Translate

woensdag 11 augustus 2021

Naar de reddingsboot! (deel 1)


Illustratie: Jip van den Toorn
Dit wordt weer een longread. Aan mijn schrijftafel is er geen sprake van komkommertijd! Recent verscheen een Engelstalig rapport dat mijn liefje onder mijn aandacht bracht. Het bleek te gaan om een uiterst interessant document. Nee, niet over het recente IPCC-rapport over klimaatverandering maar dat heeft zeker een relatie met dit onderzoek. Ik knip deze blog in twee delen op, uit compassie voor de lezer.  

In het kort: Nieuw-Zeeland zou het best zijn voorbereid op het instorten van de wereldwijde samenleving. Mocht het tot zo´n instorting komen door een financiële crisis, de verwoesting van natuur door klimaatverandering of een pandemie die ernstiger is dan corona (of alles tegelijk), dan zitten de Kiwi´s aan de andere kant van de aardbol er het best bij van ons allemaal!

Landen werden in het onderzoek gerangschikt op basis van een aantal criteria; onder andere de mogelijkheid om in eigen voedsel te voorzien, de eigen grenzen te bewaken en het electriciteitsnetwerk in stand te houden. Een shortlist van vijf landen kwam zo tot stand. Die blijkt te bestaan uit dunbevolke eilanden, eilandarchipels of eilandcontinenten op gematigde breedtegraden met sterke oceanische klimatologische invloed. Nieuw-Zeeland kwam uit de bus als land met het grootste potentieel. De andere landen op die lijst zijn: Australië -te weten Tasmanië, Ierland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk. (Canada en de Verenigde Staten eindigden samen op de zesde plaats.)

N.B. IJsland ligt weliswaar op subpolaire breedtegraden maar heeft een klimaat dat wordt afgeschermd door de Noord-Atlantische (Golf)stroom en heeft dus kenmerken van een landmassa die verder naar het zuiden ligt. Eilandcontinent Australië omvat meer klimatologische regimes vanwege zijn enorme omvang maar omvat een gebied met een gematigd zeeklimaat, te weten de zuidelijkst gelegen staat Tasmanië.

In het Britse onderzoek worden deze landen 'knooppunten van aanhoudende complexiteit' genoemd. Dit zijn geografische locaties die minder effecten kunnen ondervinden van een mogelijke instorting vanwege gunstige startomstandigheden. Die maken het mogelijk een zekere mate van maatschappelijke complexiteit te behouden in tijden van crisis. Dit onderzoek werd gedaan door Britse wetenschappers van het Global Sustainability Institute.

Professor Aled Jones leidde dit onderzoek en werd in de Engelse krant The Guardian geïnterviewd. Hij noemt het zorgelijk dat men op de meeste plekken op aarde niet goed is voorbereid op dit soort crises. Volgens Jones toonde de coronacrisis aan dat overheden snel kunnen reageren op een wereldwijde crisis al werden veel landen erdoor overdonderd. Hij meent dat landen meer speling moeten inbouwen in hun systeem. Overigens gelooft hij niet dat onze beschaving tenonder zal gaan aan de gevolgen van klimaatverandering maar het zal wel zorgen voor een wereldwijde schok die we wellicht niet te bovenkomen.

Ik ging op zoek naar het wetenschappelijke rapport zelf maar zocht eerst uit of en hoe mijn liefje en ik zouden kunnen emigreren naar Nieuw-Zeeland. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het land geeft verblijfsvisa uit aan studenten, personen in de werkzame leeftijd wier skills set men daar tekortkomt en aan toekomstige inwoners die miljoenen dollars of euros in het land willen investeren. 

Het zal niemand zijn ontgaan dat Nieuw-Zeeland miljardairs in de afgelopen jaren residentie verschafte omdat ze er land kochten en daar hun ondergrondse bunkers konden bouwen. Ze worden ‘doomsday bunkers’ genoemd, als schuilplek voor wanneer de wereld dreigt te vergaan. Nieuw-Zeeland bood voor de uitbraak van de coronapandemie zogenaamde ‘investor visa’ aan voor USD$6.000.000 voor een verblijf van drie jaar. Vorig jaar ging een recordaantal Silicon Valley-superrijken die kant op, voor een verblijf in de eigen bunkers. Sommigen waren te laat. Het land sloot zijn grenzen namelijk voor elke buitenlander.

Onder de knop ‘permanente residentie’ op de website van de migratiedienst van Nieuw-Zeeland zit echter het grote niets… Geen enkele functie, geen informatie, je kunt niet doorklikken. Met andere woorden: als je niet in bovenstaande categorieën valt, zwaait men in Wellington de deuren echt niet voor je open!

In 2006 maakten wij een wekenlange rondreis over het noorder- en zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Ik moet bekennen dat mijn eerste ervaringen ter plaaste nogal tegenvielen. Aan deze reis ging drie maanden rondtoeren in een camper in buurland Australië vooraf. Op dat grote continent voelden we ons zo vrij als vogels en bovendien zeer welkom. Alles liep daar van een leien dakje. De ongedwongenheid en gemoedelijkheid van de Ozzies stond in sterk contrast met de afstandelijkheid en stuursheid die we aantroffen in Nieuw-Zeeland. We maakten daar gemakkelijker contact met de (miljoenen) schapen die er rondlopen! Die ervaring schokte mij destijds. De natuur van het land is echter overweldigend en onovertroffen maar zou ik daar echt willen wonen? Nee. Zelfs niet nu het land 's werelds belangrijkste reddingsboot blijkt te zijn.

De inleiding van dit rapport begint met de geschiedenis van de menselijke beschaving. Die maakte sinds het begin een voortdurend traject van toenemende sociaal-politieke complexiteit door; een trend die de laatste jaren in een dramatische stroomversnelling terechtkwam. Dit fenomeen leidde tot een steeds ernstigere verstoring van het aardsysteem (naar het Griekse woord 'Gaia', voor aarde). Een recente manifestatie van zo´n verstoring op wereldschaal is klimaatverandering.

De eerste grote verandering die de mens bereikte na een lange periode van leven in kleine, verspreide groepen jager-verzamelaars, was de overgang naar een op landbouw gebaseerde beschaving. Die vond onafhankelijk en op meer locaties tegelijkertijd plaats. Dit werd grotendeels mogelijk gemaakt door de verschuiving naar een warmer, stabieler interglaciaal klimaat op wereldschaal dat we het Holoceen gingen noemen.

De grote verschuiving als gevolg van de verspreiding van de landbouw leidde tot consistente energetische en materiële overschotten die op hun beurt de vestiging van vaste stedelijke nederzettingen, hiërarchische samenlevingen en organisatorische complexiteit zoals arbeidsspecialisatie mogelijk maakten.

De opkomst van deze verschijnselen zette mechanismen in gang (onder andere voedseloverschotten) die leidden tot een verder toenemende bevolkingsgroei en de ruimtelijke uitbreiding van landbouw en menselijke activiteit over het grootste deel van de aarde. De groei van de omvang en de complexiteit van de menselijke beschaving ging eeuwenlang door, maar werd uiteindelijk beperkt door de afhankelijkheid van natuurlijke energiestromen en de toepassing van spierkracht van mens en dier om energie en materiële hulpbronnen te gebruiken.

Het overwinnen van deze begrenzingen begon rond 1800 -het begin van de Industriële Revolutie- met grootschalige exploitatie van de zeer grote energievoorraad in fossiele koolstofafzettingen, met behulp van nieuw ontwikkelde technologieën. De wereldbevolking en de industriële capaciteit groeiden snel door maar bereikten pas rond het midden van de 20e eeuw een bijna exponentiële groei. Deze periode, die de ‘Grote Versnelling’ (de afgelopen 70 jaar) wordt genoemd, leidde tot de snelste en ingrijpendste van alle eerdere veranderingen. 

Deze grote versnelling wordt gekenmerkt door een substantiële en voortdurende toename van de maatschappelijke complexiteit en de omvang en intensiteit van menselijke activiteiten over een breed spectrum: bevolkingsgroei, energie- en zoetwatergebruik, stikstofbinding en cementproductie. Het effect van deze dramatische groei in de collectieve menselijke beschaving leidde tot de karakterisering van de recente geschiedenis van de aarde: het ‘Antropoceen’ (naar het Griekse woord 'anthropos' voor mens). Een tijdperk waarin menselijke activiteit van invloed is op de aarde en het klimaat.

Het aardsysteem is echter eindig in ruimtelijke omvang, energetische capaciteit en algehele complexiteit, en de voortdurende uitbreiding van menselijke inspanningen resulteerde (en zal blijven resulteren) in het overschrijden van de grenzen van dat systeem en het uit balans raken ervan. Dat aardsysteem is op zich zelfregulerend maar lijdt onder een sterke en groeiende verstoring door menselijke activiteiten. Deze kunnen het potentieel hebben om de op landbouw gebaseerde beschaving die tot bloei kwam in goedaardige Holoceen-omstandigheden, fundamenteel te ondermijnen.

Deze verstoringen resulteerden in een scala aan effecten op de wereldwijde menselijke beschaving. Die bevindt zich thans in een hachelijke situatie door klimaatverandering, een verhoogd risico op pandemieën, ecologische vernietiging (die zich manifesteert als de zesde uitstervingscyclus) en groeiende risico's van systemische instabiliteit. Met name de combinatie ervan brengt onze complexe beschaving mogelijk in een precaire positie. Er hangen donkere wolken boven onze toekomst!

Je zou dit scenario code rood voor de mensheid kunnen noemen, zoals António Guterres, secretaris-generaal van de VN onlangs deed na publicatie van het IPCC-rapport. Deel 2 verschijnt binnenkort.


zondag 8 augustus 2021

25 jaar trots

Cabaretier, columnist en schrijver Youp van 't Hek schreef nog niet zo lang geleden in zijn wekelijkse column “hoe verder van huis, hoe harder je om je eigen landje moet gniffelen.” Hij was op vakantie in Frankrijk en bezag de gebeurtenissen in zijn geboorteland met afstand. Voor een Nederlandse die al ruim 20 jaar aaneengesloten buiten de landsgrenzen woont, was dat heel herkenbaar. Maar Barefoot mag dan uit Nederland zijn, je krijgt Nederland nooit uit mij! Het vaderland zal mij blijven boeien en binden zolang als ik leef, hoe ver of hoe lang ik ook weg ben. Het Nederlanderschap zit in mijn aard, het is een onuitwisbaar deel van mijn wezen.

Ik vraag mij weleens af of ik trots ben op mijn Vaderland. Ik denk dat dit zo is alhoewel ik een gecompliceerde relatie heb met dit sentiment. Hoe kun je trots zijn op iets of iemands daden als je daaraan zelf geen bijdrage leverde? Ik kan mij niet heugen ooit trots op mijzelf te zijn geweest maar dat moet niet verkeerd worden uitgelegd. Voor vrienden die iets moois of goed doen of deden, ben ik vooral blij. Zelf bij iets dat ikzelf presteerde of voortbracht voelde ik geen trots. Sukses was het resultaat van noeste arbeid, of van aanleg en volharding, soms van een beetje geluk of de combinatie ervan. Daarmee maak ik de eigen verrichtingen niet kleiner, hooguit gewoner. Er wordt weleens beweerd dat wie nooit trots is op zichzelf, zichzelf waarschijnlijk te weinig waardeert, een negatief zelfbeeld of een beperkt zelfvertrouwen heeft. Dat is in mijn geval niet aan de orde.

Wel herinner ik mij ooit iets van trots te voelen op mijn liefje toen ze een prestigieuze prijs in Nederland won voor iets dat innovatief was. Wellicht was dat omdat ik er deel van uitmaakte? Dat gevoel werd snel overspoeld door blijheid, vooral voor haar. Zij stond destijds in kranten en werd geïnterviewd in professionele bladen. Het woord trots heeft voor mij persoonlijk nauwelijks betekenis. Er gebeuren ook vreselijke dingen uit gevoelens van trots. Denk bijvoorbeeld aan wraak door gekrenkte trots. Dan voelt de gekrenkte zich beter dan de ander en moet die persoon een lesje worden geleerd. Soms met dodelijke afloop, denk aan eerwraak.Voor mij is trots dan ook een vervelende vorm van hoogmoed (superbia), de kwalijkste der zeven zonden. Ik zondig wel maar niet op dit punt!  

Uit de grond van mijn hart kan ik echter zeggen dat ik zeer verguld was Nederlandse te zijn toen het land op 1 april 2001 als eerste in de wereld het huwelijk openstelde voor twee mensen van hetzelfde geslacht. Dat hebben we te danken aan D66'er en homo Boris Dittrich. Het was het begin van meer dan 20.000 homohuwelijken in dat kleine kikkerlandje! Zelf voelde ik nooit behoefte mijn liefje ten huwelijk te vragen. Ik houd veel van haar maar die verbintenis hoeft niet te worden bezegeld door zo´n ouderwets, traditioneel instituut.

Eenzelfde sentiment ging door mij heen toen in Nederland in 1977, zeven jaar na de Stonewall-protesten in New-York, de eerste grote demonstratie plaatsvond, georganiseerd door de Internationale Lesbische Alliantie. Het waren lesbische vrouwen die de voortrekkersrol vervulden. (Ik realiseer mij ten zeerste dat lesbische vrouwen geregeld in de frontlinie van sociale en politieke veranderingen stonden.) Dit werd een jaarlijks evenement dat sinds 1979 Roze Zaterdag heet en elk jaar in een andere stad plaatsvindt. Aan een aantal van die zaterdagen nam ik deel in mijn jongere jaren.

In tegenstelling tot Roze Zaterdag ontstond Amsterdam Pride, zoals het evenement van 1996 tot 2006 heette, niet als demonstratie of protestmars. Amsterdam Pride was een uitbundig feest, georganiseerd door homohoreca-ondernemers, die de hoofdstad als uitgaansstad wilden promoten en de vrijheid en diversiteit wilden vieren. Met de Kanaalparade als de extravagante uitsmijter van deze feestweek. Youps gebruik van het woord ‘pisnicht’ kan ik niet waarderen maar gniffelen doe ik hard als ik mijn vaderland ingepakt zie in glitters, roze en latex. Deze flamboyante rondvaart ging dit jaar niet door door vanwege corona.

Sinds juli 2019 is Pride Amsterdam bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed van Nederland. Na ratificatie van het UNESCO-verdrag was dit het 150ste item op deze lijst. Afgelopen week was het weer zover: Gay Pride-week in Nederland. Deze jaargang was een bijzondere bovendien; het was namelijk de 25ste keer dat het evenement werd georganiseerd. Ik sta doorgaans stil bij deze week. Niet dat de regenboogvlag hier dan uitgaat maar het is goed om te bedenken waar we vandaankomen en vooral waar we naartoe gaan. Kan Amsterdam de titel van Homohoofdstad van Europa nog wel waarmaken? 

In Amsterdam kwam vorige maand een rapport naar buiten over geweld tegen leden van de LGBTQI-gemeenschap in de hoofdstad. Vreemd genoeg werd het al in februari gepubliceerd maar pas eind vorige maand naar de gemeenteraad gestuurd. Men deed kwalitatief onderzoek (lange gesprekken met slachtoffers). Hieruit blijkt dat Amsterdam zo structureel onveilig is voor hen dat ze hun gedrag aanpaste. Uitschelden, fysiek geweld en bedreiging op het huisadres werd voor velen in de afgelopen jaren eerder regel dan uitzondering. De aangifte- en meldingsbereidheid onder slachtoffers is echter laag. Er gebeurt te weinig met die feiten. Jonge daders van Marokkaanse afkomst zijn oververtegenwoordigd.  Machismo in de straatcultuur is een kant van het verhaal. In grote steden is een oververtegenwoordiging van behoudend geloof en dat heeft eveneens een nadelig effect op vrijheid. 

In de loop der tijd kwamen er steeds meer loten aan de ‘HoLeBiboom’. Dat stond aanvankelijk voor homo-lesbo-biseksueel maar inmiddels praten we over  LGBTQI+. Nog niet voor elke subgroep in deze familie is het leven dragelijk. Denk bijvoorbeeld aan de marginalisatie en discriminatie die transgenders ervaren in grote delen van de wereld. Aangezien worden voor iets wat je niet bent of wilt zijn, is het grootste probleem dat veel transgenders ervaren. Vanaf 1 november 2019 zijn transseksuele en intersekse-personen in Nederland expliciet wettelijk beschermd tegen discriminatie maar dat is nog lang niet overal het geval. (Wederom kwam dit tot stand door een voorstel van een D66-politicus.) 

De strijd is dus nog geenszins gestreden, ondanks de jaren van emancipatie van de LGBT-gemeenschap in Nederland. Denk maar aan de 14-jarige Frédérique die vorige maand in haar woonplaats Amstelveen in elkaar werd geslagen door een leeftijdgenoot; de dader was een jongen met Marokkaanse wortels. Frédérique weigerde antwoord te geven op de vraag of zij een meisje of een jongen is. Haar antwoord was “wat maakt het uit” en zo is het. Voor dat oprechte antwoord moest ze harde klappen incasseren. Een gotspe!

Zoals in elke familie weleens het geval is, is het ook in de LGBTQI-familie bij tijd en wijle hommeles. In de aanloop naar Pride-week kwam de discussie over de juiste vlag op. Moest de Regenboogvlag -uit 1978, ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar Gilbert Baker- wapperen of de Progress-vlag? Zoals zo vaak zijn er twee kampen met ieder hun verhaal. Laatstgenoemde vlag ziet er aan de rechterkant uit als de bekende regenboogvlag maar links staat een driehoek met zwart, bruin, lichtblauw, lichtroze en wit. Die laatste drie kleuren komen van de Transgendervlag, zwart en bruin staan voor zwarte mensen en andere personen van kleur.

De nieuwe variant -het gaat nu eens niet over corona!- zou inclusiever zijn, zou meer groepen binnen de gemeenschap vertegenwoordigen. Voorstanders van de originele regenboogvlag zijn van mening dat die alle kleuren al in zich draagt. Mensen uit dit kamp moedigen het aan dat subgroepen binnen de gemeenschap zich gerepresenteerd willen zien maar dat kan ook met eigen, individuele vlaggen. Vandaag loopt de Pride-week in Nederland ten einde.

Het is ook de slotdag van de Olympische Spelen in Tokio, die een recordaantal medailles opleverden voor TeamNL; al kwamen enkele nationale sportsterren totaal niet uit de verf. Desalniettemin gaat deze jaargang de boeken in als de Stille Spelen, vanwege ontbrekende toeschouwers. Ik ben niet trots op de eigenzinnige Sifan Hassan, de voormalig vluchtelinge uit Ethiopië die in 2008 in Nederland terechtkwam. Wel heel blij voor haar. Wat een bijzonder verhaal! Zij won als hardloopster drie Olympische medailles (tweemaal goud) en katapulteerde zich daarmee rechtstreeks midden in het gezelschap van nationale legendes die in hun sport eeuwige roem verworven.

Dit is ook een goed moment om aandacht te besteden aan Team Out. Tijdens deze Spelen deed een recordaantal van 182 sporters mee die officieel uit de kast kwamen en aan dit toernooi begonnen. Meer dan driemaal het aantal van de Spelen van Rio de Janeiro! Er waren deze keer meer dan 30 landen met tenminste één LGBTQI-er in hun midden. De Verenigde Staten vaardigden 30 sporters af uit de gemeenschap; dat komt neer op meer dan 20% van hun totaal aantal Olympiërs. Brazilië zond er 18 uit, Canada en Nederland 17, Engeland 16, Australië 13 en New Zealand 10. 

De verhouding vrouwen en mannen was 8:1. In het vrouwenvoetbal is meer dan 40% uit die gemeenschap afkomstig. De Nederlandse Oranjevrouwen werden op suffe wijze uitgeschakeld door het Amerikaanse team (eigenlijk door zichzelf…) maar deed een flinke duit in het Regenboogzakje met acht pottenkindjes. 

De 25-jarige voetballer Quinn (bewust één naam) werd de eerste transgender die een Olympische gouden medaille won met Team Canada. Ik zou zeggen: dat is  tweemaal goud. De voetbalwereld van de mannen is zoveel conservatiever; daar kunnen ze nog veel leren van hun kleurrijke collega´s!


vrijdag 6 augustus 2021

De laastste der Moheganen

Begin juni ontving ik hier mijn eerste dosis AstraZeneca. Mijn liefje versprak zich een keer en dat mondde uit in het voortdurende gebruik van de term ‘Arsenica’. Met een vette knipoog. (Officieel heet dit vaccin nu Vaxzevria.) Ik ging namelijk schoorvoetend naar het gezondheidscentrum voor de prik. Niet omdat ik mij niet wilde laten vaccineren -ik zou wel gek zijn!- maar omdat ik bijverschijnselen vreesde na inenting. Ze zijn uiterst zeldzaam maar waarom zou mij dat niet kunnen overkomen? Dat gevoel probeerde ik mijn liefje uit te leggen maar dat was tevergeefs. Mijn vriendin Nelly kreeg in 2005 de diagnose ongeneeslijke kanker en toen ik haar eens in al mijn vertwijfeling de vraag stelde “Waarom jij?” antwoordde zij met “Waarom ik niet?” Dat verklaart het een en ander…

De eerste spuit ging ongemerkt in mijn bovenarm. De volgende dag was ik een beetje hangerig maar daarbij bleef het gelukkig. Daar werd mij een briefje in de hand gedrukt met de datum voor de tweede prik. Die zou begin september volgen; drie maanden later, zoals destijds het schema was dat men in alle landen volgde. Totdat de besmettelijker en kwalijker deltavariant kwam opzetten. Door voortschrijdend inzicht kwam men tot de stelling dat het goed zou zijn om de tweede dosis Arsenica te zetten na acht weken, in plaats van twaalf. Zo´n  herziene interval noemt men ‘sweet spot’. (Voor Pfizer ligt die nu ook op acht weken.)

Ook in dit deel van Spanje lopen de besmettingscijfers weer op al lijken we tegelijkertijd alweer over de piek heen. Wij zitten hier inmiddels in de vijfde coronagolf, geloof het of niet. Circa 46% van de 38 miljoen volwassenen in dit land is volledig ingeënt en ruim 60% van hen kreeg tenminste één dosis. Dat zijn te lage percentages om de verdere verspreiding van de deltavariant te stoppen. Die is hier ook al dominant. Aanvankelijk was het plan van de Spaanse regering om rond eind augustus 70% van de volwassen bevolking volledig te hebben gevaccineerd. De deltavariant verhoogt de druk op dat plan. Het nieuwe streven  ligt nu op 90%. Bovendien lijkt groepsimmuniteit door die variant verder weg dan ooit. Moest de nationale vaccinatiecampagne een tandje bijzetten? Hoofd Virologie van Spanje, Fernando Simón, meende van niet. Nog niet.

Daarom vroeg ik mij af of Spanje de tweede dosis voor personen in mijn leeftijdsgroep naar voren zou halen, zoals in Nederland reeds gebeurt. Ik had uiteenlopende redenen om dit te willen. Even leek het erop alsof men hier een bewijs van volledige vaccinatie ging eisen aan iedereen die naar een restaurant wil dus als half-gevaccineerde zag ik de bui al hangen… Thuiskoken is weliswaar een hobby maar af en toe buitenshuis lunchen of dineren, is gemakkelijk en lekker! Onze autonome regio Valencia wil echter niet tot die maatregel overgaan zonder nationale steun. Het vaccinatiebewijs in de horeca is daarmee (voorlopig) van de baan.  

Aangezien ik graag het heft in eigen handen neem, verzon Tom Poes een list. Ik nam mij voor volgende week naar het gezondheidscentrum te gaan om te vragen of mijn tweede injectie kan worden bespoedigd. Met twee doses ben je nu eenmaal beter beschermd dan met één. Bovendien heb je minder kans het virus door te geven aan anderen. Niet dat wij partygangers of feestneuzen zijn; integendeel. We blijven weg bij etentjes en feestjes met Britse buren en andere mensenmenigten. We komen slechts in klein verband samen en houden afstand, zo goed als mogelijk. Dat werd onze tweede natuur.

Een bezoek aan het gezondheidscentrum stond dus op de rol. Ik zou gaan vragen om verspoediging van de tweede dosis in het kader van een gepland bezoek aan mijn oude moeder in Nederland. Je kunt zo´n besje toch niet het risico van besmetting met de deltavariant uit Spanje laten lopen? Dat is een smoes want ze overleed in november 2015… In het uiterste geval zou ik mijzelf tot tranen (proberen te) roeren als afwijzing dreigde. Een maand eerder gevaccineerd is mij wel een leugentje om bestwil waard! Ik oefende dat scenario alvast op mijn liefje en dat verliep naar wens.

Groot was de opluchting toen ik afgelopen maandagavond een telefoontje kreeg van een Engelssprekende Spanjaard die zichzelf introduceerde als medewerker  van het plaatselijke gezondheidscentrum. Was ik wie ik was? Had ik mijn eerste dosis in juni ontvangen? Raakte ik in de tussentijd besmet met corona? Hij bleef Engels praten, ik sprak stelselmatig in het Spaans terug. Het gesprek werd tweemaal afgebroken maar hij belde keurig terug. Hij legde mijn SIP-kaartnummer in het systeem vast ter confirmatie van de afspraak later deze  week.

Men zet dus wel degelijk een tandje bij in deze regio en mijn woonplaats. Het zijn welgeteld 56 dagen na de eerste dosis, mijn nieuwe prikafspraak is op de kop af precies twee maanden later. En er was geen smeekbede of leugen voor nodig. Joehoe! Zo hortend en stotend als mijn intrede in het Spaanse vaccinatieprogramma was (zie blog), zo gesmeerd liep het vervolg. 

Nu ben ik echt de laatste van mijn vriendenkring die de tweede dosis ontving. In die zin ben ik de laatste der Moheganen maar ik vind mijzelf niet sneu meer. Overal gaat weleens wat mis. Zo zat er ook een knoepert van een fout in het boek van de Amerikaanse auteur James Fenimore Cooper. Niet alleen draaide het niet om ‘Mohikanen’ (het zijn Moheganen), die Indianenstam bestond aan het begin van de 19de eeuw nog steeds. Er was destijds dus geen sprake van de laatste Mohikaan... Dat geldt tot op de dag van vandaag. Ongeveer 2.500 van hun  afstammelingen leven in het hedendaagse Connecticut (VS).

De nieuwe afspraak verliep vlotter dan de eerste en bovendien had ik mazzel. We werden een voor een op alfabet naar voren geroepen en de afkorting van mijn tweede voornaam, Ludwin, fungeerde voor de Spaanse verpleegster als mijn eerste achternaam. Bij de L was ik dus al aan de beurt, in plaats van bij de V. De tweede dosis zit in de arm en de tweede prik staat ook geregistreerd in het systeem. Het betreffende telefoontje en de afwikkeling herstelden mijn licht geknakte vertrouwen in de Spaanse gezondheidszorg volledig!


zondag 1 augustus 2021

Onderdelenschaarste

Het goede nieuws is dat de coronapandemie ervoor zorgde dat veel mensen wederom of voor de eerste keer in hun leven op de fiets stapten. Het slechte nieuws is dat diezelfde pandemie de productie van onderdelen ernstig verstoorde. Daar ondervond het Nederlandse bedrijf Accell, onder andere producent van Batavus, Sparta en Koga de gevolgen van. Ook fietsenhandelaren kampen met problemen. Dat las ik recent in het Financieel Dagblad. Hoe waar dit is, ondervonden we onlangs aan den lijve!

Mijn liefje fietst op een Sparta, zelf heb ik een Koga onder de kont. Toen wij in 2005 stopten met werken en aan ons leven als pensionistas begonnen, kochten we ze. We woonden in de daaraan voorafgaande jaren in Engeland en daar maakten we gebruik van een strakke Gazelle (ontwerp van Jan Jansen) en een roze Giant mountain bike. Die rijwielen bestegen we daar nauwelijks. De toenmalige woonplaats heette Caversham Heights dus dan raad je het al: een plaats op hoogte. Sommige wegen naar ons huis kenden een stijgingspercentage van 14%. Dat is al met moeite te doen voor de klimgeiten in de Tour de France; laat staan voor Nederlandse vrouwen die meer met hun hoofd dan met hun lijf werken. Voordat we vanuit Engeland naar Spanje verhuisden, verkocht ik die fietsen voor een prikkie via eBay aan Britten die vanuit het hele land op onze (zo goed als ongebruikte) oer-Hollandse fietsen afkwamen. Het is goed om te weten dat ze een tweede leven begonnen, eentje met blije, nieuwe eigenaren.

In de aanloop naar ons nieuwe leven kochten we een Fendt-caravan waarmee we in Europa wilden gaan kamperen. We startten op de camping van Kijkduin, onze voormalige woonplaats in Nederland; om te leren hoe zoiets gaat en vrienden te ontvangen. Destijds gingen we naar een fietsenspeciaalzaak in Delft om nieuwe stalen rossen te kopen van Hollandse makelij. De Sparta en Koga verhuisden mee naar Spanje. In onze vorige woonplaats aan de Costa Blanca was fietsen geen voor de hand liggende bezigheid. Ook daar woonden we namelijk op een steile heuvel. De stijgingspercentages lagen daar hoger dan in Engeland. De nieuwe fietsen kwamen dan ook nauwelijks uit de schuur. Op enig moment stonden we op het punt ze van de hand te doen maar terugkijkend, zijn we blij dat we dat niet deden.

Nu wonen we immers weer in vlak gebied. Onze woonplaats heeft zelfs zogenaamde ciclocalles, straten waar autobestuurders niet harder dan 30km per uur mogen rijden omdat ze het wegdek delen met fietsers. We hebben hier ook bijna overal gescheiden rijwielpaden; soms met een doorgetrokken streep, vaker via verhoogde paden of afgeschermd met reflecterende paaltjes. Kortom, een fiets(er)vriendelijke omgeving.

Spanjaarden fietsen ook graag en ze zijn er goed in. Dat blijkt niet alleen uit het aantal Tour de France winnaars (als Induráin, Contador en Delgado). Overal en altijd duiken hier fietsteams op en zie je stoere eenlingen; sommigen zijn een tikkie gezet maar de meeste fietsers zijn volledig afgetraind. En iedereen is hier altijd tot in de puntjes gekleed in rijwielkleding. Dat geldt zowel voor amateurs als voor de meeste recreatieve fietsers. Een Spanjaard sport bij voorkeur in de kleding die erbij hoort, tot en met bijpassende sokken! Mijn liefje en ik fietsen bij voorkeur in korte broek, luchtig t-shirt en teenslippers. Fietsers zag ik hier jaren geleden doorgaans op gammele, te kleine fietsen met te lage zadels. Aangezien ook in dit deel van Europa fietsenhandelaren als paddenstoelen uit de grond schoten, is er inmiddels een ruime keus aan fietsen-op-maat. Als je merken als Koga of Sparta zoekt, dien je echter lang te speuren (al kun je alles bestellen, zij het met veel wachttijd) maar de aangeboden collectie kan ermee door voor de gemiddelde liefhebber.

Enkele spaken van onze ouwe-trouwe fietsen lieten het onlangs afweten. Na 15 jaar is dat niet verwonderlijk. We fietsten na een zwempartij in zee naar huis toen ik de eerste pang van mijn voorwiel hoorde komen. Het voorwiel van mijn liefje reageerde subiet met tweemaal pang: bij haar sprongen op dat moment twee spaken na elkaar. Geen goed teken. We stapten af, bekeken het euvel en liepen voor de zekerheid te voet naar huis. Zonder voortanden is het lastig broodjes eten!

We hebben een vaste fietsenmaker in buurgemeente Lo Pagán (Murcia). Eigenaar Ruben is de man die altijd alle probleem oplost. Zijn uurtarief ligt beduidend lager dan dat van zijn Nederlandse collega´s maar dat is hier in bijna alle branches het geval. Iemand raadde onlangs aan eens een andere fietsenwinkel uit te proberen in de omgeving van het lokale politiebureau. We wilden Ruben niet ontrouw zijn maar een alternatief in eigen gemeente (regio Alicante) klonk goed. Ik haalde de beide voorwielen los. In het geval van een Koga is dat een fluitje van een cent: je tilt het wiel eenvoudigweg uit de voorvork. Bij een Sparta moet je eerst de remkabel en dan de trommel van de rem (voor de zekerheid) losmaken.

Ik trof de nieuwe zaak, Moto Yepes, op de beschreven route aan. Het is een grote winkel die vooral motoren en brommers tentoonspreidt maar klaarblijkelijk ook in stevige fietsen handelt. Ik legde de situatie van de beide wielen uit aan de receptioniste, herhaalde dat voor de technische man en vroeg of ze kans zagen de kapotte spaken te vervangen. Als dat niet kon, mocht er ook een nieuw wiel voor de Sparta worden besteld. Ze gingen aan de slag, het zou een dag of drie duren. Ze hadden mijn telefoonnummer dus ze zouden bellen.

Na drie dagen hadden we nog niets gehoord dus ik belde zelf maar eens. Het verhaal aan de telefoon was dat ze op dat moment niet wisten waar de spaken waren. Ze waren zoekgeraakt. Na een week stapte ik de zaak maar weer eens binnen. Er bleek helemaal niets te zijn gebeurd. Het was een smoes. De spaken waren niet te krijgen. Waarom was ik dan niet eerder gebeld? Dan had ik geen week verloren... Hij zei dat ik groot gelijk had en boog zijn hoofd verslagen. Ik dankte hem voor niets, pakte de wielen op en verliet de winkel.

Terug naar vertrouwde Ruben, die zei direct aan de slag te gaan. Als hij de spaken op voorraad had, zou de klus de volgende dag zijn geklaard. Als hij ze moest bestellen, zou het een dag of drie extra gaan duren maar hij zou bellen als de reparatie was gedaan. De volgende dag kwam geen belletje, vier dagen later evenmin. Mijn liefje reed dus maar weer naar de winkel. Ruben zelf was niet aanwezig maar een collega vertelde een verhaal over een andere collega die op weg ging om de spaken te halen en toen een motorongeluk kreeg. Zo liepen ook zij extra vertraging op.

Het klonk als de smoes van de openstaande brug of de pijamabroekband die in het matras verknoopt raakte… Tja.

Na enkele dagen reden we langs de winkel en zagen dat die potdicht zat. Oh-oh. Wat nu weer? Na thuiskomst belde ik Ruben op zijn privénummer. Waarom was de winkel gesloten? En waar waren mijn voorwielen? Ze hadden de werkplaats gesloten omdat een collega-fietsenmaker ontbrak (die van het motorongeluk) en al hun onderhanden reparatiewerk overgebracht naar hun winkel in San Pedro. Ik wist niet eens dat hij een tweede zaak bezat?! Daar stonden de beide wielen. Eentje was al gereed (mijn Koga), naar verluidt, de andere zou de volgende dag klaar zijn. 

Ik vroeg naar het adres van de winkel en dat bleek precies de zaak te zijn die ons destijds was aangeraden! (De tipgever vergiste zich alleen in de plaats...) Mijn liefje wilde per se haar wiel ophalen maar ze keerde met lege handen terug. Ze had namelijk niet opgeslagen dat haar wiel op het oude adres wachtte, in Lo Pagán. Die verwarring kon er nog wel bij. De volgende dag was het eindelijk zover: het nieuw bespaakte wiel werd met haar Sparta herenigd. Eindelijk!

Nee hoor, te vroeg gejuicht. Aan een kant miste een moer die het wiel moet vastzetten. We checkten de kofferbak maar daar lag het dingetje niet. Ik maakte een foto van de lege naaf en omcirkelde de plek van het ontbrekende onderdeel. Geen idee hoe zoiets heet in het Spaans, zover reikt mijn talenkennis nog niet. Het bleek te gaan om een tuerca pasada (borgmoer). Die konden we de volgende dag ophalen. Zo tikte weer een dag weg, zonder rijwiel. 

Uiteindelijk zetten we het voorwiel met hulp van buurman Jan weer in de Spartafiets en sloten de remkabel aan. Het oogde vreemd... Op dat moment pas ontdekten we dat een veel essentiëler onderdeel ontbrak: de trommel van de rem. Dat is een heel nieuwe invulling van het begrip onderdelenschaarste! 

Weer zocht ik contact met Ruben, nu via Whatsapp; de foto ging mee als bewijs. Kon het onderdeel bij de verhuizing van de spullen in de oude werkplaats zijn achtergebleven? Zou kunnen, was zijn antwoord. Dat bleek juist. Een slordigheidje, noemde hij dat; un abandono. Het ding werd een dag later in een plastic tasje met twee losse schroeven aan ons overhandigd. Ruben bood zijn welgemeende excuses aan voor deze rommelige gang van zaken. Al was deze servicebeurt slecht, we blijven hem voortaan trouw. Ontrouw wordt namelijk afgestraft!

Ruim twee weken later fietsen we weer veilig en vrolijk rond, als de hitte en  harde wind (uit het bloedhete zuiden) luwt. Toch wonderlijk hoe zo´n kleine spaak zo´n groot verhaal kon worden. Maar als blogger realiseer ik mij dat het komkommertijd is.


donderdag 29 juli 2021

Lege tribunes en soms lege handen

't Is mij wat in Tokio! Dat de IOC dit allergrootste sportevenement ter wereld in coronatijd liet doorgaan, lijkt vooral door financiële belangen te zijn ingegeven. Het gaat om vele miljarden. Voor het gastland zou afstel een schadepost zijn van 4.5 triljoen Japanese yen, 34 miljard (een getal met negen nullen). De Japanse bevolking had liever dat verlies genomen dan deze Zomerspelen te laten doorgaan. Een kwart van de inwoners is nog maar gevaccineerd dus de angst voor verdere verspreiding van het deltavirus lijkt gegrond. Maar de organisatie besloot anders. Olympiërs moeten hun prestaties nu leveren met zo goed als lege tribunes en heel veel restricties in het land van de strenge regels.

Zelf zit ik deze sportzomer niet bepaald aan de buis gekluisterd. De Tour de France ging geheel aan mij voorbij, het Europese Kampioenschap mannenvoetbal was voor Oranje van dusdanig korte duur dat ik ook daarop snel was uitgekeken. Naar de prestaties van de Nederlanders op de huidige Olympische Zomerspelen kijk ik wel maar selectief; mij boeien vrouwenvoetbal, vrouwenhockey, zeilen, surfen en alles van het zwemmen (mannen en vrouwen). Het is een handjevol van de 33 disciplines waarin wordt gestreden dus niet alle interessante wedstrijden kan ik live zien. 

Ik ben met name verheugd over de uitstekende prestaties van de Nederlandse zwemmer Arno Kamminga (1995). Deze laatbloeier, hij begon pas met topsport in 2019, en voormalig luie zwemmer die de kantjes eraf zwom (volgens zijn trainster) verbaasde zichzelf, vriend en vijand met een zilveren medaille op de 100 meter schoolslag. Daarmee werd deze voormalige reddingszwemmer een waardig opvolger van Pieter van den Hoogenband, nu chef-de-mission van TeamNL. Vanochtend stond hij in de finale van de 200 meter schoolslag en haalde hij die truc nogmaals uit. Weer zilver! Kamminga vergelijkt zich graag met de Japanse schoolslaglegende Kosuke Kitajima die tijdens de Spelen van Peking regeerde op beide afstanden. En morgen is het voor de Oranje Leeuwinnen erop of eronder: ze gaan dan voetballen tegen de Amerikaanse wereldkampioenen. Fingers crossed!

Het toernooi is nog maar enkele dagen oud maar grote teleurstellingen zijn er ook al. Enkele sporters testten positief op corona en werden in allerijl door Japanse officials naar quarantainehotels afgevoerd. Ze kregen soms slechts 30 minuten de tijd om hun spullen bijeen te rapen. Daar leden de meesten die dit overkwam, aanvankelijk in stilte, volledig afgezonderd van de rest. Ieder van die Olympiërs was voor vertrek uitvoerig getest en onbesmet bevonden; ieder van hen kreeg groen licht om naar Tokio af te reizen. Ieder van hen zat op dezelfde KLM-vlucht. Het is echter niet duidelijk of ze aan boord van dit vliegtuig besmet zijn geraakt.

Wat inmiddels wel bekend is, is dat geen van de KLM-crew op die vlucht voor vertrek op corona werd getest. Dat noem ik een gotspe... Had niemand van personeelszaken van KLM kunnen bedenken dat het belangrijk is dat wèl te doen? Er staat toch immers veel (letterlijk) op het spel?! De meeste sporters beulden zich in de afgelopen vijf jaar af om zich te kwalificeren voor dit grote toernooi. Soms onder barre omstandigheden. Voor sommigen is dit de laatste kans op een  medaille, voor anderen de eerste keer dat ze aan het evenement mogen deelnemen. Memorabel van hier tot Tokio! Ik begrijp dan ook niets van het beleid van onze nationale trots op vleugels. Het laatste woord is hierover nog niet gesproken.

Vooral bij het roeien is het percentage pechvogels groot. Gezond verklaarde Nederlandse roeiers worden nu door sommige collega´s uit andere landen met de nek aangekeken en zelfs uit gemeenschappelijke ruimten geweerd. Een van hen verhaalde in een krantenartikel dat ze nu beter begrijpt wat stigma en discriminatie inhoudt... Misschien juist wel hierom waren de teams uit deze tak van sport goed voor een oranje medailleregen.   

Men schijnt nóg meer te moeten afzien op een sneu hotelkamertje in je dooie eentje terwijl concollega´s zich op steenworp afstand in het zweet werken voor Eeuwige Roem. Sommige van de besmette sporters hebben niet eens een raam in hun gevangenis. De Nederlandse Olympische organisatie tekende officieel bezwaar aan bij de Japanse organisatie, tegen de omstandigheden en de onmenselijke behandeling. Er lijkt nu enige verlichting te komen. Zo krijgt men in quarantaine sindsdien ook ander dan Japans voedsel voorgezet.

Andere teleurstellingen waren er in de vorm van tegenvallende resultaten. Sommige Nederlandse Olympiërs slepen torenhoge verwachtingen met zich mee naar de andere kant van de aardbol; dat was vooral aan de orde bij de wielrenners en de turnploeg. Het is zelfs bij sport op dit niveau soms: de ene dag ben je top, de andere dag een flop.

Gisteren pakte echter heel goed uit qua medailles: 8 stuks op één dag. Het gaat de boeken in als Waanzinnige Woensdag want nooit eerder bereikte mijn vaderland dat recordaantal in zo´n kort tijdbestek. (Het oud record stamt uit 1928 en stond op 7.) Het andere goede nieuws is dat medaillewinnaars sinds eergisteren van de Japanse organisator op de foto mogen zonder mondkapje. Tja. 

Onlangs leerde ik dat het Nederlandse woord ‘soms’ in het Japans ‘tokidoki’ is. Dat wist cabaretier, columnist en boekenschrijver Paulien Cornelisse mij te vertellen. Tijdens haar studie Psychologie (UvA) studeerde ze een jaar lang Japans aan de universiteit van Hiroshima. Zo leerde ze de taal kennen en viel ze als een blok voor dit land. Het woord tokidoki werd haar favoriete Japanse woord en daarom heet haar televisieprogramma (VPRO) zo. Ik dacht dat het een zelfverzonnen variant op okidoki was! In het kader van de zomerspelen in Tokio worden beide series herhaald.

Cornelisse staat bekend om haar onderkoelde, droge humor en haar gevoel voor absurditeit. Een van de grappigste momenten die ik zag, is wanneer ze in haar eentje met een plastic tasje onder de arm naar een solo-karaokekamertje gaat en daar keihard en soms ietwat vals gaat meezingen met de hit ‘Sukiyaki’ van de Japanner Kyu Sakamoto. Het nummer werd in 1961 in Japan uitgebracht en kwam pas in 1963 met stip de Nederlandse hitparade binnen. Een geweldig nummer van een prachtige zanger, dat daarna dagenlang in mijn hoofd rondzong. 

Mij boeien deze soms vervreemdende dingen, al zegt de maakster zelf dat Japan geen rariteitenkabinet is. Zij is in ieder geval dol op het Land van de Rijzende Zon. In aflevering 2 van seizoen 2, getiteld ‘Rei-Wa’ (vreugdevolle harmonie) zag ik Cornelisse zitten op een stenen verhoging in een zentuin. In die hele tuin is geen flintertje groen van plant of boom te bespeuren. Ze kijkt uit op grind waarin met een speciale hark banen en cirkels zijn getrokken. De banen staan voor de zee, de cirkels voor de golven. Maar dan op het droge in het centrum van een miljoenenstad, uitgevoerd in grauwgrijs. Je kon er als kijker op wachten dat ze een gortdroge opmerking maakt. De achterwand van de tuin vertoonde namelijk een grote gele vlek. Die weerhoudt een Nederlander ervan zen te worden. Die moest eerst netjes worden weggewerkt voordat de camera het beeld vastlegt. (Is dat de Japanner in onszelf?) Ik houd veel van Azië maar ik zou niet in Japan willen leven; veel te veel gedragsregels.

Om ook in Huize Barefoot tijdelijk in Japanse sferen te vertoeven, bereidde ik eerder deze week tonijn op Japanse wijze: tataki. Mij kun je zonder gewetensvroeging twee weken op water en Japans eten zetten! Dit is een van mijn favoriete bereidingswijzen voor bijna rauwe vis. Bedek een dikke moot tonijnbiefstuk aan beide kanten met geroosterde sesamzaadjes en rooster dat ongeveer vijftien seconden aan elke kant, in een gloeiendhete pan. Het binnenste van de vis moet dieprood blijven. Vervolgens overgiet je de vis ruimschoots met hete olie, gemaakt van stukken verse gember (met schil). Verse koriander erbij en… oishii! Dat spreekt Paulien niet tegen. Wij aten er een klein maar fijn noodlegerecht bij. Mijn liefje slurpte het op, naar goed Japans gebruik; als teken van dank aan de kok. Arigatō, koibito!

Momenteel lees ik ook het boek ‘De man die Nagasaki overleefde’, van Gregor Vincent (Witteveen). Ik had ook een talengids of audioboek kunnen kiezen maar dit leek mij een interessantere keuze: wereldgeschiedenis en autobiografie ineen. Bovendien gaat het over strijd, al is die in dit geval zeer ongelijk. In een recent Volkskrant-artikel over hoe we meer kunnen lezen -onnodig advies voor mij- trof ik een zinnetje aan dat mij bijbleef. Boeken lezen is vermoeiender voor je brein dan kijken of luisteren omdat je in je hoofd voortdurend letters aan het decoderen bent. Zo ervaar ik dat nooit als veellezer. Dat ben ik mij ook niet na elke omgeslagen pagina bewust... en gelukkig maar.

Dit is het waargebeurde verhaal van de Nederlandse soldaat Dick Büchel van SteenbergenAls je zijn portret op de boekomslag ziet, zou je niet denken dat het om een Hollander gaat. Hij zou zo voor een Japanner kunnen doorgaan; excusez-le-mot. Hij groeit op in Bandung in Nederlands-Indië met zijn ouders en vier broers; een hecht en liefhebbend gezin. Die ontvangen warmte en liefde zullen hem door veel gruwelen en ontberingen helpen. 

Het boek van Vincent begint met de Japanse aanval op Pearl Harbor (1941) vanuit twee perspectieven: het Japanse en het  Amerikaanse. Zo begint hun beider deelname aan de Tweede Wereldoorlog in Oost-Azië. De Japanners vallen in 1942 Nederlands-Indië binnen. Ze bezetten Java en Büchel van Steenbergen wordt als jonge KNIL-soldaat krijgsgevangen gemaakt.

Al vroeg na zijn gevangenschap neemt hij een wijs besluit: ‘blijf op de achtergrond, ga op in de massa, in de grauwheid van duizenden anderen’. Hij concentreert zich op de dagelijkse noden: voedsel, onderdak, kleding, emotionele stabiliteit. Hij analyseert de Japanse overheerser en probeert hun cultuur te begrijpen (onder andere hun onvoorwaardelijke verering van en trouw aan de keizer), past zich aan en overleeft mede daardoor zes concentratiekampen, twee helse tochten over zee en de bom op Nagasaki. 
Op niet meer dan 1.800 meter afstand van de 25-jarige jongeman die als krijgsgevangene werkt op de toenmalige Mitsubishi-werf, viel in augustus 1945 de zogenaamde ‘Fat Man’ neer, de allesvernietigende atoombom die de Japanners op de knieën dwong. Büchel van Steenbergen aanschouwde de verblindende lichtflits en wist toch het vege lijf te redden. 

Toen hij de 90 al ruim was gepasseerd, maakte hij met twee van zijn dochters een reis naar Japan. Deze indrukwekkende man met zijn bijzondere levensverhaal overleed in 2019, op 99-jarige leeftijd, in het Nederlandse Aalst.

 

zondag 25 juli 2021

130 kilometer voor één haring

We gingen onlangs op weg naar een nieuwe supermarkt in Albir, ten noorden van Benidorm. We kennen die kustplaats van bezoeken aan mijn schoonvader die daar met zijn tweede vrouw, de Duitse Christel, samenwoonde. Zij overleed enkele jaren geleden aan de gevolgen van dementie, in een verzorgingsvilla in de buurt van Hamburg. Alhoewel ik haar een interessante vrouw vond met een bijzonder levensverhaal, werd ze nooit mijn tweede schoonmoeder. We maakten de vroege ontwikkeling van haar dementie aan den lijve mee en daaraan denk ik weleens terug. Niet gemakkelijk om iemands gedrag zo geleidelijk maar drastisch te zien veranderen. Johanna, de moeder van mijn liefje, was en bleef mijn enige, echte schoonmoeder. (Zij overleed toen wij in Engeland woonden en werkten.) Mijn oersterke 95-jarige schoonvader Henk keerde naar Nederland terug en woont nog steeds semi-zelfstandig, al heeft hij ontelbare fysieke ouderdomsklachten. Desalniettemin doorstond hij vorig jaar een coronabesmetting zonder van één symptoom last te hebben...

Albir heeft ruim 20.000 inwoners; een groot deel daarvan is Noors, Duits, Belgisch en Nederlands. Daarom is het niet verwonderlijk dat daar een Belgisch-Nederlandse supermarkt de deuren opende. De winkel heet ‘Super De Buren’ omdat de eigenaren een Belg met zijn Nederlandse echtgenote zijn.

In de aanloop naar dit bezoek lazen we advertenties over de supermarkt, die zichzelf liever ‘Delishop’ noemt, in gratis Nederlandse krantjes. Er kwam een keer een filmpje van de verbouwing en een interview met de nieuwe eigenaren langs op de telefoon. Het is niet de eerste Nederlandse supermarkt in die contreien. In Albir had (heeft?) de eigenaar van supermarktketen Jumbo een vakantiehuis en dat was aanvankelijk de aanleiding om er zo´n super te openen. Daarna kreeg de winkel een nieuwe naam maar ik weet niet of ook het eigenaarschap wisselde. Wij kwamen er al jaren niet meer.

Dat veranderde onlangs. We onderzochten of de nieuw geopende supermarkt ook haring verkoopt want dat is een van de Hollandse lekkernijen die we hier missen. Het is niet dat het leven ondragelijk is zonder nieuwe maatjes maar we zouden er wel eentje aan de staart willen wegwerken... We lazen tevens dat de ambassadeur van Nederland in Spanje (de 57-jarige Jan Versteeg) als eregast bij de recente opening aanwezig was. Dat zette de toon. 

Voorpret is dubbele pret maar we kennen onszelf: als we voor zoiets op pad gaan, zijn de verwachtingen torenhoog gespannen. Als dat maar goedgaat?! Wij reden vroeg van huis, met een grote koelbox vol ijskoude elementen. We stelden samen een boodschappenlijst op met typisch Nederlandse producten: opperdoezen, andijvie, boerenkaas, vaatdoekjes en meer. Verse haring stond vanzelfsprekend met stip op 1!

We reden onder andere langs de onlangs geopende, hoogste woontoren van Benidorm. Het is een flatgebouw van 198 meter hoogte, genaamd het Intempo-gebouw. Het bestaat uit twee goudkleurige pijlers met een soort diamant in de top die de pijlers verbindt. Het gebouw werd tien jaar later dan gepland opgeleverd en de bouw was niet onomstreden. De liften gingen in eerste instantie niet tot bovenin de toren. De twee penthouses bovenin hebben een woonoppervlakte van 300m en gingen voor ruim een miljoen euros van de hand. De bovenste twee lagen zijn voorzien van een dakzwembad en een terras met jacuzi´s en een cocktailbar. Je kon het gevaarte vanaf de AP-7 niet missen. Ik keek met belangstelling hoe de zon reflecteerde op het hoge gebouw. Een mooi ding maar zelf zou ik er niet willen wonen. Sowieso niet in Benidorm -alhoewel Levante ouder, rustiger en groener is dan Poniente.

Benidorm is een van de steden in de autonome regio Valencia waar het bestuur onlangs vroeg om extra politie voor de handhaving van de opnieuw ingestelde avondklok vanwege toenemende coronabesmettingen. Men wil zo de typisch Spaanse super corona spreading events onder jongeren, de zogenaamde ‘botellones’, voorkomen. Dit soort gezelschapsfeesten zijn vaak drinkgelagen waarbij de jonge deelnemers zich niet houden aan de regels van social distancing met alle gevolgen vandien. Dit deel van Spanje kleurde inmiddels donkerrood, volgens de Europese RIVM. Tja.

Bij de Sea Food Market van Super De Buren at ik een haring aan de staart en eentje in stukjes gesneden (€2,20 per stuk) met uitjes en een Hollands vlaggetje erop. Dat is een mooie traditie die we in het buitenland graag in ere houden. 

Deze visboer bleek niet zo goed in het fileren als Haagse Robbie van ‘De lekkerste haring achter de duinen’. Vriendin Bernadette ging daar laatst een haring happen en vroeg Robbie of hij op de foto wilde voor zijn twee ex-vriendinnen uit Den Haag. Bij hoge uitzondering deed hij dat. Hij ziet er goed uit, net als zijn onberispelijke haringen! De Spaanse varianten waren malse, dikke vissen met een heel goede smaak. Hollands Glorie. Eveneens kochten we daar twee sliptongen en twee aantrekkelijk ogende Noordzee-kabeljauwfilets. De sliptongen bereidde ik diezelfde avond nog in de boter. Heerlijk mals, zonder bijsmaak van de vistank.

Ernaast bevond zich de kaasafdeling van de winkel. Daar schaften we twee stukken oude boerenkaas aan, uit de Beemster. Eveneens een schot in de roos en de 260km die we die dag zouden afleggen, dubbel en dwars waard!  

In een radio-interview vertelden de nieuwe eigenaren dat ze naast een  supermarkt ook graag een buurtfunctie bieden waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, onder het genot van een kopje koffie en oer-Hollandse appeltaart. Of met een Belgisch biertje en een toastje préparé (filet americain) in de namiddag. Voor dat doel openden ze een deli. Ze zeggen graag samen te werken met lokale aanbieders, zo wordt de koffie geroosterd in Alicante. Tegelijkertijd zijn ze trots op hun Nederlandse en Belgische afkomst en producten.

En daar wringt de schoen, wat mij betreft. Ik denk dat het belangrijk is dat je een keuze maakt. Wil je een Belgisch-Nederlandse winkel zijn of een Europese mix? (Daarvoor hebben we supermarkt Costablanca al, veel dichter bij huis…) Bij binnenkomst zagen we veel groene salades van Spaanse origine in de schappen liggen en relatief weinig typische seizoensgroenten uit België en Nederland. Wat mij hogelijk verbaasde, is dat er 5-kilozakken Hollandse (doodsnee) aardappelen hoog opgetast liggen. Moet je je daarmee in de kijker werken? Spanje zelf kent uitstekende aardappelsoorten die we wekelijks met plezier gebruiken. Als Super De Buren -zeker als Delishop- doe je er beter aan bijvoorbeeld de Opperdoezer Ronde, de koningin van de aardappel en bovendien nu in seizoen, aan je klanten aan te bieden.

Er is een enorm assortiment Oosterse ingrediënten in deze winkel te vinden. Een volle zak gedroogde djeroek poeroet (kaffir limoenbladeren à €0,70) was een welkome vondst. Ze zijn namelijk onmisbaar in Indonesische gerechten die we in Huize Barefoot graag bereiden. De uitgebreide stellage met honden- en kattenvoer is wat mij betreft volkomen overbodig. Dat soort producten tref je in elke Spaanse supermarkt aan.

Het huidige concept van Super de Buren lijkt dus te hinken op twee gedachten en daardoor is het begin niet al te best. De delishop van Olivier en Ghislaine doet zijn naam geen eer aan, wat mij betreft. We zullen dan ook niet snel terugkeren; zeker niet buiten het haringseizoen. Het personeel was uiterst vriendelijk, daar niet van. Vooral de dame van de kaas liep de benen uit haar lijf voor ons. Laten proeven, precies afsnijden zoals wij het wensen, luchtdicht verpakken, ruim voldoende pakpapier meegeven en dat alles met een grote glimlach en een grap.  

Toen we vrienden appten over ons haringavontuur in Albir zei eentje onderkoeld “da´s best ver rijden voor een dooie vis…” Toen we die persooon daarop informeerden over de kilo´s kaas die we tevens kochten, was zijn reactie nóg sprekender: “oh, dan valt het mee!” Mijn liefje en ik schoten in de lach. Typisch X, Master of Irony. Het lijkt op de foto alsof haring 1 nog in mijn hamsterwangen zit... om lang te koesteren? We namen er nog maar twee mee voor thuis. We reden overigens zonder nieuwe vaatdoekjes terug.

 

woensdag 21 juli 2021

Mijnenveld

Het is niet vaak dat ik denk aan de kans op overstroming, al leven we aan de uitloop van een langgerekt stadje en op loopafstand van de Middellandse Zee. De beelden van de ernstige overstromingen die zich onlangs voordeden in het rivierengebied in het westen van Duitsland en in Zuid-Nederland vind ik vreselijk om te zien. Alsof de coronagolf al niet erg genoeg is. Mijn hart gaat uit naar hen die het overkomt en de personen die het niet kunnen navertellen.

Evenmin denk ik vaak aan aard- en zeebevingen, al wonen we op een breuklijn. In ons leven kregen we meermalen en op verschillende plekken te maken met bevingen, lichte en zwaardere. Ook hier (Costa Blanca) komen ze voor, doorgaans hebben ze geen kracht boven 3 op de schaal van Richter. De laatste aardbeving, die ik mij goed herinner, was in de huidige woonplaats. Het leek alsof er een metro onder ons huis doorreed, zowel qua geluid als trilling.

Mijn tweede Vaderland is een land van eilanden in zee en hoge bergen, in het noorden als het zuid. In de afgelopen dagen mijmerde ik over hoe die ontstonden. De buitenste schil van de aarde bestaat uit losse platen (aardschollen) die als stenen vlotten ronddrijven op de stroperige mantel die eronder ligt en continenten met zich meevoeren. Waar een aardschol opbreekt, komt vloeibaar gesteente uit de diepte omhoog om aan het aardoppervlak tot nieuwe bodem te stollen. Zo ontstaan eilanden. Waar aardschollen naar elkaar toe bewegen, is juist ruimte tekort. Dan duikt de plaat met de zwaarste rand onder de lichtere plaat om uiteindelijk te botsen en tot stilstand te komen. Afschraapsels van de plaat die er onderdoor beweegt, hopen zich op tegen de kreukelzone die zich vormt in de bovenste plaat. En zo ontstaan bergen. Dat en veel meer las ik recent in een interessant artikel over tektoniek in de Volkskrant. 

Het onderwerp berg kwamen niet uit de lucht vallen. Recent maakten we een uitstapje naar een gebied in de provincie Murcia, genaamd ‘Sierra (Minera) de Cartagena’. Deze bergketen maakt deel uit van de Cordilleras Béticas waarvan ook de Sierra Nevada (bijna 3.5km hoog) onderdeel is. Tektoniek en magma-activiteit leidden meer dan 10 miljoen jaar geleden tot het ontstaan van Campo de Cartagena en Mar Menor. De oudste fase in de ontwikkeling van deze Sierra zou verantwoordelijk zijn voor de vorming van minerale afzettingen. Zo vormden zich daar miljoenen tonnen metaal (vooral lood en zink) in de grond.

De toevoeging ‘minera’ duidt op mijnbouw die in dat gebied al vroeg plaatsvond: in de tijd van de Romeinen. Zij kwamen in de eerste eeuw van onze jaartelling naar deze regio en noemden de huidige baai van Portmán destijds Portus Magnus’, de grote haven. Deze baai, die een belangrijke functie vervulde in het Romeinse Rijk, lag tussen de toenmalige ijzermijnen en de Middellandse Zee en kreeg van daaruit een waterverbinding met Rome, de hoofdstad van het Romeinse Rijk.

Tijdens de industrialisatie in de 19de eeuw nam de vraag naar mineralen toe. Spanje is een van de meeste gemineraliseerde landen ter wereld. (Generaal Franco financieerde zijn oorlog met name met inkomsten vanuit de mijnbouw.)

Door de komst van arbeidsmigranten naar Spanje ontstond ‘La Unión’, een onafhankelijk knooppunt van mijnbouw in de regio Cartagena. Tijdens ons recente uitje reden we die stad binnen. Die verbaasde ons door zijn omvang en fraaie uiterlijk. Vooral het stadhuis was een bezichtiging waard. Overal waar je keek, zag je verwijzingen naar de lokale mijnbouwgeschiedenis. Men is er trots op. In het centrum zag ik veel bars en restaurants die namen dragen, gerelateerd aan de mijnbouw. De stad van nu blijkt bovendien een rijk sociaal leven te hebben. Er zijn veel organisaties die zich om het lot van voormalige mijnwerkers en hun families bekommeren. In het noorden van Chili, waar we in 2019 rondreisden, hét wereldwijde gidsland voor wat betreft kopermijnbouw, zagen we grote armoede in de meeste mijnwerkersgemeenschappen; hier niet. Mijnwerkers woonden daar in zeer povere behuizing, vaak niet meer dan een hut met een dak van golfplaten. Hier evenmin.

Tussen 1957 en 1990 vond in de Spaanse Sierra Minera grootschalige mijnexploitatie in de open lucht plaats. Het bedrijf Peñarroya zette pal aan de baai van Portmán een wasserij op (Lavadero Roberto) voor het reinigen van de gewonnen mineralen, met een directe afvoer naar zee.

Daarmee begon het dumpen van 7.000 ton giftig afval per dag, bestaande uit een mix van water, zand, zink, cadmium, lood en zelfs radioactief afval. Aanvankelijk gaven de autoriteiten een vergunning af voor aanzienlijk minder afval in de baai en ook de precieze aard ervan was onbekend. Er stonden namelijk criminelen aan het hoofd van dat bedrijf. Zij konden jarenlang hun gang gaan, geholpen door corrupte ambtenaren uit Cartagena-stad. De consequenties waren desastreus: het zandstrand van Portmán kleurde langzaamaan pikzwart en de visserij kwam tot volledige stilstand. In die periode werd ongeveer 57 miljoen ton afval gestort in die baai. Het stadsbestuur van ‘La Unión’ deed destijds wat het kon om de giftige lozingen te stoppen maar dat lukte niet. Het dumpen stopte pas na 1990 onder grote maatschappelijke druk. De onoverkomelijke schade was toen al een feit.

Wij waren op weg naar Lago Rojo’, het rode meer dat in het hart van de Sierra Minera ligt (rechts op de foto). Een fotogeniek uitje met een duistere rand, welteverstaan. De rode kleur komt van het mineraal pyriet, ook wel ‘klatergoud’ genoemd dat er voorkomt. We passeerden een grote plas met donkeroranje water en knalgele kanten. Niet om je teen in te steken maar fotogeniek was het wel. 
Op de route naar het meer maakten we tevens een stop vanwaar we goed zicht hadden op de baai van Portmán. Daar liggen thans viskwekerijen waarvan de gekweekte vis op dat moment door schepen werd opgehaald. Al verbeterde de ecologische situatie ter plaatse, de baai blijft tot op de dag van vandaag een gebroken ecosysteem. Zo´n visje eten wil je niet eten!

Direct aan die baai ligt de verlaten, grote boosdoener: wasserij Roberto. Dat klinkt veel onschuldiger dan het is. De hele omgeving van de Sierra Minera straalt verlatenheid uit. Afgebroken schoorstenen, fabrieken, ovens en woningen, verlaten takels en andere hijsinstallaties, volle begraafplaatsen met overleden  mijnwerkers. Generaties. De vele machines die daar staan zijn nog intact; alsof de mijnwerkers een boterhammetje bij moeders de vrouw gingen eten en zo naar hun werk kunnen terugkeren. Zo´n desolate plek vind ik triest maar ook interessant.

Een flink aantal heuvels in het hart van de Sierra Minera is nep, ze zijn gevormd door opgegraven zand en ander materiaal uit de mijnen. Ook hier verraden de kleuren van de aarde de mineralen die er in de bodem zaten (zitten). Het rode meer bleek bij nader inzien niet zo rood. Bovendien kun je er niet meer naartoe wandelen. De route werd in de loop van de tijd tè gevaarlijk (afbrokkelende hellingen) dus de lokale overheid plaatste er een hek omheen. Als nieuwsgierige aagjes reden we op de route spontaan door een openstaand hek en liepen illegaal om één zijde van het meer heen.

Af en toe dacht ik iets interessants op de grond te zien liggen dat ik opraapte. Het eerste brokje steen had veel weg van versteend hout maar zal waarschijnlijk banded ironzijn, het tweede leek had een dun zilverkleurig laagje, de derde vondst leek op papierlagen of had iets weg van een trilobiet (maar is het niet) en het vierde raapsel leek op geplooid doek. Ik heb zeker interesse in geologie maar heb er geen verstand van. Ook uit Chili nam ik een collectie opvallende stenen mee. Terwijl ik raapte en rondkeek, dook een zware truck op uit de diepte van de mijnput. Eenmaal boven, maakte de chauffeur een armgebaar. Mijn liefje zwaaide enthousiast terug. Hij bleek niet te zwaaien maar wachtte ons bij het hek op; hij ging het terrein afsluiten. Oeff, net op tijd… Never a dull moment!

Een volgend uitje in dit gebied zal gaan naar Cueva Victoria, bijgenaamd het Juweel van het Pleistoceen. In die grot -een voormalige mijn- kun je nu al een excursie maken om te beleven wat en hoe men daar opgroef. Maar in dieper gelegen delen trof men vondsten van een andere orde aan. Je vindt daar onder andere bewijs van de komst van de eerste mens vanuit Afrika naar het Europese vasteland. Men vond daar eveneens een fossiele baviaan Theropithecus oswaldi van vier miljoen jaar oud, de enige van zijn soort in de wereld. De wanden van deze grot zouden zijn bezaaid met fossiele resten van andere dieren. Hierdoor ontving het gebied het predicaat Geosite. Iets om naar uit te kijken.

 

zondag 18 juli 2021

Vikingos del espacio

De regelmatige lezer herinnert zich wellicht dat ik dagelijks mijn Spaanse taalvaardigheid oefen en test met de gratis taalapp Duolingo; gemiddeld een uur per dag. Dat is een minimale inspanning voor iemand die graag wil inburgeren. Inmiddels ligt de 713de aangesloten lesdag achter mij. Mijn liefje doet dat al 838 dagen achtereen. Bazin boven bazin! Ik oefen minstens zo lang als zij maar op een nacht, meer dan twee jaar geleden, schrok ik wakker en bedacht mij dat ik de voorgaande dag vergat te oefenen. De volgende ochtend ontdekte ik de straf die erop volgde: de dagteller stond weer op nul. Jammer maar helaas. Ik lag en lig er niet wakker van. Inmiddels voerde Duolingo wel een optie in waarmee de schade wordt beperkt als je een dagje, per ongeluk of expres, overslaat.

Beiden zijn we enthousiast over het programma omdat het zich regelmatig vernieuwt en zo poogt studenten-van-de-lange-adem bij de les te houden. Al is oefenen leerzaam, een toegewijde student wil ook afwisseling 😁… Baas Duo, een slimme uil, geeft zijn vrienden in het programma bij tijd en wijle een nieuwe look, een nieuwe stem en nieuwe opdrachten. Zo blijft het onderhoudend. Duolingo kent herhalingsoefeningen (grammatica en idioom), verhalen, wedstrijdjes tegen de klok en nieuwe opdrachten op vijf niveaus. Telkens als ik -en miljoenen anderen- aan het einde van de Spaanse taalapp dreig te raken, komen er nieuwe uitdagingen. Dat gaat goed!

Een van de Spaanstalige verhalen waarnaar je moet luisteren en die je moet aanvullen en samenvatten, gaat over de verzonnen film ‘Vikingen van het heelal’. De meiden Lily & Zari staan te popelen om naar de bios te gaan. Oscar, hun leraar Moderne Kunst, vindt het ver beneden zijn niveau. Totdat hij door hen wordt opgemerkt in de lange wachtrij voor de cinema, met een Vikingkostuum aan. Een grappige dialoog ontspint zich. Van dit kaliber vind je vele oefeningen.

Aan die taaloefening moest ik denken toen we vrijdagavond jongstleden in de straat naar de donkere hemel stonden te kijken. Buurman Jan, de Viking in ons midden (hij is immers van Deense origine), meldde aan het begin van de avond in een Spaanstalige whatsapp dat we die avond het Internationale Ruimtestation (ISS) zouden kunnen zien overvliegen. Het gevaarte zou tussen 22:06 uur en 22:13 uur in een baan van zuidwest naar noordoost te zien zijn. Om 22:08 uur zou de satelliet het dichtst langs de maan vliegen. Nou, dat was niet tegen dovevrouwsoren gezegd! 

Dit bemande ruimtestation werd 22 jaar geleden gelanceerd en is de grootste in zijn soort die in het heelal rondvliegt. Het beweegt in een lage baan om de aarde: gemiddeld op 400 kilometer hoogte. Het ISS cirkelt in ongeveer 93 minuten om de aarde, oftewel bijna 16 keer per dag. De bewoners van het station zien ons dus dagelijks veelvuldig maar ik zag het ding nog nooit met eigen ogen. De telelens werd uit de kast gehaald, ik hield een scherpe blik op de klok. Rond 22:00 uur stapten wij en buren Jan & Bente (met hun hond) verwachtingsvol de straat op. Het was een wolkenloze avond, een bijna halve maand lichtte het gebied bij.

Mijn liefje legde aan onze Spaanse overburen uit wat er stond te gebeuren aan het firmament. Iedereen van de drie aanwezige generaties raakte enthousiast, zelfs het 2.5-jarige kleinkind Marco. Langzaam maar zeker verzamelden zich meer buren op straat. Het werd een gezellige boel maar iedereen bleef op gepaste afstand van elkaar. Op uur U richtten alle ogen zich op het gebied rond de maan. Vikingo Jan was de eerste die met zijn vinger naar de maan wees, zelf ontwaardde ik een lichtflits in de buurt ervan. Was dat de reflectie van het maanlicht op het Space Station? Daar bewoog zich iets snel ter rechterzijde van dit hemellichaam.

Het station vliegt ruim 27.000 km per uur maar toch duurde het relatief lang voordat het uit het zicht verdween. Als we aan zee hadden gestaan, was deze vliegende schotel nog langer in beeld gebleven. In het eerdere bericht las ik dat er momenteel zeven astronauten aan boord zijn. Een gek idee, toen ik dat oplichtende streepje in de duisternis zag bewegen… Een van hen is vrouw, de Amerikaanse NASA-astronaut Megan McArthur (1971). Een van de opvallendste gegevens die ik over haar las, is dat zij is gepromoveerd in Oceanografie. Zij gaat dus high èn low!

Het station is groot genoeg om het zonder telescoop te zien: 75 meter wijd en 109 meter lang; als een vliegend voetbalveld. Desalniettemin was het niet eenvoudig een goede shot van het razendsnelle ruimteschip te maken maar de foto van het oplichtende stipje tussen de dakpannen van het huis maakte veel goed voor mij als kijker. Het station zelf beschikt over een zogenaamde cupola, een klein raam waardoor één astronaut per keer foto´s van de aarde kan maken. Wat zullen die spectaculair zijn! 

Het ISS vloog dus letterlijk over onze hoofden; dat werd later nog eens bevestigd toen ik keek naar deze website waar de live streaming van de vlucht voortdurend is te zien. Die volg ik nu regelmatig. Het station legt verschillende routes af, weet ik inmiddels. Op vrijdagavong ging de curve van het ISS echter precies over de stip waar wij ons bevinden. Een half uur nadat wij het gevaarte zagen, vloog het al boven Azië. Dat is dé manier om naar Bali te reizen… wij doen er doorgaans 24 uur over! Op de NASA-site worden vanaf 21 juli (en alle dagen daarna) weer live uitzendingen getoond vanaf dit internationale station. Soms is er geen verbinding omdat men aan boord dan wetenschappelijk onderzoek doet. Op de 21ste wordt McArthur live geïnterviewd.

We bedankten de Viking van het Heelal hartelijk voor zijn oplettendheid en voor het feit dat hij zijn interessante weetje tijdig met ons deelde. Mange tak!