Nu houden mijn liefje en ik niet van uniformen en al helemaal niet in Zuid-Oost Azië. Daar ook wij geen idee hadden van wie ons bezocht en de reden van hun bezoek, hielden wij ons gedeisd. Een kleine, dikke -ogenschijnlijk onaaardige- man in donkerbruin uniform met een pet op zat ongenood onderuitgezakt op een van onze terrasstoelen. Hij vroeg naar onze visumpapieren. Die werden subiet gehaald en bestudeerd. Ik constateerde dat ons doorgaans pittige personeel nogal ondergeschikt deed... Er werden vragen gesteld: “Hoe lang waren wij er? Hoe lang zouden wij blijven? Hoeveel personeel hebben wij? Waar komen ze vandaan?” De dikke man was onder andere vergezeld van een kleine vrouw met een grote ordner onder de arm. In een Mexicaanse schaal op onze terrastafel lagen kleurrijke steentjes uitgestald. Ik zag dat de vrouw haar ogen er niet van kon afhouden. Tenslotte won haar nieuwsgierigheid het van haar zelfbeheersing: gretig pakte ze enkele steentjes van de schaal, bekeek ze stuk voor stuk, besprak ze en leek even te twijfelen of ze ze terug zou leggen. De dikke bruinhemd deed ook mee aan het experiment. Ik kon niet geloven dat ze zo ongegeneerd handelden?!
Dachten wij dat we bezoek kregen van de plaatselijke politie met hun administratieve maffia, het bleek de kepala desa te zijn: de burgemeester van het dorp met enkele van zijn hoogwaardigheidsbekleders. Slechts één persoon was niet in uniform. Een van hen, bij nader inzien het hoofd van de politie, liep de keuken in. Met Elsa en mij in zijn kielzog. Hij wenste een glaasje water en dat kreeg hij. Als 'small talk' merkte hij op dat Balinezen kleine mensen zijn. Kennelijk was hem in het oog gesproken dat mijn liefje en ik boven hen uit torenen (kun je nagaan)... Ik lachte hem toe als een boer met kiespijn. Toen eenmaal duidelijk was dat de onaardige dikkerd onze burgervader was, kon ik mijn opeengeperste lippen net vormen voor de zin: 'senang bertemu anda', prettig kennis te maken. Van harte ging dat niet, helaas. Zijn bedoelingen zouden goed zijn: mochten wij problemen hebben dan konden wij ons te allen tijde tot hem wenden. Ik vond het bezoek eerder intimiderend dan informatief en ik was blij dat de man niet was uitgenodigd voor onze inwijdingsceremenie!
Ik wijt deze misser vooral aan een gebrek aan communicatie en samenwerking tussen partijen. Het positieve aan deze kwestie is wel dat we binnenkort electriciteit krijgen. Denken we. We weten nu uit eigen ervaring: het is lastig zaken doen in Bali, Indonesië. We nemen het de welwillende, hardwerkende Balinezen niet kwalijk; daarvan zijn er gelukkig veel. Helaas ook een aantal van het onwelwillende soort. Desalniettemin blijft Bali voor ons een prachteiland.