werden de lijnen voor de bloemen- en plantenbedden uitgezet en werd de plaats voor de palmbomen aangegeven. Vervolgens begon het verwijderen van de, door tuinman Ketut zo zorgvuldig aangelegde en verzorgde grasmat. Ik had met hem te doen maar er breken betere tijden voor hem aan en dat realiseert hij zich zelf ook. Wayan haalt grote palmen en andere bomen van enige omvang uit andere plaatsen op het eiland. De hoofdstad Denpasar in het Zuiden is een van die plekken waar hij regelmatig naartoe rijdt in zijn pick-up truck om bomen op te halen. De prijzen zijn daar beter, naar verluid en hij vindt heen-en-weer rijden geen enkel probleem. (Dat is allemaal in de prijs inbegrepen.) Hij had ons ook laten weten er geen probleem mee te hebben 's avonds door te werken.

Maandagavond legden wij onze moeie hoofden op het kussen; de nacht ervoor was niet goed geweest vanwege de jetlag. Midden in de nacht werd ik wakker van lampen die aan waren op het terras. Had Made, onze security-man, dat om een reden gedaan?! Door de gordijnen keek ik naar terras en tuin maar ik zag niets dat mijn nadere aandacht vroeg. Het was er trouwens aardedonker. Ik liep naar het terras en doofde de lampen. Een half uur later floepten ze echter weer aan. Wederom inspecteerde ik het terras. Er was niets te zien maar des te meer te horen. Ik liep naar de achterzijde van het huis en wist niet wat ik zag: twee grote vrachtwagens op de oprijlaan en heel veel Balinese mannetjes met schoppen. En dat alles rond 2 uur 's nachts. Ik draaide mij om en liep terug naar bed. Ik zou de volgende dag wel zien en horen wat er was gebeurd. Welcome to Bali!
Het zicht op de tuin de volgende ochtend deed mijn ogen knipperen. Niet alleen om de wallen onder mijn ogen te verdrijven maar ook om de grote verrassing die ik zag: Wayan's team was 's nachts aan ons tuinontwerp begonnen. Er stonden inmiddels 7 hoge palmbomen langs het pad naar het strand en achter het huis langs de oprijlaan stond een andere soort lagere palmen. Het begin van onze tropische tuin is er en het ziet er nu al prachtig uit. Wat een paar palmen al niet doet!

Inmiddels verheugen wij ons op de eerste bezoeker: vriendin Bernadette is gearriveerd. Zij was vorig jaar ook onze gast en dat was ons zo goed bevallen dat het voor herhaling vatbaar bleek. Ze brengt gezelligheid en zwembadcompetitie. Zij is de eerste officiële bewoonster van het gastenhuis. Vanavond zullen wij gedrieën toasten op de goede uitkomst van vriend Ger. (Joehoe, Monika!) Wij wensen iedereen vanaf deze plaats een heel goede witte Kerst toe.


dinsdag 6 oktober 2009

Bali is hot

Dat het op Bali, een van de Indonesische provinciën, heet kan zijn weet iedereen. Maar dat Bali ook hip is, bleek uit de kop boven een artikel in de reisbijlage van De Krant van Wakker Nederland. Nu behoort die krant geenszins tot mijn favoriete dagbladen maar als het over het geliefde hindoeïstische eiland gaat, ben ik bereid enkele principes aan de kant te schuiven. Ik las het enthousiaste artikel met toenemende trots. De ondertitel meldde 'veelzijdigheid' en 'bijzonder Indonesisch eiland'. Geen woord teveel, wat mij betreft. In de afgelopen dagen maakte KLM bekend dat zij driemaal per week rechtstreekse vluchten naar Bali gaat maken. 'Vanaf 6 december ligt Bali vanuit Amsterdam onder handbereik', aldus het artikel. Ik hoop dat het nieuws de reiskriebels van onze Nederlandse vrienden en familie zal stimuleren. Ik hoop niet dat dit het startsein is voor de komst van grote hordes Hollandse cultuurbarbaren.

In de afgelopen maanden werden mijn liefje en ik grotendeels in beslag genomen door ziekenhuisbezoeken en medische behandelingen. Er was weinig tijd en energie over voor andere grote dingen. Wij prijzen ons dan ook heel gelukkig met de ondersteuning die wij vanuit Bali krijgen van Frans, Lenie, Marijke en Willem. Als zij er toch niet zouden zijn?! Zuster Clivia merkte al eens op dat 'de toestand' van mijn liefje zonder hun hulp zwaarder op onze schouders zou drukken. Ik ben het daar volledig mee eens. Het valt namelijk niet mee op twee continentsborden tegelijk te spelen! (En er is maar één Ton Sijbrands...)

Nu wij de nieuwe vertrekdatum naar Bali hebben vastgelegd, speelt die plek en alles wat het representeert weer vaak in mijn gedachten. In onze gedachten. Op goede dagen 'betrap' ik mijn liefje er regelmatig op dat zij gelukzalig de recentste foto's van de bouw van ons huis bekijkt. Ook bij mij toveren die beelden een brede glimlach op het gezicht. Af en toe knijpen wij elkaar in de arm: mogen wij echt zo'n mooi stukje paradijs gaan bewonen..?
In de afgelopen weken gebeurde er van alles op 14.000 kilometer afstand. Zo was onze container met persoonlijke spullen in augustus jongstleden op transport gegaan naar Jakarta. Het containerschip kwam tijdens de ramadan in Indonesië aan. In verband met de nationale Suikerfeest-festiviteiten was er op dat moment niet veel actie te bespeuren bij de Javaanse douanebeambten en hun collega's. De inklaring en het vervoer van onze goederen naar Bali liet -mede door onze afwezigheid- langer op zich wachten. Maar weldra gaat het dan echt gebeuren: onze dozen zullen naar een afgebouwd, ingericht huis worden getransporteerd. Op dit moment is men druk doende de tuinpaden op het terrein aan te leggen zodat de vrachtwagenlading zonder problemen de achterdeur kan bereiken. Onze Balinese huishoudster Elsa kan daarna beginnen aan het uitpakken van de dozen.

Wij gaan wonen aan de 'Jalan Segara' van een plaatsje aan de Noord-Balinese kust. Segara betekent zee of oceaan en jalan betekent weg in Bahasa Indonesia maar het weidse wateroppervlak dat pal voor ons huis ligt, heet de Balizee dus we gaan wonen aan de Zeeweg. Op het terrein staan een hoofdgebouw, een gastenhuis, een carport en een bale bengong (een plek om te relaxen). Alles gebouwd naar goed Aziatisch ontwerp.
Er ligt een flinke lap tuin om het huis. Het Balinese gras in die tuin wordt sinds augustus verzorgd door tuinman Ketut (zie foto). In 'Elseviers Gids van Tropische Planten', een encyclopedie van tropische flora, kruisten wij inmiddels aan welke bomen, struiken en planten wij zoal in die tuin willen gaan zetten. Tot de selectie behoren de flamboyant, de franchipani, de Westindische amandelboom, de schroefpalm, de zeedruif, de reizigersboom en natuurlijk de vlinderstruik. Heel veel vlinderstruiken want er is plaats genoeg en bovendien zijn wij, we geven het ruiterlijk toe, vogel- en vlinderlokkers! Daarbij komt nog een aantal tropische fruitbomen: mango, banaan, tamarinde, mangostan, papaja, ramboetan. En doerian, niet te vergeten. Die vrucht zal ik in de toekomst wel in mijn eentje moeten verorberen... Ik krijg mijn liefje niet meer zo gek om 'onwelriekende sokken' te eten, zoals zij het uitdrukt!

Dat alles hopen wij tijdens ons eerstvolgende bezoek in gang te gaan zetten, in samenwerking met onze eigen tuinman. Hij is inmiddels op Engelse les, ik heb mijn Bahasa Indonesia-studieboeken weer tevoorschijn gehaald. Vanaf december aanstaande ligt dat letterlijk onder handbereik.