Translate

Posts tonen met het label vulkaanuitbarsting Agung (Bali). Alle posts tonen
Posts tonen met het label vulkaanuitbarsting Agung (Bali). Alle posts tonen

vrijdag 12 januari 2018

Happy landing

Illustratie: Flightaware
We keerden veilig terug op het Spaanse honk. Vanmorgen vroeg zat ik om 4 uur in de zitkamer, mijn liefje stond een kwartiertje eerder op. We waren allebei vrolijk want we hadden een heel goede nachtrust. Na acht uur slapen als een roosje kan ik er niet mee zitten; jetlag is nu eenmaal aan de orde als je een aantal tijdzones in één keer overbrugt.

Toen we woensdagmiddag op vliegveld Denpasar incheckten, vroegen we aan de baliemedewerkster of ze een aantekening zag in het systeem in verband met ons verzoek tot zitplaatsen op een Exit-rij. Bij de vliegmaatschappij waarmee we vlogen kun je geen stoel reserveren op die rij want ze willen je eerst zien voordat ze dat toezeggen. Op die plek moet je namelijk assisteren bij een eventuele evacuatie dus je moet in orde zijn. (Mijn heupprothese en de tennisarm van mijn liefje vielen haar niet op.)

Ze luisterde aandachtig, lachte vriendelijk, keek in het systeem en telde vervolgens op haar vingers. Dat herkende ik want ik zag het onze Balinese jongetjes wekenlang doen tijdens de dart-competitie (met klittenbandballetjes) die we daar deden. Yuda moest dagelijks de score berekenen, Damai vindt rekensommen maken op zijn niveau (eerste klas lagere school) sowieso leuk.
Daarna zette de baliemedewerkster iets op papier en riep een oudere collega bij zich. Vervolgens ving ik “lima puluh tujuh” op… Dat moest op mijn leeftijd slaan. En ja hoor, die van mijn liefje werd daarna ook genoemd. Zouden ze ons te oud vinden? Leeftijddiscriminatie! De collega vroeg haar vervolgens of wij “bahasa inggrisnya” spraken. Natuurlijk spreken wij Engels maar dat wist de jongedame nog niet want we hadden tot dan toe alleen Indonesisch met haar gesproken. Dus, wijsneus als ik kan zijn, gaf ik het antwoord maar alvast. En ook dat wij op de heenreis ook op die rij hadden gezeten.

We kregen ook nu de gewenste stoelen en konden de benen languit leggen en opstaan zonder iemand te hinderen, wanneer wij dat wilden. We gingen met een half uur vertraging weg. Toen ik op het scherm naar de vliegroute keek, zag ik een heel ongebruikelijk pad. Het vliegtuig vloog niet over Bali naar het noorden maar ging onder het eiland langs richting Java. Dat had waarschijnlijk te maken met gunung Agung, de vulkaan die nog steeds actief is. Het vliegtuig bleef echter in een zig-zag-beweging onder de provincie door vliegen. Vervolgens vlogen we tevens onder Java en Sumatra door. Op enig moment boog het vliegtuig op het scherm linksaf en ging nóg zuidelijker vliegen. Huh?! Wat was hier aan de hand? Het duurde eindeloos lang voordat het lampje van stoelriemen los oplichtte dus ik kon het ook niet vragen aan cabinepersoneel.

Even kwam de herinnering aan vlucht MH370 in mij op… Dat vliegtuig van Malaysia Airlines, op weg naar Peking, vloog in 2014 vanuit Kuala Lumpur in een nooit opgehelderde richting om nooit meer te worden gezien. Men zocht destijds voor de westkust van Australië -waar wij op dat moment vakantie hielden- maar vond niet. Wel trof men later brokstukken aan langs de kusten van Madagaskar, Mauritius, Mozambique en Tanzania. Dat spooktoestel houdt mij tot op de dag van vandaag bezig. Ik las afgelopen week dat een Amerikaans bedrijf met hun off-shore bevoorradingsschip Seabed Constructorde zoektocht, die vorig jaar eindigde, gaat heropenen en dat is goed nieuws voor familieleden van de ruim 300 passagiers. Als het schip binnen 90 dagen de zwarte dozen of de body van het vliegtuig vindt, ontvangt het USD$90 miljoen beloning; de zoektocht wordt op 17 januari aanstaande hervat.

Zo fout liep het voor ons niet af gelukkig. We gingen pas noordwaarts ter hoogte van de Nicobar-eilanden; dat was ruim een uur na vertrek. Toen we als passagiers weer vrij mochten rondlopen, vroeg ik een purser aan de piloot te vragen waarom we deze route aflegden. Het antwoord was zoals vermoed: vanwege de actieve vulkanen Agung (Bali) en Sinabung (Sumatra).

Geloof het of niet maar op de dag na ons vertrek barstte Agung weer uit. Een 2.500 meter hoge wolk van rook en as schoot het luchtruim in. Vulkaan Sinabung op West-Sumatra barstte uit op 10 (onze vertrekdag) en 11 januari en tevens vandaag. Op de site Flightaware’ is te zien dat vliegtuigen vanuit Denpasar nu tussen Bali en Java naar het noorden vliegen. Men neemt geen risico’s en dat is te waarderen. Een berichtje vanuit de cockpit had de spanning, die op dat moment voelbaar was in de cabine, echter kunnen voorkomen. Dat gaat mijn liefje wel aangeven. Op Tripadvisor kun je als reiziger namelijk sinds kort ook vluchten beoordelen.

Het waren rustige vluchten. Uiteindelijk kwamen we 20 minuten voor de verwachte tijd aan op vliegveld Alicante. Vanuit de heldere lucht was de stad Valencia en de daarin gelegen Ciudad de las Artes y de las Ciencias, van een van mijn favoriete Spaanse architecten Santiago Calatrava, goed te zien. Mooi! (Met dank aan mijn liefje.) 

Thuiskomen in een überschoon huis met een heerlijk zon was dat ook. De Zwitserse meisjes hadden een vergelijkbare kleur als wij. Zij genoten hier in de afgelopen weken met volle teugen van het prachtige Spaanse weer, ons huis en de woonomgeving. Zij verhuisden inmiddels naar een hotel in de omgeving. Vanmorgen kon ik niet bloggen omdat de Fall Creators Update van Windows 10 mij daarvan weerhield. Dat duurde eindeloos. Hoop niet dat er iets valt... (het is toch al winter?!) Tja. Vandaag waste mijn liefje alle kleding en deden we samen boodschappen, vanavond gaan we een hapje eten met vier Nederlandse vrienden (die volgende week weer huiswaarts keren). Morgen gaat Ingrid in mijn’ keuken risotto met zelf geplukte champignons voor ons bereiden. Happy landing!


maandag 1 januari 2018

Happy New Year!


Mijn liefje en ik wensen je gelukkig nieuw jaar, feliz año nuevo, selamat tahun baru. Moge 2018 voor jou goed zijn begonnen en voor ons allen veel goeds in petto hebben. Nieuwsjaardag is hier prachtig. 

Wij startten Oudejaarsdag hier volgens een oud-Hollands recept: met oliebollen. Er wonen veel Nederlanders in deze contreien dus een van de Nederlandse hoteleigenaren bakt al jarenlang oliebollen. (In de jaren dat wij daar onze eigen tropische villa bewoonden, maakten ze ook nog appelflappen.) Die oliebollen toverden mijn liefje om in een soort Grietje, maar dan zonder Hans. Ze liet een kruimelspoor achter in het dorp.

Op weg naar ‘huis’ gaf ze oliebol nummer 10 af bij de Duitse bakker en zijn Balinese vrouw. Zij vertelde hem onlangs dat Nederlanders in deze tijd van het jaar 300 miljoen van die bollen weg happen. Hij had er nog nooit van gehoord en baalde daarvan. Dat hadden immers mooie, extra inkomsten kunnen zijn! Samen googleden ze het recept voor volgend jaar. De leuke Balinese serveerster van Café Greco ontving bol nummer 9, oliebollen nummer 8 en 7 werden voorgezet aan resort-eigenaren Tini en Richard, een Nederlandse moeder met haar zoon kregen bollen 6 en 5, bollen 4 en 3 werden gedeeld onder het Balinese restaurantpersoneel van het resort. Deze editie van 2017 vonden wij heerlijk: niet te zoet en zeker niet vet, luchtig, krokant, met krenten en een vleugje kaneel. Ze zouden hoog hebben gescoord in de AD-oliebollentest!

We waren gisteren zonder Balinese familie en dat vonden beide partijen prima. Zij brachten de dag met familie door in de heuvels van Lovina en 's avonds thuis bij Elsa & Ketut (wiens verjaardag tevens werd gevierd). Wij schreden de jaargrens zowaar weer een keertje in vol bewustzijn over. Mijn liefje en ik zijn eigenlijk nooit Oudejaarsavond-types geweest. Vanaf mijn pubertijd kreeg ik een hekel aan deze avond. Dat wachten tot klokke 12 vond ik ver-schrik-ke-lijk. Menigmaal sloot ik muzelluf op in de toilet tot dat vervelende aftellen voorbij was. (Dat zegt meer over mij dan over mijn familie.) Mijn liefje heeft vergelijkbare herinneringen dus we hoeven elkaar niets meer uit te leggen. Doorgaans vinden we deze dag van het jaar allebei niet speciaal genoeg om de avond volledig uit te zitten.

Over het algemeen brengen we de laatste dag van het jaar in elkaars gezelschap door, op een mooie plek in de wereld. In de meeste van die oorden lagen we vroeg in bed, ruim voordat het vuurwerk knalde. Een van de leukste Oudejaarsavonden beleefden we in Acapulco (2004). Wij zaten in een hotel aan de baai met uitsluitend Mexicaanse gasten. Dat hebben we geweten! We werden door bijna alle mannelijke gasten op de dansvloer getrokken. Onze sombrero’s in de lucht gooiend, dansten we de jaargrens over. De laatste keer dat we opbleven voor het uitluiden van het jaar was op oudjaar 2015. Dat was zó memorabel dat ik voor de rest van mijn leven op die herinnering kan teren. Toen verbleven wij namelijk met Bernadette onder de Sydney Harbour Bridge en aanschouwden we een spectaculaire vuurwerkshow. Daar hadden we evenmin zin om vroeg te gaan slapen.

Hier begonnen we tijdig aan een kroegentocht die ons weldra naar een Lovina-restaurant voerde op een van de beste plekken aan de Bali-zee. Het eten is meestal goed, er is altijd live muziek en de voetjes kunnen er van de vloer. 's Middags reserveerden we reeds een tafeltje en dat bleek geen overbodige luxe. Het werd zó druk op het grote terras dat er voor velen geen plaats was. Ik zag aardig wat bekenden. Het bleef overigens de hele avond droog, er waaide zelfs een lekker fris windje. In Sydney vindt de vuurwerkshow voor kinderen om 21:00 uur plaats maar hier begint dat al ruim voor 18:00 uur. Het ging vervolgens de hele avond door. Zelf ben ik geen fan van vuurwerk, zeker niet hier; voor het geld van zo’n pijl kun je een arme Balinese familie voeden…

Afgelopen week kwamen we Alex Rolex tegen op het strand. Normaliter verkoopt hij nagemaakte (nep)horloges maar nu kwam hij langs met een lading bazooka’s op zijn schouder. Het bleken immense vuurpijlen. Ook gisteren zag ik jongetjes -kleiner dan Yuda- met batterijen vuurpijlen in plastic tassen. (Tweemaal fout!) Tja. Het bleef nog heel lang onrustig in het dorp. Na middernacht sliepen we tevreden, met oordoppen in.

Tijdens de afgelopen feestdagen was het full house in ons resort. Van tegenvallende bezoekersaantallen vanwege vulkaan Agung was geen sprake. Ook de omgeving van Lovina stond afgelopen week bol van de toeristen. Je kon geen hoek omslaan of je hoorde Nederlands en andere Europese talen maar vanwege het lange weekend waren Indonesiërs ook goed vertegenwoordigd. Kerst en Oud & Nieuw in een hotel in Noord-Bali werd een bijzondere ervaring voor ons. De toeristen keren vandaag terug naar huis; overwinteraars als mijn liefje en ik blijven nog even plakken, al is het prachtig weer aan de Costa Blanca.


vrijdag 29 december 2017

Safe in the Cave?


We gingen gisteren met de boys en hun ouders op pad. Yuda vertelde ons eerder dat hij had gelezen over een geologisch museum is in de buurt van vulkaan Batur (een buur van vulkaan Agung). De jongeman is erg geïnteresseerd in wetenschap en een van zijn hobby’s is lezen dus zo’n verzoek konden wij vanuit educatief oogpunt niet weigeren. Het bleek te gaan om een museum, gekoppeld aan UNESCO-werelderfgoed, te weten: Gunung Batur. Daarover raakten wij ook enthousiast.

Elsa (de oudste van het gezin) heeft een jong broertje, Rafie, dat in de zesde klas van de lagere school zit. Yuda, die in de vierde klas zit, noemt hem formeel ‘oom Rafie’. We kennen het ventje al jaren. Hij spreekt niet of nauwelijks maar zijn ogen spreken boekdelen. Hij kan wel praten maar hij vindt het kennelijk niet nodig. Elsa komt uit een arm Balinees gezin en ik denk, met mijn psychologie van de koude grond, dat de jongste van het gezin veel aandacht en liefde tekortkomt. Zijn ouders zijn zó druk met het organiseren van hun leven dat hun jongste kind erbij in schiet. Kasian. We kennen Elsa’s ouders ook; zij is niet zo begaan met kids, haar vader is een ontzettend aardige man en een liefhebbende opa... Rafie loopt af en toe bij Elsa & Ketut binnen waar hij gezelligheid en vriendschap vindt. Hij blijf nooit slapen, keert altijd naar zijn ouderlijke hutje terug. Op Kerstavond bleek hij ook van de partij. Wij overtuigden Yuda ervan dat het goed was een van zijn kerstkado’s, een kek shirt met lange mouwen, aan zijn oom af te staan.

We gingen met ons zevenen in een gehuurd busje op pad. (Rafie droeg zijn nieuwe shirt.) De route er naartoe is prachtig groen. Naarmate we hoger kwamen, liet het zicht te wensen over. Het was bewolkt en we kwamen zelfs in dichte mist terecht. Gelukkig waren er strepen op de weg waarop chauffeur Ketut zich kon oriënteren. Hij was één brok concentratie maar we voelden ons prima onder zijn verantwoordelijke rijstijl. Na circa twee en half uur rijden zagen de mannetjes voor het eerst van hun leven een vulkaan met eigen ogen. Alleen al dat gegeven maakte het uitje dubbel en dwars waard. De Wows” en “look at that” waren niet van de lucht. Wij legden uit dat je een wens mag doen voor jezelf als je iets voor de eerste keer ziet of meemaakt. Yuda volgde dat advies braaf op.

We gingen eerst naar het museum, daarna zouden we lunchen aan het meer van Batur. Je kunt het museum gratis betreden; wij waren op dat moment de enige bezoekers. Het museum was jarenlang eigendom van UNESCO en stond onder beheer van deze VN-organisatie maar sinds twee jaar is het eigendom van het Indonesische Ministerie van Toerisme dat het sindsdien tevens beheert. Het grote, bijzondere gebouw kan wel wat meer onderhoud gebruiken, eerlijk gezegd.

Mijn liefje leerde daar hoe Bali tot stand kwam, Elsa maakte aantekeningen voor een toekomstige spreekbeurt of een schoolproject van haar oudste zoon (!). Zelf liet ik mij van hot naar her slepen door de mannetjes. Van steen naar steen, van vulkaanuitbarstingen naar de oerknal. De gehele bovenverdieping is gewijd aan de biodiversiteit en het culturele leven rondom vulkaan Batur. Bali werd 23 miljoen jaar geleden gevormd, vulkaan Batur ontstond 500.000 jaar geleden. Batur is een zogenaamde caldera vulkaan; dit soort vulkanen heeft aan de bovenkant een brede krater. Het aparte van Batur is dat er een vulkaan met krater in de grote krater ontstond, plus een groot kratermeer. Dat alles maakt deze plek terecht werelderfgoed. Tussen 1804 en 2000 vonden hier 26 erupties plaats. Lokale Balinezen woonden in de vulkaankrater in diepe grotten waar ze zich veilig waanden. Die gua’s bestaan nog steeds, we zagen ze langs de weg liggen. 

Het museum heeft een aardige portie interactiviteit voor kids. Ze kunnen scrollen op schermen, op knopjes drukken waarna iets op een scherm gebeurt. Dat deden alle heren dan ook naar hartenlust. Ze genoten zienderogen. We brachten ongeveer twee uur door in de zalen. Mijn liefje had hier en daar graag meer toelichting gewild van een (levende) gids of meer Engelstalige uitleg. De website van het museum biedt evenmin Engelse teksten. Het aantal internationale bezoekers is dan ook gering, zag mijn liefje op Tripadvisor. Een tweetalige brochure zou geen overbodige luxe zijn geweest. Desalniettemin is dit museum een bezoek waard. 

We aten bij een kleine warung, genaamd Batur Bagus. Mijn liefje en ik bestelden een eenvoudige nasi goreng en voor ieder een cola. Eventuele germs drukken we daarmee direct de kop in. A coke a day keeps the doctor away! Tot nu toe hebben we geen last van Bali Belly en dat houden we graag zo. Wat mij opviel was dat oom Rafie zijn kippenpoot afstond aan neef Yuda… Dat mannetje zal niet vaak vlees eten maar toch gaf hij dat waardevolle ingrediënt weg. Mijn liefje dacht dat hij wellicht geen kip lust, ik kon mij dat niet voorstellen. Sterker nog: ik verdenk uitgekookte Yuda ervan dat hij zei ik vraag wel of je mee mag maar dan wil ik bij de lunch jouw ayam.

Vanaf die lunchplaats hadden we uitstekend zicht op de binnenkant van de grote krater en op het meer. Uiteindelijk zagen we Batur zonder wolken rond de top. We waren niet ver van Agung, de vulkaan die thans opspeelt. Vanwege de mist konden we het gevaarte niet zien; jammer. Geen moment voelden we ons onveilig. De lokale kranten staan hier elke dag bomvol artikelen over hoe veilig Bali is. Jokowi, de Indonesische president, was hier vorige week op bezoek. Hij twitterde dat de stranden van Bali veilig zijn en liet zich fotograferen, met opgerolde pijpen in de branding. Huh?! Daarover is toch ook geen twijfel?! Een aantal Balinese bestuurders trok zich bij die gelegenheid in een achteraf kamertje terug om te knutselen aan de status (die thans op 4 -Gevaarlijk- staat). Alsof de Chinezen en Australiërs, die respectievelijk niet naar het eiland van de Goden vliegen en geen reisverzekering aanbieden, gek zijn. Tja. De vulkanologen en andere experts zwichtten terecht niet voor deze druk. De status blijft zoals die is. 

Met beter weer en meer zicht keerden we weer huiswaarts. Dat gebied van Bali is prachtig. Je ziet de fraaiste bloemen en planten, overal waar je kijkt hangt fruit aan de bomen. Als je kijkt, tenminste. De mannetjes zaagden het stukje tropisch regenwoud om waar we doorheen reden. Glimmende avocado’s, diverse soorten mango’s, jackfruit, mangoestan, ramboetan en… doerian. Dat laatstgenoemde fruit verdeelt het gezelschap in zij die de smaak intens haten en zij die het oprecht lekker vinden. Zelf behoor ik tot de laatstgenoemde groep, mijn liefje haat zelfs de geur al (laat staan de smaak). Het lekker-kamp kreeg toestemming om er eentje te proeven buiten de auto. Joehoe! Elsa, Yuda, Ketut & me smulden, de rest keek gedogend toe. Na een goede wasbeurt mochten we instappen, met tassen ander tropisch fruit. We waren hondsmoe na zo’n intense dag uit. Als dankbetuiging trakteerde de maan ons die avond op een fraaie halo. Vanmorgen ontbeten we weer fris & fruitig, met mango en mangoestan. Dicht naast elkaar.


donderdag 21 december 2017

#I’m in Bali Now


De huidige gouverneur van Bali, Made Mangku Pastika -die zich volgend jaar niet verkiesbaar zal stellen maar met pensioen gaat-, nodigde vrijdag jongstleden consuls van 34 buitenlandse consulaten uit voor een vergadering op zijn kantoor. Hij wilde de situatie uitleggen rondom vulkaan Agung. Hij vertelde die diplomaten dat daarover veel onzin wordt verkondigd en dat is te wijten aan foute vertalingen. Pastika is van mening dat er onnodig veel annuleringen plaatsvinden. Bali is veilig!

Mocht de vulkaan weer tot uitbarsting komen dan verplaatst de gouverneur zijn kantoor naar de luchthaven om ervoor te zorgen dat de uitreis van binnen- en buitenlandse toeristen efficiënt en effectief zal verlopen. Hij ging zelfs een stap verder: als reizigers alternatief transport nodig hebben naar luchthavens buiten Bali, dan zal het provinciale bestuur de kosten daarvan voor eigen rekening nemen. Ik knoopte de boodschap in mijn oren.

Diezelfde gouverneur riep jonge(re) generaties in de afgelopen weken op om werkgelegenheid en toekomst te zoeken in sectoren buiten de toeristenindustrie. Hij denkt dat dit een uitgelezen kans is om Bali’s agricultuur nieuw leven in te blazen. Maybe now is the time to return to agriculture; let’s return to our birthright – farming and livestock development” aldus Pastika. Wat mijn liefje en mij opvalt, is dat Agung op het eiland van de Goden zelf zoveel paniek veroorzaakt. Er is drie maanden stagnatie vanwege een sputterende vulkaan en iedereen is in zak en as. Waar is de veerkracht? Wij in Spanje (en andere Europese landen) zaten jarenlang een economische crisis uit zonder dat het land of het continent in elkaar donderde en burgers de hoop opgaven!

De situatie rondom Gunung Agung luidde hier dus een tijd in voor reflectie en dat vind ik goed. Want waar is de visie voor dit geliefde oord? Balinezen zijn volgens mij niet van de langetermijnplanning. Het bestuur lijkt geen plannen voor infrastructuur en hotelbouw te hebben, laat staan dat er een algemeen ontwikkelingsplan is. Als er een grote internationale conferentie gloort, is er weer geld beschikbaar voor het upgraden van een weg of iets dergelijks. Het bestuur van het eiland lijkt slechts één ding te aspireren: zoveel mogelijk toeristen trekken. Ik heb sterk de indruk dat men in Bali heden ten dage alles wenst wat de wijde wereld te bieden heeft maar er zelf niets of weinig voor wil laten. Vanwege de vulkaan zal 2017 geen recordjaar qua bezoekers worden en dat wordt alom betreurd terwijl ik juist blij zou zijn met minder toeristen. Ongecoördineerde groei brengt het eiland juist aan de rand van de vulkaan. Tja.

Als je mijn vorige blog hebt gelezen, zie je mogelijk ook in dat er nogal wat haken & ogen zitten aan de oproep van gouverneur Pastika. Heeft Bali in de nabije toekomst wel voldoende water om agricultuur te doen herleven? Is het sexy genoeg voor de jeugd? Ga je net als je opa of je overgrootvader de rijstvelden in of achter het vee aan als je een goed opgeleide Balinees bent? Perfect Engels zal geen heilige koe sneller doen lopen… Ik geef Pastika gelijk als hij doelt op het belang van gerichtere en betere beroepsopleidingen voor jongeren. Het percentage jeugdwerkloosheid in Indonesië ligt op 19.4%. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) is van mening dat Indonesië meer is gebaat bij de ontwikkeling van hoogwaardige fabricage en high-value dienstverlening. Dus niks landbouw en veeteelt.

Het hoofd van de Nationale Restaurant Associatie en het hoofd van het Balinese Bureau voor Toerisme (Anak Agung Gede Yuniartha Putra), zeiden onlangs in een kranteninterview dat de gevolgen van de uitbarsting van berg Agung verstrekkender zijn dan die van de eerste terroristische bomaanslag (2002). Dat is nogal wat. Mijn liefje  en ik waren voor het eerst in Bali na de bom van 2005. Destijds voelde het voor mij dramatischer aan. Die aanslag was immers een opzettelijk verwoestende daad van kwaadwillende mensen. Het was geen natuurverschijnsel dat slechts te controleren is maar niet te stoppen. Ik herinner mij dat we op een uitgestrekt maar leeg Jimbaran-strand zaten te dineren en keken naar de golven en de ondergaande zon. De pret met een grote groep musicerende Balinezen was er niet minder om.

Gede Yuniartha Putra vertelde in datzelfde interview dat men een sociale media-campagne begon die onlangs viraal ging, getiteld #I’minBaliNow. We are doing everything we can. We have to promote Bali.

Ik verwacht dan ook dat het Balinese hotelwezen klanten die wel (willen) komen, tegemoet zal komen. Wij overwegen aan het einde van ons verblijf in het noorden nog een paar dagen in het zuiden door te brengen. We zochten op internet naar aantrekkelijke accommodatie in Nusa Dua, een deel van Bali waar we niet eerder verbleven. Daarop mailden we enkele hotels met de vraag naar gratis annulering en zonder vooruitbetaling, uit coulance voor hen die wel komen.

Er zijn hotels die flinke korting geven op hun kamerprijzen. Ik vond het echter opmerkelijk dat men vasthoudt aan annuleringskosten en  betalingen vooraf. Het antwoord op onze  vriendelijke verzoeken om die te laten vallen, was telkens ontkennend. Op het eiland wordt steen en been geklaagd over haperend toerisme maar als je als individuele klant vraagt om een tegemoetkoming, geeft men nul op request of begrijpen ze je vraag niet. 

Er was één hotelmanager die een verklaring gaf voor de weigering: hij heeft die inkomsten hard nodig om zijn personeel te betalen. Zo droevig is het dus gesteld op het eiland van de Goden... (Misschien laten we ons plan varen voor Nusa Dua; we zien wel.)

Yes, we’re in Bali now en het eiland is veilig volgens de lokale overheid. De Indonesische crisismanager van de vulkaan laat echter de hoogste alarmcode intact: code 4, Awas. Gloeiend lava was gisteren te zien bij de krater. Agung roert zich dus nog steeds.


dinsdag 19 december 2017

Onder water


Het duurt dit jaar wel lang voordat ik in de Zuid-Oost Aziatische tijdzone geraak. Doorslapen lukt maar niet en dat ligt niet aan de bedden. Na aankomst in een hotel doen we wat we altijd doen: douchen, omkleden in iets luchtigs en in teenslippers, lekker eten en daarna slapen met een pilletje. Normaliter is dat -waar dan ook- dé manier om in het Hier & Nu te komen en de jetlag te managen. Alles werkte deze keer, behalve de slaappil.

Halverwege de eerste nacht lag ik met open ogen op het ochtendgloren te wachten. De avond na aankomst in het noorden van het eiland van de Goden sloeg ik de slaappil over; die werkte toch niet. Dat kwam mij duur te staan. De daarop volgende nacht was nog moeilijker. Terwijl ik lag te lezen snurkte mijn liefje reeds zachtjes. Toen mijn ogen dreigden dicht te vallen, knipte ik het bedlampje uit om rond half twee 's nachts weer klaarwakker te zijn en te blijven. Op zondagochtend stond mijn liefje om 6 uur 's ochtends op; zij was toen door de overgang heen. Ik hoorde de voordeur zachtjes dichtgaan en draaide mij, compleet onder water, om in bed.

Ik doe geen middag dutje, ga niet vroeg naar bed, drink nauwelijks alcohol, ben overdag actief met zwemmen, wandelen en de mannetjes bezighouden, nachten zijn hier rustig en toch wil het deze keer niet echt lukken met slapen en aarden. Bovendien heb ik gezwollen voeten, ze zitten shocking klem in mijn slippers (met jeuk en blaren tot gevolg). Niet eerder meegemaakt. Het goede nieuws is dat mijn haar goed zit en de luchtvochtigheid niet hoog is.

Afgelopen weekend deden we het rustig aan. Vader en moeder, Yuda & Damai kwamen naar ons toe. Yuda vroeg ons of we een keertje meegaan naar zijn zwemclub in Singaraja. Ik wil zijn coach Rachman graag ontmoeten, zijn club en clubgenoten van dichtbij zien. Een van zijn zwemmaatjes, een meisje, trainde onlangs in Jakarta voor kwalificatie voor de nationale cup dus het is een club met aanzien en potentie. (Zij haalde de limiet nog niet.)

Een nieuw tijdperk brak aan in het zwembad: niet meer spelen maar trainen. Tjongejonge, wat maakten zij progressie! We zijn onder de indruk van de zwemkwaliteiten van de beide mannetjes. Schoolslag, rugslag, crawl en vlinderslag; ze kunnen het allemaal. Yuda vertelde dat zijn spieren af en toe pijn doen na een training. Kasian. Hij traint vijf maal per week ruim twee uur en met ons hier dus nóg meer. Ik zal mijn stinkende best moeten doen om hem te verslaan tijdens de aanstaande zwemwedstrijd. Als hij onder water als een dolfijn beweegt, ben ik sprakeloos. Hij maakt mooie, vloeiende bewegingen. Zijn broertje Damai zwemt ook heel goed en weet van geen ophouden. De coach noemt dit mannetje een natuurtalent. Hij liet oudere zwemmers naar de beenslag van deze beginneling kijken en zei “zo moet het.” Dat wordt nog wat…

In het grote zwembad van ons resort trainen de heren met hulpstukken aan handen en voeten, met badmutsen en zwembrillen op. Ik luisterde naar hun gekwetter in Bahasa Indonesia en ving woorden op als “underwater” en “cool down.” Grappig. Dat laatste verwijst naar uitzwemmen, ze herhalen dan alle slagen alvorens ze uit het water stappen. Zelfs dat is amusant om te zien. Ze gedragen zich als junior Kromowidjojo’s! Voor de eeuwigheid maakten we een Underwater Selfie.

Daarnaast namen we ons voor met ons zessen een dagje naar Ubud te gaan. Het is lang geleden dat ik daar was. Momenteel is het er, naar verluidt, heerlijk rustig vanwege het uitblijven van Chinees massatoerisme. Misschien gaan we ook nog snorkelen in Menjangan maar dat bepaalt Yuda. Als hij er klaar voor is, gaan we; anders niet. Niets moet, alles mag. We gaan Elsa’s jongste zus Nur (die bij ons werkte) en haar familie nog bezoeken in de bergen. En met ons allen zijn we door de eigenaren van ons resort uitgenodigd voor een feestelijke kerstlunch. Een mooi gebaar.

Dit jaar kwamen er tot dusver 2 miljoen Chinese reizigers naar Bali. Dat aantal zou tot 2019 naar 10 miljoen moeten uitgroeien. Maar waar laat je al die mensen? Hoe gaat dit kleine eiland om met de ermee samenhangende vraag naar water? Het grondwater zakte in de afgelopen jaren met meters tegelijk, de plaatselijke zoetwaterreservoirs zijn nog slechts voor 30% gevuld. Volgens officiële bronnen gebruikt een toerist gemiddeld 1.785 liter water per dag; voor een lokale Balinees is dat gemiddeld 14 liter. Dat is extra verontrustend als je bedenkt dat Bali naast toerisme van agricultuur leeft. En wat te doen met al het afval? In het zuiden wordt dagelijks 240 ton troep afgevoerd.

Toen mijn liefje en ik vrijdagochtend jongstleden op Kuta Beach stonden, konden we onze ogen niet geloven. Niet eerder zagen we zoveel plastic in het water dobberen. Elke golfomslag spoelde een brei van drijvend afval aan. Jakkes. We zwommen daar voor de eerste keer in jaren niet in zee. Na China is Indonesië de grootste vervuiler van zeeën en oceanen, met 3.2 miljoen ton plastic in Indonesische wateren (aldus een studie uit 2015 door wetenschappers van de Amerikaanse universiteit van Georgia).

Mij klinkt zo’n ambitieus groeiscenario voor Chinezen in Bali dus ongezond in de oren. Dit jaar is het de eerste keer dat Australiërs niet de grootste groep toeristen op Bali uitmaakten. Volgens het Indonesische Bureau voor Toerisme besteedt de gemiddelde Chinees USD $1,018 per bezoek; dat is minder dan de gemiddelde Australiër. In 2014 droegen Ozzies met elkaar 18 triljoen roepiah (USD $1.8 miljard) bij aan de Indonesische economie. Chinese vliegmaatschappijen zijn al wekenlang de enigen die niet naar Bali komen omdat men vreest niet te kunnen uitreizen als vulkaan Agung uitbarst.

De Duitse bakker zei onlangs toen we zijn winkel binnenstapte “dus er zijn nog mensen die niet bang zijn...” Het beste hotel van Lovina (The Lovina Bali Resort) kreeg, naar verluidt, te maken met 250 annuleringen voor kerst en Oud & Nieuw. Er wordt dus op grote schaal geleden. Mijn liefje en ik laten alles op ons afkomen. Ons vertrek is voorlopig niet aan de orde.


dinsdag 12 december 2017

Wel vlucht, wel hotel

Gisteren kregen we hier een staartje van storm Ana te verduren die over de noordelijke regio en de Balearen raasde. De Spaanse meteorologische dienst gaf voor de eerste keer in de geschiedenis een naam aan een lokale storm; te beginnen met ‘A’. Het aangeveegde terras lag weer boordevol blaadjes. We mochten echter niet mopperen: in het Vaderland kwam het leven op veel plaatsen tot stilstand vanwege hevige sneeuwval. Als tegenhanger stuurden vele vrienden ons fraaie beelden van hun tuin, hun stad, hun land. Much appreciated! Er stond gisteren 1.500 kilometers file op de Nederlandse wegen. Wie daar gisteren reisde, had engelengeduld nodig. Schiphol annuleerde 670 vluchten. Geen vlucht, geen hotel. Komt u morgen maar terug. Het resulteerde in 1300 veldbedden op locatie. Door één dagje sneeuw. Iemand van het KNMI berekende dat er 70.000.000.000.000.000 (70 biljard) sneeuwvlokken dwarrelden.

Wij gaan weldra aan onze reis naar tropisch Bali beginnen. 15.000 internationale toeristen cancelden hun vakantie naar deze Indonesische provincie vanwege vulkaan Agung. Op dit moment is er geen reden te twijfelen aan een rechtstreekse vlucht naar Denpasar. Als dat goede nieuws de komende 24 uur aanhoudt, is er geen noodzaak voor Plan B. Ik verwacht geen veldbedden op onze tussenlandingsplaats. We vroegen onze Hindoe-familie in Bali in de afgelopen dagen extra te offeren namens ons opdat de goden op het Eiland van de Goden ons als reizigers gunstig zijn gezind. We wonen er weliswaar niet meer maar toch kregen we een klapje van de molen mee, za’kmaar zegguh. Tegelijkertijd schaften we twee degelijke 3M-stofmaskers aan (€2,50 per stuk). Zo nuchter zijn we ook.

De reistassen kwamen uit de opslag en na enkele dagen luchten waren ze klaar om te worden gevuld. Het was nog nooit zo erg met kadootjes… We gaan zoals gewoonlijk een maand in Bali overwinteren maar deze keer doen we dat tijdens de belangrijkste feestdagen van december. Aan iedereen is gedacht maar aan de beide mannetjes het meest. Deze keer nemen we bovendien alvast de verrassingsdoos voor Damai mee die begin februari jarig is. Er is te weinig tijd tussen onze terugkeer in Spanje en zijn geboortedag om een goedgevulde birthday box op tijd bij de jarige te bezorgen. Daardoor bleef verbluffend weinig ruimte over voor eigen kleding en spullen. We blijven hopelijk nèt binnen de toegestane kilo’s.

De reisportemonnee bevat twee extra bankbiljetten die gulle gever en vriendin Joan ons meegaf voor de mannetjes die vorige week hun schoolrapporten ontvingen. Moeder Elsa meldde afgelopen weekend dat het rapport van de jongste ‘very good’ en van de oudste ‘good’ was. We zagen inderdaad dat Yuda iets achteruitging met rekenen maar dat zal zijn toe te schrijven aan verminderde focus op huiswerk en leren door al dat recente zwemmen van hem.

Onze tassen bevatten tevens twee advent-kalenders met Zwitserse chocolaatjes die Rose-Marie en Ingrid voor de kleine Balinezen meebrachten. We zijn niet de enigen die onze mannetjes verwennen. Zelf werden we ook bepaald niet misdeeld. Een van de leukste dingen die de dames meebrachten, was een zak zelf geplukte, welriekende maar gedroogde paddenstoelen. Als we in januari 2018 op het Spaanse honk terugkeren, gaat Ingrid daarmee een winterschotel bereiden. Een soort omgekeerde bonte avond.

Mijn liefje volgde op maandag jongstleden haar laatste les Spaans van het jaar. Juf Pilar die haar en haar klasgenoten in de afgelopen maanden begeleidde en motiveerde,  bleek vervangster van juf Lorena die met zwangerschapsverlof was. Een grote, energieke vrouw stapte, naar verluidt, het klaslokaal binnen en veroverde haar volwassen leerlingen in een storm. Het aantal personen in de klas verminderde in de afgelopen weken drastisch dus er is veel tijd en aandacht voor een handjevol doorzetters. Mijn liefje vaart daar wel bij. Het was juf L. die haar bijbracht dat de Spaanse taal geen eigen woorden kent, beginnend met ‘W’ (wel leenwoorden). Ik vind zoiets interessant en sla het met plezier op in het Grote Boek van Zinloze Feiten. Mijn liefje kijkt uit naar haar volgende les in het nieuwe jaar, onder de vleugels van nieuwe oude Juf Lorena.

We waren afgelopen dagen druk met entertainen en kennisoverdracht. De Zwitserse meisjes voelden zich direct thuis in onze casita maar wilden vanzelfsprekend graag weten hoe alles werkt. We lichtten toe hoe de vaste keukenapparatuur opereert, hoe ze langzaam kunnen koken met de Crock-Pot, hoe ze muziek van hun iPad kunnen streamen naar de Bose, hoe Spotify werkt, hoe je kerst-CDs kunnen afspelen, waar de Duitse en Franse televisiezenders zitten, wat is te zien op Netflix, hoe de kachels werken, hoe de wasmachine en -droger functioneren, wat ze moeten doen als de electriciteit hapert en meer van dat soort praktische dingen.

Na de route langs leuke restaurants, reden we met hen een rondje langs de beste supermarkten en winkels in de omgeving. Consum-Lidl-Alcampo. Zij gaan hier kerst en Oud & Nieuw vieren dus dan wil je uitpakken. Vroeger kon dat hier niet, nu wel degelijk. Vandaag komen de Colombiaanse schoonmaaksters het huis van boven naar beneden soppen en overhandigen we hen hun welverdiende kerstgeschenk. Die dames zijn zo leuk en goed! (Het contact met hen doet ons terugverlangen naar Zuid-Amerika…) Ook voor onze postbode Carlos hadden we een verrassing. Hij weet dat hij post kan blijven bezorgen in onze afwezigheid, de dames nemen de pakketjes graag namens ons aan.

Backups van documenten, digitale foto’s, boeken en andere bestanden zijn gemaakt, de bank is op de hoogte gesteld van ons aanstaande verblijf in Azië, ons gedetailleerde reisprogramma stuurden we aan onze executeur testamentair toe. Hij weet wat hij moet doen als mijn liefje en ik samen uit de lucht vallen. De camera’s en readers zijn opgeladen, de rugzakjes voor onderweg staan klaar. Die van mij is vol met electronica en kabels, die van mijn liefje bevat alle officiële reisdocumenten. Wat een noviteit is in de mijne is een goedkope leesbril. In 2018 ga ik een oogarts bezoeken. Tja.

Mijn leesvoer voor deze reis zal bestaan uit ‘Sleeping Beauties’, een samenwerkingsverband van Stephen King en zijn zoon Owen. Het is een spannende roman die de vele reiskilometers met gemak kan overbruggen, een ironische blik op de hectiek van de feestdagen, getiteld ‘Skipping Christmas’ van John Grisham en ‘Hillbilly Elegy. A Memoir of a Family and Culture in Crisis’ van J.D. Vance over de witte werkende middenklasse in Amerika. Ik ben nog steeds bezig te begrijpen wat er tijdens de afgelopen presidentsverkiezing gebeurde in de VS... Dat moet genoeg zijn voor een reis van 14.000 kilometers door de lucht.


Mijn volgende blog komt uit Bali, leo dovente.


zaterdag 9 december 2017

There is no planet B

Afgelopen weekend aanschouwden we hier en elders een supermaan, deel 1 van een bijzondere drieluik. Op 1 januari 2018 zal er wederom een extra grote, zeer lichte maan te zien zijn en op 31 januari zal er sprake zijn van een volledige maansverduistering. Die grootte en felheid komt voort uit het feit dat dit hemellichaam dan het dichtst bij de aarde staat. Op de avond van de eerste dag van het nieuwe jaar zal de maan op zijn grootst zijn voor dat jaar. Die supermaan is ook in Azië zichtbaar dus dat verschijnsel ga ik in Bali zeker op de gevoelige plaat vastleggen (net als ik hier onlangs deed). Deel 3 zal een zogenaamde ‘Blood Moon’ betreffen en is ook te zien in Bali. Wij zullen tegen die tijd echter op het Spaanse honk zijn teruggekeerd en van daaruit is deze maansverduistering niet zichtbaar. Tja, you can’t have them all.  

Afgelopen week zag ik een zwart-wit foto van de supermaan in Bali, hangend naast een ogenschijnlijk rustige vulkaan Agung. De foto werd gepubliceerd door Dr Sutopo Purwo Nugroho, hoofd van het Indonesische Centrum voor Data, Informatie en Public Relations van de nationale Disaster Management Agency (BNPB). Hij begeleidde de foto met de volgende tekst: Nature is telling a story: the mountain, full moon and human beings. There is harmony between humans and nature.Volgens hem is Bali veilig. Zijn tweet was nogal poëtisch voor de omstandigheden...
Over de veiligheid van het huidige Bali bestaan tegenstrijdige berichten. Een andere Indonesische deskundige, een vulkanoloog wiens naam ik vergat, meldde met stelligheid dat gunung Agung vóór 12 december tot fikse uitbarsting zal komen. Hij vermoedt dat de lagere kraterrand aan de noordkant het binnenkort zal begeven.

Vorig weekend leek het inderdaad relatief rustig rondom de vulkaan. Dat werd toegeschreven aan gestold magma in de krater dat functioneerde als een deksel op de hete brei. Als het daaronder honderden graden is en sist, stoomt en borrelt, kan ik mij echter voorstellen dat die rust niet lang houdbaar is. Welnu, gisterochtend om 7:59 uur plaatselijke tijd barstte de vulkaan weer uit. In de evacuatiezone, een straal van 8 à 10 kilometer rondom de krater, blijft de noodtoestand tot tenminste 10 december gehandhaafd.

Mijn liefje en ik bedachten inmiddels plannetje B. Als we volgende week niet rechtstreeks naar Denpasar kunnen vliegen, laten we ons naar Java transporteren. Daarna gaan we met een interne vlucht naar provinciehoofdstad Surabaya om van daaruit met openbaar vervoer naar de oostelijke havenplaats Ketapang te rijden. Er is geen vaste dienstregeling maar overdag rijdt er elk uur wel een bus die kant op; de rit duurt 7 à 8 uur. We kunnen ook voor de trein kiezen; vanuit Surabaya doet die er ruim 6 uur over. Treintickets voor de meest luxe eksekutif-klasse kost € 6,50 à 9,50 per persoon.
Aan de oostkant van Java moeten we vervolgens met een ferry van de ene naar de andere provincie oversteken. De veerboten van staatsbedrijf ASDP Indonesia Ferry steken 24 uur per dag over (elke 20 à 30 minuten). De oversteek duurt 45 à 60 minuten en kost nog geen €0,50 per volwassene. In de haven van Gilimanuk zal Ketut ons dan met auto opwachten en ons naar onze eindbestemming brengen. Of deze omweg nodig zal zijn, hangt af van de plaatselijke goden. Reizen is niet alleen verslavend, het kan ook uitdagend zijn.

Morgen gaat de derde etappe van de Volvo Ocean Race van start. Deze route loopt van Kaapstad naar Melbourne. De zeilers gaan aan een spannende race beginnen, er kunnen dan ook dubbele punten worden verdiend. In de 2017-2018 jaargang van de zeilrace zullen de teams driemaal meer nautische zeemijlen op de zuidelijke oceaan doorbrengen dan in vorige edities. Ze krijgen daar te maken met kou, mysterieuze en huizenhoge golven, Bijbelse stormen en ijsbergen. Het gebied kent vele bijnamen: ‘Liquid Himalayas’, ‘Roaring Forties’, ‘Furious Fifties’ en ‘Shrieking Sixties’. Veilig op het droge vind ik ze al eng klinken, laat staan dat je in een notendop op die woelige baren gaat ronddobberen. De echte liefhebber treft hier echter het summum van zeezeilen maar het wordt zwaar afzien. Slapend met de ogen open en van top tot teen ingepakt zijn in thermische kleding zijn dan kleine ongemakken.

Momenteel staat het Spaanse team MAPFRE bovenaan in het klassement, de Nederlandse teams Brunel en AkzoNobel liggen respectievelijk op de vierde en vijfde plaats. Het jonge team van Turn the Tide on Plastic, het enige team met een vrouwelijke schipper, is hekkensluiter.

Ik las afgelopen week een interview met het Portugese bemanningslid Martine Grael (1991) van team AkzoNobel. Zij is winnares van Olympisch goud (zeilen), dochter van een Olympische medaille winnende vader (ook zeilen) en een ecologe als moeder. Het interview begon met goed nieuws: ze zag heel veel walvissen, dolfijnen en zeeduivels langs de kust van Spanje en Portugal, op weg naar Kaapstad. Daarna kwam het nare nieuws: er ging geen wacht aan boord voorbij zonder dat zij grote hoeveelheden plastic zag drijven, ook op weg naar het zuiden. Deze contreien zijn niet per se berucht om hun plastic soep. De grootste hoeveelheden vind je in het westen en oosten van de Stille Oceaan, gebieden die de zeilers van de Volvo Ocean Race grotendeels rechts laten liggen. De grootste slachtoffers wereldwijd van deze vervuiling zijn schildpadden. In Kaapstad bezocht Martine een opvangcentrum voor deze dieren (ze mocht met hen zwemmen in een reuzen aquarium).

Er is tijdens deze editie van de Volvo Ocean Race veel aandacht voor het plastic-probleem in de oceanen. Zeer terecht, wat mij betreft. Op zeilschip Turn the Tide on Plastic, met Dee Caffari aan het roer, werd tussen Alicante en Lissabon wetenschappelijk onderzoek gedaan met hypermoderne apparatuur. De verzamelde gegevens werden gepresenteerd tijdens de Ocean Summit in Kaapstad. Boyan Slat (oprichter van de Ocean Cleanup) was onder andere spreker op dat congres. Wetenschappers vonden 3 miljoen microplastic-deeltjes per vierkante kilometer oceaan; een nieuw dieptepunt. De resultaten van de proeven die het schip deed op traject 2 worden thans bestudeerd en op een later moment tijdens de race gepresenteerd.

De zeilers beginnen aan een zeer uitdagende reis van 6.500 nautische mijlen lengte, die hen in circa 16 dagen naar Melbourne moet voeren. Op mijn beurt wens ik alle teams een behouden vaart toe. Ik ga hun verrichtingen weer op de voet volgen, via de app.



woensdag 29 november 2017

De mondkapjes liggen klaar

Foto: Emilio Kuzma-Floyd (via Reuters)
Staan wij in de startblokken om naar Bali af te reizen, gaat een van de vulkanen daar spuwen! Eerlijk gezegd, hebben we mazzel dat het niet eerder gebeurde. Heel Indonesië ligt immers aan de Ring van Vuur. Van de krachtigste vulkaanuitbarstingen vond de meerderheid langs de Pacifische ring plaats. Mijn liefje vroeg onlangs waar ik de eerste vulkaan met eigen ogen zag. Dat was de Teide op Tenerife in 1988, een jaar voordat ik haar leerde kennen. Ik huurde een auto en maakte een uitstapje naar de vulkaan. De Fiat had echter onvoldoende motorkracht om tegen de steile helling op te kunnen. De auto en ik slipten achteruit op de smalle bergweg. Ik moest toeren uithalen met de handrem om het tot een goed einde te brengen... Voor haar waren de vulkanen van Bali de eersten (2005).

Vulkaan Agung barstte in 1963 uit en doet het nu weer. Op 25 september jongstleden blogde ik erover. We leken toen af te stevenen op een hevige uitbarsting maar dat pakte anders uit. Er was zelfs sprake van een dalend lavaniveau in de krater. Afgelopen zaterdag was het echter weer goed mis op het eiland van de Goden. Het was de tweede keer in minder dan een week dat Agung zich liet gelden. Een vulkaan is een gat in de aardkorst waardoor magma vrijkomt. De krater stootte een brede kolom zwart-witte rook uit (magma en stoom) en de Balinese autoriteiten riep daarop ‘Code Rood’ uit. Het was, naar verluidt, wachten op een nóg heviger eruptie. Als het serieus gaat knallen, kunnen vast of halfvloeibaar lava, vulkanisch gas, stenen en as met snelheden tot 150 kilometer per uur de lucht in worden geslingerd; die projectielen kunnen temperaturen hebben tussen 100° en 800° Celsius.

Vulkanisch as bestaat uit gepulveriseerde stenen, mineralen en glas. Zo’n aswolk kan dus gevaarlijk zijn voor vliegtuigen en hun passagiers. Een zes kilometer hoge aswolk zorgde ervoor dat vliegtuigen van Australische luchtvaarmaatschappijen en van KLM in de lucht rechtomkeert maakten en naar hun plaats van vertrek terugkeerden. Andere vliegmaatschappijen landden die dag wel op luchthaven Denpasar. Op zondag dreef de aswolk in de richting van het naburige Lombok; daar sloot het vliegveld (inmiddels weer open). Afgelopen maandag sloot ook de luchthaven van Bali zijn deuren. Dat  vliegveld is nog steeds dicht.

Na dat alarmerende nieuws appten we met Elsa om te vragen hoe het haar en het gezin in Noord-Bali verging. Ze antwoordde dat ze het voorlopig goed maken. We maken ons nu vooral zorgen over hun luchtkwaliteit. Vulkanisch as is niet alleen gevaarlijk in de lucht, het is ook schadelijk op de grond. As bestaat uit giftige gassen die zeer ongezond zijn als ze longen of ogen binnendringen. Een bekend lange-termijn effect van het inademen van vulkanisch as is silicosis, een nare longziekte. In dorpen aan de voet van de berg daalde in het weekend een halve centimeter as neer. Gede Suantika, een vulkanoloog van de Indonesische overheid verwacht dat de vulkaan nog minstens een maand as zal spuwen. Vanwege het regenseizoen zijn modderstromen van as, steen en lava (lahar) niet uit te sluiten.

Elsa houdt de vinger goed aan de pols, er is geen paniek. Op onze regelmatige vraag naar hun welzijn stuurde ze ons info van een PDC-alert (Pacific Disaster Center). Kennelijk heeft ze een app die een Ash Movement Forecast afgeeft en waarop is te zien waar de rode zone op enig moment ligt op Bali. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Daarop kon ik inderdaad zien dat Singaraja en omgeving thans niet in de gevarenzone ligt. Wel werd hen inmiddels aangeraden mondkapjes aan te schaffen. Ze ging naar de apotheek om ze voor de hele familie te kopen. De kinderen kunnen niet thuisblijven van school want ze hebben deze hele week schriftelijke overhoringen voor het eindejaarsrapport. Kasian.

Het klinkt misschien cynisch -zo is het zéker niet bedoeld- maar het lied ‘Dansen op een vulkaan’ van Annie M.G. Schmidt schoot mij te binnen en liet mij in de daarop volgende dagen niet meer los. Een associatieve geest is doorgaans een zegen maar soms is het een straf.

Allemaal om de krater
We horen een dof geluid
Het staat als een paal boven water
Morgen barst-ie uit

Allemaal om de krater
Het rommelt overal
De uitbarsting komt later
Met een boem en een flits en een knal

Maar we trekken ons er niets van aan
We beginnen weer van voren af aan
Het is altijd zo gegaan
Nooit iets anders gedaan
Dansen op een vulkaan

Het lied komt uit de musical Foxtrot, het verhaal speelt zich af rond de jaren '30 van de vorige eeuw. De vulkaan in deze musical verwees naar de dreigende politieke situatie van toen. Ik was wèg van de liedjes en de auteurs: Willem Nijholt en Gerrie van der Klei. Na een avondje uit in het theater kocht ik de plaat die ik vervolgens grijs draaide. Als 17-jarige vond ik de liedteksten van Annie M.G. heel  intrigerend. Ze gingen over homoseksualiteit (‘Sorry dat ik besta’ en ‘Wat ik nou toch heb gelezen’), abortus (‘Over tijd’) en zelfmoord (‘To be or not to be’). Ons kikkerlandje kreeg ervan langs met een lied over de naïeve politici van destijds (‘Niks aan de hand’) en onze kolderieke klompendans (‘The Dutch don’t dance’). Als ik de eerste regel of klank van een van die liedjes nu hoor, zing ik alles weer mee.

We zijn nog niet echt bezig met onze eigen reis naar Bali en het verblijf aldaar. Voor onszelf schaften we nog geen mondkapjes aan. Onze aandacht en zorg richt zich nu vooral op Elsa, Ketut en de kids. Wel zijn we bezig met alternatieve routes om naar Bali te gaan, als de luchthaven van Denpasar gesloten blijft. Maar zelf dansen op een vulkaan? Liever niet.