Translate

zaterdag 21 augustus 2021

Kaboem!

We besloten naar havenstad Cartagena te gaan voor een bezoek aan ARQVA, het nationaal museum van onderwaterarcheologie. Daar komen twee thema´s samen die mij heel erg interesseren: de onderwaterwereld en (historische) opgravingen. Dit is het eerste museum van Spanje dat deze twee werelden onder één dak samenbrengt. Het gebouw ligt aan de binnenhaven, op loopafstand van het stadscentrum. Cartagena is sowieso een van de interessantste Spaanse steden in onze omgeving. Eigenlijk zou je deze stad Nieuw Cartagena moeten noemen, zoals men al deed in de Romeinse tijd. Toen heette de plaats namelijk Carthago Nova, naar de oude stad aan de kust van het huidige Tunesië, destijds het epicentrum van het Rijk der Feniciërs.

Met vriendin Eliza ging ik na het behalen van onze middelbareschooldiploma´s  op vakantie naar Tunesië; we spreken over de jaren '70 van de vorige eeuw. Ik weet niet meer waarom we juist daarheen gingen. Wel dat we verbleven in Club Med van Hammamet, aan de Middellandse Zee. Vooral het zwembad van Olympische afmetingen in het hart van het resort bleef mij bij. Daar deed ik met meiden uit andere landen mee aan de finale van de 4x100 meter estafette freestyle, die we wonnen. We brachten destijds ook een bezoek aan de plaats Cartago (ten noorden van Hammamet), de geboorteplaats van de beroemde generaal Hannibal. Daar gingen we de archeologische opgravingen bekijken. Ik herinner mij dat het een zeer uitgestrekt gebied was, dat zich daar de overblijfselen van meer culturen op één plek bevinden en dat het er bloedheet was. Een of twee jaar later werd datzelfde Cartago toegevoegd aan de lijst van UNESCO Werelderfgoed.

Het Cartago van Noord-Afrika werd door de Feniciërs gesticht in de 9de eeuw voor onze jaartelling. Eeuwen later werd het overlopen door de Romeinen die het oorspronkelijke Cartago verwoestten en op de ruïnes hun eigen nieuwe Cartago bouwden. De Spaanse stad Cartagena (227 BC) is dus eigenlijk het nieuwste-nieuwe Cartago. Er bestaat ook een plaats in het noorden van Colombia die in de 16de eeuw door de Spanjaarden tot Cartagena de Indias’ werd gedoopt. Het was een van de belangrijkste havens ten tijde van het Spaanse Rijk (1492-1898). Dat is dus eigenlijk de jongste versie van Cartagena. Een mens is nooit te oud voor een lesje geschiedenis!

Museum ARQVA is deze zomer voor iedereen gratis toegankelijk (tot 30 september). Eeen mondkapje en social distancing is overal verplicht in het gebouw, reserveren is niet nodig. De huidige expositie bestaat uit twee delen: Underwater Cultural Heritage” waar de nadruk ligt op de methodologie die wordt toegepast voor onderzoek en opgravingen onderwater, en “Mare Hibiricum” dat gaat over de geschiedenis van het Iberisch Schiereiland vanaf de 7de eeuw voor Christus tot nu.

Een aantal museumopstellingen voor onderzoek zijn helaas niet in functie. Computers, microscopen en andere laboratoriumapparatuur staan er wel maar werken niet en sommige aanraakschermen staan op zwart. Daardoor is het eerste deel van de expositie iets minder interessant dan het tweede, wat mij betreft. Je mag de wel functionerende informatieschermen niet aanraken (vanwege covid) maar daarop wordt niet toegezien, al zijn er suppoosten in de zalen aanwezig.

Je vindt er onder andere ivoren olifantenslachttanden inclusief zeepokken achter glas, begroeide amforen, kruiken en manden, gedolven mineralen, beeldjes met bijzondere betekenis. Eeuwenoude resten van een Fenicisch schip dat voor de kust van Mazarrón (playa de La Isla) verging en op de bodem van de Middellandse Zee werd aangetroffen, lijkt het pronkstuk. (Er werden er zelfs twee gevonden.) Dat werd tussen 2007 en 2008 door een team van duikers geborgen. Op de website van het museum zijn filmpjes van het zorgvuldig boven water halen van het gevaarte te zien. 

Het tweede deel van de expositie is een rijkere ervaring voor de museumbezoeker. Daar vind je maritieme kaarten en informatie over alle zeezeilende volkeren die de Middellandse Zee als hun achtertuin en handelsterrein zagen; niet alleen de Feniciërs maar ook de Puniciërs, Etrusken, Romeinen, Grieken (Bizantijnen), Vandalen en Berbers. Je ziet er onder andere hoe schepen werden gebouwd en beladen, hoe lokaal handel werd gedreven met welke producten en welke bijgeloven de zeevaarders hadden. Je vindt er veel vondsten uit de tijden waarin zijn over de golven heersten. Heel interessant!

Een van de bijzonderste verhalen is dat van het fregat Nuestra Señora de las Mercedes. (Voor de goede orde: ze is niet de Vrouwe van de Mercedessen, maar onze Vrouwe van Genade.) Dit schip maakte deel uit van de Spaanse Armada en werd in 1786 gebouwd op een werf in Havanna, hoofdstad van Cuba. Het schip-met-de-36-kanonnen verdween in de golven in 1804, aan de zuidkust van Portugal, na één kanonskogel van de Britse marine. Destijds waren Spanje en het Verenigd Koninkrijk niet in oorlog met elkaar. Daarom noemt de Spaanse overheid het tot zinken brengen van dit fregat nog altijd een onbegrijpelijke daad van agressie.

Het fregat was onderdeel van een marineflottielje die vertrok vanuit Montevideo (Uruguay) en op weg was naar de Spaanse havenplaats Cadiz om daar zilver, goud, quinoa, kaneel en vicuña (wol van een Zuid-Amerikaans lama-achtig dier) te lossen. Het werd door de Britse marine gesommeerd de route te verleggen en naar Engeland te varen voor inspectie. De Spaanse kapitein weigerde dat verzoek aangezien er vrede heerste tussen beide naties. Daarop losten de Britten één schot op het minutiemagazijn waarna het fregat ontplofte en zonk. 263 Spaanse zeevarenden kwamen daarbij om het leven, 51 opvarenden werden door de Britten gevangengenomen. De daad van de Nederlandse zeeheld Jan van Speijk was er niets bij! 

In 2007 meldde het Amerikaanse bergingsbedrijf (wrakkenjager?) Odessey dat ze aan de zuidkust van Portugal een zeer rijke vondst onderwater aantroffen die ze de codenaam Black Swangaven. De bemanning haalde 594.000 zilveren en gouden munten uit het wrak en transporteerde die naar de Verenigde Staten. Het zou gaan om een hedendaagse waarde van circa €300.000.000. Niet lang daarna ontdekte de Spaanse marine dat het ging om het fregat Nuestra Señora de las Mercedes. Het verwijderen van de kostbare vracht door de Amerikanen stond daarom gelijk aan illegale plundering; aldus het Spaanse oordeel. Dat was niet alleen het begin van een jarenlang project voor ARQVA en de Spaanse overheid, het was tevens het startschot van een langlopend juridische proces.

Saillante details zijn dat Peru zich ook als belanghebbende mengde in deze rechtzaak. De regering van het Zuid-Amerikaanse land stelde dat het zilver en goud hun eigendom was dat destijds door Spanje was gestolen. De rechter stelde vast dat Peru destijds formeel een Spaanse kolonie was en tot het Spaanse Rijk behoorde;  waarmee die aanspraak ongegrond werd verklaard. De nabestaanden van 25 omgekomen passagiers aan boord van Onze Vrouwe van Genade mengden zich eveneens in de zaak. Ook zij waren van mening dat zij recht hadden op de vracht omdat die privébezit zou zijn van hun adelijke voorouders die met het schip vergingen.

In 2012 werd de Spaanse overheid door het Amerikaanse Federale Hof in het gelijk gesteld als rechtmatige eigenaar en in 2013 werd de waardevolle vracht aan het land teruggegeven. Je treft kluiten verkleurde munten in de vitrines van het museum aan en kunt op een video zien hoe ze werden schoongemaakt.

Een Spaanse expeditie naar het scheepswrak in 2015 toonde aan dat personeel van de Odessey bij de berging van al dat zilver en goud veel schade aan het fregat toebracht. In de daaropvolgende jaren werden meer Spaanse expedities uitgevoerd naar het wrak dat op ruim 1.100 meter diepte ligt. Het was het eerste project ter wereld waarbij op zo´n diepte werd gewerkt om de resten van een vergaan schip te bergen. Zo kwamen onder andere vier 16de eeuwse bronzen kanonnen en kleinere voorwerpen van historische waarde (bestek, glazen, kandelaars, wapens) in dit museum van Cartagena terecht.

Het verhaal van onze Vrouwe van Genade werd tweemaal spannend. Er verschenen tot nu toe boeken en rapporten over dit fameuze fregat maar in september van dit jaar zal de spannende verfilming La Fortuna’ (tv-miniserie in zes delen) verschijnen, van de bekende Spaans-Chileense filmproducent Alejandro Amenábar. Dat zal zijn gebaseerd op de spraakmakende onderwaterroof. 

De zee neemt en de zee geeft. Die grote plas waarin mijn liefje en ik dagelijks dobberen, is een onmetelijke schatkamer aan vondsten van grote historische en artistieke waarde. En ik, nietige amfibie, zie om in verwondering...


woensdag 18 augustus 2021

Een kwal in Cornwall

In de Britse krant The Guardian tref je wekelijks een natuurfotocollectie aan van opmerkelijkste dingen in de voorgaande dagen. Deze foto viel op en wist mij zelfs tot poëzie, zij het van de eenvoudige soort, aan te zetten. Het werd een limerick.

Er was een kompaskwal in Cornwall

Die lag daar morsdood aan de wal

Maar in zijn tentakel

Ja,´t was een spektakel

                                                        zat een wijting verstild in de val


De foto werd ingezonden door de Cornwall Wildlife Trust, een goededoelenorganisatie uit 1962 die plaatselijke natuur sindsdien beschermt en beheert. De tentakels van een kwal kunnen beschutting bieden aan kleine vissen en andere dieren in zeeën en oceanen maar soms gaat dat dus gruwelijk mis!

Cornwall is een graafschap aan de zuidwestkant van Engeland, Land´s End is de westelijkste punt van de regio. We hebben goede herinneringen aan bezoeken aan dit deel van het Verenigd Koninkrijk. We waren ooit binnenlandse toeristen die het nieuwe vaderland wilden leren kennen. Penzance, St. Ives, Truro, Newquay, Tintagel, Bodmin, Padstow… mooie namen en interessante plaatsen bomvol Cornische cultuur en zand, zee en surfvertier. Het schijnt er thans overvol te zijn vanwege de staycation van hordes Britten van elders. Lokale mensen worden daar nu uit hun huurhuizen gezet omdat eigenaren ze als Airbnb willen verhuren aan beter betalende toeristen of willen verkopen aan de hoogste bieders. 

Elke dag als wij in zee zwemmen, zeilt er een grote parachute, voortgetrokken door een speedboot en met kinderen en volwassenen eraan bungelend, bij ons voorbij. Vauit het water zwaaien we weleens terug naar die luchtreizigers. De laatste truc die men bedacht, is dat de speedboot dusdanig veel vaart mindert waardoor de vliegeniers met hun voeten in de zee zakken. De boot geeft daarna een dot gas en de ballon stijgt naar ongekende hoogte; ik denk zelfs wel tot meer dan 100 meter. Dat moet een mooi gezicht zijn. Ik vraag mij af of men dolfijnen of walvissen kan zien vanaf die hoogte? 
Wij vroegen ons eerder al eens af of het ooit misging… Welnu, afgelopen maandagmiddag vond hier boven de jachthaven van Torre de la Horadada een ongeval plaats met twee Franse toeristen die onder zo´n parachute bungelden, losschoten en in volle vaart op afgemeerde boten in de haven afstevenden. Het voorval zou zijn veroorzaakt door een harde rukwind waardoor de parachute met passagiers losschoot. Ook dit had gruwelijk mis kunnen gaan! Beide passagiers overleefden het en kwamen met de schrik vrij. Ze konden op eigen gelegenheid de plaats des onheils verlaten.

Mijn liefje en ik gingen onlangs weer snorkelen in de wateren rondom Cabo de Palos. Dat is de oostelijkst gelegen punt van de provincie Murcia, met baaien en rotspartijen die ver uitsteken in de Middellandse Zee. Een Spaans soort Land´s End. Elke zomer ga ik daar met veel plezier naartoe om te genieten van de onderwaterwereld. We bezoeken die plek bij voorkeur tijdens weekdagen; de weekenden zijn er te druk en te vol. Het is geen Belize of Fiji qua leur en koraal  maar er is genoeg te zien om een (geoefende) zwemmer een dagdeel lekker bezig te houden. 

Voor haar namen we deze keer een strandstoel, parasol en sudokoboekje mee. Gisteren las ik in de krant dat de bedenker van de sudoku, de Japanner Maki Kaji op 69-jarige leeftijd aan kanker overleed. Nou ja, hij was niet precies de bedenker maar zorgde er wel voor dat deze nummerpuzzle wereldwijd favoriet werd van liefhebbers. Hij werd net zo oud als mijn liefje nu is maar zij gaat gelukkig door. Haar boekje is nog lang niet uit! Voor mij zijn flippers en het Easybreath-masker voldoende voor een perfect dagje uit aan zee. Doorgaans zit ik zelf niet aan de wal maar snorkel ik de gehele tijd in meer dan één baai en op meer dan één plek. Voor haar is één verfrissende duik voldoende. We streken neer aan het eerste strandje vanaf de grote parkeerplaats, aan de voet van de vuurtoren. Op dat moment was er nog volop plek voor onze spullen. Het strand vulde echter in rap tempo op.

Er was weer veel te beleven op en onder water. Een kleine octopus (‘pulpo’) van de soort octopus vulgaris, probeerde zich te verstoppen voor een groepje vissen dat op de loer lag. Ik keek minutenlang met belangstelling toe, af en toe een plaatje schietend met mijn ouwe-trouwe onderwatercamera. Deze inktvissoort met acht tentakels en drie harten verschoot af en toe van kleur en dat maakte het gemakkelijker om in te zoomen. Je ziet overigens steeds meer snorkelaars met camera´s, action cams en Easybreath-maskers in het water.

Meestal begin ik aan de linkerzijde van de baai en zwem dan langs de rotsen tot aan het zogenaamde meditatiehoekje (Rincón de la Meditación). Dat is precies de plek voor mij, zelf ontspan ik vooral in het water! Dan steek ik over naar de rotspartijen aan de rechterkant en snorkel dan terug naar het strand. Dat noem ik mijn natte ommetje. Een vriendelijke Spanjaard met wie ik daarvoor een praatje maakte, maakte mij attent op een inktvis in een spelonk van die baai. Wilde ik daarvan een foto maken? Hij wist immers niet wat ik al had vastgelegd. Ik zwom achter hem aan en keek toe hoe ook dit dier door vissen werd belaagd en zich steeds verder terugtrok. Pulpos zijn heel slimme dieren die over korte- en langetermijngeheugen beschikken.

Toen ik uiteindelijk richting het strand zwom, merkte ik een parelkwal op aan het wateroppervlak. Het dier trok de aandacht vanwege de kleur: felroze maar je moet op afstand blijven. Deze kwallensoort, de bekendste in de Middellandse Zee, is namelijk giftig. Al te innig contact tussen mens en een van de tentakels van deze kwal kan leiden tot veel pijn. Het gif is niet dodelijk; wel kun je een zeer sterk allergische reactie krijgen.

Aan elk tentakel zitten giftige cellen die het dier helpen bij het vangen van prooi en als beschermingsmechanisme. Elke cel bestaat uit een capsule met daarin een piepklein pijltje, voorzien van een giftig proteïnemengsel. Bij aanraking schiet dat in het lichaam van een mogelijke prooi; dus ook bij een zwemmer. Dat gebeurt in minder dan een miljoenste van een seconde en met een kracht die vergelijkbaar is met een afgeschoten kogel, las ik op internet. De plek op het mensenlichaam raakt onmiddelijk ontstoken. (Daar kan het coronavirus nog iets van leren!)

Nu heb ik door mijn snorkelkleding minder blote huid dan de gemiddelde zwemmer maar toch ga ik zo´n dier graag uit de weg. Daarom maakte ik mij direct uit de voeten na de foto. Enkele zwemslagen verder zag ik nummer 2, een kleinere variant van dezelfde kwal. Minder roze maar met een pulserende hoed, een kleiner lichaam en kortere, fijnere tentakels. Ook zo eentje moet je als zwemmer te allen tijde vermijden. Ik klikte nogmaals, voor het fotoarchief. 

Daarna kroop ik uit het water en zeeg neer naast mijn liefje die net een van haar haar lastigste puzzels (niveau 14-15) oploste. We bespraken onze belevenissen, aten samen een plakje ontbijtkoek en daarna ging ik op weg naar de tweede baai, Cala del Muerte, aan de andere kant van de rotspunt. Daarvoor moet je met een lastige stenen trap (ongelijke treden) afdalen naar een uiterst smal en klein strand, alvorens te water te kunnen gaan. De temperatuur van het zeewater voelde er koeler aan. Aan deze kant tref je grotere scholen vis aan en wuift het vele Neptunuszeegras (Posidonia oceanica) je uitnodigend tegemoet. Onder mij ontwaarde ik duikers; een volwassen man en een kind hingen net boven de bodem, met zeer roestige zuurstofflessen op hun rug. Het is te hopen dat die roest niet ook in de flessen zit. Ik bleef snorkelen totdat ik de kou in mijn lichaam voelde kruipen.

Aan het strand van mijn liefje was intussen reuring ontstaan. Niemand was op dat moment in het water. Een aantal zwemmers werd gestoken bij aanvaring met een parelkwal. Het aantal kwallen nam daar flink toe sinds mijn eerste duik. Ze verschijnen dichter bij het strand bij oostenwind en bepaalde zeestroming. Een Spaanse vrouw ging rond met een grote tube pijnverzachtende crème, die ze voorzichtig aanbracht op de schouders en ruggen van gestoken zwemmers. Het overkwam een jonge knul naast ons. Ik vroeg hem hoe pijnlijk het was. “Mucho dolor”, antwoordde hij met een van pijn vertrokken gezicht. De grote plek op zijn rechterbovenarm zag eruit als een brandwond.

Wij besloten daarop niet meer te gaan zwemmen. We keerden vroeger huiswaarts dan gepland. Op de terugweg zagen we dat het parkeerterrein van het regionale park Calblanque, een ander fraai strand- en baaiengebied, overvol was. Ook de overgrote meerderheid van de Spanjaarden gaat dit jaar op zomervakantie in eigen land. Eenmaal thuis, downloadde ik de app ‘Infomedusa’ op de telefoon. Met deze applicatie kun je checken wat zich rond een te bezoeken strand afspeelt qua windsterkte en -richting, golfhoogte en -vorm, kleur van de zwemvlag en de aanwezigheid van kwallen (die heten in het Spaans ‘medusas’). Erg handig in deze tijd van het jaar! 


zondag 15 augustus 2021

Zo ver gaat de liefde

Vorig weekend vond de Olympische finale plaats van de voetbalwedstrijd tussen de mannen van Spanje en Brazilië. Het lijkt alweer lichtjaren geleden. We zochten uit of de jongens in Bali de wedstrijd live online zouden kunnen zien. Vooral Yuda is groot voetbalfan, met name van Spaanse voetballers en enkele Zuid-Amerikanen in de Spaanse Liga. Hij kent de namen van alle spelers uit zijn hoofd. We vonden geen gratis oplossing dus we verzonnen een list.

Mijn liefje zou met de camera van haar telefoon de belangrijkste momenten van de wedstrijd vastleggen en naar hem doorsturen via Whatsapp. We vroegen toestemming aan moeder Elsa; het plan kon doorgaan. De beelden werden vergezeld van ons amateuristische commentaar en veel ‘Ahhs’ en ‘Oehhs’ bij spannende momenten. Het lijkt eenvoudig maar een goede voetbalcommentator word je niet zomaar. Dat weet Suse van Kleef als geen ander! De jongens, die al in bed lagen, vonden het fantastisch. Ze zitten daar nog steeds in huisarrest vanwege covid-19 dus afleiding en plezier van buiten is zeer welkom. Dat weten wij dan weer als geen ander.

Op een bepaald moment kreeg zij een lamme hand dus ik nam het opnameapparaat tijdelijk over. Maar naast voetbalcommentator ben ik evenmin filmer, de beelden lieten te wensen over. De mannetjes ontvingen meer dan de highlights van deze voetbalmatch, die Spanje -helaas voor de jongens- verloor. Wij vonden het een terecht verlies. Het team, waarin heel veel voetbalsterren ontbraken, speelde veel flegmatischer dan de Zuid-Amerikaanse tegenstander. Daarentegen gedroeg menig Braziliaan zich als een grote aansteller op het veld. Bij het eerste het beste contact en zelfs bij het ontbreken ervan, zegen de kerels op de groene mat neer. Wat een vervelende speelstijl was dat!

Yuda zou afgelopen week naar het plaatselijke ziekenhuis moeten voor zijn tweede vaccinatie maar het bestuur van de middelbare school vond het beter dat hij daar niet naartoe zou gaan. Het ziekenhuis ligt thans, naar verluidt, overvol met besmette coronapatiënten. Het aantal mensen in zelfisolatie (klachten) en in quarantaine (besmet maar niet ziek) is in Buleleng nogal hoog. De puber heeft nu de afspraak dat ze hem de tweede prik binnenkort op school zullen geven. Dat klinkt ons beter in de oren. Afgelopen weekend voelde hij zich lusteloos en koortsig. Hij oogde bleek. We vroegen ons af of het covid was… De wekelijkse quiz sloegen we daarom over; in plaats daarvan babbelden we wat met elkaar.

Het ging onder andere over het vertrek van de 34-jarige Lionel Messi bij FC Barcelona. Yuda zei verdrietig te zijn en dat begrijp ik. Wij wezen hem echter op de positieve kanten van dat vertrek. Meer kansen voor jonge voetballers in dat team, de hereniging van twee vrienden in Parijs. Bovendien verdwijnt hij geenszins van het toneel. Voetbalfans kunnen zijn verrichtingen dus blijven bewonderen! Zijn verdriet werd er niet minder door maar hij knikte instemmend bij alle opbeurende prietpraat.

Ik kan zo´n aardig joch, groot fan van deze voetballer, toch niet vertellen dat wij de krokodillentranen van Lionel maar onzin vinden? De Argentijn zou tijdens zijn loopbaan bij Barça ruim 400 miljoen Amerikaanse dollars bijeen hebben gevoetbald. Het precieze bedrag is onbekend maar als het ook maar ietsje minder is, zijn tranen nog steeds buitensporig. Zijn laatste contract bij de Catalaanse club zou hem een nettosalaris hebben opgeleverd van €565.000 per week… 

In 2015 stonden wij in Rosario voor het geboortehuis van diezelfde Lionel. We namen destijds al dit soort foto´s voor Yuda. Vorige maand werd daar een grote muurschildering van de stervoetballer geopenbaard in de wijk La Bajada (te vinden aan ‘calle Buenos Aires altura 4800’), tegenover de lagere school die hij er bezocht. Je ziet hem tenminste tien keer groter dan hij in werkelijkheid is, met twee voetbalschoenen om zijn nek: de ene is zwart (het begin van zijn carrière), de andere goudkleurig. 

Tijdens de persconferentie over zijn aanstaande vertrek zei Messi snotterend dat hij er alles aan had gedaan om te blijven; zelfs een salariskorting van 50% had hij willen accepteren. (Acherm.) Ook zijn drie bloedjes van kinderen wilden niet naar elders. Dan zeg ik op mijn beurt: als je dat werkelijk meent, had dan gezegd dat je blijft voor een symbolisch bedrag of voor een salaris dat de club zich wèl kan veroorloven?! Het lijkt er veel op dat Barça niet verder wilde met deze grootverdiener. Bij PSG zal hij in twee jaar tijd €71.000.000 opstrijken, dat is net geen drie miljoen euro per maand. Dat gigasalaris wordt betaald door een olieprins uit Qatar, eigenaar van de club. Ook geen frisse types... Dit hele relaas hield ik begrijpelijkerwijze voor mij.  

Yuda knapte gelukkig snel op, vooral na het drinken van moeders jamu, een huisgemaakt geneeskrachtig drankje. Balinezen geloven heilig in de kracht ervan. Er wordt zelfs beweerd dat dit brouwsel reuma, kanker en corona kan genezen.

Zijn vader Ketut, die op een cruiseschip van zijn Amerikaanse werkgever vertoeft aan de kade van een haven aan de Middellandse Zee, meldde ons dat hij deze week zou worden gevaccineerd door de Italiaanse havenautoriteiten. Hij wordt geprikt met het Janssen-vaccin en is daar blij mee. We weten inmiddels dat je met Janssen niet direct kunt gaan dansen. Na die ene injectie is het raadzaam daarna vier weken in acht te nemen en afstand te houden voordat men zich veilig mag wanen. Aanvankelijk was het plan van het bedrijf om voor vaccinatie naar de oostkust van Amerika te varen maar dit lijkt een beter en minder vervuilend alternatief. Qua timing is zijn prikactie precies goed want de eerste cruise vertrekt op 11 september a.s.; een uiterst gedenkwaardige datum... Het schip stoomt dan vanuit Zuid-Engeland met betalende passagiers op naar de Middellandse Zee voor de eerste rondvaart aldaar.

Vandaag vieren we de verjaardag van onze grootste kleine vriend op Bali. Yuda wordt 14, we kennen hem 13 jaar van zijn leven. Voor hem zat er deze keer geen verjaardagsdoos in de pijplijn; zijn kado´s ontving hij eerder en op een minder persoonlijke manier (geldtransfer) maar dat vond hij geen enkel probleem. Sterker, als amateurvoetballer staat hij wagenwijd open voor een transfer! Hij is verguld met zijn eigen mobieltje en de nieuwe voetbalschoenen.

Later deze ochtend hebben we weer een videosessie met de jarige en zijn broer Damai. Om hem toch nog iets van een verrassing te doen toekomen, freubelde ik een fotootje in elkaar, met hem in goed gezelschap. Hij mag dan de minste centen hebben, hij heeft de mooiste tanden van het trio. We gaan hem voortaan Sharky noemen. 

Selamat hari ulang tahun, Yuda sayang!

 

vrijdag 13 augustus 2021

Naar de reddingsboot! (deel 2)

Dit is het vervolg op de vorige blog naar aanleiding van een interessant artikel dat ik niet lang geleden las. Het is wederom een longread. Dit gaat over de levensvatbaarheid van de menselijke beschaving, in het bijzonder over de weerbaarheid van landen in tijden van crisis. Populair gezegd: waar kun je het best heen als de hel losbreekt op aarde? Dit past in de grote stroom van apocalyptische verhalen die in de afgelopen periode verschenen in kranten en tijdschriften.

Kort samengevat komt het hierop neer: Nieuw-Zeeland zou het best zijn voorbereid op het instorten van de wereldwijde samenleving. Mocht het tot zo´n instorting komen door een financiële crisis, de verwoesting van natuur door klimaatverandering of een pandemie die ernstiger is dan corona (of alles tegelijk), dan zitten de Kiwi´s aan de andere kant van de aardbol er het best bij van ons allemaal!

De 'knooppunten van aanhoudende complexiteit' waarover dit rapport gaat, zijn geografische locaties die minder effecten ondervinden van een mogelijke instorting van de menselijke beschaving. Dat zou zijn vanwege hun gunstige startomstandigheden die het mogelijk maken een zekere mate van maatschappelijke complexiteit te behouden. Het concept van de 'reddingsboot' werd in eerdere onderzoeken gepresenteerd als fenomeen bij ineenstorting. Daarmee beschrijft men geografische locaties die de capaciteit hebben, op grond van natuurlijke kenmerken en/of het potentieel van menselijk handelen, zich onder druk van de ernstigste gevolgen van klimaatverandering en andere desastreuze mondiale gebeurtenissen staande te houden.

De methodologie om te beoordelen welke landen dat potentieel hebben, gebruikte de resultaten van de 'Notre Dame-Global Adaptation Index' (ND-GAIN) als startpunt. Deze index geeft de kwetsbaarheid van een land weer in verband met klimaatverandering en andere wereldwijde uitdagingen; dit in combinatie met de bereidheid om de eigen veerkracht te verbeteren. Het gaat om kwetsbaarheid met betrekking tot ecosystem services (kwetsbaarheid van het natuurlijk kapitaal van een land), leefomgeving, gezondheidszorg, infrastructuur en watervoorziening. Voor wat betreft die readiness onderscheidt men een economische, bestuurlijke (B) en sociale (S) component. Politieke stabiliteit, corruptie en regelgeving zijn voorbeelden van B, maatschappelijke gelijkheid, ICT-infrastructuur en innovatie van S.

Deze index is bedoeld om overheden, maar ook bedrijven en gemeenschappen, te helpen bepalen welke investeringen het belangrijkst zijn voor een efficiënte reactie op wereldwijde bedreigingen. Volgens bijgewerkte cijfers van juli 2021 staat Noorwegen in de landenindex op 1, Nieuw-Zeeland op 2, Finland op 3, Zwitserland op 4 en Zweden op 5. Nederland staat op de 18de, Spanje op de 26ste en Indonesië op de 100ste plaats. 

N.B. Noorwegen blijkt tevens koploper als alleen naar kwetsbaarheid wordt gekeken; dat land is dus het minst kwetsbaar, gevolgd door Zwitserland. Puur en alleen kijkend naar de bovengenoemde bereidheid van een land staat Singapore op 1 en Nieuw-Zeeland op 2. 

De landen die in de afgelopen vijf jaar de grootste sprongen vooruit maakten op beide punten, zijn: Ivoorkust, Laos, Georgië en Filipijnen. Rusland klom omhoog in de landenindex maar helaas ook op de Fragile States Index (FSI), door binnenlandse politieke strubbelingen. IJsland en Cuba tonen eveneens een gemengd beeld: ze daalden in de landenindex maar verbeterden hun FSI-score. De landen die op beide punten achteruit gingen, zijn: Yemen, Syrië en Libië.

Op basis van de landenindex werd voor het Britse onderzoek aanvullend gescreend op semi-kwantitatieve criteria die specifiek verband hielden met het concept 'knooppunten van aanhoudende complexiteit'. Alle landen werden kwalitatief beoordeeld op hun individuele kenmerken op lokale schaal. Men hanteerde drie categorieën. Kan een land voldoende voedsel voor de eigen bevolking verbouwen (uitgedrukt in bouwland per hoofd van de bevolking)? Is er verbinding met en nabijheid van grote externe populaties? De onderzoekers gaan ervan uit dat massale populatieverplaatsingen een negatief effect hebben op de draagkracht van een ontvangend land. En wat is de flexibiliteit van de eigen energievoorziening en de productiecapaciteit van een land? Zo kwam de volgende shortlist tot stand:

1) Nieuw-Zeeland (plaats 2 op de Landenindex)

2) Tasmanië, Australië (12)

3) Ierland (21)

4) IJsland (8)

5) Verenigd Koninkrijk (11)

Canada en de Verenigde Staten eindigden ex aequo op plaats 6.

Hoe zit dat?

Nieuw-Zeeland scoorde de meeste punten vanwege de lage huidige bevolking (5 miljoen) en hoge fractie landbouwgrond (43,2%). Dit betekent dat de landbouwgrond per hoofd van de bevolking met 0,023 km2 hoog is. Er is directe toegang tot de Stille en Zuidelijke Oceaan. Het is een eilandarchipel op de middelste zuidelijke breedtegraden zonder nabijgelegen grote of dichtbevolkte landmassa's. Er is sprake van overvloedige inheemse hernieuwbare energiebronnen. Het land kent een moderne economie maar heeft een voornamelijk op primaire hulpbronnen gebaseerde, beperkte productiecapaciteit.

Australië heeft een gematigde huidige bevolking (25,8 miljoen), een hoge fractie landbouwgrond (52,9%) en zeer grote landoppervlakken. Dit betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking zeer hoog is met 0,158 km2. Het land heeft directe toegang tot de Stille en Indische Oceaan. Dit eilandcontinent is gelegen tussen de Stille, Zuidelijke en Indische Oceaan op lage tot middelhoge zuidelijke breedtegraden. Het is gescheiden van de afgelegen eilanden van de Euraziatische landmassa door een zeestraat van gemiddelde grootte, perifeer ten opzichte van grote Aziatische bevolkingscentra. Er is sprake van overvloedige inheemse hernieuwbare en niet-hernieuwbare energiebronnen. Het land heeft een moderne hightech economie met een matige productiecapaciteit.

Dit behoeft verdere toelichting. Klimaatopwarming zal waarschijnlijk leiden tot een verergering van bestaande trends op het Australische vasteland. Dat wil zeggen meer neerslag in natte, tropische zones en afnemende neerslag in gematigde en droge zones. De heersende klimatologische omstandigheden zullen waarschijnlijk extremer worden. Dat zal waarschijnlijk leiden tot veralgemeende negatieve effecten op de biodiversiteit, landbouw en infrastructuur. Landgebruikpatronen die sinds de Europese kolonisatie van het continent zijn geïntroduceerd, hebben het (reeds lage vruchtbaarheids)land zodanig aangetast dat de gevolgen van klimaatverandering (bosbranden en watertekorten) waarschijnlijk zullen verergeren.

Australië biedt een unieke situatie tussen de andere naties op deze lijst door enclave Tasmanië, 150 zeemijlen ten zuiden van het vasteland. Die eilandstaat wijkt door een aantal maatregelen aanzienlijk af van de continentale landmassa. 
De temperaturen in Tasmanië zijn sinds het midden van de 20e eeuw gestegen maar in mindere mate dan op het vasteland van Australië. De totale regenval is daar afgenomen in lijn met de ervaringen in Zuid-Australië. Over het algemeen zal Tasmanië waarschijnlijk minder gevolgen van klimaatverandering ondervinden dan continentaal Australië. Als zodanig kan het optreden als lokale regio met gunstiger startomstandigheden en zou het kunnen worden erkend als het 'lokale toevluchtsoord' (de reddingsboot) van Australië. Nu weet ik uit ervaring dat Tassies niet zitten te wachten op bootvluchtelingen uit de rest van Australië… Men ziet zichzelf niet per se als gewaardeerd onderdeel van dat grote continent. De meeste inwoners van dit eiland zouden liever als zelfstandig land verdergaan.

Ierland heeft een lage huidige bevolking (5,2 miljoen) en zeer hoge fractie landbouwgrond (66,1%). Dit betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking met 0,009 km2 matig is. Het heeft directe toegang tot de Noord-Atlantische Oceaan. Het is een eiland in de noordoostelijke Atlantische Oceaan op middelhoge noordelijke breedtegraden, gescheiden van de Euraziatische landmassa door Groot-Brittannië, een zee en een zeestraat van gemiddelde grootte, perifeer ten opzichte van grote Europese bevolkingscentra. Er is sprake van matige inheemse hernieuwbare energiebronnen. Dit eiland kent een moderne economie, maar is voornamelijk gebaseerd op primaire hulpbronnen en heeft beperkte productiecapaciteit.

IJsland heeft een zeer lage huidige bevolking heeft (54.000 inwoners) en een matige fractie landbouwgrond (18,7%). Dat betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking met 0,053 km2 ook matig is. Het land heeft directe toegang tot de Noord-Atlantische Oceaan, ligt op hoge noordelijke breedtegraden zonder nabijgelegen grote of dichtbevolkte landmassa's. IJsland beschikt over overvloedige inheemse hernieuwbare energiebronnen en heeft een moderne hightech economie, wel met beperkte productiecapaciteit.

Het Verenigd Koninkrijk laat een complexer beeld zien en heeft over het algemeen minder gunstige kenmerken dan de overige eilanden van deze lijst. Dit eiland heeft een hoge huidige bevolking (66,1 miljoen inwoners) en zeer hoge fractie landbouwgrond (71%) maar een gematigd totaal landoppervlak hetgeen betekent dat landbouwgrond per hoofd van de bevolking laag is met 0,003 km2. Het heeft directe toegang tot de Noord-Atlantische Oceaan en de Noordzee. Het is een eiland in de noordoostelijke Atlantische Oceaan op middelhoge noordelijke breedtegraden, gescheiden van de Euraziatische landmassa door een zeestraat van gemiddelde grootte, perifeer tot grote Europese bevolkingscentra. Het land kent overvloedige inheemse hernieuwbare en niet-hernieuwbare energiebronnen, een moderne hightech economie, met grote productiecapaciteit.

Ik noem mijzelf geen doemdenker maar als ik de wereld van nu aanschouw, word ik niet vrolijk van het beeld. De effecten van klimaatverandering gaan aan geen enkel land voorbij, het einde van de coronapandemie is nog echt niet in zicht, de energietransitie komt bijna overal ter wereld laat en moeizaam op gang. En over menselijke beschaving lijkt het mij beter maar helemaal te zwijgen…

Er kwam vanuit wetenschappelijke hoek ook kritiek op dit onderzoek; zoals viel te verwachten bij zo´n onderwerp. Er is onder andere kritiek op het gebruik van de ND-GAIN Landenindex omdat die een te sterke correlatie heeft met inkomen per capita. Suggeren dat alleen rijke landen veerkrachtig zouden zijn, is onjuist. Bovendien wordt geen rekenschap gegeven van het feit dat fossiele brandstoffen nog altijd nodig zullen zijn om een complete natie in zijn huidige vorm en complexiteit te voeden. Het inzetten van ossen en menselijke spierkracht is immers al eeuwen niet meer aan de orde. Ook zijn critici van mening dat het behouden van het hier & nu geen wenselijk scenario is. Een land dat wil overleven moet juist terugschalen naar een simpeler maatschappelijke, economische en technologische staat.

Nu Nieuw-Zeeland geen optie voor ons blijkt, liep ik de rest van de Lijst van Vijf nog eens af. Ook IJsland is geen uitwijkplaats naar onze goesting: het is er te koud. Ierland evenmin: ook te koud en bovendien te nat. Tasmanië, het aanhangsel aan de zuidpunt van Australië dan? Dat kennen we van een camperrondreis in 2016. Prachtig landschap en heel vriendelijke bewoners maar het lijkt alsof je Engeland van de jaren '50 van de vorige eeuw binnenstapt (met alles dat dat met zich meebrengt). Wellicht is dat de redding van die plek? Mijn liefje zou zich er direct naartoe laten teletransporteren maar zelf ben ik niet overtuigd van die plek als redding. Bovendien: hoe kom je daar als vasteland Australië niet meer als springplank kan fungeren door 's lands problematiek? Het Verenigd Koninkrijk dan, tenslotte? Nee, evenmin een optie. We woonden en werkten er vijf jaar lang met veel plezier maar na Brexit vinden we dit geen optie meer. Bovendien is het daar ook te vol, te koud èn te nat.

We laten deze reddingsboten dan ook aan onze neuzen voorbijgaan. Wel gaan we een sloepje kopen dat we op het terras leggen. Voor als het hoge water uit de Middellandse Zee komt opzetten. Dan laten we ons meevoeren op de stroming en zien we wel waar dat ons brengt. Als twee van de ettelijke miljoenen klimaatvluchtelingen van de toekomst...


woensdag 11 augustus 2021

Naar de reddingsboot! (deel 1)


Illustratie: Jip van den Toorn
Dit wordt weer een longread. Aan mijn schrijftafel is er geen sprake van komkommertijd! Recent verscheen een Engelstalig rapport dat mijn liefje onder mijn aandacht bracht. Het bleek te gaan om een uiterst interessant document. Nee, niet over het recente IPCC-rapport over klimaatverandering maar dat heeft zeker een relatie met dit onderzoek. Ik knip deze blog in twee delen op, uit compassie voor de lezer.  

In het kort: Nieuw-Zeeland zou het best zijn voorbereid op het instorten van de wereldwijde samenleving. Mocht het tot zo´n instorting komen door een financiële crisis, de verwoesting van natuur door klimaatverandering of een pandemie die ernstiger is dan corona (of alles tegelijk), dan zitten de Kiwi´s aan de andere kant van de aardbol er het best bij van ons allemaal!

Landen werden in het onderzoek gerangschikt op basis van een aantal criteria; onder andere de mogelijkheid om in eigen voedsel te voorzien, de eigen grenzen te bewaken en het electriciteitsnetwerk in stand te houden. Een shortlist van vijf landen kwam zo tot stand. Die blijkt te bestaan uit dunbevolke eilanden, eilandarchipels of eilandcontinenten op gematigde breedtegraden met sterke oceanische klimatologische invloed. Nieuw-Zeeland kwam uit de bus als land met het grootste potentieel. De andere landen op die lijst zijn: Australië -te weten Tasmanië, Ierland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk. (Canada en de Verenigde Staten eindigden samen op de zesde plaats.)

N.B. IJsland ligt weliswaar op subpolaire breedtegraden maar heeft een klimaat dat wordt afgeschermd door de Noord-Atlantische (Golf)stroom en heeft dus kenmerken van een landmassa die verder naar het zuiden ligt. Eilandcontinent Australië omvat meer klimatologische regimes vanwege zijn enorme omvang maar omvat een gebied met een gematigd zeeklimaat, te weten de zuidelijkst gelegen staat Tasmanië.

In het Britse onderzoek worden deze landen 'knooppunten van aanhoudende complexiteit' genoemd. Dit zijn geografische locaties die minder effecten kunnen ondervinden van een mogelijke instorting vanwege gunstige startomstandigheden. Die maken het mogelijk een zekere mate van maatschappelijke complexiteit te behouden in tijden van crisis. Dit onderzoek werd gedaan door Britse wetenschappers van het Global Sustainability Institute.

Professor Aled Jones leidde dit onderzoek en werd in de Engelse krant The Guardian geïnterviewd. Hij noemt het zorgelijk dat men op de meeste plekken op aarde niet goed is voorbereid op dit soort crises. Volgens Jones toonde de coronacrisis aan dat overheden snel kunnen reageren op een wereldwijde crisis al werden veel landen erdoor overdonderd. Hij meent dat landen meer speling moeten inbouwen in hun systeem. Overigens gelooft hij niet dat onze beschaving tenonder zal gaan aan de gevolgen van klimaatverandering maar het zal wel zorgen voor een wereldwijde schok die we wellicht niet te bovenkomen.

Ik ging op zoek naar het wetenschappelijke rapport zelf maar zocht eerst uit of en hoe mijn liefje en ik zouden kunnen emigreren naar Nieuw-Zeeland. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het land geeft verblijfsvisa uit aan studenten, personen in de werkzame leeftijd wier skills set men daar tekortkomt en aan toekomstige inwoners die miljoenen dollars of euros in het land willen investeren. 

Het zal niemand zijn ontgaan dat Nieuw-Zeeland miljardairs in de afgelopen jaren residentie verschafte omdat ze er land kochten en daar hun ondergrondse bunkers konden bouwen. Ze worden ‘doomsday bunkers’ genoemd, als schuilplek voor wanneer de wereld dreigt te vergaan. Nieuw-Zeeland bood voor de uitbraak van de coronapandemie zogenaamde ‘investor visa’ aan voor USD$6.000.000 voor een verblijf van drie jaar. Vorig jaar ging een recordaantal Silicon Valley-superrijken die kant op, voor een verblijf in de eigen bunkers. Sommigen waren te laat. Het land sloot zijn grenzen namelijk voor elke buitenlander.

Onder de knop ‘permanente residentie’ op de website van de migratiedienst van Nieuw-Zeeland zit echter het grote niets… Geen enkele functie, geen informatie, je kunt niet doorklikken. Met andere woorden: als je niet in bovenstaande categorieën valt, zwaait men in Wellington de deuren echt niet voor je open!

In 2006 maakten wij een wekenlange rondreis over het noorder- en zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Ik moet bekennen dat mijn eerste ervaringen ter plaaste nogal tegenvielen. Aan deze reis ging drie maanden rondtoeren in een camper in buurland Australië vooraf. Op dat grote continent voelden we ons zo vrij als vogels en bovendien zeer welkom. Alles liep daar van een leien dakje. De ongedwongenheid en gemoedelijkheid van de Ozzies stond in sterk contrast met de afstandelijkheid en stuursheid die we aantroffen in Nieuw-Zeeland. We maakten daar gemakkelijker contact met de (miljoenen) schapen die er rondlopen! Die ervaring schokte mij destijds. De natuur van het land is echter overweldigend en onovertroffen maar zou ik daar echt willen wonen? Nee. Zelfs niet nu het land 's werelds belangrijkste reddingsboot blijkt te zijn.

De inleiding van dit rapport begint met de geschiedenis van de menselijke beschaving. Die maakte sinds het begin een voortdurend traject van toenemende sociaal-politieke complexiteit door; een trend die de laatste jaren in een dramatische stroomversnelling terechtkwam. Dit fenomeen leidde tot een steeds ernstigere verstoring van het aardsysteem (naar het Griekse woord 'Gaia', voor aarde). Een recente manifestatie van zo´n verstoring op wereldschaal is klimaatverandering.

De eerste grote verandering die de mens bereikte na een lange periode van leven in kleine, verspreide groepen jager-verzamelaars, was de overgang naar een op landbouw gebaseerde beschaving. Die vond onafhankelijk en op meer locaties tegelijkertijd plaats. Dit werd grotendeels mogelijk gemaakt door de verschuiving naar een warmer, stabieler interglaciaal klimaat op wereldschaal dat we het Holoceen gingen noemen.

De grote verschuiving als gevolg van de verspreiding van de landbouw leidde tot consistente energetische en materiële overschotten die op hun beurt de vestiging van vaste stedelijke nederzettingen, hiërarchische samenlevingen en organisatorische complexiteit zoals arbeidsspecialisatie mogelijk maakten.

De opkomst van deze verschijnselen zette mechanismen in gang (onder andere voedseloverschotten) die leidden tot een verder toenemende bevolkingsgroei en de ruimtelijke uitbreiding van landbouw en menselijke activiteit over het grootste deel van de aarde. De groei van de omvang en de complexiteit van de menselijke beschaving ging eeuwenlang door, maar werd uiteindelijk beperkt door de afhankelijkheid van natuurlijke energiestromen en de toepassing van spierkracht van mens en dier om energie en materiële hulpbronnen te gebruiken.

Het overwinnen van deze begrenzingen begon rond 1800 -het begin van de Industriële Revolutie- met grootschalige exploitatie van de zeer grote energievoorraad in fossiele koolstofafzettingen, met behulp van nieuw ontwikkelde technologieën. De wereldbevolking en de industriële capaciteit groeiden snel door maar bereikten pas rond het midden van de 20e eeuw een bijna exponentiële groei. Deze periode, die de ‘Grote Versnelling’ (de afgelopen 70 jaar) wordt genoemd, leidde tot de snelste en ingrijpendste van alle eerdere veranderingen. 

Deze grote versnelling wordt gekenmerkt door een substantiële en voortdurende toename van de maatschappelijke complexiteit en de omvang en intensiteit van menselijke activiteiten over een breed spectrum: bevolkingsgroei, energie- en zoetwatergebruik, stikstofbinding en cementproductie. Het effect van deze dramatische groei in de collectieve menselijke beschaving leidde tot de karakterisering van de recente geschiedenis van de aarde: het ‘Antropoceen’ (naar het Griekse woord 'anthropos' voor mens). Een tijdperk waarin menselijke activiteit van invloed is op de aarde en het klimaat.

Het aardsysteem is echter eindig in ruimtelijke omvang, energetische capaciteit en algehele complexiteit, en de voortdurende uitbreiding van menselijke inspanningen resulteerde (en zal blijven resulteren) in het overschrijden van de grenzen van dat systeem en het uit balans raken ervan. Dat aardsysteem is op zich zelfregulerend maar lijdt onder een sterke en groeiende verstoring door menselijke activiteiten. Deze kunnen het potentieel hebben om de op landbouw gebaseerde beschaving die tot bloei kwam in goedaardige Holoceen-omstandigheden, fundamenteel te ondermijnen.

Deze verstoringen resulteerden in een scala aan effecten op de wereldwijde menselijke beschaving. Die bevindt zich thans in een hachelijke situatie door klimaatverandering, een verhoogd risico op pandemieën, ecologische vernietiging (die zich manifesteert als de zesde uitstervingscyclus) en groeiende risico's van systemische instabiliteit. Met name de combinatie ervan brengt onze complexe beschaving mogelijk in een precaire positie. Er hangen donkere wolken boven onze toekomst!

Je zou dit scenario code rood voor de mensheid kunnen noemen, zoals António Guterres, secretaris-generaal van de VN onlangs deed na publicatie van het IPCC-rapport. Deel 2 verschijnt binnenkort.


zondag 8 augustus 2021

25 jaar trots

Cabaretier, columnist en schrijver Youp van 't Hek schreef nog niet zo lang geleden in zijn wekelijkse column “hoe verder van huis, hoe harder je om je eigen landje moet gniffelen.” Hij was op vakantie in Frankrijk en bezag de gebeurtenissen in zijn geboorteland met afstand. Voor een Nederlandse die al ruim 20 jaar aaneengesloten buiten de landsgrenzen woont, was dat heel herkenbaar. Maar Barefoot mag dan uit Nederland zijn, je krijgt Nederland nooit uit mij! Het vaderland zal mij blijven boeien en binden zolang als ik leef, hoe ver of hoe lang ik ook weg ben. Het Nederlanderschap zit in mijn aard, het is een onuitwisbaar deel van mijn wezen.

Ik vraag mij weleens af of ik trots ben op mijn Vaderland. Ik denk dat dit zo is alhoewel ik een gecompliceerde relatie heb met dit sentiment. Hoe kun je trots zijn op iets of iemands daden als je daaraan zelf geen bijdrage leverde? Ik kan mij niet heugen ooit trots op mijzelf te zijn geweest maar dat moet niet verkeerd worden uitgelegd. Voor vrienden die iets moois of goed doen of deden, ben ik vooral blij. Zelf bij iets dat ikzelf presteerde of voortbracht voelde ik geen trots. Sukses was het resultaat van noeste arbeid, of van aanleg en volharding, soms van een beetje geluk of de combinatie ervan. Daarmee maak ik de eigen verrichtingen niet kleiner, hooguit gewoner. Er wordt weleens beweerd dat wie nooit trots is op zichzelf, zichzelf waarschijnlijk te weinig waardeert, een negatief zelfbeeld of een beperkt zelfvertrouwen heeft. Dat is in mijn geval niet aan de orde.

Wel herinner ik mij ooit iets van trots te voelen op mijn liefje toen ze een prestigieuze prijs in Nederland won voor iets dat innovatief was. Wellicht was dat omdat ik er deel van uitmaakte? Dat gevoel werd snel overspoeld door blijheid, vooral voor haar. Zij stond destijds in kranten en werd geïnterviewd in professionele bladen. Het woord trots heeft voor mij persoonlijk nauwelijks betekenis. Er gebeuren ook vreselijke dingen uit gevoelens van trots. Denk bijvoorbeeld aan wraak door gekrenkte trots. Dan voelt de gekrenkte zich beter dan de ander en moet die persoon een lesje worden geleerd. Soms met dodelijke afloop, denk aan eerwraak.Voor mij is trots dan ook een vervelende vorm van hoogmoed (superbia), de kwalijkste der zeven zonden. Ik zondig wel maar niet op dit punt!  

Uit de grond van mijn hart kan ik echter zeggen dat ik zeer verguld was Nederlandse te zijn toen het land op 1 april 2001 als eerste in de wereld het huwelijk openstelde voor twee mensen van hetzelfde geslacht. Dat hebben we te danken aan D66'er en homo Boris Dittrich. Het was het begin van meer dan 20.000 homohuwelijken in dat kleine kikkerlandje! Zelf voelde ik nooit behoefte mijn liefje ten huwelijk te vragen. Ik houd veel van haar maar die verbintenis hoeft niet te worden bezegeld door zo´n ouderwets, traditioneel instituut.

Eenzelfde sentiment ging door mij heen toen in Nederland in 1977, zeven jaar na de Stonewall-protesten in New-York, de eerste grote demonstratie plaatsvond, georganiseerd door de Internationale Lesbische Alliantie. Het waren lesbische vrouwen die de voortrekkersrol vervulden. (Ik realiseer mij ten zeerste dat lesbische vrouwen geregeld in de frontlinie van sociale en politieke veranderingen stonden.) Dit werd een jaarlijks evenement dat sinds 1979 Roze Zaterdag heet en elk jaar in een andere stad plaatsvindt. Aan een aantal van die zaterdagen nam ik deel in mijn jongere jaren.

In tegenstelling tot Roze Zaterdag ontstond Amsterdam Pride, zoals het evenement van 1996 tot 2006 heette, niet als demonstratie of protestmars. Amsterdam Pride was een uitbundig feest, georganiseerd door homohoreca-ondernemers, die de hoofdstad als uitgaansstad wilden promoten en de vrijheid en diversiteit wilden vieren. Met de Kanaalparade als de extravagante uitsmijter van deze feestweek. Youps gebruik van het woord ‘pisnicht’ kan ik niet waarderen maar gniffelen doe ik hard als ik mijn vaderland ingepakt zie in glitters, roze en latex. Deze flamboyante rondvaart ging dit jaar niet door door vanwege corona.

Sinds juli 2019 is Pride Amsterdam bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed van Nederland. Na ratificatie van het UNESCO-verdrag was dit het 150ste item op deze lijst. Afgelopen week was het weer zover: Gay Pride-week in Nederland. Deze jaargang was een bijzondere bovendien; het was namelijk de 25ste keer dat het evenement werd georganiseerd. Ik sta doorgaans stil bij deze week. Niet dat de regenboogvlag hier dan uitgaat maar het is goed om te bedenken waar we vandaankomen en vooral waar we naartoe gaan. Kan Amsterdam de titel van Homohoofdstad van Europa nog wel waarmaken? 

In Amsterdam kwam vorige maand een rapport naar buiten over geweld tegen leden van de LGBTQI-gemeenschap in de hoofdstad. Vreemd genoeg werd het al in februari gepubliceerd maar pas eind vorige maand naar de gemeenteraad gestuurd. Men deed kwalitatief onderzoek (lange gesprekken met slachtoffers). Hieruit blijkt dat Amsterdam zo structureel onveilig is voor hen dat ze hun gedrag aanpaste. Uitschelden, fysiek geweld en bedreiging op het huisadres werd voor velen in de afgelopen jaren eerder regel dan uitzondering. De aangifte- en meldingsbereidheid onder slachtoffers is echter laag. Er gebeurt te weinig met die feiten. Jonge daders van Marokkaanse afkomst zijn oververtegenwoordigd.  Machismo in de straatcultuur is een kant van het verhaal. In grote steden is een oververtegenwoordiging van behoudend geloof en dat heeft eveneens een nadelig effect op vrijheid. 

In de loop der tijd kwamen er steeds meer loten aan de ‘HoLeBiboom’. Dat stond aanvankelijk voor homo-lesbo-biseksueel maar inmiddels praten we over  LGBTQI+. Nog niet voor elke subgroep in deze familie is het leven dragelijk. Denk bijvoorbeeld aan de marginalisatie en discriminatie die transgenders ervaren in grote delen van de wereld. Aangezien worden voor iets wat je niet bent of wilt zijn, is het grootste probleem dat veel transgenders ervaren. Vanaf 1 november 2019 zijn transseksuele en intersekse-personen in Nederland expliciet wettelijk beschermd tegen discriminatie maar dat is nog lang niet overal het geval. (Wederom kwam dit tot stand door een voorstel van een D66-politicus.) 

De strijd is dus nog geenszins gestreden, ondanks de jaren van emancipatie van de LGBT-gemeenschap in Nederland. Denk maar aan de 14-jarige Frédérique die vorige maand in haar woonplaats Amstelveen in elkaar werd geslagen door een leeftijdgenoot; de dader was een jongen met Marokkaanse wortels. Frédérique weigerde antwoord te geven op de vraag of zij een meisje of een jongen is. Haar antwoord was “wat maakt het uit” en zo is het. Voor dat oprechte antwoord moest ze harde klappen incasseren. Een gotspe!

Zoals in elke familie weleens het geval is, is het ook in de LGBTQI-familie bij tijd en wijle hommeles. In de aanloop naar Pride-week kwam de discussie over de juiste vlag op. Moest de Regenboogvlag -uit 1978, ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar Gilbert Baker- wapperen of de Progress-vlag? Zoals zo vaak zijn er twee kampen met ieder hun verhaal. Laatstgenoemde vlag ziet er aan de rechterkant uit als de bekende regenboogvlag maar links staat een driehoek met zwart, bruin, lichtblauw, lichtroze en wit. Die laatste drie kleuren komen van de Transgendervlag, zwart en bruin staan voor zwarte mensen en andere personen van kleur.

De nieuwe variant -het gaat nu eens niet over corona!- zou inclusiever zijn, zou meer groepen binnen de gemeenschap vertegenwoordigen. Voorstanders van de originele regenboogvlag zijn van mening dat die alle kleuren al in zich draagt. Mensen uit dit kamp moedigen het aan dat subgroepen binnen de gemeenschap zich gerepresenteerd willen zien maar dat kan ook met eigen, individuele vlaggen. Vandaag loopt de Pride-week in Nederland ten einde.

Het is ook de slotdag van de Olympische Spelen in Tokio, die een recordaantal medailles opleverden voor TeamNL; al kwamen enkele nationale sportsterren totaal niet uit de verf. Desalniettemin gaat deze jaargang de boeken in als de Stille Spelen, vanwege ontbrekende toeschouwers. Ik ben niet trots op de eigenzinnige Sifan Hassan, de voormalig vluchtelinge uit Ethiopië die in 2008 in Nederland terechtkwam. Wel heel blij voor haar. Wat een bijzonder verhaal! Zij won als hardloopster drie Olympische medailles (tweemaal goud) en katapulteerde zich daarmee rechtstreeks midden in het gezelschap van nationale legendes die in hun sport eeuwige roem verworven.

Dit is ook een goed moment om aandacht te besteden aan Team Out. Tijdens deze Spelen deed een recordaantal van 182 sporters mee die officieel uit de kast kwamen en aan dit toernooi begonnen. Meer dan driemaal het aantal van de Spelen van Rio de Janeiro! Er waren deze keer meer dan 30 landen met tenminste één LGBTQI-er in hun midden. De Verenigde Staten vaardigden 30 sporters af uit de gemeenschap; dat komt neer op meer dan 20% van hun totaal aantal Olympiërs. Brazilië zond er 18 uit, Canada en Nederland 17, Engeland 16, Australië 13 en New Zealand 10. 

De verhouding vrouwen en mannen was 8:1. In het vrouwenvoetbal is meer dan 40% uit die gemeenschap afkomstig. De Nederlandse Oranjevrouwen werden op suffe wijze uitgeschakeld door het Amerikaanse team (eigenlijk door zichzelf…) maar deed een flinke duit in het Regenboogzakje met acht pottenkindjes. 

De 25-jarige voetballer Quinn (bewust één naam) werd de eerste transgender die een Olympische gouden medaille won met Team Canada. Ik zou zeggen: dat is  tweemaal goud. De voetbalwereld van de mannen is zoveel conservatiever; daar kunnen ze nog veel leren van hun kleurrijke collega´s!


vrijdag 6 augustus 2021

De laastste der Moheganen

Begin juni ontving ik hier mijn eerste dosis AstraZeneca. Mijn liefje versprak zich een keer en dat mondde uit in het voortdurende gebruik van de term ‘Arsenica’. Met een vette knipoog. (Officieel heet dit vaccin nu Vaxzevria.) Ik ging namelijk schoorvoetend naar het gezondheidscentrum voor de prik. Niet omdat ik mij niet wilde laten vaccineren -ik zou wel gek zijn!- maar omdat ik bijverschijnselen vreesde na inenting. Ze zijn uiterst zeldzaam maar waarom zou mij dat niet kunnen overkomen? Dat gevoel probeerde ik mijn liefje uit te leggen maar dat was tevergeefs. Mijn vriendin Nelly kreeg in 2005 de diagnose ongeneeslijke kanker en toen ik haar eens in al mijn vertwijfeling de vraag stelde “Waarom jij?” antwoordde zij met “Waarom ik niet?” Dat verklaart het een en ander…

De eerste spuit ging ongemerkt in mijn bovenarm. De volgende dag was ik een beetje hangerig maar daarbij bleef het gelukkig. Daar werd mij een briefje in de hand gedrukt met de datum voor de tweede prik. Die zou begin september volgen; drie maanden later, zoals destijds het schema was dat men in alle landen volgde. Totdat de besmettelijker en kwalijker deltavariant kwam opzetten. Door voortschrijdend inzicht kwam men tot de stelling dat het goed zou zijn om de tweede dosis Arsenica te zetten na acht weken, in plaats van twaalf. Zo´n  herziene interval noemt men ‘sweet spot’. (Voor Pfizer ligt die nu ook op acht weken.)

Ook in dit deel van Spanje lopen de besmettingscijfers weer op al lijken we tegelijkertijd alweer over de piek heen. Wij zitten hier inmiddels in de vijfde coronagolf, geloof het of niet. Circa 46% van de 38 miljoen volwassenen in dit land is volledig ingeënt en ruim 60% van hen kreeg tenminste één dosis. Dat zijn te lage percentages om de verdere verspreiding van de deltavariant te stoppen. Die is hier ook al dominant. Aanvankelijk was het plan van de Spaanse regering om rond eind augustus 70% van de volwassen bevolking volledig te hebben gevaccineerd. De deltavariant verhoogt de druk op dat plan. Het nieuwe streven  ligt nu op 90%. Bovendien lijkt groepsimmuniteit door die variant verder weg dan ooit. Moest de nationale vaccinatiecampagne een tandje bijzetten? Hoofd Virologie van Spanje, Fernando Simón, meende van niet. Nog niet.

Daarom vroeg ik mij af of Spanje de tweede dosis voor personen in mijn leeftijdsgroep naar voren zou halen, zoals in Nederland reeds gebeurt. Ik had uiteenlopende redenen om dit te willen. Even leek het erop alsof men hier een bewijs van volledige vaccinatie ging eisen aan iedereen die naar een restaurant wil dus als half-gevaccineerde zag ik de bui al hangen… Thuiskoken is weliswaar een hobby maar af en toe buitenshuis lunchen of dineren, is gemakkelijk en lekker! Onze autonome regio Valencia wil echter niet tot die maatregel overgaan zonder nationale steun. Het vaccinatiebewijs in de horeca is daarmee (voorlopig) van de baan.  

Aangezien ik graag het heft in eigen handen neem, verzon Tom Poes een list. Ik nam mij voor volgende week naar het gezondheidscentrum te gaan om te vragen of mijn tweede injectie kan worden bespoedigd. Met twee doses ben je nu eenmaal beter beschermd dan met één. Bovendien heb je minder kans het virus door te geven aan anderen. Niet dat wij partygangers of feestneuzen zijn; integendeel. We blijven weg bij etentjes en feestjes met Britse buren en andere mensenmenigten. We komen slechts in klein verband samen en houden afstand, zo goed als mogelijk. Dat werd onze tweede natuur.

Een bezoek aan het gezondheidscentrum stond dus op de rol. Ik zou gaan vragen om verspoediging van de tweede dosis in het kader van een gepland bezoek aan mijn oude moeder in Nederland. Je kunt zo´n besje toch niet het risico van besmetting met de deltavariant uit Spanje laten lopen? Dat is een smoes want ze overleed in november 2015… In het uiterste geval zou ik mijzelf tot tranen (proberen te) roeren als afwijzing dreigde. Een maand eerder gevaccineerd is mij wel een leugentje om bestwil waard! Ik oefende dat scenario alvast op mijn liefje en dat verliep naar wens.

Groot was de opluchting toen ik afgelopen maandagavond een telefoontje kreeg van een Engelssprekende Spanjaard die zichzelf introduceerde als medewerker  van het plaatselijke gezondheidscentrum. Was ik wie ik was? Had ik mijn eerste dosis in juni ontvangen? Raakte ik in de tussentijd besmet met corona? Hij bleef Engels praten, ik sprak stelselmatig in het Spaans terug. Het gesprek werd tweemaal afgebroken maar hij belde keurig terug. Hij legde mijn SIP-kaartnummer in het systeem vast ter confirmatie van de afspraak later deze  week.

Men zet dus wel degelijk een tandje bij in deze regio en mijn woonplaats. Het zijn welgeteld 56 dagen na de eerste dosis, mijn nieuwe prikafspraak is op de kop af precies twee maanden later. En er was geen smeekbede of leugen voor nodig. Joehoe! Zo hortend en stotend als mijn intrede in het Spaanse vaccinatieprogramma was (zie blog), zo gesmeerd liep het vervolg. 

Nu ben ik echt de laatste van mijn vriendenkring die de tweede dosis ontving. In die zin ben ik de laatste der Moheganen maar ik vind mijzelf niet sneu meer. Overal gaat weleens wat mis. Zo zat er ook een knoepert van een fout in het boek van de Amerikaanse auteur James Fenimore Cooper. Niet alleen draaide het niet om ‘Mohikanen’ (het zijn Moheganen), die Indianenstam bestond aan het begin van de 19de eeuw nog steeds. Er was destijds dus geen sprake van de laatste Mohikaan... Dat geldt tot op de dag van vandaag. Ongeveer 2.500 van hun  afstammelingen leven in het hedendaagse Connecticut (VS).

De nieuwe afspraak verliep vlotter dan de eerste en bovendien had ik mazzel. We werden een voor een op alfabet naar voren geroepen en de afkorting van mijn tweede voornaam, Ludwin, fungeerde voor de Spaanse verpleegster als mijn eerste achternaam. Bij de L was ik dus al aan de beurt, in plaats van bij de V. De tweede dosis zit in de arm en de tweede prik staat ook geregistreerd in het systeem. Het betreffende telefoontje en de afwikkeling herstelden mijn licht geknakte vertrouwen in de Spaanse gezondheidszorg volledig!


zondag 1 augustus 2021

Onderdelenschaarste

Het goede nieuws is dat de coronapandemie ervoor zorgde dat veel mensen wederom of voor de eerste keer in hun leven op de fiets stapten. Het slechte nieuws is dat diezelfde pandemie de productie van onderdelen ernstig verstoorde. Daar ondervond het Nederlandse bedrijf Accell, onder andere producent van Batavus, Sparta en Koga de gevolgen van. Ook fietsenhandelaren kampen met problemen. Dat las ik recent in het Financieel Dagblad. Hoe waar dit is, ondervonden we onlangs aan den lijve!

Mijn liefje fietst op een Sparta, zelf heb ik een Koga onder de kont. Toen wij in 2005 stopten met werken en aan ons leven als pensionistas begonnen, kochten we ze. We woonden in de daaraan voorafgaande jaren in Engeland en daar maakten we gebruik van een strakke Gazelle (ontwerp van Jan Jansen) en een roze Giant mountain bike. Die rijwielen bestegen we daar nauwelijks. De toenmalige woonplaats heette Caversham Heights dus dan raad je het al: een plaats op hoogte. Sommige wegen naar ons huis kenden een stijgingspercentage van 14%. Dat is al met moeite te doen voor de klimgeiten in de Tour de France; laat staan voor Nederlandse vrouwen die meer met hun hoofd dan met hun lijf werken. Voordat we vanuit Engeland naar Spanje verhuisden, verkocht ik die fietsen voor een prikkie via eBay aan Britten die vanuit het hele land op onze (zo goed als ongebruikte) oer-Hollandse fietsen afkwamen. Het is goed om te weten dat ze een tweede leven begonnen, eentje met blije, nieuwe eigenaren.

In de aanloop naar ons nieuwe leven kochten we een Fendt-caravan waarmee we in Europa wilden gaan kamperen. We startten op de camping van Kijkduin, onze voormalige woonplaats in Nederland; om te leren hoe zoiets gaat en vrienden te ontvangen. Destijds gingen we naar een fietsenspeciaalzaak in Delft om nieuwe stalen rossen te kopen van Hollandse makelij. De Sparta en Koga verhuisden mee naar Spanje. In onze vorige woonplaats aan de Costa Blanca was fietsen geen voor de hand liggende bezigheid. Ook daar woonden we namelijk op een steile heuvel. De stijgingspercentages lagen daar hoger dan in Engeland. De nieuwe fietsen kwamen dan ook nauwelijks uit de schuur. Op enig moment stonden we op het punt ze van de hand te doen maar terugkijkend, zijn we blij dat we dat niet deden.

Nu wonen we immers weer in vlak gebied. Onze woonplaats heeft zelfs zogenaamde ciclocalles, straten waar autobestuurders niet harder dan 30km per uur mogen rijden omdat ze het wegdek delen met fietsers. We hebben hier ook bijna overal gescheiden rijwielpaden; soms met een doorgetrokken streep, vaker via verhoogde paden of afgeschermd met reflecterende paaltjes. Kortom, een fiets(er)vriendelijke omgeving.

Spanjaarden fietsen ook graag en ze zijn er goed in. Dat blijkt niet alleen uit het aantal Tour de France winnaars (als Induráin, Contador en Delgado). Overal en altijd duiken hier fietsteams op en zie je stoere eenlingen; sommigen zijn een tikkie gezet maar de meeste fietsers zijn volledig afgetraind. En iedereen is hier altijd tot in de puntjes gekleed in rijwielkleding. Dat geldt zowel voor amateurs als voor de meeste recreatieve fietsers. Een Spanjaard sport bij voorkeur in de kleding die erbij hoort, tot en met bijpassende sokken! Mijn liefje en ik fietsen bij voorkeur in korte broek, luchtig t-shirt en teenslippers. Fietsers zag ik hier jaren geleden doorgaans op gammele, te kleine fietsen met te lage zadels. Aangezien ook in dit deel van Europa fietsenhandelaren als paddenstoelen uit de grond schoten, is er inmiddels een ruime keus aan fietsen-op-maat. Als je merken als Koga of Sparta zoekt, dien je echter lang te speuren (al kun je alles bestellen, zij het met veel wachttijd) maar de aangeboden collectie kan ermee door voor de gemiddelde liefhebber.

Enkele spaken van onze ouwe-trouwe fietsen lieten het onlangs afweten. Na 15 jaar is dat niet verwonderlijk. We fietsten na een zwempartij in zee naar huis toen ik de eerste pang van mijn voorwiel hoorde komen. Het voorwiel van mijn liefje reageerde subiet met tweemaal pang: bij haar sprongen op dat moment twee spaken na elkaar. Geen goed teken. We stapten af, bekeken het euvel en liepen voor de zekerheid te voet naar huis. Zonder voortanden is het lastig broodjes eten!

We hebben een vaste fietsenmaker in buurgemeente Lo Pagán (Murcia). Eigenaar Ruben is de man die altijd alle probleem oplost. Zijn uurtarief ligt beduidend lager dan dat van zijn Nederlandse collega´s maar dat is hier in bijna alle branches het geval. Iemand raadde onlangs aan eens een andere fietsenwinkel uit te proberen in de omgeving van het lokale politiebureau. We wilden Ruben niet ontrouw zijn maar een alternatief in eigen gemeente (regio Alicante) klonk goed. Ik haalde de beide voorwielen los. In het geval van een Koga is dat een fluitje van een cent: je tilt het wiel eenvoudigweg uit de voorvork. Bij een Sparta moet je eerst de remkabel en dan de trommel van de rem (voor de zekerheid) losmaken.

Ik trof de nieuwe zaak, Moto Yepes, op de beschreven route aan. Het is een grote winkel die vooral motoren en brommers tentoonspreidt maar klaarblijkelijk ook in stevige fietsen handelt. Ik legde de situatie van de beide wielen uit aan de receptioniste, herhaalde dat voor de technische man en vroeg of ze kans zagen de kapotte spaken te vervangen. Als dat niet kon, mocht er ook een nieuw wiel voor de Sparta worden besteld. Ze gingen aan de slag, het zou een dag of drie duren. Ze hadden mijn telefoonnummer dus ze zouden bellen.

Na drie dagen hadden we nog niets gehoord dus ik belde zelf maar eens. Het verhaal aan de telefoon was dat ze op dat moment niet wisten waar de spaken waren. Ze waren zoekgeraakt. Na een week stapte ik de zaak maar weer eens binnen. Er bleek helemaal niets te zijn gebeurd. Het was een smoes. De spaken waren niet te krijgen. Waarom was ik dan niet eerder gebeld? Dan had ik geen week verloren... Hij zei dat ik groot gelijk had en boog zijn hoofd verslagen. Ik dankte hem voor niets, pakte de wielen op en verliet de winkel.

Terug naar vertrouwde Ruben, die zei direct aan de slag te gaan. Als hij de spaken op voorraad had, zou de klus de volgende dag zijn geklaard. Als hij ze moest bestellen, zou het een dag of drie extra gaan duren maar hij zou bellen als de reparatie was gedaan. De volgende dag kwam geen belletje, vier dagen later evenmin. Mijn liefje reed dus maar weer naar de winkel. Ruben zelf was niet aanwezig maar een collega vertelde een verhaal over een andere collega die op weg ging om de spaken te halen en toen een motorongeluk kreeg. Zo liepen ook zij extra vertraging op.

Het klonk als de smoes van de openstaande brug of de pijamabroekband die in het matras verknoopt raakte… Tja.

Na enkele dagen reden we langs de winkel en zagen dat die potdicht zat. Oh-oh. Wat nu weer? Na thuiskomst belde ik Ruben op zijn privénummer. Waarom was de winkel gesloten? En waar waren mijn voorwielen? Ze hadden de werkplaats gesloten omdat een collega-fietsenmaker ontbrak (die van het motorongeluk) en al hun onderhanden reparatiewerk overgebracht naar hun winkel in San Pedro. Ik wist niet eens dat hij een tweede zaak bezat?! Daar stonden de beide wielen. Eentje was al gereed (mijn Koga), naar verluidt, de andere zou de volgende dag klaar zijn. 

Ik vroeg naar het adres van de winkel en dat bleek precies de zaak te zijn die ons destijds was aangeraden! (De tipgever vergiste zich alleen in de plaats...) Mijn liefje wilde per se haar wiel ophalen maar ze keerde met lege handen terug. Ze had namelijk niet opgeslagen dat haar wiel op het oude adres wachtte, in Lo Pagán. Die verwarring kon er nog wel bij. De volgende dag was het eindelijk zover: het nieuw bespaakte wiel werd met haar Sparta herenigd. Eindelijk!

Nee hoor, te vroeg gejuicht. Aan een kant miste een moer die het wiel moet vastzetten. We checkten de kofferbak maar daar lag het dingetje niet. Ik maakte een foto van de lege naaf en omcirkelde de plek van het ontbrekende onderdeel. Geen idee hoe zoiets heet in het Spaans, zover reikt mijn talenkennis nog niet. Het bleek te gaan om een tuerca pasada (borgmoer). Die konden we de volgende dag ophalen. Zo tikte weer een dag weg, zonder rijwiel. 

Uiteindelijk zetten we het voorwiel met hulp van buurman Jan weer in de Spartafiets en sloten de remkabel aan. Het oogde vreemd... Op dat moment pas ontdekten we dat een veel essentiëler onderdeel ontbrak: de trommel van de rem. Dat is een heel nieuwe invulling van het begrip onderdelenschaarste! 

Weer zocht ik contact met Ruben, nu via Whatsapp; de foto ging mee als bewijs. Kon het onderdeel bij de verhuizing van de spullen in de oude werkplaats zijn achtergebleven? Zou kunnen, was zijn antwoord. Dat bleek juist. Een slordigheidje, noemde hij dat; un abandono. Het ding werd een dag later in een plastic tasje met twee losse schroeven aan ons overhandigd. Ruben bood zijn welgemeende excuses aan voor deze rommelige gang van zaken. Al was deze servicebeurt slecht, we blijven hem voortaan trouw. Ontrouw wordt namelijk afgestraft!

Ruim twee weken later fietsen we weer veilig en vrolijk rond, als de hitte en  harde wind (uit het bloedhete zuiden) luwt. Toch wonderlijk hoe zo´n kleine spaak zo´n groot verhaal kon worden. Maar als blogger realiseer ik mij dat het komkommertijd is.