Translate

woensdag 17 december 2014

Een daagje Uruguay

Gisteren waren we een dag bij de Noorderburen. De wekker stond op zes uur, we zouden de trein van zeven uur en de boot van half negen nemen. Het begon allemaal eerder. Vijf uur ’s ochtends bleek nog maar drie uur te zijn, daarna deed ik hazenslaapjes. We stonden vóór de wekker op, liepen voortijdig naar treinstation Palermo. Buenos Aires wordt vroeg wakker. De straten waren vol etende mensen. Ik zag een donkere vrouw met inheemse trekken die brood en cakejes verkocht; er stonden veel mensen om haar stalletje heen. Haar zus, vriendin of buurvrouw naast haar serveerde koffie en thee. Een mooi gezicht.

We waren bepaald niet de enigen op weg naar Colonia del Sacramento in Uruguay. In de ferry-terminal checkten mensen rijen dik in voor een snelle of langzame boot. Alhoewel we de bootreis vantevoren boekten, heb je een instapkaart nodig; net als bij een vliegreis. Daarna gingen we door de douane: beneden was nog Argentijns grondgebied, eenmaal door de douane boven, waren we in Uruguay. Slim gedaan, zo kun je na een uur varen aan de andere kant van de Rio de Plata zonder administratief gedoe aan land.

Aan boord van de ferry maakten we een praatje met een charmante Argentijn uit Buenos Aires. Een kekke, bereisde man die contact met ons zocht. Hij vertelde dat hij  vroeger een zomerhuis had in Colonia en nu vrienden ging bezoeken. Hij zei ons dat hij weliswaar in Argentinië is geboren maar zich geen Argentijn voelt. (Zijn voorouders kwamen uit Schotland en Italië. Zijn zus woont in het Spaanse Estepona.) Hij voelt zich meer thuis in Europa dan in Latijns-Amerika. Hij maakt zich grote zorgen over de toekomst van jonge mensen in Argentinië, vanwege de hoge werkeloosheid en de hoge levenskosten, vooral in de hoofdstad.

Colonia del Sacramento staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het pittoreske stadje werd in 1680 gesticht door Manuel Lobo, de toenmalige gouverneur van Rio de Janeiro. In 1777 nam Spanje het over. Daartussen gebeurde van alles en nog wat, onder andere dat de stad tien keer van eigenaar veranderde maar dat laat ik verder aan Wiki- of Lonely Planet-lezers over. 

Mijn liefje ontwikkelde ‘een systeem’ voordat we aan deze reis begonnen. Na lezing van ettelijke reisgidsen schreef zij in haar eigen reisboek de belangrijkste bezienswaardigheden op. Eenmaal op locatie, worden deze tips op kleurenkaartjes overgezet en die gaan mee op pad. Het kaartje Colonia was tweezijdig beschreven.

Vooral het historische hart van de stad is de moeite van een bezoek meer dan waard. Brede straten met platanen, keitjes, poorten, doorkijkjes op de Plata, klassieke auto’s, huizen barstensvol karakter. Je waant je eeuwen terug in de tijd. Gisteren was dat zeker het geval: een grote Anglo-Amerikaanse filmcrew was actief in de mooiste en authentiekste straat van Colonia, ‘La Calle de los Suspiros’, de Straat der Zuchten. Ze filmden er 17de eeuwse scenes voor een whiskeymerk. Wat ik ook vroeg, niemand vertelde welk merk het betrof. Er kwamen veel mensen aan te pas, er was zelfs een heuse schaapskudde die door de straat liep. Het mocht wat kosten.

Wij liepen een uur met Véronica mee, een plaatselijke gids die ons groepje toeristen -een Zwitser die in Brazilië woont en werkt, vier Brazilianen en twee reislustige Hollandse dames- met informatie overlaadde. Vooral de koloniale gebouwen zijn interessant. De Portugese stijl is robuust (gestapelde stenen), de Spaanse relatief elegant (gebogen ramen en deuren, spijlen ervoor). In Colonia vind je ook een mix. Véronica vertelde dat het noorden van Uruguay zich vooral richt op Brazilië (de Portugese kant), het zuiden op Argentinië (de Spaanse zijde). De Uruguyaan zit naar verluidt comfortabel in het midden. Het legt ze geen windeieren: vorig jaar ontving Colonia net zoveel toeristen als het land inwoners heeft. Landbouw is de belangrijkste industrie. In het noorden wordt vooral wijn verbouwd, uit het zuiden komen melk en kazen. Mijn liefje, reisleidster eerste klas, vertelde mij dat Argentinië vanwege de kwaliteit steeds meer vlees uit Uruguay importeert. De professionele gids vroeg haar op enig moment wat er op het kaartje stond… ‘Om mij te controleren?’ met een knipoog. Leg dan maar eens in je beste Argentijns uit dat ze een systeemdenker en een control freak is die van lijstjes houdt. Een blauwe lucht kon ze niet organiseren, tot haar verdriet. Ik vond het beschikbare weer wel toepasselijk.

Het was niet druk in het stadje, al ligt dat in het weekend anders. Daarmee had de akela rekening gehouden. We lunchten bij restaurant Casa Grande (Spaanse stijl): lamstoofpot voor mijn liefje, goedgevulde zeevruchtencazuela voor mij. Met veel verse knoflook. We dronken er een heerlijke Uruguyaanse rode wijn bij en water uit een bron aan de grens met Brazilië. Na de lunch wandelde we verder rond in het historische centrum. In het culturele centrum zagen we een 3D-voorstelling over Uruguay en Uruguayaanse producten en bekeken we ’s lands geschiedenis in cartoons. In januari 2015 gaan we ook een paar dagen naar Montevideo, op ruim twee uur varen van Buenos Aires. Dan met ons gehele hebben en houden en gelukkig niet met de eerste boot. De incheck- en douaneprocedures hebben dan geen geheimen meer voor ons. Ik maakte al wel een fotoalbum van Uruguy aan dat je bij mijn overige webalbums op mijn blog kunt vinden. 

In twaalf uur waren we uit & thuis. Allebei vonden we de terugkeer naar Buenos Aires zwaarder dan de reis naar en van Colonia. De massa, de herrie, de temperatuur, het gebrek aan frisse lucht. Op het centraal station Retiro was het een gedoe van jewelste om een zitplaats aan boord van een trein te bemachtigen. Uitstappen met al je goederen vereist tactiek. We beginnen steeds duidelijker te zien hoe hard het leven hier is. Het is een dagelijkse struggle for life, het recht van de sterkste regeert. Je moet mij niet verkeerd begrijpen: we zouden deze ervaringen niet willen missen!

Ik adem nog steeds knoflook uit, aldus mijn liefje. Vandaag doen we het rustig aan: het wordt een museumdag.


maandag 15 december 2014

BsAs

Er gebeurt van alles in Buenos Aires. Zo vielen er afgelopen weekend hagelstenen uit wolken die een ervaren wolkenstaarder als ikzelluf naar adem deden happen. Het weekend ervoor waren we reeds gewaarschuwd. De schuifpuien naar het grote balkon stonden open en ineens leek er een soort windhoos door het appartement op negen hoog te gaan; het gierde dat het een aard had. We sloten de ramen gezwind. De storm was dermate krachtig dat het glas in de pui bolde. De aluminium stoelen deden een tango op het balkon. Uiteindelijk landde ze bovenop elkaar. Dat is misschien wel logisch na zo'n gepassioneerde dans. Dit weekend betrof het sneeuw en hagel. Ik zag een foto op de voorkant van een plaatselijke krant waar aan de lezer de vraag werd gesteld waar het winterse tafereel zich afspeelde. In Bariloche, Patagonië, tegenover Antarctica of in Bernal, Groot Buenos Aires? Het was hier. Mijn liefje twijfelde toen ze het getik tegen de ruit hoorde. Het is ook moeilijk te bedenken als het overdag 30 graden Celsius is?!

Toen wij vorige week op bezoek gingen bij de Dwaze Moeders en Oma’s van Plaza de Mayo, werd het plein voor het Casa Rosada (het Roze Huis waar de regering zetelt) in gereedheid gebracht voor een live-optreden van presidente Cristina de Kirchner. Even later zag ik de oproep op straatborden: komt allen bijeen op het plein voor Nestor, voor De Nederigen en voor het Vaderland. In eerste instantie wilden we van de partij zijn maar mijn liefje was de verstandigste: grote mensenmassa’s en wij zijn geen gelukkige combinatie. Je weet maar nooit hoe haar toespraak uitpakt en wat dat uitlokt.

Haar toespraak werd live op televisie uitgezonden en het verliep vreedzaam. Ze stond stil bij 31 jaar democratie. Kirchner (1953) is sinds 2007 president van Argentinië. Haar echtgenoot Nestor was eerder president; hij overleed in 2010 aan een hartstilstand. In 2011 werd Cristina overtuigend herkozen; zij was daarmee de eerste vrouw in de geschiedenis van het land die dat overkwam. Ze is vooral populair bij de laagste inkomensklasse voor wie vele sociale steunmaatregelen werden ingevoerd. Ze heeft haar aanhangers niet bij de Argentijnse middenklasse. In de afgelopen maanden ging men in groten getale de straat op, demonstrerend tegen enorme prijsstijgingen, hoge inflatie en stijgende criminaliteit.

Deze stad staat bol van politiek. Linkse leuzen, pamfletten, vlaggen, graffiti’s met politieke thema’s, je vindt ze werkelijk overal. Gisteren bezochten we de wijk San Telmo, bekend van de zondagantiekmarkt en de tango. We slenterden door gezellige straten met kunstgalleries en antiekwinkels, leuke bars en eetgelegenheden. We genoten van pintxos terwijl tangomuziek op bijna elke straathoek klonk. Veel jonge mensen, alternatief publiek. Er hing een zeer relaxte sfeer. 
En ik zag Mercedes Sosa! Deze Argentijnse folklorezangeres overleed op 74-jarige leeftijd in deze wijk van Buenos Aires. Zij was vertolkster van indringende strijdliederen die mijn tot op de dag van vandaag beroeren. Haar ‘Gracias a la Vida’ en ‘Todo Cambia’ YouTube-filmpjes staan al lange tijd op mijn blog. In de jaren ‘80 woonde ik als studentje een optreden van haar bij in het Amsterdamse Concertgebouw. Ik kan die emotie van toen gemakkelijk oproepen. San Telmo eert haar met muurschilderingen en een cultureel centrum dat naar haar is vernoemd. Volgende week gaan we terug voor de tango.

Op weg naar huis wandelend, stuitten we op een andere vorm van folklore: een Galicisch muziekgezelschap bespeelde een groot, enthousiast publiek op de vrijgemaakte Avenida de Mayo. De mevrouw naast wie wij stonden, vertelde ons dat zij Argentijnse is maar haar man Spanjaard. Hij stond ergens vooraan, met zijn neus op het orkest. Ook hier liepen de emoties op, niet in de laatste plaats bij muzelluf... muziek doet dat met mensen. Sosa zong het terecht: muziek legt de snelle route af naar de ziel. Er zwaaiden zakdoekjes door de lucht, ik zong uit volle borst mee (al lag de toonhoogte mij niet). Het was een waardige afsluiter van ons tweede weekend alhier. Time flies when you’re having fun! Ik heb veel foto's naar het webalbum overgezet.

Ik ga zo een kupje Nespressokoffie drinken met zelfgemaakte citroencake, gekocht van twee Argentijnse pottenkindjes die oogcontact maakten met mijn liefje. Zij kon de cake niet weerstaan... Jaja. Vier reebruine ogen keken de jager aan. Buenos Aires heeft een uitbundige gay scene. Morgen gaan we een dag met de boot naar Uruguay.


zaterdag 13 december 2014

Kleine Cousteau

Even iets anders tussendoor. Mijn huidige leventje speelt zich niet uitsluitend af in Buenos Aires al maakt de stad veel indruk. Het leven in Spanje blijft eveneens onze aandacht trekken. De weervrouw volgt op de voet hoe het weer daar is (zonnig); binnenkort keren onze vrienden Ben & Joan ernaar terug. Ik houd de vinger aan de pols voor wat betreft mijn familie en we genieten mee met de reis die onze vrienden Hugo & Emmy thans maken in een camper langs de Australische zuidkust. Onze extended familie op Bali is echter altijd in onze gedachten.


Elsa mailde ons vanmorgen dat Yuda afgelopen week een spreekbeurt op school hield in het kader van ‘Show & Tell’. Ze moeten een voorwerp van huis meenemen waarover ze hun klasgenootjes en hun meester vervolgens vertellen. Sinds augustus van dit jaar is hij leerling in de eerste klas van een tweetalige lagere school in Noord-Bali. Via moeder Elsa volgen we zijn vorderingen op de voet. 

Hij koos iets dat heeft te maken met zijn grote hobby. Raad eens wat hij meebracht? Zijn snorkelset en zijn duikstaafjes! De snorkelset kreeg hij van ons voor zijn verjaardag, eerder dit jaar en de stokjes bracht ik voor hem mee in september jongstleden. Ik kreeg kippenvel toen mijn liefje dat aan mij voorlas. Daarna werden mijn ogen nat. Sentimenteel mens. Het valt niet mee om oma-op-afstand te zijn… De meester vond dat hij zijn verhaal perfect had verteld en geïllustreerd. Moeder trots, wij trots.

Vanaf dag 1 was hij mijn kleine zwemvriend toen wij onze villa met zwembad van semi-Olympische afmetingen hadden. Hij was de eerste die het bad uitprobeerde nadat het was afgebouwd. Dat was niet de bedoeling. Wij hadden Elsa, onze toenmalige huishoudster, namelijk op het hart gedrukt dat Yuda niet mocht zwemmen in onze afwezigheid. Zijzelf kan niet zwemmen en niemand anders zou hem kunnen redden als dat nodig mocht zijn. Maar hij wilde toen al niets liever dan zwemmen. Op een onbewaakt moment kreeg ik een foto onder ogen die hem in zijn eentje in het grote bad toonde, met de eerste vlindertjes die we hem gaven. Gelukkig liep die zwembeurt goed af. Dat geconcentreerde, verbeten koppie (bovenste foto), werd daarna standaard als we samen te water gingen. 


Hij versleet vlindertjes. Af en toe gaf hij zelf aan zonder drijvers in het water te willen maar dat gebeurde bij voorkeur in de veilige armen van zijn andere nenek. Mijn liefje is van de toewijding, ik ben voor het ravotten. We schaften op een bepaald moment bij Carrefour in Zuid-Bali een Plouffpak aan. Sinds we hem daarin stopten, ging hij met reuzenstappen vooruit op zwemgebied. Hij voelde zich senang en durfde steeds meer. 
Vorig jaar kwam de doorbraak: hij zwom zonder hulpmiddelen over de breedte van het zwembad. Elke keer dat we samen zwemmen, is hij beter en durft hij meer. De zwemstokjes die ik dit jaar voor hem meebracht, bleken een schot in de roos. Ik zie hoe hij ervan geniet vrij te kunnen zwemmen en naar de bodem te durven duiken. Hij geniet, ik geniet. Kortom, we hebben de nieuwe Kromo in huis. Nóg liever zie ik hem als de nieuwe Jacques Costeau…

De school gaf hem overigens ook een certificaat voor zijn prestaties in Engels lezen. De kaart die wij hen voor ons vertrek uit Spanje stuurden, las hij onlangs aan zijn moeder en broertje Damai voor. De kids hebben nu drie weken vakantie en later deze maand gaan zij enkele dagen naar Engels vakantiekamp. Voor het einde van het jaar zullen we nog een keertje skypen met hen.


vrijdag 12 december 2014

Nunca mas

Gisteren en eergisteren waren dagen vol engagement, solidariteit en emotie. Sinds ik nadenk over de wereld hang ik een links standpunt aan. Ik kom niet uit een links nest, ik kreeg die voorkeur niet met de paplepel ingegoten. Toch zit het diep. Ik blijf het gedachtengoed dan ook koesteren al voel ik mij niet meer verbonden met een linkse partij in wel politieke bestel dan ook. Onrecht en onrechtvaardigheid blijven een doorn in het oog, solidariteit met minderheden en minderbedeelden vind ik belangrijker dan ooit. En we moeten niet vergeten – No olvidamos.

Op woensdag bezochten we het Muséo del Holocausto. Dat onderwerp houdt mij sinds mijn jonge jaren bezig. Mijn liefje en ik waren de eerste bezoekers, we wachtten geduldig op de stoep totdat de klok 11 uur sloeg. Over de hele lengte van de gevel staan betonnen palen die kwaadaardigen van de uitvoering van snode plannen moeten weerhouden. Ik drukte op de bel en de deur zwaaide open. Na registratie konden we het museum betreden. Wat mij allereest opviel was de gang waardoor je het museum betreedt: oude, glimmende straatkeien onder een onverlichte poort herinnerden mij aan binnensteden van Oost-Europa. 

Het museum heeft een permanente en een wisselende expositie. De permanente gaat over het joodse leven in grote delen van Europa voor en tijdens de tweede wereldoorlog, de nazi-ideologie en het joodse leven in Argentinië ten tijde van de nazi’s. De foto’s zijn indringend.
De tijdelijke tentoonstelling was gewijd aan Jan Karski. Hij was een jonge katholieke Pool die wereldwijde bekendheid kreeg als ‘courier from Poland who exposed the Holocaust’. Karski is een gelauwerd man: hij behoort tot een van de Rechtvaardigen onder de Volkeren maar kreeg ook (weliswaar postuum) de hoogste Amerikaanse onderscheiding. Hij berichtte uit de eerste hand over misdaden tegen de joden door de nazi’s, tot aan President Roosevelt toe. Momenteel lees ik zijn autobiografie ‘Story of a Secret State – My report to the World’ waarop ik opmerkzaam werd gemaakt in het museum. Ook het overzicht van genocides in de wereld, tot vandaag de dag, schokte.

Argentinië was niet alleen toevluchtsoord voor joodse mensen, ook beruchte nazi’s zochten en kregen er onderdak. Zoals ik eerder blogde, vluchtte Eichmann aan het einde van de tweede wereldoorlog naar Argentinië waar hij onder de schuilnaam Ricardo Klemente een relatief onbezorgd leven leidde; eerst in Patagonië en later in Buenos Aires. Minstens 180 andere nazischurken volgden zijn voorbeeld. Tja.

Toen wij ’s avonds thuiskwamen, lazen we in de Buenos Aires Herald dat er eerder die dag -te weten om 11 uur ’s ochtends, op het moment dat de deur van het Holocaustmuseum openzwaaide- een standbeeld van Ana Frank werd onthuld in aanwezigheid van rabbijn Soetendorp. Buenos Aires kreeg een kopie van het Amsterdamse beeld, dat werd vervaardigd door de Nederlandse beeldhouwster Jet Schepp. Het staat om de hoek van de Nederlandse ambassade in de wijk Puerto Maduro. De dag erop gingen wij ernaar op zoek.

We reden met de bus vanuit Palermo de Calle Paraguay helemaal uit naar het havengebied. Mijn liefje zocht op wat er in de wijk was te zien: onder andere een brug van een de favoriete Spaanse architect Santiago Calatrava. Het gebied deed mij vanwege de skyline, de omgebouwde havenloodsen, de boten in de rivier en de kranen sterk denken aan Rotterdam en Londen.

’s Middags wandelden we naar Plaza de Mayo om de dwaze moeders en oma’s eer te betonen. Mijn liefje voelde een zekere gespannenheid en dat begreep ik goed. Al decennia lang weten we van de plek en van de protesterende vrouwen en nu komen we oog in oog met hen te staan. Circa 30.000 Argentijnen (waaronder 1.900 joodse mensen) verdwenen spoorloos tijdens de vuile oorlog van de militaire junta. 400 tot 500 kinderen werden geboren terwijl hun moeders vastzaten in detentiecentra. Zij werden illegaal geadopteerd door militairen en families die het Videla-regime steunden. Hetzelfde gebeurde in Spanje onder Franco. 114 van die Argentijnse kinderen zijn inmiddels opgespoord met behulp van DNA-onderzoek.

Mijn liefje en ik zaten om 3 uur ’s op een bankje aan het vermaarde plein. De eerste oudjes met geborduurde witte hoofddoeken liepen binnen. De vrouwen begroeten elkaar hartelijk, er wordt gekust en gelachen. Er was veel media op de been. Ik liep rond en herkende rabbijn Soetendorp tot wie ik mij kort richtte om te zeggen dat ik het mooi vond hem daar te zien. Hij liep die dag uit overtuiging mee met de Madres. Mijn liefje trof ik even later aan met Estela, een van de dwaze (groot)moeders, die net bezig was foto’s van haar verdwenen kinderen op te spelden. Zij vertelde dat ze geen oma is want haar kinderen waren nog geen ouder toen ze 38 jaar geleden verdwenen. Haar dochter zou gaan bevallen maar de baby heeft de familie nooit gezien. Die werd weggenomen en weggeven aan derden. Zij is oprichtster van de belangenvereniging van familie van vermisten. Ze vroeg waar wij vandaan kwamen. Daarop kwam een positieve reactie. 

Nederland speelde in de jaren ’80 van de vorige eeuw inderdaad een positieve rol in hun treurige geschiedenis. Wij boycotten het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië in 1978 niet en de Madres de la Plaza de Mayo werden door Hollandse publiciteit op de wereldkaart gezet. De actie SAAM startte, Steun Aan Argentijnse Moeders. Nederlandse vrouwen zamelden geld in om de moeders een eigen plek te geven. De rest is geschiedenis. Aldus Hebe de Bonafini (1928), voorzitster van de Asociación Madres de Plaza de Mayo die gisteren ook aanwezig was. Zij oogt en klinkt nog steeds zeer strijdbaar. ¡Vamos las Madres!

Eén persoon kan het verschil maken. Dat idee wordt gepersonifieerd door Jan Karski, Ana Frank, rabbijn Soetendorp en las señoras Hebe y Angela.


woensdag 10 december 2014

Immigrantenland

In een van de reisgidsen die ik las ter voorbereiding op deze reis kwam ik de volgende uitspraak tegen: ‘Mexicans descended from the Aztecs, Peruvians from the Incas but we, Argentinians, descended from boats’.

Daaruit volgt dat Argentijnen van mening zijn dat hun land een immigrantenland is. Dat werd bevestigd door een jonge Argentijnse die onlangs met ons op een bus stond te wachten. Zij was geboren en getogen in Buenos Aires met een Peruaanse vader en een moeder bij wie het Italiaanse en Spaanse bloed door d’aderen stroomt. 
Alhoewel zij zichzelf 100% Argentijns voelt, doen anderen haar regelmatig af als ‘dochter van’... Dat irriteert haar mateloos. Wie zijn die anderen? Ik had graag willen doorvragen maar de bus reed voor en we stapten in. Waarom zeggen mensen dat? Wat bedoelen ze daarmee precies als je je realiseert dat Argentijnen er trots op zijn dat ze eeuwen geleden uit alle windstreken de Rio de la Plata opvoeren?!

95% van de Argentijnse bevolking is wit, de meerderheid heeft Italiaanse en Spaanse voorouders. Het straatbeeld is in bepaalde wijken overwegend wit, in andere gekleurd. Blauwe ogen zijn echter ver te zoeken. Inheemse bewoners van het Argentijnse grondgebied -Indianenvolkeren als Mapuches, Collas, Tobas, Matacos en Chiriguanos-, maken nog slechts 0.5% uit van de bevolking. Mensen met ‘gemengd bloed’ vormen 4.5% van de bevolking. Aldus informatie uit de recentste Lonely Planet-reisgids. Ondanks hun geminimaliseerde aanwezigheid, vraag ik mij in alle ernst af wat afstammelingen van inheemse volkeren vinden van de uitspraak dat ‘de’ Argentijn van de boot stapte…

Eerder deze week bezochten we El Museo Nacional de la Inmigración, het nationale Immigratiemuseum in de wijk Retiro. Het museum, dat gratis toegankelijk is, bevindt zich in de haven van Buenos Aires. Het is gevestigd in een van de gebouwen van de Marine… men kwam immers met grote schepen aan. Het was behoorlijk warm die dag en de tentoonstelling bleek zich te bevinden op de derde verdieping van het pand. Pffffff. Het was de vele, uitgeslepen trappen echter meer dan waard!

De tentoonstelling is bescheiden maar indrukwekkend. Als je binnentreedt, kom je direct tegenover een wand met houten kaartenbakjes; ze bevatten de persoonsgegevens van de vele immigranten die Argentinië verkozen tot hun nieuwe thuis. Als je doorloopt, zie je fotowanden vol kiekjes van Italianen, Spanjaarden en enkele joodse mensen. Je ziet stapelbedden waarin de nieuwkomers sliepen. Het schip Amerigo Vespucci (1931) bracht vele Italianen naar Buenos Aires. Ik zag deze imposante driemaster ooit van dichtbij tijdens Sail Amsterdam.

Nederlanders herkende ik op het eerste gezicht niet op foto’s maar een aantal vitrines in de tentoonstelling is gewijd aan de Nederlanders die in Buenos Aires aankwamen. Zo ook de familie Van Mastrigt van wie persoonlijke correspondentie was te zien. Daar lagen mooie brieven, kindertekeningen en foto’s. Een van de Nederlandse schepen was het stoomschip de ‘Koninklijke Hollandse Tubantia’ dat vanaf 1913 pendelde tussen Amsterdam en Buenos Aires. Een fraai schaalmodel staat in het museum. Het schip werd in 1916 door de Duitsers getorpedeerd en zonk. Gelukkig werden alle 80 passagiers en 294 bemanningsleden gered.

Toen we naar het treinstation van Retiro terugliepen, kwamen we langs de immigratiedienst van nu. Op lange banken langs de wand zag ik mensen van ogenschijnlijk Indiaanse afkomst, wachtend op hun beurt om het gebouw te betreden. Ze zagen er uit als mensen die het huidige straatbeeld van Buenos Aires reeds mede bepalen. Voor het gebouw stonden ambtenaren in uniform te roken, binnen zag ik een wachtrijconstructie die je ook bij de douane op een willekeurig vliegveld zit. Kennelijk is het nog steeds druk bij de Argentijnse immigratiedienst. Het leven van een immigrant is niet eenvoudig. Niet toen en niet nu, niet hier, nergens.

Voor de geïnteresseerde bloglezer: het lukte ons om de tickets voor boot en bus te veranderen. Wel moest ik, Spaanse spreekbuis van de familie, diep door het stof. Ik kan er niet mee zitten; het resultaat telt (maar de Maagd staat wel bij mij in het krijt).



maandag 8 december 2014

De dag van de Maagd?

We stonden vanochtend op en hoorden dat het een stuk minder druk was in de stad. We zagen heel veel mensen op de fiets en op doorgaans drukke kruispunten die we kunnen zien vanaf het terras, zou je nu een ontbijtje kunnen serveren. Geen van beiden hadden we geen idee waarom. 

Op het ‘To Do’-lijstje voor vandaag stonden twee zaken: Carrefour Market bezoeken ter aanvulling van het huishouden en naar Station Retiro gaan voor het een en ander op reisgebied. 

Toen we de grote buurtwinkel binnenstapten, stonden er lange rijen voor de kassa. Mensen hadden klaarblijkelijk een vrije dag. We vroegen het daarom maar eens aan de wachtende mevrouw achter ons: is het soms een nationale feestdag? Dat werd door haar beaamd: het bleek El Dia de la Virgen, de Dag van de Maagd. Alleen de winkel van de Chinees leek open...

Deze dag wordt sinds 1854 in katholieke landen in ere gehouden en gevierd, dus ook in Argentinië. Volgens de christelijke doctrine werd Maria, de Moeder van Jesus van Nazareth, op die dag geboren. Let wel: zij was zonder erfzonde!

Toevallig is Maagd het sterrenbeeld van mijn liefje; ze heeft nog wel meer gelijkenis met Maria maar zonder zonde is zij nou juist niet. (Lees en huiver.) Na de boodschappen aten we een boterham thuis en liepen we daarna naar het station Palermo. Sinds we de Subtepas hebben, is reizen met openbaar vervoer in Buenos Aires een fluitje van een cent. Je houdt de pas voor een speciaal plaatje tegen het loketraam, noemt je bestemming en de lokettist haalt het bijbehorende bedrag van je pas. Op een scherm zie je het bedrag van het treinkaartje en het resterende saldo op de pas. Wij gingen op weg naar de wijk Retiro. Ter vergelijking: zo’n treinritje kost 0,20, een pak toiletpapier (met vier rollen) in de supermarkt 3.

Ook het perron was uitgestorven. Niet lang daarna reed de blauwe trein binnen. Een van de eerste dingen die mij opviel, was dat de treinconducteur werd omringd door twee man bewaking, twee heuse klerenkasten. We zaten nog niet of de fluit klonk; de trein zette zich in beweging. Langs het spoor dook eerst een heel grote moskee op. Dichter naar station Retiro zag ik een langgerekt terrein dat op een sloppenwijk leek. Op heel veel plekken wordt gebouwd maar op een flink aantal plaatsen ook niet. Wat je ziet, is wat het is. Ik zag groepen mensen voor zo'n schamel optrekje op plastic stoelen met elkaar eten. Het zag er armetierig uit en dat verwachtte ik niet in Buenos Aires. Deze wijk ligt op steenworp afstand van het poloveld van Buenos Aires, een sport voor de rijksten der aarde...

De wijk Retiro is een belangrijk knooppunt voor reizigers: daar liggen een lokaal vliegveld, een grote terminal voor internationale en nationale busreizen en een bootterminal. Mensen komen en gaan dus van heinde en ver. Daar was het dan ook niet uitgestorven maar we hoefden niet op ons qui-vive te zijn; het was overzichtelijk. We gingen op zoek naar de busmaatschappij waarmee wij onze reis in januari 2015 richting de Chileense grens willen maken. Het gaat nu om het eerste traject naar Rosario. Het openbare vervoer is goed geregeld in Argentinië, reizen met de bus is stukken comfortabeler en sneller dan met de trein. We werden doorverwezen naar loket 77 waar we buskaartjes kochten voor de datum die mijn liefje, de reisleidster, doorgaf. We mochten onze stoelen kiezen: op de bovenverdieping, op de eerste rij, por favor!

Vervolgens bezochten we de toeristenkiosk om daar te vragen hoe we het best naar de ferry-terminal konden lopen. We hadden twee Braziliaanse rugzaktoeristen voor ons met vele vragen. Een van die vragen betrof de geldigheid van hun studentenkortingspas voor restaurants. De informatrice meldde hen dat de pas niet geldig was in haar land. “Nou, zeg… waarom niet?” “Omdat Brazilië Argentinië niet is.” Dat zei ze met een uitgestreken gezicht. Ik kon een lach bijna niet onderdrukken. Ze zei daarop ook nog dat eten in restaurants in dit land überhaupt goedkoper is dan bij de noorderbuur. Dat was de tweede duit in het zakje. Naar verluidt, is er veel kinnesinne tussen de beide landen. Ons stond ze keurig te woord; ze was heel erg behulpzaam. We hebben sowieso niets te klagen over het contact met de lokale bevolking. Wij ervaren hier extreme vriendelijkheid.

We liepen naar de terminal van de Buquebus, de Argentijnse ferry-maatschappij die naar Uruguay vaart. Daar kochten we eveneens kaartjes. Zo gaan we volgende week met de snelle boot een dagtrip maken naar Colonia del Sacramento, een stad in Uruguay bomvol koloniaal verleden die op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. We gaan die dag 50 kilometer heen en 50 kilometer terug varen over de Rio de Plata. Het blijkt dat er een uur tijdverschil is tussen Buenos Aires en Colonia. De akela stelde voor ook alvast de kaartjes voor de ferry naar Montevideo te kopen. In januari 2015 gaan we die hoofdstad enkele dagen bezoeken, als ons verblijf in Palermo ten einde is.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik moest veel antwoorden herhalen voor de baliemedewerker. Wanneer precies? Op welk tijdstip? Wanneer nog maar eens? Welke ferry precies? Voor hoeveel personen? Had ik allemaal al minstens drie keer gezegd; wellicht ligt dat aan mijn Spaanse taalbeheersing... De kopietjes van onze paspoorten doen goede dienst. We moesten aan een andere balie betalen en onze tickets ophalen, die ik vanwege het voorgaande graag wilde controleren. Mijn zorg was onterecht, met correcte tickets liepen we terug naar station Retiro waar de trein ons naar huis bracht.

Aan tafel in het appartement biechtte de reisleidster op dat ze een fout in haar hoofd had gemaakt: de data van een ferry- en een busreis kloppen niet, zo bleek uit haar zelfgemaakte reisgids. Oh-oh. Op twee locaties reserveerden we reeds hotelkamers; het is hier immers hoogseizoen qua reizen. Morgen gaan we terug naar de kaartverkopers om een en ander recht te zetten. Als dat niet kan zonder extra kosten (kaartjes voor de boot kosten een klein vermogen), passen wij ons eigen reisschema aan. Tja. 

Horoscoop Maagd voor vandaag maandag 8 december 2014:

‘Je komt eindelijk toe aan werk dat is blijven liggen en ook thuis pak je achterstallig onderhoud aan. Aan het einde van de dag heb je alles weer lekker op orde. En dat geeft een goed gevoel. Een antwoord op iets laat op zich wachten. Wees geduldig. Je bent in deze periode op zoek naar intense ervaringen, en hebt de behoefte alles tot op de bodem uit te zoeken. Pas daarbij op dat je niet te zwaar op de hand bent.’

De dag van de Maagd? Ik dagutnie...





zondag 7 december 2014

Las Chicas (part one)

Gisteravond keken we ‘thuis’ op de computer naar de halve finale van de hockeydames van Oranje die momenteel in de Argentijnse stad Mendoza aan de Champions Trophy deelnemen. Ze stonden tegenover de dames van Argentinië. De hemelsbrede afstand tussen Buenos Aires en Mendoza (gelegen in het noordwesten) is bijna 1.000 kilometer. Dat vonden wij te ver reizen voor een hockeywedstrijd…

Het ging wereldkampioen Nederland in Argentinië tot dan toe minder goed af dan tijdens het vorige grote toernooi in Den Haag. De strafballen van Maartje Paumen waren minder effectief dan voorheen, het heilige vuur leek niet te branden. Het Nederlandse team heeft een nieuwe coach en beide partijen zullen ongetwijfeld aan elkaar moeten wennen. De internationale hockeyfederatie gaf de wedstrijd door via een live stream die we op de computer keken; het beeld was glashelder en we zaten aan het schermpje gekluisterd. De commentator meldde dat dit de beste wedstrijd van de Nederlandse dames was. Ze kwamen snel op voorsprong maar niet lang daarna scoorde een Argentijnse de gelijkmaker. De wedstrijd was spannend tot de laatste minuut van de verlenging; toen scoorde het thuisland 2-1. Balen!

Rond 19 januari zullen wij zelf Mendoza aandoen. Volgens de reisgidsen die we lazen, regent het daar vijf dagen per jaar. Het is er hot-hotter-hottest. Mendoza is vooral bekend als een van de beste wijnstreken van Argentinië. Maar zover is het nog lang niet. We hebben voorlopig nog veel Buenos Aires te gaan! We zijn alweer een week in de stad van de tango maar hebben nog geen tango gezien. Wel plekken waar je dansles kunt nemen of een dinershow kunt bijwonen maar daarin hebben we geen zin; dat is te toeristisch. Wij hopen op een spontane voorstelling op straat, omringd door lokalen.

Dat wil niet zeggen dat we geen toeristje spelen; dat doen we wel degelijk. Zo bezochten we begraafplaats Recoleta waar we onder andere Eva Peron's familiegraf bezochten. Ze overleed aan baarmoederhalskanker, werd slechts 30 jaar oud. Sinds 2012 is een biljet van 100 pesos met haar beeltenis in omloop. 
Het was er tamelijk druk. Enkele politieke en militaire boeven uit de duistere periode van het land liggen er eveneens begraven. Een Argentijnse gids vergeleek een van hen met Hitler; de militair in kwestie was verantwoordelijk voor het uitmoorden van miljoenen inheemse Argentijnen. Jorge Videla ontbreek op La Recoleta. Die schurk ligt ergens privé in de provincie Buenos Aires begraven. Dagelijks werk ik overigens het lopende foto-album van Buenos Aires bij.

We wandelden naar de Floralis Genérica, een grote metalen sculptuur van de Argentijnse architect Eduardo Catalano. Het is in de vorm van een bloem die 's avonds haar blaadjes sluit en ze 's ochtends weer opent. We volgden Alejandro in een rondleiding door het Teatro Colón, het prachtige operagebouw van de stad. Het gebouw zou in vier jaar tijd worden gebouwd. Dat werden er 20 en er moesten drie architecten aan te pas komen: twee overleden tijdens de constructie. We betraden de gouden hal en kregen toegang tot de presidentiële loge. Erg indrukwekkend. Eenmaal buiten, stonden we voor el Obelisco, een van de belangrijkste nationale monumenten van de stad. Aan de voet vinden permanente demonstraties plaats. Ik zag er vrouwen, mannen en kinderen, velen met sterke Indianentrekken, tientallen tenten, mobiele toiletten, grote en kleine vlaggen met en zonder strijdkreten. Aan twee van hen vroeg ik wie ze zijn en en waarom ze daar waren. Het bleken mensen uit de -arme- provincie Jujuy in het hoge noorden van Argentinie, tegen de grens met Bolivia aan, die het bestuur van het land om aandacht vragen: ze willen werk en een dak boven hun hoofd. 

We reisden met de metro naar de wijk Belgrano waar we, op weg naar Chinatown, de Argentijnse versie van dokter Vogel, de zeer gewaardeerde traiteur op de Haagse Frederik Hendriklaan, ontdekten. Joehoe! Deze winkel heet Bayo en de eigenaresse is een charmant oudje met Italiaans bloed door d’aderen. We kochten er onder andere vitello tonato voor thuis. En we lopen dagelijks door de eigen wijk Palermo waar niet alleen heel leuke restaurants uit vele windstreken zijn te vinden maar ook veel creatieve en kunstzinnige muurschilderingen zijn te zien van bekende (en onbekende) Argentijnse kunstenaars. Gisteren lunchten we bij het Israelische restaurant ‘Hola Jacoba’; ik at daar de lekkerste pastrami van mijn leven! Op Palmero zijn wij nog lang niet uitgekeken. 

Vandaag is hier een regenachtige dag; we blijven voorlopig binnen. Vanmorgen toonde mijn liefje mij het noodweer boven Sydney in spectaculaire beelden. Wij deden daar niet voor onder... Diep donkerblauwe en grijze wolken joegen over ons appartement. Toepasselijk weer voor de troostfinale van de Oranjemeisjes tegen Nieuw-Zeeland.



vrijdag 5 december 2014

Grote wasjes, kleine (af)wasjes

Het appartement waarin we thans verblijven is klein (50m2) maar fijn. Met een beetje meer aankleding en geschuif met meubelstukken werd het de plek waar we ons heel goed voelen. Beneden ziet een portero erop toe dat er geen ongenode gasten binnenkomen. Eenmaal per week maakt een mevroi het appartement schoon en worden beddengoed en handdoeken gewisseld. (Meer of vaker kan, indien gewenst.) Wij troffen ons ‘lovenest’ na haar werk spic & span aan.

Er is een wasserette in het gebouw waarvan we gebruik maken. Er moeten pesosmunten in maar die zijn lastig te verkrijgen. Als we het noemen, beaamt iedere gesprekspartner het maar munten ontvangen, ho maar! Ik vraag mij af waarom. Is er een schaduweconomie van munten? Zijn deze muntstukken hét betaalmiddel van mensen in Buenos Aires die het niet breed hebben? Na enkele mislukte pogingen verzon Tom Poes de list om naar bank Santander Rio te gaan. De aardige dealer schoof, zonder te verblikken of te verblozen, een goedgevulde zak met muntstukken over de balie. Joehoe!

In het appartement maakten we ruimte voor onze electronica die met wereldstekkers op het Argentijnse net zijn aangesloten. We hebben telefoon voor lokale gesprekken en de wifi is perfect. 

Er gelden strikte huisregels in het appartementengebouw: ’s middags tijdens de siësta en vanaf vroeg in de avond dient stilte te worden betracht. Ons bevalt dat uitermate goed. Op de tiende verdieping ligt het buitenzwembad waarvan we inmiddels met plezier gebruik maken. Het is een vervreemdende foto, alsof je in een grote vissenkom zwemt.

Zoals eerder vermeld, wonen we in een hoekappartement op de negende verdieping. We hebben geen bovenburen (¡me alegro!) en het uitzicht vanaf het ruime balkon is weids en vrij. We kijken uit op een complex dat Distrito Arcos heet. Het terrein ziet er fraai uit maar het is dicht. Ik ontdekte op het web dat er een bijzonder verhaal kleeft aan dit gebied in het hart van woonwijk Palermo. In december 2013 was de constructie klaar maar het complex opende zijn deuren niet. Buren en milieu-activisten tekenden namelijk bezwaar aan bij de juridische afdeling van de gemeente. In eerste instantie zou het gebied een gastronomische functie krijgen. De projectontwikkelaar veranderde dat in de loop van de bouw -zonder overleg- tot ‘premium outlet’ en daar ging het mis. Als foodies hadden wij zo’n gastronomische plek voor de deur zeker interessant gevonden.

Kijkend naar de uitrusting van ons postzegelkeukentje, denk ik dat de meeste gasten hier doorgaans niet zelf koken. Aanvankelijk was er geen theedoek of snijplank te vinden dus we vulden een en ander aan. De installaties die er zijn (magnetron, oven) zijn echter van perfecte kwaliteit. Ik heb reeds één keer zelf gekookt; het is improviseren maar als voormalig caravanbezitter en camperliefhebber deed ik ervaring op in kleine ruimten. Er kwam een straftaak bij: afwassen. In de laatste 25 jaar was er constant een vaatwasser in mijn leven maar ik ben het niet verleerd.

We doen elke dag kleine boodschappen: sinaasappels en ander fruit voor het ontbijt, een appeltje voor de dorst of een banaan voor de stadswandeling. De groenten- en fruitwinkeliers beginnen ons te herkennen en dat is leuk; we maken dagelijks een praatje. Als we onze herkomst noemen, valt de naam Máxima doorgaans snel. Inmiddels vonden we een uitstekend uitgeruste Carrefour Market-supermarkt op loopafstand.

Via de website van een plaatselijke chef, Rodrigo Castilla (van restaurant La Pizarras), ontdekte ik een informatieve foodblog over Buenos Aires, getiteld Pick up the Fork’. Dat blijkt een rijke bron van recensies en restauranttips te zijn voor de eigen buurt en andere stadswijken. Zo ontdekte ik ‘The Factory’ waar je een gezond fruit- en groentedrankje kunt drinken. We probeerden de All Green (groene appels, citroensap en avocado) en de Stronger (appels, wortel en gember) uit. Smaakvol en barstensvol vitaminen en mineralen. Dat adres blijft in ons programma. 

Ook lunchten we bij het Armeense restaurant Sarkis, volgens de betreffende blog een van de beste restaurants in de omgeving. De boquerones (sprot) met ingelegde witte ui waren de favoriete smaakopwekker. De porties waren dermate groot dat we weer een avondje thuis kunnen eten. Zo doen we dat en dit Argentijnse restaurant doet daaraan graag mee. Overwinteren in woonwijk Palermo is een heel goede keuze. Hulde aan de akela!






donderdag 4 december 2014

Wie kent hem niet?!

Het is druk in mijn hoofd. Er zijn zoveel nieuwe indrukken dat ik met minstens drie blogs tegelijk bezig ben. Elke dag kiezen mijn liefje en ik een wijk of een thema en gaan erop uit. We nemen de benenwagen, de ondergrondse en de openbare bus waarvoor we een abonnement aanschafte (‘Subtepas’). Buenos Aires is gi-gan-ties groot. We staken de breedste straat ter wereld over: Avenida 9 de Julio heeft minstens 20 rijstroken. Het aantal auto’s en bussen is onvoorstelbaar groot. Er wonen 13 miljoen mensen in deze stad. 

In Buenos Aires wonen circa 1.500 Hollanders, ongeveer 500 leven daarbuiten. De Nederlandse gemeenschap houdt de Hollandse tradities in ere. Sinterklaas en zwarte Piet zijn ook hier aanwezig. Mijn liefje en ik waren nooit lid van een Nederlandse vereniging in het buitenland. We hadden geen behoefte aan dergelijke ontmoetingen, we hadden genoeg aan elkaar. Buenos Aires werd de uitzondering op die regel. Elke eerste woensdagavond van de maand komen Hollanders samen in een bar onder Nederlands management. Het betreft de bruine kroeg van de familie Van Koning; ook gevestigd in 'onze' woonwijk Palermo. Op de buitengevel hangt een bord met een knipoog: De Neverlands SA. Tegenover de bar hangt een grote foto van een jonge Máxima en op de bovenverdieping schilderde iemand het beroemde café bij nacht van Van Gogh op de muur. Twee mooie voorbeelden van Hollands Glorie.

Ik luisterde met belangstelling naar de voordracht van Jan, een van de Nederlandse ondernemers in Buenos Aires. Hij zette hier tientallen jaren geleden een technisch bedrijf op. Hij heeft met name Argentijnse vaklui in dienst. Terwijl ik luisterde, realiseerde ik mij dat Argentinië een ontwikkelingsland is… De verhalen deden ons sterk denken aan Indonesië. De belastingdienst werd in de afgelopen maanden extreem actief, tot verdriet van veel ondernemers. Het veroorzaakte zoveel papierwerk dat een bedrijf van enige omvang een personeelslid moet aannemen of vrijmaken om aan de vele bureaucratische eisen te voldoen. De Argentijnse overheid lijkt ondernemers niet goed gezind. Vaklui voelen een grotere loyaliteit jegens de vakbond dan jegens hun werkgever. Personeelsleden ruilen bedrijf X in voor een ietsepietsje meer salaris bij bedrijf Y. Jan vertelde dat veel van zijn Argentijnse personeelsleden niet met een creditkaart kunnen omgaan; er is altijd geldgebrek. Hij kwam op mij over als iemand met het hart op de juiste plaats.

Er is sprake van heel hoge inflatie, de banken hebben geen geld. Dat ondervonden wij zelf in de afgelopen dagen aan den lijve. Je kunt voor maximaal 100 Argentijnse pesos per keer uit een ATM halen en elke transactie kost 5. En dan te bedenken dat Buenos Aires duur is: in de supermarkt kost een flesje water (500 ml) 1, een flesje bier €1,50. Een goede wijn is daarentegen relatief goedkoop, terwijl Nespressocups hier zelfs driemaal duurder zijn dan in Spanje of Nederland. In de boutique was het desalniettemin druk. Mijn liefje en ik vragen ons dagelijks af hoe het leven van de gemiddelde Argentijn is.

De Nederlandse Gwendeline gaf ons het antwoord: moeilijk. Zij kwam tien jaar geleden naar Buenos Aires om de taal te leren en bleef. Twee jaar geleden startte zij haar eigen reisbureau, in een zijstraat van de Plaza de Mayo, op zeven hoog. 
Zij werkt samen met een reisorganisatie in Nederland en die verbintenis is effectief. Ze heeft een Argentijnse vriend en is hoogzwanger van haar eerste kind. Het is een jongetje en hij gaat Thomás heten. Niks geheim, kadootjes zijn nu al welkom, zo doe je dat in Argentinië. Haar grootste uitdaging was het enorme cultuurverschil te overbruggen. De taal beheersen, is dé  voorwaarde. Ondanks alles houdt ze van haar leven hier, de openheid en vriendelijkheid van mensen. Dat kunnen wij tot nu toe beamen. Zij zou niet meer in Nederland willen en kunnen leven. De bar werd overigens ook goed door Argentijnen bezocht. Een aantal van hen ging met de Sint op de foto. Ook jouw heerlijk avondje is bijna gekomen. Enjoy!


maandag 1 december 2014

De eerste kilometers in de stad

De vliegreis verliep goed al begonnen we met enige stress. Toen we bij de incheckbalie aankwamen, slingerde de wachtrij zich al tientallen meters lang het wandelgebied van de terminal in… Er waren slechts twee balies open. Zowel de drukte als het kleine aantal balies verrasten ons. Na even polshoogte te hebben genomen, sloten we ons achter de bestaande rij wachtenden aan. Als het bij dit tempo bleef, zouden we onze vlucht niet halen. Gelukkig zag een Iberia-manager dat na enige tijd ook in. Er gingen meer balies open maar druk bleef het. Bij nader inzien bleek dat ook passagiers van vluchten (ver) na de onze in diezelfde rij stonden. Er was nog circa 20 minuten tot het vertrek van onze vlucht toen wij langs de douane liepen. Met Nespressomachine als handbagage.

Toen moesten we nog onze vreemde valuta ophalen. Bij onze eigen bank had mijn liefje ruim een maand voor vertrek een verzoek tot het verkrijgen van dollars gedaan; het aantal en de afhaaldatum werden afgesproken. Op de betreffende dag was alles en iedereen op de bank aanwezig, behalve onze stapel dollars. Paniek! De Argentijnse eigenaar Alejandro wilde in Amerikaanse dollars worden betaald en wenste bovendien borg. Als we niet het gewenste bedrag in de juiste valuta zouden kunnen overleggen, zouden we het appartement niet kunnen betreden. Daarmee zouden we niet direct homeless zijn maar het geeft wel een hoop gedoe. Dus droeg mijn liefje, CFO van de familie, haar in niet mis te verstane bewoording op dat zij het probleem dat was ontstaan moest oplossen.

Tom Poes verzon inderdaad een list. We zouden de gewraakte biljetten bij een bank op de luchthaven kunnen ophalen. Maar ja, de tijd tikte voort. Eenmaal voor het loket staand, bleek dat we werden verwacht. Een dikke envelop lag op ons te wachten. We moesten echter behoorlijk veel meer neertellen dan afgesproken?! Toen begon de bureaucratische bankmolen ook nog eens te draaien: de meegebrachte euro’s werden door twee bankemployees geteld, wij moesten vervolgens een document (tweezijdig) invullen met tamelijk irrelevante gegevens en daarna moesten de USD wederom door twee werknemers worden geteld, onder een camera die dat alles registreerde. En de klok tikte door. Ondertussen was het 5 minuten voor onze vertrektijd. Ik begreep hun procedure maar het zweet stond inmiddels op mijn bovenlip. We zullen een pittige brief aan Spaanse bankmanager Carmen sturen. 

Daarna renden we naar de gate die ook nog eens aan het einde van een van de pieren lag. Zul je net zien. We kwamen ademloos aan, onze paspoorten en instapkaarten werden gecheckt en we werden zo ongeveer de bus ingeduwd. Vele Zuid-Amerikaanse ogen bekeken ons. 
Achter ons sloten de deuren zich; we waren de laatste passagiers. Het Nespresso-apparaat werd onder aan de vliegtuigtrap in beslag genomen en ging het ruim in. Air Nostrum (dochter van Ibera) vertrok te laat. De vlucht duurde 45 minuten maar we moesten bovendien ruim 20 minuten boven Madrid cirkelen. Een zeer dichte mist was hiervoor verantwoordelijk. Eenmaal aan de grond kon je geen tien meter voor ogen zien. Maar goed, traject 1 lag achter ons.  

Na een lekkere kop koffie waren we klaar voor traject 2: Barajas naar Buenos Aires. Onze stoelen -een tweezitter- aan boord van een gloednieuwe A340-600 waren dan weliswaar niet favoriet maar ze waren erg comfortabel: met lekkere zitting en veel beenruimte. Ik las twee boeken en bekeek twee films (Boyhood over een bestaande Amerikaanse jongen die 12 jaar lang met zijn familie wordt gevolgd en Qu'est-ce qu'on a fait au bon dieu? over conservatieve Franse ouders van dochters die met mannen van alle kleuren en geloven trouwen). Alleen rondom de evenaar hadden we last van turbulentie al werd er vaker dan nodig gewaarschuwd. Mijn liefje keek regelmatig uit het raam. Boven Brazilië was het overwegend bewolkt maar eenmaal boven Argentinijns vasteland werd het zicht heel helder. Zo zagen we de Amazonerivier kronkelen, spotten we de pampa's en het regenwoud en keken we hoe het vliegtuig de Rio de Plata overstak.  

En toen waren we in Buenos Aires! De taxichauffeur scheurde door de voorsteden. Hij wist niet precies waarheen we wilden, zette ons -tegen mijn wens- in eerste instantie af op een ogenschijnlijk willekeurige straathoek in de woonbuurt, had geen mobiele telefoon bij zich om Franco namens ons te bellen, die op ons wachtte in het appartement. Na logisch denken en aandringen kwamen we op het juiste adres aan. Ik herkende de nogal kunstzinnige ingang van het pand. We togen naar de negende verdieping. De dollars werden aan Franco overhandigd, de reistassen uitgepakt. 
Over de balkonrand kijkend, zag ik het treinstationnetje van Palermo voor onze neus liggen... De akela baalde, al is ze een treinenliefhebster. Als reisleidster had ze daarover namelijk niets gezien noch gelezen in de vele reisgidsen?! Tja. Ik leg mij erbij neer. Zoiets hoort bij Citylife. 


We douchten en doken het grote, comfortabele bed in. De lakens knisperden. Ik heb geen trein gehoord. We stonden uitgeslapen op, dronken een kopje thee van thuis, met Iberia-cakeje en gingen op pad. Het koffiezetapparaat pakte ik uit en testte, de cups waren aanwezig maar we hadden geen verse melk. Voor het ultieme kopje koffie moesten we erop uit. Toen ik uit het keukenraam keek -het is een hoekappartement- zag ik overigens een Starbucks-zaak...

We verkenden Palermo Soho (Viejo) te voet, voorlopig in lange broek en trui. We kochten broodjes bij de Peruaanse bakker op de hoek, fruit en groente bij het winkeltje van de aardige Boliviaanse mevrouw en de noodzakelijke huishoudelijke dingen in de hal van de ‘plaatselijke’ Chinees. Vanmiddag lunchten we bij een typisch Argentijns restaurant. Water uit de Andes, wijn uit de Mendozastreek en vlees van Argentijnse pampa's. De gemiddelde Argentijn eet ten minste 60 kilo vlees per jaar; dat ga ik bij lange na niet halen maar het was uiterst mals, je kunt het wegzuigen. Inmiddels schijnt de zon in huis en is het kortebroekenweer. De wijk biedt restaurants uit alle windstreken van de wereld. De inburgering is begonnen en dat voelt goed. Ik zal regelmatig foto's opladen naar het webalbum.